2011 was weer een jaar van mooie concerten, maar – en dat is toch wel voor het eerst – ook een jaar met wat teleurstellingen. Zo maakte Jens Lekman zich er erg makkelijk van af en duurde het tot het einde van Ray LaMontagne’s concert in Utrecht voordat ik eraan werd herinnerd waarom ik ook alweer naar het concert was gekomen – bij de uitvoering van Trouble in de encore. Twee artiesten waarvan ik niet had verwacht dat ze me ooit teleur zouden stellen.
Gelukkig waren er ook heel erg toffe concerten dit jaar. Hoogtepunt volgens diegenen die erbij waren zal Sufjan Stevens zijn geweest, maar daar was ik niet.
Door Loet werd ik uit mijn comfort zone gedwongen en kwam ik bij niemand minder dan The Twilight Singers terecht. Mooi, maar niet zo mooi als Susanne Sundfør, die respect afdwingt door een spookachtig mooi voorprogramma van Thomas Dybdahl. Zo mooi zelfs, dat een optreden in Ottersum door mij niet kan worden overgeslagen. Twee keer in een jaar dus. Dat mag volgend jaar ook. Overigens ook twee keer gezien: Thomas Dybdahl (al moeten we in Eindhoven op het Naked Song Festival wel na drie liedjes al de laatste trein halen – gelukkig had ik in Doornroosje eerder in het jaar al een mooie avond gehad, en volgend jaar komt hij naar Ottersum), Teitur (Naked Song & Ottersum – waar ik helemaal niet over heb geschreven terwijl het ontzettend indrukwekkend was!) én Iron & Wine (in Amsterdam met goede grap van ondergetekende en daarna nogmaals in Utrecht). Overigens blijft Carice van Houten een terugkerend fenomeen. Niet alleen bij het door haar georganiseerde concert van Tom McRae in januari, maar ook bij het Naked Song Festival in 2011. Nu begint het echt op te vallen.
Turin Brakes zag ik dit jaar vier keer, wat minder vaak is dan in 2010 (want: toen vijf keer) en in die zin meer ruimte liet voor andere concerten. Met name de trip in november naar Schotland, voor uitvoeringen van het eerste album, is erg goed bevallen. Al voelde ik me niet 100%, het waren mooie dagen met leuke mensen.
Volgend jaar hopelijk weer een toffe reeks concerten. Er staan er al twee gepland (Dybdahl in maart, en Sufjan Stevens symphonie in Eindhoven in april, als ik mij niet vergis). Hopelijk komen er veel nieuwe bij… Roepaen zorgt voor de nodige intieme middagen en avonden en dankzij de goede mensen om mee naar concerten te gaan, word ik af en toe ook nog eens verrast door muziek die ik nog niet (goed) ken, maar wel mooi blijk te vinden. En je maakt nog eens wat mee… Genoeg verhalen op te halen in de toekomst (hoe Carice van Houten wellicht een boek jatte, hoe heel Paradiso moest lachen om een duffe grap). Dus hopelijk kan ik volgend jaar weer vaak om een encore schreeuwen.
LIVE Ontdekking v/h jaar: Susanne Sundfør (Nijmegen + Ottersum)
LIVE Concert v/h jaar: Thomas Dybdahl (Nijmegen)
LIVE Eervolle vermelding: Turin Brakes (Glasgow + Edinburgh)
LIVE Beste supportact (die ik daarna niet nog een keer live in een eigen concert heb gezien – dus op Susanne Sundfør na): The Pins
De afgelopen paar dagen (donderdag, vrijdag) woon ik weer even bij mijn ouders. Niet dat ik helemaal niet in Nijmegen kom, maar alleen voor de leuke dingen des levens. Toen ik donderdagmiddag door het dorp fietste waar ik toch zo’n veertien jaar fulltime heb gewoond, realiseerde ik me dat het leven hier zo slecht niet nog is. En dat ik zo, tussen twee banen in, bijna niks hoef. En dat dat eigenlijk voor het eerst in twee jaar zo is.
Ik kan niet wachten tot ik kan beginnen bij mijn nieuwe baan, maar bijna twee weken even niks, dat is ook wel eens fijn. Dat geeft me een beetje de tijd om te reflecteren op wat ik tot nu toe heb gedaan en wat ik wil doen. Ik ben nu 25, immers, eerste baan achter de rug en op het punt om met de tweede te beginnen. Toegegeven, ik ben geen wereldburger die in London rustig aan zijn vijfde roman pent, maar ik zit wel op een carrièrepad wat me wel bevalt. Ik heb leuke vrienden en een leuk leven, al vergeet ik dat af en toe. Kortom, ik zal niet worden opgenomen in een boek met bijzondere levens, maar klagen mag ik zeker niet.
Blijkt dat Susanne Sundfør gewoon ook 25 is. Op het podium van Roepaen stond ze vrijdagavond in haar eentje sterk te zijn. Tussen de nummers door praat ze zacht, enigszins verlegen zelfs. Af en toe raakt ze op dreef en maakt ze een grapje. Over een nieuw nummer dat nog geen titel heeft (eerst bijna ironisch “yea, so that’s exciting!” om er schalks aan toe te voegen: “maybe I won’t even give it a title”).
