About Stefan

Stefan is IT-journalist, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites. Dit is zijn Google +-profiel

21: Ierse huisvlijt

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

21. Lisa Hannigan – Sea Sew (2008)

Vorige week liep ik met een vriendin door het centrum van Nijmegen en had ik het over de concerten die ik de komende tijd ga bezoeken. Lisa Hannigan in Doornroosje bijvoorbeeld. Mijn gesprekspartner gaf me terug dat ze Lisa’s tweede album, Passenger, erg leuk vond, maar met debuutplaat Sea Sew niet zo veel kon. En dat de twee platen zoveel verschillen. Dat is een terechte observatie – maar ook weer niet helemaal. Immers, opener An Ocean And A Rock behandelt al het thema die op het tweede album centraal staan – het altijd onderweg zijn – en dat is niet het enige vergelijkbare ingrediënt. Maar dan met het idee dat Lisa haar geliefde zo kan opzoeken, an ocean and a rock are nothing to me… We hebben hier feitelijk te maken met een Lisa die een thuis zoekt – als ik zo vrij mag zijn. De artwork (zelf in elkaar gebreid) en de huiselijke sfeer op het album, bevestigen dat wat mij betreft.

Maar feit is dat dit album met recht meer quirky en eigenzinniger mag worden genoemd dan de opvolger. Misschien iets minder pop en iets meer folk, dus. Venn Diagram - een nummer dat ik overigens meestal skip – en Courting Blues bevestigen dat.

Daar staat tegenover dat er op de plaat wel degelijk heerlijke popnummers voorkomen. I Don’t Know is retecatchy (scoort zelfs hoog in mijn favoriete popliedjes ooit) en Sea Song is pop volgens het (gitaar-)boekje. Uitblinkers zijn echter voor mij toch de verstilde nummers – die inderdaad op Passenger wat meer afwezig zijn. Pistachio (hier live in huiselijke kring) is voor mij een kleine pick-me-up (sit down and fire away, i know it’s tricky when you’re feeling low, when you feel like your flavour has gone the way of a pre-shelled pistachio) en afsluiter Lille het summum van het lieve gitaarliedje zoals het ooit gemaakt had moeten worden (en het absolute hoogtepunt van het album – ik kan dan ook niet wachten tot ik het live hoor in Doornroosje).

Lisa was al bijna een veteraan toen ze aan dit album begon. Jong, maar al jaren op tournee met Damien Rice en ook al samengewerkt met diverse artiesten. Haar debuutplaat is echter verrassend simpel gebleven. Gewoon, muziek, weetjewel, in de huiskamer. Met emotie en gevoel. Niet ieder liedje doet me even veel, maar door de bank genomen is dit gewoon een steengoede folkplaat. Haar zachte, breekbare stem biedt hoop in bange dagen. Dat heb je soms nodig. Ik wel in ieder geval.

22: Scandinavische vikinglust in breekbare verpakking

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

22. Ane Brun – Spending Time With Morgan (2003)

Vroeger had je de Vikingen en die kwamen uit het noorden. Ane Brun komt ook uit die hoek dus dan kan het best zo zijn dat ik iets van vikinglust bij haar bespeur op haar eerste album. Inmiddels staat Brun bekend om de verstilling en schoonheid op haar brede doorbraakplaat It All Starts With One, maar hier is ze nog een simpel meisje met gitaar. Met goede skills hoor, dat wordt meteen al duidelijk. En ik zou liegen als er op deze plaat geen verstilling te vinden is, maar het is een album dat op het ene moment “de boel de boel laat” (zoals Theo Maassen zou zeggen) en op het andere moment je bij je strot grijpt. Niet voor niets is de Morgan uit de titel van de plaat geen bij naam genoemde lover, maar haar gitaar. Dit is muziek om het muziek maken, maar toch ook als uitlaadklep van emoties.

