I Am Kloot speelt stabiel optreden

Tsja, vroeger… Vroeger keek ik weken uit naar een optreden van I Am Kloot. De kaartjes maanden van tevoren in huis, de teksten uit mijn hoofd geleerd, de solo kon ik meeneuriën. Inmiddels nader ik mijn 24ste levensjaar en moet ik constateren dat mijn Klootgekte een beetje voorbij is. Sterker nog, pas afgelopen zondag besloot ik dat ik “toch maar gewoon moest gaan.” Omdat ik meer leuke dingen moet doen in mijn leven. En omdat de liedjes nog steeds heel leuk zijn.

Ik werd niet teleurgesteld. I Am Kloot zette een stabiel, goed optreden neer. Ze hadden de vrij weinig toevoegende gebroeders McLeod thuisgelaten en we werden dus getrakteerd op een klassiek ‘trio’ optreden. Dat was het eerste pluspuntje. De set bestond uit klassiekers (veel nummers van de eerste twee albums) en een drietal nieuwe nummers. Eén keer vergat John zijn tekst (een halve regel van Stop werd overgeslagen), maar verder was het praktisch een perfecte set. De heren van Kloot zijn vakmannen. Ze zijn volledig op elkaar ingespeeld en werken professioneel de set af. Een en ander wordt afgewisseld met lichte ‘banter’ van John Bramwell. Dit optreden in Doornroosje had maar weinig lulverhalen van John Bramwell, naar eigen zeggen om dat zijn stem nogal f*cked was. Daar was in het optreden nauwelijks iets van te merken, hooguit was de kenmerkende kraak in zijn stem iets aanweziger.

Geen klassieker werd dus overgeslagen: Proof, To You, 86 TVs, Storm Warning, From Your Favourite Sky, Sold As Seen, Sunlight Hits the Snow, A Strange Arrangement of Colour, Twist, Stop en Because passeerden allemaal de revue – niet meer dan terecht. Ook This House Is Haunted mocht er wezen. Halverwege het optreden werd er een rookpauze ingelast, waardoor John enkele solonummers kon spelen. Zo passeerden onder andere No Fear Of Falling en At The Sea. De nieuwe nummers (ik gok met de titel To The Brink, Fingerprints (dat ik John al eerder in zijn eentje heb horen spelen bij een concert in de Melkweg) en Northern Skies) klonken erg prima.

En toch miste ik iets… Misschien was het mijn jeugdige enthousiasme dat ontbrak, maar ik had toch ook het idee alsof de band wat ouder begint te worden. Vroeger werd er nog wel eenes flink losgegaan, maar nu werd keurig alles afgewerkt. Ja, er zaten hardere stukken in, maar allemaal ingepland en keurig binnen de perken. Er is vrij weinig ruimte voor improvisatie… Er gaat niets fout of anders, er gebeurt niets onverwachts. Nee, de heren van Kloot speelden een goede, stabiele set. Dat is prima, maar als onwetende bezoeker sta je daarmee wel gewoon te kijken naar drie mannen op een podium die doen wat ze al tien jaar zo doen. En dat doen ze heel goed, daar mag je dan ook eigenlijk niet over klagen, maar spannend wordt het er niet door.

De volgende keer ga ik er uiteraard weer bij zijn, dat wel. Maar ik hoop dat ze tegen die tijd het vuur en passie (bah, vies woord) hebben terug gevonden. En het niet erg vinden om in plaats van een goed optreden een leuk optreden te geven. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? De nummers zijn doorspekt van zwartgallige, droge teksten en zelfs deze avond spuugde John ze soms vol emotie eruit. Maar verder was het bijna, bijna te netjes…

Of misschien word ik gewoon toch cynisch en eis ik te veel van deze vakmannen?

