To Kill A King – Crooked Saint (1)

Het integraal plaatsen van (muziek-)video’s probeer ik tot een minimum te beperken. Ik probeer in blogs altijd iets persoonlijks te leggen en muziekvideo’s en dat lukt maar tot op zekere hoogte als je ook een muziekvideo laat zien. De aandacht ligt dan ofwel (1) bij de muziekvideo ofwel (2) bij de boodschap die ik zelf opschrijf. Aangezien het meestal om de combinatie van de twee elementen gaat, beperk ik het aantal berichten met alleen / vooral een muziekvideo tot een minimum. Dus áls het dan een keer gebeurt… Hopelijk voelt u dan de noodzaak om zowel het berichtje goed te lezen als de video te bekijken.

To Kill A King – Bloody Shirt

De Engelse band To Kill A King komt vaker langs op ditisstefan.nl. Ooit komt er een debuutalbum voor de band die folk en singer/songwriter combineert met samenzang, rock en soms zelfs blazers. In 2008 zag ik ze in hun vorige incarnatie live in het voorprogramma van mijn favoriete band, inmiddels krijgt de band een schare volgers en komt er volgende maand een EP uit – getitled Crooked Saint.

Bij alle nummers op de EP worden video’s gemaakt die met elkaar te maken hebben – zijdelings of juist direct. Denk aan The Wire, dus een locatie waar meerdere verhaallijnen door elkaar lopen. In het volgende postje dat ik aan de EP zal wijden zal ik het verbluffend mooie tweede nummer bespreken (met eveneens indrukwekkende video), maar nu beperk ik me tot het eerste nummer op de EP.

1. Bloody Shirt
2. We Used to Protest/Gamble
3. Family
4. Wrecking Crew

Bloody Shirt

Bloody Shirt is een intrigerend nummer dat de EP (en vierdelige filmserie) mag openen. Het nummer kaart meteen een – ogenschijnlijk – centraal thema op de EP aan: dat je omgeving niet altijd goed voor je hoeft te zijn. Get out, get going, this town is only gonna get worse, zingt Ralph in het refrein. De Crooked Saint uit de EP-titel heeft het niet slecht met je voor, maar is ook geen reddende engel te zijn. Als na tweeënhalve minuut de muziek verstild en alleen zachtjes de “ooh” op de achtergrond te horen is, krijg je praktisch kippenvel. Daarna zwelt het nummer nog één keer aan om de boodschap over te brengen.

Het nummer combineert wat ik mooi vind aan de nummers van deze band. De muziek zit vol sterke melodieën, maar het is niet te mooi voor de tijdsgeest. Wat mij betreft klinkt de muziek wel degelijk als muziek van nu. To Kill A King maakt de muziek niet mooier dan die is, maar maakt er door samenzang en een mooie drumpartij wel een aantrekkelijk nummer van.

Geïnteresseerden in de EP kunnen hier klikken.

Een weekendje Groningen

Door internetproblemen en drukte verschijnt dit verslag iets later dan verwacht online…

Groningen is een rare stad. Hoewel het geen lelijke stad is, staat het niet in mijn boekje als ‘stad vol schoonheid’. Qua sfeer worden duistere stukken afgewisseld voor mooi verlichte pleinen en monumenten. De sfeer is niet noodzakelijk optimaal – zeker niet als het regent en koud is – maar toch, als je je met de juiste mensen omringt is het altijd gezellig. Misschien wel omdat mensen zo naar elkaar toetrekken omdat er verder niet veel in de buurt van Groningen is, behalve kleinere stadjes en dorpen.

De reden waarom ik dit weekend in Groningen was omdat ik eindelijk weer eens tijd had om Mischa daar te bezoeken. De aanleiding voor juist dit weekend was 1) omdat ik dit weekend kon en 2) omdat Mischa op de zaterdagavond een set zou spelen als voorprogramma van Harry Bird & The Rubber Wellies. Kortom, naar mijn verwachting zou het een weekend vol muziek en gezelligheid zijn. En dat werd het.

Het weekend begon voor mij wat halfjes, door een enorm drukke week op het werk zat ik met een zweem van hoofdpijn en maagkramp op vrijdagavond in de trein. De hoofdpijn zou al gauw weer verdwijnen, de kramp in de maag zou tegen het einde van de vrijdagavond een hoogtepunt bereiken en nooit helemaal verdwijnen, maar daar liet ik me niet door tegenhouden om toch een leuk weekend te hebben.

Het weerzien met Mischa was uiteraard heuglijk. Na even bijkletsen beginnen aan we punt één van de agenda: het kijken van de Sloveense topper Gremo mi po svoje. Sinds de vakantie in Slovenië hebben we naar dit moment uitgekeken en als we eerlijk zijn valt de film een beetje tegen. Vooral op het gebied van het plot valt er het een en ander te verbeteren aan de niet onaardige film. Het voornaamste probleem is dat het niet helemaal duidelijk is wat nu de hoofdlijn van het verhaal moet voorstellen. De scouting is op kamp en sommige kinderen hebben problemen, andere niet, de leider vindt dat hij streng moet zijn, maar flirt wel wat af met de kokkin / hulp. Vervolgens komt er een meisjeskamp bij het scoutingkamp, wat uiteraard de pubers wakker schudt, maar in plaats van dat ze echt actie ondernemen, trekken ze de bergen in. Als ze uiteindelijk terugkomen is er een kampvuur en bloeit er liefde en vergeving, maar dat is pas nadat karakters die in eerste instantie belangrijk lijken naar de achtergrond zijn verdwenen en dan weer ineens toch centraal staan.

