[Orvieto 2014] Over een olijfgaard, een pauperbak en wonderschone steden

Dit jaar geen zevendelig vakantieverslag, maar één groot verslag van de vakantie…

Bijna walgelijke titels zijn het, Under The Tuscan Sun, Een Huis in Toscane, Villa Toscane, en toch kun je je er meteen iets bij voorstellen. Met Umbrië maak je dan ook minder snel een lekker bekkende titel. Toch is dat deel van Italië, iets ten oosten van Toscane, minstens zo mooi. Ik geef toe dat we veel tijd in Toscane doorbrachten deze vakantie, maar Toscane wordt in de boekenwereld misschien wat vaak gebruikt. Zo erg zelfs dat Under The Tuscan Sun één van de boeken was die in ons huis in Umbrië te vinden was.

Voor het gemak ga ik er in dit verslag even van uit dat we in Orvieto zaten (voor de boektitel Ondergedoken in Orvieto loop ik dan wel weer warm), maar we zaten daar ruimschoots buiten – zelfs nog buiten het ernaast gelegen Ciconia. Toch weer een onverharde bergweg buiten de stad dus. Het resultaat: een mooi uitzicht op de eerder genoemde steden en ’s avonds een prachtige sterrenhemel.

Een groots en meeslepende vakantie in Slowakije bleek met alle drukte moeilijk te plannen, maar net voordat de tijdnood echt te groot werd vonden we een huis in Italië om dan toch vakantie in te vieren, op rijafstand van het vliegveld waar we goedkoop op konden vliegen.

Wat we daar deden? GEEN IDEE. Het is september. Ik haal altijd alles door elkaar – al een week na de vakantie. Daarom schrijf ik normaal altijd op wat we doen. We zaten er in juli en ik heb niet veel geschreven. Maar ik verzin wel iets zoals ik altijd doe. Ten slotte rondde ik mijn vorige vakantieverslag een week voor de nieuwe vakantie af, dus dit verslag klopt net zo veel vermoed ik!

We moesten vroeg op die eerste zaterdag, dat weet ik wel, want een vakantie is geen vakantie als je er niet door ontregeld wordt. Of moe. Dus vrijdagavond vroeg naar bed, behalve dat het (1) warm was en (2) er harde muziek klonk van elders in de omgeving. En dat terwijl het in Noord-Limburg normaal zo rustig is.

Nu ja, toen de volgende ochtend dus heel vroeg op na een korte nacht, want we vlogen om 7 uur ’s morgens vanaf Weeze en die vlucht wilden we uiteraard niet missen. Een bepaald iemand had mijn voornaam weer eens verkeerd ingevoerd op de website van Ryanair, waardoor ik naar een extra balie moest om een gratis stempel te halen. Verder geen probleem, behalve kleine irritatie, maar ik vreesde een beetje voor de terugweg. Dat bleek niet nodig te zijn. De oude man die op de terugweg nog even de boel checkte leek het niet te veel uit te maken. En met ‘het’ bedoel ik het leven en beveiliging in het algemeen. Het was ook warm die ochtend.

Overigens kunnen ze best wel beveiligen in Italië. Met echte speurhonden werd gezocht naar mensen met drugs, stel ik me zo voor, in de aankomsthal in Perugia.

Wat ze niet kunnen is klantvriendelijk zijn bij de autoverhuur. We hoopten op een lichte gratis upgrade ten opzichte van ons bestelde model – inmiddels traditie bij onze vakanties – maar we kregen problemen met de creditcards en een pauperbak. En dat is niet denigrerend bedoeld. De auto was beschadigd (krassen, deuken, kapotte gordels) en leek nauwelijks in staat vijf volwassen mannen veilig te vervoeren. Laat staan ons comfortabel door de (onverharde) binnenwegen van Italië te vervoeren. Tot twee keer toe gingen we terug naar de balie met beschadigingen die niet op het formulier stonden, maar de tweede keer was er zelfs helemaal niemand meer om ons te woord te staan, laat staan af te wimpelen (zoals de eerste keer het geval was). Nee, die Ford C-Max gaan we niet vrolijk herinneren, hoewel het op de achterbank redelijk goed zitten was met drie gezonde Hollandse jongens.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Ook de eerste rit, richting ons huisje, was geen groot succes, al lag dat meer aan onszelf. We kozen voor de alternatieve binnenroute, maar die bleek misselijkmakender dan we hadden verwacht. Onze vaste ‘shotgun’-rijder zit daar niet voor niets – achterin wordt hij wagenziek – maar nu bleek zelfs voorin een uitdaging. Dus stopten we op driekwart van de route voor een voetbalpauze.