Gezien: I Am Kloot, Doornroosje, 30 maart 2010

Stefan leest: De Millennium Trilogie (3)

Voortgang: boek 2 (De Vrouw Die Met Vuur Speelde), blz. 123. 
Aantal doden:
niet meer bij mijn vorige bericht (hierna aangeduid met x).
Aantal manonvriendelijke passages: 1 (één)
Aantal vrouwonvriendelijke passages: niet overdreven veel
Huidige gemoedstoestand: We beginnen er weer in te komen.
Huidige waardering:
De opzet ligt er, er wordt nog lekker gestrooid met cliffhangers en er zijn mysterieuze badguys.
Zweeds gerecht van de week: Äppeltårta

De afgelopen weken heeft het lezen even stil gelegen. Ik had het erg druk met andere dingen (ook leesbare dingen). Tot nu toe kom ik met name toe aan het lezen in de weekenden. Sterker nog, ik lees deze boeken vrijwel uitsluitend in het weekend.

In mijn vorige rapportage gaf ik aan redelijk sceptisch te zijn. Nu ik op bladzijde 123 ben, durf ik met enige zekerheid te stellen dat het boek niet te veel hetzelfde terrein opnieuw gaat verkennen. De criminaliteit die in het tweede boek centraal gaat staan, is wellicht net zo vrouwonvriendelijk (want: vrouwenhandel), maar toch aanzienlijk anders dan de rituele moorden die in het eerste boek centraal stonden.

Helaas heb ik het vermoeden dat ik slachtoffer van spoilers ben geworden. Nietsvermoedend sloeg ik namelijk de filmpagina in de krant open en de eerste regel luidde aldaar “Waar waren we gebleven? Ohja: [SPOILER ALERT].” Ik kan dat soort kennis dan niet meer vergeten en ik vind het wel een beetje jammer dat ik in ieder geval een vaag vermoeden heb, welke kant het verhaal op gaat. Dat neemt natuurlijk niet weg dat de climax van dit tweede boek nog ver weg is en dat er nog aardig wat leesplezier te gaan is. Larsson strooit in dit tweede deel achteloos met cliffhangers, halve onthullingen en teasers. Het zal nog wel even duren voordat alle vragen beantwoord zijn en ik heb nu ook weer niet de neiging het boek in één weekend uit te lezen, maar boeiend is het in ieder geval.

Tom McRae haalt even vier jaar zonder band in

Ik heb Tom McRae enkele keren gezien de afgelopen jaren. Altijd kwam hij in dezelfde bezetting: Tom met twee vrienden (Oli en Olli, op piano en cello). En altijd beloofde hij “later” terug te komen met complete band. Om eerlijk te zijn miste ik de “complete” band nauwelijks. Deze intieme concerten waren namelijk onbeschrijflijk mooi. Maar uiteindelijk heeft hij woord gehouden. Het is 2010 en Tom McRae was er met band. Op 19 maart in de kleine zaal van de Effenaar. In de grote zaal trad Jan Smit op.  Een groter contrast op zo’n kleine afstand kon haast niet.

Het voorprogramma bestond uit Brian Wright. Deze Amerikaanse singer/songwriter imponeerde met zijn mooie verhalen, al had ik toch enigszins moeite om na 35 minuten nog even geconcentreerd te luisteren naar zijn mooie teksten. Hoogtepunten waren opener Former Queen of Spain (it ain’t love, but it’s close enough) en 60 mph (truth be told when a junkie dies nobody gives a damn). Beide nummers staan op zijn Myspace.

Brian mocht tijdens het hoofdprogramma nog wat extra geld verdienen, Tom huurde hem namelijk in als tweede gitarist. En waar Brian tijdens zijn eigen set bescheiden beschaafde gitaarpartijen speelden, zagen we hem bij Tom helemaal los gaan. Tom dacht duidelijk het meeste uit zijn band te moeten halen – nu het weer kon.

Er viel ook wat te vieren: Tom was jarig. Zodoende bouwde het zestal (er speelden ook nog een drummer en een bassist mee) een muur van geluid op die voor mij even slikken was. Na een solo opening met Alphabet of Hurricanes (hopelijk terug te vinden op het volgende McRae album) passeerden nummers als Karaoke Soul (dat ik nog nooit eerder live had gehoord) en A&B Song, afgewisseld met nummers van het nieuwe album, harder dan ik ze ooit gehoord had (live).

