Digitale stemwijzer

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 06-2010, te bestellen via www.chip.nl. Daarin staat ook de tabel met standpunten.

Economie is het belangrijkste thema van de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen. Maar in de komende kabinetsperiode moeten ook besluiten worden genomen over digitale burgerrechten, privacy en censuur op internet. CHIP licht deze kwesties toe en brengt de standpunten van de partijen in kaart.

Continue reading

Natuur en techniek

Dit artikel verscheen eerder in CHIP nummer 5 (2010). Die uitgave is op CHIP.nl na te bestellen.

Zeg nou zelf: op een mooie zonnige dag ga je als het even kan niet achter je duffe bureau zitten, maar ga je naar buiten. Techniek past zich daar op aan. Mensen lopen rond met een smartphone met meer functionaliteit dan een Zwitsers zakmes en kopen digitale fotolijstjes, e-readers en laptops bij de vleet: draagbare gadgets. Hierdoor kunnen we in plaats van op kantoor in de tuin werken. Althans, dat willen fabrikanten ons doen geloven. De praktijk is vaak nog anders.

Op de middelbare school moeten havo- en vwo-leerlingen in de tweede fase een profiel kiezen. Eén van die profielen heet Natuur en Techniek. Ik heb dat altijd een tegenstrijdige naam gevonden. Want hoewel natuur en techniek heel veel met elkaar te maken hebben, vonden consumenten het altijd lastig beide fenomenen naar tevredenheid te combineren, wellicht op kerstverlichting in de tuin na. Met mooi weer gaat de computer uit, net als de televisie. Visueel entertainment was buitenshuis nauwelijks mogelijk. De eerste gadget met display die de tuin veroverde, was de mobiele telefoon: in eerste instantie niet vanwege zijn beeldscherm, maar omdat je ermee kon bellen. Die telefoons werden steeds slimmer, de schermpjes steeds mooier en ineens liepen we met een mediaspeler annex camera annex telefoon in onze zak. Die mobiliteit maakte de weg vrij voor een scala aan andere gadgets zoals tablets, e-readers en écht handzame laptops. Dat neemt niet weg dat de meeste beeldschermen nog steeds vrij lastig in de zon te lezen zijn. Bovendien worden sommige apparaten zo heet, dat het niet aan te bevelen is om ze met zonnig weer te gebruiken.

Nee, je kúnt wel met je laptop de zon in, maar dat is nog niet altijd handig of fijn. Je zou zeggen dat draagbare gadgets worden ontworpen om in alle situaties goed te presteren, maar dat is niet altijd zo. Wat heb je aan een smartphone of laptop als je het scherm niet kunt lezen als je buiten in de tuin zit? Nieuwe telefoons, tablets en e-readers worden steeds vaker zo ontworpen dat ze zowel binnen als buiten goed bruikbaar zijn. Dat betekent niet dat iedereen meteen om is: de combinatie zon, zee, laptop zal voorlopig nog veel mensen vreemd in de oren klinken. Als je echter op een mooie zonnige lentedag dringend iets af moet maken voor je werk, zou dat ook buiten in de natuur moeten kunnen.

Surfen op internet, overleggen met collega’s, je sociale netwerk onderhouden: voor bijna niets hoef je straks achter je bureau te zitten. Alles wordt langzaam maar zeker draadloos en nog goed buiten te gebruiken ook. Straks is er geen draad meer die je aan je bureau bindt. Dan is het vanzelfsprekend om gadgets in te zetten in de tuin, op het strand of bij het winkelen. Techniek is dan waarlijk overal en in feite een tweede natuur geworden.

Op Slot

Dit artikel verscheen eerder in CHIP nummer 3 (2010). Die uitgave is op CHIP.nl na te bestellen.

