Monthly Archives: mei 2009
Ssst! De stiltecoupé!
De stiltecoupé is een interessant concept. Ik vermoed dat er ooit een tijd was waarin mensen sowieso op beleefde (lees: bescheiden) toon een conversatie hielden, maar in deze eeuw vol telefoons met speakers en de noodzaak te moeten schreeuwen om gehoord te worden, werkt het concept van beleefdheid niet meer. Oplossing: stiltecoupé – een treinstel speciaal voor bejaarden en levensgenieters die niet willen worden lastig gevallen door streetwise tieners met stereoinstallatie in de broekzak. Alleen werkt dat concept voor geen meter. Ik vergelijk de stiltecoupé graag met wereldvrede: UTOPIE. Bovendien roept het alleen maar méér ergernis op.
De 6 Fases van Twitter
Gisteren passeerde ik de 200 tweets. Feest dus. Want 200 tweets is kei veel. Nou ja, als je een week bezig bent. Bij mij ligt het tempo dus aan de lage kant, hoewel er de afgelopen maand wel sprake is van een significante stijging. Maar zoals ik eerder uitlegde, is Twitter best verslavend als je een goede mix maakt van mensen die je kent en mensen die boeiend zijn (waarbij mensen die je kent ook best interessant kunnen zijn!). Enfin, als ik al van plan was om er de brui aan te geven, kan ik dat nu niet meer doen. Turin Brakes is sinds gisteren namelijk ook in de Twittertrein gesprongen. You leave me no choice, then.
Maar toen ik vanochtend twitterde ‘Goedemorgen! Let’s shower!’, werd ik overvallen door drie gedachten:
- Bestaat er zoiets als ‘too much detail’ op Twitter?
- Waarom worden sommige mensen overvallen door een soort twitterdwang, om vervolgens verslag te doen van dingen die mij totaal niet boeien?
- Waarom heb ik de neiging in het Engels te twitteren?
Too much detail lijkt me duidelijk: soms worden er dingen getwitterd waarvan ik denk “moet dat nou?’ Ik onderscheid grofweg 5 fases in het Twittergedrag van mensen:
- Wat ik doe.
- Wat ik denk.
- Wat ik twitter.
- Wat mij meesleept.
- Too much detail.
De eerste fase is waar men mee begint. Mijn eerste tweets (van nummer vier naar één):
- Netwerk ligt eruit. Best lastig als je internet een keer nodig hebt.
- gaat naar de bibliotheek (zo’n stadsbibliotheek, niet de ub natuurlijk)
- scriptie corrigeren, 2de versie maken (het einde nadert)
- scriptieonderzoek
In het begin schrijf ik dus inderdaad wat ik doe. Ik zeg niet dat ik uitsluitend activiteiten twitterde, maar ze hebben wel de overhand. Waarschijnlijk deed ik dit omdat ik dacht dat dit de bedoeling was. Merk op dat ik het niet zo boeiend vond: mijn eerste vier ‘tweets’ bestrijken een periode van bijna vier maanden. Op een gegeven moment ga je dan, for the sake of variation, maar wat gedachten erbij twitteren (fase 2):
- Tas inpakken voor trips – en moet de puzzel “boek teruggeven aan iemand die ik vandaag niet tegenkom” nog oplossen…
- Ben blij dat Ajax ownt
, wat duren 90 minuten soms lang hè…Oh, en Viviënne is dus echt wel de mol …
Het twitteren wordt nu al interessanter, wellicht ook voor anderen, maar het probleem is dat twitteren helemaal geen egoïstische actie is. Het gaat juist (ook) om het communiceren met anderen. Dus ga je @ntwoorden op andere mensen en zo ontstaan gesprekken. En dan kom je vanzelf in fase 3 terecht: je gaat je bewuster worden van hoe en wat je twittert:
- @Sebsel Tuurlijk
Je hebt trouwens de draad prima opgepakt… Je twittert vaker dan ik
. Mijn blog lijdt er niet onder. Andere vorm hè..
