Daar is ‘ie dan, uit het niets: de vierde aflevering van De Akoestiek, de zondagmiddagrubriek die nu pas voor de tweede keer op zondag verschijnt. Verzoekjes zijn welkom in de comments, maar eerst moet u natuurlijk luisteren naar…
Athlete – The Getaway (Akoestisch @ BBC Radio 2)
De Britse popband die buiten Engeland maar niet doorbreekt (het helpt ook niet dat optredens in Nederland bijvoorbeeld niet doorgaan) gaat komende maand de studio in om het vervolg op ‘Beyond The Neighborhood’ uit 2007 op te nemen. Maar eerst wilden de heren de nieuwe nummers uitproberen. Een kleine clubtour was het gevolg en als afsluiter voor de mensen die niet konden komen een sessie bij Dermot O’Leary van BBC Radio 2. Een van de nieuwe nummers uit die sessie is ‘The Getaway’:
Who’s gonna fly your plane when you need to make your getaway?
Lisa Hannigan – Lille (Live @ The Late Late Show)
De voormalige muze van Damien Rice komt met haar debuutalbum. Twee weken terug was ze bij de Late Late Show op RTE om daar een fantastische liveversie te spelen van ‘Lille’. Onder het motto “een mp3 is zo geript”, een fascinerend goed optreden waarbij het zonder beelden bijna moeilijk voor te stellen is dat het allemaal live wordt gespeeld. Bekijk hier de video. Geen idee wanneer het album in Nederland in de winkels ligt, maar hopelijk duurt het niet te lang.
He went to sea for a day
He wanted to know what to say
When he’s asked what he’d done
In the past to someone
That he loved endlessly
Now she’s gone, and so is he…
Turin Brakes – Underdog (Save Me) (Hydro Connect Festival Campervan)
De Schotse afdeling van de BBC deed verslag van het Hydro Connect Festival vanuit een camper/caravan. Daar kwamen ook bands voor en na hun sets buurten. Sommige bands speelden zelfs liedjes. Zoals Turin Brakes… Hier is het nummer mét briljante solo van Gale Paridjanian (van hun eerste album, ‘The Optimist LP’): ‘Underdog’.
Of ik veel mis, weet ik niet, maar ik moet bekennen dat ik ‘De Lift’ nog nooit heb gezien. Toch vind ik liften erg fascinerend. Veel mensen zijn er een beetje bang voor: stel dat die kleine, vierkante cabine ergens vast komt te zitten tussen twee verdiepingen? Dan ben je reddeloos verloren – tenzij de alarmknop het doet. Maar hoe vaak komt het voor. In het Erasmusgebouw op de uni is het bij mij nog niet voorgekomen dat de lift bleef hangen. Die liften zijn het toonbeeld van machteloosheid: je moet BUITEN de lift kiezen naar welke verdieping je gaat en eenmaal ingestapt heb je nog slechts de beschikking over de deurknoppen, de alarmfunctie en een display die zegt op welke verdiepingen er wordt gestopt. Wist u trouwens dat in veel liften die deurknoppen helemaal niet werken? De enige reden dat ze erin zitten is om de gebruikers een gevoel van controle te geven.
