Een weekendje Groningen

Door internetproblemen en drukte verschijnt dit verslag iets later dan verwacht online…

Groningen is een rare stad. Hoewel het geen lelijke stad is, staat het niet in mijn boekje als ‘stad vol schoonheid’. Qua sfeer worden duistere stukken afgewisseld voor mooi verlichte pleinen en monumenten. De sfeer is niet noodzakelijk optimaal – zeker niet als het regent en koud is – maar toch, als je je met de juiste mensen omringt is het altijd gezellig. Misschien wel omdat mensen zo naar elkaar toetrekken omdat er verder niet veel in de buurt van Groningen is, behalve kleinere stadjes en dorpen.

De reden waarom ik dit weekend in Groningen was omdat ik eindelijk weer eens tijd had om Mischa daar te bezoeken. De aanleiding voor juist dit weekend was 1) omdat ik dit weekend kon en 2) omdat Mischa op de zaterdagavond een set zou spelen als voorprogramma van Harry Bird & The Rubber Wellies. Kortom, naar mijn verwachting zou het een weekend vol muziek en gezelligheid zijn. En dat werd het.

Het weekend begon voor mij wat halfjes, door een enorm drukke week op het werk zat ik met een zweem van hoofdpijn en maagkramp op vrijdagavond in de trein. De hoofdpijn zou al gauw weer verdwijnen, de kramp in de maag zou tegen het einde van de vrijdagavond een hoogtepunt bereiken en nooit helemaal verdwijnen, maar daar liet ik me niet door tegenhouden om toch een leuk weekend te hebben.

Het weerzien met Mischa was uiteraard heuglijk. Na even bijkletsen beginnen aan we punt één van de agenda: het kijken van de Sloveense topper Gremo mi po svoje. Sinds de vakantie in Slovenië hebben we naar dit moment uitgekeken en als we eerlijk zijn valt de film een beetje tegen. Vooral op het gebied van het plot valt er het een en ander te verbeteren aan de niet onaardige film. Het voornaamste probleem is dat het niet helemaal duidelijk is wat nu de hoofdlijn van het verhaal moet voorstellen. De scouting is op kamp en sommige kinderen hebben problemen, andere niet, de leider vindt dat hij streng moet zijn, maar flirt wel wat af met de kokkin / hulp. Vervolgens komt er een meisjeskamp bij het scoutingkamp, wat uiteraard de pubers wakker schudt, maar in plaats van dat ze echt actie ondernemen, trekken ze de bergen in. Als ze uiteindelijk terugkomen is er een kampvuur en bloeit er liefde en vergeving, maar dat is pas nadat karakters die in eerste instantie belangrijk lijken naar de achtergrond zijn verdwenen en dan weer ineens toch centraal staan.

Tel daarbij op dat de vaart nogal uit het verhaal wordt gehaald door scènes waarvan de relevantie ter discussie kan worden gesteld (en diverse droompassages) en Gremo Mi Po Voje is een lichte teleurstelling, waarvan alle leuke momenten in de clip te zien zijn. Aardig, maar niet meer dan dat.

De volgende dag bood meer vertier. In eerste instantie zijn we erg lui, luisteren we muziek en kijken we een stuk van Leningrad Cowboys Go America en Russische politieachtervolgingen op YouTube. ‘s Middags besluiten we boodschappen te doen voor de lunch en het avondeten en een rondje door de stad te lopen. Ik heb nog nooit de toeristische route gelopen in Groningen en vandaag heb ik gelukkig een geïnspireerde gids die er het fijne van weet: “Dit is ook een oud gebouw.”

Na een bezoek aan een leuke platenzaak keren we huiswaarts, aangezien Patrick en Harry langskomen. Patrick is de jongen met wie Mischa vanavond optreedt en die samen met Harry Bird ook het hoofdprogramma verzorgt als onderdeel van Harry Bird and the Rubber Wellies. Ze zijn echter aan de late kant – blijkt als we thuis zijn en dus hebben we tijd over om de protestantse Nieuwe Kerk van Groningen te bekijken. Daar staan twee gidsen die ons allebei zoveel mogelijk verschillende informatie (“Dat heb IK al gezegd!”) proberen mee te geven over het ontstaan van de kerk, de typische eigenschappen van de kerk en de restauraties door de eeuwen heen.

Tegen half zes, zes uur zijn de heren muzikanten er eindelijk om Mischa’s spullen op te halen. We bezoeken nog even de Harry Potter Party die elders in Mischa’s huis gaande is (Harry is erg onder de indruk als Harry Potter-fan en -naamgenoot en ook ik vind de gedetailleerdheid van het decor erg indrukwekkend).

Maar de tijd is inmiddels zo krap, dat we onze geplande pastakooksessie moeten laten schieten en meteen naar de kroeg gaan. Harry en Mischa (die de weg door de eenrichtingsstraatjes het beste kent) gaan met de auto, Patrick en ik gaan te voet (want de auto zit vol met gitaren en andersoortige instrumenten en apparaten).

In ‘The Corner Pub’ laden we alles uit – het regent inmiddels vrij hard – en begint Patrick met het opbouwen, terwijl ik met het barmeisje klets over de aankomende avond (ze verzekert me dat ze ook op “joehoe!” reageert). Mischa en Harry zijn ondertussen de auto (gratis) parkeren, wat ook weer lang op zich laat wachten. Inmiddels knort mijn maag (en die van de rest ook) dus als de heren terug zijn gaan Mischa, Patrick en ik eten halen, terwijl Harry verder gaat met de soundcheck en opbouw.

Bij terugkomst in het café gaat de combinatie van Nederlandse en Aziatische fastfood er bijzonder goed in. Iets met honger en rauwe bonen, al zijn de rauwe bonen in dit geval gewoon gaar en geen bonen.

