- Op radio 1
- Op radio 2
- Op radio 3
- Op BBC Radio 2
- Op televisie
- In een Schotse platenzaak
- In Nederlandse platenzaken
- In de bus
- In de trein (*stond in een Spotify-playlist)
- In de auto
- In het vliegtuig (oké, niet echt in het vliegtuig maar de man in het vliegtuig naast mij was ernaar aan het luisteren en dat zag ik op het display van mijn iPhone)
- Op het vliegveld
- In een koffiezaak
- In de supermarkt
- In een kledingzaak
- In een winkelcentrum
- Op mijn oude werk
- Op mijn nieuwe werk
- Op straat (straatmuzikant)
Category Archives: Leven
[Bodešče] 7: De top bereikt
Naar mate de tijd vordert en dit verslag niet afkomt, wordt de hoeveelheid fictie – of in ieder geval nog sterker gekleurde non-fictie – steeds groter. Het is dan ook op zijn zachtst gezegd dubieus dat ik nota bene november en – laten we eerlijk zijn – waarschijnlijk ook december nog loop te vertellen over een vakantie die in augustus plaatsvond. Weliswaar grotendeels de tweede helft van augustus, maar, toch: augustus. Ik heb wel wat notities liggen, maar dat zijn trefwoorden. Bovendien houden die notities na de 16de (de aflevering van vandaag) op. Steeds meer details veranderen in gevoelens. Het lijkt me dan ook voor alle partijen beter om het nu snel af te ronden. Ik ga het in ieder geval proberen.
Dinsdag 16 augustus 2011
Blessures ten spijt is het vandaag zo ver. De reden waarom Mischa en Knoert meegingen op deze vakantie was het vele wandelen. En weliswaar hebben we al flink wat gewandeld, we hebben nog niet de uitdagende verkenningen door de natuur gedaan waar de heren op hadden gehoopt. Vandaag hebben we echter een aardig compromis: we gaan vandaag de bergen in en omhoog lopen. Klimmen is een te groot woord, maar we gaan wel een behoorlijke stijging inzetten.
De berg in kwestie is de Sleme, ruim twee kilometer hoog en dus voor Nederlandse begrippen HEEL ERG hoog. Je kunt natuurlijk nog veel hoger klimmen, maar deze wandeling zou voor iedereen te belopen moeten zijn en toch mooie uitzichten moeten opleveren. Voordat we zover zijn, klimmen we eerst honderden meters met de auto. Dat gaat met behulp van haarspeldbochten omhoog. In totaal nemen we vandaag meer dan vijftig bochten op heen- en terugweg. Maar dat stuk hoeven we dus alvast niet meer te lopen. Op het hoogste punt van de weg parkeren we de auto en vervolgen we de weg omhoog. Die ziet er zo uit:

De weg omhoog is niet echt gevaarlijk, al worden mensen met hoogtevrees (‘Hoi!’) af en toe wel een klein beetje op de proef gesteld, zo zonder reling of houvast. Dodelijke ongelukken blijven uit en langzaam stijgen we naar de top en een mooi uitzicht.
Ik moet toegeven, het uitzicht is prachtig en er zitten hier weinig insecten. De top heeft wel één nadeel. Die wordt namelijk – blijkens de uitwerpselen – regelmatig als geitentoilet gebruikt. Hoe fris de berglucht dan ook mag ruiken, de geitenstront ruikt nog net iets meer. We besluiten dan ook niet op de top the lunchen, maar een tiental meters lager, waar een grote weide is vol vlinders (en een gastenboek). De ware bioloog van ons groepje wordt dan ook wakker:

Na de lunch zetten we de afdaling in en als we bij de auto zijn wordt er overlegd of we ergens anders nog zullen gaan wandelen. Daar is niet iedereen even groot voorstander van, dus wordt de afdaling ingezet. De andere kant van de berg, want die hebben we nog niet bereden.