Mijn mp3-speler en ik zijn bijzonder goede vrienden. Hij stamt uit de tijd dat de iPods nog een zwart-wit scherm en een mechanisch clickwheel hadden. Mijn iRiver h320 heeft een kleurenscherm, was toenertijd goedkoper en kan ook als usb-stick worden gebruikt. Na twee jaar werd hij echter ziek: zijn batterij deed het niet meer. Op internet zocht ik naar een nieuwe batterij en na een (met name voor mij) zware operatie functioneerde het apparaatje zelfs beter dan ooit tevoren. Dat kostte me mijn garantie, maar die was toen toch al zo goed als verlopen. Op internet ontdekte ik dat het mogelijk was om opensource software op de speler te installeren. Nu werd ik weliswaar uitgelachen om mijn inmiddels oversized mp3-speler, maar Rockbox blies mijn iRiver nieuw leven in. Uiteindelijk was ik degene die het laatst lachte.

De sterke en zwakke kant van Apple is het feit dat de iPhones, iPods en iPads pot- en potdicht zitten. Apple bepaalt wat je koopt, hoe je het koopt en waar je het koopt. Het aanbod in de App Store wordt bepaald door Apple. Is er een App die de computermakers niet bevalt? Apple zorgt ervoor dat het programma het daglicht niet zal zien. Zodoende bepaalt Apple wat jij als gebruiker met je gadget kunt doen. In theorie is dat niet erg, mits die gebruiksvoorwaarden, zoals we ze maar zullen noemen, een beetje ruim zijn. Want wat als Apple straks bepaalt dat jij alleen nog één bepaalde krant online mag lezen en alle andere kranten blokkeert? Dan voelt de afgeschermde, zekere omgeving die Apple voor zijn gebruikers heeft gecreëerd ineens als een gevangenis. Of het nu de iPad, de iSlate of de iTeleurstelling is die op de markt wordt gebracht, je kunt er vanuit gaan dat Apple bepaalt wat er met je apparaat gebeurt. Het heeft zeker zijn voordelen dat je een kant en klaar pakket aan mogelijkheden koopt, maar als bepaalde functies van je iPod alleen werken wanneer je je creditcardgegevens aan Apple geeft, dan is dat toch een zure appel waar je doorheen moet bijten.

Natuurlijk staat Apple niet alleen in deze houding. Het aantal fabrikanten dat staat te juichen als hobbyisten gratis alternatieve software aanbieden die de hardware gebruikt voor dingen waarvoor die niet bedoeld is, (inclusief de fabrikant van mijn mp3-speler) is op één hand te tellen. Maar het biedt wel fijne mogelijkheden. Zo kon ik op mijn mp3-speler een externe microfoon aansluiten en opnames van (relatief) hoge kwaliteit maken en kon ik Gameboy-spellen spelen. Dergelijke nieuwe functies zorgen ervoor dat mijn iRiver nog steeds mee gaat op lange reizen, hoewel hij al meerdere keren aanleiding was voor de vliegveldbeveiliging om mijn tas te ontruimen.

Of het nu software of hardware betreft: techniek moet zich aanpassen aan de gebruiker, niet andersom. Zolang fabrikanten en ontwikkelaars doorgaan met het afsluiten en beperken, moet de consument zich aanpassen aan de software. Dan kunnen we wel van technologiehype naar technologiehype vliegen, maar zolang er nodeloos strikte regels worden gesteld aan hoe we onze apparaten kunnen gebruiken, gaat geen van die nieuwe apparaten ons leven daadwerkelijk veranderen. In den beginne was alles mogelijk op internet, en dat is de reden dat het zo’n grote impact heeft op ons leven. Natuurlijk moeten er restricties worden gesteld aan wat wel en niet mag gebeuren met technologie, maar dat is wat anders dan de technologie helemaal op slot zetten. Opensource communities zijn heel goed in staat die afweging te maken. Bedrijven die de deur open zetten voor opensource, bieden op langere termijn beter materiaal aan de klant. Android is daar een van de meest sprekende voorbeelden van. In plaats van een afgeschermde gadget krijg je een doorontwikkeld, open apparaat dat aanpasbaar is aan jouw wensen en zodoende een eigen karakter krijgt. Hierdoor krijgt je apparaat wellicht een veel langere levensduur dan de fabrikant zou willen maar blijf jij er langer goede vrienden ermee.