Tegen half 10 begint het langzaam druk te worden. Het publiek bestaat vooral uit vrienden en kennissen van Mischa en Patrick, al komen er ook wat stamgasten langs en een paar toevallige voorbijgangers. Het is niet bijzonder druk, maar verder wel erg gezellig als Mischa en Patrick de instrumenten ter hand nemen en openen met een klassiekertje van Chet Baker. Daarna spelen Mischa en Patrick zowel eigen werk als werk van Rowwen Heze, Wilco, I Am Kloot en… Lady Gaga, maar het zijn Mischa’s eigen nummers die wat mij betreft het leukste zijn.

Na Mischa en Patrick is het de beurt aan Harry en Patrick. Zodra Harry Bird & The Rubber Wellies beginnen te spelen is het duidelijk: dit wordt vermakelijk. Zonder iets aan schoonheid te verliezen, spelen de heren vaak humoristische nummers over de kleine dingen des levens – vaak als metafoor voor diepere zaken, maar dat zullen ze vast nooit toegeven. Zo gaat Link for My Chain vast niet alleen over de missende schakel van zijn fietsketting, maar het mooie van de nummer is dat het ten dele wel over gaat, inclusief de plaatsnamen waar Harry uiteindelijk doorheen zal fietsen.

Ook de Pirate Song gaat niet alleen over piraten, maar ook over muziek downloaden – wat hij zelf ook veelvuldig zegt te doen. Tijdens Ban The Bomb wordt om publieksparticipatie gevraagd en hoewel die maar ten dele komt, lijkt toch het grootste deel van het publiek zich te vermaken. Ik heb wel het idee dat het grootste deel van het publiek voor het voorprogramma is gekomen, maar het grootste deel blijft netjes de hele avond.

Na afloop drinken we een pilsje op de geslaagde avond. Hoewel The Corner Pub geen slechte bierkaart heeft, blijkt de standaardpils uit Frankrijk te komen. Ik wist niet eens dat Kronenbourg 1664 nog in Nederland verkocht mocht worden. Daarna smaakt een Bittburger bijzonder lekker. Maar goed, voordat de avond om is zijn er slechte openingszinnen de revue gepasseerd, slechte grappen gemaakt én wordt er een brief geschreven aan de kroegbaas van het café waar Harry Bird de vorige keer in Groningen heeft opgetreden. Hem lijkt het bovendien een goed idee als wij – het overgebleven zestal – even allemaal een mop in het Nederlands opschrijven. Eén van ons probeert zich er vanaf te maken door in het Nederlands te schrijven dat ze geen zin heeft om een mop op te schrijven, maar uiteindelijk wekt haar relatief lange ‘mop’ toch wantrouwen bij Harry en Patrick (die zelf ook vrijwel geen Nederlands kan). Ik schrijf een klassieker op, hoe een koe een haas vangt).

Het is laat, maar droog als we huiswaarts keren. Het was in alle opzichten een uiterst geslaagde avond met zowel leuke muziek als gezellige mensen. Als we weer bij Mischa zijn val ik als een blok in slaap.

De volgende ochtend moet er opgeruimd worden, maar gelukkig niet door ons. Wij kunnen gewoon tot 11 uur in ons nest blijven liggen (Harry en Patrick zouden rond elf uur de spullen ophalen bij de kroeg en naar ons brengen met de auto). We staan voor de zekerheid toch maar wat eerder op, maar uiteindelijk is het ver na twaalven als de deurbel gaat en Harry en Patrick verrassend fris en monter (ondanks het gebrek aan warm water bij Patrick thuis) voor onze deur staan. Patrick probeert Mischa’s racefiets uit (only need one more link for my chain).

Dan heb ik mijn tas al ingepakt en ben ik bijna klaar om te gaan. Om kwart over één vertrekt mijn trein en ga ik huiswaarts – met als soundtrack het verslag van de wedstrijd PSV – Ajax. Het is een geluk bij een ongeluk dat de extra speeltijd minstens een kwartier is – mijn treinreis duurt vanwege alle omleidingen en werkzaamheden ruim een uur langer dan gepland. Een mooie gelegenheid om in mijn boek te lezen. Via Utrecht kom ik moe maar voldaan thuis. Zo mogen meer weekenden zijn.

Pete and the Pirates niet perfect (wel goed)

Ze waren niet perfect, maar zoals Pete van Pete and the Pirates na de eerste twee nummers op De Affaire roept: “Het is 5 over 11 en het is DROOG!” Gezien de voorspellingen was dat een klein wonder en het duurde dus niet lang voordat de harten van het Nijmeegse publiek waren gewonnen. Lang niet iedereen kende de piratenband. Ik wel. Ik had ze al een keer gezien in het voorprogramma van Maximo Park. Niet dat ik ze toen per se voor herhaling vatbaar vond: leuk, maar niet indrukwekkend.

Toch ben ik ze een beetje blijven volgen. Want ja, als singer/songwriter fan wil je af en toe iets meer uptempo, iets meer snelheid, iets meer schwung. En nu stonden ze dus op De Affaire. En ik was er min of meer toevallig ook.

Het leuke aan Pete en zijn Piraten is dat ze snelle liedjes die dan ineens intiem worden en intieme liedjes die ineens snel worden. Dat weet je nooit met die band (tenzij je de liedjes kent). De zanger gaf de volle 100%, maar sommige andere bandleden leken een beetje verveeld op dit voor hun vast ‘random’ festival te staan in een ‘random’ Nederlandse stad. En misschien was Pete and the Pirates misschien ook een beetje een random keuze. Maar daar gaf het publiek na tien minuten niet meer om. Die konden de gezellige no-nonsense muziek van de band wel waarderen. Echt Engels, maar vrolijk en dansbaar (gezien het niet al te warme weer was dat fijn).

