Vrijdaghumor: Sander van Opzeeland

Nog meer standup dan maar? Sander van Opzeeland kent u als de man die Edwin De Roy van Zuydewijn zo goed kon nadoen. In Toomler is hij bij vlagen grof, regelmatig heel boos en vooral extreem grappig. Over asociale mensen op het station die, als hun trein niet rijdt, de conducteurs beginnen uit te stellen: “Als je echt belangrijk was, als je echt een belangrijke baan had, dan had je wel een auto.”

En na een minuut of 4-5 komt Sander pas echt op stoom… Over stomme serveersters, McDonald’s menu’s en vervelende hangjongeren…

HIER!

Bonus: lees hier een aardige column van de beste man, uitgesproken bij Spijkers Met Koppen op Radio 2.

Vrijdaghumor: Death Star Canteen

Vorige week had ik nog wat moeite om een geschikt filmpje te vinden, maar nu heb ik wel drie / vier verschillende kandidaten. En dan realiseer ik me pas na het posten van The Kooks dat het vrijdag is! Maar goed, dit filmpje werd mij aanbevolen door een huisgenoot. Eddie Izzard, een briljante Engelse komiek, deed ooit een sketch over kantines. Want daar zijn genoeg ergernissen: irritante medewerkers die vinden dat je een dienblad moet pakken terwijl jij heel belangrijk bent. Bijvoorbeeld de slechterik uit Star Wars… Nee, haak nu niet meteen af… Want deze sketch is extra leuk omdat iemand er een filmpje met Lego bijmaakte… Ja het idee klinkt heel erg fout. Maar het resultaat is priceless:

Vrijdaghumor: A Puppet Lives In My House

Voordat Matt Lucas en David Walliams met Little Britain doorbraken, deden ze al dingen samen. Zo maakten ze voor Paramount Comedy een serie sketches waarin Amerikaanse comedy op de hak werd genomen.

De leukste is A Puppet Lives In My House, overdreven acteerwerk, overdreven reacties van het publiek, een fantastische intro en hele slechte grappen.

De andere sketches: My Gay Dads (“Hi honey, I’m homo!”) en een Amerikaanse versie van de klassieke Britse komedie Only Fools & Horses (“No, that would be against the law”).

Vrijdaghumor: Pub Jokes

Bill Bailey is en blijft een van mijn favoriete Britse comedians. Niet alleen verbaal erg sterk, ook muzikaal is hij erg goed (bijvoorbeeld zijn briljante Brian Adams parodie: Hats off to the Zebra). Hier waagt hij zich aan het oeroude genre van ‘een man komt een café binnen.’ En Bailey zou Bailey niet zijn als hij er niet een geheel eigen, existentiële twist aan zou geven…

Vrijdaghumor: More Cowbell

Amerikaanse sketches zijn niet altijd even grappig, maar deze is, eerlijk is eerlijk, briljant. Saturday Night Live neemt wel vaker andere programma’s op de hak. Hier wordt Behind The Music opgenomen, een documentaireserie over bekende bands and artiesten. In principe al voer genoeg voor een grappige sketch met alle – in iedere documentaire aanwezige – ruzies, concerten en albumopnames, maar SNL wist iets beters. In de sketch wordt een nummer van Blue Öyster Cult opgenomen (Don’t Fear)The Reaper. In de originele versie van het nummer hoor je aan het begin en het einde van het nummer een cowbell. Dit namen de mensen van SNL als uitgangspunt voor hun sketch. De producer wordt gespeeld door Christopher Walken, Gene Frenkle (die overigens nooit heeft bestaan) bespeelt de cowbell. In combinatie met het cliché dat ruzie in de band heet, levert het een hilarische sketch op…:


More Cowbell

De sketch is een van de meest bekende SNL-sketches en werd onder andere geadopteerd door scholen (iedereen mag meedoen) en er zitten verwijzingen in computerspellen, films en TV-programma’s.

I’ve got a fever, and the only prescription is more cowbell!

VrijdagHumor: Explorers

Ik geef het toe, één dag te laat… Maar toch…

Heb je je al eens afgevraagd hoe landen hun naam krijgen? Robert en David hebben het antwoord voor je. Eigenlijk best filosofisch, dat eerste stuk!

[kml_flashembed movie="http://www.youtube.com/v/kvY-fAjftxk" width="425" height="350" wmode="transparent" /]

Inderdaad, uit That Mitchell & Webb Look.