Het ergste wat er kan gebeuren is dat de lift in vrije val naar beneden stort. Alle liften beschikken echter over veiligheidskabels die dat voorkomen. Het enige bekende geval van een neerstortende lift is die in het Empire State Building in 1945. Toen nam een vliegtuig de verkeerde afslag (door hevige mist) en vloog het gebouw binnen, waardoor alle kabels knapten. Er zat een vrouw in een van de liften. Hoewel de botsing met de grond werd verzacht door de meters kabel op de grond en de luchtdruk onder de lift, was het nog steeds een vrij hard contact. De vrouw was in een hoek van de lift tegen de muur aangekropen en overleefde de val.1
Falend liftfunctioneren heb ik ook aan den lijve ondervonden. Afgelopen augustus was ik in Folkestone. De gedateerde lift was krap: er konden officieel vier personen in, maar met twee man was er al een duidelijke overlapping in persoonlijke cirkels. Na een geweldig concert van Turin Brakes stapten we in de lift naar de vierde verdieping. Tussen verdieping 2 en 3 knipperden de lichten en viel de lift stil. Het was laat, het was donker en het was raar. Maar niet beangstigend om de een of andere reden. Ik probeerde de deuren van de lift open te krijgen maar het was duidelijk dat er geen verdieping aan de andere kant was. We drukten op de alarmbel, die ook afging. Er klonken echter geen geruststellende woorden van de bewaker aan de andere kant van de lijn. Na nog een tijdje op de bel te hebben gedrukt, kwam de lift in beneden. Langzaam maar zeker gingen we richting kelder. Daar gingen de deuren open en konden we met de trap naar begane grond. Daar was de nachtreceptionist zich uitgebreid aan het verontschuldigen. We konden er gelukkig om lachen. Maar we besloten vervolgens toch maar met de trap naar boven te gaan.
Minder geluk had Nicholas White. Op een vrijdagochtend in oktober 1999 gaat hij een even naar beneden om een sigaret te roken. Op weg terug naar boven groet hij de bewaker en stapt in de expresslift naar de 43ste verdieping. Met White als enige passagier vertrekt de lift. Maar dan voelt White een schok. De lichten knipperen en de lift stopt. Uit het controlepaneel klonk een piep. White drukt op de intercomknop voor instructies, maar zonder succes. Na een tijdje drukt hij op de alarmknop en er begint een bel bovenop de lift klinken. Het bereik van de bel is echter beperkt. White heeft geen telefoon en daarmee geen manier om de buitenwereld te bereiken op wat de lift te bieden heeft na. Hij heeft ook geen horloge en daarmee geen tijdsbesef. White probeert kalm te blijven, zodat, wanneer hij wordt gevonden, overkomt als een modelliftgevangene. Maar als na een tijd White nog steeds niet wordt bevrijd, begint de paniek toe te staan. Hij heeft geen eten en geen drinken, alleen een paar sigaretten. Hij probeert te ontsnappen uit de lift, maar krijgt het noodluik niet open. Hij zwaait naar de beveiligingscamera’s – zonder succes. Hij sloopt de alarmknop zodat het alarm continu afgaat. Hij opent de liftdeuren en urineert in de liftschacht in de hoop de aandacht te trekken. Hij overweegt zelfs brandende lucifers in de schacht te gooien, maar realiseert zich dat dat misschien geen goed idee is. Dan wordt hij kwaad: wiens schuld is dit eigenlijk? Hij probeert te slapen op de vuile liftvloer, maar het felle licht in de lift maakt het hem moeilijk. Uiteindelijk geeft hij op. Hij ligt op zijn buik op de liftvloer, totdat uiteindelijk de verlossende woorden klinken: ‘Is there someone there?’
Niet veel later arriveert er een monteur die hem via de intercom door een aantal manoeuvres met de liftknoppen loodst. White vraagt wat voor dag het is, het blijkt zondagmiddag 4 uur. White zit al meer dan 41 uur in de lift. Dan voelt hij de lift in beweging komen. Als hij de lift weer voelt afremmen, forceert hij de deuren. Daar is de lobby met de beveiliging, de liftmonteur en Whites vrienden. Hij ziet eruit als een spook, lijkbleek. Het wordt nooit duidelijk waarom de lift is gestopt. White klaagt het bedrijf aan (voor 25 miljoen dollar), maar sluit na vier jaar een veel te lage deal buiten de rechtzaal (nauwelijks zes cijfers). Ondertussen zit hij zonder werk en zoekt hij zonder veel succes naar een baan.
