Whisky + Cola

Cola: zoet, dorstlessend (zo lijkt het) en rijk en vol van smaak.

Whisky: subtiel, sterk, gedetailleerd en intens

Whisky + cola: waterige zooi zonder de punch van whiskey of de zoetheid van cola.

(het is net als met zonnekleppen: je denkt dat je het zicht van je bril en de bescherming van je zonnebril combineert, maar het ziet er belachelijk uit en het is in de praktijk net zo onhandig als moeten wisselen tussen een zonnebril op sterkte en je gewone bril)

Dus zonde van je whisky en je cola. Tenzij je cola en je whisky van Euroshopperniveau zijn, zeg ik, Stefan van ditisstefan.nl: nooit meer doen.

Ik heb gezegd.

(hetzelfde geldt voor cola en rum, maar eerlijk is eerlijk: I couldn’t care less)

(waarom schrijven we “whiskey” in Nederland trouwens als “whisky” en niet als “whiskey”?)

(het is overigens al jaren geleden dat ik whisky en cola mixte, maar gisteravond bleek tijdens een goed gesprek dat ik niet de enige ben met deze opvatting en dat het woord verspreid dient te worden)

Technisch doodverklaard

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 03-2011, te bestellen via www.chip.nl, en kwam tot stand in samenwerking met Sander Almekinders. Volg CHIP op Twitter.

In de wereld van de consumentenelektronica is het niet vreemd dat trends elkaar in vrij rap tempo opvolgen. Denk bijvoorbeeld aan de walkman, die overbodig werd na de introductie van de discman. Deze werd dan weer overvleugeld door de MP3-speler, maar ook daar lijkt een einde aan te komen. Ze worden nog steeds geproduceerd en verkocht, maar zijn allang niet meer het paradepaardje van de gadgetproducenten van deze wereld. Waar Apple ooit met de iPod furore maakte, wordt de technische innovatie nu op andere terreinen geboekt en is de steeds kleiner wordende markt prooi voor reputatieloze spelers uit China en andere Aziatische landen. Er is geen plotselinge aversie ontstaan jegens MP3-spelers, maar de productcategorie is simpelweg overbodig geworden dankzij smartphones en featurephones die tegenwoordig allemaal muziek afspelen.

Vorig jaar rond deze tijd verschenen er veel artikelen over HTML5, de recentste versie van de taal die op internet wordt gebruikt om webpagina’s te maken en beoogd vervanger van Adobe Flash. Critici, waaronder de ontwikkelaars bij Apple, hekelen de Flash-plugin: hij gaat niet zuinig om met systeembronnen en neemt veel ruimte in beslag. Steve Jobs heeft de techniek zelfs als “stervende” betiteld. We zijn nu een jaar verder en Flash lijkt nog geen last te hebben van HTML5. HTML5 wordt weliswaar door steeds meer browsers ondersteund, maar op verreweg de meeste websites die je bezoekt, staan nog talloze Flash-objecten en banners die op de “stervende” techniek zijn gebaseerd. Een van de redenen hiervoor is dat HTML5 nog niet af is. Er wordt nog steeds gebakkeleid over de implementatie van codecs en bepaalde tags door browserfabrikanten, webontwikkelaars en het consortium achter de webprogrammeertaal. Een ander nadeel is dat HTML5 vatbaarder is voor het installeren van ongewenste bestanden in de vorm van cookies. Feit blijft dat HTML5 minder belastend is dan Flash. De vraag is of dat met de mogelijkheden van de huidige hardware nog een verkoopargument is.

Het jaar 2011 is het jaar van de tablets. Daar leek het in ieder geval sterk op bij de recente Consumer Electronics Show in Las Vegas, waar een hele stortvloed aan iPad-concurrenten werd gepresenteerd. Bij de introductie van de iPad riep Apple nog dat tablets netbooks en subnotebooks overbodig zouden maken. Maar nu, in 2011, het jaar van de tablets, zijn netbooks allesbehalve uitgefaseerd. Na de introductie van de iPad voorspelden verschillende onderzoeksbureaus dat de verkoop van notebooks en laptops fors zou dalen in 2011. Toch steeg de verkoop van netbooks weer behoorlijk in het vierde kwartaal van 2010. Dit kan uiteraard te maken hebben met het feit dat er na de iPad lange tijd geen tablet op de markt is gekomen, maar kan ook duiden op een herwaardering van de netbook. Over een jaar weten we meer: zijn netbooks hetzelfde lot beschoren als de MP3-speler of weigeren ze vooralsnog het veld te ruimen, net zoals Flash? Wie het weet mag het zeggen.

Met dank aan mijn volgers

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 01-2011, te bestellen via www.chip.nl. Volg CHIP op Twitter.