Tel daarbij op dat de vaart nogal uit het verhaal wordt gehaald door scènes waarvan de relevantie ter discussie kan worden gesteld (en diverse droompassages) en Gremo Mi Po Voje is een lichte teleurstelling, waarvan alle leuke momenten in de clip te zien zijn. Aardig, maar niet meer dan dat.

De volgende dag bood meer vertier. In eerste instantie zijn we erg lui, luisteren we muziek en kijken we een stuk van Leningrad Cowboys Go America en Russische politieachtervolgingen op YouTube. ‘s Middags besluiten we boodschappen te doen voor de lunch en het avondeten en een rondje door de stad te lopen. Ik heb nog nooit de toeristische route gelopen in Groningen en vandaag heb ik gelukkig een geïnspireerde gids die er het fijne van weet: “Dit is ook een oud gebouw.”

Na een bezoek aan een leuke platenzaak keren we huiswaarts, aangezien Patrick en Harry langskomen. Patrick is de jongen met wie Mischa vanavond optreedt en die samen met Harry Bird ook het hoofdprogramma verzorgt als onderdeel van Harry Bird and the Rubber Wellies. Ze zijn echter aan de late kant – blijkt als we thuis zijn en dus hebben we tijd over om de protestantse Nieuwe Kerk van Groningen te bekijken. Daar staan twee gidsen die ons allebei zoveel mogelijk verschillende informatie (“Dat heb IK al gezegd!”) proberen mee te geven over het ontstaan van de kerk, de typische eigenschappen van de kerk en de restauraties door de eeuwen heen.

Tegen half zes, zes uur zijn de heren muzikanten er eindelijk om Mischa’s spullen op te halen. We bezoeken nog even de Harry Potter Party die elders in Mischa’s huis gaande is (Harry is erg onder de indruk als Harry Potter-fan en -naamgenoot en ook ik vind de gedetailleerdheid van het decor erg indrukwekkend).

Maar de tijd is inmiddels zo krap, dat we onze geplande pastakooksessie moeten laten schieten en meteen naar de kroeg gaan. Harry en Mischa (die de weg door de eenrichtingsstraatjes het beste kent) gaan met de auto, Patrick en ik gaan te voet (want de auto zit vol met gitaren en andersoortige instrumenten en apparaten).

In ‘The Corner Pub’ laden we alles uit – het regent inmiddels vrij hard – en begint Patrick met het opbouwen, terwijl ik met het barmeisje klets over de aankomende avond (ze verzekert me dat ze ook op “joehoe!” reageert). Mischa en Harry zijn ondertussen de auto (gratis) parkeren, wat ook weer lang op zich laat wachten. Inmiddels knort mijn maag (en die van de rest ook) dus als de heren terug zijn gaan Mischa, Patrick en ik eten halen, terwijl Harry verder gaat met de soundcheck en opbouw.

Bij terugkomst in het café gaat de combinatie van Nederlandse en Aziatische fastfood er bijzonder goed in. Iets met honger en rauwe bonen, al zijn de rauwe bonen in dit geval gewoon gaar en geen bonen.

Tegen half 10 begint het langzaam druk te worden. Het publiek bestaat vooral uit vrienden en kennissen van Mischa en Patrick, al komen er ook wat stamgasten langs en een paar toevallige voorbijgangers. Het is niet bijzonder druk, maar verder wel erg gezellig als Mischa en Patrick de instrumenten ter hand nemen en openen met een klassiekertje van Chet Baker. Daarna spelen Mischa en Patrick zowel eigen werk als werk van Rowwen Heze, Wilco, I Am Kloot en… Lady Gaga, maar het zijn Mischa’s eigen nummers die wat mij betreft het leukste zijn.

Na Mischa en Patrick is het de beurt aan Harry en Patrick. Zodra Harry Bird & The Rubber Wellies beginnen te spelen is het duidelijk: dit wordt vermakelijk. Zonder iets aan schoonheid te verliezen, spelen de heren vaak humoristische nummers over de kleine dingen des levens – vaak als metafoor voor diepere zaken, maar dat zullen ze vast nooit toegeven. Zo gaat Link for My Chain vast niet alleen over de missende schakel van zijn fietsketting, maar het mooie van de nummer is dat het ten dele wel over gaat, inclusief de plaatsnamen waar Harry uiteindelijk doorheen zal fietsen.

Ook de Pirate Song gaat niet alleen over piraten, maar ook over muziek downloaden – wat hij zelf ook veelvuldig zegt te doen. Tijdens Ban The Bomb wordt om publieksparticipatie gevraagd en hoewel die maar ten dele komt, lijkt toch het grootste deel van het publiek zich te vermaken. Ik heb wel het idee dat het grootste deel van het publiek voor het voorprogramma is gekomen, maar het grootste deel blijft netjes de hele avond.

Na afloop drinken we een pilsje op de geslaagde avond. Hoewel The Corner Pub geen slechte bierkaart heeft, blijkt de standaardpils uit Frankrijk te komen. Ik wist niet eens dat Kronenbourg 1664 nog in Nederland verkocht mocht worden. Daarna smaakt een Bittburger bijzonder lekker. Maar goed, voordat de avond om is zijn er slechte openingszinnen de revue gepasseerd, slechte grappen gemaakt én wordt er een brief geschreven aan de kroegbaas van het café waar Harry Bird de vorige keer in Groningen heeft opgetreden. Hem lijkt het bovendien een goed idee als wij – het overgebleven zestal – even allemaal een mop in het Nederlands opschrijven. Eén van ons probeert zich er vanaf te maken door in het Nederlands te schrijven dat ze geen zin heeft om een mop op te schrijven, maar uiteindelijk wekt haar relatief lange ‘mop’ toch wantrouwen bij Harry en Patrick (die zelf ook vrijwel geen Nederlands kan). Ik schrijf een klassieker op, hoe een koe een haas vangt).