Na een hoop haarspeldbochten rijden we langs een beekje met zo’n wit water dat we er besluiten te stoppen. Het water stroomt hier behoorlijk goed door en het is niet alleen kalkwit, maar ook kalkkoud. Koud dat het pijn doet aan je blote voeten als je erin gaat koud… Dat is inderdaad koud dus. Maar het is ook heel erg verfrissend en dus zitten we hier nog een uurtje in de zon. Het is een moment waarop ik me de fijne kanten van deze vakantie ervaar. We zijn met zijn vijven in een mooi land, met mooi weer en we hebben het naar onze zin. Een Hoogtepuntje (H’tje) dus.

Maar na een H’tje volgt een Dieptepuntje (D’tje): de reis terug voert namelijk via Italië. Dat is namelijk de consequentie van via de andere kant van de berg terugrijden. En dat is aanzienlijk om, ja. En misschien is dat wel heel leuk om te rijden, maar niet noodzakelijkerwijs ook om achterin te zitten terwijl je langzaam honger begint te krijgen. Ik weet nog dat we met de gedachte speelden om fast food te nuttigen, maar ik weet ook vrij zeker dat we dat niet hebben gedaan. Ik weet alleen niet meer zeker wat we die avond wel hebben gegeten, maar het was vast lekker en we hadden ook vast honger na zo’n inspannende maar fijne dag. Dat is alles wat ik er over kwijt kan, volgens mij.
Wordt vervolgd op korte termijn, hopelijk.
De Schotse kant van het leven
Het kan snel gaan. Het ene moment zit je gewoon te werken op je oude werkplek, het andere moment heb je je ontslagbrief overhandigd en kun je feitelijk gaan aftellen naar de dag dat je bij je nieuwe werk begint. Twee weken vakantie (bijna dan) om af te kicken, op te laden en wat lopende zaken af te ronden. Maar eerst ging ik naar Schotland.
Toen mijn favoriete band, Turin Brakes, aankondigde het eerste album integraal live te gaan spelen, was mijn eerste gedachte: daar moet ik bij zijn. Toen bovendien bleek dat ze Schotland aandeden dacht ik: tijd om Pim te bezoeken. Pim promoveert daar op scheikundige zaken en sinds onze roadtrip vorig jaar was ik er niet meer geweest. Tijd om langs te gaan dus. Zo combineerde ik het aangename met het nog aangenamere. En als een vrij man (de dag ervoor had ik mijn laatste werkdag) kon ik er ten volle van genieten – waarbij ik de verkoudheid en vermoeidheid even vergeet.
Dat betekende wel dat de wekker op zaterdagmorgen belachelijk vroeg ging. De vluchten vanaf Weeze gingen overigens nog veel vroeger, dus vond ik 10 uur vanaf Schiphol een schappelijke tijd. Maar dan moet je wel om kwart voor 7 in de trein zitten om niet totaal overgeleverd aan de NS je vliegtuig te missen. Dan is zo’n kop koffie op het vliegveld toch meer dan welkom.
In het vliegtuig zat ik naast een andere Turin Brakes-fan. Dat was geen toeval, maar afgesproken werk. Wat wél toeval was, was dat we in Edinburgh dezelfde Bed & Breakfast hadden geboekt. Na anderhalf uur bijkletsen over de dingens des levens – het was toch alweer ruim een jaar geleden sinds twee heuglijke, gezellige avonden in Canterbury én Eindhoven. Je houdt elkaar wel op Facebook in de gaten, maar dat is toch anders.
Maar goed, daarna was het heuglijk weerzien met Pim. Met snor. Want hij doet mee aan Movember.
De rest van de dag wandelen we door Glasgow, bezoeken we The People’s Palace en Glasgow Green, drinken we koffie bij de Costa (want die hebben een coffee club), kijken we een complete rugbywedstrijd (jawel, dat was nieuw voor mij), eten we Russisch bij Pims huisgenootje en val ik bijna om omdat ik al veel te lang wakker ben.
