Seriesly, een serie over series (4): Chuck

In ‘Seriesly’ reflecteert Stefan op de series die hij dagelijks, wekelijks of op incidentele basis kijkt. Omdat je meningen en observaties nu eenmaal moet ventileren. Maar niet te vaak en te hard.

Chuck

Een speciale aflevering van Seriesly over Chuck is wel op zijn plaats. In de kanons van 2009 en 2010 genoemd als hoogtepunt en al was ik kritisch over het laatste seizoen – “het dal is diep”, schreef ik in de vorige aflevering van deze rubriek -, voor de serie zal ik altijd warme gevoelens koesteren. Dat komt omdat het de eerste serie is waarvoor ik echt warme gevoelens ontwikkelde.

Net als veel andere studenten ontdekte ik tijdens mijn studie dat het best een goede manier van afkicken van een zware nacht, een drukke tentamenperiode of een regenachtige dag was om een seizoen of zelfs meerdere seizoenen van een serie in een marathonsessie te kijken. Niet allemaal achter elkaar natuurlijk, maar wel soms vijf of zes tegelijk – en de volgende dag weer. De eerste serie waarvan ik me bewust kon herinneren dat ik dat heb gedaan, is bij Scrubs. Misschien vanwege Zach Braff, die in een van mijn toenmalige favoriete films (Garden State, overigens ook nog steeds een speciaal plekje in mijn hart) speelde, misschien omdat iemand de serie gewoon tipte. Scrubs liep nog steeds door en dus keek ik trouw de laatste afleveringen. Maar dat blijft, ondanks de grote hoeveelheid heart, uiteindelijk een comedyserie en de laatste seizoenen werd al duidelijk dat de serie over zijn hoogtepunt heen was.

Ondertussen begon ik andere series te kijken. Heroes, bijvoorbeeld. Daarin werd onder in beeld vaak verwezen naar een andere serie Chuck. Op een gegeven moment besloot ik die serie ook eens te proberen. En al vrij snel was ik om.

Chuck, voor wie de serie niet kent, gaat over slacker/nerd Chuck. Om onduidelijke redenen is de slimmerik van de universiteit waar hij studeerde verbannen en aan het begin van de serie slijt hij zijn dagen in een elektronicazaak genaamd Buy More als onderdeel van de Nerd Herd, een groep medewerkers die je computer repareren. Dat werk is uiteraard veel te eenvoudig voor Chuck, maar teleurgesteld in het leven – want gedumpt door zijn school, zijn vriendin en een van zijn beste vrienden – gaan de dagen tegelijkertijd snel en langzaam voor de nerd die zijn potentieel nooit heeft kunnen volbrengen.

Op een dag krijgt Chuck een mysterieuze e-mail van die vriend die hem heeft verraden. De e-mail bevat een programma dat als je het opent alle geheimen van de CIA in je hoofd stopt. Dat gebeurt en daardoor is Chuck ineens een liability voor de Amerikaanse overheid. Zowel de FBI als de NSA sturen een agent op hem af om hem onder controle te houden. De keiharde maar bloedmooie Sarah en trained assassin Casey worden op hem afgestuurd om te kijken of Chuck geen gekke dingen uithaalt en om te besluiten wat er met hem moet gebeuren. Chuck valt als een blok voor Sarah en krijgt langzaamaan een nieuw doel in zijn leven: de wereld redden.

Als dit alles nu op serieuze wijze werd gebracht, zou het een uiterst duffe serie worden, maar Chuck is dat op geen enkel moment geweest. Werd Chuck ontvoerd door een slechterik, dan probeerde hij zich zelfbewust eruit te redden door verwijzingen naar films uit de jaren ’80 en ’90. Iedere spannende scène die zichzelf te serieus leek te nemen, werd gecompenseerd met humor in de Buy More-winkel. Nee, Chuck was vrijwel altijd light-hearted escapism.