Maar het geluid was dus een beetje jammer. De zang was soms moeilijk te horen en ook andere instrumenten kwamen niet altijd even goed naar voren. Ook kakte het optreden na 25 minuten even in, toen de band wat rustigere nummers speelde (die af en toe ineens toch uptempo bleken). Tegen het einde maakte de troep piraten het weer goed met onder andere het leuke Come To The Bar. Al met al een leuk optreden dus, van een leuk bandje.

Hier bekijkt u een akoestische sessie van de band. Ok Moj.

Vermoeid Iron & Wine speelt nog steeds heel goed

Op een zaterdag die toch al geslaagd was, ik heb het dan over zaterdag 9 juli, in Tivoli, Utrecht mogen kijken naar Iron & Wine is geen straf. Logistieke problemen waren er nauwelijks, al was de aansluiting vanuit Amsterdam Sloterdijk niet ideaal, maar uiteindelijk kwam ik rond tien voor half negen aan op de plek waar partners-in-crime Loet en zijn zusje op me stonden te wachten. Samen liepen we naar Tivoli, waar Sjoerd al een aardige plek had geclaimd. Okieson stond al te spelen – Nijmeegs trots – maar ik was meer bezig met acclimatiseren dan onder de indruk zijn. Ik weet wel dat het min of meer ouderwetse rock was, meer dan Iron & Wine later zou laten horen.

Wanneer Sam Beam en zijn muzikale Frodo’s het podium oplopen om hun muzikale ring naar Mordor te brengen en daar in de vulkaan die het publiek is te gooien, is mijn eerste gedachte: “die ziet er niet goed uit.” De baard is verzorgd, maar zijn ogen zien er vermoeid uit. Toch begint hij onverstoorbaar met een loepzuiver “Mary-Anne do you remember the tree by the river when we were 17?” Er wordt driftig meegezongen en de band barst los alsof het hun eerste concert dit jaar is. Het duurt even voordat Sam het publiek toespreekt. Mijn vermoeden wordt dan bevestigd: de mannen zijn moe, want vandaag in het vliegtuig gestapt om naar Nederland te vliegen. Boos kunnen we er niet om worden, want het grootste deel van de band lijkt er twee keer zo hard door te werken – om de vermoeidheid te onderdrukken.

Toch is het contrast groot: “Aan uw rechterzijde, al bijna knock-out geslagen, de futloze achtergrondzangeressen, aan uw linkerzijde de nog helemaal fitte bassist en saxofonist / blazer.” Sam bewaakt wat dat betreft het midden: hij is duidelijk minder fit dan de saxofonist, die soms tot drie instrumenten per nummer bespeelt, maar als Beam zingt en speelt gaat hij er volledig voor.

De set is afwisselend, bestaande uit zowel ouder als nieuwer werk. Het oudere werk heeft dankzij de instrumentatie wel enigszins een Kiss Each Other Clean-sausje gekregen. Dat betekent dat sommige nummers wat opgeblazen worden en dat er wat dynamiek verloren gaat. Hierdoor zakt de spanning halverwege een beetje weg, maar gelukkig wordt dat ruim voor het einde weer goed gemaakt. Wel moeten we opmerken dat de geluidsmix niet briljant is. We moeten moeite doen om soms de banjo, achtergrondzangeressen of simpelweg de gitaar te horen.

Het enige instrument dat niet lijdt onder de matige mix is de stem van Sam Beam. Deze maakt een onverwoestbare indruk. Nadat de band weer een paar minuten aan instrumentaal episch genot heeft neergezet, de solo’s zijn afgerond en Sam Beam weer begint te zingen om het nummer af te ronden, kan je niet anders dan kippenvel krijgen. Het voelt alsof je de stem voor het éérst hoort, zo zuiver en subtiel positioneert Beam de woorden.

Voor de encore komt de band in beperkte bezetting terug. Geen rol voor de enthousiaste saxofonist of de ondersteunende bongo’s en ook de bassist mag niet langer schuddenbuikend funky basloopjes eruit gooien. Dat is best verfrissend en de uitgeklede versie van He Lays In The Rains is dan ook een absoluut hoogtepunt, stiekem. Terwijl de rest van het concert het niveau toch al hoog lag.

The Twilight Singers in Doornroosje

Zondagavond 26 juni 2011 naar Doornroosje om The Twilight Singers live te zien. Die maken nu niet echt het soort muziek dat ik vaak luister, maar “ze zijn heel goed” dus ik moest ze ook maar eens zien. Daar stond ik dus, in Doornroosje, naast allerlei rockers van veertig en wat mensen die niet te veel de trends volgen als het op muziek aankomt. Druk was het niet, iedereen had genoeg ruimte om te springen en te bewegen. Ik denk dat ongeveer de helft van de kaartjes was verkocht. Raar eigenlijk, je kunt veel van Greg Dulli Zeggen, maar niet dat hij geen staat van dienst heeft. Ook de rest van de band ziet er doorgewinterd uit, met als aardige toevoeging een toetsenist/violist.