Haar liefde voor muziek blijkt meteen. Opener (en sluiter, in encoreversie) Humming One Of Your Songs is een catchy nummer waarin Brun welgeteld acht verschillende regels de huiskamer in zingt - waarbij het grootste deel ook nog eens nietszeggend is. Het gaat hier om de kern van de boodschap: ik ben verslaafd aan een van je liedjes. En waarschijnlijk: ik ben dus ook verslaafd aan jou. Het refrein (I just know one small verse in the middle of it, but it makes me wanna hear it on and on and on and on…) werkt als een mantra.

Daarna laat Brun de kracht van meerstemmig zingen en mooi gitaar spelen. Een lief liedje, dat Are They Saying Goodbye maar het gaat hier om zelfreflectie. Heb ik hem van me weggeduwd? vraagt Brun zich af. En ben ik nu niet gewoon jaloers? Om vervolgens toe te geven dat ze de waarheid helemaal niet wil weten (I refuse to go deeper, I choose to go blind, this trouble just shouldn’t be mine, but it’s confusing my existence, it is intruding my mind, I guess this trouble is also mine…).

Dergelijke conflicten komen we vaker tegen. Op het volgende nummer al, On And Off Again. Opnieuw horen we een uiterst geconflicteerde Brun. Aangezien het echte leven ook niet altijd simpel is, maakt het Spending Time With Morgan bij tijd en wijle dus ook een echte “maar, hoe, wat…?”-plaat. Meer vikinglust vinden we op I Shot My Heart. En dat de schuld niet altijd bij de ander ligt, blijkt uit So You Did It Again - wat weliswaar in de jij-vorm is geschreven maar zo venijnig klinkt dat het mensen met enige vorm van self-loathing niet anders voor kan komen dan dat de boodschap voor Brun is. You lay all your time and money on the fuckin’ wrong horse. Dat dan wel weer met een bijna vrolijk gitaarrifje ten gehore wordt gebracht.

Een hoogtepuntje is voor mij Headphone Silence, wat ook erg sterk is geremixed eind 2008. Nog steeds sluit ik me vaak af met mijn hoofdtelefoon, in de trein, in de bus, in de wachtruimte en soms zelfs op kantoor. Even tot rust komen. Woorden waar ik mij keer op keer mee identificeer… De heerlijk subtiele instrumentatie van dit nummer maakt dit tot een genot om te luisteren op een goede hoofdtelefoon. Uiteraard.

I star in this movie
I play the part and unify
With the soundtrack in my head
It could be morning it could be night
I could be anywhere
The headphone silence
Which fills my head

Wat zo mooi aan de cd als geheel is, is de geconflicteerde persoonlijkheid die Brun al op dit debuut ten toon spreid. Tegelijkertijd toont ze zich strijdlustig, breekbaar, geconflicteerd en passioneel. En dat alles met een instrumentatie die eerder Amerikaans aandoet dan Scandinavisch. Maar luister één keer naar het werk van Brun en je weet dat je niet met het zoveelste singer/songwritertje te maken hebt, maar met een intelligente vrouw die de gitaar ook nog eens bijzonder goed beheerst. Dat zou ze op de albums daarna nog vaak bewijzen. A Temporary Dive (de opvolger) staat helaas niet in deze lijst, maar we komen haar nog een keer tegen, op een album dat duidelijk maakt hoeveel ze de afgelopen jaren is gegroeid. Spending Time With Morgan is een cd waar ik steeds bij terugkom. Omdat het een menselijke plaat is. En niets menselijks mij vreemd is.

23: Uitbarstingen om hoop te houden

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

23. Turin Brakes – Outbursts (2010)

Mijn favoriete band kan natuurlijk niet in de lijst ontbreken. “Kan niet” nee. Niet “mag niet”, het kan namelijk niet zo zijn dat ik mijn favoriete band nooit luister toch? Vijf keer staan ze erin, met hun vijf studioalbums en de enige reden waarom Outbursts zo laag staat, is het feit dat de plaat pas in 2010 verscheen – de nieuwste aanwinst in de lijst zelfs. Het is voor het verhaal misschien niet zo handig dat we bij de nieuwste TB plaat beginnen, maar misschien werkt het wel op een aparte manier… We komen immers uiteindelijk uit bij…. Nou ja, vult u zelf de puntjes maar in.