Zodra ze echter begint te zingen is ironie ver te zoeken en is er alleen maar schoonheid: ze betovert. Dat is het enige woord dat ik er voor heb. Ze is vijfentwintig, maar ze is van alle tijden en ongelooflijk indrukwekkend. Die stem. Live nog veel mooier dan op plaat. Als ze staat te spelen straalt ze kracht uit, om die daarna weer even te laten gaan tot het volgende nummer begint.
Uiteindelijk gaat het natuurlijk om de muziek. Susanne speelt vooral werk van haar album The Brothel, waarin naast met prachtige melodie ook met duistere effecten wordt gespeeld. In het voorprogramma van Thomas Dybdahl in april had ze een complete band bij zich, nu vertrouwt ze op haar eigen vakkundigheid en mooie lichteffecten. Dat blijkt bijna net zo goed te werken – misschien is het zelfs beter voor de kleine nightclub in Roepaen. Sundfør zet een mysterieuze sfeer neer, al zijn er ook lichtere momenten gedurende de set. Dat is dan met name wanneer Sundfør ouder werk speelt. Die nummers klinken jonger, aardser zelfs. Susanne worstelt af en toe met de piano van Roepaen (“it has got a will of its own”), maar dat voegt alleen maar extra spanning toe aan het optreden.
De nummers van haar volgende plaat (getiteld The Silicon Veil) klinken – in de uitgeklede setting althans – als een logisch gevolg op The Brothel. Ook speelt Susanne een cover van Radioheads laatste album. Susanne scheurt net zo heerlijk tegen het valse aan als Yorke dat in het origineel van Codex doet. Ik vind persoonlijk dat Susannes stem veel mooier is dan Thom Yorkes vocaal, maar daarmee stoot ik vast wat mensen tegen het hoofd. De avond wordt afgesloten – terecht – met de wonderschone titelsong van haar actuele album. Met dit nummer wordt wat mij betreft aan alle verwachtingen voldaan.
Na een korte pauze keert Susanne nog een keer terug voor een plichtmatige encore. Er zijn maar veertig, vijftig mensen maximaal vanavond, maar een nummer wil ze nog graag spelen. Daarna verkoopt ze haar cd / lp bij de uitgang van de nightclub. Als ik mijn lp afreken en vertel dat we haar in april hebben gezien ben ik een beetje starstruck. 25 is ze, net als ik, maar zoveel meer getalenteerd. En ondergewaardeerd buiten de eigen landsgrenzen (net als… laat maar). Maar daar komt hopelijk gauw verandering in. Het is niet de makkelijkste muziek, maar wel oh zo mooi. Ik ben fan.
Het kan snel gaan. Het ene moment zit je gewoon te werken op je oude werkplek, het andere moment heb je je ontslagbrief overhandigd en kun je feitelijk gaan aftellen naar de dag dat je bij je nieuwe werk begint. Twee weken vakantie (bijna dan) om af te kicken, op te laden en wat lopende zaken af te ronden. Maar eerst ging ik naar Schotland.
Toen mijn favoriete band, Turin Brakes, aankondigde het eerste album integraal live te gaan spelen, was mijn eerste gedachte: daar moet ik bij zijn. Toen bovendien bleek dat ze Schotland aandeden dacht ik: tijd om Pim te bezoeken. Pim promoveert daar op scheikundige zaken en sinds onze roadtrip vorig jaar was ik er niet meer geweest. Tijd om langs te gaan dus. Zo combineerde ik het aangename met het nog aangenamere. En als een vrij man (de dag ervoor had ik mijn laatste werkdag) kon ik er ten volle van genieten – waarbij ik de verkoudheid en vermoeidheid even vergeet.
Dat betekende wel dat de wekker op zaterdagmorgen belachelijk vroeg ging. De vluchten vanaf Weeze gingen overigens nog veel vroeger, dus vond ik 10 uur vanaf Schiphol een schappelijke tijd. Maar dan moet je wel om kwart voor 7 in de trein zitten om niet totaal overgeleverd aan de NS je vliegtuig te missen. Dan is zo’n kop koffie op het vliegveld toch meer dan welkom.
In het vliegtuig zat ik naast een andere Turin Brakes-fan. Dat was geen toeval, maar afgesproken werk. Wat wél toeval was, was dat we in Edinburgh dezelfde Bed & Breakfast hadden geboekt. Na anderhalf uur bijkletsen over de dingens des levens – het was toch alweer ruim een jaar geleden sinds twee heuglijke, gezellige avonden in Canterbury én Eindhoven. Je houdt elkaar wel op Facebook in de gaten, maar dat is toch anders.
Maar goed, daarna was het heuglijk weerzien met Pim. Met snor. Want hij doet mee aan Movember.
De rest van de dag wandelen we door Glasgow, bezoeken we The People’s Palace en Glasgow Green, drinken we koffie bij de Costa (want die hebben een coffee club), kijken we een complete rugbywedstrijd (jawel, dat was nieuw voor mij), eten we Russisch bij Pims huisgenootje en val ik bijna om omdat ik al veel te lang wakker ben.