Chuck liet namelijk zien dat de gemiddelde underachiever van halverwege de twintig veel meer met zijn leven kon doen. En niet eens vanwege al die CIA-geheimen in zijn hoofd. Nee, want uiteindelijk was de kracht van het personage Chuck zijn onvoorwaardelijke liefde voor de wereld, zijn weigering om ooit iemand neer te schieten, zijn soms stuntelige gedrag vol goede bedoelingen, zijn soms naïeve gedachtengang, het feit dat hij zonder die computergeheimen in zijn hoofd ook een fatsoenlijk mens was, die gewoon een kans moest grijpen om zichzelf te bewijzen.

Chuck was voor mij de ideale combinatie van comedy, drama, actie en een mooi verhaal. De serie had een heleboel heart: het hart zat op de juiste plek. Chuck was een sprookje in de moderne tijd, spannend wanneer het spannend moest zijn, ontspannend wanneer je dat wilde. De grote pech van Chuck was dat het nooit de kijkcijferhit werd die het moest zijn. Ieder jaar werd er beknibbeld op het budget, terwijl het in een ander universum, met goede promotie en een betere timing misschien tientallen miljoenen Amerikanen aan de buis gekluisterd had gehouden. Want als de serie één ding had, was het mass appeal.

Toch is het de makers niet gelukt om van Chuck een hitserie te maken. Dat gaat feitelijk tegen de filosofie in van de serie, die immers de underachiever de kans geeft om meer van zichzelf te maken. Dat dat de makers in het echt niet is gelukt en Chuck altijd een beetje een underachiever is gebleven, is het grote verdriet dat de makers EN fans met zich mee zullen dragen. Want Chuck had loyale fans, dat is in de afgelopen vijf jaar duidelijk geworden.

Ieder jaar worden er tientallen series in Amerika gelanceerd. En daar zitten heel veel goede en slechte bij… Maar het is nog maar de vraag of er een serie komt die de mix van eigenschappen zo goed heeft als Chuck die op zijn hoogtepunt had. De echte, uiteindelijke finale smaakte bitterzoet. De makers lieten nog één keer zien waarom de serie zo sterk was, zonder de serie meteen een definitief vrolijk einde te geven. Closure zonder echt zoetsappig te worden. Het is een schande dat er maar vier miljoen mensen naar keken aan het eind (dat is voor Amerikaanse begrippen weinig). Met een fatsoenlijk budget en goede schrijvers had er nog zoveel meer ingezeten. Maar voor nu eindigt de serie op het strand waar het allemaal begon. En maakt het einde mij melancholisch geniet om net iets meer dan 1000 woorden aan de serie vuil te maken op mijn blog. Welke serie gaat nu mijn wekelijkse portie escapism aanbieden?

Vrolijke hartebreekliedjes

(hoe schrijf je eigenlijk hartebreekliedjes? Ik neig zelf dus naar een versie zonder tussen-n, omdat dat voor mijn gevoel meer impliceert dat het woord al jaren in gebruik is, terwijl het maar 8 resultaten op Google oplevert – nu 9)

In dit postje wil ik het vooral over Damien Jurado’s nieuwe album hebben. Of ja, de tweede single van het album, die zeker in de categorie ‘vrolijke hartebreekliedjes’ past. Het album heb ik pas net (omdat ik het net heb besteld voor een schappelijke prijs maar schandalig hoge verzendkosten, maar dan krijg ik wel drie extra 7″ singles, een cd en vinyl en een instant gratification download, maar dat doet er verder niet toe): het gaat om de tweede single die ik niet heb gehoord.

Maar eerst een liedje wat gisteren mijn hart brak. Ik zat in de trein naar huis en net voor ik aankwam op het station begon de vrolijke intro van A Balloon On A Broken String, zomaar een liedje van The Boy Least Likely To. The Boy Least Likely To maakt liedjes die steevast van het stempel twee (op zijn Engels) kunnen worden voorzien. Ik vind het altijd lastig om twee te omschrijven, dus verwijs ik maar naar de muziek van The Boy Least Likely To. Want dat is nu eenmaal een goede demonstratie.