Dit metatwitteren is in combinatie met de gesprekken die je voert extreem verslavend. Zeker als je een goede mix van mensen hebt (anders ben je hier allang afgemaakt). Was Myspace nog vooral een plek voor bands om hun muziek te verspreiden, Twitter heeft geen muziekspeler en gaat dus puur om de communicatie. Dus ga je volop reageren op wat andere twitteren. En zo gaat het twitteren niet meer over je leven, maar over twitter. En ja, dan is het hek van de dam. Dan kun je eigenlijk alles twitteren (fase 4) en word je meegesleept – vaak is het niet eens meer duidelijk waar je over twittert:
- iets met bouwvakkers
(dit was overigens op de diësviering van de RU).
Je zou denken dat dit dan wel ongeveer het einde is. Maar nee, op dit punt is de frequentie van het plaatsen van tweets zo toegenomen, dat je op een gegeven moment je gevoel voor zelfcensuur verliest. Je twittert alles. En als je een keer iets interessants meemaakt, dan wordt dat op extreem uitgebreide wijze getwitterd: soms wel 20 tweets over één concert, feest, vergadering of congres. En soms is dat best boeiend. Maar soms kan dat ook best frustrerend zijn voor je volgelingen die niet geinteresseerd zijn in het aantal mensen dat vandaag rode schoenen aan heeft in je collegezaal. Op die momenten kun je niet even die persoon ‘uitzetten.’ En dan komen ineens, out of the blue, de berichten die misschien wel too much detail geven.
- Goedemorgen! Let’s shower.
Nu ben ik zelf nog niet te ver gegaan (dit lijkt mij persoonlijk een milde vorm hiervan, zowel qua shock value als qua niveau (kwaliteit)). Want dat getwitter gaat natuurlijk helemaal de verkeerde kant op als je wat te veel hebt gedronken. En dat heb ik natuurlijk nooit. Maar er zijn mensen die dat wel hebben – en twitteren. En dat kan soms hilarisch zijn, maar soms ook gewoon too much detail. Als je wilt weten hoe dat eruit ziet, zou ik willen adviseren wat mensen met een dergelijke levensstijl uit te zoeken. Bijvoorbeeld een bekendheid.
Maar ik had het over zes fases. Eén fase die als een rode draad doorloopt en die in die zin los staat van de inhoud van je tweets, is die van je twittervorm (hoe ik twitter). De verleiding is bij mij groot om, nu ik ook Engelse followers heb, om dan maar in het Engels te twitteren. Maar het grootste deel van mijn followers is gewoon keihard Nederlands. En ik denk zelf in het Nederlands. Maar ik wil niet de rest van de wereld uitsluiten van mijn tweets. Die zijn namelijk heel boeiend – soms. Het is niet praktisch om twee accounts te maken (een Nederlandstalige en een Engelstalige). Het beste zou zijn als je met een klik kon aangeven of je tweet in het Nederlands of Engels was (of nog beter: dat Twitter dat automatisch zou herkennen) en dat mensen dan op Twitter kunnen aangeven of ze al je tweets kunnen zien of alleen die in de talen die ze zelf ook snappen. Maar die functie is nog niet beschikbaar. Dus twitter ik nu maar soms in het Engels en wat vaker in het Nederlands. Ook al ziet dat er heel stom uit. Vind ik zelf.
Een mooi Turin Brakes weekend
In augustus 2008 zag ik Turin Brakes voor het laatst. Dat is nog geen jaar geleden, maar het voelt alsof het veel langer geleden is. Na dat optreden speelde de band op enkele festivals en op een competitie voor bands zonder platencontract (als publiekstrekker, niet als deelnemer). Daarna sloot de band zichzelf op in de studio om te werken aan hun vijfde album. Dat album wordt gemaakt zonder druk van welke platenmaatschappij dan ook, en pas als het helemaal af is, zal de band een label zoeken om het uit te brengen. Een en ander neemt veel tijd in beslag en volgens zanger Olly Knights zal het nog wel tot januari 2010 duren voordat het album afkomt. Als de band niet door de sponsor van de avond (Atkin Guitars) zou zijn gebeld, dan had de band daar ook deze avond wellicht tot in de kleine uurtjes geschaafd aan een nummer. Maar gelukkig heeft het lot anders beslist.