The Twilight Singers brachten eerder dit jaar een nieuw album uit (Dynamite Steps), wat bijzonder goed werd ontvangen. Vanavond spelen ze een mix van nieuw en oud werk, zoals een goede band dat hoort te doen: iets om het fris te houden, iets om de casual listener (zoals ondergetekende) te vrede te stemmen en iets voor de hardcore fan. Het viel me daarbij op dat je naar dit soort muziek anders luistert dan naar veel singer/songwriters en akoestische bandjes. Die spelen vaak “mooie” liedjes, terwijl hier met enige regelmaat tegen valsheid aan wordt geschuurd. Om vervolgens een pompende baslijn en gitaarsolo in te zetten. Is het dan erg dat het geluid niet helemaal optimaal is en soms rommelig klinkt? Ik kan er zelf niet boos om worden. En het grootste deel van het concert spelen deze oude rotten in het vak (de gitarist gaat al hard richting de vijftig, volgens mij) een mooie set.

Het is moeilijk om in te schatten wat Dulli en de zijnen van deze avond vinden. Halverwege roept hij dat we niet bang moeten zijn om onze ‘Dutch Courage’ te tonen, maar deze suggestie wordt door het publiek genegeerd. Waarop Dulli eraan toevoegt: ‘I guess you guys don’t even know what that is.’ Het publiek is in het begin nu eenmaal wat lauwtjes. Het zal het benauwde weer zijn geweest. Tegen het einde komt het publiek eindelijk los en zet ook de band er nog een tandje bij. De band lijkt meer ontspannen: er wordt gelachen op het podium. Ook muzikaal zijn er wat grapjes in de set gebouwd. In de eerste helft komt ineens ‘Fever’ van A Fine Frenzy als bridge langs, tegen het einde krijgen we als intermezzo een rockversie van ‘Everlasting Love’. It’s not all doom and gloom, zullen we maar zeggen. Al met al een leuke avond en voor herhaling vatbaar.

The Twilight Singers spelen maandagavond 27 juni in Tivoli, Utrecht. Dat u het weet.

Naked Song Festival 2011: Naakt met een grote N

Dit artikel verscheen eerder op Stofwolk.net.

Intiem, akoestisch en breekbaar, op zaterdag 18 juni vond in Eindhoven het Naked Song Festival plaats. In de diverse zalen van Muziekgebouw Frits Philips zongen en speelden moderne troubadours alsof hun leven er vanaf hing. Een massale orgie was het niet – iedereen hield zijn kleren aan – maar genoten werd er wel.

Bijkletsen met I Am Oak

De avond begint al om 16:00 uur, als de eerste acts het festival openen. Op de bovenste verdieping is een Effenaar-podium ingericht, waarvan het geluid tot op de begane grond doorklinkt. Het is een misvatting, mocht je denken dat er deze dag alleen eenzame zielen op het podium staan. I Am Oak is in volledige bezetting aanwezig en heeft zelfs een drummer bij zich. Het moet geen pretje zijn om als drummer actief te zijn op het Naked Song Festival.

Er zit een zekere tragiek in het verplicht spelen van een gematigde begeleiding, maar deze drummer lijkt er allesbehalve verveeld door. Daarmee is hij nu al de drummer van de avond dus.

Helaas blijkt niet iedereen naar Naked Song gekomen om te luisteren. Het Effenaar-podium gaat automatisch over in foyer van de bovenste verdieping en er wordt dan ook flink gekletst, hoe goed I Am Oak ook zijn best doet. Daar komt bij dat het geluid van dit podium de hele avond een beetje tegenvalt. Aan het einde van de set worden we zelfs getrakteerd op een scheurende gitaar. Daarmee worden alle vooroordelen over het Naked Song Festival in één klap weggenomen: alles blijkt hier mogelijk.

Vroege topper

Het festival is zo ingericht dat iedereen de headliners kan zien. Het ene uur spelen er drie of vier kleinere acts op de kleinere podia, daarna kan iedereen verzamelen in Eindhoven Airport zaal om de headliners te zien. De zaal wordt om 17:00 uur geopend door Villagers – althans frontman Conor O’Brien en zijn toetsenist. De rest van de band is al in Utrecht waar die avond nog een concert wordt gegeven.

Conor en collega maken er echter geen haastklus van. Met subtiel Iers accent en dito pianobegeleiding spelen de heren nummers van het debuutalbum Becoming A Jackal. Ze blijken een vroeg hoogtepunt van de avond te worden. Net als de set wat in dreigt te kakken na enkele solonummers, komt de toetsenist terug en volgt een sterk slot. Bovendien worden we getrakteerd op veelbelovend nieuw werk. Het klinkt allemaal warm en verfijnd. O’Brien laat weten rock ‘n roll – inclusief hun eigen debuutplaat – vanaf nu te haten.

Belgische bandjes

Op het Effenaar-podium staat het collectief Oscar and the Wolf uit België. De drummer laat horen hoe mooi pauken kunnen klinken – al is dat het enige echt goed gebalanceerde aan de geluidsmix. Zo is de achtergrondzangeres nauwelijks te horen en staat de gitaar vrij hard. De nummers die de groep speelt zijn gelukkig prima aan te horen, waarbij mag worden opgemerkt dat de stem van de jonge zanger erg veel wegheeft van David Gray.

De luchtige noot van vanavond moet van Leddra Chapman komen, een Engelse zangeres die mooi staat te zijn op een klein podium op de eerste verdieping. Via de nooduitgang vluchten we naar de Rabobank-zaal, waar Spencer The Rover (ook een Belg) oudemannenmuziek staat te maken. Ritmisch pianospel dat blij vlagen doet denken aan bands uit de jaren ’50 en ’60, dat wordt opgeleukt door luchtige elektronische bliepjes en klassiekere begeleiding. Als hij bij zijn laatste nummer – ‘Without You’ – de gitaar erbij pakt, wordt het pas echt mooi.

