Lang leve de ongeloofwaardigheid

Toen Tom Hanks werd geïnterviewd over de film Forrest Gump, waarin hij de hoofdrol vertolkt, noemde hij de film “non-political and thus non-judgmental.” (Bron) Dat is geen rare gedachte. Gump is een simpele ziel, die min of meer toevallig bij de grote gebeurtenissen in zijn leven betrokken raakt. Het is fascinerend, dat het zo maar kan gebeuren dat je van de ene in de andere wereldgebeurtenis terecht komt. In theorie moet het kunnen, maar er zit toch altijd een zekere vlaag van onwaarschijnlijkheid aan zulke verhaallijnen. Daar ontsnapt De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van Jonas Jonasson niet aan. Jonasson trekt het verhaalmotief van Forrest Gump tot in het ludieke door en schudt een levensloop uit zijn mouw die het leven van Gump doet verbleken tot een duffe bedoeling. Als eerbetoon aan zijn opa, zo schrijft hij op de eerste pagina. Want die kon pas écht een goed verhaal verzinnen.

De roman begint met een sterk staaltje escapism. Op zijn honderste verjaardag is Allan Karsson het bejaardentehuis waar hij woont zo zat, dat hij uit het raam klimt en er vandoor gaat. Gewoon. Op zijn pantoffels. Want het is wat het is en het wordt wat het wordt, zo luidt zijn levensmotto. Dat Allan een krasse knar is, wordt dus al gauw duidelijk. Allan komt al gauw in het bezit van een koffer met geld en gaat op een road trip terwijl de rest van het land naar hem op zoek gaat. Daarbij komen enkele criminelen op voor hun ongelukkige wijze om het leven, maar het is vanaf bladzijde één al duidelijk dat deze man op leeftijd zijn laatste dagen niet in de cel gaat slijten. En dat gebeurt dan ook niet.

Verreweg het grootste aantal bladzijdes wordt echter besteed aan de levensloop van de 100-jarige Karsson. Net als Gump gaat het om een (in eerste instantie) wat simpele ziel zonder noemenswaardige opleiding, die het allemaal wel best vindt als er een borrel en een goed gesprek in zit. Karsson specialiseert zich op jonge leeftijd in het maken van explosieven en komt na Zweden te hebben verlaten in de Spaanse burgeroorlog terecht, alwaar hij aan beide kanten helpt waar dat uitkomt. Want Karsson heeft geen politieke voorkeur, of religieuze achtergrond: Karsson beoordeelt mensen op hun karakter en hun houding ten opzichte van Karsson zelf. Dit zorgt ervoor dat hij niet alleen de Amerikanen helpt bij de ontwikkeling van de atoombom, maar ook de geheimen aan de Russen doorverteld (al blijkt Stalin geen aardige man en wordt hij naar een werkkamp in Siberië gestuurd). Via China, Iran en talloze andere omzwervingen leren we het bewogen levensverhaal kennen. Het verschil met Forrest Gump is wellicht dat Karsson in de meeste gevallen een beslissende rol in de historische ontwikkelingen speelt. Hij heeft wel gemeen met Gump dat hij geen oordeel velt over die gebeurtenissen. Het is zoals het is, immers.

Jonasson schuwt subtiliteit en gaat er vol voor. Van Tweede Wereldoorlog tot Mao, van Stalin tot corrupte leiders in Indonesië, Karsson is erbij. Hij ontsnapt regelmatig aan de dood, maar het wordt allemaal op zo’n matter of fact-manier verteld, dat het boek altijd luchtig blijft. Je bent dan allang vergeten dat je je in eerste instantie ergerde aan de vrijblijvendheid in het begin van het verhaal.

Het avontuur van de 100-jarige Karsson speelt zich op kleinere schaal af, maar is niet minder komisch en absurd. Het boek laat geen enorme indruk achter, maar is zeer vermakelijk en bij tijd en wijle zelfs spannend. Voor een debuutroman is de grootsheid van het verhaal lovenswaardig. Verwacht geen groots drama of leed, maar wel een verhaal waarin veel misgaat, maar alles op zijn pootjes terecht komt. De droge doch vertellende toon waarmee het levensverhaal van Karsson wordt uitgespeeld, maakt het geheel uiterst behapbaar en leesbaar in sneltreinvaart.