Van twee muziek krijg ik altijd een beetje jeuk na een tijdje en dan skip ik door. Maar omdat ik wel een vrolijk liedje kon gebruiken, luisterde ik gewoon naar A Balloon On A Broken String. Gezien de vrolijke melodie stap je over het woordje fat in de eerste zin heen. In de zin I’m not a boy, I’m a big fat balloon staat fat natuurlijk gewoon voor groot. Dat is logisch. Want het is een vrolijk liedje toch? En zelfs het refrein – dat extreem meezingbaar is – komt in eerste instantie over als vrolijk:

Because I’m a balloon
On a broken string
I’m not attached to anyone or anything anymore
Oh oh oh, shooby doo, tra la la

Vrolijkheid kent geen tijd, zullen we maar zeggen… Maar dit lied van bevrijding wordt door net zo vrolijke, maar duizend keer depressievere tekst opgevolgd:

I’m sad and alone
But you’d never know it to look at me
I look ever so happy up here by myself
But I wish sometimes I looked the way I felt

Waarom dan, mooie rode ballon?

And I worry
That if I was to just burst suddenly
Then nobody would even notice me

*snik*

*hart breekt*

Oordeel zelf:

Damien Jurado brak mijn hart altijd op traditionele wijze: namelijk gewoon met een goed gitaartokkelliedje. The loneliest place I’ve ever been is in your arms zong hij in het najaar van 2010 in Roepaen in Ottersum… Er klonk een doorleefdheid uit zijn stem die op de tweede single van zijn nieuwe album Maraqopa (vanaf volgende maand in de winkel) ook weer prima tot zijn recht komt.

Alleen, is dit geen rustig gitaarliedje. Het begint wel zo. Maar ineens horen we een elektrische piano en een fijne drumpartij. Damien, wat doe je nou? Dit klinkt… Dit klinkt bijna vrolijk! Maar de tekst breekt gewoon mijn hart. En die stem ook. Die stem vooral.

Falling to the ground I was anxious to be found
You can always go home to the safety of your cloud
Don’t let go, I need you to hang around
I’m so broke, and foolishly in love

Dit worden de mooiste 2:49 van je dag… Het nummer is aanzienlijk minder twee:

Damien Jurado “Museum of Flight” by DOJAGSC

Dit bedoel ik dus met vrolijke hartebreekliedjes. Vrolijke instrumentatie, zielige tekst. En ik kan er geen genoeg van krijgen. Meer! Meer! Meer!

(mocht u trouwens meer Damien Jurado willen: het vorige album Saint Bartlett kreeg van mij vierenhalve ster en daar sta ik nog steeds vol achter)

U vraagt / ik schrijf (6)

Goh, alweer bijna een jaar geleden dat ik me voor het laatst opwond over de zoektermen waarmee bezoekers naar mijn site komen. Dat kan natuurlijk niet.

vakantiefilmmarathon 

Ja, dat is zo’n oudje. 14 mensen wisten hun weg te vinden naar ditisstefan.nl voor een fenomeen wat ik al JAREN niet meer heb ondergaan. Tijd om de rubriek nieuw leven in te blazen dus? Wellicht. Alleen ontbreekt het me aan chronisch gebrek aan vakantie. Tsja, dat studentenleven was zo slecht nog niet.

glas aanmaak limonade slecht?

Deze bewaar ik GRAAG voor Vraag ‘t Stefan :) .

wie is de mol 2011 kandidaten

Wie deed er vorig jaar ook alweer mee?

stefan meeuws

HOI!

damien jurado & swifteen

Ja, dat krijg je met een spelfout op wikipedia.

coldplay recencies duitstalig

Ja, die Coldplay sind sehr toll. Ich liebe die Songs Don’t Panic und A Rush Of Blood To The Head. Die letzen Alben finde ich nicht so toll.

de mol komt hier van nature niet voor

Blijkbaar ben ik niet de enige die hierover viel.

dio de mol heeft rijbewijs

Of hij is de mol gewoon niet natuurlijk. (oh wacht. Hij is de mol niet!)

big bang theory vangt nieuwe generatie nerds

Tsja. Ik… Ehm. Hoe?

tell sell liedje

We kunnen het allemaal stiekem neuriën, maar van wie zou het zijn?

hoe bergaf parkeren met auto

Dat is inderdaad één van de dingen die nog steeds een dingetje zijn.

