Bent u al aan het dansen?
Nee?
En nu?
(album Hest sinds vandaag te koop op het label van The Whitest Boy Alive, Bubbles)
Bent u al aan het dansen?
Nee?
En nu?
(album Hest sinds vandaag te koop op het label van The Whitest Boy Alive, Bubbles)
Toch zonde. Publiceer je je duizendste berichtje op je eigen blog – toch een aardige mijlpaal – kom je er pas bij bericht 1004 achter. Jammer is dat. Gemiste kans, zelfs.
Helaas.
Vanaf nu schrijf ik – naast al mijn andere blogactiviteiten op het interweb – ook stukjes voor The Next Web. Een van oorsprong Nederlands blog, maar inmiddels wereldwijd steevast in de top 50 blogs ter wereld van Technorati (op moment van schrijven staat ‘TNW’ op 27). Ooit begonnen ter promotie van een conferentie voor nieuwe start-ups op internetgebied, is het inmiddels uitgegroeid tot een collectief van blogs op internet, social media en technologie. Dat gebeurt inderdaad in het Engels, anders bereik je geen wereldpubliek. Gisteren ging mijn eerste blog online, over YouTube.

Jaaaa, dat wil ik lezen, dus klik ik hier
In principe gaat er minimaal één keer per week een blog van mij verschijnen, dus dat wordt flink lezen voor de lezers van mijn nog niet verzamelde werken. U komt er wel uit?
De reden waarom dit verslag, net als het vorige, over twee lessen gaat, is simpel. Op een gegeven moment moet er vooruitgang geboekt worden. Bepaalde onderdelen – dat ik in de auto stap en de spiegels afstel en dan wegrij – mogen als bekend worden verondersteld en die kan ik dan wel tot in den treure toe herhalen, maar voor lezers is dat nauwelijks interessant. Tenzij er iets bijzonders gebeurt, kan ik beter richten op wat we allemaal nog meer hebben gedaan naast het in- en uitstappen, het wegrijden, schakelen, bochten maken en remmen.
Het aanleren van dingen is bij mij echt frustrerend af en toe. Zowel voor mijzelf als de leraar. Ik zie het in de ogen van hockeyleraar en het is dat ik te druk in de auto bezig ben om mijn rijleraar in de ogen te kijken, anders zou ik het bij hem vast ook af en toe zien. It comes with the job, I guess. Ik vind het zelf in ieder geval bijzonder frustrerend dat als één ding een beetje begint te lukken, ik dan iets anders weer fout begin te doen. Dat is zo als ik ga sporten en het is bij rijles precies hetzelfde. Zo houd ik er de meest bijzondere stuurtechnieken op na, bijvoorbeeld, net wanneer ik in ieder geval niet meer meteen in paniek raak. Les 8 en 9 bestonden dan ook voor een deel uit herhalen. Herhaling is de moeder der didactiek, he…
Ook het indraaien bleef een rol spelen. Inparkeren is makkelijker gezegd dan gedaan. Mijn ruimtelijk inzicht is bijzonder matig, bleek al tijdens de wiskundeles en dat blijkt ook bij het inparkeren en recht trekken van de wielen een relatief essentiële vaardigheid te zijn. Op het goede moment insturen lukt soms wel, maar om de auto vervolgens helemaal recht te trekken… Daar valt nog heel wat winst te behalen. En bij het simpel aan komen rijden en parkeren aan het einde van de les… Dat is nog geen enkele keer fatsoenlijk gelukt. Verbeterpuntje dus. Maar anders zou ik ook geen rijles nodig hebben toch?
Vandaag is de laatste zondag in mijn kamer.
Oké, ik verhuis pas 1 maart, wat betekent dat volgende week zondag pas de laatste zondag in mijn kamer is. Maar die zondag ben ik waarschijnlijk druk met dozen in pakken, zoals er ook nu al negen ingepakte dozen in mijn kamer staan. Daar zullen er nog een stuk of vier-vijf-zes bijkomen en dat is dan mijn Nijmeegse leven ingepakt. Die kunnen we dan 1 maart verhuizen naar mijn nieuwe studio, hemelsbreed minder dan een kilometer verder. Vandaag is het nog niet zo ver. Dus is dit vandaag de laatste rustige zondag in mijn oude vertrouwde kamer.