De beveiligingscamera’s in de lift stonden de volledige 41 uur aan. De opnames van Car 30 en drie andere liften in hetzelfde gebouw, vormen nu de clip bij het Travis nummer ‘Ode to J. Smith’. Opvallend is dat je na 18 uur (1 minuut 50 in de clip) monteurs bij de andere liften ziet, maar niet bij lift 30. Ironisch is het ‘out of order’-bordje aan het eind.
Moraal van het verhaal: neem in ieder geval naast je telefoon ook iets te eten en te drinken en de volledige werken van W.F. Hermans mee als je de lift in stapt (voor het geval je geen bereik hebt op je telefoon).
Noten
1: Anekdote over Empire State Building uit: Paumgarten, Nick. ‘Up and down: the lives of elevators.’ In:The New Yorker (21 april 2008) (link).
2: John Whites leven in de lift: Paumgarten, Nick. ‘Up and down: the lives of elevators.’ In:The New Yorker (21 april 2008) (link).
Al op jonge leeftijd wist Stefan aka ‘David Bowlie’ (naar zijn favoriete zanger) de zware ballen onder controle te houden en met precisie richting de kegels aan het einde van de baan te zwaaien. Opvallend waren zijn techniek, verrassend verfijnd voor de vijf jaren die Stefan nog jong was, en het duidelijke plezier waarmee Stefan de sport beoefende. Op zijn achtste werd hij voor het eerst Nederlands jeugdkampioen. Hoewel de competitie zeker niet licht was, vertelde Stefan, inmiddels 12 jaar, na zijn vierde landstitel bij de junioren in een interview met De Kegel, het landelijke bowl- en kegelmagazine, dat hij bowlen zag als een bijna uitgestorven sport: ‘De concurrentie viel me erg tegen dit jaar. Ik heb het idee dat iedereen steeds slechter wordt. Bowlen is een sport zonder toekomst.’
Zoals we allemaal weten, kwam het hem duur te staan. Hij werd voor verbannen uit de jeugdcompetitie en mocht tien jaar lang niet deelnemen aan de hoofdklasse of andersoortige wedstrijden. In de praktijk werd het bowlen voor Stefan onmogelijk. Veel baaneigenaren vonden hem arrogant en weigerden hem toegang. Over deze tijd zegt hij: ‘Ik was amper twaalf jaren oud en ik mocht mijn favoriete sport niet meer beoefenen. Ik sluit niet uit dat de Koninklijke Nederlandse Bowl- en Kegel Bond (KNBKB) druk heeft uitgeoefend op de amateurverenigingen. Natuurlijk had ik al die dingen niet moeten zeggen, maar ik was een kind, ze hadden me net stiekem mijn eerste Sneeuwwitje gevoerd. De gevolgen waren desastreus: ik was net 12 en ineens kon ik mijn passie niet meer uitoefenen.’
Tien jaar lang hoorden we niets van David Bowlie, tot gisteravond. De tien jaren verstreken, verscheen Stefan op baan negen van zijn Nijmeegse thuisbaan waar hij precies tien jaar ervoor voor het laatst kampioen werd. Stefan: ‘de tien jaren zijn verstreken en na met KNBKB te hebben gepraat, kan ik weer uit de gutter komen en strikes gaan gooien.’ Stefan speelde twee rondes, met vrienden. Na een matige eerste partij, waarschijnlijk te wijten aan de tien jaar onthouding, speelde Stefan een erg sterke tweede ronde. Hoewel hij slechts één strike en één spare gooide, gooide hij maar liefst zes keer 9 kegels om. Daarmee kwam hij als beste uit de bus van baan 9.
Jan van Zoetelaren, oud Nederlands kampioen en bowlcommentator zei het volgende over de opmerkelijke comeback: ‘De David Bowlie is weer terug hoor! Het eerste potje was nog wat onwennig, maar er zaten geen echte blunders tussen. In de tweede ronde zag je zelfs af en toe de kenmerkende stijl uit zijn jonge jaren terugkeren. Ik had niet verwacht dat hij meteen zo goed zou spelen.’