De volgende dag gaan we met Mounira, die andere Nederlandse fan, de andere kant van Glasgow verkennen (West End) als ik een sms’je krijg dat mijn interview met de band het beste die middag om half 4 kan plaats vinden. Zo staan we om half 4 voor de ABC in Glasgow, alwaar we na even wachten worden begroet door drummer Rob. Hij heeft echter slecht nieuws: de band ligt dik achter op schema en de soundcheck moet nog beginnen. Zo begint er een wachtperiode waarin we af en toe praten met een bandlid dat naar ons toekomt, af en toe meehelpen bij de merchandise (wel tellen, niet vouwen want vouwen kan ik niet goed). Uiteraard net op het moment dat we via Twitter hebben afgesproken met andere fans om te gaan eten (social media forever!) is het tijd voor een interview. Zo mis ik het ongetwijfeld gezellige (maar niet bijster smaakvolle – zo hoor ik later) avondeten, maar voer ik wel een goed gesprek met de band over de beginjaren en de tour. Binnenkort te lezen op Ether Site dus.
Daarna ontmoet ook ik de andere fans en zo staat er ineens een groep van acht, negen fans en gezellige mensen. Misschien zijn we groupies, misschien zijn we gewoon enthousiast maar we hebben het in ieder geval leuk. Uiteindelijk wordt onze groep nog uitgebreid met een Nederlands meisje die toevallig een weekend in Glasgow is en de band ook leuk vindt. Het is spontaan en gezellig en ik ontdek in Schot Steven eindelijk een andere man die ook goed de tweede stem kan zingen.
Het concert is prachtig. De Glaswegian crowd heeft er zin in, is luidruchtig maar zingt ook vol overtuiging de nummers van het eerste album mee. Ik heb al snel een grijns op mijn gezicht. De heren zijn weer in topvorm en nadat het eerste album mooi gevoelig is afgesloten met The Optimist komen de heren al gauw terug voor een extra set van drie kwartier met zowel een nieuw nummer als andere hoogtepunten uit het oeuvre.
In totaal spelen de heren één uur en drie kwartier, waaronder een mooie cover van Chim Chim Cher-ee (nu te koop op iTunes – opbrengst gaat naar daklozen) en het epische Ether Song waarmee wordt afgesloten. We hebben weinig reden tot klagen, zullen we maar zeggen.
Backstage heb ik nog wel snel een flink stuk stokbrood met organic pindakaas gegeten, maar mijn maag begint te knorren. Gelukkig is daar A.C. Hij is met Natalie uit Edinburgh meegekomen en heeft ‘voor het geval dat’ een burrito meegenomen. Dat klinkt raarder dan het is, A.C. is namelijk de uitbater van het Mexicaanse Illegal Jacks-restaurant in de Schotse hoofdstad. Met échte groente en voedzame burrito’s. Niks geen grote keten, gewoon een gezellig, hip en modern restaurant. We sluiten de deal dat als ik de burrito lekker vind, dat we daar de volgende dag komen lunchen. En hij is lekker mensen.
De afterparty vindt in eerste instantie plaats in een toko die al tegen middernacht de deuren sluit, maar al gauw komen we terecht in een pub met een late license. De band is er ook en dat maakt het nog gezelliger. De groep mensen (met vrienden van vrienden van vrienden) bestaat inmiddels uit een man of 15-16 (al doe ik geen moeite meer om iedereen bij naam te leren kennen). Het is in ieder geval gezellig en met de mensen van wie ik de naam wel weet heb ik in ieder geval een topavond. En de volgende avond hebben we als het goed is nog zo’n topavond!
De ochtend verloopt in mijn geval redelijk soepel. Na het ontbijt (met hagelslag, Pim blijft toch Nederlander) vertrekt mijn gastheer naar zijn werk en nemen we afscheid. Mounira en ik ontmoeten Natalie en A.C. in het centrum (en komen zelfs nog even die andere Nederlandse fan tegen!). Vervolgens pakken we trein naar Edinburgh. Edinburgh is een stad met een stuk meer (zichtbare) historie. En als je dan het geluk hebt dat de lucht er blauw is en de temperatuur niet te laag, dan kun je daar dus een mooie tijd hebben.
De middag werd echter niet bepaald episch. Verschillende onderdelen van ons nu even viertallige team hadden een inkakmomentje en ik chill dus in mijn extra grote kamer (ik ben “geüpgrade” vanwege verbouwing) de middag weg en luister naar de live cd die ik bij het optreden gisteravond heb gekocht. Ik doe boodschappen, maak wat foto’s en de lunch verandert in diner. Om zes uur zitten we bij Illegal Jacks. Totaal uit de richting van Queen’s Hall, Edinburgh, maar voor goed eten moet je af en toe omlopen.