De volgende dag gaan we met Mounira, die andere Nederlandse fan, de andere kant van Glasgow verkennen (West End) als ik een sms’je krijg dat mijn interview met de band het beste die middag om half 4 kan plaats vinden. Zo staan we om half 4 voor de ABC in Glasgow, alwaar we na even wachten worden begroet door drummer Rob. Hij heeft echter slecht nieuws: de band ligt dik achter op schema en de soundcheck moet nog beginnen. Zo begint er een wachtperiode waarin we af en toe praten met een bandlid dat naar ons toekomt, af en toe meehelpen bij de merchandise (wel tellen, niet vouwen want vouwen kan ik niet goed). Uiteraard net op het moment dat we via Twitter hebben afgesproken met andere fans om te gaan eten (social media forever!) is het tijd voor een interview. Zo mis ik het ongetwijfeld gezellige (maar niet bijster smaakvolle – zo hoor ik later) avondeten, maar voer ik wel een goed gesprek met de band over de beginjaren en de tour. Binnenkort te lezen op Ether Site dus.
Daarna ontmoet ook ik de andere fans en zo staat er ineens een groep van acht, negen fans en gezellige mensen. Misschien zijn we groupies, misschien zijn we gewoon enthousiast maar we hebben het in ieder geval leuk. Uiteindelijk wordt onze groep nog uitgebreid met een Nederlands meisje die toevallig een weekend in Glasgow is en de band ook leuk vindt. Het is spontaan en gezellig en ik ontdek in Schot Steven eindelijk een andere man die ook goed de tweede stem kan zingen.
Het concert is prachtig. De Glaswegian crowd heeft er zin in, is luidruchtig maar zingt ook vol overtuiging de nummers van het eerste album mee. Ik heb al snel een grijns op mijn gezicht. De heren zijn weer in topvorm en nadat het eerste album mooi gevoelig is afgesloten met The Optimist komen de heren al gauw terug voor een extra set van drie kwartier met zowel een nieuw nummer als andere hoogtepunten uit het oeuvre.
In totaal spelen de heren één uur en drie kwartier, waaronder een mooie cover van Chim Chim Cher-ee (nu te koop op iTunes – opbrengst gaat naar daklozen) en het epische Ether Song waarmee wordt afgesloten. We hebben weinig reden tot klagen, zullen we maar zeggen.
Backstage heb ik nog wel snel een flink stuk stokbrood met organic pindakaas gegeten, maar mijn maag begint te knorren. Gelukkig is daar A.C. Hij is met Natalie uit Edinburgh meegekomen en heeft ‘voor het geval dat’ een burrito meegenomen. Dat klinkt raarder dan het is, A.C. is namelijk de uitbater van het Mexicaanse Illegal Jacks-restaurant in de Schotse hoofdstad. Met échte groente en voedzame burrito’s. Niks geen grote keten, gewoon een gezellig, hip en modern restaurant. We sluiten de deal dat als ik de burrito lekker vind, dat we daar de volgende dag komen lunchen. En hij is lekker mensen.
De afterparty vindt in eerste instantie plaats in een toko die al tegen middernacht de deuren sluit, maar al gauw komen we terecht in een pub met een late license. De band is er ook en dat maakt het nog gezelliger. De groep mensen (met vrienden van vrienden van vrienden) bestaat inmiddels uit een man of 15-16 (al doe ik geen moeite meer om iedereen bij naam te leren kennen). Het is in ieder geval gezellig en met de mensen van wie ik de naam wel weet heb ik in ieder geval een topavond. En de volgende avond hebben we als het goed is nog zo’n topavond!
De ochtend verloopt in mijn geval redelijk soepel. Na het ontbijt (met hagelslag, Pim blijft toch Nederlander) vertrekt mijn gastheer naar zijn werk en nemen we afscheid. Mounira en ik ontmoeten Natalie en A.C. in het centrum (en komen zelfs nog even die andere Nederlandse fan tegen!). Vervolgens pakken we trein naar Edinburgh. Edinburgh is een stad met een stuk meer (zichtbare) historie. En als je dan het geluk hebt dat de lucht er blauw is en de temperatuur niet te laag, dan kun je daar dus een mooie tijd hebben.
De middag werd echter niet bepaald episch. Verschillende onderdelen van ons nu even viertallige team hadden een inkakmomentje en ik chill dus in mijn extra grote kamer (ik ben “geüpgrade” vanwege verbouwing) de middag weg en luister naar de live cd die ik bij het optreden gisteravond heb gekocht. Ik doe boodschappen, maak wat foto’s en de lunch verandert in diner. Om zes uur zitten we bij Illegal Jacks. Totaal uit de richting van Queen’s Hall, Edinburgh, maar voor goed eten moet je af en toe omlopen.
Redelijk uitgerust schuiven we aan bij Illegal Jacks. Het interieur is strak en modern, wellicht het tegenovergestelde van wat je bij een Mexicaans restaurant zou verwachten:
Er liggen briefjes op tafel met onze namen, je kunt hier ook via social media reserveren maar wij hebben connecties dus hoefden dat zelfs niet te doen en als wij al uitgebreid aan het schranzen zijn, verschijnt ook de band zelf voor een burrito on the house. Genieten dus, al laat ik de margherita maar even aan me voorbij gaan.