Stefan zelf houdt stug vol niet te hebben geoefend: ‘Het eerste jaar kriebelde het regelmatig, maar daarna vond ik een andere hobby om mijn energie in kwijt te kunnen.’ Stefan werd de jongste beatpoet van Nederland. ‘Op dit moment werk ik aan een cd met gedichten over bowlen. Hij moet begin 2009 uitkomen onder de titel “Sparing Strikes”. Het is ook een eerbetoon aan mijn muzikale held, maar het gaat vooral over het bowlen. De cd komt ziet eruit als een bowlingbal, natuurlijk. Ik ben er zelf heel enthousiast over.’
Al deze projecten staan een definitieve comeback in het professionele circuit in de weg. ‘Het zou voor mij uitermate lucratief zijn om nu weer te gaan bowlen’, zegt Stefan. ‘Maar ik ben eerst met andere projecten bezig. De afgelopen tien jaar heb ik gerealiseerd dat geld niet alles is. Het gaat om plezier in het leven. Op dit moment verkrijg ik dat plezier door zoveel mogelijk verschillende dingen te doen. Tien jaar geleden had ik het niet over mijn lippen kunnen krijgen, maar ik wil meer doen dan alleen bowlen. Ik heb een leuk leven nu.’ De huidige bowlingtop kan dus nog even rustig ademhalen. ‘Maar in september 2009 sta ik aan de start, met nieuwe schoenen. “New Killer Star” staat erop. Dat leek me wel toepasselijk.’
De jaren tachtig zijn weer helemaal hip… Na Keane lenen nu ook The Killers uit het foute tijdperk… Of ben ik de enige die moet denken aan een bepaald nummer van Het Goede Doel, bij het beluisteren van ‘Human’ op The Killers?
Daar stond de troubadour, voor een uitverkochte Heineken Music Hall. De avond was al bijna op zijn einde en hij kon terug kijken op een prima show. Er was nog een klein beetje tijd over. Dus speelde hij ‘A Beautiful Mess’. Op de CD onderscheidt het nummer zich nauwelijks van de rest. Een rustige ballad met zachte violen. Eerlijk is eerlijk: het nummer was me nooit in erg positieve zin opgevallen. Maar nadat we al afscheid hadden genomen van de rest van de band, speelde Jason in zijn eentje het nummer. Weg zijn violen van de studioversie en nu pas horen we het nummer hoe Jason het bedoelde: puur, eenvoudig en gemeend. Een fantastische afsluiter. Brok in de keel.
Daarvoor kwam een fascinerend groot aantal nummers van de laatste CD langs. Ik denk dat we op ‘Love For A Child’ en ‘Details in the Fabrics’ (met James Morrison) wel zo’n beetje alles hebben gehoord. Hierdoor misten we wat mooie nummers van de oudere albums, maar de tienermeisjes waarmee de uitverkochte HMH grotendeels gevuld was, vonden het vast niet erg. Openend met ‘The Remedy’ in een rustigere versie dan op de studioplaat, moest ik teleurgesteld de afwezigheid van de blazers erkennen… Totdat ze ineens op kwamen lopen. Hoera!
Het geheel deed me denken aan de concerten van Phil Collins. Met name het dansje op het eind, tijdens ‘Butterfly’, en het opduiken van de blazers op een onverwachte locatie (rechts op het balkon) plus het feit dat de blazerssectie van ‘Make It Mine’ erg lijkt op de Phil Collins blaaspartijen. In positieve zin associeerde ik het allemaal met de kale drummer.
Over het concert valt weinig negatiefs te zeggen. Het geluid is prima, de liedkeuzes redelijk gevarieerd, de grapjes ‘grappig’ en de uitvoeringen naar wens met de nodige improvisatie.