Van monotoom tot melodrama

Terug naar de grote zaal, waar een schare fans zich heeft verzameld voor Fink. De vermoeidheid en de honger beginnen toe te slaan: het is nog best intensief om de hele avond luistermuziek te luisteren. Deze muziek loont zich alleen als je constant je aandacht erbij houdt, zo blijkt. Fink bewijst zichzelf geen dienst door met een moeilijk nummer te openen.

Sowieso concentreert Fink zich met name op werk van de nieuwe plaat ‘Perfect Darkness’, die af en toe wel heel erge emo-trekjes vertoont. Om die reden viel het optreden een klein beetje tegen. Misschien is het de te grote zaal? Finks monotone liedjes zitten vol met slimme details, maar die vallen een beetje weg als je op het balkon bovenin zit. Hoe dan ook, de echte emotie was deze avond (helaas) elders te vinden.

Bijvoorbeeld bij Teitur, al wordt daar nóg een manco van het format duidelijk. Mensen zijn gewend om bij een festival van zaal naar zaal te hoppen, maar als een singer/songwriter zijn ziel en zaligheid staat te geven, dan komt het vrij onbeschoft over om de zaal te verlaten (of later binnen te komen). Dat leidt namelijk enorm af bij de stille muziek die dit festival kenmerkt. Teitur laat zich er niet door kisten – al schiet hij één keer hoofdschuddend en deels cynisch in de lach als er door het open- en dichtgaan van de deur klanken de zaal binnenstromen van een band die het concept ‘Naked Song’ duidelijk minder serieus neemt. Terwijl Teitur feitelijk te mooi speelt om bij weg te lopen.

Teitur staat niet voor het eerst op het festival en vertelt op (gespeeld) onhandige wijze ironische, lange verhalen, maar blinkt uiteraard vooral uit in de prachtige nummers die dit festival op het lijf zijn geschreven. Teitur speelt een combinatie van ouder werk en werk van de nieuwe plaat – bijvoorbeeld ‘You’ll Never Leave L.A.’ en ‘Betty Hedges’. Hij speelt vol overtuiging, zonder zichzelf te serieus te nemen. Zijn stem is erg breekbaar, maar dit past mooi bij de vaak melodramatische melodieën, die wellicht de reden vormen waarom deze sympathieke man niet in de grote zaal staat.

De Faraöerse singer/songwriter sluit af met ‘You Get Me’, een verzoekje van het jongste lid van het publiek, en een nummer dat – zo hoopt hij met een brede grijns – hem “fucking rich” gaat maken, omdat Seal het net zeven keer in duetvorm heeft opgenomen. In de uitgeklede versie die hij hier speelt, kun je als je goed luistert de strijkers en de stem van Seal al horen.

Joan As Police Woman

De fragiele stem en emotionele overgave staan in schril contrast met Joan As Police Woman, die in de grote zaal haar vreugde laat blijken dat ze na maanden touren eindelijk weer eens zonder band mag optreden. “Everything’s gonna be really slow and emo today.” Dat blijkt.

Lang niet iedereen is onder de indruk van Joan (ook hier lopen regelmatig mensen de zaal uit), die pas indruk begint te maken als ze haar elektrische gitaar pakt. Ze schuwt de toegankelijke hits – al speelt ze wel een aardige David Bowie-cover. Misschien dat deze set bij grote fans in goede aarde was gevallen, maar hier is lang niet iedereen bekend met het werk van Joan as Police Woman. De wat slome presentatie en uitvoering van de nummers wordt hierdoor een opgave voor de achteloze bezoeker.

De broodnodige variatie

Alle zwarte gedachten worden vervolgens weggenomen op het Effenaar-podium door het Amerikaanse Vetiver. Eindelijk weer een compleet bandje op het podium dat indruk maakt door intelligente niets-aan-de-hand indiepop. Nog steeds wordt er genadeloos veel gekletst op deze tweede verdieping van het Muziekgebouw, maar Vetiver maakt hier enorme indruk: de band staat er, voldoet aan alle eisen van het Naked Song festival en biedt diepgang in luchtige nummers als ‘Everyday’ en ‘Wonder Why’.

Vetiver bestaat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uit de meest ervaren muzikanten op het Effenaar-podium vanavond, wat zich uitbetaald in een sympathieke set met geinige gitaarriffs en leuke koortjes. Hoogtepunt van dit podium en zeker in de top 5 van het hele festival. Die mogen volgend jaar gerust terugkomen.

Toch kunnen we de verleiding niet weerstaan om even te kijken bij Marques Tolliver, volgens de organisatie een getalenteerde muzikant die nog eens heel groot gaat worden. Die staat een verdieping lager in de foyer te spelen en moet ondanks de slimme inrichting van het gebouw toch opboksen tegen een aardige bak omgevingsgeluid. Als straatmuzikant mag hij dan gewend zijn om boven rumoer uit te komen, hij moet hier toch vechten. De set – gedeeltelijk afgewerkt op een viool met alternatieve stemming – maakt een nogal rauwe indruk – die bij vlagen doet denken aan Andrew Bird. Indrukwekkend was het wel, maar nog lang niet af. Maar de organisatie heeft gelijk: volgend jaar kan deze man zomaar een volwaardige hype zijn. Hij zorgt hier met name voor de broodnodige variatie, door niet alle liedjes op gitaar of piano te spelen.

Afsluiten met Thomas Dybdahl

Het festival wordt afgesloten door Thomas Dybdahl. De Noor heeft vakkundig zijn hele band meegenomen en werkt een ingekorte set van een uur af die veel wegheeft van de setlist waarmee hij vorige maand al Nederland (en de rest van Europa) aandeed. Alle ingrediënten zijn er: muzikantenplezier, publieksparticipatie, intimiteit: Dybdahl is een waardige afsluiter van een mooi festival.

