The Twilight Singers in Doornroosje

Zondagavond 26 juni 2011 naar Doornroosje om The Twilight Singers live te zien. Die maken nu niet echt het soort muziek dat ik vaak luister, maar “ze zijn heel goed” dus ik moest ze ook maar eens zien. Daar stond ik dus, in Doornroosje, naast allerlei rockers van veertig en wat mensen die niet te veel de trends volgen als het op muziek aankomt. Druk was het niet, iedereen had genoeg ruimte om te springen en te bewegen. Ik denk dat ongeveer de helft van de kaartjes was verkocht. Raar eigenlijk, je kunt veel van Greg Dulli Zeggen, maar niet dat hij geen staat van dienst heeft. Ook de rest van de band ziet er doorgewinterd uit, met als aardige toevoeging een toetsenist/violist.

The Twilight Singers brachten eerder dit jaar een nieuw album uit (Dynamite Steps), wat bijzonder goed werd ontvangen. Vanavond spelen ze een mix van nieuw en oud werk, zoals een goede band dat hoort te doen: iets om het fris te houden, iets om de casual listener (zoals ondergetekende) te vrede te stemmen en iets voor de hardcore fan. Het viel me daarbij op dat je naar dit soort muziek anders luistert dan naar veel singer/songwriters en akoestische bandjes. Die spelen vaak “mooie” liedjes, terwijl hier met enige regelmaat tegen valsheid aan wordt geschuurd. Om vervolgens een pompende baslijn en gitaarsolo in te zetten. Is het dan erg dat het geluid niet helemaal optimaal is en soms rommelig klinkt? Ik kan er zelf niet boos om worden. En het grootste deel van het concert spelen deze oude rotten in het vak (de gitarist gaat al hard richting de vijftig, volgens mij) een mooie set.

Het is moeilijk om in te schatten wat Dulli en de zijnen van deze avond vinden. Halverwege roept hij dat we niet bang moeten zijn om onze ‘Dutch Courage’ te tonen, maar deze suggestie wordt door het publiek genegeerd. Waarop Dulli eraan toevoegt: ‘I guess you guys don’t even know what that is.’ Het publiek is in het begin nu eenmaal wat lauwtjes. Het zal het benauwde weer zijn geweest. Tegen het einde komt het publiek eindelijk los en zet ook de band er nog een tandje bij. De band lijkt meer ontspannen: er wordt gelachen op het podium. Ook muzikaal zijn er wat grapjes in de set gebouwd. In de eerste helft komt ineens ‘Fever’ van A Fine Frenzy als bridge langs, tegen het einde krijgen we als intermezzo een rockversie van ‘Everlasting Love’. It’s not all doom and gloom, zullen we maar zeggen. Al met al een leuke avond en voor herhaling vatbaar.

The Twilight Singers spelen maandagavond 27 juni in Tivoli, Utrecht. Dat u het weet.

Technisch doodverklaard

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 03-2011, te bestellen via www.chip.nl, en kwam tot stand in samenwerking met Sander Almekinders. Volg CHIP op Twitter.

In de wereld van de consumentenelektronica is het niet vreemd dat trends elkaar in vrij rap tempo opvolgen. Denk bijvoorbeeld aan de walkman, die overbodig werd na de introductie van de discman. Deze werd dan weer overvleugeld door de MP3-speler, maar ook daar lijkt een einde aan te komen. Ze worden nog steeds geproduceerd en verkocht, maar zijn allang niet meer het paradepaardje van de gadgetproducenten van deze wereld. Waar Apple ooit met de iPod furore maakte, wordt de technische innovatie nu op andere terreinen geboekt en is de steeds kleiner wordende markt prooi voor reputatieloze spelers uit China en andere Aziatische landen. Er is geen plotselinge aversie ontstaan jegens MP3-spelers, maar de productcategorie is simpelweg overbodig geworden dankzij smartphones en featurephones die tegenwoordig allemaal muziek afspelen.