Het is laat, maar droog als we huiswaarts keren. Het was in alle opzichten een uiterst geslaagde avond met zowel leuke muziek als gezellige mensen. Als we weer bij Mischa zijn val ik als een blok in slaap.

De volgende ochtend moet er opgeruimd worden, maar gelukkig niet door ons. Wij kunnen gewoon tot 11 uur in ons nest blijven liggen (Harry en Patrick zouden rond elf uur de spullen ophalen bij de kroeg en naar ons brengen met de auto). We staan voor de zekerheid toch maar wat eerder op, maar uiteindelijk is het ver na twaalven als de deurbel gaat en Harry en Patrick verrassend fris en monter (ondanks het gebrek aan warm water bij Patrick thuis) voor onze deur staan. Patrick probeert Mischa’s racefiets uit (only need one more link for my chain).

Dan heb ik mijn tas al ingepakt en ben ik bijna klaar om te gaan. Om kwart over één vertrekt mijn trein en ga ik huiswaarts – met als soundtrack het verslag van de wedstrijd PSV – Ajax. Het is een geluk bij een ongeluk dat de extra speeltijd minstens een kwartier is – mijn treinreis duurt vanwege alle omleidingen en werkzaamheden ruim een uur langer dan gepland. Een mooie gelegenheid om in mijn boek te lezen. Via Utrecht kom ik moe maar voldaan thuis. Zo mogen meer weekenden zijn.

[De Rijles Kronieken] Les 35 t/m 38: Je plaats kennen

Zeg, Stefan, hoe is het eigenlijk met je rijlessen? We hebben immers al een tijd geen nieuwe Rijles Kronieken kunnen lezen? 

Nee, dat krijg je als je prioriteit wil geven aan je vakantieverslag en het heel druk hebt en dan maar niets schrijft… Maar dat betekent niet dat er niet meer wordt gereden. Sinds begin september rijd ik weer één keer per week over de Nijmeegse wegen (en die om de stad heen).

Na een periode van relatieve onzekerheid en spanning voorafgaand aan de tussentijdse toets, zit ik sinds de vakantie relatief rustig in de auto. De eerste les was even wennen, maar na een kilometer of twee, drie voelde de auto verrassend vertrouwd aan. Mijn rijleraar meldt dat hij het niveau er begint te komen, zo sinds de toets en gooit al voorzichtig een balletje op over het mogelijk aanvragen van het examen. Ook in les 36 en 37 wordt dit gesprek gevoerd en voorafgaand aan les 38 is de datum en tijd gereserveerd. Eind oktober is het zover en mag ik voor het eerst proberen te slagen.

Ik ben zelf stiekem van mening dat ik mezelf én de wereld verbaas als ik in één keer slaag. Niet dat ik daar niet voor open sta, maar ik zou me zelf niet enorm teleur stellen als ik het niet in één keer haal. Ik ga uiteraard wel alles geven op de bewuste dag en tot die tijd probeer ik zo goed mogelijk aan het “autogevoel” te wennen. Ik merkte de afgelopen twee lessen dat ik redelijk comfortabel in de auto zit, alleen de autosnelweg voelt af en toe nog als “DIT IS DE AUTOSNELWEG DIT IS DE AUTOSNELWEG EN HET GAAT HEEL HARD OF HET VOELT IN IEDER GEVAL HEEL HARD MET DIE ZIJWAARTSE WIND”, maar verder gaat ‘t niet verkeerd.

De verbeterpunten zijn hetzelfde. Het gaat om plaats op de weg, bochten niet te ruim of te krap nemen (vooral niet te ruim) en diverse andere schoonheidsfoutjes. Ik gebruik de lessen voor mezelf om aan deze punten te werken en me beter voor te bereiden op situaties. Ik probeer situaties beter in te schatten en voorafgaand de rijles al te weten hoe ik op iets moet reageren. Bij andere mensen in de auto kijk ik gretig mee en ik probeer uiteindelijk gewoon ontspannen doch oplettend te rijden. Dat is waar ik uiteindelijk naartoe wil.

Als ik mijn rijbewijs eenmaal heb, dan wil ik, puur omdat het kan, een road trip maken. Volgende zomer pas, waarschijnlijk, maar ik wil gewoon een keer een lange, ontspannen autoreis maken. Kilometers rijden door de wereld.

Maar zover is het nog lang niet. Eerst nog ruim een maand rijden onder begeleiding en dan doen we een gooi naar het rijbewijs. Ik zou het helemaal niet erg vinden om het dan meteen af te ronden en met bewijs op zak door het leven te gaan. Vooral omdat het dan zoveel vrijheid biedt. Maar er valt nog steeds veel te leren, daar ben ik me bewust van. We zijn nog niet klaar, maar wel op de goede weg.

 

[Bodešče] 5: Cultuur snuiven kan ook binnen

Zaterdag 13 augustus 2011

De tweede volle dag in Bodešče wordt in relatieve rust doorgebracht.  Ik ben ook op vakantie om uit te rusten en Erwans blessure blijkt dusdanig pijnlijk dat een lange wandeltocht te hoog gegrepen is. Tellen we één en één bij elkaar op, dan resulteert dat dus in een rustige dag.

Ik probeer een paar bladzijdes in A Visit From The Goon Squad van Jennifer Egan te lezen. Daar was ik nog niet zo veel aan toegekomen (en ik zou er ook niet zoveel meer aan toekomen), maar vandaag dus heel even wel. Ik heb ook nog Great Expectations bij me, maar daar zou ik niet eens in beginnen. Dit is duidelijk geen leesvakantie. Vandaag gaan we proberen te picknicken.