Dybdahl gelooft er zelf ook in, door halverwege het eerste nummer al glimlachend uit te roepen dat het een mooie avond gaat worden. Daarna speelt hij met zijn band een prachtige uitvoering van ‘Make A Mess Of Yourself’ en wordt overgegaan in altijd-goed-single ‘Cecilia’.

Toch zit de zaal hier niet helemaal vol: sommige mensen waren platgespeeld of moesten de laatste treinen naar huis halen – net als ondergetekende – die overigens vol zaten met aangeschoten, feestende Guus Meeuwis-fans die in het Philips-stadion ‘Groots met een zachte G’ hadden bijgewoond.  Het contrast met ‘Naakt met een grote N’ kon haast niet groter.

Dit verslag kwam tot stand met medewerking van Mischa van Kan, die de foto’s maakte.

Ditisstefans Voorjaarsfestival

Ik geef het meteen toe: ik heb niet echt trouw mijn concertverslagencategorie bijgehouden de afgelopen maanden. Tijd voor bitesize terugblik van alle bandjes die ik sinds begin dit jaar heb gezien.

6 januari | Katía

Dit Nederlandse meisje begon in eerste instantie wat zenuwachtig aan haar set, zo leek het, maar haar stem werd er des te breekbaarder door. Engelse liedjes zong ze, in het voorprogramma van Carice van Houten presents Tom McRae in Vredenburg Leeuwenbergh. Een uiterst mooie opening van het nieuwe concertjaar. Aan het einde van de zomer presenteert ze haar album in Paradiso. (volledig verslag hier)

6 januari | Tom McRae & Matangi Quartet

Enigszins teleurgesteld was ik toen ik deze bijzondere samenstelling eind vorig jaar moest missen. Des te gelukkiger was ik toen Carice van Houten als eerste installment van haar concertreeks deze formatie presenteerde. Ditmaal wel kaartjes gekocht en met veel pijn en moeite huisgenoot Loet meegekregen. Als Carice van Houten nu binnenkort ook Turin Brakes uitgenodigd is ze echt de perfecte vrouw. Nu ben ik haar vooral heel erg dankbaar.

Het concert was overigens bijzonder goed. Het kwartet voegt zowaar iets substantieels toe aan de bijzonder mooie muziek van Tom. Hoewel ook enkele solonummers indruk maakten (My Vampire Heart was legendarisch), was het het samenspel dat de meeste indruk maakte. Toms vrouw was ook aanwezig, hij offerde immers hun trouwdagviering op voor dit concert. Maar je wordt dan ook niet iedere dag door een filmster uitgenodigd om te komen spelen. Wel in Toms dromen overigens – zo vertrouwde hij ons in het begin van de avond al toe. Hij blijft indruk maken, die man. (volledig verslag hier)

13 januari | Kraak en Smaak

Dansfestijn in Doornroosje met Kraak en Smaak. Normaal zou ik er misschien niet zo snel naar toe gaan, maar als je buiten je comfort zone stapt kun je blij verrast worden. Dat was vanavond zo. De combinatie van live muziek en beats beviel me goed. Het was zeker niet het concert om met een biertje te ondergaan of rustig in een hoeke te gaan zitten. In tegendeel: er moest gedanst worden.

15 februari | Tift Meritt

Tot mijn grote schaamte moet ik bekennen dat ik hier niks meer van weet. Tift Meritt was volgens mij al bezig toen we binnenkwamen. En het was al behoorlijk druk in Paradiso. Het was vast supervet.

15 februari | Iron & Wine

Des te meer indruk maakte Iron and Wine. Grote band, grote gebaren met kleine liedjes. Het was een grote muzikale tripervaring, bijna hypnotiserend. Typisch zo’n concert waar je vandaan komt met maar een gedachte: meer. Voor herhaling vatbaar dus, en een absolute aanrader. Onverwacht hoogtepuntje. Wel hoorde ik achteraf gezeur over de mix die niet goed zou zijn, het onnodig oprekken van nummers en minder indrukwekkend materiaal van het laatste album. Maar diegenen die dat zeiden waren duidelijk bij een ander concert. Zelfs als je je daar aan stoort, kun je moeilijk ontkennen dat een serie topmuzikanten een bijzonder mooie avond neerzetten en dat dat zwaarder telt dan eventuele geluidsproblemen die nauwelijks opvallen. Waarvan akte.

16 februari | The Secret Sisters

Niet zo’n geheime zusters en hoewel er vast een publiek is voor hun retrocountry, waren wij dat niet. Schattig waren ze wellicht, zingen konden ze ook, maar hun combinatie van old-school covers en matige eigen nummers kon mij niet bekoren. Het is lang geleden dat ik me heb lopen ergeren aan een support-act, maar dit was heel erg niet mijn ding, om met Paulien Cornelisse te spreken. Wel leuk: Katía (zie boven) deed de merchandise.

16 februari | Ray LaMontagne & The Pariah Dogs

Opmerkelijk: de bijzonder verlegen Ray LaMontagne heeft zijn sociale stoornis overwonnen. Srak hij de vorige keer in Utrecht slechts eenmaal Thank You, nu maakt hij bij tijd en wijle zelfs een grapje – bijvoorbeeld over het feit dat hij volkomen buiten adem is geraakt bij het zingen van het vorige nummer.

We krijgen voornamelijk nummers van de nieuwste cd te horen in Vredenburg (mijn bezoekdebuut van de rode doos, overigens). Dat is best jammer, want die zijn minder mooi dan het oudere werk van LaMontagne. Toch maakt LaMontagne indruk, vooral als hij met zijn band in lange jams geraakt die de gehele zaal naar een climax brengen.