Na anderhalf uur nemen we een taxi naar Queen’s Hall, waar we merchandise-dame en mede-fan Claire weer tegengekomen. Ik probeer zelf ook even merchandise te slijten maar moet mijn meerdere erkennen in Steven – die na het optreden een poging waagt. Twee EPs à 5 pond per stuk weet ik te verkopen, terwijl Steven t-shirt na t-shirt verkoopt.
Queen’s Hall is een raar venue, met zowel een uitgebreid zitgedeelte als een centrale lege vloer om te staan. Ik voel me enigszins beroerd (de vermoeidheid slaat weer toe), maar zodra het optreden is begonnen gaat het langzaam beter en na Underdog (Save Me) ben ik weer redelijk boven Jan. Bij Future Boy en The Road kan ik weer koortje spelen met Steven. Opvallend is dat waar in Glasgow het hele publiek na verloop van tijd Turin Turin Turin Fuckin’ Brakes zong, we hier geen navolging krijgen. Het publiek is meer ingetogen en komt eigenlijk pas los op het moment dat de heren weggaan en weer terugkomen voor de encore. Net als de band trouwens, die de nummers van het debuut ingetogen speelt en daarna pas echt los gaan. Afgesloten wordt met Chim Chim Cher-ee:
Daarna drinken we er nog eentje bij de venue. De rest van ons gezelschap gaat nog een kroeg in op 20 minuten lopen, maar ik besluit er een punt achter te zetten en eens wat slaap in te halen (zo voelt het in ieder geval). Ik neem (enigszins gehaast, want er staat een taxi) afscheid van mijn gezelschap en ga heerlijk slapen. In Glasgow liepen we al grappen te maken over het feit dat Lady Blossom een bordeel zou zijn waar Lady Blossom de madam van dienst is en ik…. tsja…. Maar nu blijkt dat Lady Blossom’s Guesthouse ook daadwerkelijk red light district is:
De volgende dag ontmoet ik Mounira om 10 uur voor de B&B. We moeten allebei voor 10:00 uur uitchecken dus staan we hier met bagage, bepakt en bezakt, klaar om te gaan. Eerlijk gezegd ben ik er ook wel aan toe om naar huis te gaan. Alleen gaat onze vlucht pas om half 7. We doen daarom eerst wat boodschappen, drinken koffie en bezoeken Edinburgh Castle. Het is een prachtige dag in Edinburgh. De zon schijnt volop en het is weliswaar iets kouder dan eerdere dagen, het is genieten. Alleen jammer dat we vandaag de hele dag met die bagage moeten sjouwen. Wel ontmoeten we Emma en Steven voor een gezellige lunch in het centrum van Edinburgh. Zij hebben ook de laatste dag van hun korte vakantie (het voelt niet als een weekend maar als een echte vakantie).
Als we betalen en willen vertrekken kijken Steven en Emma elkaar aan: we kunnen nu terugrijden naar Glasgow en daar treuren dat de dag voorbij is… Maar we kunnen er ook nog iets moois van maken. Dus wordt onze bagage achterin de Honda gegooid en rijden we naar de kust. Burntisland is de bestemming, alwaar we een ontspannen, leuke dag beleven met zijn vieren. We hoeven niks (ja, vanavond een keer vliegen) en kunnen genieten van het mooie weer en de prachtige omgeving. Het is een wonderschoon einde en een veel mooiere dag dan waar ik op had gerekend. Dat zijn misschien nog wel de mooiste momenten van zulke reisjes… Dat je met mensen die je net hebt leren kennen een ontspannen, gezellige, leuke dag beleefd waaraan alles klopt. Vandaag is dus mooi.
De reis naar huis verloopt voorspoedig, al zit het vliegtuig wel bommetje vol. Rond half twaalf ben ik thuis en kijk ik met een voldaan gevoel terug op een leuke reis.
Kijk, mensen leuteren wel vaker dat internet en social media niet noodzakelijk een positieve invloed hebben om iemands sociaal leven. En dat snap ik best. Je bent helemaal niet zo betrokken bij een Facebook-statusupdate of tweet als bij een gebeurtenis in het echte leven. Maar zonder social media had ik de mensen die ik deze dagen heb ontmoet helemaal niet gekend en was ik er misschien straal langs gelopen. Terwijl nu de basis voor een nieuwe vriendschap is gelegd. Kortom: ik had een erg, erg leuke vakantie in Schotland. Mocht dat nog niet duidelijk zijn.
In het verleden ben ik vaak lovend geweest over Jens Lekman, zowel over zijn muziek op plaat als zijn concerten. Vorig jaar schreef ik: “Jens Lekman is live, net als de vorige twee keer dat ik hem zag, erg goed.” En dat was dan ook zo. Met een nieuwe EP op zak, tourt Jens door Amerika en Europa. Het Europese deel van die tour begint in de kleine zaal van de Vereeniging te Nijmegen en dat is – wellicht – een wat ongelukkige keuze, blijkt achteraf.
De Vereeniging heeft namelijk een best mooie zaal, maar de kleine zaal is… tsja… De keren dat ik er met het Nijmeegs Boekenfeest ben geweest heb ik me al over de aankleding van de zaal verbaasd. Het ziet er allemaal wat kitscherig uit. En als die zaal dan niet helemaal is uitverkocht, tsja, dan hangt er ook geen bijzonder fijne sfeer.