De 6 Fases van Twitter

twitter_logo_headerGisteren passeerde ik de 200 tweets. Feest dus. Want 200 tweets is kei veel. Nou ja, als je een week bezig bent. Bij mij ligt het tempo dus aan de lage kant, hoewel er de afgelopen maand wel sprake is van een significante stijging. Maar zoals ik eerder uitlegde, is Twitter best verslavend als je een goede mix maakt van mensen die je kent en mensen die boeiend zijn (waarbij mensen die je kent ook best interessant kunnen zijn!). Enfin, als ik al van plan was om er de brui aan te geven, kan ik dat nu niet meer doen. Turin Brakes is sinds gisteren namelijk ook in de Twittertrein gesprongen. You leave me no choice, then.

Maar toen ik vanochtend twitterde ‘Goedemorgen! Let’s shower!’, werd ik overvallen door drie gedachten:

  1. Bestaat er zoiets als ‘too much detail’ op Twitter?
  2. Waarom worden sommige mensen overvallen door een soort twitterdwang, om vervolgens verslag te doen van dingen die mij totaal niet boeien?
  3. Waarom heb ik de neiging in het Engels te twitteren?

Too much detail lijkt me duidelijk: soms worden er dingen getwitterd waarvan ik denk “moet dat nou?’ Ik onderscheid grofweg 5 fases in het Twittergedrag van mensen:

  1. Wat ik doe.
  2. Wat ik denk.
  3. Wat ik twitter.
  4. Wat mij meesleept.
  5. Too much detail.

De eerste fase is waar men mee begint. Mijn eerste tweets (van nummer vier naar één):

In het begin schrijf ik dus inderdaad wat ik doe. Ik zeg niet dat ik uitsluitend activiteiten twitterde, maar ze hebben wel de overhand. Waarschijnlijk deed ik dit omdat ik dacht dat dit de bedoeling was. Merk op dat ik het niet zo boeiend vond: mijn eerste vier ‘tweets’ bestrijken een periode van bijna vier maanden. Op een gegeven moment ga je dan, for the sake of variation, maar wat gedachten erbij twitteren (fase 2):

  • Tas inpakken voor trips – en moet de puzzel “boek teruggeven aan iemand die ik vandaag niet tegenkom” nog oplossen…
  • Ben blij dat Ajax ownt :) , wat duren 90 minuten soms lang hè…Oh, en Viviënne is dus echt wel de mol …

Het twitteren wordt nu al interessanter, wellicht ook voor anderen, maar het probleem is dat twitteren helemaal geen egoïstische actie is. Het gaat juist (ook) om het communiceren met anderen. Dus ga je @ntwoorden op andere mensen en zo ontstaan gesprekken. En dan kom je vanzelf in fase 3 terecht: je gaat je bewuster worden van hoe en wat je twittert:

Dit metatwitteren is in combinatie met de gesprekken die je voert extreem verslavend. Zeker als je een goede mix van mensen hebt (anders ben je hier allang afgemaakt). Was Myspace nog vooral een plek voor bands om hun muziek te verspreiden, Twitter heeft geen muziekspeler en gaat dus puur om de communicatie. Dus ga je volop reageren op wat andere twitteren. En zo gaat het twitteren niet meer over je leven, maar over twitter. En ja, dan is het hek van de dam. Dan kun je eigenlijk alles twitteren (fase 4) en word je meegesleept – vaak is het niet eens meer duidelijk waar je over twittert:

(dit was overigens op de diësviering van de RU).