Hanks’ “non-political and thus non-judgmental” film werd door critici als pleidooi voor een conservatieve levensstijl – waarbij het slecht afliep met de linkse hippie en liefde van zijn leven. Producers houden vol dat het een verhaal over respect, toleratie en onvoorwaardelijke liefde betreft. Waar Forrest Gump een product(-bewerking) van Hollywood is, is De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween een product van zijn Zweedse cultuur: een stuk nuchterder dus en een stuk minder “moraal van het verhaal.”

De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween gaat dan ook niet zo zeer om de gebeurtenissen (of de bijbehorende emoties, die grotendeels uit het verhaal zijn weggelaten) als wel om de manier waarop die gebeurtenissen worden verteld. Uiteindelijk is Jonassons roman dan ook een eerbetoon aan de vertelkunst; een ongelooflijk verhaal waarin je mee moet willen gaan zonder erin te moeten geloven. Hoe dolkomisch en absurd het verhaal ook mag worden, af en toe mag er best een verhaal worden geschreven waaraan je twijfelt – zelfs binnen de realiteit van het verhaal. De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween mist alle geloofwaardigheid. Maar het is wel een mooi verhaal. En dat is volgens Jonasson (en zijn allang overleden opa) het belangrijkst.

De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van Jonas Jonasson is verschenen bij Signatuur.

Even de boeken langs

In 50 woorden. Maximaal dan. Minder mag ook.

Nick Hornby – A Long Way Down
Viel me niet tegen, al was High Fidelity aanmerkelijk beter, alsmede About A Boy. Waarom van het dak afspringen op oudjaarsavond niet slim is tenzij je stiekem toch niet dood wil. Wat mij betreft verhaal over het veranderlijke leven terwijl je stil blijkt te staan.
drie uit vijf

Dirk Weber - Hij of Ik
Dubbelgangersmotief werkt altijd. Kinderboekbeperkingen daargelaten had ik het mooier gevonden als dit boek was begonnen waar het eindigde. In plaats daarvan heeft Weber ruimte gebruikt voor niet echt relevante subplots die niet mooi afgerond worden. Jammer, tenzij er een vervolg komt?
drie uit vijf (want voor kinderen prima)

Scarlett Thomas – Our Tragic Universe
Aardige ideeën verpakt in net iets te “ik-ben-een-vrouw-in-een-vastgelopen-relatie-en-alles-mislukt-achtig verhaal dat zonder plot zou moeten zijn, maar waar je als lezer uiteindelijk toch plot in ziet. Laat dat nou juist een van de centrale thema’s zijn. Dus helemaal mislukt of toch nog geslaagd? (Later meer hierover).
vier uit vijf

Piet Meeuse – Het kraaien van de haan
Absurd en vaak hilarische herschrijving van Bijbelse geschiedenis die zowel in onze toekomst als ons verleden speelt. Mooie achtergrondgeschiedenis opgevolgd door Monty Python-achtige scherts. Meer hilarisch dan filosofisch. Gevoel voor humor noodzakelijk.
vier uit vijf

Paul Claes – De leeuwerik
Mooie romance die helaas weinig toevoegt. Biedt voor geïnteresseerden ook een hoop weetjes over de Middeleeuwen, maar niets wat je na een semester Mediëvistiek nog niet weet, kan ik vast vertellen. Te netjes om te beklijven.
vier uit vijf

Goodreads: stoffig samen lezen

Het is tijd dat ik op de bres spring voor Goodreads.com. Goodreads is Facebook voor boeken. Je maakt een account aan (of je gebruikt je Facebook/Twitter-account) en zoekt de boeken die je aan het lezen bent (of hebt gelezen) en voegt ze toe aan je account. Je kunt je status updaten en vertellen op welke bladzijde je bent, vergelijkbare boeken zoeken, met andere boekenwurmen over boeken kletsen, reviews plaatsen en een quiz spelen. In veel opzichten is Goodreads een gewoon, weliswaar gespecialiseerd, sociaal netwerk. Maar het is net als de gewone bibliotheek heerlijk stoffig.

