Zaterdag 7 april was het zover. Het stond al bijna een jaar gepland. 7 april 2012 zou een eenmalige, speciale samenwerking tussen Sufjan Stevens (wie kent hem niet?), Bryce Dessner (The National) en de mij verder onbekende Nico Muhly. De drie heren worden aangevuld door het Navarra String Quartet en het Nederlandse New Trombone Collective – dat uit maarliefst zeven (7) trombones bestaat. Dat het een bijzondere avond in het muziekgebouw Frits Philips in Eindhoven wordt, staat dus buiten kijf. En heel high-brow. Dat is vanaf de eerste gespeelde noot duidelijk.
Een kleine wisseling in het programma – blijkt. We openen niet met de Diacritical Marks van Muhly, maar de Quintets van Dessner. Op de eerste (Blind Willy) na, is het best mooi. Die eerste is vooral vreemd. Dessner speelt op zijn gitaar mee met het strijkkwartet en doet dat niet onverdienstelijk. Het is allemaal ontzettend klassiek – hier geen Bloodbuzz Ohio.
Daarna gaan we door met de Diacritical Marks - waarbij het strijkkwartet gevieren helemaal los kan. Het is bij vlagen grillig, melodieus en zelfs euforisch. Het laatste nummer voor de pauze is van Stevens, mooi maar voorbij voordat je er erg in hebt. Jammer.
Uit alles wordt echter duidelijk dat na de pauze we pas echt los zullen gaan. De trombones hebben we nog niet gezien en er staan ongebruikte piano’s, keyboards en een drumstel klaar. En de olifant in de kamer: een gigantische zwarte bol. Je denkt nog “hangt ie er voor het geluid ofzo?”, maar als er na de pauze ineens animaties worden geprojecteerd is overduidelijk dat dit niet zo is. Ook visueel moet Planetarium, zoals de door Dessner, Muhly en Stevens gecomponeerde liedcyclus, indruk maken. Elf werken (Neptune, Jupiter, Uranus, Venus, Mars, The Sun, Pluto, Moon, Saturn, Earth en Mercury) in ruim drie kwartier tijd. Er wordt niet veel gekletst – alleen gegrapt over het feit dat Dessners gitaar altijd gestemd moet worden en dat Pluto tegenwoordig geen echte planeet meer is, maar een dwergplaneet, maar daar is de avond ook niet naar…
De liedcyclus is op zijn zachtst gezegd indrukwekkend. In het programma schrijft Dessner: Planetarium onderzoekt, in klank en onderwerp, de onderlinge afhankelijkheid van harmonie en disharmonie in het universum. Dat klinkt wellicht een beetje zweverig, maar de zeven trombones zetten je met beide benen op de grond. Ik zag de trombone altijd als een beetje lomp, maar geloof me: als je er zeven naast elkaar hoort, klinken één of zelfs twee trombones ineens verrassend subtiel. Opvallend is het gebruik van autotune: in eerste instantie werkt Sufjans computerstem me op de lachspieren, maar uiteindelijk wordt ook de verguisde autotune een logisch en zelfs passend onderdeel van de avond.
Enigszins gespannen lijkt Sufjan bij tijd en wijle, en gezien het feit dat de meeste stukken vanavond voor het eerst worden gespeeld, maar het lijkt allemaal foutloos te gaan. De opluchting dat het allemaal naar wens is gegaan en in ontvangst wordt genomen met een staande ovatie, is van de gezichten af te lezen. Planetarium is zonder twijfel het hoogtepunt van de avond.
Een encore zit er niet in… Want wat moet je hier nog aan toevoegen? En ook met deze bezetting? Sufjan nu solo een nummer laten spelen zou niet kloppen – de uniekheid van de avond zelfs teniet doen. Nee, dit was mooi als geheel. Het enige wat nog mist is een opname van het geheel. Al staat YouTube al vol met video’s, zou een professionele opname hiervan zeker niet misstaan. Planetarium heeft bij mij alle verwachtingen ingelost. Indrukwekkend.
Hier een video ter illustratie (niet door mij gemaakt):
Al voor aanvang van het concert vertellen de heren dat ze vanavond toch echt geen “hits” zullen spelen – iets wat met schuchter gelach wordt ontvangen door het publiek, in de wereld van Kings of Convenience is de term “hits” namelijk nogal bewerkelijk. Bij een kleine inventarisatie “Who was here yesterday?” blijkt dat ik niet de enige ben die alleen op zondagavond naar de kleine zaal van de Paradiso is gekomen voor een intiem concert van de heren. Het idee van de Kings of Convenience was dat we allemaal op zaterdag zouden komen, en de die-hard fans op zondag. Dat idee was naïef om twee redenen:
1) De heren treden maar af en toe op, dus ontstaat er altijd een run op de kaarten als er maar 1200-1300 zijn. Zelfs met Pasen.
2) De heren zijn stiekem te groot voor de Paradiso (maar misschien nog net te klein voor de HMH, los van het feit dat die zaal minder cool is).
Het zal op een kwart van het concert zijn geweest, nadat de heren het zoveelste rustige nummer hebben gespeeld, dat de heren een relaas over populariteit beginnen. Dat ze eigenlijk heel veel van dit soort nummers hebben, maar dat ze die in de groten zalen niet goed kunnen spelen en dat ze dat best jammer vinden. Dat ze nog niet zo groot zijn als Jon Bon Jovi – die intieme concerten speelt in zalen van 5000 man – maar dat ze te populair zijn geworden voor de eigen muziek. Als je echter ziet dat de concerten binnen no-time waren uitverkocht, moeten we echter concluderen dat de heren in ieder geval de grootheden van het genre zijn en dat ze die 5000 man misschien in Nederland best hadden gehaald (maar dan misschien niet met Pasen). In deze huiskamersfeer is populariteit makkelijk te ontkennen.