Redelijk uitgerust schuiven we aan bij Illegal Jacks. Het interieur is strak en modern, wellicht het tegenovergestelde van wat je bij een Mexicaans restaurant zou verwachten:
Er liggen briefjes op tafel met onze namen, je kunt hier ook via social media reserveren maar wij hebben connecties dus hoefden dat zelfs niet te doen en als wij al uitgebreid aan het schranzen zijn, verschijnt ook de band zelf voor een burrito on the house. Genieten dus, al laat ik de margherita maar even aan me voorbij gaan.
Na anderhalf uur nemen we een taxi naar Queen’s Hall, waar we merchandise-dame en mede-fan Claire weer tegengekomen. Ik probeer zelf ook even merchandise te slijten maar moet mijn meerdere erkennen in Steven – die na het optreden een poging waagt. Twee EPs à 5 pond per stuk weet ik te verkopen, terwijl Steven t-shirt na t-shirt verkoopt.
Queen’s Hall is een raar venue, met zowel een uitgebreid zitgedeelte als een centrale lege vloer om te staan. Ik voel me enigszins beroerd (de vermoeidheid slaat weer toe), maar zodra het optreden is begonnen gaat het langzaam beter en na Underdog (Save Me) ben ik weer redelijk boven Jan. Bij Future Boy en The Road kan ik weer koortje spelen met Steven. Opvallend is dat waar in Glasgow het hele publiek na verloop van tijd Turin Turin Turin Fuckin’ Brakes zong, we hier geen navolging krijgen. Het publiek is meer ingetogen en komt eigenlijk pas los op het moment dat de heren weggaan en weer terugkomen voor de encore. Net als de band trouwens, die de nummers van het debuut ingetogen speelt en daarna pas echt los gaan. Afgesloten wordt met Chim Chim Cher-ee:
Daarna drinken we er nog eentje bij de venue. De rest van ons gezelschap gaat nog een kroeg in op 20 minuten lopen, maar ik besluit er een punt achter te zetten en eens wat slaap in te halen (zo voelt het in ieder geval). Ik neem (enigszins gehaast, want er staat een taxi) afscheid van mijn gezelschap en ga heerlijk slapen. In Glasgow liepen we al grappen te maken over het feit dat Lady Blossom een bordeel zou zijn waar Lady Blossom de madam van dienst is en ik…. tsja…. Maar nu blijkt dat Lady Blossom’s Guesthouse ook daadwerkelijk red light district is:
De volgende dag ontmoet ik Mounira om 10 uur voor de B&B. We moeten allebei voor 10:00 uur uitchecken dus staan we hier met bagage, bepakt en bezakt, klaar om te gaan. Eerlijk gezegd ben ik er ook wel aan toe om naar huis te gaan. Alleen gaat onze vlucht pas om half 7. We doen daarom eerst wat boodschappen, drinken koffie en bezoeken Edinburgh Castle. Het is een prachtige dag in Edinburgh. De zon schijnt volop en het is weliswaar iets kouder dan eerdere dagen, het is genieten. Alleen jammer dat we vandaag de hele dag met die bagage moeten sjouwen. Wel ontmoeten we Emma en Steven voor een gezellige lunch in het centrum van Edinburgh. Zij hebben ook de laatste dag van hun korte vakantie (het voelt niet als een weekend maar als een echte vakantie).
Als we betalen en willen vertrekken kijken Steven en Emma elkaar aan: we kunnen nu terugrijden naar Glasgow en daar treuren dat de dag voorbij is… Maar we kunnen er ook nog iets moois van maken. Dus wordt onze bagage achterin de Honda gegooid en rijden we naar de kust. Burntisland is de bestemming, alwaar we een ontspannen, leuke dag beleven met zijn vieren. We hoeven niks (ja, vanavond een keer vliegen) en kunnen genieten van het mooie weer en de prachtige omgeving. Het is een wonderschoon einde en een veel mooiere dag dan waar ik op had gerekend. Dat zijn misschien nog wel de mooiste momenten van zulke reisjes… Dat je met mensen die je net hebt leren kennen een ontspannen, gezellige, leuke dag beleefd waaraan alles klopt. Vandaag is dus mooi.