Kijk alleen al naar de website: hij is niet bijzonder kleurrijk, niet hip opgemaakt, maar hij kan alles wat je van een moderne website verwacht. Het is erg leuk om op stoffige wijze je online boekenplanken te managen en lijstjes te maken, reviews te schrijven en status updates in de trant van “Ik ben nu op pagina 79 van ‘Oorlog & Vrede’ van Leo Tolstoj” te plaatsen en te exporteren naar Facebook en Twitter. Je kunt jezelf ook doelen stellen, bijvoorbeeld hoeveel boeken je dit jaar gaat lezen. De nooit-eindigende triviaquiz bevat ongelooflijk veel vragen en wordt nog steeds aangevuld.

Het leukste onderdeel blijft echter “Explore.” Naast talloze lijstjes vind je hier ook allerlei statistieken over populaire boeken, wedstrijden, tips en nieuws. Daarnaast is er een lange lijst met citaten, inspirerend bevonden door de community van Goodreads. Mocht je dus belezen voor de dag willen komen op feestjes, dan scoor je op Goodreads wat mooie citaten voor je vertrekt. Er worden ook regelmatig auteurs geïnterviewd en interessante achtergrondartikelen geschreven.

Goodreads wordt steeds beter: zo heeft de site geïnvesteerd in techniek van Discovereads om beter aanbevelingen te kunnen doen, bijvoorbeeld. Zo moet de site gaan uitblinken in het aanbevelen van nieuwe boeken naar aanleiding van de boeken die je al gelezen hebt. Ondanks het wat stoffige imago, zit er dus wel degelijk goede techniek achter de site en wordt er hard gewerkt om deze up to date te houden. Er is zelfs een goed werkende iPhone-app beschikbaar voor de fanatieke lezer onderweg én je kunt lid worden van heuse online boekenclubs. Als je dat woord voorheen associeerde met buurthuizen in de Achterhoek, dan wordt het nu tijd om dat beeld (enigszins) bij te stellen.

Feitelijk het enige nadeel van Goodreads het gebrek aan Nederlandse gebruikers. Ze zijn er wel, er staan genoeg Nederlandse boeken in de database en die worden ook gelezen door gebruikers, maar je krijgt geenszins het idee dat Goodreads in Nederland is doorgebroken. En dat is jammer. Want Goodreads is een goede manier om op te scheppen over welke boeken je hebt gelezen en aan het lezen bent. En de site wordt dus een steeds beter middel om nieuwe boeken te ontdekken. Dat is maar goed ook, want er verschijnen ieder jaar meer dan 300.000 boeken.

Het moge duidelijk zijn: ik ben – als boekenwurm – een beetje verliefd op het stoffige Goodreads. Maar ik heb maar vijf vrienden. En die vijf vrienden die ik heb, hebben allemaal ook maar een beperkt aantal vrienden. En die ook. Tijd dus dat jij ook lid wordt van Goodreads en weer aan het lezen slaat!

Boekenfeest 2011 – Een feest van herkenning

Afgelopen zaterdag werd in de Vereeniging te Nijmegen het Boekenfeest 2011 georganiseerd. Literair productiehuis Wintertuin trok weer alles uit de kast om lezers en auteurs samen te brengen. Centraal thema van de avond was uiteraard de biografie, het portret, het in kaart brengen van een personage. Het was dan ook een bijzonder sociaal feest: je maakte kennis met nieuwe personages, zag auteurs die je wellicht van hun werk of anders wel uit de media kent en kwam daarnaast honderden liefhebbers uit Nijmegen en omgeving tegen.

In de grote zaal wordt het programma geopend door Nijmeegse stadsdichter Dennis Gaens. Hij schreef een gedicht naar aanleiding van het verdwijnen van het frietkot op het Keizer Karelplein. Het portret van Çetin, de eigenaar van het keetje waar menig Nijmegenaar in de kleine uurtjes een broodje kroket heeft gescoord, wordt na afloop van de eerste ronde in de zaal uitgedeeld op een ansichtkaart.