Het publiek in de uitverkochte Effenaar slikte het als zoete koek. Ondanks het feitdat het volume dus harder stond en dat dit bij tijd en wijle resulteerde in nogal opgerekte (gitaar-) solo’s – waren er wel degelijk intieme, breekbare momenten. Still Love You werd gecombineerd met Tombrella, een vrije interpretatie van Rihanna’s hit, en indrukwekkende cellopartijen werden afgewisseld met publiekskoortjes en de kenmerkende donkere humor van Tom.

Na de encore, waarvoor Tom achter de piano plaats nam en in zijn eentje het mooie Out Of The Walls speelde, werd er gezongen voor Tom, eerst Happy Birthday en daarna Lang zal hij leven! De band kwam nogmaals op, nu met Tombrero’s op – sombrero’s zo groot that you can always sit in the shade and be miserable. Tom leek tot tranen toe geroerd, of bijna intens gelukkig tijdens afsluiter Boy With The Bubblegun. En dat gunden we hem van harte.

Stefan kijkt: 9

Een alternatieve animatiewereld die een beetje doordacht is en eigenzinnig uitziet. Dat kan heel wat worden (denk aan Coraline). Helaas was 9 niet ‘heel wat.’ Het was ‘wat.’

In een post-apocalyptische wereld die lijkt op de onze (van zo’n vijftig jaar geleden), ontwaakt 9, een poppetje. Zonder wetenschap van wat hij doet, waar hij vandaan komt of wat zijn bestaansrecht is, loopt hij door de verwoeste wereld. Hij komt 8 andere vergelijkbare poppetjes tegen, verder is er geen levend wezen te ontdekken op de planeet. Wel een metalen machine die de wezens aanvalt. De rest van de wereld is vernietigd na een vreselijke oorlog tussen mens en machine. 9 overtuigt zijn collega’s ervan dat ze het beest moeten verslaan, maar zet een proces in beweging dat in eerste instantie de kleine poppen meer kwaad dan goed doet.

De sombere wereld ziet er verbluffend mooi uit, de poppetjes zijn levensecht. Voeg daar een aardig verhaal en een sterrencast (de hoofdrol van ’9′ wordt ingesproken door Elijah “Frodo” Wood) en je hebt een klassieker. Toch? Waar Wall-E wist te slagen, laat 9 het afweten. Op de een of andere manier lukt het niet om de kijker mee te slepen. Het verhaal is te eng voor kleine kinderen, maar ook weer niet onderhoudend genoeg voor hun ouders. De film voelt bij vlagen leeg aan. Dat is eigenlijk raar, want het lijkt erop alsof de makers er wel degelijk veel tijd in hebben gestopt. Uiteindelijk wordt best veel mythologie en achtergrondinformatie gegeven. Die informatie heeft echter iets vrijblijvends en sommige belangrijke plotpunten (Waarom is er bijvoorbeeld in eerste instantie maar één monster? Waarom kan de perfecte machine zichzelf niet klonen?) worden volledig open gelaten, om door de kijker ingevuld te worden.

Nu ben ik de beroerdste niet om zelf betekenis toe te kennen aan subtiele hints en zo kan ik tevreden zijn over bijvoorbeeld het einde, maar op andere momenten ligt de betekenis er weer veel te dik bovenop. Moeten we nu wel of niet zelf denken, vraag ik me als kijker af. Zo hinkt de film bij tijd en wijle op twee gedachten. Het zwakste punt blijft echter dat, hoe schattig en kwetsbaar de poppetjes er ook uit mogen zien: je bouwt geen band met ze op. In tegenstelling tot Wall-E, waar de relatie met EVE volkomen geloofwaardig en bijna menselijk is. In 9 worden dergelijke karakterontwikkelingen nauwelijks uitgewerkt. De ontwikkelingen die er in zitten zijn te gehaast: het eerste contact dat 9 legt wordt na twee minuten al ontvoerd. Ik at er geen koekje minder om, hoor. Als tegenwerping zou je kunnen inbrengen dat de film hiermee een aantal cliché’s vermijdt, maar nu heeft dat leegte tot gevolg. Dat kan ook niet de bedoeling zijn.