Maar ik klaag niet hoor. Laat ze maar lekker geloven dat ze nog geen “great success” hebben, want ik krijg hier mooi de liedjes voorgeschoteld die ik al jaren luister. Als er wordt geopend met mijn favoriete Until You Understand en vervolgens een prachtige versie van Riot on an Empty Street wordt gespeeld, dan kun je mij wegdragen. En dan moet de rest van het concert nog beginnen!
Dat concert bestaat verder uit een mix van de rustige nummers van de laatste cd en wat ouder werk. Singing Softly To Me / The Girl From Back Then en Little Kids (toch een vast encorenummer de laatste jaren) zitten gewoon in de setlist en vereisen de nodige publieksparticipatie, wat toch anders voelt in zo’n kleine zaal. Alsof je jezelf wat beter hoort dan in een publiek van 1000 man. Maar naar een tijdje komen we er in. Het scheelt dat de heren in goede doen lijken. Niet te veel zorgen gemaakt van tevoren – zo blijkt de setlist veel te lang te zijn – en oprecht zin om alle “vergeten pareltjes” te spelen en af en toe wat vage improvisaties tussendoor te spelen – zelfs al gaat het fout. Zo kan Erlend zich een riff van het laatste album niet meer herinneren en speelt de band na een verzoekje uit het publiek een beschamend / lachwekkend slechte versie van Brave New World. Erlend kan zich met veel pijn en moeite de riff herinneren, maar voor zowel Erlend als Eirik moet de tekst van heel diep komen. Dat mag de pret niet drukken, de heren hebben dan al zoveel goodwil opgebouwd, dat het eigenlijk best leuk is dat ze even moeten worstelen. We zijn hier als intimi onder elkaar immers – de die-hard fans.
Vooraf grapte ik met goede vriend Sjoerd dat ze een van de dufste nummers uit hun oeuvre vast niet live zouden spelen. An English House - het nummer staat niet eens op YouTube – is een traag, slepend nummer, met net zo trage samenzang over een slecht-geïsoleerd huis in Engeland. Achteraf merkt Erlend op dat het nummer tijdens Pasen is geschreven. De gesprekken tussen de nummers worden langer naar mate de heren langer nodig hebben om de gitaar te stemmen – waar ze bij hun grote shows naar eigen zeggen geen tijd voor hebben. Het draagt bij aan de intieme sfeer. Dat de geluidsmix voor zo’n intiem concert schandalig lomp is uitversterkt, vergeef ik de heren. Dit is een mooie zondagavond, zeker als Gold For The Price of Silver en Winning A Battle, Losing The War (met rockeinde) nog langskomen. De reguliere set wordt afgesloten met het enige “nieuwe” (lees: uit 2008) nummer van de avond. Second Violin heeft het namelijk best in zich om de nieuwe I’d Rather Dance With You te worden: mooi verhalende tekst, humor, eenvoudige thematiek (Sick and tired of playing second violin, he gracefully steps off the train, pledging never to return to the city that never once applauded him) en Erlends mondtrompet krijgt alle ruimte om te schitteren.
Daarna keren de heren nog terug voor twee nummers, maar dan is de koek op. Omdat het nog vroeg is (het concert begon om 7 uur), heb ik er nog lang geen genoeg van, maar in de grote zaal begint straks een aanzienlijk harder concert. Is een Kings of Convenience concert compleet zonder Misread, I’d Rather Dance With You, Mrs Cold, Toxic Girl, Failure, I Don’t Know What I Can Save You From en Boat Behind? Misschien anno 2012 niet meer, maar dit was een welkom college in de rustige nummers van de heren, die toch verrassend dynamisch zijn.
De Kings komen altijd op de momenten dat ik ze nodig heb. De vorige keer was ik net op zoek naar mijn eerste baan, nu was ik op zoek naar muziek die me af toe laat stoppen met rennen en me laat luisteren. De Kings of Convenience hielpen me eraan herinneren dat ik dat soort muziek al tien jaar luister. Maar dat je dat soms even vergeet. En dan is het goed dat de twee Noorse koningen er zijn om je met beide benen op de grond te zetten. Ik kreeg gisteravond niet de indruk dat er voor 2031 een nieuw album is, maar hopelijk maken de heren voor die tijd wel nog eens een tour langs enkele Nederlandse podia. En dan mag dat best weer in huiskamersfeer, met een lach op het gezicht en two voices blended in perfection.
Afgelopen weken heb ik eindelijk (zo voelt het althans) weer eens wat concerten bezocht. Vier acts gezien, waarvan drie de moeite waard om in de titel van dit bericht te vermelden.
St Vincent + Bird on the Wire (Melkweg, 29 februari 2012)
Best lang geleden dat ik in de grote zaal van de Melkweg een concert bezocht. Wel ben ik nog met enige regelmaat in Paradiso geweest, maar Melkweg voelt als een eeuwigheid geleden. Ik sluit niet uit dat het Tallest Man On Earth in 2010 moet zijn geweest. Het recept van vanavond is wellicht het tegenovergestelde van een Noorse bebaarde man met slechts een akoestische gitaar; namelijk een bij vlagen grillige vrouw die soms explodeert tot grote hoogten en dan weer ingetogen is.