Die eerste ronde is in de grote zaal voor Kamagurka. Mensen die niet weten wat voor avond het zou gaan worden, kwamen er op dat moment achter. Weliswaar is de inhoud van Kamagurka’s set niet exemplarisch voor de die van de rest van het programma, het is een set vol humor en vervreemding, twee gevoelens die de rest van de avond vaker worden opgeroepen. Kamagurka treft doel door het vertellen van slechte tot matige grappen en het opsommen van verschillen tussen Belgen en Nederlanders. Niet alles blijkt op waarheid te berusten en net op het moment dat mensen er genoeg van lijken te krijgen, geeft de cartoonist een onverwachte draai aan de set door van microfoon te switchen en het decor belachelijk te maken en bijna af te breken. Niet iedereen lacht om de absurde humor van Kamagurka, maar de tekenaar weet de zaal toch voor zich te winnen met onsmakelijke en soms ronduit smerige grappen. Is er een hondenneuker in de zaal?

Door naar P.F. Thomése, die op de eerste verdieping voordraagt uit eigen werk. Hij lijkt voor dezelfde techniek als Kamagurka te hebben gekozen en kiest bewust de smerigste passages uit zowel De Weldoener als J. Kessels the novel. Daarvoor heeft hij al laten merken erg teleurgesteld te zijn over het feit dat hij niet het boekenweekgeschenk heeft mogen schrijven. Dat had hij namelijk wel al grotendeels geschreven. Daarom sluit hij zijn set op met het nieuwe verhaal over J. Kessels en Thomése zelf, waarschijnlijk in de hoop dat het CPNB hem op korte termijn opbelt. En het moet gezegd worden, een kleurrijk figuur als J. Kessels had inderdaad niet misstaan als boekenweekgeschenk van een boekenweek vol portretten.

Ondertussen is bij Op Ruwe Planken de winnaar van de Liegbio-wedstrijd uitgeroepen. Vincent van Meenen ging met de eeuwige roem er vandoor. Zijn liegbiografie verschijnt in het meinummer van Op Ruwe Planken. Voor wat broodnodige diepgang moeten we bij het Soeterbeeckprogramma zijn, waar discussies over identiteit en kunst worden gevoerd, opgeleukt met luchtige intermezzo’s van Theater Pluim. Omdat het zaterdagavond is, switchen we al gauw naar de grote zaal, waar Jan Mulder geanimeerd verteld over zijn leven als voetballer. Hij had liever Romario geheten, dat klinkt per slot van rekening veel beter dan Jan Mulder. Hij hemelt Johan Cruijf op, om zijn monoloog af te sluiten met een schalks “maar nu weer over mij!” Hij durft zijn geschreven werk niet te vergelijken met dat van Remco Campert en Gerard Reve, maar “Ik kon wel beter voetballen dan Reve.”

Terwijl Kader Abdolah de dialoog aangaat, zoeken we wat lucht in de bar, waar vakkundig getekend wordt door één van de oprichters van dit weblog, terwijl een dj plaatjes draait. Live muziek komt er van La Femme Belge, die al eerder hebben meegewerkt aan de literaire projecten van Wintertuin. De Vlaamse band speelt een preview van tien minuten in de foyer, maar komt helaas nauwelijks boven het rumoer uit. De daadwerkelijke set in de kleine zaal boven wordt aanzienlijk beter ontvangen en is een goede opwarmer voor de Franse disco van Vic van de Reijt, die helaas niet aan iedereen is besteed. Zijn verhaal over Willem Elsschot eerder op de avond was een groter succes. Maar wie zijn Franse uptempo chansons wel kon waarderen, kon heerlijk de nacht indansen, vol van nieuwe karakters, absurde grappen en boeiende personages.

In SVK ben je zelf de detective

In samenwerking met Warren Ellis en D’Israeli komt BERG London in april met een graphic novel getiteld SVK. Dat is uiteraard niet zomaar een graphic novel, er verschijnen immers genoeg graphic novels waar géén aandacht aan wordt besteed op Stofwolk. BERG is ook niet zomaar de zoveelste uitgever. Sterker nog, BERG is een studio die zich bezighoudt met het bedenken van nieuwe producten en concepten en het bouwen ervan. Geen uitgever. De afgelopen jaren heeft BERG, echter al al de nodige innovatieve grapjes met taal en tekst uitgehaald. Zo bedachten ze – terwijl ze iets heel anders aan het doen waren – Penki, een applicatie voor je iPhone en iPad om 3D-tekst mee in de lucht te schrijven (mits je ook een goede camera hebt):