Hoewel lang niet iedereen het nut van Twitter ziet, komen er steeds meer Nederlandse accounts bij, ook van grote bedrijven en instanties. Zo is er @nosheadlines, dat ieder uur het laatste radiojournaal op Twitter plaatst, zodat je er online naar kunt luisteren, maar ook heel Duckstad zit op Twitter. Bijna ieder zichzelf respecterende nieuwsbron heeft een Twitter-account.

Omdat Twitter (nog) geen banners en reclame heeft, is het een prettige manier om op de hoogte te blijven van het laatste nieuws en voor het volgen van vrienden en interessante mensen. Toch is nog lang niet iedereen fan van Twitter. Wat kun je zeggen in 140 tekens? Wat interesseert het mij wat een ander aan het doen is? Dat zijn heel valide vragen die je kunt stellen als het op Twitter aankomt. Maar voor Twitter geldt ook wat voor bijna alles geldt: je moet het doen voordat je er verslaafd aan kunt raken. De kracht van Twitter is voor iedereen anders. Sommige mensen gebruiken het inderdaad om hun vrienden te laten weten dat ze net een half uur onder de douche hebben gestaan (“Sorry, aarde”). De vrienden reageren dan en zo ontstaat er vaak een kat- en muisspel van @mentions en ludieke tweets.

Maar lang niet iedereen gebruikt Twitter op deze manier. Zo was ik enkele maanden geleden op een congres over ICT in het onderwijs voor het artikel “Het einde van het Krijtperk?” Daar was ik onder andere bij de keynote van @peterdevisser, over een school waar ieder kind een MacBook krijgt in plaats van werkboeken met opdrachten. Hij twittert, maar niet om te zeggen wanneer hij doucht of praat, maar ter inspiratie. Via Twitter komt hij in contact met andere mensen uit het onderwijs en deelt hij goede ideeën. Twitter is in dat geval een ideeëngenerator. De korte en krachtige berichten kunnen bij gelijkgestemde volgers een eigen leven gaan leiden. Ik gebruik Twitter op beide manieren. Twitter is de reden dat ik bijna in de organisatie van een naaktkalender terechtkwam, maar ook dat ik de Weblogger van deze CHIP vond.

De leukste toepassing van Twitter is voor mij de “Mag ik een vriend bellen?”-optie. Toen ik namelijk na afloop van mijn congresdag op station Lunteren aankwam, bleek de trein net vertrokken. De trein naar Ede-Wageningen komt daar maar één keer per half uur. Dus tweet ik: “Trein vertrekt over 28 minuten, zou er in Lunteren verder nog iets te doen zijn?” Twee minuten later krijg ik van @ImkeWalenberg een adresje waar ik een lekkere kop koffie kan drinken en mijn artikel alvast schematisch kan opzetten. Dat is vele malen beter dan in de vrieskou te wachten op de volgende trein. Als je echt niets te doen hebt, kun je altijd nog proberen andere mensen te helpen. Twitter kan grappig, handig en inspirerend zijn. Misschien was dat in eerste instantie niet het idee erachter, maar dat is wat het is geworden. Als je dat wat lijkt, kan ik je alleen maar aanraden Twitteren toch echt een keer te proberen. Begin met het volgen van @chipnl en @ditisstefan.

Mag ik je gegevens?

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 09-2010, te bestellen via www.chip.nl. Volg CHIP op Twitter.

Op The Pirate Bay kun je tegenwoordig niet alleen films, muziek en software van soms dubieuze kwaliteit downloaden, maar ook 2,8 GB aan gebruikersgegevens van Facebook. Het zijn de gegevens van Facebook-leden die in de privacy-opties van Facebook niet hebben ingesteld dat hun gegevens  inzichtbaar voor zoekmachines moeten blijven. De gedownloade databestanden bevatten profielgegevens, waaronder voor- en achternamen. Via de URL’s in de lijsten kunnen de bijbehorende profielpagina’s van de leden worden geopend. Vervolgens kunnen ook de profielen van vrienden worden bekeken. Dit terwijl een deel van die vrienden juist heeft aangegeven dat zij niet publiekelijk geïndexeerd willen worden. Facebook meent dat er niet veel aan de hand is: de ‘gelekte’ data is ook met een zoekmachine te vinden. Er komt dus geen informatie aan het licht die voorheen verborgen was. Toch voelt het niet goed dat er iemand van een goedaardig beveiligingsbedrijf in is geslaagd om de database van Facebook met zo’n honderd miljoen accounts in één keer te downloaden. Als er straks iemand écht gevoelige data wil hebben, wie zegt mij dat die daar dan niet wat extra moeite voor doet – en erin slaagt?