De reis naar huis verloopt voorspoedig, al zit het vliegtuig wel bommetje vol. Rond half twaalf ben ik thuis en kijk ik met een voldaan gevoel terug op een leuke reis.
Kijk, mensen leuteren wel vaker dat internet en social media niet noodzakelijk een positieve invloed hebben om iemands sociaal leven. En dat snap ik best. Je bent helemaal niet zo betrokken bij een Facebook-statusupdate of tweet als bij een gebeurtenis in het echte leven. Maar zonder social media had ik de mensen die ik deze dagen heb ontmoet helemaal niet gekend en was ik er misschien straal langs gelopen. Terwijl nu de basis voor een nieuwe vriendschap is gelegd. Kortom: ik had een erg, erg leuke vakantie in Schotland. Mocht dat nog niet duidelijk zijn.
Nieuwe baan dus
Bijna zou ik willen schrijven dat ik weer een hectische week achter de rug heb. Maar eerlijk is eerlijk: de laatste tijd heb ik wel meer hectische weken achter de rug en die voelden veel hectischer. Alleen het begin van de week werkte stressverhogend en de dagen erna probeerde ik zo normaal mogelijk te leven. Terwijl er weinig normaals aan de week was. Dat kwam ook door maandag.
Na een heerlijk weekend in het noorden van het land, voerde de maandag me eerst langs het CBR, waar mijn Rijles Kronieken nog niet afgelopen bleken te zijn. Nee, maar we gaan snel nog een keer op. Want de rit was verder niet heel slecht, maar de manier waarop ik in de auto zat (druk, druk, snel, snel) was dat wel. Qua vaardigheden valt er echter weinig meer te leren.
Druk was het ook, want maandag 31 oktober zou zo maar een dag kunnen zijn waarop ik niet alleen een rijbewijs haalde, maar ook een nieuwe baan zou accepteren. Van dat eerste kwam het niet, maar ik besloot vervolgens wél om een nieuwe uitdaging aan te gaan. Een nieuw bedrijf (communicatiebureau), een nieuwe taak (producer / journalist) en een nieuwe omgeving (Ede). Ben ik er klaar voor? Geen idee. Ben je ooit ergens gegarandeerd klaar voor? Ik ben toe aan een nieuwe inspirerende omgeving met een enthousiast team en leuk werk (vooral online!) – niets ten nadele van mijn huidige/vorige werkgever en team (ik heb het er ook nu nog erg naar mijn zin). Ik ben alleen van mening dat je kansen waarvan je kunt leren moet grijpen. Dus dat doe ik nu. Ik weet al best veel over de dingen waarvoor ik ben aangenomen, maar nu kan ik me er helemaal in onderdompelen, schaamteloos en helemaal. Ik kan niet wachten om daar aan de slag te gaan, al neem ik met pijn in mijn hart afscheid van de leuke collega’s die ik achterlaat met een nieuwe collega die vast niet alleen het vak weer moet gaan leren, maar ook aanzienlijk minder Stefan zal zijn dan ikzelf. Ik hoop dat ze dat een nadeel vinden.
De rest van de week was ik combinatie van inspiratie en ontspanning, variërend van voetbal kijken tot social media bijeenkomsten en natuurlijk gewoon werken. Het voelt nog niet alsof ik wegga. Maar dat zit er nu echt aan te komen. Het wordt een mooie, drukke en leuke decembermaand!
Vraag ‘t Stefan (11)
Iedere dag komen er honderden vragen binnen via het vragenformulier. Dat is logisch, want Stefan heeft vrijwel overal een antwoord op. Heb je ook een vraag? Vraag ‘t Stefan!
| Stel Stefan een vraag | |
| Je naam: | Pim |
| Vraag: | hee, Stefan! Wanneer is je 1e rijexamen gepland? |
Beste Pim,
Mijn eerste rijexamen is gepland ergens halverwege september (vorige maand dus). Toen vond mijn rijleraar het tijd om me daadwerkelijk op de proef te stellen en me aan te melden voor een rijexamen bij het CBR. Hij heeft toen een secretaresse laten bellen (dat denk ik, ik vermoed niet dat hij me zelf heeft aangemeld) naar dat CBR.