Ik kon deze mogelijkheid natuurlijk niet aan mij voorbij laten gaan. Ik MOEST er naartoe. Zo gezegd, zo gedaan. Op vrijdagavond vertrok ik, om bij mijn Engelse vrienden in London te overnachten. De volgende dag vertrokken we na het kijken van Manchester United – Arsenal en het spelen van Gears of War 2 (waar ik heel slecht in ben) richting Canterbury. Na wat in een restaurant aldaar te hebben gegeten, besloten we in de rij te gaan staan (we wilden wel goede plaatsen natuurlijk). Onderweg naar de katedraal (het concert was in een gebouw bij de kathedraal), liepen we de band tegen het lijf. Inmiddels zijn we BTBFs (Bekende Turin Brakes Fans) en we werden dan ook staande gehouden. Na korte begroeting vroegen ze wat we gingen doen. In de rij staan dus. Maar er stond nog geen rij, zei de band. Dan zouden wij er wel één vormen. Olly vertelde dat zij wat gingen drinken op het terras vlakbij het restaurant waar we net hadden gegeten en dat we welkom waren om erbij te komen zitten. Maar wij besloten dat hij dat uit beleefdheid zei, niet omdat hij dat echt graag wilde. De rij die we hadden gevormd, werd al snel langer. Toen de deuren opengingen, konden we plaatsnemen in de zaal. Het had een carrévorm, bijna volledig uitgerust met houtwerk. Het zaaltje zag eruit alsof het een geweldige akoestiek zou kunnen hebben. Dat had het ook, bleek later.
Supportact Kate Walsh opent de avond. Bijna giechelend kondigt ze aan dat ze vanavond op meerdere gitaren zal spelen, omdat dat moet van gitaarbouwer Allistar Atkins (een verrassend jonge vent). Haar liedjes vallen niet op door hun nadrukkelijkheid: menig tafelgenootschap zou rustig kunnen converseren bij het opzetten van haar cd. Wat haar onderscheidend maak is haar stem. Potverdriedubbeltjes, wát een stem. Ik weet dat dit de laatste jaren heel vaak wordt geroepen, maar Kate Walshs stem is veel mooier en sterker dan je verwacht. Haar optreden was dan ook foutloos. Ze speelde haar hits (in Engeland wist ze via Myspace een gigantisch publiek te verzamelen en Take That te verslaan in de albumlijsten), Your Song, Talk of the Town en Don’t Break My Heart Again, maar speelde ook nummers van haar nieuwe album Light & Dark, dat van de zomer zal verschijnen. Op dat album werkt ze onder andere ook samen met Turin Brakes. Zanger Olly Knights zingt op twee liedjes, Gale Paridjanian speelt op één nummer gitaar. Eén van de samenwerkingsverbanden wordt ten gehore gebracht op deze avond. Greatest Love mag dan een cheesy titel hebben, het nummer is dat allesbehalve. Het is een pijnlijke ballade, bij vlagen zelfs rauw. De stemmen van de twee vocalisten klinken erg vol en goed samen. Het is intens, maar niet zwaarmoedig.
Vrijwel meteen na de set van Kate Walsh wordt het podium bezet door Turin Brakes. In plaats van de gebruikelijke ombouwpauze, zal de band meteen een halve set spelen. Pas daarna is het tijd voor een drink- en plaspauze.