Facebook is geen uitzondering in het opslaan van onze persoonlijke gegevens. Google, Apple, Microsoft, Yahoo: het lijkt alsof alle internetbedrijven bezig zijn met het inzamelen van gebruikersgegevens. Zo kan Apple elke verkochte iPhone via de ingebouwde GPS-module traceren. Weliswaar anonimiseert het bedrijf deze gegevens alvorens deze te gebruiken voor zijn iAds, maar wat als een ander bedrijf straks besluit dat niet meer te doen? Gelokaliseerde en gepersonaliseerde advertenties zijn misschien handig, maar het blijft opdringerige reclame.

Moeten we dit soort praktijken normaal vinden en accepteren? Wij vertrouwen websites en bedrijven onze gegevens toe en in ruil daarvoor krijgen we ‘relevante’ reclame én moeten we maar hopen dat onze persoonlijke gegevens niet worden gestolen en misbruikt. Dat is niet de beste deal die ik ooit met een bedrijf heb gesloten. Probleem is ook dat het steeds normaler wordt om overal je gegevens achter te laten. Op veel sites en forums kun je pas reageren als je een account hebt. Sommige websites mag je zelfs pas bekijken als je bent ingelogd. Dat is dan weer een extra instantie die je gegevens heeft, terwijl ze die feitelijk niet nodig hebben. Op sommige websites is inloggen heel handig – zo vind ik het heel fijn dat ik de enige ben die bij mijn bankrekening kan als ik ga internetbankieren, maar op andere websites vind ik het echt niet nodig om mijn (echte) gegevens in te vullen.

Vul dus de volgende keer als je je ergens registreert alleen de verplichte velden in. Als je wordt verplicht om een adres in te vullen, maar niet inziet waarom dat nodig is, vul dan een nepadres in. Gebruik daarnaast niet je eigen e-mailadres, maar gebruik een speciaal aangemaakt spamadres om te voorkomen dat je tot in lengte der dagen nieuwsbrieven ontvangt. Bedrijven willen je gegevens graag hebben, maar dat betekent niet dat jij die klakkeloos hoeft af te geven. Persoonlijke gegevens mogen dan veel waard zijn voor bedrijven – voor jou zijn ze nog veel meer waard.

Wat doe jij met je browser?

Browsers gebruik je in principe om op het web te surfen, maar hoeveel andere software gebruik je nu nog in je dagelijks computergebruik? Google speelt hierop in door een besturingssysteem te ontwikkelen (Chrome OS), dat als slogan “Nothing but the web” heeft: alles doe je op internet, je slaat bijna niets meer lokaal op.

De nieuwste versie van Google Chrome geeft alvast een voorzetje wat dat betreft. Extensies en uitbreidingen behoren al sinds Firefox tot het gemeengoed op internet, maar met Chrome Web Store kun je niet alleen uitbreidingen aan je browser toevoegen, maar zelfs hele toepassingen. Dat varieert van een handige applicatie als Tweetdeck (om mee te tweeten) tot het verrassend verslavende “The Fancy Pants Adventure” spelletje. Tegelijk kun je bijvoorbeeld ook het nieuws van New York Times op een aantrekkelijke manier lezen. De apps zijn een soort webpagina’s, maar ze voelen aan als losstaande software. Google heeft goed in de gaten dat als je dan toch alles op internet doet, je de rest van het systeem zo goed als weg kan laten. Met de nieuwste versie van Chrome kunnen we daar vast aan wennen. Ik weet nog niet of ik eraan toe ben om al mijn bestanden op internet te zetten, maar als mijn browser een hoop applicaties overbodig kan maken, dan wordt de rest van mijn computer daar alleen maar sneller van… Of gebruik jij liever je browser om gewoon mee te surfen?

Al fan van Tipp-ex?

Een viral maak je niet, een viral ontstaat. Dat is het idee althans. Maar als de Tipp-Experience niet is bedacht met het idee “iedereen gaat hier meteen alle vieze woorden die hij kent invullen”, dan weet ik het ook niet meer.

De Tipp-Experience is een in eerste instantie flauw filmpje over een jager die liever toch geen beer schiet en daarom de titel van de video met tipp-ex (die hij uit de advertentie naast het filmpje pakt) verandert. En dan mag je zelf bepalen wat de jager wel met de beer doet. Dus A hunter [loves] a bear, bijvoorbeeld… Of één van de volgende… Cook, listen, music, sleep, jump, dance, wash, play, kicks, fishing, moonwalk, high five, pee, is, paints, chat, fuck, tipp-ex, dance, eat, fart, bear, shave, fart, hug, kill, shoot, fly, spell, surf, stand, beach, kiss.