Al met al is 9 geen slechte film. Hij is niet te lang, niet te kort en verbluffend mooi gemaakt. Maar alleen visueel genot maakt nog geen topfilm.

drieënhalf uit vijf

Fionn Regan – The Shadow of an Empire

Het is altijd even slikken als een erg gewaardeerd bandje of muzikant besluit om eens “iets heel anders” te gaan doen. Fionn Regan greep de elektrische gitaar en verklaarde dat hij dit “eigenlijk altijd al deed” en dat zijn doorbraak toevallig net in zijn akoestische fase was. Dat zal allemaal wel, maar van dat elektrische materiaal van vroeger is bitter weinig terug te vinden, dus is het nog steeds wennen geblazen. Opener Protection Racket rammelt aan alle kanten. Dit heeft niets te maken met serene Be Good Or Be Gone.

Het is echter ook weer niet zo dat Fionn ver te zoeken is. De briljante teksten zijn nog steeds aanwezig en we horen heus nog wel leuke akoestische gitaarliedjes, zo hier en daar. Maar als geheel is het album iets sneller, rommeliger en soms zelfs vrolijker: het is een album met karakter geworden. Een karakter dat misschien beter past bij de toon en stijl van zijn teksten dan de muzikale productie van The End of History (hoewel die op het eerste gehoor mooier is). Niet alle nummers maken echter indruk op mij. Coat Hook vind ik bijvoorbeeld maar magertjes en ook het kwartje van de titeltrack moet bij mij nog vallen. Genocide Matinee, House Detective en Catacombs zijn daarentegen weer erg leuk. Met Lines Written in Winter komen we terug op bekend akoestisch terrein en Little Nancy en Lord Help My Poor Soul combineren de oude en nieuwe Fionn Regan optimaal.

Eerlijk is eerlijk: als geheel is het album The Shadow of an Empire een beetje onevenwichtig, een beetje stuurloos geworden. Het is zeker geen enorme tegenvaller, maar het is ook geen meesterwerk geworden. Jammer eigenlijk.

drieënhalf uit vijf

Op Slot

Dit artikel verscheen eerder in CHIP nummer 3 (2010). Die uitgave is op CHIP.nl na te bestellen.

Mijn mp3-speler en ik zijn bijzonder goede vrienden. Hij stamt uit de tijd dat de iPods nog een zwart-wit scherm en een mechanisch clickwheel hadden. Mijn iRiver h320 heeft een kleurenscherm, was toenertijd goedkoper en kan ook als usb-stick worden gebruikt. Na twee jaar werd hij echter ziek: zijn batterij deed het niet meer. Op internet zocht ik naar een nieuwe batterij en na een (met name voor mij) zware operatie functioneerde het apparaatje zelfs beter dan ooit tevoren. Dat kostte me mijn garantie, maar die was toen toch al zo goed als verlopen. Op internet ontdekte ik dat het mogelijk was om opensource software op de speler te installeren. Nu werd ik weliswaar uitgelachen om mijn inmiddels oversized mp3-speler, maar Rockbox blies mijn iRiver nieuw leven in. Uiteindelijk was ik degene die het laatst lachte.

De sterke en zwakke kant van Apple is het feit dat de iPhones, iPods en iPads pot- en potdicht zitten. Apple bepaalt wat je koopt, hoe je het koopt en waar je het koopt. Het aanbod in de App Store wordt bepaald door Apple. Is er een App die de computermakers niet bevalt? Apple zorgt ervoor dat het programma het daglicht niet zal zien. Zodoende bepaalt Apple wat jij als gebruiker met je gadget kunt doen. In theorie is dat niet erg, mits die gebruiksvoorwaarden, zoals we ze maar zullen noemen, een beetje ruim zijn. Want wat als Apple straks bepaalt dat jij alleen nog één bepaalde krant online mag lezen en alle andere kranten blokkeert? Dan voelt de afgeschermde, zekere omgeving die Apple voor zijn gebruikers heeft gecreëerd ineens als een gevangenis. Of het nu de iPad, de iSlate of de iTeleurstelling is die op de markt wordt gebracht, je kunt er vanuit gaan dat Apple bepaalt wat er met je apparaat gebeurt. Het heeft zeker zijn voordelen dat je een kant en klaar pakket aan mogelijkheden koopt, maar als bepaalde functies van je iPod alleen werken wanneer je je creditcardgegevens aan Apple geeft, dan is dat toch een zure appel waar je doorheen moet bijten.