Je zou denken dat dit dan wel ongeveer het einde is. Maar nee, op dit punt is de frequentie van het plaatsen van tweets zo toegenomen, dat je op een gegeven moment je gevoel voor zelfcensuur verliest. Je twittert alles. En als je een keer iets interessants meemaakt, dan wordt dat op extreem uitgebreide wijze getwitterd: soms wel 20 tweets over één concert, feest, vergadering of congres. En soms is dat best boeiend. Maar soms kan dat ook best frustrerend zijn voor je volgelingen die niet geinteresseerd zijn in het aantal mensen dat vandaag rode schoenen aan heeft in je collegezaal. Op die momenten kun je niet even die persoon ‘uitzetten.’ En dan komen ineens, out of the blue, de berichten die misschien wel too much detail geven.

Nu ben ik zelf nog niet te ver gegaan (dit lijkt mij persoonlijk een milde vorm hiervan, zowel qua shock value als qua niveau (kwaliteit)). Want dat getwitter gaat natuurlijk helemaal de verkeerde kant op als je wat te veel hebt gedronken. En dat heb ik natuurlijk nooit. Maar er zijn mensen die dat wel hebben – en twitteren. En dat kan soms hilarisch zijn, maar soms ook gewoon too much detail. Als je wilt weten hoe dat eruit ziet, zou ik willen adviseren wat mensen met een dergelijke levensstijl uit te zoeken. Bijvoorbeeld een bekendheid.

Maar ik had het over zes fases. Eén fase die als een rode draad doorloopt en die in die zin los staat van de inhoud van je tweets, is die van je twittervorm (hoe ik twitter). De verleiding is bij mij groot om, nu ik ook Engelse followers heb, om dan maar in het Engels te twitteren. Maar het grootste deel van mijn followers is gewoon keihard Nederlands. En ik denk zelf in het Nederlands. Maar ik wil niet de rest van de wereld uitsluiten van mijn tweets. Die zijn namelijk heel boeiend – soms. Het is niet praktisch om twee accounts te maken (een Nederlandstalige en een Engelstalige). Het beste zou zijn als je met een klik kon aangeven of je tweet in het Nederlands of Engels was (of nog beter: dat Twitter dat automatisch zou herkennen) en dat mensen dan op Twitter kunnen aangeven of ze al je tweets kunnen zien of alleen die in de talen die ze zelf ook snappen. Maar die functie is nog niet beschikbaar. Dus twitter ik nu maar soms in het Engels en wat vaker in het Nederlands.  Ook al ziet dat er heel stom uit. Vind ik zelf.

Stefan definieert: “onafhankelijk platenlabel”

Wikipedia is soms onbedoeld grappig en soms onbegrijpelijk vaag… Neem het artikel voor Onafhankelijk Platenlabel. De vetgedrukte stukken zijn door mij zo weergegeven om het belang ervan aan te duiden.

Een onafhankelijk platenlabel is een platenlabel dat werkt zonder de financiering van een groot platenlabel.

Oké. Dat is duidelijk… Maar kan een onafhankelijk platenlabel ook een groot platenlabel zijn? Bovendien vraag ik me af of onafhankelijke platenlabels in theorie andere labels kunnen financieren (los van de vraag of ze daar geld voor hebben), zonder als ‘groot label’ door te gaan?

De grenzen tussen de grote en onafhankelijke platenlabels zijn in de praktijk eerder vaag.

Oh oh, stront aan de knikker…

Sommige onafhankelijke labels, in het bijzonder deze met succesvolle artiesten, krijgen financiering van grote platenlabels en veel onafhankelijke labels maken in bepaalde mate gebruik van internationale overeenkomsten omtrent licenties, verdelingsovereenkomsten, en andere regelingen met grote labels.

Wacht even, nu hadden we net vastgesteld dat een onafhankelijk label géén banden met een groot label heeft en dat wordt nu (bijna) volledig tegengesproken. Is een label dat steun krijgt van of samenwerkt met een groot label niet per definitie niet onafhankelijk?