We spreken dus van 2010, een jaar waarin het commerciële succes inmiddels ver te zoeken is voor het gitaarduo. De laatste hitnotering dateert van bijna vijf jaar eerder. Ironisch genoeg is de band sindsdien live een stuk zekerder en sterker geworden. De albums verkopen nog wel aardig, maar echte hits staan er – blijkbaar – niet op. In 2007, na de release van Dark On Fire (aanzienlijk hoger in deze lijst), werd de band aan de kant geschoven door de platenmaatschappij. Het contract liep af en de band was de inzet van het label dusdanig zat dat eventueel vragen om verlenging niet aan orde was. In 2009 stellen label en band nog een compilatie (Bottled at Source, The Best of The Source Years - ook als ode aan het kleine indielabel waar ze tekenden, dat een half jaar later werd overgenomen door labelgigant EMI) samen, maar feitelijk heeft de band vanaf 2008 de tijd om te werken aan de opvolger van Dark On Fire, al is dan nog de vraag hoe die uitgebracht gaat worden.

Turin Brakes is een bescheiden band, maar werkt – ondanks de akoestische instrumentatie – vaak met grote gebaren op plaat. In de eigen studio van de heren in het zuiden van London, wordt dus driftig geknutseld aan wat Outbursts gaat heten. Het gaat te ver om de heren bevrijd te noemen van de grote labels – op Outbursts bekruipt je bij tijd en wijle het gevoel dat dit een band is die toch weer bij een (al dan niet groot) label hoopt te tekenen. De echte bevrijding, het kleinere maar creatievere denken, begon ik pas NA Outbursts op te merken. Pas toen begon de band echt met andere artiesten samen te werken, kleine nieuwe projecten te beginnen, zelf EPs uit te brengen en social media te omarmen om contact te leggen met andere muzikanten, filmmakers en – ook niet onbelangrijk – fans.

Dat maakt Outbursts tot een gemengde ervaring. De liedjes zijn prima, maar de productie laat het hier en daar afweten. Zo horen we op opener Sea Change elektronische drums en elektrische strings. Een afknapper, want live horen we gewoon een imposante djembe, die gitarist Gale ter hand neemt op het moment dat het nummer op zijn eind loopt. En Will Power is in dit sausje wel erg verwant aan With or Without You. Daar staat nieuw territorium tegenover, kijk naar het ringtonewaardige riffje (maar dan op een niet irritante manier) in Apocolyps, de spookachtige stemming van The Letting Down en de elektrische verstilling in de titeltrack.

Toen ik de plaat voor de eerste keer hoorde was ik laaiend enthousiast – niet alleen vanwege mijn dank-u-wel-melding in de liner notes van het album. Dat komt omdat de band – zonder de roots te verloochenen – zijn best deed iets anders te doen met de bekende kwaliteiten (goed gitaarspel, sterke zang). Dat was voor mij voldoende om het vertrouwen in de band te herstellen – dat ook bij mij op donkere dagen soms minder is. Want ja, als commercieel succes uitblijft en talloze liefhebbers de band links laten liggen, dan vraag je je af of het het allemaal wel waard is.

Maar Outbursts herstelde mijn vertrouwen in de band en maakte mij zowaar enigszins emotioneel. Dat ik niet fout zat. Dat ze nog steeds toffe en mooie liedjes maken – soms naar beneden gehaald door een gemiddelde productie. Dat ze af en toe een schop onder de kont nodig hebben. Dat ik die dan maar moet proberen te geven als superfan.

De cd opent met maatschappijkritiek (6 billion backs against the wall, now will you walk or run?én zelfbevestiging (If we don’t do this nobody else will) en eindigt met de extreem intieme liefdesverklaring in Outbursts, waarin Olly zich live regelmatig verliest (I love you everyday, and the summer rain won’t wash this love away). Waarbij Olly aan het eind ineens vraagt: I just poured my heart out, did I go too far now?

Voor mij niet. Maar misschien ben ik een te intens mens.