Het duurt dan altijd nog een tijdje voor je echt ‘op’ moet. En dat is dan ook nog niet gebeurd.
Mocht je met je vraag bedoelen wanneer ik op moet, dan kan ik die vraag beantwoorden met het licht cryptische: het is dit jaar, niet komende week, maar niet in november of december.
Hopende u hiermee van een antwoord te hebben voorzien en met vriendelijke groet,
Ditisstefan
Ook een vraag? Vraag ‘t Stefan! Gebruik het vragenformulier op de site.
Leuk hoor
Ik denk het met enige regelmaat. Vanaf nu ga ik iedere dag bloggen. In theorie is er genoeg om over te schrijven. Het moet er alleen wel van komen. Als je al een hele dag hebt geschreven, heb ik heus nog wel zin om hier iets neer te schrijven. Maar als je moe bent, of bij vrienden, of iets aan het doen bent… Tsja, dan moet je de tijd en discipline nog vinden om ook daadwerkelijk de schrijver uit te gaan hangen en aan je bureau te gaan zitten. Zo zit je ineens met een gat van ruim tien dagen zonder blogposts. Het gekke is dat ik met name wanneer ik bij mijn ouders ben denk “zo, en nu gaan we eens een blogbericht typen”. Alsof ik dan pas denk dat ik eraan toe kom. Onzin natuurlijk.
Het heeft wel tot gevolg dat ik dik achter lig bij mijn blogreeksen. Het is inmiddels twee maanden na mijn zomervakantie en ook de serie over To Kill A King had al een heel eind klaar moeten zijn. Ik vind het nog steeds leuk, iedere keer als ik weer een bericht heb geschreven en gepubliceerd. Maar ik moet me af en toe wel dwingen om ertoe te gaan zitten – gewoon vanwege tijdgebrek. Je gaat niet ‘s avonds als je om 11 uur thuis komt nog “snel” even een blogje typen. Ik niet althans. Vroeger deed ik dat wel, denk ik. Maar nu ik al de hele dag schrijf en daar ook voldoening uithaal. Tsja, dan komt mijn blog dus af en toe stil te liggen. Maar ik denk er wel vaak over om te gaan schrijven. En af en toe komt het ervan. Dat u dat weet.
[Bodešče] 6: Ljubljana, Kamnik en Radovljica
Zondag 14 augustus 2011
Dus zondag blijkt een beetje een duffe dag in Ljubljana te zijn. De stad die ik me nog het beste kan herinneren uit de hoofdsteden-van-Europa-topografie-overhoringen in de auto onderweg naar familie uit mijn basisschooltijd, is heus niet helemaal uitgestorven op de dag des heren, maar deze volgens onze reisgids ‘bruisende ontmoetingsplaats voor Europese jongeren’ is wel in een zekere rust gehuld. Dat betekent dat de gezellige marktkraampjes vandaag leeg zijn en dat veel winkels en gebouwen zijn gesloten.
Toch is het niet ongezellig, er zijn wel degelijk toeristen en ook de rommelmarkt draait op deze zondag gewoon op volle toeren. Samen met Mischa en Knoert zoeken we leuke ansichtkaarten. Die zijn niet alleen van Sloveense steden, maar ook van omliggende landen (en zelfs Zweden). Eén bijzonder mooie ansichtkaart is van Kamnik, maar daar zijn we niet geweest. We besluiten dat we daar dan eventueel nog maar naartoe moeten rijden. Zover is het nu ook weer niet. We kopen de kaarten en lopen vervolgens door het centrum op weg naar het kasteel van Ljubljana (dat, als je het eenmaal een paar keer hebt opgeschreven, best eenvoudig te spellen is – Ljubljana dan, hoewel ‘het kasteel’ spellingtechnisch gezien ook geen uitdaging is voor mij).