Voordat het zover is, eerst Bird On The Wire. Drie Nederlandse meiden die met Roosbeef-achtige (maar Engelse) vocalen sfeerbeelden schetsen. Dat is best leuk, ware het niet dat frontzangeres door lijkt te hebben dat het grootste deel van het publiek niet voor dit trio is gekomen en bij vlagen cynisch over komt. En dat terwijl je me hier toch in de Melkweg staat te spelen! Natuurlijk is het niet leuk dat mensen door je muziek heen lullen – maar dat gebeurt menig main act ook nog steeds. Cynisch kijken verandert al gauw in arrogantie en arrogantie bij een support act waar je nog nooit van hebt gehoord… Tsja, die voelt al gauw misplaatst. Complimenten voor de drummer overigens.
Het is ook niet eerlijk vergelijken natuurlijk, als St Vincent dan het podium op komt met haar band. Begint gewoon even een nummer en speelt dan gitaar alsof het haar nieuwe natuur is. En dan heb ik het niet over een soort van Feist-achtige lieflijke riffjes, maar wel over riffs met ballen die ik na een jaar oefenen nog niet zou kunnen. Mijn mond valt open tijdens opener Surgeon. Het betreft hier geen recht-voor-de-raap pop van drie minuten, maar wel indrukwekkende, intelligente rock met popvleugjes die constante aandacht vereist. In die zin is het optreden vermoeiender, grilliger en harder dan menig singer/songwriter neer zet, maar dat is voor de verandering erg lekker. De stroboscoop wordt niet geschuwd, maar uiteindelijk is Annie Clark vanavond gewoon het middelpunt. De rest van de band speelt mee, maar Clark gunt ze nauwelijks een blik – interactie is ver te zoeken: het betreft hier een spel tussen Annie en het publiek. Aan het einde van het optreden duikt ze zelfs het publiek in, drukt ze de gitaar in de handen van wat jongens en laat ze hen mee lawaai maken.
Ruimte voor rust is er nauwelijks – Year of the Tiger en Champagne Year zijn de enige rustpunten in een verder opzwepende set. Continu weet St Vincent echter te boeien, al hoop je toch stiekem dat ze op een gegeven moment de rest van de band in het spelletje betrekt. Zover komt het niet. Maar een mooie avond is het zeker.
Smoke Feathers + Thomas Dybdahl (Roepaen, 10 maart 2012)
Om onbegrijpelijke redenen (of eigenlijk: er was nog een ander concert) begint het concert van Dybdahl en voorprogramma Smoke Feathers pas om 10 uur ‘s avonds. Dat is balen voor mensen die voor middernacht nog de laatste bus naar de nabijgelegen grote stad (Nijmegen) dienen te halen. De bezoekersbezetting wisselt dan ook nog wat op de dag zelf, maar uiteindelijk ben ik samen met Mischa en een klasgenootje van de basisschool (jaja!) in Roepaen. Mensen met ouders in Ottersum kunnen namelijk gewoon in Ottersum blijven. Wel zo handig. Eindelijk zij we ook weer eens in de kapel. De meeste concerten die ik de laatste tijd bijwoonde, waren in de kapel. Nu dus niet.
Voorprogramma Smoke Feathers – vanavond als duo – werkt hard om serieus te worden genomen als nieuwe folkband en dat gaat niet onverdienstelijk. De teksten worden door de frontman – onder andere twee jaar in Guyana gewerkt als journalist in opleiding – uitgespuugd – bij tijd en wijle. Hier geen “I would like you if you’d like me too!” maar nummers met titels als Liberation Theology, maar teksten die variëren van “welbespraakt” tot “cynisch” (DJ on the Weekend). Op de cd die na afloop wordt verkocht, resulteert dat eerlijk gezegd in een wat middle-of-the-road-product: prima te luisteren met veilige instrumentatie. Live is het in de kleinschalige bezetting erg mooi om naar te luisteren – juist omdat er niet kan worden vertrouwd op piano maar slechts op gitaar, drum en zang. Daarbij wordt er genoeg gevarieerd qua ritme dat het de hele set leuk blijft. Even zijn we bang dat er alleen maar getokkeld gaat worden vanavond, maar juist op dat moment wordt er een lekker gitaar-strum-liedje gespeeld. Gelukkig. Aanrader dus. CD verschijnt officieel in april.
Main act vanavond is Thomas Dybdahl. Het concert wordt gegeven ter ere van het tienjarig bestaan van debuutplaat That Great October Sound, maar na het openingsnummer geeft Dybdahl al aan dat hij daar niet zo zin in heeft. Hij speelt gewoon om beurten een liedje van de plaat en moderner werk. Daardoor lijkt de setlist – eerlijk is eerlijk – vrij veel op die van alle andere concerten die ik van Dybdahl heb gezien en kent die verder geen verrassingen.
De bezetting is dat wel – enigszins – in plaats van de volledige band met door de wol geverfde muzikanten – is Dybdahl vanavond met slechts twee collega’s afgereisd. Dat maakt het voor de beginnende Dybdahl-adept misschien een lange zit, met intieme arrangementen. Waar normale Dybdahl live-concerten namelijk al gauw ontaarden in een funky feestje, wordt hier vertrouwd op bas, steel pedal en Dybdahls gitaar (en piano). Geen drum dus, en aangezien Dybdahl sowieso al veel verstilde momenten in zijn muziek stopt, wordt het een bijzonder zachte avond. Akoestisch, zo u wilt.