24: Miniatuurtjes om van te huilen

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

24. Kate Walsh – Light & Dark (2009)

Een beetje jammer als ik eerlijk ben. Heb ik vorige week waarschijnlijk het meest depressieve album van een mannelijke artiest uit deze top 25 besproken, is de volgende aflevering meteen het meest depressieve album van een vrouwelijke artiest. Doe je niks aan…

Voor mij zijn deze eerste afleveringen misschien nog wel het meest interessant – terwijl ik toewerk naar de onvermijdelijke nummer 1. Light & Dark zou namelijk nooit bij mijn desert island discs horen. Maar het album moet hier wel in de spotlight – het is immer nummer 24. Dus forceert het mij na te denken wat ik eigenlijk waardeer in dit album… Het is geen perfect album, maar het zijn de momenten waarop het album je overvalt, die het de moeite waard maken.

De opening wordt gevormd zeegeluiden vermoedelijk opgenomen aan de Britse zuidkust. De instrumentatie is hier schaars, accordeon, gitaar en zang, in eerste instantie. Later: strijkers. Kate Walsh opent met een liedje (As He Pleases) over een geliefde die we alleen maar kunnen omschrijven als een eikel: “And they are wrong when they tell me I’d do better just to leave him. ‘Cause he takes me to a place that I can breathe in, but all that I can do is watch him leaving.” De strijkers verhogen het drama tegen het eind, maar feit is dat het liedje zonder die extra violen net zo hard zou binnenkomen en misschien nog wel harder.

Het nummer wordt gevolgd door het nummer wat in eerste instantie mijn aandacht trok: Trying - met een gastoptreden van Turin Brakes. Een duet is het ook, niet van het wonderschone soort, maar van het “we zingen bijna alles samen“-principe. Later horen we Olly van Turin Brakes nog een keer, nu wel in een ‘wonderschoon-duet’ getiteld The Greatest Love. Wat overigens meer pijnlijk dan cheesy is (ondanks de titel).

Waar je je op verkijkt bij Kate Walsh, is het leed dat onder de soms wat zoete productie en lieve vocalen schuil gaat (This is getting silly now, I have to walk away / close the door behind me and look the other way, but you don’t know how hard, you don’t know hard it is”). Het is luistermuziek met leed, wat ook op de titeltrack nog maar eens duidelijk wordt (“I left you for another man and he doesn’t deserve me, I know this inside. But he holds my heart between light and the dark. And I, I wish it was you”).

Er zijn wel lichtere momenten, uitstapjes naar pop (singles, zo u wilt). June Last Year (hier in rustige akoestische live versie), 1000 Bees en Be Mine geven het album wat punch, maar voorkomen niet dat de aandacht tegen het einde wat verslapt. Begrijp me niet verkeerd, op dagen dat je je onbegrepen voelt, maakt de plaat meer dan genoeg indruk, maar truth be told mist Walsh op sommige momenten net het karakter om de plaat – voor mij – tot een meesterwerk te verheffen. Dat neemt niet weg dat Walsh erg sterke miniatuurtjes kan maken, die je overvallen op momenten dat je ze nodig hebt. Van de intensiteit moet je houden, maar uiteindelijk is voor gekwelde zielen Kate Walsh het ultieme medicijn: realistisch, eerlijk en soms hard – maar alles overgoten met een heerlijk zoete stem en instrumentatie. En iedereen heeft een klein meisje in zich dat daar gevoelig voor is, toch? Of ben ik de enige?

De vorige keer

De vorige keer op 29 februari, in 2008 dus, blogde ik over het Cultuurcafé op de Radboud Universiteit en hoe mijn team en ik (vooral mijn team) daar de eerste pubquiz OOIT wonnen. Jaja, ik kan me nauwelijks voorstellen dat dat echt vier jaar geleden is, maar het is zo. Het is wel een momentje… Sta mij toe hier even de memorabele passages te citeren van het artikel dat naar aanleiding van dit heuglijke feit op het inmiddels ter ziele gegane Voxlog verscheen:

Een van de winnaars, Stefan Meeuws (21, vierdejaars student Nederlandse taal en cultuur) werd door een vriendin naar de pubquiz gevraagd. Zelf had hij het nergens zien staan. Hij verwachtte ook niet dat hij ging winnen. Dat zijn team bij de tussentijdse score tweede stond, kwam als een verrassing. ‘We moesten het écht van de muziekronde hebben.’ In deze ronde haalde zijn team veel punten.