Het kasteel ligt op een heuvel en dit vormt dan ook de eerste uitdaging voor onze geblesseerde reisgenoot. Erwan beschikt over uithoudingsvermogen (dat zal ook later deze vakantie nog blijken) en loopt de helling op, zonder veel klagen over kreunen. Erwan verhaalt nog van de dag dat hij hier als kind door zijn vader werd aangemoedigd naar boven te wandelen maar daar niet zo’n zin in had. Ik ben even vergeten of hij dat toen nu wel of niet heeft gedaan – maar ik gok van niet.
Hoe dan ook, op deze dag wandelt Erwan wel door Ljubljanski Grad, zoals het kasteel heet. Ik mag hier wel onthullen dat Patrizia ons heeft aangeraden niet te betalen voor een bezoek aan het kasteel. Het is namelijk niet zo heel erg de moeite waard, volgens haar. Ik beredeneer dat we al genoeg hebben gespendeerd aan Kasteel Mira Mare, dat ook niet het meest indrukwekkende kasteel ter wereld was (al was het ook niet onaardig) en ik laat me leiden door mijn eerste indruk en die is niet al te positief. Het kasteel is een mix van oude en nieuwe elementen, waarbij voor de nieuwe elementen vooral glas is gebruik. Deze moderne elementen geven het oude kasteel een nogal toeristisch karakter en beperken de sfeer tot een minimum. We wandelen een beetje over de binnenplaats en komen daar onder andere in aanraking met het initiatief ‘Lezen onder de bomen’ – waar je kan – inderdaad – lezen onder de bomen (er staat een kar met lectuur).
Wij besluiten niet te gaan lezen onder de bomen en zetten in plaats daarvan de afdaling in. Via een andere route dan hoe we naar boven zijn gekomen, belanden we weer in het stadscentrum. We lopen verder langs allerlei bezienswaardigheden waaronder het Bisschoppelijk Paleis en de drie bruggen waar Ljubljana om bekend staat. Hongerig belanden we op een gegeven moment op het terras van een goedkoop pension/restaurant, waar we pizza bestellen en worden aangevallen door wespen en mussenpoep. De pizza’s smaken prima, al krijgen Erwan en Pim de verkeerde pizza (namelijk een vegetarische).
De algemene opvatting blijkt dat we na deze lunch Ljubljana wel zo’n beetje gezien hebben en dus besluiten we naar Kamnik – de stad van de ansichtkaart te rijden. Wellicht kunnen we daar ook het avondeten nuttigen. Daar blijkt het nog wat vroeg voor, zeker in combinatie met de late lunch die we hebben gehad. Maar we klagen niet en wandelen door het mooie stadje Kamnik, waar net het entertainment voor de kleintjes is begonnen en de voorbereidingen voor een mooie feestavond worden begonnen. We spenderen eerst onze tijd op een van de hogere heuvels van de stad (we kunnen Erwans enkel niet vaak genoeg testen, immers) om van het uitzicht te genieten. En dat is best mooi, omdat het bergen combineert met de inwoners van het stadje die gewoon hun gang gaan. Eeuwigheid tegenover alledaagsheid, dus… Maar Knoert staat ook op deze foto:
Na deze onderbreking zijn we toe aan een goed glas drinken, maar de locatie blijkt een heikel punt. Hoewel we meerdere terrasjes tegenkomen, wil Mischa graag een terras met uitzicht op een markt, maar het mag niet te druk zijn. Dus lopen we heel Kamnik af en passeren we onvermijdelijk ook de stijgende weg naar het volgens onze reisgids ‘wat saaie museum.’ Een museum dat zelfs volgens het boekje saai is, dat moeten we zien! Dus lopen we naar boven, waar we niet de enige toeristen zijn, maar verder wel tot de ontdekking komen dat dit museum vandaag gesloten is. Toch hebben we wederom een aardig uitzicht over stad, moeten we concluderen.
We weten wederom via een andere weg af te dalen om uiteindelijk naast het busstation neer te strijken op het foutste terras wat we tot dan toe zijn tegengekomen: metalen tafels, grote prullenbakken van ijsmerken… Kortom: het soort terras wat je in Nederland en Duitsland bij een zwembad zou aantreffen. Het is hier dat onze dorst het wint van ons uithoudingsvermogen en dus bestel ik hier vier cola en een aardbeiensap bij de enige medewerkster die de tent op deze zondag draaiende moet houden. We zitten nog maar net of er stopt een bus vol Limburgse bejaarden en families. De naam van de busmaatschappij zal ik hier verder niet noemen, maar het reisgenootschap leek me dusdanig enerverend dat ik oprecht medelijden kreeg met de tieners uit het gezin dat als laatste de bus verliet.