Natuurlijk staat Apple niet alleen in deze houding. Het aantal fabrikanten dat staat te juichen als hobbyisten gratis alternatieve software aanbieden die de hardware gebruikt voor dingen waarvoor die niet bedoeld is, (inclusief de fabrikant van mijn mp3-speler) is op één hand te tellen. Maar het biedt wel fijne mogelijkheden. Zo kon ik op mijn mp3-speler een externe microfoon aansluiten en opnames van (relatief) hoge kwaliteit maken en kon ik Gameboy-spellen spelen. Dergelijke nieuwe functies zorgen ervoor dat mijn iRiver nog steeds mee gaat op lange reizen, hoewel hij al meerdere keren aanleiding was voor de vliegveldbeveiliging om mijn tas te ontruimen.

Of het nu software of hardware betreft: techniek moet zich aanpassen aan de gebruiker, niet andersom. Zolang fabrikanten en ontwikkelaars doorgaan met het afsluiten en beperken, moet de consument zich aanpassen aan de software. Dan kunnen we wel van technologiehype naar technologiehype vliegen, maar zolang er nodeloos strikte regels worden gesteld aan hoe we onze apparaten kunnen gebruiken, gaat geen van die nieuwe apparaten ons leven daadwerkelijk veranderen. In den beginne was alles mogelijk op internet, en dat is de reden dat het zo’n grote impact heeft op ons leven. Natuurlijk moeten er restricties worden gesteld aan wat wel en niet mag gebeuren met technologie, maar dat is wat anders dan de technologie helemaal op slot zetten. Opensource communities zijn heel goed in staat die afweging te maken. Bedrijven die de deur open zetten voor opensource, bieden op langere termijn beter materiaal aan de klant. Android is daar een van de meest sprekende voorbeelden van. In plaats van een afgeschermde gadget krijg je een doorontwikkeld, open apparaat dat aanpasbaar is aan jouw wensen en zodoende een eigen karakter krijgt. Hierdoor krijgt je apparaat wellicht een veel langere levensduur dan de fabrikant zou willen maar blijf jij er langer goede vrienden ermee.

Die is de mol!

We zijn bij de finale aangekomen van Wie is de mol, al verwacht ik aanstaande donderdag om half 10 nog niet te weten wie de mol is. Omdat deze onthulling meestal in de terugblikaflevering plaatsvindt en omdat ik donderdagavond waarschijnlijk niet eens live kan kijken. Dat is overigens bijna iedere donderdagavond zo en dat is misschien ook de reden dat ik niet zo ‘in’ deze serie zit. Dit weekend heb ik gepoogd om bij te kijken en het is me gelukt. Ik ben klaar voor de aflevering van aanstaande donderdag. Mijn mol zit er zowaar nog in (Sanne). Maar zowaar heb ik vermoedens en hoop om uit te spreken.

Dit jaar klikte het niet zo met de Molgroep, zelfs niet met de overgebleven kandidaten. Ik ben bijvoorbeeld geen groot fan van Frits Sissing en ik zou het een enorme egotrip van de AVRO vinden als ze Frits (toch een van hun huidige boegbeelden) als Mol in het programma stoppen. Dat doet vermoeden dat het spel ook een televisiepolitieke agenda heeft, en daar houd ik niet zo van. Er zit al genoeg intrige in het spel.