Ook bedachten ze al voor de introductie van de iPad hoe digitale magazines er volgens hun uit moesten zien. Toen niet lang daarna het apparaat verscheen waarop hun digitale tijdschriften werkelijkheid konden worden, waren zij dan ook de studio waar je moest zijn om je tijdschrift op een fatsoenlijke manier digitaal aan te bieden. Ze maken zoveel mogelijk van hun concepten openbaar op Vimeo, hier staan enkele concepten, waaronder een Rube Goldberg-achtige machine die allerlei dingen achter elkaar in gang zet, maar dan ZONDER dat deze items elkaar daadwerkelijk raken:

Volgende maand verschijnt er dus een graphic novel, mede bedacht door BERG en uitgewerkt door Warren Ellis en D’Israeli, twee bekende auteurs van graphic novels. SVK komt gebundeld met een speciale zaklamp. De detective die de hoofdrol speelt, komt erachter dat hij met een speciaal apparaat de gedachten van andere mensen kan lezen. Dan kom je erachter dat jij dat als lezer ook kan doen. De helft van de strip is dan ook getekend in onzichtbare (UV) inkt. Schijn erop met je SVK (Special Viewing Kit) en je helpt het mysterie op te lossen. De auteurs omschrijven het verhaal als “Franz Kafka’s Bourne Identity” en “It’s also a story about looking, and it’s an investigation into perception, storytelling and optical experimentation”, dus dat zit ook goed. Een sneak preview van hoe dit project eruit ziet, vind je hier. In eerste instantie worden er drieduizend exemplaren gemaakt. Meer informatie vind je op getsvk.com.

Hoe sorteer je een boekenkast?

Boekenkasten inruimen is een vak apart. Wellicht doe je het alleen als je verhuist, wellicht heb je lol aan het continu in- en uitruimen en hersorteren, wellicht raak je gefrustreerd als het systeem niet meer klopt. Nu ben ik zelf onlangs verhuisd en word ik zelf geconfronteerd met een veel te snel gevulde boekenkast en veel te veel boeken. Ga ik op thema sorteren? Op alfabetische volgorde? Op grootte? Op kleur (ja, er zijn ook mensen die hun kast op kleur sorteren)?

Ieder systeem kent zijn gebreken. Naast alle pockets heb ik ook een aantal dure, mooie boeken die iedereen moet zien als ze mijn kamer binnenwandelen. Dus moet ik een soort ‘very best of’-plank maken. Maar dat schopt dan wel meteen mijn idee om alle literaire meesterwerken bij elkaar te zetten en alle boeken over literatuur en literatuurgeschiedenis apart. En wat doe ik met Engelstalige werken? Apart of toch tussen de andere werken. Vooralsnog kies ik één licht thematische indeling, waarbij vorm ook belangrijk is. Dus wel licht thematisch gesorteerd, maar uiteindelijk moet het er ook netjes uitzien. Dus wel van groot naar klein en niet op alfabetische volgorde dus. Het oog wil ook wat. Des te jammer is het dat door de boeken in een kast te plaatsen de mooiste juweeltjes uit het zicht verdwijnen – namelijk de cover.

Zo kon er de afgelopen tijd niet alleen gestemd worden op politici, maar ook op de mooiste boekcover van 2011. Het gaat er mij niet om welke cover deze verkiezing wint, maar dat de uitdrukking Don’t judge a book by its cover eens NIET ter harte wordt genomen. Het Boekblad – organisator van de verkiezing waar vanavond (niet geheel toevallig) de uitslag van bekend wordt – is gelukkig niet de enige die de waarde van een goede cover ziet. Een goede cover trekt de aandacht en kan zelfs de doorslag geven of een boek wel of niet wordt verkocht. Als een boek met een bepaalde cover niet verkoopt, laat de uitgever gewoon een nieuwe ontwerpen. Dat mag blijkbaar zomaar, terwijl oude cd’s vaak keer op keer met originele cover art worden uitgegeven. Ik vind dat boekcovers meer liefde zouden moeten krijgen. Dat vinden de makers van An Archive of Book Cover Designs and Designers ook en zij zijn een bescheiden poging begonnen om een database aan te leggen. Tot nu toe staan er iets meer dan 1300 covers in het archief van een beperkt aantal ontwerpers, maar het begin is er. Liefhebbers van boekomslagen moeten deze site zeker in de gaten houden. Op het bijbehorende blog worden ook regelmatig interessante ontwerpen geplaatst.