Het vrij zijn van label Source / Virgin / EMI heeft voor Turin Brakes ook zo zijn nadelen: er is geen geld meer om de voltallige band mee te nemen naar dergelijke intieme optredens. Dus vanavond staat het Britse duo er, Olly en Gale, met slechts één ander bandlid: Eddie Myer, de bassist (die vanavond ook de drummachine en de piano mag bedienen). Deze kleinschalige opzet heeft zijn voors en tegens, zo wordt meteen duidelijk. Het grote voordeel is dat Gales technisch perfecte gitaarspel, een van unique selling points (naast Olly’s stem), veel prominenter naar voren komt. Nadeel is dat sommige nummers enorm profiteren van een opgeblazen sound met drums en fulltime piano. Maar door de creatieve aanpak van de band, wordt de avond geen moment saai.
Het zaaltje waarin de band speelt, is erg klein. Met 200 mensen is de tent meer dan vol. Hierdoor ontstaat een intieme sfeer, die de band niet kan negeren: voortdurend worden er grapjes gemaakt en anekdotes vertelt. Bij het eerste nummer The Door vergeet Olly de tekst van het eerste couplet. Het nummer wordt afgebroken en na enkele grapjes en een verontschuldiging (It’s been 10 years since we put out this song and it has done something to my brain), maakt de band zich op voor een tweede start van de avond. Maar Olly is er nog niet klaar voor: Seriously though, what ARE the lyrics to the first verse of ‘The Door?’ Gelukkig zitten er genoeg fans in de zaal die kunnen helpen. Het zet de toon voor een geweldige avond vol muziek, maar met genoeg melige grappen tussendoor. En dat terwijl de Engelsen niet eens een woord voor ‘melig’ hebben.
Hoogtepunten deze avond zijn Stone Thrown, Dark On Fire, New Star en Future Boy (inclusief gratis slecht bruggetje van de bassist, nadat Olly heeft uitgelegd hoe depressief het vorige liedje is: Eddie: ‘And now, on a happier note.’ Olly: ‘Well actually, it’s a sadder note’. Eddie: ‘Ehm, well… Enough about the past, how about the FUTURE… Do you have anything to say about that, Olly… The FUTURE?’).
Maar niet alleen het oude materiaal wordt gespeeld vanavond. Zo’n intieme setting als Canterbury nodigt uit tot het testen van nieuw materiaal. Drie nieuwe nummers speelt de band: Never Stops (een uptempo nummer met twee verschillende refreinen), Sea Change (een midtempo nummer over het einde van de wereld – zie de video hieronder) en Paper Heart (een pijnlijke ballade met een verrassend doortrapte tekst).
Nieuw liedje: Sea Change
Ik zou liegen als ik zou zeggen dat de avond helemaal foutloos was. Eén of twee keer greep Olly een keer naast de juiste fret, maar dat mocht de pret niet drukken. Dat is natuurlijk ook een nadeel van deze opzet: je hoort alles, ook al is het foutje nog zo klein. Het geluid was perfect, de mix was gebalanceerd en de band in goede stemming. Zelfs de normaal wat verlegen Gale maakt grappen aan de lopende band. En zijn gitaarspel is indrukwekkend. Tijdens Ghost maakt de band ruimte voor wat improvisatie: de twee minuten durende intro bestaat uit een constant, steeds dramatischer herhalen van de zin Saturday Night in Canterbury. De veel te coole manier waarop de band dit probeert, wekt menig toeschouwer op de lachspieren. Tijdens de jam aan het einde van Ghost ontdekte Olly een vreemd effectpedaaltje voor zich dat hij beter niet had kunnen indrukken. Olly leek zelf echter nogal op te gaan in het vreemde, mellow effect dat plotseling klonk. Hij genoot er zo van, dat we ook tijdens Come & Go van dit vage pedaaltje mochten genieten. Maar laten we hem niets kwalijk nemen – zolang het nieuwe album maar niet volstaat met dit effect.