Twee draken

Zit je allemaal foute net niet indie, net niet te commerciële electropop te luisteren, komt een vriend aanzetten met een tof bandje uit Estland. Dan is toch stiekem de eerste gedachte “is dit bandje uit Estland nu wel net zo goed als bandjes uit andere landen, of is het feit dat ze uit Estland komen vooral cool?” Tsja… En dan begint dat basloopje en ben je verkocht. Ik in ieder geval wel. Pompom-pompompompom-pompom-pomppom-pompom-pom… Kan een baslijntje zo catchy zijn? Ja! En het liedje verhaalt van een man met een gebroken hart, de eerste zinnen klinken nog wat onwennig, maar laat je vooral meevoeren door de diepe stem en de mooie tekst (How could you shoot a good man down, leave without mourning?).

Nou, het bandje heet dus Ewert and the Two Dragons (mooie naam!) en het is dus inderdaad een heel goed bandje. En dat ze uit Estland komen, maakt het extra cool natuurlijk.

Posters

Het aantal foto’s van bekenden in mijn kamer is op één hand te tellen. Ik heb alleen wat foto’s van familie op mijn bureau staan. Dat is altijd al zo geweest. Niet dat ik geen andere foto’s wil ophangen, maar het komt er niet van. Eerste obstakel is dat je de foto’s moet laten afdrukken – een kleine moeite – maar het gaat gepaard met het moeten uitzoeken van foto’s. Dat is bij mij in ieder geval een tijdrovende bezigheid.

Daarom had ik altijd posters ophangen. Ik heb er een stuk of tien verzameld. De meeste posters zijn van bands die ik leuk vind, al had ik ook een tekening van Ingrid Godon uit een werk van Toon Tellegen hangen en een poster van V for Vendetta – de film dan (want: Natalie Portman). Tot ik ging verhuizen. Toen rolde ik alle posters op en hing ik ze niet meer op. De gemeubileerde studio die ik betrok had al het een en ander aan de muur. Ik vond het wel wat hebben: het bood me een kijkje in de smaak van mijn huisbaas en – op enkele dingen na – en die viel me zeker niet tegen. Bovendien kon het zomaar zijn dat ik een half jaar later alweer moest verhuizen, dus mochten de mooie posters – waaronder een zelfgemaakte foto van een waterval in IJsland – blijven hangen. Verandering van spijs doet bovendien eten, moet ik gedacht hebben. Alleen mijn ingelijste Turin Brakes poster heb ik meteen opgehangen.

Nu ik alweer tien maanden woon waar ik woon (kuch) en mijn leven weer begint te voelen zoals het volgens mij moet voelen (soms vertrouwd, soms ontspannen, soms spannend en soms druk), heb ik afgelopen week dan toch de stap genomen om mijn studio iets meer mijn studio te maken.

Dus hangt die mooie cover van Riot On An Empty Street van Kings of Convenience weer prominent naast mijn bureau – en de toch al warme sfeer die de plaathoes uitstraalt, vervult mij met nog wat extra warmte. Gewoon omdat hij al zolang mijn leven versiert. Ook de poster van Toon Tellegen hangt weer op. Misschien hang ik er nog wel meer op. Maar deze twee vormen een mooi begin.

En die foto’s… Daar moet ik er nu toch maar een paar van laten afdrukken. En er dan mijn studio mee opsieren. En misschien dat de opleukdrang (lelijk woord, maar ja, dit vond ik het beste passen) zich ook wel vertaald naar de site. Ik heb in ieder geval de lelijke voorpagina de prullenbak ingegooid. Misschien volgen er nog wel drastischere hervormingen. Ik sluit het zeker niet uit. Maar ook niet in.

Seriesly, een serie over series (3)

In ‘Seriesly’ reflecteert Stefan op de series die hij dagelijks, wekelijks of op incidentele basis kijkt. Omdat je meningen en observaties nu eenmaal moet ventileren. Maar niet te vaak en te hard.