We rijden naar een wonderschoon meer omringd door bergen. De harde kern van Pimfandischasjo stapt vast uit terwijl Kürt en Mischa de auto parkeren. We zijn namelijk niet de enigen die het meer mooi vinden. Er zijn hier relatief veel toeristen – al gaat het wat ver om te zeggen dat het zwart van de mensen ziet. Erwan strompelt naar een plek op het gras, later lopen we nog iets verder naar een beschutte plek. Onderweg hebben we boodschappen gedaan. De lunch smaakt goed.

Het is niet de zonnigste dag van de vakantie – als de zon achter de wolken is – is het meer zelfs behoorlijk fris (maar niet het koudste water puntje puntje puntje – waarover later meer). Aangezien sommige van ons hun voeten al hebben opengehaald aan de Adriatische kust, worden de rotsen niet met open armen onthaald, maar Mischa kan de duik niet weerstaan als de wespen tijdens het lunchen op zijn lip gaan zitten en zelfs zijn neusgat in willen kruipen. Dan is het water ineens minder koud.

Als de lucht begint te betrekken, lopen Mischa en ik terug naar de auto en halen we vervolgens Erwan en de rest op. We rijden terug en doen wederom boodschappen. We scoren Cornetto-ijsjes en regelen het avondeten. De suggestie van Sjoerd is Jacked Potatoes. Dat was geen slecht idee. Het duurt alleen even voordat ze klaar zijn, dus zappen we alle kanalen van de televisie af.

Misschien is het wel de schuld van de televisie. We hebben de beschikking over twee televisies, één in iedere slaapkamer. Bij de grootste tv staat een relaxte blauwe stoel die je na achter kunt klappen. De stoel is één van mijn favoriete plekken van deze vakantie. Na een uitputtende wandeling is het heerlijk om languit in de stoel te gaan zitten en gewoon eens hersenloos langs alle zenders te zappen.

Populair zijn de afleveringen van The Crocodile Hunter deze vakantie, dagelijks op de Sloveense Animal Planet - die, zeker vergeleken met de huidige productiestandaarden op Discovery – nogal gedateerd aandoen. Daardoor zijn ze echter niet minder vermakelijk.

Slovenië beschikt ook over een eigen MTV. Deze zender is net als de Nederlandse variant volgepropt met tv-series van Amerikaanse bodem, maar zo af en toe wordt er tijd ingeruimd voor muziek. De muziekcollectie is vrij eclectisch van aard. Soms worden zomaar drie gedateerde nummers van The Strokes gespeeld, waarna Moves Like Jagger en Inna’s Club Rocker ineens langskomen. En Linkin Parks cover van Someone like you van Adele, die staat nogal op high rotation.

MTV.si heeft bovendien de vervelende gewoonte om voor én na ieder reclameblok (dus om de drie liedjes / 15 minuten) eerst één van de vijf verschillende programmatrailers te laten zien en vervolgens tot drie keer toe verschillende MTV-idents in beeld te brengen. Dat is ongeveer hetzelfde als “U KIJKT NAAR MTV! EN… U KIJKT NAAR MTV… EN…. U KIJKT NAAR MTV!!!!!!!!!111!!!1″ En dat is uiteraard los van het MTV-logo dat tijdens de programma’s al in beeld komt.

Het is ook niet MTV die de boeiendste clips uitzendt, als we eerlijk zijn (hoewel Club Rocker van Inna gewoon een ijzersterke clip heeft). Er zijn andere zenders die dagelijks zo rond de klok van zes uur overschakelen op muziekclips, maar dan van Sloveense bodem (en omgeving). Daar zaten veel Lady Gaga-imitaties tussen en een hoop freaky volksmuziek, maar een aantal juweeltjes springen eruit.

Allereerst daar de Sloveense kruising van Ali B en Weird Al Yankovic. Onder de veelzeggende naam 6pack čukur (ja, echt, 2pac…) rapt deze rapper over wat vermoedelijk een wilde stapavond is (ik interpreteer “sluk sluk alcohola” hier als “slok slok alcohol”) in zijn hippe retro Opel. De intro duurt ruim een minuut, maar daarna beginnen de sick beats en briljante rhymz van 6pack. Let ook op de Nederlandse vlag op zijn shirt (geen idee van welke club trouwens, ik neem aan Amerikaans?) en de referenties naar Heineken in de tekst van het nummer.

Daarnaast komt de Sloveense kinderster (denk ik) Nika Manevski, met de soundtrack van de film Gremo mi po svoje (vrij vertaald door Google Translate met ‘Ik ga mijn eigen weg’) regelmatig langs. Haar nummer heet Vsak po svoje wat ik zou vertalen met ‘Ieder voor zich’ (na de vertaling ‘Ieder zijn eigen’ van Google Translate te hebben uitgelachen).

De clip is niet alleen universeel hilarisch, de film lijkt me ook nog eens best leuk. Als het een Nederlandse film zou zijn geweest zou die niet boeiend zijn (want een clichématige zomerkampfilm), maar dit is een Sloveense film en dus een must-see. De kampbegeleider – die ook in de clip een hoofdrol als comic relief heeft – is hilarisch. Dat de clip bovendien een vrij waarheidsgetrouwe indruk geeft van de schoonheid van de Sloveense natuur, is voor dit verslag alleen maar mooi meegenomen.