Dat was ook ongeveer het moment dat de TomTom er niks meer van snapte. Die wilde ons een zandpad insturen waar de auto al helemaal niet op berekend was (en onze magen ook niet). Dus reden we een stuk om, richting Orvieto, om vanaf daar alsnog op onverharde (maar fijnere) wegen naar ons huisje te komen (via Ciconia, voor de toekomstige biografen). Ook daar reden we nog verkeerd (“bij de vier bomen afslaan” bleek niet de meest duidelijke aanwijzing ooit), maar we konden in ieder geval vast constateren dat we een mooie omgeving hadden uitgezocht.

Ik schreef wel “huisje” hierboven, maar ik bedoel “villa”, want dit was verreweg het grootste huis waarin we tot nu toe hebben gezeten, en ons huis in de Ardennen was al best groot. Vorig jaar in IJsland zaten we in twee houten blokhutten, dus de overgang was niet alleen qua klimaat groot. Ons huis telt drie badkamers, twee woonkamers, voor ieder een eigen slaapkamer (en dan zijn er nog bedden over) en dat alles omringd door een mooie olijfgaard, gelegen op een heuvel, rozenpergola en aparte big-ass pizzaovenhuisje.

(Die pizzaoven mochten we trouwens niet gebruiken omdat we met niet genoeg mensen waren. Die wordt pas handig vanaf een man of tien, blijkbaar)

Aangekomen bij dat “huisje” werden we verwelkomd door Laura, bij wie ik het huis op Airbnb had geregeld. Ze verhuurden het nog niet zo lang, vertelde ze me, daarom konden we het redelijk goedkoop krijgen. Ze had wel al een paar lovende recensie in de strekking als “de moeilijkste beslissingen die we moesten nemen waren ‘waar dekken we vandaag nu weer de tafel?’ en ‘onder welke boom zal ik nu weer mijn boek lezen?’” Dat sprak me op zich aan voor een thuisbasis van waaruit we de rest van Italië konden ontdekken.

Maar goed, zoals het een goede Airbnb-host betaamt, kregen we vriendelijk advies over het gebruik van het huis, de tuin en de activiteiten in de omgeving. Samen met haar typisch Italiaanse man die ik voor nu even Alfredo noemt maar die volgens mij anders heette, gaven ze aan welke steden we in Toscane echt moesten bezoeken en welke we goed konden combineren op één dag (“yesse, I think-a you-a should-a take-a thies road, si?”), inclusief restauranttips.

2014-07-05 16.20.01-2
Na ons vroege ontbijt hadden we natuurlijk niet meer gegeten, dus waren we blij dat er authentiek Zweedse crackers (Wasa) met tapenade werd geserveerd. Wat betreft drank lag er een fles prosecco koud, waarmee de vakantie echt was begonnen. Met een hoop inspiratie en tips in onze hersens opgeslagen, verlieten Laura en haar man de tent (maar niet nadat ze me nog had toevertrouwd dat haar zoon in Maastricht studeert) en konden we aan de echt belangrijke zaken beginnen: relaxen in de tuin. Uitzicht, zo ongeveer:

IMG_3860

Want Knoert had een jetlag van hier tot ergens in Amerika waar hij tot enkele dagen ervoor een cursus had gevolgd aan een fancy instituut. Ik was zelf ook best moe en er was ook geen reden om met zijn vijven boodschappen te doen, dus bleven Knoert en ik achter terwijl de rest boodschappen ging doen. De temperatuur was aangenaam warm (er staat in mijn herinnering een zacht briesje). We werden slechts gezelschap houden door de zon en het tjirpende geluid van cicades, die blijkbaar via Airbnb de tuin hadden afgehuurd…VOOR ALTIJD. Uiteindelijk ontdekten we een tactiek waarmee we ze voor even stil konden krijgen: in hun richting lopen. Helaas was het niet genoeg voor een blijvend stille tuin, maar als ze het niet te massaal deden had het af en toe even iets rustgevends.