Sherlock

Op sommige series is het lang wachten, luidt het bekende moderne spreekwoord (niet?). Sherlock zette de oude detective zo in de 21ste eeuw, onder de fantastische leiding van Steven “hij is geweldig” Moffat en Mark “Ik speel zelf de broer van Sherlock” Gatiss. In 2012 riep ik al dat ik meer afleveringen wilde en die kwamen er ook.

Alleen moest Steven Moffat dat andere kijkcijferkanon, Doctor Who (de kerstspecial van dit jaar is overigens ook een aanrader) eerst maken en moest Martin Freeman (die in Sherlock de essentiële rol van Watson speelt) tussendoor “even” de net zo essentiële rol van Bilbo spelen in de ook niet al te kleine filmproductie The Hobbit, die we in december 2012 in de bioscoop mogen gaan zien. Kortom, het duurde bijna anderhalf jaar voordat de tweede reeks van drie afleveringen van Sherlock wordt uitgezonden: begin 2012. Gisteren werd de tweede reeks besloten en ik kan concluderen dat, ondanks mijn hoge verwachtingen, de serie me weer heeft weten te verrassen qua kwaliteitsniveau.

De serie was slim, spannend (genoeg schrikmomenten, zeker in de tweede aflevering) en goed doordacht. En gisteravond, in de slotaflevering ook nog doordacht. Kortom: ik kan iedereen aanraden ook deze serie te kijken zodra die op de Nederlandse tv komt. Veel beter dan dit wordt het niet. En nu maar hopen dat serie 3 niet te lang op zich laat wachten…

Fresh Meat / The Inbetweeners

Eerste seizoen van een typische studentenkomedie – door mij in vrij hoog tempo gekeken – van de makers van het ook erg leuke Peep Show. Vul een studentenhuis met totaal verschillende mensen en kijk wat er misgaat (en ontstaat). Met Engels komedietalent en (ook van Peep Show) Robert Webb als een “ik ben geen leraar maar je vriend”-professor en genoeg situaties waar je het schaamrood van op de kaken van krijgt. Centraal staat natuurlijk alles wat het studentenleven kenmerkt, maar vooral ook: vriendschap. Alle drank en drugs ten spijt, heeft de serie wel een warm hart (en goede grappen)!

Datzelfde geldt voor The Inbetweeners - zelfde principe maar dan op de middelbare school. De series worden dan ook met elkaar vergeleken – in positieve zin, we zien zelfs een acteur in beide series opduiken als hoofdpersonage. In The Inbetweeners is hij alleen wat jonger en een grotere loser. Thematisch gezien zit er nogal wat overlap in, maar stiekem zijn de karakters kleurrijker (en platter). Vorig jaar is er een film verschenen die ondanks een matig budget van 3,5 miljoen pond toch 45 miljoen pond binnen haalde in de bioscopen – en de beste lancering van een comedy ooit op de Britse eilanden (populairder dan The Hangover en Bridget Jones). Dan weet u hoe het zit qua populariteit. En gebaseerd op het eerste seizoen dat ik nu heb gezien: niet meer dan terecht. Er liggen nog twee seizoenen EN de film op me te wachten.

Chuck (seizoen 5)

Ooit was dit mijn favoriete serie, want een perfecte combinatie van “heart”, humor en actie, maar het dal blijkt diep te zijn. Vorig jaar werd de serie (overigens voor de derde keer) tegen alle verwachtingen in verlengd, maar nu wel ECHT voor een laatste seizoen. Om te voorkomen dat de schrijvers voor de vierde keer ten onrechte een aflevering als “finale” schreven (namelijk aan het einde van seizoen 3, halverwege seizoen 4 en aan het eind van seizoen 4), verplaatste NBC de show naar de vrijdagavond, waarop ieder sociaal-ingesteld mens andere plannen maakt. De toch al niet briljante kijkcijfers stortten in. De fans die wel nog keken moesten zich worstelen door een reeks abominabele afleveringen. De grappen waren slecht of zelfs afwezig, de acteurs speelden op de automatische piloot en het plot bleek voorspelbaar en volgens het boekje. Alles moest goed aflopen dit seizoen, maar de schrijvers waren gewoon iets te vroeg begonnen met afronden: namelijk aan het begin van het laatste seizoen.