De sfeer was al met al erg positief. De band moet door de intieme aanpak met de billen bloot. De kaarten worden open op tafel gelegd. De band heeft door vele goede optredens in de afgelopen twee jaar het nodige zelfvertrouwen gewonnen. Ze weten wat een optreden een goed optreden maakt en zijn niet langer bang om aan die eisen te voldoen. Aan het eind van de avond, kreeg de band dan ook een verdiende staande ovatie. Volgens mij voor het eerst in de geschiedenis kondigt de band een signeersessie aan en jawel, na afloop van de encore staat de band al vrij snel bij de merchandisestand. Ook Kate Walsh staat klaar om complimenten in ontvangst te nemen en albums te verkopen (ze was heel aardig en gaf me zelfs een gratis button toen ik lid werd van de mailinglist (spread the word!)).
SETLIST:
The Door
Stone Thrown
Real Life
Dark On Fire
Never Stops
Fishing For A Dream
Painkiller (Summer Rain)
GhostPAUZE
Underdog (Save Me)
Sea Change
Future Boy
Forever
Come & Go
Paper Heart
Mind Over Money
Long DistanceENCORE:
Emergency 72
State Of Things
Nu maken we wel van de mogelijkheid gebruikt om met de band te praten. Ik vraag onder andere waarom het album pas in januari komt (er is nog geen platendeal en er komt vermoedelijk nog een compilatiealbum aan voor die tijd). Ook voeren we een goed gesprek met de vrouw van Olly, die vanavond linnen Turin Brakes tasjes en gesigneerde Dark on Fire posters verkoopt. Zij blijkt mijn visie over de toekomst van de band te delen: zij vindt dat de band wel wat commerciëler mag gaan denken (zonder daarbij meteen muzikale concessies te doen): waarom heeft de band geen webwinkel? Waarom wordt de site zo weinig geupdate? Terwijl we met nog twee fans de situatie analyseren, is de band spullen aan het inpakken (ook de roadies zijn vanavond thuisgelaten). Als Olly er zelf bij komt staan zegt zijn vrouw meteen dat wij heel veel goede ideeën hebben en dat ie naar ons zou moeten luisteren.
Dan komen ook Gale en Eddie en sponsor Allistar Atkin erbij staan (inmiddels is iedereen naar huis die niet mee heeft geholpen met de organisatie). Olly introduceert mij als ‘the guy with the best Turin Brakes site’ en ik kan het niet laten eens te vissen naar een nieuwe gitaar. Atkin Guitars zijn nogal boven mijn budget (1600 Britse ponden voor de goedkoopste gitaar, maar die wordt dan wel voor jou persoonlijk gemaakt), maar misschien geeft ‘ie wel monsterkorting omdat ik zo geweldig ben. Ik zeg dan ook dat ik op zoek ben naar een gitaar en dat ik de Atkin Gitaren erg mooi vindt klinken. Hij is verrast dat ik zelf ook gitaar speel en zegt dat ik een keer langs moet komen, om in zijn werkplaats gitaren te proberen. Ik vertel hem dat ik niet in Engeland woon, maar in Nederland. Hij vraag waar precies. Als ik antwoord dat ik tegen de Duitse grens aan woon, wordt hij enthousiast: hij opent namelijk binnenkort een extra werkplaats in Köln en daar gaat hij dan ook heel veel zijn de komende tijd. Köln is goed te doen vanuit Nijmegen en hij geeft me dan ook de opdracht hem snel te mailen. Tijd om rijk te worden dus… Iemand goede ideeën?
Rond middernacht moet het gebouw dicht. De groep overgebleven mensen (organisatie, Kate Walsh, Turin Brakes met aanhang) gaat het feest in een pub voortzetten, maar het lijkt ons het beste de avond hier te eindigen. Het is immers ook niet ons doel om beste vrienden van de band te worden. Bovendien moeten we nog terug naar London rijden.