Ook jammer van de Nijmeegse start is dat Jens Lekman last heeft van jet lag. Hij oogt vermoeid en geeft later ook zelf toe dat de Atlantische oversteek hem parten speelt. Dat is allemaal leuk en aardig Jens, maar vier jaar geleden heb je een ongelooflijk mooi concert gespeeld in Doornroosje en de mensen die er toen waren, hebben nu weer hoge verwachtingen. De show must go on, wellicht?
Voordat Jens echter zelf aan de slag gaat, krijgen we een voorprogramma verzorgd door Lia Ices en een gitarist. Het is ongetwijfeld mooie, melancholische, repetitieve muziek, maar de zaal bereikt het niet. Het geluid is rommelig en het publiek is nog aan het binnendruppelen – zin in een feestje op vrijdagavond. Hoe mooi Lica Ices dan ook mag spelen, mij doet het vrij weinig. Jammer.
Daarna is het nog bijna drie kwartier wachten op het hoofdprogramma – de verwachtingen zijn nog hoger nu… Dan beginnen we eindelijk! Na Nederland te hebben aangedaan met een all-female-band, band met dj en band met sampler, is Jens vanavond in karige bezetting naar Nederland gekomen. Alleen een drummer met overgewicht in een hoekje van het podium en Jens zelf. De drummer kan gelukkig ook zingen en tijdens het eerste, rustige nummer van de set doet hij dat niet onverdienstelijk.
Daarnaast volgt een mix van oud en nieuw werk (I Saw Her In The Anti-War Demonstration, A Sweet Summer’s night on Hammer Hill worden afgewisseld met werk van de EP). De drummer in kwestie geeft het optreden de nodige punch, maar gaat wat mij betreft de mist in bij The End Of The World is Bigger Than Love - waarbij zijn backing vocals in het refrein enige impact missen en in het couplet ook nog eens bijna vals zijn.
Toch mogen we niet klagen: Jens is zelf in topvorm en zingt – ondanks zijn jetlag – de sterren van de hemel. Hij blijkt zelfs goed te hebben nagedacht over de opbouw van de set. Hij vertrouwt steeds meer op zijn sample-machine die strijkers, blazers en zelfs compleet andere nummers door de speakers blaast. Jammer betekent dit dat het optreden steeds meer verdrinkt in diezelfde samples. Het punt waarbij live en samples in evenwicht zijn? De combinatie Golden Key / The Opposite of Hallelujah, waarbij voor mij de status van Jens als zijnde briljant weer wordt bevestigd. Daarna is meteen het matigste moment van het optreden, want Jens geeft er na een dik half uur de brui aan.
In de eerste encore worden we onder andere getrakteerd op een totaal overbodige cover van 10CC. Daarbij wordt nog meer duidelijk dat Jens zijn samples enorm waardeert en er enorme lol bij heeft om te dansen op het podium. Maar in zijn eentje komt het zo zielig over – de drummer met overgewicht zit immers achter zijn drumstel mee te tikken. Het werkt gewoon niet.
Gelukkig komt Jens terug voor een tweede keer – het concert is dan net 50 minuten bezig. Hij sluit af met het wonderschone And I Remember Every Kiss, dat solo veel EN veel mooier is dan op de cd met orkestrale begeleiding. Daarbij wordt duidelijk dat Jens’ muziek eigenlijk maar op twee manieren echt werkt: compleet over de top met 10-koppige band en gekkigheid, of intiem in zijn eentje.
Na afloop komt Jens naar de merchandise voor handtekeningen en een praatje met fans. Een paar Vlaamse fans, waarschijnlijk speciaal overgekomen voor het optreden, wijst hem erop dat hij geen Black Cab heeft gespeeld en dat ze dat heel jammer vinden. Jens biedt meteen zijn excuses aan en zegt dat hij het wel had willen spelen, maar de setlist verkeerd had gelezen. Hij haalt meteen zijn gitaar en speelt Black Cab voor het publiek dat er nog is en trakteert ook nog op het mooie Shirin. Daarmee herstelt Jens iets van de schade.
Misschien dacht Jens Lekman voorafgaand aan de tour: ik heb nog geen nieuw album, maar wel een EP en die wil ik ook promoten. Als ik nu eens een korte tour doe, met één of twee shows in ieder land… Gewoon niet te lange shows, maar wel met de essentie van Lekman.
Nou… Dat werkt dus niet. Ik vrees dat veel mensen naar huis zijn gegaan met het gevoel dat Lekman zich er wat makkelijk vanaf heeft gemaakt. Voor fans, zeker de casual luisteraar, bestaat het concept “tussendoor-show” niet. Jens heeft zich er dan ook wat makkelijk vanaf gemaakt. Het was mooi, maar veel te kort. Het was leuk, maar niet leuk genoeg om de lengte van de show te rechtvaardigen. Nijmegen had meer verwacht en hopelijk komt Lekman volgend jaar – met een nieuw album en volledige band – terug om de schade te beperken. Want dan gaan we uiteraard gewoon weer.