De avond wordt weer vol spelletjes en goede gesprekken doorgebracht. Bovendien gaan we discussie over Erwans blessure aan. Kunnen we wel of niet gaan wandelen? Uiteindelijk besluiten we om de volgende dag Ljubljana te bezoeken. Dan hoeft Erwan niet zo’n uitdagend terrein te bewandelen en zien we wel weer een deel van Slovenië dat we wilden bezoeken. Erwan is bovendien optimistisch dat zijn enkel er wel weer bovenop komt, zodat we maandag weer echt kunnen gaan wandelen. Waarover later meer.

Bovenstaande foto werd gemaakt door Mischa.

[Bodešče] 4: Wespen aan de wandel

Vrijdag 12 augustus 2011

Er is niets beter dan na een goede danwel redelijke nachtrust dan een lekkere douche en een net zo lekker ontbijt op ons balkon. Ten minste, dat zou je zeggen.

Eerst de douche.

De douche is aan de krappe kant, waardoor je continu het gevoel bekruipt dat het gordijn tegen je kont aan plakt. Wat ook het geval is. De vraag ‘heb ik nu een dikke kont of is de douche gewoon klein?’ moet door ons aller hoofden zijn gegaan. Beide onderdelen zijn ook vast met ‘ja’ beantwoord. Dat de douche klein is, wordt goedgemaakt door de waterdruk en de douchekop. De kracht van de straal benadert namelijk die van een hogedrukspuit. Dat had ik dan weer niet verwacht. Onhandig aan de kracht van de straal is dat de kans op een natte badkamervloer groter is.

Het ontbijt.

Tsja, daar heb je dan lekker brood gekocht, heerlijk beleg – zowel zoet als hartig. Het weer is prima, dus wagen we een poging om te ontbijten. Maar we zitten nog geen minuut buiten of de wespen vallen aan. Massaal. Nu ben ik niet zo van de wespen en ik besloot al vrij snel naar binnen te verkassen. Niet lang daarna werd het ook de rest te gortig. De wespen zijn hier en masse aanwezig. Niet echt mijn idee van genieten in de buitenlucht. Binnen wordt het ontbijt voortgezet. Alle andere ontbijtsessies zullen ook binnen plaatsvinden. Jammer eigenlijk.

Dat betekent echter niet dat we de hele dag binnen blijven zitten. Vandaag gaan we de omgeving verkennen. We lopen de route langs twee riviertjes waarvan de avond ervoor al een klein stukje hadden gezien. 12,5 kilometer – maar door wat omlopen komen we uiteindelijk rond de 15 uit – in een heuvelachtig, maar niet al te veeleisend parcour. Ik was een beetje bang dat ik uitgeput zou raken, maar het is vooral het warme weer dat lastig lopen blijkt, niet zo zeer de wegen die omhoog en omlaag gaan. Bij het eerste riviertje is het tijd voor een groepsfoto in de serie Pimfandischasjo op bruggen:

We lopen door pittoreske dorpjes zonder veel commerciële activiteiten en passeren talloze altaartjes en kruispunten. Na enkele uren wandelen komen we in Ribno aan, waar we – zo hebben we al gezien – een zeer bijzonder restaurantje is (en een Honda-dealer): Taberna pri Stefanu.

Gezelligheid kent geen tijd, maar de ‘taverna’ blijkt niet tijdens de lunch geopend. Dus lopen we door waar we een ijsje kopen in een winkel. We hadden duidelijk sjans (het meisje bij de kassa was verbaasd dat we géén bier kwamen kopen) en het ijsje was lekker – zeker na enkele uren wandelen.

Maar stilstaan is achteruitgang, dus vervolgen we onze route (in de richting van de touringcar op de foto) naar Bled. Daar aangekomen – onderweg worden enkele vlinders gefotografeerd – vinden we wat beschutting tussen de huizen (een welkome afwisseling na het boerenlandschap waarin we na de tavernapauze door hebben gelopen) en kopen we lunch. We eten bij het meer van Bled, waarna we teruglopen naar ons huis.

Althans, dat dacht ik even.

Er blijkt namelijk nog een afbuiging in de route te zitten die naar het andere riviertje gaat (de Sava) dat we nog helemaal niet hebben gezien. De weg naar het riviertje is prima te doen, maar vervolgens worden we nog een dikke heuvel op gestuurd die bijzonder matig bovenop de 13 kilometer komt die we er toen al op hadden zitten. Dat had wat mij betreft niet meer gehoeven, maar toch ben ik niet helemaal dood als ik boven aankom. Ik loop zelfs niet achteraan:

Als je maar doorloopt, is best veel te overleven. En de omgeving is mooi, dat maakt veel goed.

Als we weer bij ons huis uitkomen, ben ik wel even toe aan pauze. Dus pak ik mijn boek om te lezen, terwijl de andere jongens gaan voetballen. Helaas niet zonder blessures. Erwan verstapt zich bij een vast flitsende acties (de exacte details kan hij u zelf vertellen in de reacties), wat een omgezwikte enkel tot gevolg heeft. De rest van de vakantie zal hij hier last van hebben, maar dat weten we op dat moment nog niet.

Die avond bakken we Hollandse pannenkoeken. Na een wat twijfelachtig recept te hebben geraadpleegd voor de exacte verhoudingen van de ingrediënten (Koopmans Pannenkoekenmix is blijkbaar geen exportproduct), komt het beslag er uiteindelijk best aardig uit te zien. En de pannenkoeken zelf ook. Genieten!

De avond brengen we door met spelletjes als Klaverjassen (gewonnen), Klootzakken (heel vaak gewonnen) en Shithead (niet gewonnen). Ook ontdekken we Sloveense televisie. Met name de Sloveense MTV en haar concurrenten kunnen mij bekoren (daarover morgen mééér).