Onafhankelijke labels bestaan zo goed als even lang als er een markt voor opgenomen muziek bestaat.

Aargh, mijn ogen… Bestaat er überhaupt een markt voor opgenomen muziek? ;)

Zelfs toen de muziekindustrie meer gecentraliseerd werd, bleven onafhankelijke labels een belangrijk deel van de totale markt, ook al was het een klein deel.

Als alle acts zich gaan concentreren bij een ‘groot’ platenlabel, dan zullen er wel kleine/onafhankelijke labels zijn overgebleven… Immers, zonder klein geen groot en andersom.

In een aantal gevallen verzamelden onafhankelijke labels een groep artiesten waarmee men kon wedijveren met de groten.

In hoeverre zijn ze dan nog onafhankelijk? Want ze krijgen dan misschien geen financiële steun van een ‘groot’ label, ze werken duidelijk samen en je zou ze daardoor zelfs kunnen zien als één grote labelgroep, nl. een ‘groot’ label… Probleem is dat onafhankelijk in de eerste regel van de Wikipediapagina heel erg wordt gezien als ‘klein’.

Om de boel helemaal verwarrend te maken:

In het Verenigd Koninkrijk worden alle onafhankelijke platenlabels gezamenlijk vertegenwoordigd door Association of Independent Music.

Oké…

Nee, dan de Engelse definitie:

An independent record label (or indie record label) is a record label operating without the funding of or outside the organizations of the major record labels.

Vele malen beter… Daarom stel ik voor:

Een onafhankelijk platenlabel is een platenlabel dat zonder steun van de grote platenlabels en bijbehorende organisaties opereert.

Mits je dan “groot platenlabel” goed definieert, ben je al een stuk verder dan Wikipedia in acht regels. Ik snap best dat muziekindustrie in de praktijk heel verwarrend is, maar laten we het niet nodeloos ingewikkeld maken.

Street Cred

Street Cred, slang voor street credibility, geeft in de hiphopcultuur aan of je niet teveel softe R&B nummers hebt uitgebracht als stoere rapper uit de hood. Als je merkt dat je street cred niet meer is wat ie was, dan moet je dus gauw een nummer uitbrengen vol lompe beats, voorzien van lyrics over hoe je veertien keer in je schouder bent geschoten en met je homies zoveel mogelijk vrouwelijk schoon afwerkt.

Maar niet alleen hiphoppers hebben street cred. Ook de alternatieve muziekscene heeft zijn vorm van credibility – al gaat het daar iets anders in zijn werk. Als je daar street cred wilt hebben, moet je altijd als eerste de band van het moment luisteren en bereid zijn ze weer af te danken wanneer ze niet meer hip zijn. Het zal u dan ook niet verbazen dat ik geen street cred heb in de fictieve indiewereld. Ik ben niet zo trendgevoelig. Hoewel ik wel degelijk artiesten vrij vroeg ontdek, heb ik de neiging – als ik ze goedkeur – ze te blijven volgen – ook als ze allang niet meer band van het moment zijn. Mijn top 5 op Last.fm bestaat uit bands die allemaal hip waren rond 2001 – 2003. Uitzondering is Elbow, die op dit moment behoorlijk hip aan het worden is (maar ook rond 2001 rimpels in de grote muziekplas maakte). Er is nog een kans dat Kings of Convenience extreem hip gaan worden als hun volgende album volgend jaar verschijnt, maar het feit dat ik er dan al een jaar of acht naar luister, werkt dan eigenlijk niet in mijn voordeel. Vooral omdat ik in die jaren onder andere niet luisterde naar The Arctic Monkeys (ik weigerde te geloven in de kwaliteit van I Bet You Look Good (On The Dancefloor) – al moet ik ze nageven dat er wel een of twee aardige liedjes stonden op het debuutalbum), The Strokes, Interpol en recentelijker Kings of Leon en Cold War Kids.