Natuurlijk mogen we gewoon meezingen bij Cecilia en Dreamweaver, maar Party like it’s 1929 komt toch net wat feestelijker over met volledige bezitting. Uiteindelijk speelt Dybdahl dan toch nog een geheel nieuw, onuitgebracht nummer. Dat werd tijd, aangezien Waiting for that one clear moment al ruim twee jaar oud is, en er daarvoor en daarna alleen maar (internationale) compilaties werden uitgebracht. Dybdahl lijkt dan ook al enige tijd bezig met greatest hits tours. Gelukkig duikt Dybdahl op korte termijn de studio in om een nieuwe cd op te nemen. Dat belooft nog wat te worden.
Vanavond valt Dybdahl in ieder geval weinig te verwijten. Dybdahl speelt weer mooi en lijkt het prima naar zijn zin te hebben en de arrangementen passen goed bij de nummers. De bas staat misschien wat zacht – waardoor die moeilijk te horen is, maar dat is dan ook echt de enige smet op de avond. Daar laten wij deze mooie avond niet door verpesten. En als de avond al niets anders met me doet, dan is het wel me laten hopen dat er nog talloze fantastische artiesten Roepaen mogen aandoen voor zo’n intiem concert. Altijd meer.
2011 was weer een jaar van mooie concerten, maar – en dat is toch wel voor het eerst – ook een jaar met wat teleurstellingen. Zo maakte Jens Lekman zich er erg makkelijk van af en duurde het tot het einde van Ray LaMontagne’s concert in Utrecht voordat ik eraan werd herinnerd waarom ik ook alweer naar het concert was gekomen – bij de uitvoering van Trouble in de encore. Twee artiesten waarvan ik niet had verwacht dat ze me ooit teleur zouden stellen.
Gelukkig waren er ook heel erg toffe concerten dit jaar. Hoogtepunt volgens diegenen die erbij waren zal Sufjan Stevens zijn geweest, maar daar was ik niet.
Door Loet werd ik uit mijn comfort zone gedwongen en kwam ik bij niemand minder dan The Twilight Singers terecht. Mooi, maar niet zo mooi als Susanne Sundfør, die respect afdwingt door een spookachtig mooi voorprogramma van Thomas Dybdahl. Zo mooi zelfs, dat een optreden in Ottersum door mij niet kan worden overgeslagen. Twee keer in een jaar dus. Dat mag volgend jaar ook. Overigens ook twee keer gezien: Thomas Dybdahl (al moeten we in Eindhoven op het Naked Song Festival wel na drie liedjes al de laatste trein halen – gelukkig had ik in Doornroosje eerder in het jaar al een mooie avond gehad, en volgend jaar komt hij naar Ottersum), Teitur (Naked Song & Ottersum – waar ik helemaal niet over heb geschreven terwijl het ontzettend indrukwekkend was!) én Iron & Wine (in Amsterdam met goede grap van ondergetekende en daarna nogmaals in Utrecht). Overigens blijft Carice van Houten een terugkerend fenomeen. Niet alleen bij het door haar georganiseerde concert van Tom McRae in januari, maar ook bij het Naked Song Festival in 2011. Nu begint het echt op te vallen.
Turin Brakes zag ik dit jaar vier keer, wat minder vaak is dan in 2010 (want: toen vijf keer) en in die zin meer ruimte liet voor andere concerten. Met name de trip in november naar Schotland, voor uitvoeringen van het eerste album, is erg goed bevallen. Al voelde ik me niet 100%, het waren mooie dagen met leuke mensen.
Volgend jaar hopelijk weer een toffe reeks concerten. Er staan er al twee gepland (Dybdahl in maart, en Sufjan Stevens symphonie in Eindhoven in april, als ik mij niet vergis). Hopelijk komen er veel nieuwe bij… Roepaen zorgt voor de nodige intieme middagen en avonden en dankzij de goede mensen om mee naar concerten te gaan, word ik af en toe ook nog eens verrast door muziek die ik nog niet (goed) ken, maar wel mooi blijk te vinden. En je maakt nog eens wat mee… Genoeg verhalen op te halen in de toekomst (hoe Carice van Houten wellicht een boek jatte, hoe heel Paradiso moest lachen om een duffe grap). Dus hopelijk kan ik volgend jaar weer vaak om een encore schreeuwen.
LIVE Ontdekking v/h jaar: Susanne Sundfør (Nijmegen + Ottersum)
LIVE Concert v/h jaar: Thomas Dybdahl (Nijmegen)
LIVE Eervolle vermelding: Turin Brakes (Glasgow + Edinburgh)
LIVE Beste supportact (die ik daarna niet nog een keer live in een eigen concert heb gezien – dus op Susanne Sundfør na): The Pins
De afgelopen paar dagen (donderdag, vrijdag) woon ik weer even bij mijn ouders. Niet dat ik helemaal niet in Nijmegen kom, maar alleen voor de leuke dingen des levens. Toen ik donderdagmiddag door het dorp fietste waar ik toch zo’n veertien jaar fulltime heb gewoond, realiseerde ik me dat het leven hier zo slecht niet nog is. En dat ik zo, tussen twee banen in, bijna niks hoef. En dat dat eigenlijk voor het eerst in twee jaar zo is.