Vorig jaar rond deze tijd verschenen er veel artikelen over HTML5, de recentste versie van de taal die op internet wordt gebruikt om webpagina’s te maken en beoogd vervanger van Adobe Flash. Critici, waaronder de ontwikkelaars bij Apple, hekelen de Flash-plugin: hij gaat niet zuinig om met systeembronnen en neemt veel ruimte in beslag. Steve Jobs heeft de techniek zelfs als “stervende” betiteld. We zijn nu een jaar verder en Flash lijkt nog geen last te hebben van HTML5. HTML5 wordt weliswaar door steeds meer browsers ondersteund, maar op verreweg de meeste websites die je bezoekt, staan nog talloze Flash-objecten en banners die op de “stervende” techniek zijn gebaseerd. Een van de redenen hiervoor is dat HTML5 nog niet af is. Er wordt nog steeds gebakkeleid over de implementatie van codecs en bepaalde tags door browserfabrikanten, webontwikkelaars en het consortium achter de webprogrammeertaal. Een ander nadeel is dat HTML5 vatbaarder is voor het installeren van ongewenste bestanden in de vorm van cookies. Feit blijft dat HTML5 minder belastend is dan Flash. De vraag is of dat met de mogelijkheden van de huidige hardware nog een verkoopargument is.

Het jaar 2011 is het jaar van de tablets. Daar leek het in ieder geval sterk op bij de recente Consumer Electronics Show in Las Vegas, waar een hele stortvloed aan iPad-concurrenten werd gepresenteerd. Bij de introductie van de iPad riep Apple nog dat tablets netbooks en subnotebooks overbodig zouden maken. Maar nu, in 2011, het jaar van de tablets, zijn netbooks allesbehalve uitgefaseerd. Na de introductie van de iPad voorspelden verschillende onderzoeksbureaus dat de verkoop van notebooks en laptops fors zou dalen in 2011. Toch steeg de verkoop van netbooks weer behoorlijk in het vierde kwartaal van 2010. Dit kan uiteraard te maken hebben met het feit dat er na de iPad lange tijd geen tablet op de markt is gekomen, maar kan ook duiden op een herwaardering van de netbook. Over een jaar weten we meer: zijn netbooks hetzelfde lot beschoren als de MP3-speler of weigeren ze vooralsnog het veld te ruimen, net zoals Flash? Wie het weet mag het zeggen.

Naked Song Festival 2011: Naakt met een grote N

Dit artikel verscheen eerder op Stofwolk.net.

Intiem, akoestisch en breekbaar, op zaterdag 18 juni vond in Eindhoven het Naked Song Festival plaats. In de diverse zalen van Muziekgebouw Frits Philips zongen en speelden moderne troubadours alsof hun leven er vanaf hing. Een massale orgie was het niet – iedereen hield zijn kleren aan – maar genoten werd er wel.

Bijkletsen met I Am Oak

De avond begint al om 16:00 uur, als de eerste acts het festival openen. Op de bovenste verdieping is een Effenaar-podium ingericht, waarvan het geluid tot op de begane grond doorklinkt. Het is een misvatting, mocht je denken dat er deze dag alleen eenzame zielen op het podium staan. I Am Oak is in volledige bezetting aanwezig en heeft zelfs een drummer bij zich. Het moet geen pretje zijn om als drummer actief te zijn op het Naked Song Festival.

Er zit een zekere tragiek in het verplicht spelen van een gematigde begeleiding, maar deze drummer lijkt er allesbehalve verveeld door. Daarmee is hij nu al de drummer van de avond dus.

Helaas blijkt niet iedereen naar Naked Song gekomen om te luisteren. Het Effenaar-podium gaat automatisch over in foyer van de bovenste verdieping en er wordt dan ook flink gekletst, hoe goed I Am Oak ook zijn best doet. Daar komt bij dat het geluid van dit podium de hele avond een beetje tegenvalt. Aan het einde van de set worden we zelfs getrakteerd op een scheurende gitaar. Daarmee worden alle vooroordelen over het Naked Song Festival in één klap weggenomen: alles blijkt hier mogelijk.

Vroege topper

Het festival is zo ingericht dat iedereen de headliners kan zien. Het ene uur spelen er drie of vier kleinere acts op de kleinere podia, daarna kan iedereen verzamelen in Eindhoven Airport zaal om de headliners te zien. De zaal wordt om 17:00 uur geopend door Villagers – althans frontman Conor O’Brien en zijn toetsenist. De rest van de band is al in Utrecht waar die avond nog een concert wordt gegeven.