2014-07-05 19.35.47

Die avond reden we naar Orvieto voor een pizza en de wedstrijd Nederland – Costa Rica. De pizza was geweldig, de kathedraal van Orvieto ook. De wedstrijd bleek een aanslag op ons uithoudingsvermogen, of in ieder geval dat van mij. De wedstrijd begon al laat, en toen moesten we ook nog eens verlengen en strafschoppen nemen. Rond een uurtje of middernacht was de koek bij mij echt op en zat ik er zo bij (ter vergelijking ook een foto van mijn vrienden die de wedstrijd wel nog konden volgen):

Toegegeven op de foto zie ik er redelijk chill uit maar mijn lichaam zat in panic mode: trillen, misselijk, tel het allemaal maar bij elkaar op: het enige wat ik wist is dat ik wilde dat de wedstrijd voorbij was en we konden gaan. Tegen de tijd dat het zover was en we met de auto terug waren gereden, bleek nog even een kwartiertje naar de sterrenhemel kijken in een stoel voor ons huis bijzonder rustgevend.

Zondag is een ontspandag. Denk hangmat, relaxen, lezen, spelletjes doen en ’s avonds lekker eten:

Maandag gaan we wandelen, met daarvoor een kort bezoek aan Bolsena. Dat stadje vind ik uiteindelijk leuker dan de wandeling, die qua vlinders schijnbaar indrukwekkend is maar verder toch een van de mindere wandelingen die we op vakantie hebben gewandeld. Gelukkig is uitzicht bij het einde (voordat we terug moeten lopen) nog redelijk awesome.

Dinsdag gaan we cultuur snuiven met bliksembezoeken aan – oké dit gaat vast fout – Montepulciano (waar ons spelletje ‘spot de Nederlanders’ echt kan beginnen, en Sjoerd spul koopt om zijn oren weer open te krijgen, die zitten namelijk al de hele vakantie dicht), Pienza (waar we ook meteen even een heerlijke pastalunch tot ons nemen) en Sienna, waar ik indruk maak met de Wikipedia-feitjes die ik heb opgezocht en wat ik heb gelezen in het boekje van mijn collega.

Die Wikipedia-feitjes zoeken we op tijdens de Wifi-kwartiertjes die we organiseren deze vakantie. We mogen in totaal 10 uur verbruiken aan draadloos internet, dus maken we er een sport van zo efficiënt mogelijk en zo min mogelijk te internetten. Dus wel nog even de voorspelling in de WK-pool aanpassen en info downloaden over de stad waar we heen gaan, maar niet eindeloos facebooken. Uiteindelijk verbruiken we volgens mij nog niet de helft van ons WiFi-budget.

In Sienna is het trouwens afstudeerdag ofzo, want alle Laureate huppelen daar in style rond op deze mooie zomerdag.

Woensdag is weer een rustdag – althans dat is het idee. We hebben wel belangrijke zaken te verrichten: Nederland – Argentinië en daarvoor willen we de barbecue testen. Dat doen we, maar niet alles verloopt volgens plan. ’s Middags gaan we boodschappen doen. Mischa en Erwan rijden naar het dorp, Sjoerd en ik besluiten de 20-minuten-route naar de boer met zelfgemaakte schapenkaas en olijfolie te lopen.

Alleen blijkt dat niet 20 minuten te voet, maar 20 minuten met de auto te zijn. Dat weten we zeker na pakweg 40 minuten lopen. En dan hebben we geluk dat we in de hete middagzon een fles water EN zonnebrand hebben meegenomen.

(Fun fact: dit was eerste vakantie waarop ik niet ben verbrand)

We bellen toch maar even naar onze vrienden in het dorp, omdat we ook een avondprogramma en we naast de barbecue ook nog een voetbalwedstrijd moeten meepakken. De terugweg hoeven we niet helemaal wandelend af te leggen, maar verder blijkt deze wandeling veel mooier dan die van maandag. En de locatie van de kaasboer blijkt totally worth it, al staat er harde muziek aan als we aankomen. Zijn dochters zijn actrice en regisseur, heeft Laura ons verteld, maar die zien we verder alleen op een afstand. Wel krijgen we college over de kaas en maken we kennis met de extreem schattige honden. Ik ben geen groot fan van honden, maar deze waren extreem schattig.

In de avond lopen we tegen een probleem aan als we weg willen gaan. Bij het weggaan wordt de verkeerde sleutel gepakt, waardoor we onszelf buiten sluiten. Alle andere deuren in het huis zijn dicht, maar gelukkig weet Mischa via het badkamerraam de fout te herstellen. Daar is een filmpje van, dus dat moet je maar eens komen kijken.