We besluiten op dit terras dat we beter in de buurt van Bled iets te eten kunnen halen of nog beter – uit kunnen gaan eten aangezien het de volgende dag Maria Hemelvaart is en alle winkels dan gesloten zijn en we nog maar voor één dag eten hebben. Zelf eten is er niet bij. En nu hebben we nog geen honger.
Ik koop twee flesjes water voor onderweg – onze watervoorraad voor die dag was al een tijdje op – en terwijl het meisje van de bar alle andere flesjes ook uit haar koelkast laat donderen omdat ze tegelijk aan het bellen is met een vriendin lach ik in mijn vuistje. Klant is Koning, beste dame.
We rijden naar de bergtop in de buurt, waar we een dam willen bouwen – maar die blijkt er al te zijn. Erwan tart het lot en zijn enkel door bovenop een grote rots te klimmen en terwijl ik een panoramafoto van de omgeving probeer te maken word ik meewarig aangekeken door twee ezels in een weiland.
Na deze korte stop rijden we terug naar onze streek, om precies te zijn naar Radovljica. De duisternis heeft dan inmiddels zijn intrede gedaan en we hopen dat er nog een plek is om gezellig te dineren. Na eerst wat matige straatjes te hebben doorgelopen, komen we uiteindelijk aan in een gezellig straatje in het centrum waar zowaar restaurants zijn die er op hun beurt ook gezellig uitzien. Er is ook nog een soort markt gaande, met onder andere oude schoolboeken – maar die trekt onze aandacht minder dan de lekkere etensgeuren. Inmiddels heeft de honger ingezet.
De ober – ik neem voor het gemak even aan dat het ook de eigenaar betreft (zo loopt hij wel rond door zijn restaurant, in ieder geval – blijkt een innemende, forse man die de wereld wel heeft gezien. We zijn nog niet gaan zitten of hij heeft de eerste grappen al gemaakt. Na brood met lekkere olijfolie te hebben gegeten geven we onze bestellingen door. Hij vraagt meteen of we daar mayonnaise bij willen. Op onze vraag of hij dus veel Nederlanders op bezoek krijgt – niet ieder Sloveens restaurant zal mayonnaise hebben – antwoordt hij dat hij enkele jaren in Amsterdam heeft gewerkt en gewoond. Hij spreekt weliswaar geen vloeiend Nederlands, maar hij zou onze gesprekken wel kunnen volgen. Roddelen over de beste man kan vanavond dus niet.
Ondertussen kijken we uit op de heuvelrijke omgeving. Het uitzicht is prachtig – zelfs al is het donker. Als het eten komt, blijkt dit bovendien erg goed te smaken. Ruime porties, rijk gedecoreerd met zowel groente als vlees. De borden zijn aardig opgemaakt. Voor het geld dat we vanavond neertellen hoeven we niet te klagen. Dat doe ik dan ook niet. Het eten is zonder twijfel beter dan ik had gehoopt en het restaurant vormt dan ook een mooie laatste stop van de dag.
Als we later op de avond thuis komen, wordt er vuurwerk in de verte afgestoken. Vandaag is een mooie dag geweest.
Maandag 15 augustus 2011
Zoals u allemaal weet, is het op 15 augustus Maria Hemelvaart. Dat wordt relatief groots gevierd in Slovenië, in die zin dat het druk is op de wegen en dat alle winkels en openbare instellingen gesloten zijn. Ik ben wel toe aan een echte rustdag en Erwans enkel is dat ook, dus doen we het vandaag rustig aan en blijven we in de buurt van onze verblijfplaats. ‘s Avonds koken we ‘echte’ pasta – dat wil zeggen pasta met saus en doen we spelletjes. We nemen ons voor de volgende dag – ondanks Erwans enkel – eindelijk een wandeling naar een top van een berg te gaan maken. Waarover de volgende keer meer.