De foto’s in dit bericht zijn gemaakt door Pim. Mischa en Sjoerd hebben ook foto’s gemaakt, die wellicht in volgende edities nog de revue zullen passeren. 

[Bodešče] 3: Slovenië voor beginners

Donderdag 11 augustus 2011

Het is vroeg wakker worden vanmorgen, al redden we de ingeplande tijd van half acht niet allemaal even optimaal. De koffie lokt me naar de keuken. Koekjes zijn er ook weer. Gisteren hadden we een semi-Italiaans ontbijt, maar vandaag gaan we full-on Italiaans, qua hoeveelheid. Dit komt vooral het tijdgebrek. We willen niemand voor de voeten lopen en proberen zo goed en zo kwaad als het gaat aan tassen in te pakken, spullen te verzamelen en zoveel mogelijk koekjes naar binnen te proppen. Op een lege maag rijden is immers ook niet alles.

We nemen afscheid van Patty, haar vriend en Stefano en rijden naar het hostel. Dit keer zijn we ruim op tijd en zijn Erwan en Knoert te laat. De omgekeerde situatie van de vorige ochtend. Weten zij ook hoe dat voelt. Twee minuten achter op schema (ik zei niet dat ze VEEL te laat waren) rijden we gevijven door Triëst. We rijden langs het mooiste plein van de stad, wat er bij daglicht dus mooier uitziet.

We gassen door richting de Sloveense grens. We blijven ons verbazen over de verkeersborddichtheid van de Italiaanse wegen. Less is more, zegt men wel eens en volgens mij kijken de Italianen niet eens op die borden. Voor ons zijn ze vooral verwarrend. We stoppen onderweg bij een tankstation om een vignet voor de Sloveense wegen te kopen. Met een roze sticker op de vooruit rijden we door.

Wanneer we de Sloveense grens passeren is de overgang groot. Het aantal borden is tot normale verhoudingen teruggebracht en mensen lijken ook normaler te zijn gaan rijden. Win-winsituatie dus. Met minder gevaar op de weg, lijkt het verstandig om een cd in de speler te doen. Mischa heeft een mix-cd gemaakt (Bleed, bled, Bled), maar we beginnen vandaag met één van de drie cd’s die ik in mijn tas heb gestopt (Fountains of Bled).

Omdat niet iedereen de depri klanken van mijn dagelijkse smaak kan waarderen, heb ik mijn cd gebaseerd op het meer toegankelijke palet van mijn muzieksmaak. Fountains of Wayne hebben recent een nieuwe cd uitgebracht en ik heb de leukere liedjes van die cd geplukt. Die heb ik aangevuld met werk van onder andere Portugal The Man, Jens Lekman, KT Tunstall, Bon Iver, Beirut en To Kill a King. Achteraf gezien moet ik concluderen dat acht liedjes Fountains of Wayne misschien wat veel was, maar over het geheel genomen ben ik niet ontevreden over de mix dit jaar. De gevatte teksten van de Fountains doen het goed en ook Jens Lekman heeft zich op zijn nieuwe nummer An Argument With Myself laten gaan (The lonely light from the town hall clock tower / Chime of the bells striking 1, 2, 3 /and it took shape in the form of an image in the form of a living memory). Gekke Jens. Het liedje is HIER gratis te luisteren.

Enfin, het duurt niet lang voordat we aankomen bij de eerste bestemming van vandaag: Piran. De overgang van het drukke Triëst naar dit kuststadje net over de Sloveense grens is groot. Hier parkeert niemand in het centrum: dat is vrijwel geheel autovrij. Nee, in plaats daarvan een zeven verdiepingen tellende parkeergarage en een bus naar het centrum. Wij zijn geen watjes en lopen naar het stadje. Dat blijkt prima te gaan via de boulevard en wat steegjes.

Piran is geen wereldstad. Er wonen krap 17.000 mensen en het stadje heeft meer weg van een filmset dan een moderne stad. Krappe steegjes waar je met de scooter door kan rijden, maar we zien nauwelijks mensen rijden. Gezellige pleintjes met kraampjes en kerken en kleine huisjes met schilderingen en doorkijkjes. Een verademing. Bekijk op de Wikipedia-pagina een panorama van de kustlijn.

Misschien denkt u: ‘Piran, Piran, waar ken ik dat toch van?’ Nou, het stadje heeft een rijke historie en is regelmatig in Italiaanse, danwel Veneziaanse handen geweest. Toen het onderdeel was van de Republiek van Venetië werd de Italiaanse violist en barok-componist Giuseppe Tartini er geboren. Naar deze man werd het Tartiniplein vernoemd en een groot standbeeld siert het toch al fraaie plein verder op.

Wij wandelen van dit plein naar het hoogste punt van het dorp – waar een niet voor publiek toegankelijke kerk staat – en vervolgens via de boulevard met een ijsje (als ontbijt dus) en de nauwe straatjes terug naar dit centrale plein. Onderweg kopen we nog wat fruit, welke we op dit plein opeten, genietende van de ochtendzon. Daarna wandelen we terug naar de auto, want hoe mooi Piran ook is, het is niet onze eindbestemming.

Rakek is dat trouwens ook niet, maar ja, we moeten nu echt een keer iets fatsoenlijks eten. Na hartelijk te hebben gelachen om de Sloveense plaats Logatec (Sponsored by) nemen we de eerstvolgende afslag op zoek naar een supermarkt. Dat blijkt zo makkelijk nog niet maar Rakek heeft een dorpswinkel annex supermarkt waar we lunch kopen. Het brood van deze Mercator-winkel blijkt voortreffelijk. Ik moet ook behoorlijk nodig naar de wc, maar word in de rock ‘n rollkroeg geconfronteerd met een vrouw die geen woord, maar dan ook echt geen woord Engels kan. Uiteindelijk zie ik het bordje W.C. en door ernaar te wijzen wordt mijn boodschap blijkbaar duidelijk. Het is goed. Bonus: eerste WiFi-hotspot die ik tegenkom, dus meteen een mooie gelegenheid voor wat foto’s van de prachtige omgeving.