Hoewel ik hun namen redelijk op tijd signaleer, ben ik te lui om naar NOG MEER muziek te gaan luisteren. Ik heb ook nog een leven (zeggen ze). En ik weet ook dat er trends zijn die ik over het hoofd zie. Zo draait Andrew Bird draait al wat jaartjes mee in de muzikale draaimolen, maar sinds Weather Systems in 2003, neigt deze van oorsprong op viool afgestudeerde bachelor meer naar de indiehoek. En sinds dat album in 2003 is hij om die reden steeds een beetje hipper geworden. Maar ik ontdekte hem vorig jaar pas. In 2009 verschijnt zijn achtste studioalbum, Noble Beast. Ik denk dat ik nog niet helemaal te laat ben. Dus daarom post ik nu dit op het eerste gehoor onbezorgde fluitliedje: Oh No.

Street Cred? Anyone?

Twee uitstervende beroepen

In dit bericht heb ik het over twee totaal verschillende beroepen die in deze digitale informatiemaatschappij het steeds moeilijker lijken te krijgen. Aan het slot zal ik de twee beroepen via een overbodig, vergezocht bruggetje aan elkaar linken.

Het is een hard bestaan, dat van handelsreiziger. Alle deuren af op zoek naar iemand die de volautomatische tapijthaarverwijderaar of een nieuwe voordeur wil kopen.  Ik denk ook niet dat het er makkelijker op is geworden sinds de digitale revolutie. Handelsreizigers moeten nu nog meer vertrouwen op hun opdringerigheid, hun voeten (tussen de deur) en niet te vergeten hun goedgebektheid. Anders bestellen mensen gewoon dingen op het internet. Bovendien kun je daar producten kopen die je nodig hebt en proberen handelsreizigers je over het algemeen dingen aan te smeren die je NIET nodig hebt.

Toch lijkt me het bestaan van een handelsreiziger mooier dan dat van een medewerker bij een internetwinkel. Je komt in ieder geval nog eens ergens. Ik vraag me alleen af hoe groot de beroepsgroep nu nog is… Ik ben in mijn leven nog nooit een handelsreiziger tegengekomen. Misschien hebben ze ook meer succes in grote landen. Nederland is met zijn compactheid en ‘winkel om de hoek’-principe nu niet het meest geschikte land om je antimagnetische haarborstels te slijten.

Maar mocht het beroep van handelsreiziger verloren gaan dan kunnen de voormalige verkopers wellicht worden ingehuurd om via het internet bestelde pakketjes te bezorgen (en met hun kwaliteiten de omzet van de desbetreffende internetwinkel nog iets vergroten, wellicht?). Wat er ook gebeurt, ze gaan in ieder geval de geschiedenis in als naamgevers van een van de meer prominente operationele problemen. Het Travelling Salesman Problem:

Als er n steden zijn die een handelsreiziger moet bezoeken en je weet de afstand tussen ieder paar van deze steden, wat is dan de kortste weg die kan worden gebruikt om al deze steden precies eenmaal te bezoeken?

Nerd Alert? Wellicht, maar het is handig om te weten wanneer er bijvoorbeeld een kabelnet moet worden aangelegd. Blijkbaar is de rechtstreekse manier om dit op te lossen alle mogelijke routes na gaan en ze vergelijken, maar aangezien het aantal combinaties n! bedraagt (n faculteit = n × (n-1) × (n-2) × … × 2 × 1) wordt dit snel onmogelijk voor meer dan 25 steden. Dan ben je even bezig met rekenen (zeker als je wiskunde A1 hebt gedaan in de tijd dat dat betekende dat je twee uur wiskunde voor dummies per week kreeg, zoals ik). Zo kwam een computer in 1998 in Amerika, na tweeëntwintig jaar rekenen, tot de oplossing voor dik 15.000 steden in Duitsland. En dat was vast alleen West-Duitsland.