Door internetproblemen en drukte verschijnt dit verslag iets later dan verwacht online…
Groningen is een rare stad. Hoewel het geen lelijke stad is, staat het niet in mijn boekje als ‘stad vol schoonheid’. Qua sfeer worden duistere stukken afgewisseld voor mooi verlichte pleinen en monumenten. De sfeer is niet noodzakelijk optimaal – zeker niet als het regent en koud is – maar toch, als je je met de juiste mensen omringt is het altijd gezellig. Misschien wel omdat mensen zo naar elkaar toetrekken omdat er verder niet veel in de buurt van Groningen is, behalve kleinere stadjes en dorpen.
De reden waarom ik dit weekend in Groningen was omdat ik eindelijk weer eens tijd had om Mischa daar te bezoeken. De aanleiding voor juist dit weekend was 1) omdat ik dit weekend kon en 2) omdat Mischa op de zaterdagavond een set zou spelen als voorprogramma van Harry Bird & The Rubber Wellies. Kortom, naar mijn verwachting zou het een weekend vol muziek en gezelligheid zijn. En dat werd het.
Het weekend begon voor mij wat halfjes, door een enorm drukke week op het werk zat ik met een zweem van hoofdpijn en maagkramp op vrijdagavond in de trein. De hoofdpijn zou al gauw weer verdwijnen, de kramp in de maag zou tegen het einde van de vrijdagavond een hoogtepunt bereiken en nooit helemaal verdwijnen, maar daar liet ik me niet door tegenhouden om toch een leuk weekend te hebben.
Het weerzien met Mischa was uiteraard heuglijk. Na even bijkletsen beginnen aan we punt één van de agenda: het kijken van de Sloveense topper Gremo mi po svoje. Sinds de vakantie in Slovenië hebben we naar dit moment uitgekeken en als we eerlijk zijn valt de film een beetje tegen. Vooral op het gebied van het plot valt er het een en ander te verbeteren aan de niet onaardige film. Het voornaamste probleem is dat het niet helemaal duidelijk is wat nu de hoofdlijn van het verhaal moet voorstellen. De scouting is op kamp en sommige kinderen hebben problemen, andere niet, de leider vindt dat hij streng moet zijn, maar flirt wel wat af met de kokkin / hulp. Vervolgens komt er een meisjeskamp bij het scoutingkamp, wat uiteraard de pubers wakker schudt, maar in plaats van dat ze echt actie ondernemen, trekken ze de bergen in. Als ze uiteindelijk terugkomen is er een kampvuur en bloeit er liefde en vergeving, maar dat is pas nadat karakters die in eerste instantie belangrijk lijken naar de achtergrond zijn verdwenen en dan weer ineens toch centraal staan.
Tel daarbij op dat de vaart nogal uit het verhaal wordt gehaald door scènes waarvan de relevantie ter discussie kan worden gesteld (en diverse droompassages) en Gremo Mi Po Voje is een lichte teleurstelling, waarvan alle leuke momenten in de clip te zien zijn. Aardig, maar niet meer dan dat.
De volgende dag bood meer vertier. In eerste instantie zijn we erg lui, luisteren we muziek en kijken we een stuk van Leningrad Cowboys Go Americaen Russische politieachtervolgingen op YouTube. ‘s Middags besluiten we boodschappen te doen voor de lunch en het avondeten en een rondje door de stad te lopen. Ik heb nog nooit de toeristische route gelopen in Groningen en vandaag heb ik gelukkig een geïnspireerde gids die er het fijne van weet: “Dit is ook een oud gebouw.”
Na een bezoek aan een leuke platenzaak keren we huiswaarts, aangezien Patrick en Harry langskomen. Patrick is de jongen met wie Mischa vanavond optreedt en die samen met Harry Bird ook het hoofdprogramma verzorgt als onderdeel van Harry Bird and the Rubber Wellies. Ze zijn echter aan de late kant – blijkt als we thuis zijn en dus hebben we tijd over om de protestantse Nieuwe Kerk van Groningen te bekijken. Daar staan twee gidsen die ons allebei zoveel mogelijk verschillende informatie (“Dat heb IK al gezegd!”) proberen mee te geven over het ontstaan van de kerk, de typische eigenschappen van de kerk en de restauraties door de eeuwen heen.
Tegen half zes, zes uur zijn de heren muzikanten er eindelijk om Mischa’s spullen op te halen. We bezoeken nog even de Harry Potter Party die elders in Mischa’s huis gaande is (Harry is erg onder de indruk als Harry Potter-fan en -naamgenoot en ook ik vind de gedetailleerdheid van het decor erg indrukwekkend).
Maar de tijd is inmiddels zo krap, dat we onze geplande pastakooksessie moeten laten schieten en meteen naar de kroeg gaan. Harry en Mischa (die de weg door de eenrichtingsstraatjes het beste kent) gaan met de auto, Patrick en ik gaan te voet (want de auto zit vol met gitaren en andersoortige instrumenten en apparaten).