Vierenhalf jaar heb ik er gewoond, op de Willemsweg. Via deze site werd mij deze kamer getipt en hoewel mijn huisbaas niet de meest communicatieve of actieve huisbaas was, heb ik er nooit spijt van gehad dat ik hier ben gaan worden. Wel heb ik regelmatig gezocht naar iets anders. Iets groters, goedkopers en iets gezelligers. Zo’n leuk studentenhuis met gezellige mensen en een gemeenschappelijke woonkamer. Uiteindelijk eindigt mijn residentie op de Willemsweg met drie hele leuke gezellige huisgenoten, die ik oprecht met wat pijn in mijn hart achterlaat. Het zal allemaal veranderen, maar gelukkig woon ik maar drie straten verderop. In theorie zouden ze met de afwas naar mij kunnen komen, zodat ik die in de vaatwasser kan doen.
Dat neemt niet weg dat ik blij ben dat ik ga verhuizen. In 2009 schreef ik al dat ik toe was aan iets nieuws. Inmiddels zijn we twee jaar verder en nu is het zover. Eerlijk is eerlijk, ik heb hier langer gewoond dan ik had verwacht en het is met name voor mezelf heel goed dat ik wegga. Mijn nieuwe studio wordt een fijne plek, denk ik. Dat ga ik er van maken. Vandaag is de laatste rustige zondag in mijn kamer. Ik ontdekte vanochtend ineens dat er een lampje zat in mijn badkamerkastje. Vierenhalf jaar heb ik hier gewoond en vandaag ontdek ik nog iets nieuws. Het is altijd interessant geweest om hier te wonen. Maar het tijdperk Willemsweg is ten einde. Nog negen dagen en dan slaap ik in mijn nieuwe studio. Het stemt me een beetje weemoedig dat ik deze kamer verlaat – het is toch mijn thuis geweest voor zo’n lange tijd -, maar het is mooi geweest.

Uiteindelijk gaat het in deze wereld maar om één ding en dat is seks. Gelukkig zit de Nederlandse literatuur er vol mee. Voor sommige lezers onder ons was het de enige reden waarom boekverslagen op de middelbare school nog enigszins draaglijk waren, voor anderen bron van hilariteit. Puisterige pubers die lachen om de eerste bladzijdes in Turks Fruit van Jan Wolkers: als je het zelf niet hebt gedaan dan ken je in ieder geval iemand anders die het tragikomische boek las vanwege de beschreven vleselijke lusten van de hoofdpersonen.Seks is alomtegenwoordig in de Nederlandse literatuur, van Van den vos Reynaerde tot Tirza en weer terug. De Nederlandse schrijverswereld bestaat uit een stelletje viespeuken. De Nederlandse literatuur is dan ook een uitstekende bron voor de Nederlandse film. Want een Nederlandse film is geen Nederlandse film zonder dat de vrouwelijke lead minstens twee keer uit de kleren gaat voor een gepassioneerde scène, bij voorkeur met verschillende karakters. Prima natuurlijk, maar als in negen van de tien Nederlandse speelfilms en romans meer bloot zit dan in tien jaar Hollywood-blockbusters, dan moet je niet raar op kijken als deze Nederlandse kunstuitingen seksistische trekjes beginnen te vertonen. Je kunt de klok erop gelijk zitten: om de zoveel tijd is het raak. Zo werd twee jaar geleden Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje verwetenplatvloers en vrouwonvriendelijk te zijn.
Enkele maanden later was het weer raak met J. Kessels the novel van P.F. Thomése. Dit keer voelde Stine Jensen zich geroepen het boek zijdelings te noemen in een colum over seksisme in de Vaderlandse letteren. Thomése was natuurlijk niet de beroerdste om te reageren. Toegegeven, J. Kessels the novel kan inderdaad als smerige onderbroekenlol worden omschreven, maar ook als treffende, tragikomische beschrijving van de mislukking van de man in deze maatschappij en de zoektocht naar vervlogen liefde met een lijk in de kofferbak. Daar kun je wel moeilijk over gaan doen als feministe of mascotte van de zedenpolitie, maar dan ben je, zo’n 800 jaar nadat Reynaert de vos de vrouw van de wolf Isegrim verkracht en de kinderen van het echtpaar Wolf mishandelt, rijkelijk laat. Seks is onlosmakelijk verbonden met de Nederlandse literatuur en het enige wat je daar kunt doen is proberen zelf een boek te schrijven dat die traditie doorbreekt. Die boeken zijn er ook, maar nee, er is altijd een neerwaartse trend zichtbaar. Alsof de Nederlandse literatuur na 800 jaar ineens nog meer zou vervallen in een reeks vieze boekjes.