Ik kan niet wachten tot ik kan beginnen bij mijn nieuwe baan, maar bijna twee weken even niks, dat is ook wel eens fijn. Dat geeft me een beetje de tijd om te reflecteren op wat ik tot nu toe heb gedaan en wat ik wil doen. Ik ben nu 25, immers, eerste baan achter de rug en op het punt om met de tweede te beginnen. Toegegeven, ik ben geen wereldburger die in London rustig aan zijn vijfde roman pent, maar ik zit wel op een carrièrepad wat me wel bevalt. Ik heb leuke vrienden en een leuk leven, al vergeet ik dat af en toe. Kortom, ik zal niet worden opgenomen in een boek met bijzondere levens, maar klagen mag ik zeker niet.
Blijkt dat Susanne Sundfør gewoon ook 25 is. Op het podium van Roepaen stond ze vrijdagavond in haar eentje sterk te zijn. Tussen de nummers door praat ze zacht, enigszins verlegen zelfs. Af en toe raakt ze op dreef en maakt ze een grapje. Over een nieuw nummer dat nog geen titel heeft (eerst bijna ironisch “yea, so that’s exciting!” om er schalks aan toe te voegen: “maybe I won’t even give it a title”).
Zodra ze echter begint te zingen is ironie ver te zoeken en is er alleen maar schoonheid: ze betovert. Dat is het enige woord dat ik er voor heb. Ze is vijfentwintig, maar ze is van alle tijden en ongelooflijk indrukwekkend. Die stem. Live nog veel mooier dan op plaat. Als ze staat te spelen straalt ze kracht uit, om die daarna weer even te laten gaan tot het volgende nummer begint.
Uiteindelijk gaat het natuurlijk om de muziek. Susanne speelt vooral werk van haar album The Brothel, waarin naast met prachtige melodie ook met duistere effecten wordt gespeeld. In het voorprogramma van Thomas Dybdahl in april had ze een complete band bij zich, nu vertrouwt ze op haar eigen vakkundigheid en mooie lichteffecten. Dat blijkt bijna net zo goed te werken – misschien is het zelfs beter voor de kleine nightclub in Roepaen. Sundfør zet een mysterieuze sfeer neer, al zijn er ook lichtere momenten gedurende de set. Dat is dan met name wanneer Sundfør ouder werk speelt. Die nummers klinken jonger, aardser zelfs. Susanne worstelt af en toe met de piano van Roepaen (“it has got a will of its own”), maar dat voegt alleen maar extra spanning toe aan het optreden.
De nummers van haar volgende plaat (getiteld The Silicon Veil) klinken – in de uitgeklede setting althans – als een logisch gevolg op The Brothel. Ook speelt Susanne een cover van Radioheads laatste album. Susanne scheurt net zo heerlijk tegen het valse aan als Yorke dat in het origineel van Codex doet. Ik vind persoonlijk dat Susannes stem veel mooier is dan Thom Yorkes vocaal, maar daarmee stoot ik vast wat mensen tegen het hoofd. De avond wordt afgesloten – terecht – met de wonderschone titelsong van haar actuele album. Met dit nummer wordt wat mij betreft aan alle verwachtingen voldaan.
Na een korte pauze keert Susanne nog een keer terug voor een plichtmatige encore. Er zijn maar veertig, vijftig mensen maximaal vanavond, maar een nummer wil ze nog graag spelen. Daarna verkoopt ze haar cd / lp bij de uitgang van de nightclub. Als ik mijn lp afreken en vertel dat we haar in april hebben gezien ben ik een beetje starstruck. 25 is ze, net als ik, maar zoveel meer getalenteerd. En ondergewaardeerd buiten de eigen landsgrenzen (net als… laat maar). Maar daar komt hopelijk gauw verandering in. Het is niet de makkelijkste muziek, maar wel oh zo mooi. Ik ben fan.
Het kan snel gaan. Het ene moment zit je gewoon te werken op je oude werkplek, het andere moment heb je je ontslagbrief overhandigd en kun je feitelijk gaan aftellen naar de dag dat je bij je nieuwe werk begint. Twee weken vakantie (bijna dan) om af te kicken, op te laden en wat lopende zaken af te ronden. Maar eerst ging ik naar Schotland.
Toen mijn favoriete band, Turin Brakes, aankondigde het eerste album integraal live te gaan spelen, was mijn eerste gedachte: daar moet ik bij zijn. Toen bovendien bleek dat ze Schotland aandeden dacht ik: tijd om Pim te bezoeken. Pim promoveert daar op scheikundige zaken en sinds onze roadtrip vorig jaar was ik er niet meer geweest. Tijd om langs te gaan dus. Zo combineerde ik het aangename met het nog aangenamere. En als een vrij man (de dag ervoor had ik mijn laatste werkdag) kon ik er ten volle van genieten – waarbij ik de verkoudheid en vermoeidheid even vergeet.
Dat betekende wel dat de wekker op zaterdagmorgen belachelijk vroeg ging. De vluchten vanaf Weeze gingen overigens nog veel vroeger, dus vond ik 10 uur vanaf Schiphol een schappelijke tijd. Maar dan moet je wel om kwart voor 7 in de trein zitten om niet totaal overgeleverd aan de NS je vliegtuig te missen. Dan is zo’n kop koffie op het vliegveld toch meer dan welkom.