Grammaticaal gezien niet allemaal correct, maar het levert wel steeds een ander filmpje op. Ze zijn niet allemaal even briljant, maar er zitten een aantal hilarische tussen. Op kantoren over de hele wereld daalt de arbeidsproductiviteit voor even – en denkt iedereen met een beetje geluk aan tipp-ex. Of aan een jager die samen met een beer een liedje zingt…

Geen buil aan vallen

Graag luister ik naar mijn geweldige muziekcollectie wanneer ik met de trein reis. Soms vind ik het ook om gewoon in stilte naar buiten te staren, maar op momenten dat ik mijn coupé moet delen met Destiny’s Net Niet Child of krijsende kinderen, dan ben ik blij dat ik me terug kan trekken met de klanken van mijn favoriete liedjes en muziek die ik minder goed ken, maar wel wil leren kennen (in tegenstelling tot het repertoire van Destiny’s Net Niet Child (die, afleidende uit de frase “Kom we singen die eene van Biejonceej”, ook werk van Destiny’s Child leden zongen). Helaas ging mijn Sennheiser-hoofdtelefoon schandalig snel kapot (binnen 3 maanden) en waren al mijn oortjes aan één kant kapot. Het enige wat vervelender is dan oortjes die aan één kant kapot zijn, zijn oortjes die helemaal kapot zijn (hoewel oortjes die aan één kant kapot zijn ook flink wat irritatie kunnen opwekken).

Gisteren reed ik dus met Destiny’s Net Niet Child in één coupé toen mijn oortjes die het nog aan één kant deden het helemaal begaven. Omdat mijn reis van Leiden Centraal naar Nijmegen ging, wilde ik het risico niet lopen dat ik twee uur lang omgeven zou zijn door opa’s en oma’s die een leuk uitstapje met de kleinkinderen ondernamen. Dus kocht ik op Leiden Centraal bij de Free Record Shop oortjes van Sennheiser.
Nu ben ik in principe een tegenstander van geld uitgeven bij de Free Record Shop. Zowel de kwaliteit als de kwantiteit van het assortiment is immers om te huilen. Los van het feit dat de naam stom is (je kunt er geen gratis “records” krijgen). Alleen als ze een aanbieding hebben wil ik een uitzondering maken. Nu had ik geen keus en moest ik wel. Ik kreeg de keuze voorgelegd tussen twee oortjes van Sennheiser van 9,95 euro of 19,95 euro. Uiteraard ben ik een beetje een snob én een voorstander van kwaliteit, dus nam ik die van 19,95 euro. Nog net een bedrag waar je geen buil aan kunt vallen. Dacht ik.

Het betreft hier de Sennheiser MX 470. Ik zocht op mijn telefoon nog even op internet wat recensies (“you will be surprised by the sound quality – for this price” en “definitely a step up from the average flimsy iPod quality”) en stopte de oortjes toen in mijn oren. Ik had geen hoge verwachtingen dus koos ik geen extreme goed nummer uit. Wetende dat dit soort oortjes het met name van de bass moeten hebben, selecteerde ik op Spotify Eminems Love The Way You Lie.

Ik kan je vertellen: het leek net of er alleen bas en hoge tonen klonken. Niks geen vol midden of warme klanken. De bass is aanwezig, maar door het totale gebrek aan midden lijkt het net alsof je iets belangrijks mist. Nee, de MX 470 geven je het gevoel dat Sennheiser een speciale filter heeft ontwikkeld om alle midden uit het geluid te filteren en alleen de bass en hoge tonen door te sluizen naar de gehoorgang. Als dit een stuk beter is dan de oortjes die worden geleverd met de iPod en iPhone dan komt er uit die oortjes alleen maar ruis, vermoed ik. Wat een enorm belabberd niveau. Ik hoef heus geen hoofdtelefoon van 400 euro, maar dit is wel het andere uiterste, ik vraag me af hoe de oortjes van 9,95 klinken – wat dat moet dan nog veel slechter zijn.

Dus mensen, hierbij een welgemeend advies. Als je oortjes gaat kopen, VERMIJD dan de Sennheiser MX 470. Het lijkt een beetje alsof je naar een ouderwetse AM-radio luistert. Sennheiser heeft best goede oortjes, met name de MX 5xx serie is een aanrader wat mij betreft: je betaalt tien euro meer dan voor de MX 470, maar dan heb je wel acceptabel, tot soms zelfs goed geluid. Ik kan niet wachten tot mijn hoofdtelefoon is gerepareerd. Het tegendeel is dus bewezen: ik kon me wel degelijk een buil vallen aan deze oortjes.

Dan nu de dubbele (jawel) moraal van dit verhaal:
1 – goedkoop is duurkoop
2 – koop nooit iets bij de free record shop (tenzij het een aanbieding is)

Doe ermee wat je wil, maar val er geen buil aan.