Zondagochtend is een relaxte ochtend die ik aan een de-luxe ontbijt en de mooie herinneringen spendeer, totdat ik naar het vliegveld moet: het gewone leven wacht niet. Op London Gatwick Airport wordt de combinatie van een strip paracetamolpillen, een zilverkleurig A5-notebook van de Hema, de oplader van mijn telefoon en mijn kleren gezien als verdacht object in de scanner van de beveiliging, waardoor mijn hele tas ondersteboven wordt gekeerd en gecheckt.
Het is nogal lastig om antwoord te geven op de vraag ‘heb je nog elektrische apparaten in je tas zitten’ als die er niet inzitten. Het gaat allemaal op vriendelijke wijze, maar ik kan niet zeggen dat ik er blij van word. Uiteindelijk besluit ik zelf mijn tas maar weer in te pakken, anders duurt het allemaal nog langer. Heb ik net mijn tas weer ingepakt, moet ik óók nog mijn schoenen uittrekken. Dat heb ik eerder gehad, maar dit keer dacht ik dat ik al van de beveiliging af was. Maar ook mijn schoenen bleken veilig.
De rest van de vlucht verloopt voorspoedig en ik moet zeggen dat Easyjet veel mooiere vliegtuigen heeft dan ik had verwacht. Maar ja, ten opzichte van de toestellen van Ryanair zijn heel veel vliegtuigen mooi.
Tegen een uur of 9 zit ik op mijn kamer terug te denken aan het leuke weekend. Een mooi concert en een tijdelijke verandering van omgeving. Ik heb genoten. Maar ik realiseer me ook dat ik helemaal geen zin heb in een gewone werkweek. Uiteindelijk viel deze maandag best mee, maar om na een mooi, rustig weekend de motivatie te vinden om er weer keihard tegen aan te gaan, dat is verrekte moeilijk. En dat ligt niet een zozeer aan mijn dagelijks leven, maar meer aan het weekend waarvan ik zo heb genoten…
Te Hollands
Te Hollands
Gerard Dielessen, directeur van de NOS, heeft een duidelijk advies voor de TROS die het Eurovisiesongfestival vanaf volgend jaar uitzendt: Kijk meer naar wat het Europese publiek wil. Dielessen noemde De Toppers donderdag na de uitschakeling een “te Hollandse act” om de finale van het evenement mee te halen.
“Vooraf had ik al zorgen om dit liedje. Het was een puur Hollands feestje, waarbij te weinig is gedacht aan wat het Europese publiek leuk vindt.”
Nu.nl
In dat geval ben ik een echte Europeaan, een rasechte!
Richard Swift staat er, nu zijn publiek nog
In 2006 zag ik Richard Swift in Rotown, op een avond die ook Bill Wells en Jens Lekman (mijn eigenlijke reden om die avond naar Rotterdam te gaan) bracht. Van tevoren had ik niet zo’n hoge dunk van zijn materiaal, maar hij wist me die avond te overtuigen. Drie jaar later moet ik met enige droevenis constateren dat de word of mouth zijn werk niet heeft gedaan. Nu was het ook niet afgeladen vol in Rotown die avond, maar de De Helling te Utrecht, toch al niet zo’n grote zaal, was bijna uitgestorven. Laat ik het zo zeggen: toen voorprogramma Joosk aftrapte, waren er net zoveel mensen als op mijn afstudeerfeest. Dat is dus wel druk voor een afstudeerfeest (echt!
), maar niet voor een concert van een meneer met meerdere albums en samenwerkingsverbanden met Wilco en Mark Ronson (Valerieeeeee)op zijn naam. En dan te bedenken dat ik bijna niet was gegaan, in verband met drukte op stage… Toen die drukte bleek mee te vallen, belde ik partner in crime, Inge (van dat afstudeerfeest), en samen namen we vanaf Utrecht Centraal de bus naar De Helling.