In het vliegtuig zat ik naast een andere Turin Brakes-fan. Dat was geen toeval, maar afgesproken werk. Wat wél toeval was, was dat we in Edinburgh dezelfde Bed & Breakfast hadden geboekt. Na anderhalf uur bijkletsen over de dingens des levens – het was toch alweer ruim een jaar geleden sinds twee heuglijke, gezellige avonden in Canterbury én Eindhoven. Je houdt elkaar wel op Facebook in de gaten, maar dat is toch anders.
Maar goed, daarna was het heuglijk weerzien met Pim. Met snor. Want hij doet mee aan Movember.
De rest van de dag wandelen we door Glasgow, bezoeken we The People’s Palace en Glasgow Green, drinken we koffie bij de Costa (want die hebben een coffee club), kijken we een complete rugbywedstrijd (jawel, dat was nieuw voor mij), eten we Russisch bij Pims huisgenootje en val ik bijna om omdat ik al veel te lang wakker ben.
De volgende dag gaan we met Mounira, die andere Nederlandse fan, de andere kant van Glasgow verkennen (West End) als ik een sms’je krijg dat mijn interview met de band het beste die middag om half 4 kan plaats vinden. Zo staan we om half 4 voor de ABC in Glasgow, alwaar we na even wachten worden begroet door drummer Rob. Hij heeft echter slecht nieuws: de band ligt dik achter op schema en de soundcheck moet nog beginnen. Zo begint er een wachtperiode waarin we af en toe praten met een bandlid dat naar ons toekomt, af en toe meehelpen bij de merchandise (wel tellen, niet vouwen want vouwen kan ik niet goed). Uiteraard net op het moment dat we via Twitter hebben afgesproken met andere fans om te gaan eten (social media forever!) is het tijd voor een interview. Zo mis ik het ongetwijfeld gezellige (maar niet bijster smaakvolle – zo hoor ik later) avondeten, maar voer ik wel een goed gesprek met de band over de beginjaren en de tour. Binnenkort te lezen op Ether Site dus.
Daarna ontmoet ook ik de andere fans en zo staat er ineens een groep van acht, negen fans en gezellige mensen. Misschien zijn we groupies, misschien zijn we gewoon enthousiast maar we hebben het in ieder geval leuk. Uiteindelijk wordt onze groep nog uitgebreid met een Nederlands meisje die toevallig een weekend in Glasgow is en de band ook leuk vindt. Het is spontaan en gezellig en ik ontdek in Schot Steven eindelijk een andere man die ook goed de tweede stem kan zingen.
Het concert is prachtig. De Glaswegian crowd heeft er zin in, is luidruchtig maar zingt ook vol overtuiging de nummers van het eerste album mee. Ik heb al snel een grijns op mijn gezicht. De heren zijn weer in topvorm en nadat het eerste album mooi gevoelig is afgesloten met The Optimist komen de heren al gauw terug voor een extra set van drie kwartier met zowel een nieuw nummer als andere hoogtepunten uit het oeuvre.
In totaal spelen de heren één uur en drie kwartier, waaronder een mooie cover van Chim Chim Cher-ee (nu te koop op iTunes – opbrengst gaat naar daklozen) en het epische Ether Song waarmee wordt afgesloten. We hebben weinig reden tot klagen, zullen we maar zeggen.
Backstage heb ik nog wel snel een flink stuk stokbrood met organic pindakaas gegeten, maar mijn maag begint te knorren. Gelukkig is daar A.C. Hij is met Natalie uit Edinburgh meegekomen en heeft ‘voor het geval dat’ een burrito meegenomen. Dat klinkt raarder dan het is, A.C. is namelijk de uitbater van het Mexicaanse Illegal Jacks-restaurant in de Schotse hoofdstad. Met échte groente en voedzame burrito’s. Niks geen grote keten, gewoon een gezellig, hip en modern restaurant. We sluiten de deal dat als ik de burrito lekker vind, dat we daar de volgende dag komen lunchen. En hij is lekker mensen.
De afterparty vindt in eerste instantie plaats in een toko die al tegen middernacht de deuren sluit, maar al gauw komen we terecht in een pub met een late license. De band is er ook en dat maakt het nog gezelliger. De groep mensen (met vrienden van vrienden van vrienden) bestaat inmiddels uit een man of 15-16 (al doe ik geen moeite meer om iedereen bij naam te leren kennen). Het is in ieder geval gezellig en met de mensen van wie ik de naam wel weet heb ik in ieder geval een topavond. En de volgende avond hebben we als het goed is nog zo’n topavond!
De ochtend verloopt in mijn geval redelijk soepel. Na het ontbijt (met hagelslag, Pim blijft toch Nederlander) vertrekt mijn gastheer naar zijn werk en nemen we afscheid. Mounira en ik ontmoeten Natalie en A.C. in het centrum (en komen zelfs nog even die andere Nederlandse fan tegen!). Vervolgens pakken we trein naar Edinburgh. Edinburgh is een stad met een stuk meer (zichtbare) historie. En als je dan het geluk hebt dat de lucht er blauw is en de temperatuur niet te laag, dan kun je daar dus een mooie tijd hebben.
De middag werd echter niet bepaald episch. Verschillende onderdelen van ons nu even viertallige team hadden een inkakmomentje en ik chill dus in mijn extra grote kamer (ik ben “geüpgrade” vanwege verbouwing) de middag weg en luister naar de live cd die ik bij het optreden gisteravond heb gekocht. Ik doe boodschappen, maak wat foto’s en de lunch verandert in diner. Om zes uur zitten we bij Illegal Jacks. Totaal uit de richting van Queen’s Hall, Edinburgh, maar voor goed eten moet je af en toe omlopen.