Stefan weet niet of hij over twee weken weer deelneemt aan de quiz, maar hij vond het in ieder geval voor herhaling vatbaar: ‘Het lijkt me leuk om vaker te doen. Je kennis wordt getest. Er ontstaat een beetje competitie en ik vond de interactie tussen de teams leuk. Het Cultuurcafé wordt zo ook een echt café. Ik denk ook dat de pubquiz meer mensen naar het Cultuurcafé trekt. Met minimale promotie hadden zich al dertig deelnemers aangemeld!’

Nou wil het toeval dat ik gisteravond BIJNA had meegedaan met een pubquiz. BIJNA! Behalve dat ik naar de tandarts moest.

Alles was prima hoor, overigens. Maar daarna ben ik toch maar niet naar de pub gegaan. En heb ik dus ook niet aan een quiz meegedaan. Had gekund, niet gebeurd…

25: Pijnlijke somberheid zonder naam

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

25. Tom McRae – Tom McRae (2000)

Aan het begin van de 21ste eeuw verscheen de debuutplaat van Tom McRae. De muziek was net zo zwart als de cover. Melancholie: ja, af en toe, maar de plaat opende met You Cut Her Hair (“Time has coloured in the black and white of your skin…” snijdt door merg en been). Tom was nooit een vrolijke vent – en dat wordt hij op de albums daarna ook niet. Hoewel het album introvert begint, brengt Tom op End of the World News maatschappijkritiek te berde en doet dit later op Hidden Camera Show nogmaals over voor de nog steeds alom aanwezige reality shows: “We’re all caught in a hidden camera show / And it’s the thrill of deception, it’s the chill of rejection / In the face of people we don’t know.” De maatschappijkritiek werd aangewakkerd door zijn val van het geloof (zijn ouders waren dominees) en zijn studie politicologie.

Toms muziek ontdekte ik op een moment dat ik het echt nodig had, worstelend met de werkdruk en onzekerheden waar je als puber/tiener mee kunt zitten. De cynische McRae bood me geen emo-woede of punk-boosheid, maar cynisch commentaar op de wereld zoals die toen was. Een mooie afleiding van paniekaanvallen en de dingen die ik toen niet begreep – en nu nog steeds niet.

Mijn eerste kennismaking met McRae waren in eerste instantie vijf liedjes van de eerste en tweede cd, waarna ik de tweede cd in de winkel kocht. De debuutplaat kocht ik pas enkele jaren later – hoewel ik toen al de meeste nummers kende.

Veel nummers van het titelloze debuut moeten McRae enorm pijn doen. De bitterheid uit Boy With The Bubblegun kan niet verzonnen zijn. Toch speelt McRae dat nummer nog steeds live, net als veel andere nummers van de plaat. En net als je denkt dat je Tom McRae door hebt – aan het eind van Sao Paolo Rain, begint de afsluiter. Een jengelende gitaar – zo eentje van een cassettebandje gejat. I Ain’t Scared of Lightning impliceert wellicht een battle cry maar je krijgt een hartbrekend klein liedje waarin alle zekerheid uit je wordt gezogen. In minder dan anderhalve minuut.

Op de meest donkere dagen is er nog altijd Tom McRae. Want hoe depressief en cynisch zijn muziek ook mag zijn, de muziek is ook van een dusdanige schoonheid die ‘s avonds laat pas echt tot zijn recht komt. McRae werd getipt voor grootse daden en genomineerd voor de Britse Mercury Prize. Hij won niet. Uiteraard niet. Hij zou altijd een beetje de vreemde eend in de Britse muziekindustrie bijt zijn… Dat is hij nu nog steeds.