Conor en collega maken er echter geen haastklus van. Met subtiel Iers accent en dito pianobegeleiding spelen de heren nummers van het debuutalbum Becoming A Jackal. Ze blijken een vroeg hoogtepunt van de avond te worden. Net als de set wat in dreigt te kakken na enkele solonummers, komt de toetsenist terug en volgt een sterk slot. Bovendien worden we getrakteerd op veelbelovend nieuw werk. Het klinkt allemaal warm en verfijnd. O’Brien laat weten rock ‘n roll – inclusief hun eigen debuutplaat – vanaf nu te haten.

Belgische bandjes

Op het Effenaar-podium staat het collectief Oscar and the Wolf uit België. De drummer laat horen hoe mooi pauken kunnen klinken – al is dat het enige echt goed gebalanceerde aan de geluidsmix. Zo is de achtergrondzangeres nauwelijks te horen en staat de gitaar vrij hard. De nummers die de groep speelt zijn gelukkig prima aan te horen, waarbij mag worden opgemerkt dat de stem van de jonge zanger erg veel wegheeft van David Gray.

De luchtige noot van vanavond moet van Leddra Chapman komen, een Engelse zangeres die mooi staat te zijn op een klein podium op de eerste verdieping. Via de nooduitgang vluchten we naar de Rabobank-zaal, waar Spencer The Rover (ook een Belg) oudemannenmuziek staat te maken. Ritmisch pianospel dat blij vlagen doet denken aan bands uit de jaren ’50 en ’60, dat wordt opgeleukt door luchtige elektronische bliepjes en klassiekere begeleiding. Als hij bij zijn laatste nummer – ‘Without You’ – de gitaar erbij pakt, wordt het pas echt mooi.

Van monotoom tot melodrama

Terug naar de grote zaal, waar een schare fans zich heeft verzameld voor Fink. De vermoeidheid en de honger beginnen toe te slaan: het is nog best intensief om de hele avond luistermuziek te luisteren. Deze muziek loont zich alleen als je constant je aandacht erbij houdt, zo blijkt. Fink bewijst zichzelf geen dienst door met een moeilijk nummer te openen.

Sowieso concentreert Fink zich met name op werk van de nieuwe plaat ‘Perfect Darkness’, die af en toe wel heel erge emo-trekjes vertoont. Om die reden viel het optreden een klein beetje tegen. Misschien is het de te grote zaal? Finks monotone liedjes zitten vol met slimme details, maar die vallen een beetje weg als je op het balkon bovenin zit. Hoe dan ook, de echte emotie was deze avond (helaas) elders te vinden.

Bijvoorbeeld bij Teitur, al wordt daar nóg een manco van het format duidelijk. Mensen zijn gewend om bij een festival van zaal naar zaal te hoppen, maar als een singer/songwriter zijn ziel en zaligheid staat te geven, dan komt het vrij onbeschoft over om de zaal te verlaten (of later binnen te komen). Dat leidt namelijk enorm af bij de stille muziek die dit festival kenmerkt. Teitur laat zich er niet door kisten – al schiet hij één keer hoofdschuddend en deels cynisch in de lach als er door het open- en dichtgaan van de deur klanken de zaal binnenstromen van een band die het concept ‘Naked Song’ duidelijk minder serieus neemt. Terwijl Teitur feitelijk te mooi speelt om bij weg te lopen.

Teitur staat niet voor het eerst op het festival en vertelt op (gespeeld) onhandige wijze ironische, lange verhalen, maar blinkt uiteraard vooral uit in de prachtige nummers die dit festival op het lijf zijn geschreven. Teitur speelt een combinatie van ouder werk en werk van de nieuwe plaat – bijvoorbeeld ‘You’ll Never Leave L.A.’ en ‘Betty Hedges’. Hij speelt vol overtuiging, zonder zichzelf te serieus te nemen. Zijn stem is erg breekbaar, maar dit past mooi bij de vaak melodramatische melodieën, die wellicht de reden vormen waarom deze sympathieke man niet in de grote zaal staat.