Tot twee afleveringen terug Chuck ineens weer leuk werd. Alsof iedereen dacht: laten we die laatste paar afleveringen nog maar ons best doen. Aardig van ze, maar wel zonde van de rest van het seizoen. Met nog drie afleveringen te gaan, waarvan de laatste twee achter elkaar worden uitgezonden, is het hopen dat de serie die de verschillende elementen van tv altijd zo goed wist te verbinden, nu toch nog een waardig afscheid krijgt. En anders zit er niks anders op dan die andere finales nog maar eens te kijken – om te zien hoe het wel had gemoeten.

DIE is de mol!

Zo. We zijn weer begonnen met een seizoen mollenstreken. Ditmaal vanuit IJsland, al lijkt het erop dat voor de tweede helft van het seizoen de zon gaat worden opgezocht. Art Rooijakkers doet de presentatie, voor het eerst een jonge, vlotte presentator dus. Toch anders dan Angela, Karel en Pieter-Jan, maar alles went… Vast… Behalve wellicht de teksten die Art uit mag spreken. Dat de mol van nature niet voorkomt in IJsland vind ik nog wel gaan, maar dat hij tegen het einde van de aflevering ook nog zegt dat de mol het liefst ‘s nachts opereert en dat hier 20 uur de zon schijnt in de zomer. Tenenkrommend, vond ik het.

Dat gezegd hebbende: een prima eerste aflevering. Je hoopt gewoon nu al dat Dio de mol is. Klunzig – helemaal niet als een streetwise rapper – sjokt hij over de gletsjer in IJsland. Bij het introfilmpje moest ik de nodige vraagtekens zetten bij de kandidaten – ik meende van de meeste nog nooit te hebben gehoord, maar na de korte bio’s bleek bij de meeste toch een belletje te gaan rinkelen.

Vorig jaar hadden we al een irritante mol en dus hoop ik van ganse harte dat Anne-Marie Jung de mol NIET is. Ik weet niet wat het is, maar ze staat me nu al tegen. Gelukkig heeft ze nog geen vrijstelling geregeld. William legt het er ook al te dik bovenop, dus laten we hopen dat hij zich een beetje weet te gedragen de rest van de serie.

Wordt het dan een Mol die je zo zou vertrouwen? Maarten van der Weijden, hoe mooi het ook zou zijn, is vrees ik de ultieme good guy. Maar dan van het type “ik weet niet of hij het in zich heeft.” Zou wel mooi zijn: een fanatieke sporter die even iedereen voor het lapje houdt. Marit probeert zich ook onder het kopje “goede bedoelingen” te scharen – ze krijgt mooi een vrijstelling en probeert daarna het spel te frustreren door zich over te geven – en met succes. Ik heb altijd al een beetje een zwak voor Marit gehad, maar dit ging me vrij ver. Ik weet het nog niet wat betreft Marit.

En als we van de makers van Wie Is De Mol IEMAND moeten vertrouwen dan is het Liesbeth Staats, die de openingsmonoloog mag voeren van de serie. “Helemaal alleen, dat was zo bizar… Ik ben denk ik mijn hele leven nog nooit zo alleen op een strand geweest”, zo worden we de serie ingezogen, nog niet eens echt zoekende naar een Mol, maar vooral naar het begin van de serie na minutenlang sfeerbeeld (voorzien van tikkende klok en kloppend hart) en dus misschien nog makkelijk in te pakken? Of is ze juist een bliksemafleider? Ik hou haar in de gaten.

Nee, het kan iedereen zijn nu nog, maar we moeten toch kiezen. Frits dan? “Mysterieuze” (mogen we dat alstublieft zelf uitmaken) Hadewych? Tim “mattie van Art dus ik mag meedoen en wil dan best de mol zijn” Kamps?

Nou… Het is nog steeds gokwerk natuurlijk. Laat ik voorop stellen dat ik HOOP dat Dio er nog weken in blijft zitten, maar als ik nu moet kiezen, kies ik voor… Liesbeth.

Wie kies jij?