 

(Overigens zijn de plaatsnamen in Slovenië soms best verwarrend, het kan dus best voorkomen dat ik de verkeerde plaatsnaam hier opschrijf en dat ik hierop word gewezen door mijn reisgenoten. In dat geval zal ik de naam stiekem veranderen in de goede naam)

Na een bijzonder geslaagde lunch – hoewel geconfronteerd met de eerste wespen van de vakantie – rijden we met hervonden enthousiasme door richting Bled. We zijn inmiddels van cd gewisseld. We genieten van de hoogtepunten uit het oeuvre van Taylor Swift. Een erg geslaagde mix van leuk werk, al zeg ik het zelf, en de cd zal nog vaak in de speler in onze Peugeot worden gestopt.

We vervolgens onze weg naar het noorden en passeren enkele indrukwekkende bergen op de weg. We zijn deze vakantie nog niet echt verkeerd gereden (dankzij TomTom). Nu hebben we de TomTom ingepakt gelaten om met onze navigatieskills de eindbestemming te bereiken. Afslag Bled is dus een mooi moment om verkeerd te rijden. We worden daarbij geholpen door de borden, die pas op het aller-, allerlaatste moment aangeven dat de afslag OOK in de richting van Bled is. Dus rijden we een stuk door en draaien dan om.

Naar mate we dichter bij Bled komen, wordt het drukker. Bij het binnenrijden van Bled doet het zelfs Zuid-Frankrijk-achtig aan… Veel Nederlanders, allemaal in de file. Het is hier nog toeristischer dan verwacht. Niet dat we daar per se op spugen, maar het is natuurlijk extreem vet als je gewoon gezellig kunt kletsen over de rare mensen om je heen in het Nederlands. Gelukkig zitten wij niet in Bled zelf, maar net daarbuiten en nemen vlak na het binnenrijden van het stadje de weg linksaf. We verlaten de toeristische file en de bebouwde kom en volgen de weg. Met een beetje geluk komen we in het dorpje waar ons appartement staat: Bodešče.

Bodešče is zo’n dorpje dat wel meerdere straten heeft (drie) maar geen straatnamen. Alle huizen zijn genummerd. Nou, dan weet u wel hoe laat het is. Met wat zoekwerk stoppen we uiteindelijk bij een huis waarvan we denken dat het het onze is. Door een gezellig (lees: wat gezette) Sloveense boerenvrouw worden we verwezen naar het volgende huis. We rijden iets door en jawel: de “kindvriendelijke” tuin, de parkeerplaats en een lachende vrouw die verdacht veel lijkt op de vrouw die ons net de weg wees, doen ons vermoeden dat we nu wel goed zitten. Verder komt Bodešče ofwel over als een idyllisch dorpje, ofwel een dorpje waar Nazi-Duitsland naar toe is gevlucht en ‘s nachts ontwaakt om niets-vermoedende toeristen te ontvoeren. Een soort kruising tussen Hot Fuzz en het begin van Inglorious Basterds dus. Het zullen de Alpen op de achtergrond wel zijn…

Knoert heeft vooral contact gehad met haar man, die goed Engels spreekt, maar Katharina (of iets wat daar op lijkt) spreekt zelf bijzonder slecht Engels. Haar Duits is echter vloeiend, ten minste, als je “Bett? Gut?” en “Zimmer? Gut?” vloeiend wil noemen. Het blijkt voldoende om met haar te kunnen communiceren. Ze laat ons de bovenverdieping van het huis zien. De onderverdieping is voor onze huisbazen zelf. Als ze eenmaal onze gegevens heeft genoteerd mogen we onze bagage uit gaan laden, maar niet voordat we een doorzichtig drankje getiteld Slivovitz hebben weg ge-ad-fundum-ed. “Ist gut?” Google vertelt me nu dat we toen dus pruimen-brandewijn hebben gedronken. “Ist gut ja…”

Na het uitladen en verdelen des kamers (Mischa, Knoert en ik op de slaapkamer, Pim en Erwan in de kamer naast de woonkamer/keuken) doen we boodschappen voor het avondeten in Bled. Het is er nog steeds druk, maar we vinden wel een Mercator waar we hetzelfde brood scoren als dat van de lunch. Deze avond eten we Kip, rijst met paprikasaus en een scala aan groenten. Het is goed te eten. De paprika’s kosten maar 29 cent. Kopen kopen kopen!

Daarna gaan we op pad om de omgeving te verkennen. We lopen een rondje in de avondschemering, wat heuvels op en af en langs een oud, vervallen kerkje. De volgende dag zullen we een echte wandeling in de omgeving gaan maken, maar voor vanavond laten we het hierbij. We eten chips, zappen wat op de tv en drinken een biertje (een zwangere vrouw in een alcoholreclame? Het kan in Slovenië!). Er zitten hier veel muggen, maar er is een andere insectensoort waar we de komende dagen nog meer last van zullen krijgen.

[Bodešče] 2: Ontbijt, kasteel en strand

Helemaal vergeten te vertellen… Terwijl we daar dus de avond tevoren aan de Spritz zaten, liep spontaan Arnon Grunberg langs. Althans, het was een Nederlander, hij liep niet alleen en leek als twee druppels water op de bekende schrijver. Zijn blog maakt geen melding van een bezoek aan Triëst, maar wel van een bezoek aan Piran – niet ver daar vandaan. Wij zouden er op dag 3 naartoe gaan.