In ‘The Corner Pub’ laden we alles uit – het regent inmiddels vrij hard – en begint Patrick met het opbouwen, terwijl ik met het barmeisje klets over de aankomende avond (ze verzekert me dat ze ook op “joehoe!” reageert). Mischa en Harry zijn ondertussen de auto (gratis) parkeren, wat ook weer lang op zich laat wachten. Inmiddels knort mijn maag (en die van de rest ook) dus als de heren terug zijn gaan Mischa, Patrick en ik eten halen, terwijl Harry verder gaat met de soundcheck en opbouw.
Bij terugkomst in het café gaat de combinatie van Nederlandse en Aziatische fastfood er bijzonder goed in. Iets met honger en rauwe bonen, al zijn de rauwe bonen in dit geval gewoon gaar en geen bonen.
Tegen half 10 begint het langzaam druk te worden. Het publiek bestaat vooral uit vrienden en kennissen van Mischa en Patrick, al komen er ook wat stamgasten langs en een paar toevallige voorbijgangers. Het is niet bijzonder druk, maar verder wel erg gezellig als Mischa en Patrick de instrumenten ter hand nemen en openen met een klassiekertje van Chet Baker. Daarna spelen Mischa en Patrick zowel eigen werk als werk van Rowwen Heze, Wilco, I Am Kloot en… Lady Gaga, maar het zijn Mischa’s eigen nummers die wat mij betreft het leukste zijn.
Na Mischa en Patrick is het de beurt aan Harry en Patrick. Zodra Harry Bird & The Rubber Wellies beginnen te spelen is het duidelijk: dit wordt vermakelijk. Zonder iets aan schoonheid te verliezen, spelen de heren vaak humoristische nummers over de kleine dingen des levens – vaak als metafoor voor diepere zaken, maar dat zullen ze vast nooit toegeven. Zo gaat Link for My Chainvast niet alleen over de missende schakel van zijn fietsketting, maar het mooie van de nummer is dat het ten dele wel over gaat, inclusief de plaatsnamen waar Harry uiteindelijk doorheen zal fietsen.
Ook de Pirate Song gaat niet alleen over piraten, maar ook over muziek downloaden – wat hij zelf ook veelvuldig zegt te doen. Tijdens Ban The Bomb wordt om publieksparticipatie gevraagd en hoewel die maar ten dele komt, lijkt toch het grootste deel van het publiek zich te vermaken. Ik heb wel het idee dat het grootste deel van het publiek voor het voorprogramma is gekomen, maar het grootste deel blijft netjes de hele avond.
Na afloop drinken we een pilsje op de geslaagde avond. Hoewel The Corner Pub geen slechte bierkaart heeft, blijkt de standaardpils uit Frankrijk te komen. Ik wist niet eens dat Kronenbourg 1664 nog in Nederland verkocht mocht worden. Daarna smaakt een Bittburger bijzonder lekker. Maar goed, voordat de avond om is zijn er slechte openingszinnen de revue gepasseerd, slechte grappen gemaakt én wordt er een brief geschreven aan de kroegbaas van het café waar Harry Bird de vorige keer in Groningen heeft opgetreden. Hem lijkt het bovendien een goed idee als wij – het overgebleven zestal – even allemaal een mop in het Nederlands opschrijven. Eén van ons probeert zich er vanaf te maken door in het Nederlands te schrijven dat ze geen zin heeft om een mop op te schrijven, maar uiteindelijk wekt haar relatief lange ‘mop’ toch wantrouwen bij Harry en Patrick (die zelf ook vrijwel geen Nederlands kan). Ik schrijf een klassieker op, hoe een koe een haas vangt).
Het is laat, maar droog als we huiswaarts keren. Het was in alle opzichten een uiterst geslaagde avond met zowel leuke muziek als gezellige mensen. Als we weer bij Mischa zijn val ik als een blok in slaap.
De volgende ochtend moet er opgeruimd worden, maar gelukkig niet door ons. Wij kunnen gewoon tot 11 uur in ons nest blijven liggen (Harry en Patrick zouden rond elf uur de spullen ophalen bij de kroeg en naar ons brengen met de auto). We staan voor de zekerheid toch maar wat eerder op, maar uiteindelijk is het ver na twaalven als de deurbel gaat en Harry en Patrick verrassend fris en monter (ondanks het gebrek aan warm water bij Patrick thuis) voor onze deur staan. Patrick probeert Mischa’s racefiets uit (only need one more link for my chain).
Dan heb ik mijn tas al ingepakt en ben ik bijna klaar om te gaan. Om kwart over één vertrekt mijn trein en ga ik huiswaarts – met als soundtrack het verslag van de wedstrijd PSV – Ajax. Het is een geluk bij een ongeluk dat de extra speeltijd minstens een kwartier is – mijn treinreis duurt vanwege alle omleidingen en werkzaamheden ruim een uur langer dan gepland. Een mooie gelegenheid om in mijn boek te lezen. Via Utrecht kom ik moe maar voldaan thuis. Zo mogen meer weekenden zijn.
Ze waren niet perfect, maar zoals Pete van Pete and the Pirates na de eerste twee nummers op De Affaire roept: “Het is 5 over 11 en het is DROOG!” Gezien de voorspellingen was dat een klein wonder en het duurde dus niet lang voordat de harten van het Nijmeegse publiek waren gewonnen. Lang niet iedereen kende de piratenband. Ik wel. Ik had ze al een keer gezien in het voorprogramma van Maximo Park. Niet dat ik ze toen per se voor herhaling vatbaar vond: leuk, maar niet indrukwekkend.