Redelijk uitgerust schuiven we aan bij Illegal Jacks. Het interieur is strak en modern, wellicht het tegenovergestelde van wat je bij een Mexicaans restaurant zou verwachten:
Er liggen briefjes op tafel met onze namen, je kunt hier ook via social media reserveren maar wij hebben connecties dus hoefden dat zelfs niet te doen en als wij al uitgebreid aan het schranzen zijn, verschijnt ook de band zelf voor een burrito on the house. Genieten dus, al laat ik de margherita maar even aan me voorbij gaan.
Na anderhalf uur nemen we een taxi naar Queen’s Hall, waar we merchandise-dame en mede-fan Claire weer tegengekomen. Ik probeer zelf ook even merchandise te slijten maar moet mijn meerdere erkennen in Steven – die na het optreden een poging waagt. Twee EPs à 5 pond per stuk weet ik te verkopen, terwijl Steven t-shirt na t-shirt verkoopt.
Queen’s Hall is een raar venue, met zowel een uitgebreid zitgedeelte als een centrale lege vloer om te staan. Ik voel me enigszins beroerd (de vermoeidheid slaat weer toe), maar zodra het optreden is begonnen gaat het langzaam beter en na Underdog (Save Me) ben ik weer redelijk boven Jan. Bij Future Boy en The Road kan ik weer koortje spelen met Steven. Opvallend is dat waar in Glasgow het hele publiek na verloop van tijd Turin Turin Turin Fuckin’ Brakes zong, we hier geen navolging krijgen. Het publiek is meer ingetogen en komt eigenlijk pas los op het moment dat de heren weggaan en weer terugkomen voor de encore. Net als de band trouwens, die de nummers van het debuut ingetogen speelt en daarna pas echt los gaan. Afgesloten wordt met Chim Chim Cher-ee:
Daarna drinken we er nog eentje bij de venue. De rest van ons gezelschap gaat nog een kroeg in op 20 minuten lopen, maar ik besluit er een punt achter te zetten en eens wat slaap in te halen (zo voelt het in ieder geval). Ik neem (enigszins gehaast, want er staat een taxi) afscheid van mijn gezelschap en ga heerlijk slapen. In Glasgow liepen we al grappen te maken over het feit dat Lady Blossom een bordeel zou zijn waar Lady Blossom de madam van dienst is en ik…. tsja…. Maar nu blijkt dat Lady Blossom’s Guesthouse ook daadwerkelijk red light district is:
De volgende dag ontmoet ik Mounira om 10 uur voor de B&B. We moeten allebei voor 10:00 uur uitchecken dus staan we hier met bagage, bepakt en bezakt, klaar om te gaan. Eerlijk gezegd ben ik er ook wel aan toe om naar huis te gaan. Alleen gaat onze vlucht pas om half 7. We doen daarom eerst wat boodschappen, drinken koffie en bezoeken Edinburgh Castle. Het is een prachtige dag in Edinburgh. De zon schijnt volop en het is weliswaar iets kouder dan eerdere dagen, het is genieten. Alleen jammer dat we vandaag de hele dag met die bagage moeten sjouwen. Wel ontmoeten we Emma en Steven voor een gezellige lunch in het centrum van Edinburgh. Zij hebben ook de laatste dag van hun korte vakantie (het voelt niet als een weekend maar als een echte vakantie).
Als we betalen en willen vertrekken kijken Steven en Emma elkaar aan: we kunnen nu terugrijden naar Glasgow en daar treuren dat de dag voorbij is… Maar we kunnen er ook nog iets moois van maken. Dus wordt onze bagage achterin de Honda gegooid en rijden we naar de kust. Burntisland is de bestemming, alwaar we een ontspannen, leuke dag beleven met zijn vieren. We hoeven niks (ja, vanavond een keer vliegen) en kunnen genieten van het mooie weer en de prachtige omgeving. Het is een wonderschoon einde en een veel mooiere dag dan waar ik op had gerekend. Dat zijn misschien nog wel de mooiste momenten van zulke reisjes… Dat je met mensen die je net hebt leren kennen een ontspannen, gezellige, leuke dag beleefd waaraan alles klopt. Vandaag is dus mooi.
De reis naar huis verloopt voorspoedig, al zit het vliegtuig wel bommetje vol. Rond half twaalf ben ik thuis en kijk ik met een voldaan gevoel terug op een leuke reis.
Kijk, mensen leuteren wel vaker dat internet en social media niet noodzakelijk een positieve invloed hebben om iemands sociaal leven. En dat snap ik best. Je bent helemaal niet zo betrokken bij een Facebook-statusupdate of tweet als bij een gebeurtenis in het echte leven. Maar zonder social media had ik de mensen die ik deze dagen heb ontmoet helemaal niet gekend en was ik er misschien straal langs gelopen. Terwijl nu de basis voor een nieuwe vriendschap is gelegd. Kortom: ik had een erg, erg leuke vakantie in Schotland. Mocht dat nog niet duidelijk zijn.
In het verleden ben ik vaak lovend geweest over Jens Lekman, zowel over zijn muziek op plaat als zijn concerten. Vorig jaar schreef ik: “Jens Lekman is live, net als de vorige twee keer dat ik hem zag, erg goed.” En dat was dan ook zo. Met een nieuwe EP op zak, tourt Jens door Amerika en Europa. Het Europese deel van die tour begint in de kleine zaal van de Vereeniging te Nijmegen en dat is – wellicht – een wat ongelukkige keuze, blijkt achteraf.