De Faraöerse singer/songwriter sluit af met ‘You Get Me’, een verzoekje van het jongste lid van het publiek, en een nummer dat – zo hoopt hij met een brede grijns – hem “fucking rich” gaat maken, omdat Seal het net zeven keer in duetvorm heeft opgenomen. In de uitgeklede versie die hij hier speelt, kun je als je goed luistert de strijkers en de stem van Seal al horen.

Joan As Police Woman

De fragiele stem en emotionele overgave staan in schril contrast met Joan As Police Woman, die in de grote zaal haar vreugde laat blijken dat ze na maanden touren eindelijk weer eens zonder band mag optreden. “Everything’s gonna be really slow and emo today.” Dat blijkt.

Lang niet iedereen is onder de indruk van Joan (ook hier lopen regelmatig mensen de zaal uit), die pas indruk begint te maken als ze haar elektrische gitaar pakt. Ze schuwt de toegankelijke hits – al speelt ze wel een aardige David Bowie-cover. Misschien dat deze set bij grote fans in goede aarde was gevallen, maar hier is lang niet iedereen bekend met het werk van Joan as Police Woman. De wat slome presentatie en uitvoering van de nummers wordt hierdoor een opgave voor de achteloze bezoeker.

De broodnodige variatie

Alle zwarte gedachten worden vervolgens weggenomen op het Effenaar-podium door het Amerikaanse Vetiver. Eindelijk weer een compleet bandje op het podium dat indruk maakt door intelligente niets-aan-de-hand indiepop. Nog steeds wordt er genadeloos veel gekletst op deze tweede verdieping van het Muziekgebouw, maar Vetiver maakt hier enorme indruk: de band staat er, voldoet aan alle eisen van het Naked Song festival en biedt diepgang in luchtige nummers als ‘Everyday’ en ‘Wonder Why’.

Vetiver bestaat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uit de meest ervaren muzikanten op het Effenaar-podium vanavond, wat zich uitbetaald in een sympathieke set met geinige gitaarriffs en leuke koortjes. Hoogtepunt van dit podium en zeker in de top 5 van het hele festival. Die mogen volgend jaar gerust terugkomen.

Toch kunnen we de verleiding niet weerstaan om even te kijken bij Marques Tolliver, volgens de organisatie een getalenteerde muzikant die nog eens heel groot gaat worden. Die staat een verdieping lager in de foyer te spelen en moet ondanks de slimme inrichting van het gebouw toch opboksen tegen een aardige bak omgevingsgeluid. Als straatmuzikant mag hij dan gewend zijn om boven rumoer uit te komen, hij moet hier toch vechten. De set – gedeeltelijk afgewerkt op een viool met alternatieve stemming – maakt een nogal rauwe indruk – die bij vlagen doet denken aan Andrew Bird. Indrukwekkend was het wel, maar nog lang niet af. Maar de organisatie heeft gelijk: volgend jaar kan deze man zomaar een volwaardige hype zijn. Hij zorgt hier met name voor de broodnodige variatie, door niet alle liedjes op gitaar of piano te spelen.

Afsluiten met Thomas Dybdahl

Het festival wordt afgesloten door Thomas Dybdahl. De Noor heeft vakkundig zijn hele band meegenomen en werkt een ingekorte set van een uur af die veel wegheeft van de setlist waarmee hij vorige maand al Nederland (en de rest van Europa) aandeed. Alle ingrediënten zijn er: muzikantenplezier, publieksparticipatie, intimiteit: Dybdahl is een waardige afsluiter van een mooi festival.

Dybdahl gelooft er zelf ook in, door halverwege het eerste nummer al glimlachend uit te roepen dat het een mooie avond gaat worden. Daarna speelt hij met zijn band een prachtige uitvoering van ‘Make A Mess Of Yourself’ en wordt overgegaan in altijd-goed-single ‘Cecilia’.