Maar goed, ik dwaal af.

Een ander beroep dat wordt bedreigd door de digitale revolutie is dat van geheim agent. Het wordt natuurlijk steeds moeilijker om je als geheim agent te gedragen wanneer je altijd en overal gefilmd wordt. Natuurlijk heb je dan waarschijnlijk een belangrijke organisatie achter je staan die je helpt, maar makkelijk is het niet. Zeker niet als je uiteindelijk door je regering wordt genaaid. Wat als je identiteit wordt gelekt. Dan zijn de rapen gaar.

Neem Valerie Plame. De CIA stuurde haar man, voormalig ambassadeur Joseph Wilson, naar het Afrikaanse land Niger. Daar moest hij onderzoeken of Saddam Hoessein uranium probeerde te kopen voor de aanmaak van massavernietigingswapens. Wilson concludeerde dat het verhaal berustte op valse documenten. Bush zei echter in zijn State of Union (in 2003) dat Saddam had geprobeerd grote hoeveelheden uranium te kopen. Wilson schreef een half jaar later een kritisch artikel in de New York Times en bekritiseerde hierin de regering Bush omdat deze de oorlog tegen Irak probeerde te rechtvaardigen met onbetrouwbare (lees: valse) documenten.

Een week later onthult een columnist, Robert Novak, dat Wilson getrouwd is met Valerie Plame (Wilson), een CIA-agente. Het lekken van de identiteit van geheim agenten is strafbaar in de Verenigde Staten, maar Wilson beweert dat de identiteit naar verschillende journalisten is gelekt. Een onderzoek volgt en uiteindelijk wordt er een rechtzaak aangespannen tegen Lewis Libby, werkzaam in het Witte Huis (werkelijk?). Libby wordt schuldig bevonden aan meineed (en het belemmeren van het proces). De rechter veroordeelt hem tot een gevangenisstraf van tweeëneenhalf jaar en een boete van 250.000 dollar. George W. Bush scheldt de gevangenisstraf vervolgens kwijt. Het is dan ook niet vreemd dat er geruchten rondgaan dat een nog veel belangrijker figuur in het Witte Huis opdracht heeft gegeven tot het lekken van de identiteit na de kritische opmerkingen van Wilson.

Als George W. Bush van popmuziek had gehouden, dan had hij om even te ontspannen vast een aardige CD opgezet. Ik denk echter niet dat The Decemberists in zijn iTunesbibliotheek zijn opgenomen. Ik denk ook niet dat het Republikeinse kamp blij is dat zij met hun nieuwste single de hele kwestie weer oprakelen, zo vlak voor de verkiezingen. Het mag dan wel een vrolijk banjo/Hey Jude/catchy-achtig liefdesverhaal zijn over een man die erachter komt dat de vrouw van zijn dromen helemaal niet Caroline heet.

Valerie Plame,
If that really is your name
I would just shout the same to the world

(…)

But I was just some stupid boy on a bus
When your nom de guerre was code-named Caroline
So my vespa became your chariot
From the green zone Marriott
To be etched upon my mind

Ah.

U bent nog niet afgehaakt?

Ohja!

Ik moet de twee beroepen nog aan elkaar linken!

Nou ja, als een handelsreiziger morgen aanbelt en mij probeert de drie mooie, blauwe singles van The Decemberists aan te smeren (waarop ook Valerie Plame staat), dan zou ik, mits het een goede handelsreiziger betreft, vast ja zeggen. Maar 30 dollar plus nog eens 25 (voor de drie delen in één keer) of 50 dollar (voor een driedelige verzending) is me net iets te gortig. Dan mogen The Decemberists het leven van een geheim agente nog zo romantiseren, het zijn onzekere tijden en dan ben ik door een webpagina alleen moeilijk te overtuigen (plus het feit dat verzendkosten niet van toepassing zouden zijn bij verkoop door een handelsreiziger aan de deur).