De Vereeniging heeft namelijk een best mooie zaal, maar de kleine zaal is… tsja… De keren dat ik er met het Nijmeegs Boekenfeest ben geweest heb ik me al over de aankleding van de zaal verbaasd. Het ziet er allemaal wat kitscherig uit. En als die zaal dan niet helemaal is uitverkocht, tsja, dan hangt er ook geen bijzonder fijne sfeer.
Ook jammer van de Nijmeegse start is dat Jens Lekman last heeft van jet lag. Hij oogt vermoeid en geeft later ook zelf toe dat de Atlantische oversteek hem parten speelt. Dat is allemaal leuk en aardig Jens, maar vier jaar geleden heb je een ongelooflijk mooi concert gespeeld in Doornroosje en de mensen die er toen waren, hebben nu weer hoge verwachtingen. De show must go on, wellicht?
Voordat Jens echter zelf aan de slag gaat, krijgen we een voorprogramma verzorgd door Lia Ices en een gitarist. Het is ongetwijfeld mooie, melancholische, repetitieve muziek, maar de zaal bereikt het niet. Het geluid is rommelig en het publiek is nog aan het binnendruppelen – zin in een feestje op vrijdagavond. Hoe mooi Lica Ices dan ook mag spelen, mij doet het vrij weinig. Jammer.
Daarna is het nog bijna drie kwartier wachten op het hoofdprogramma – de verwachtingen zijn nog hoger nu… Dan beginnen we eindelijk! Na Nederland te hebben aangedaan met een all-female-band, band met dj en band met sampler, is Jens vanavond in karige bezetting naar Nederland gekomen. Alleen een drummer met overgewicht in een hoekje van het podium en Jens zelf. De drummer kan gelukkig ook zingen en tijdens het eerste, rustige nummer van de set doet hij dat niet onverdienstelijk.
Daarnaast volgt een mix van oud en nieuw werk (I Saw Her In The Anti-War Demonstration, A Sweet Summer’s night on Hammer Hill worden afgewisseld met werk van de EP). De drummer in kwestie geeft het optreden de nodige punch, maar gaat wat mij betreft de mist in bij The End Of The World is Bigger Than Love - waarbij zijn backing vocals in het refrein enige impact missen en in het couplet ook nog eens bijna vals zijn.
Toch mogen we niet klagen: Jens is zelf in topvorm en zingt – ondanks zijn jetlag – de sterren van de hemel. Hij blijkt zelfs goed te hebben nagedacht over de opbouw van de set. Hij vertrouwt steeds meer op zijn sample-machine die strijkers, blazers en zelfs compleet andere nummers door de speakers blaast. Jammer betekent dit dat het optreden steeds meer verdrinkt in diezelfde samples. Het punt waarbij live en samples in evenwicht zijn? De combinatie Golden Key / The Opposite of Hallelujah, waarbij voor mij de status van Jens als zijnde briljant weer wordt bevestigd. Daarna is meteen het matigste moment van het optreden, want Jens geeft er na een dik half uur de brui aan.
In de eerste encore worden we onder andere getrakteerd op een totaal overbodige cover van 10CC. Daarbij wordt nog meer duidelijk dat Jens zijn samples enorm waardeert en er enorme lol bij heeft om te dansen op het podium. Maar in zijn eentje komt het zo zielig over – de drummer met overgewicht zit immers achter zijn drumstel mee te tikken. Het werkt gewoon niet.
Gelukkig komt Jens terug voor een tweede keer – het concert is dan net 50 minuten bezig. Hij sluit af met het wonderschone And I Remember Every Kiss, dat solo veel EN veel mooier is dan op de cd met orkestrale begeleiding. Daarbij wordt duidelijk dat Jens’ muziek eigenlijk maar op twee manieren echt werkt: compleet over de top met 10-koppige band en gekkigheid, of intiem in zijn eentje.
Na afloop komt Jens naar de merchandise voor handtekeningen en een praatje met fans. Een paar Vlaamse fans, waarschijnlijk speciaal overgekomen voor het optreden, wijst hem erop dat hij geen Black Cab heeft gespeeld en dat ze dat heel jammer vinden. Jens biedt meteen zijn excuses aan en zegt dat hij het wel had willen spelen, maar de setlist verkeerd had gelezen. Hij haalt meteen zijn gitaar en speelt Black Cab voor het publiek dat er nog is en trakteert ook nog op het mooie Shirin. Daarmee herstelt Jens iets van de schade.
Misschien dacht Jens Lekman voorafgaand aan de tour: ik heb nog geen nieuw album, maar wel een EP en die wil ik ook promoten. Als ik nu eens een korte tour doe, met één of twee shows in ieder land… Gewoon niet te lange shows, maar wel met de essentie van Lekman.
Nou… Dat werkt dus niet. Ik vrees dat veel mensen naar huis zijn gegaan met het gevoel dat Lekman zich er wat makkelijk vanaf heeft gemaakt. Voor fans, zeker de casual luisteraar, bestaat het concept “tussendoor-show” niet. Jens heeft zich er dan ook wat makkelijk vanaf gemaakt. Het was mooi, maar veel te kort. Het was leuk, maar niet leuk genoeg om de lengte van de show te rechtvaardigen. Nijmegen had meer verwacht en hopelijk komt Lekman volgend jaar – met een nieuw album en volledige band – terug om de schade te beperken. Want dan gaan we uiteraard gewoon weer.