Toch zit de zaal hier niet helemaal vol: sommige mensen waren platgespeeld of moesten de laatste treinen naar huis halen – net als ondergetekende – die overigens vol zaten met aangeschoten, feestende Guus Meeuwis-fans die in het Philips-stadion ‘Groots met een zachte G’ hadden bijgewoond.  Het contrast met ‘Naakt met een grote N’ kon haast niet groter.

Dit verslag kwam tot stand met medewerking van Mischa van Kan, die de foto’s maakte.

[De Rijles Kronieken] Les 23 & 27: Op en neer

Het is natuurlijk moeilijk om nieuwe Rijles Kronieken te schrijven als er weinig nieuws te melden valt. De reden waarom het nog niet allemaal vloeiend loopt… Het zal wel mijn onzekerheid zijn. Niet eens de onzekerheid over mijn eigen inschattingsvermogen, maar meer mijn onzekerheid over de techniek. Toch nog ja. Zelfs na 27 lessen. Het gaat niet iedere keer fout, maar af en toe laat ik die koppeling toch niet perfect opkomen, af en toe gaat dat schakelen fout en af en toe gaat het allemaal niet vloeiend genoeg. Ik let in dit soort gevallen meer op mijn falen dan op mijn succes en dus roept er een stemmetje in mijn achterhoofd “nu moet je het wel goed doen!” Het is op zijn zachtst gezegd moeilijk om me puur te concentreren op de keren dat het wel goed gaat.

Dat stemmetje werkt al lang niet meer zo verlammend als dat het in het begin deed. Ik heb in ieder geval goed door dat ik dan moet blijven handelen, maar mijn instructeur moet nog regelmatig aanwijzingen geven dat ik op de snelweg ook de dingen doe die ik moet doen. Terwijl ik die natuurlijk allang in mijn hoofd heb zitten. Van het al eerder genoemde voorbeeld van de richtingaanwijzer aan laten staan tot het moeilijk inschatten of ik die vrachtwagen nu wel of niet kan inhalen voor de afslag.

Dan heb ik het nog niet over de bijzondere verrichtingen. Die gaan ook nog regelmatig, ehm, matig. Over anderhalve maand is het echter tijd voor de tussentijdse toets. Tegen die tijd moeten ze wel goed gaan, want ik zou daar graag vrijstelling voor scoren bij de tussentijdse toets. Tot begin augustus ga ik alles op alles zetten om die auto helemaal onder controle te krijgen. Echt moeite doen om de kleine handelingen perfect te kunnen. Ik heb voor mezelf bepaald, dat als dat ik daar eenmaal vertrouwen in heb, de rest toch zeker beter moet gaan. Ik hoef dan immers ook niet meer zo te letten op de techniek. Dat hoeft nu stiekem ook niet, maar ik doe het toch.

Overigens was dat vandaag niet zo zeer het geval. Weliswaar moest ik de auto tot tweemaal toe aan de kant zetten (Hallo stoeprand!), uiteindelijk ging het toch om het rijden en het “perfectioneren van mijn rijstijl”. Ik had zelf nog niet het idee toe te zijn aan perfectionisme, maar misschien ben ik erg kritisch.  Dat kan natuurlijk altijd. De komende weken blijven we even één keer per week rijden, maar mocht het nodig zijn dan gaan we wellicht weer even twee keer per week rijden als voorbereiding op de TTT, zoals de TussenTijdse Toets ook wel liefkozend wordt genoemd. Ik hoop tegen die tijd een enorme verbetering te hebben doorgemaakt. Ik voel nog steeds dat dat nodig is. Dat het wat meer vanzelf gaat allemaal. Dat ik niet de ene keer te weinig tijd heb om me voor te bereiden op alle handelingen die bij een rotonde horen en de keer erna de auto bijna stil zet wanneer ik de volgende rotonde nader. Dat het allemaal wat soepeler gaat. Ik hou u op de hoogte.