Nog jammer-der is het dat The Secret Sisters ook een paar nummers mogen meedoen. Twee matige countrycovers de mooie toon die is gezet na Like Rock & Roll and Radio. De slome versie van You Are The Best Thing maakt aan het eind veel goed, maar het was enigszins schreinend dat de meeste impact werd gemaakt door de enigszins verplichte uitvoering van Trouble in de encore. Op dat moment realiseerde ik me weer hoe goed Ray feitelijk is. En dat was het einde van het concert.

18 februari | OIIO

Mijn eerste huiskamerconcert, en het beviel erg goed. De muziek van OIIO doet het goed in zo’n intieme setting. De juiste combinatie van akoestisch geweld en effectief gebruikte euh, effecten. Mij hoor je niet klagen. Volgens mij waren alle aanwezigen wel te spreken over de avond. OIIO speelde het nieuwe album It’s Still There integraal. Daarna werden we nog getrakteerd op een nieuw nummer, dat volgens mij nog mooier was dan hetgeen we daarvoor hoorden. De mannen uit het gezelschap hadden eerder de beharing van The Secret Sisters dan van Ray LaMontagne en Iron & Wine, maar voor de rest zat het wel goed met het folkgehalte deze avond. Check hier de foto’s en meer info.

1 april | The Pins

Een enthousiaste britrock band uit Engeland, in het voorprogramma van mijn favoriete band. Enigszins onverwacht, maar ze gingen er vol voor en warmden het toch al niet koude zaaltje in Bishop’s Stortford op. Erg lekker en veel beter dan in eerste instantie verwacht. Het smaakte naar meer, maar helaas speelden ze maar één avond. Volgende keer mogen ze van mij een volledige set spelen in plaats van een klein half uur. Check hier hun website en hun video voor de single Just Fine.

1/2 april | The Iron Door Club

Ja en deze band mocht dus twee avonden support zijn. Ze speelden een aantrekkelijke vorm van retropop. Denk jaren ’50 / ’60 van de vorige eeuw, hevig leunend op The Beatles en de slipstream van bands die de sound van die band probeerde te benaderen. De eerste avond klonk het voor geen meter (samenzang was vals, ritmische foutjes – overigens niet van de erg goede drummer – en matig geluid), alle sympathieke, noordelijke brutaliteit ten spijt. Eindelijk een beginnende band die wel durft te roepen dat mensen de cd moeten kopen en hoe ze heten. Sterker nog, na afloop komt de zanger (James) persoonlijk op me af om me een cd in handen te drukken. Ik had echter geen geld over voor merchandise. Dat maakte niet uit, vertrouwde hij me toe. De rest van de avond nog veel lol gehad in de pub. De zanger bleek namelijk de koning van de onderbroekenlol en niet zo goed tegen drank te kunnen.

De tweede avond maakte de band gelukkig muzikaal alles goed. Naar eigen zeggen had de band collectief een enorme hangover, maar muzikaal gezien was daar NIKS van te merken. Deze set was vrijwel perfect. De koortjes gingen in ieder geval goed en dat is bij dit genre erg belangrijk. Nu maakt de band dus ook muzikaal indruk. Voor iedereen die wat ouderwetse, afgeronde pop wil horen: check ze op Spotify.

2 april | Mozzy Green

Gothic folk, lijkt me de correcte omschrijving van het genre. In eerste instantie maakt het indruk – vooral single Robots doet het goed, maar op een gegeven moment wordt het een beetje eentonig. Hetzelfde truukje wordt ieder nummer opnieuw gebruikt: waar normaal de cello wordt gebruikt om een nummer mooier te maken, wordt het strijkinstrument hier gebruikt om spanning op te bouwen en stijlen te doorbreken. Daar word ik op een gegeven moment best zenuwachtig van. Als vervanger van de The Pins werd ik er niet bijzonder vrolijk van.

1/2 april | Turin Brakes

De reden waarom ik naar het godvergeten oord Bishop’s Stortford ben gereisd, in een bijzonder matig hotelletje heb geslapen waar de ene ochtend alleen maar koud water uit de kraan kwam en de andere ochtend alleen maar gloeiend heet water mijn huid bijna verbrandde. Maar het was het waard. Een of andere aftands zaaltje achter een verder erg gezellige pub. De geluidsinstallatie was niet bijzonder goed en het zaaltje nauwelijks de helft van de gemiddelde club. Dat was hard werken. Ik vind het stiekem wel leuk als mijn favoriete band hard moet werken. Het geeft de muziek iets rauws. Dat kan ik wel waarderen.

Qua setlist kregen we wat mooie klassiekers (Jet Trail, Stone Thrown) en leuke hits. Ook bleek dat single Sea Change een jaar na dato nog steeds een ideale opener is. Het begint rustig, maar aan het einde van het nummer is iedereen op stoom. Toch heb ik besloten dat ik niet meer naar een of ander matig inwisselbaar Engels provinciedorpje wil reizen voor puur mijn favoriete band. Tenzij het een festival betreft. Verder geef ik de voorkeur aan grote steden, of echt leuke stadjes. Niet omdat de concerten niet de moeite waard waren, wel omdat alles dicht gaat om 1 of 2 uur ‘s nachts en er dan werkelijk niks meer te beleven is in zo’n dorp – tenzij je met de juiste mensen bent. Dat waren we nu gelukkig, maar ik weet niet of ik dat risico nog een keer wil lopen.