Gelukkig zijn we nog net op tijd voor de wedstrijd Nederland – Argentinië, die een vrij treurig einde kent. We zitten in een koffiebar in het stadje onderaan het plateau waar Orvieto op ligt. Het is er vrijwel uitgestorven, buiten zitten nog wat mensen. De avond draait uit op een teleurstelling, maar het was toch een mooie dag.

IMG_4299

Donderdag rijden we naar Florence. En ondanks de oneindige stroom toeristen moet het gezegd worden: het is een mooie stad. Staat genoteerd voor een langer bezoek op het moment dat alle toeristen ergens anders zijn. Geen idee wanneer dat is trouwens.

Florence is een stad waar ik ook over heb gelezen, maar vandaag heb ik concurrentie van Sjoerd, die meer van de stad weet maar die ik toch probeer af te troeven. Het is qua weer een iets mindere dag, maar gelukkig zijn we net in de kathedraal als het even een kwartier hard onweert en stortregent. De rest van de dag lopen we voor niks met regenjassen (in de rugzak). Het is maar waar je over wilt klagen. We chillen ook nog een hippe overdekte markt met hipsterkoffie en ijsjes.

De laatste dag gaan we zwemmen – helaas is het niet echt zwemweer – bij het meer in de buurt van Bolsena, waar we eerder deze week al waren. Ik maak van de dag gebruik om lekker te lezen (eerst David Mitchell uitgelezen, daarna begonnen in The Orphan Master’s Son, wat toch van een ander niveau blijkt). Hier is het ook tijd voor de groepsfoto met onze t-shirts (ja, dit jaar hadden we voor het eerst sinds Zweden heel veel jaren geleden weer t-shirts). Er zijn ook minder fotogenieke foto’s gemaakt die dag maar die gooi ik liever niet op internet:

IMG_4613

De avond besluiten we met een feestmaal. Antipasta, pasta en daarna ook nog tiramisu. Het is een mooie zomeravond, met verhitte inhoudelijke discussies over de wetenschap en het leven, alfa’s en beta’s en bier/wijn. Een mooie afsluiter van de vakantie…

Want de volgende ochtend is het weer vroeg vertrekken naar het vliegveld van Perugia. Gelukkig iets minder vroeg dan een week eerder, we vliegen een paar uur later. We leveren de auto in, checken onze bagagetas in en vliegen huiswaarts. Het is een mooie week geweest, wat hopelijk terug te lezen in dit verslag. En dan heb ik het nog niet eens gehad over:

  • De gepofte aardappelen die nadat we terugkwamen van Nederland – Argentinië deels waren aangevreten door een mysterieus dier.
  • De potjes Class Struggle (een van de vele spelletjes aanwezig in het huis).
  • Het feit dat je toch al gauw 30 seconden onderweg was van mijn slaapkamer naar buiten – dankzij alle trappen.
  • De vage insecten die ik gelukkig pas op de laatste avond in het huis ontdekte. Ze deden niks, maar waren toch geen prettig gezicht.
  • De potjes voetbal en de struiken die daar soms wel een beetje onder leden – ondanks het feit dat we stoelen tactisch neer hadden gezet om ze te beschermen.
  • Italiaans bier (blijft toch raar, maar gelukkig hadden ze speciaalbier en wij speciaalbierglazen in huis).
  • Mischa ons weer vakkundig van A naar B reed (ondanks de discussies “ik denk dat het hier is, nee ik denk dat het hier is”)
  • Het feit dat Sjoerd ons vakkundig naar het huis loodste op die avond van Nederland-Argentinië, wat de eerste keer is dat we officieel een tweede chauffeur hadden op vakantie.
  • Italianen niet kunnen ontbijten, maar wel koffie kunnen drinken (en sorry dat ik de koffie liet aanbranden).
  • Belangrijker nog dan dat het huis groot was, was dat het een huis vol karakter en leven was: geen statische vakantiebungalow. Het echte Italiaanse leven dus.

Dat dus. Volgend jaar weer zo’n mooie vakantie graag!

 

 

Auteur: Stefan

Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

Eén gedachte over “[Orvieto 2014] Over een olijfgaard, een pauperbak en wonderschone steden”

  1. Mooi verhaal, man.
    vorig jaar waren wij ook in Orvieto en dus Umbrie. Wij beleefden het allemaal wat anders, maar ja dat is begrijpelijk: generatieverschil en zo.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*