Toch ben ik ze een beetje blijven volgen. Want ja, als singer/songwriter fan wil je af en toe iets meer uptempo, iets meer snelheid, iets meer schwung. En nu stonden ze dus op De Affaire. En ik was er min of meer toevallig ook.
Het leuke aan Pete en zijn Piraten is dat ze snelle liedjes die dan ineens intiem worden en intieme liedjes die ineens snel worden. Dat weet je nooit met die band (tenzij je de liedjes kent). De zanger gaf de volle 100%, maar sommige andere bandleden leken een beetje verveeld op dit voor hun vast ‘random’ festival te staan in een ‘random’ Nederlandse stad. En misschien was Pete and the Pirates misschien ook een beetje een random keuze. Maar daar gaf het publiek na tien minuten niet meer om. Die konden de gezellige no-nonsense muziek van de band wel waarderen. Echt Engels, maar vrolijk en dansbaar (gezien het niet al te warme weer was dat fijn).
Maar het geluid was dus een beetje jammer. De zang was soms moeilijk te horen en ook andere instrumenten kwamen niet altijd even goed naar voren. Ook kakte het optreden na 25 minuten even in, toen de band wat rustigere nummers speelde (die af en toe ineens toch uptempo bleken). Tegen het einde maakte de troep piraten het weer goed met onder andere het leuke Come To The Bar. Al met al een leuk optreden dus, van een leuk bandje.
Hier bekijkt u een akoestische sessie van de band. Ok Moj.
Op een zaterdag die toch al geslaagd was, ik heb het dan over zaterdag 9 juli, in Tivoli, Utrecht mogen kijken naar Iron & Wine is geen straf. Logistieke problemen waren er nauwelijks, al was de aansluiting vanuit Amsterdam Sloterdijk niet ideaal, maar uiteindelijk kwam ik rond tien voor half negen aan op de plek waar partners-in-crime Loet en zijn zusje op me stonden te wachten. Samen liepen we naar Tivoli, waar Sjoerd al een aardige plek had geclaimd. Okieson stond al te spelen – Nijmeegs trots – maar ik was meer bezig met acclimatiseren dan onder de indruk zijn. Ik weet wel dat het min of meer ouderwetse rock was, meer dan Iron & Wine later zou laten horen.
Wanneer Sam Beam en zijn muzikale Frodo’s het podium oplopen om hun muzikale ring naar Mordor te brengen en daar in de vulkaan die het publiek is te gooien, is mijn eerste gedachte: “die ziet er niet goed uit.” De baard is verzorgd, maar zijn ogen zien er vermoeid uit. Toch begint hij onverstoorbaar met een loepzuiver “Mary-Anne do you remember the tree by the river when we were 17?” Er wordt driftig meegezongen en de band barst los alsof het hun eerste concert dit jaar is. Het duurt even voordat Sam het publiek toespreekt. Mijn vermoeden wordt dan bevestigd: de mannen zijn moe, want vandaag in het vliegtuig gestapt om naar Nederland te vliegen. Boos kunnen we er niet om worden, want het grootste deel van de band lijkt er twee keer zo hard door te werken – om de vermoeidheid te onderdrukken.
Toch is het contrast groot: “Aan uw rechterzijde, al bijna knock-out geslagen, de futloze achtergrondzangeressen, aan uw linkerzijde de nog helemaal fitte bassist en saxofonist / blazer.” Sam bewaakt wat dat betreft het midden: hij is duidelijk minder fit dan de saxofonist, die soms tot drie instrumenten per nummer bespeelt, maar als Beam zingt en speelt gaat hij er volledig voor.
De set is afwisselend, bestaande uit zowel ouder als nieuwer werk. Het oudere werk heeft dankzij de instrumentatie wel enigszins een Kiss Each Other Clean-sausje gekregen. Dat betekent dat sommige nummers wat opgeblazen worden en dat er wat dynamiek verloren gaat. Hierdoor zakt de spanning halverwege een beetje weg, maar gelukkig wordt dat ruim voor het einde weer goed gemaakt. Wel moeten we opmerken dat de geluidsmix niet briljant is. We moeten moeite doen om soms de banjo, achtergrondzangeressen of simpelweg de gitaar te horen.
Het enige instrument dat niet lijdt onder de matige mix is de stem van Sam Beam. Deze maakt een onverwoestbare indruk. Nadat de band weer een paar minuten aan instrumentaal episch genot heeft neergezet, de solo’s zijn afgerond en Sam Beam weer begint te zingen om het nummer af te ronden, kan je niet anders dan kippenvel krijgen. Het voelt alsof je de stem voor het éérst hoort, zo zuiver en subtiel positioneert Beam de woorden.
Voor de encore komt de band in beperkte bezetting terug. Geen rol voor de enthousiaste saxofonist of de ondersteunende bongo’s en ook de bassist mag niet langer schuddenbuikend funky basloopjes eruit gooien. Dat is best verfrissend en de uitgeklede versie van He Lays In The Rains is dan ook een absoluut hoogtepunt, stiekem. Terwijl de rest van het concert het niveau toch al hoog lag.