Gelukkig is er nog een manier waarop seks en literatuur met elkaar verbonden zijn – die gelukkig een stuk leuker en luchtiger is dan het mekkeren op een van de definiërende trekjes van de Nederlandse literatuur (en cultuur). Want literatuur is en blijft dé manier om indruk te maken. Een belezen persoon ?kan, mits hij zijn kaarten goed schudt, indruk maken. In de kroeg heb je een arsenaal aan literaire openingszinnen paraat, thuis staat een mooie boekenkast vol klassiekers (of toch niet?) en anders kun je nog altijd een hobby maken van het afkraken van de slechtste seksscènes in romans.
Dat doseren, dat lukt nog niet echt. Het moet allemaal natuurlijk aanvoelen en makkelijk zijn, maar ik geef of teveel gas, of te weinig gas. Ik rem te hard of te subtiel, ik trap de koppeling in op verkeerde momenten en ik stuur te scherp of te zacht in. Oké, ik heb niemand schade berokkend en ik overdrijf het hier allemaal een beetje, maar ik schreef het al eerder: zo natuurlijk als fietsen voelt, zo onnatuurlijk voelt het rijden in zo’n metalen bak. Mijn rijleraar vertrouwde mij vandaag (les 7, na een bijzonder matige zesde les met hellingproef maar zonder veel enthousiasme van mijn kant) toe dat hij zelf auto rijden makkelijker vindt dan fietsen. Dat kan ik me dus totaal NIET voorstellen.
Toch oefende deze zevende les me wat meer vertrouwen in. Ik zie wel goed waar het pijnpunt zit… Ik ben enigszins gestresst in de auto. Ik probeer wel relaxed te zijn, maar uiteindelijk ben ik toch enigszins bang dat ik de auto tegen een ander voertuig aan parkeer. Ik probeer best te ontspannen, maar onbewust ben ik bang dat één van de vele handelingen die je moet nemen fout gaat en dat het dan uit met de pret is. Hoewel rechtdoor rijden echt geen stressmoment voor mij is, is het verrichten van acties nog steeds reden tot een zuchtje paniek… Geen grote “HELP WAT GEBEURT ER”-paniek, maar het soort paniek waarvan je net iets harder probeert te schakelen dan nodig is, net iets te hard op de rem trapt of net iets teveel gas bijgeeft. Ik heb het idee dat het wel beter gaat, maar ik ben niet de snelste leerling aller tijden. Ik raak zelfs zelf enigszins gefrustreerd als ik weer met de versnellingsbak omga alsof het een of ander houten mechaniek is. In avondspitsdrukte snel een drukke weg oprijden en dan gas geven, schakelen, bocht maken, goed uitkomen en verder optrekken, dat zijn nog steeds veel handelingen tegelijk. Maar als straks het schakelen en het pedalenwerk een automatisme wordt en ik het kijken en mikken fatsoenlijk beheers, dan gaat het natuurlijk allemaal een stuk soepeler.
Gelukkig gingen we ook weer wat dingen oefenen om de auto beter onder controle te krijgen. In dit geval dus draaien in drie bewegingen. Het is best onnatuurlijk om je op de koppeling te concentreren terwijl je aan het draaien bent, maar het idee werd in ieder geval duidelijk. Ik had natuurlijk al van de bijzondere verrichtingen gehoord en ik snap dat ze nuttig zijn, maar ik had me nooit gerealiseerd dat ze ook hun bijdrage leveren aan het onder controle houden van je auto. Aan het goed onder controle houden heb je natuurlijk altijd iets, ook wanneer je met 30 of 50 of 80 over de weg rijdt. Ik vond het zelfs best leuk om te doen, dat draaien van de auto. Na les 6 had ik een vrij vervelend gevoel, dat het allemaal zoveel moeite kost, maar les 7 was al met al best leuk.