1 mei | Susanne Sundfør

Je komt naar Doornroosje voor een concert van Thomas Dybdahl. Dan moet je je nog wel even door de support act worstelen. Een of andere vrouw die vast heel mooie, lieve liedjes zingt. Ze komt het podium op met een verrassend grote band voor een supportact en begint een of ander vaag samenzang nummer vol call and response. Nou, het zal allemaal wel. Haar stem is goed, dat hoor je, maar de muziek is vaag. Bij het tweede nummer ga je toch wat verder naar voren om een en ander goed te horen. Sarcastisch merkt een van je metgezellen op dat normale bands zichzelf introduceren in plaats van meteen door te gaan naar het volgende nummer. Maar Susanne Sundfør is geen normale band. Het tweede nummer is iets toegankelijker, maar nog steeds best vaag, met rare beats en tempowisselingen.

Dan begint het derde nummer (Mean), het begint rustig met een loopje op haar elektronische piano. Voor het eerst neemt Susanne de moeite om eens flink uit te halen met haar stem. Kippenvel tot het einde van de set. Na een in eerste instantie wat raar begin, verovert Susanne Doornroosje met haar eigenaardige stem à la Nina Kinert en wellicht ook Björk. Het is geen makkelijke muziek, single The Brothel duurt 6 minuten, maar het loont de moeite er eens goed naar te luisteren. Haar stem is live nog krachtiger dan op plaat te horen is. Het is sprookjesachtig, tijdloos en prachtig. Het komt niet vaak voor dat ik na de support mijn kaartje al heb terugverdiend. Maar dit was heel mooi.

1 mei | Thomas Dybdahl

Thomas Dybdahl begint deze avond aan zijn nieuwe Europese tour, ter promotie van zijn nieuwe album Songs, wat een samenraapsel is van met name zijn eerste drie albums plus enkele recentere nummers. Vanavond horen we dan ook vooral nummers die zijn ontstaan in de eerste paar jaar van Dybdahls carrière als professioneel muzikant. Publieksparticipatie is er bij Cecilia, Dice (waarbij we met zijn allen een Elvis-melodie mogen neuriëren) en Party Like It’s 1929, waarbij enkele lieftallige dames het podium mogen betreden.

De hoogtepunten variëren van een intieme pianoballade als It’s Always Been You tot een opzwepende uitvoering van All’s Not Lost en de andere klassiekers uit het oeuvre van de Noor. Aan het einde van de avond kan ik niet anders dan verzuchten dat iedere concertavond zo mooi zou moeten zijn.  Maar daarmee leg ik de standaard onrealistisch hoog. Dat weet ik zelf ook wel.

Tom McRae klinkt hemelscher dan ooit

De ogenschijnlijk hemelse omgeving heeft een wat lugubere geschiedenis. Weliswaar is het een kerk geweest, maar het gebouw van Vredenburg Leeuwenbergh diende daarvoor als plague hospital, zo heeft Tom McRae zich laten vertellen. Die lugubere sfeer past hem wel. Maar van die lugubere sfeer is deze avond weinig merkbaar.

Eerder heeft Katía (Truijen) de avond mogen openen. Een zenuwachtige kraak horen we nog tijdens het eerste nummer, maar daarna staat er een stoere jonge vrouw die verrassend lieve liedjes zingt. Iedereen luistert ademloos, dat is wellicht ook het voordeel van een zitconcert. Hier hebben we geen last van stuiterende plastic bekers of stampende voetstappen van mensen die de zaal binnenkomen, zoals dat in de kleine zaal van Paradiso wel eens gebeurt. Nee, hier móét je ademloos zitten luisteren en daar nodigt de muziek van Katía ook wel tot uit. Het schijnt dat er in september een debuutalbum aankomt, dus we gaan nog veel horen van Katía. Hopelijk komen de luisterliedjes daar nog meer tot hun recht. Er zit een prettige combinatie van melancholie en verstilling in haar muziek, zonder enig spoor van dufheid (een groot gevaar in het genre).  Luister vooral wat nummers op haar website.

Maar het grootste deel van het publiek komt vanavond voor Tom McRae (of Carice van Houten, die de avond organiseert). Carice bedankt netjes het voorprogramma – net als Tom later meerdere malen zal doen, wel zo netjes, en kondigt dan enigszins stuntelend het hoofdprogramma aan. Even later staat Tom op het podium te vertellen dat hij normaal alleen in zijn dromen door een filmster wordt aangekondigd. Hierna introduceert hij het Matangi Quartet, dat hem de rest van de avond zal begeleiden – alleen dit nummer nog even niet. Na een schitterende uitvoering van Alphabet of Hurricanes, van het hopelijk nog dit jaar verschijnende nieuwe album.

Hierna werken Tom en kwartet door een set van voornamelijk klassieke Tom tracks. Het vorige album is alleen in de vorm van Won’t Lie vertegenwoordigd. Enkele nummers speelt Tom alleen, waaronder 2nd Law en My Vampire Heart. Die solonummers zijn ook meteen het hoogtepunt van de avond, het mooie kwartetspel ten spijt. Wat wel duidelijk wordt, is dat het strijkorkest behoorlijk wat mooie lagen toevoegt aan diverse nummers. Language of Fools, Border Song en Got A Suitcase, Got Regrets profiteren met name van de huidige bezetting. En dat foutje van Tom tijdens Karaoke Soul, dat vergeven we hem wel! Zeker als hij de rest van de avond in topvorm is, met én zonder strijkers. De strijkers tilden het geheel uiteindelijk naar een bijzondere, unieke avond. Hemelscher dan ooit.

Setlist (met videos van LikeAHurricane69):

1. Alphabet of Hurricanes
2. You cut her hair
3. For the Restless
4. Got a Suitcase, Got Regrets
5. Karaoke Soul
6. 2nd Law
7. Won’t Lie
8. My vampire Heart
9. Border Song
10. End of the World News (Dose Me Up)
11. The Boy with the Bubblegun
12. Walking 2 Hawai
13. Language of Fools