Die intrige kwam deze editie overigens ook niet zo goed tot uiting. Het is allemaal ‘wel aardig’ om naar te kijken, maar neem nu de laatste paar afleveringen, waarin psychologisch spel de overhand zou moeten krijgen. Wat moeten de kandidaten doen? Elkaar achtervolgen als giebelende kinderen, langs een touw, kriskras door elkaar rennen en vervolgens een puzzel oplossen en vrijstellingen en jokers uitdelen. Ik vind dat er wat gortig werd gestrooid met vrijstellingen en dat dat het spel niet ten goede kwam. De hele serie werd nogal hectisch in beeld gebracht, alsof het allemaal super spannend was. Maar zo kwam het niet op mij over. In plaats van midden in de actie te zitten, stond ik er duidelijk ver vanaf. De rustige momenten werden daardoor bijna saai, terwijl het normaal erg leuk is om mee te redeneren met de kandidaten.

Sanne, mijn mol, is de speelster waarin al die eigenschappen van de reeks tot uiting komen. Ze is wild, onvoorspelbaar en geniepig bezig, maar tegelijkertijd doet ze dit alles op zo’n overduidelijke manier, dat het te gemaakt is allemaal. Natuurlijk is hele serie Wie is de Mol gemaakt, maar dergelijke televisieprogramma’s moeten mij, als kijker, de indruk geven dat het allemaal vanzelf gaat. Het is niet meer dan logisch dat de kandidaten opdrachten moeten doen en dat er aan het eind van de aflevering iemand naar huis moet. Als kijker zit ik nu aan het begin van de aflevering te bedenken wat voor excuus er dit keer bedacht gaat worden om niet iemand naar huis te hoeven sturen. Er vindt waardevermindering plaats van ooit secundaire spelelementen, zoals jokers en vrijstellingen. Jokers, a la, maar vrijstellingen: daar moet je niet te gortig mee zijn. Ik vind dat je maximaal twee vrijstellingen moet weggeven (waarvan één voor de finale). Als je kandidaten iedere aflevering de kans geeft om zo’n vrijstelling te winnen, of ze dat nu lukt of niet, dan maak je het voor mij een minder bijzondere prijs. Het dilemma tussen eigenbelang en groep is interessant, maar ook glansverliezend. Als drie kandidaten al voor zichzelf hebben gekozen, dan gaat uiteindelijk iedereen dat doen. Voor mij voegt dat element op termijn dan ook niets meer toe. In die zin hoeft De Mol zich niet meer te onderscheiden van andere kandidaten. Wat mij betreft laat je het initiatief van molacties aan de kandidaten. Mensen zijn heus geniepig genoeg dat je ze de handvatten daarvoor niet hoeft aan te reiken. Iedereen kan een Mol zijn op deze manier. Het is juist de kunst om het als Mol de hele rit vol te houden zonder ontdekt te worden. Als iedereen van de spelleiding mogelijkheden krijgt om de Mol te spelen, dan maak je iedereen tot Mol. Dan maakt het bijna niet meer uit wie de echte is.

Ik hoop dan ook stiekem dat Kim de mol is. Kim kwam de hele reeks op mij over als onwaarschijnlijke verdachte. Pruillipje hier, glimlachje daar, aanwezig maar niet te dominant: ze doet me denken aan Dennis (de mol die ik ooit goed voorspelde). Ze gaat redelijk subtiel door het spel heen tot nu toe, zo subtiel dat ik haar tot twee afleveringen geleden helemaal niet verdacht. Ze is natuurlijk net zo hard bezig met dealtjes en mogelijkheden, maar doet tegelijkertijd alsof het niet extreem belangrijk is. Ze is allerminst een perfecte kandidaat, maar ze komt in die zin wel in de buurt. Ik hoop dan ook dat ze de Mol is… Dan heeft ze het namelijk niet slecht gedaan en ik zou tevreden zijn over de ontknoping van de reeks. Everybody happy!

Begrijp me echter niet verkeerd. Sanne is de mol. Ze is geen bijzonder leuke Mol, maar dat kan ook niet ieder jaar het geval zijn. Daarom hoop ik dat ik ernaast zit.