Dat lost het probleem van de boekenkast nog niet op. De rug van het boek is over het algemeen bijzonder saai opgemaakt. Auteur, titel en uitgever. In zijn eenvoud heeft het wel wat, maar erg spannend is het niet. Mike Stilkey dacht vermoedelijk hetzelfde en maakte enkele bijzondere creaties met de ruggen van boeken. Erg handig zijn de resultaten niet – zeker niet als je af en toe nog een boek wil lezen, maar het is weer eens wat anders dan een overvolle Billy met verplichte werken. Eén plank om je creatief te laten gaan met boeken die je toch niet meer leest, kan alleen maar iets toevoegen aan je studeerkamer, toch?

De Nederlandse literatuur, alleen maar vieze boekjes

Uiteindelijk gaat het in deze wereld maar om één ding en dat is seks. Gelukkig zit de Nederlandse literatuur er vol mee. Voor sommige lezers onder ons was het de enige reden waarom boekverslagen op de middelbare school nog enigszins draaglijk waren, voor anderen bron van hilariteit. Puisterige pubers die lachen om de eerste bladzijdes in Turks Fruit van Jan Wolkers: als je het zelf niet hebt gedaan dan ken je in ieder geval iemand anders die het tragikomische boek las vanwege de beschreven vleselijke lusten van de hoofdpersonen.Seks is alomtegenwoordig in de Nederlandse literatuur, van Van den vos Reynaerde tot Tirza en weer terug. De Nederlandse schrijverswereld bestaat uit een stelletje viespeuken. De Nederlandse literatuur is dan ook een uitstekende bron voor de Nederlandse film. Want een Nederlandse film is geen Nederlandse film zonder dat de vrouwelijke lead minstens twee keer uit de kleren gaat voor een gepassioneerde scène, bij voorkeur met verschillende karakters. Prima natuurlijk, maar als in negen van de tien Nederlandse speelfilms en romans meer bloot zit dan in tien jaar Hollywood-blockbusters, dan moet je niet raar op kijken als deze Nederlandse kunstuitingen seksistische trekjes beginnen te vertonen. Je kunt de klok erop gelijk zitten: om de zoveel tijd is het raak. Zo werd twee jaar geleden Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje verwetenplatvloers en vrouwonvriendelijk te zijn.

Enkele maanden later was het weer raak met J. Kessels the novel van P.F. Thomése. Dit keer voelde Stine Jensen zich geroepen het boek zijdelings te noemen in een colum over seksisme in de Vaderlandse letteren. Thomése was natuurlijk niet de beroerdste om te reageren. Toegegeven, J. Kessels the novel kan inderdaad als smerige onderbroekenlol worden omschreven, maar ook als treffende, tragikomische beschrijving van de mislukking van de man in deze maatschappij en de zoektocht naar vervlogen liefde met een lijk in de kofferbak. Daar kun je wel moeilijk over gaan doen als feministe of mascotte van de zedenpolitie, maar dan ben je, zo’n 800 jaar nadat Reynaert de vos de vrouw van de wolf Isegrim verkracht en de kinderen van het echtpaar Wolf mishandelt, rijkelijk laat. Seks is onlosmakelijk verbonden met de Nederlandse literatuur en het enige wat je daar kunt doen is proberen zelf een boek te schrijven dat die traditie doorbreekt. Die boeken zijn er ook, maar nee, er is altijd een neerwaartse trend zichtbaar. Alsof de Nederlandse literatuur na 800 jaar ineens nog meer zou vervallen in een reeks vieze boekjes.

Gelukkig is er nog een manier waarop seks en literatuur met elkaar verbonden zijn – die gelukkig een stuk leuker en luchtiger is dan het mekkeren op een van de definiërende trekjes van de Nederlandse literatuur (en cultuur). Want literatuur is en blijft dé manier om indruk te maken. Een belezen persoon ?kan, mits hij zijn kaarten goed schudt, indruk maken. In de kroeg heb je een arsenaal aan literaire openingszinnen paraat, thuis staat een mooie boekenkast vol klassiekers (of toch niet?) en anders kun je nog altijd een hobby maken van het afkraken van de slechtste seksscènes in romans.