Enfin, Joosk speelde geen legendarische set voor de 50 aanwezigen (waaronder Swift die in een hoekje van de zaal stond te kijken, wat me deed denken aan een ander uitgestorven optreden), maar wel een leuke. Zijn stem deed op momenten denken aan die van de hoofdact van de avond. Ik kan niet anders dan respect hebben voor onbekende singer/songwriters: ze gaan er toch maar staan met hun hart op hun tong. Joosk ging naar Los Angeles om zijn album op te nemen, maar keerde terug met een verkoudheid en een nieuwe Gibson. Met zijn muziek zit het wel snor, hopelijk slaagt een vervolgpoging om het album af te maken wél.
Een half uur later was het tijd voor de meester zelf (en het was er niet veel drukker op geworden, helaas). Richard had drie bandleden meegenomen, die multi-inzetbaar bleken: ze konden alledrie de koorzang verzorgen en de twee gitaristen / bassisten speelden naast hun eigen instrument ook synthesizer en piano. Richard zelf wisselde per lied van piano naar elektrische gitaar en weer terug. Richard concentreerde zich op zijn recentere werk: een verzoek om Losing Sleep werd vriendelijk weggelachen met een It’s been a long time, my friend, I don’t think I can remember the lyrics. Dat dat niet voor al zijn oude werk geldt, bleek toen hij vervol
gens het mooie Sadsong St. speelde. Maar verder was het vooral The Atlantic Ocean wat de klok sloeg.
Swift en band bleken net zo getalenteerd als jaren geleden (ondanks de veranderde line-up: de Magic Numbers-achtige gitarist was vervangen door eentje die ook een beetje kon dansen). Het geluid was goed: een volle piano, aangevuld met pompende bassgitaar, lekkere drumfills en swingende elektrische gitaar. De instrumentatie, op de CD bij nadere beluistering al een genot, bleef dus goed overeind. Over Swifts vocalen (en die van de rest van de band) viel ook niet te klagen: Swift heeft er een handje om ineens met extreem hoge kopstem te zingen en het is altijd maar de vraag hoe dat live overeind blijft. Maar liedjes als Lady Luck, A Song for Milton Feher, The Atlantic Ocean en Most of What I Know waren net zo swingend en feiloos als op plaat. De enige kanttekening die mag worden geplaatst, is mijns inziens de af en toe wel erg lang opgerekte outro’s. Het is natuurlijk enorm leuk om met een looppedaal een muur van geluid op te bouwen, maar na twee minuten geef ik de voorkeur aan een extra nummer (bijvoorbeeld het deze avond niet gespeelde Kisses for the Misses of The Million Dollar Baby.
Al met al was het muzikaal gezien een sterke tot zeer sterke avond. Swift en zijn band stonden overtuigend en eensgezind muziek te maken. Hoogtepunten waren afsluiter Lady Luck, A Song for Milton Feher en opener The Songs of National Freedom. Jammer dat het publiek nog op zich laat wachten. Hopelijk doet de word of mouth nu wel zijn werk en komt de fascinerende artiest volgende keer niet voor een handjevol mensen naar Nederland. Want Richard Swift is blijkbaar zo hip dat Nederland het niet door heeft. Jammer eigenlijk. Maar als ‘ie over 5 jaar in de HMH staat, dan heb ik het voorspeld.
Vraag ‘t Stefan (4)
| Je naam | Pim |
| Vraag | Stefan, wil je een weddenschap afsluiten dat je Oorlog en Vrede voor het begin van de zomervakantie uit hebt? Voor een biertje? |
Ik vind het dubieus dat ik alleen maar vragen over ‘Oorlog en Vrede’ krijg, maar gezien de recente poll en deze vraag (die overigens al een tijdje geleden werd ingestuurd) heb ik vernieuwd enthousiasme: ik zal het uitlezen ook!
En ik ga er in een wekelijkse rubriek verslag gaan doen. Jawel. Dat er niks van terecht gaat komen, maakt niet uit. Maar het zal me lukken. Voor de zomervakantie ja.