Behalve dan dat ‘Lucky’ moest worden gespeeld. Zelfs Ingrid Michaelson (die eerder op de avond een aardig voorprogramma speelde) kon het gedrocht van een nummer niet redden. Nadat Jason ons al eerder bang had gemaakt met de thematiek ‘verliefd worden op je beste vriend(in)’ en toen ‘If It Kills Me’ inzette, waren we ervan overtuigd dat het nummer ons deze avond bespaard zou blijven. Maar neen, in de encore moesten we er toch nog aan geloven (wellicht als tegenprestatie omdat Jason in het voorprogramma ‘Let’s Get Rich’ meespeelde?). Het nummer werd prima gespeeld, maar het bleeft een gruwelijk nummer. Helaas. Helaas.
Maar met leuke versies van ‘You and I Both’ (met ‘Sleeping To Dream’ tussendoor), ‘Live High’ en ‘Life Is Wonderful’, en grappige covers van ‘Everything Is Gonna Be Alright’ (Marley) en ‘Build Me Up (Buttercup!)’, was het een zeer leuke avond. De sfeer was goed, de tienermeisjes gilden hard en Grooveline Horns deden hun best. Jason heeft het (voor nu) gemaakt in Nederland en daar profiteert hij deze avond van… Het is zijn feestje en het is hem gegund!
Setlist: The Remedy (I Won’t Worry)
Make It Mine
Clockwatching
If It Kills Me
Live High
You And I Both / Sleeping To Dream
Life Is Wonderful
Only Human
Dynamo of Volition
I’m Yours
Everything Will Be Alright
—
Lucky (met Ingrid Michaelson)
No Stopping Us (band introductions)
Butterfly
Build Me Up Buttercup
A Beautiful Mess
Jason Mraz @ Heineken Music Hall – 22 september 2008
Mijn categorie Boekenclub (in de wandelgangen ook wel “De Literaire Bedwetter” genoemd) is nu niet bepaald de meest gevulde. Concrete ‘boekbesprekingen’ zijn tot dusverre alleen van een drietal Engelse boeken verschenen (Adams, Wyndham en Rowling) en de eerste luttele pagina’s van een Russisch ‘meesterwerk’. Dat kan ik natuurlijk niet maken, als neerlandicus / letterkundige. Als het aan mijn blog ligt, komt daar vanaf heden verandering in. Nu hopen dat Stefan meewerkt…
R.L. Stevenson – ‘Dr. Jekyll & Mr Hyde’
Ik was – naar ik dacht – al bekend met het klassieke werk van Stevenson. Vorig jaar zond de BBC namelijk een briljante serie uit – genaamd Jekyll. Dit was een moderne interpretatie (van de briljante Steven Moffat) van het klassieke verhaal, met James Nesbitt in de titelrol. Na het kijken van deze serie, was ik behoorlijk benieuwd naar het originele verhaal, de klassieker zelf.
Blij verrast was ik dat het geen recht toe recht aan horror/thrillerverhaal was. Het grootste deel van het verhaal wordt beleefd vanuit de ogen van Mr Utterson en gaat veel meer over vriendschap dan het drama van Dr Jekyll, dat eigenlijk pas aan het einde helemaal opgehelderd wordt. Alle personages zijn intelligente wetenschappers of rechtsgeleerden en hierdoor wordt de lezer gedwongen de ontwikkelingen in het verhaal serieus te nemen. Hierdoor wordt het geen op sensatie belust plot, maar een subtiel uit de doeken gedane geschiedenis. De lange zinnen, in de negentiende eeuw gewoon, doen het verhaal voor de verandering een keer goed. Enige nadeel van het boekje is dat het het beste gelezen kan worden zonder enige voorkennis (naar ik verwacht een onmogelijkheid bij zo’n bekend verhaal). Al behoorlijk bekend met het plot, miste het verhaal de in your face waarde die ik er vooraf aan had toegekend. Probeer je voorkennis uit te schakelen en je leest een fascinerend beschreven verhaal en reken vooral niet op gruweldaden of gore details.