Foto: quatorze.weblog.nl

Nieuw verschenen, een overzicht

Het afgelopen half jaar heb ik vrijwel geen echte recensies hier geschreven van platen. En dat terwijl ik een half jaar geleden nog zo hoopvol was over de releaselijsten. Van de in die post genoemde bands Jens Lekman, The Medics, Tom McRae en The Whitest Boy Alive is nog niets nieuws verschenen (hooguit zijn er wat nieuwe tracks boven komen drijven), maar het afgelopen jaar is er genoeg moois verschenen. Een overzicht van de door mij beluisterde platen (niet compleet, maar wel de platen waar ik een relatief uitgesproken mening over heb):

Adele – 21
Inmiddels zijn sommige tracks van deze plaat meer dan grijs gedraaid. De plaat is wat mij betreft net zo goed als het debuut, als is het voor mij bij vlagen te georkestreerd. Hiding My Heart (drie uit vijf)

Bon Iver – Bon Iver
Erg goede tweede. Combineert melancholie en depressiviteit met onder andere saxofoons en beats, maar uiteindelijk is het resultaat een ingetogen jingeljangelervaring. Mooi. Wat zegt u? Hoe kan ik die plaat al geluisterd hebben voordat ‘ie uitkomt? Calgary (vier uit vijf)

Sondre Lerche – Sondre Lerche (s/t)
Volgens het Noorse talent die maar vier jaar ouder is, maar zes albums meer heeft uitgebracht, is deze plaat zijn meest persoonlijke. Dat zal wel. Wat in ieder geval opvalt is dat Sondre dit keer niet heeft geprobeerd zichzelf te vernieuwen maar zijn draai lijkt te hebben gevonden in intelligente, bij vlagen Elvis Costello-achtige, melodieuze pop. Een paar liedjes zijn vervelend, maar er zijn genoeg nummers die dat goed maken. Private Caller (drieënhalf uit vijf)

Elbow – Build A Rocket, Boys
Scheurt af en toe iets te dicht tegen Snow Patrol en stadionrock aan, maar kun je het ze echt kwalijk nemen? Ze spelen nu immers ook concerten van die grootte. En er staan wel degelijk ook een paar kleine nummers  op de plaat. Toch lijkt de persoonlijke betrokkenheid in nummers als Open Arms ver te zoeken. Jesus is a Rochdale Girl (drieënhalf uit vijf)

Pete Lawrie – A Little Brighter
Lang op gewacht, maar uiteindelijk iets te overgeproduceerd. Er staan veel mooie nummers op, maar iedere keer moeten er strijkers onder gezet worden. De bonustracks – die dat manco niet hebben – zijn dan ook mijn bonustracks. Ik hoop dat ‘ie heel groot wordt, maar het instant succes lijkt nog even uit te blijven.  Deze mixtape is veel mooier. (drie uit vijf)

Fink – Perfect Darkness
Ik vond zijn vorige albums beter geproduceerd. Hier wordt het me af en toe iets te emo, waar woede de bedoelde emotie is. Gelukkig lijden niet alle nummers onder dit probleem. Prima plaat verder. Volgende week live zien. Zin in. Yesterday Was Hard On All Of Us (drieënhalf uit vijf)

William Fitzsimmons - Gold In The Shadow
Weet zich helaas niet altijd te onderscheiden van de duizenden andere singer/songwriters, maar voor wie niet genoeg kan krijgen van dit genre is het zeker een aanrader. Fade & Then Return (drieënhalf uit vijf)

Susanne Sundfør – The Brothel
Spannend album, donker en sfeervol. Geen singles, maar daar zullen we maar niet over klagen. Bij vlagen is het allemaal erg moeilijk, maar de moeite van het luisteren meer dan waard.  The Brothel (vijf uit vijf)

Holy Ghost! – Holy Ghost! (s/t)
Fout, catchy, dansbaar. Het zijn allemaal begrippen die boven komen drijven bij het luisteren naar deze New Yorkse formatie.  Echt beklijven doet het niet, maar daar wordt deze muziek ook niet voor gemaakt. Wait and See (vier uit vijf)

Paul Simon – So Beautiful or So What
Goed om te zien dat deze veteraan nog steeds zijn best doet om leuke, bij vlagen zelfs vernieuwende muziek te maken. Het is niet allemaal geslaagd, maar uiteindelijk staat er een mooie plaat met maar een paar skipmomenten. Dat kun je maar van weinig songwriters op die leeftijd nog verwachten. Simon is nog lang niet irrelevant. So Beautiful or So What (drieënhalf uit vijf)