Woensdag 10 augustus 2011

Italianen hebben de neiging om de belangrijkste maaltijd van de dag over te slaan. Ontbijt bestaat daar nauwelijks. Duitsers en Fransen mogen dan een respectievelijk echte frühstücktraditie en een petit dejeuner pain, de Italianen eten wat koekjes en drinken een kop koffie, al waarna de dag begint.

Dat wordt dus veel koekjes kanen, want ook wij Nederlanders houden wel van een ontbijt op zijn tijd. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat Patty en haar vriend (en de inmiddels naar zijn werk vertrokken Stefano) niet voor enige compensatie hebben gezorgd, maar je buikje rond eten is er niet bij.

Gelukkig realiseer ik mij deze morgen iets essentieels. Vorig jaar moest ik noodgedwongen afkicken van mijn koffieverslaving, maar in Italië kunnen ze wel een kopje koffie zetten. En zeker in Triëst, waar de bekende Illy-koffie en masse wordt geproduceerd. En als Patty aanbiedt om koffie te zetten, dan kan ik geen nee zetten. Voor Mischa neemt ze de melkopschuimer ter hand, ik drink een gewone Espresso. De wereld is ineens een stuk mooier. Al gaan we de afgesproken tijd van tien uur bij het hostel bij lange na niet halen.

Dat is niet alleen onze schuld. De TomTom die ons dit jaar vertelt dat we te hard rijden of de afslag hebben gemist, wordt ingeruild voor de navigatieskills van onze gastvrouw. Dat blijkt achteraf niet zo’n goed idee, want na even rijden wordt schoorvoetend toegegeven dat we misschien beter op de TomTom kunnen vertrouwen. Hemelsbreed zijn we dan best dichtbij, maar omdat Triëst HEEL veel éénrichtingsverkeerstraatjes heeft, moeten we nog een tijdje rijden. Daarbij pakt Patty even een rood stoplicht mee en moet af en toe rigoureus van rijstrook gewisseld worden. Het heeft zijn charme.

Als we eindelijk bij hostel Alibaba aankomen, blijken Erwan en Knoert al weg te zijn. Aangezien je de verscheidene plekken in de stad beter lopend kunt bereiken maar we de auto wel nodig hebben, roepen we de heren terug naar hun slaapplaats. Onder vermelding van “hadden jullie maar op tijd moeten zijn”, kunnen we aanzienlijk later, maar nog voor elf uur onderweg gaan naar de eerste bestemming van vandaag.

Kasteel Miramare ligt aan de kust buiten Triëst. Om er te komen moeten we eerst enkele kilometers de drukke kustweg afscheuren en uitkijken naar een parkeerplaats. Dat blijkt zo makkelijk nog niet: verreweg de meeste Italianen zetten hun auto gewoon half op de weg, half in de berm en uiteindelijk zet ook Mischa hier de auto neer. Langs de kust lopen we naar het kasteel, met uitzicht op in de zon bakkende oudjes. Stefano heeft het ons de avond ervoor al toevertrouwd: het probleem met Triëst is niet de stad, maar het feit dat er zoveel bejaarden en gekken wonen. We zien wat hij bedoelde: Als de mensen op het strand veertig jaar eerder waren gekomen, had het er best leuk uitgezien. Nu: not so much.

Maar we zijn hier niet voor het uiterlijk vertoon, maar voor snuiven des historie ende cultuur. Kasteel Miramare werd halverwege de negentiende eeuw gebouwd als zomerverblijf voor Maximiliaan van Habsburg en zijn vrouw Charlotte von Sachsen. Maximiliaan vond het wel flex als zijn zomerverblijf wat weg had van een schip en liet zijn deel van het kasteel er dan ook uitzien alsof het zo weg zou kunnen varen als je het stenen omhulsel weg zou nemen. Vandaag de dag valt naast het in grote getale aanwezige houtsnijwerk met name de unhealthy obsession met ananas op. In iedere kamer zijn ze te vinden. Vind je het gek dat Charlotte na de dood van haar man flipte en doordraaide? Ik niet. Ik niet.

Ook nog het vermelden waard is het bijbehorende park. In deze verrassend grote tuin is het prettig schaduw ontdekken bij een temperatuur van meer dan dertig graden. Nog leuker is het om te ontdekken dat die schaduw wordt verzorgd door talloze bomen van over de hele wereld. Erg inheems is het natuurlijk niet, maar wel leuk gedaan. Dat gezegd hebbende is het – ondanks de schaduw – erg warm. We besluiten dan ook om ‘s middags niet het centrum van Triëst te bekijken, maar naar Patty’s kamer te gaan, om te kleden en naar het strand te gaan. Niet het bejaardenstrand waar we langslopen, maar een cool strand.

Tussen de middag proberen we pizza te halen, maar de incrowd pizzatent blijkt nog niet geopend voor publiek. Daarom gaan we naar de supermarkt en kopen daar een goede lunch vol met onder andere Italiaanse vleeswaren. Na deze lunchpauze rijden we naar een ander strand. Dit strand, volledig uit stenen bestaand, bereiken we door het afdalen van een Via Golgotha aan trappen. Het afdalen is het probleem niet, wel het vooruitzicht dat we straks ook weer omhoog moeten.

Maar dat komt straks pas. Het strandje blijkt gezellig, niet te druk en niet alleen bevolkt met bejaarden (hoewel de meest in het oog springende lieftallige dames er vrij snel naar onze komst vandoor gaan – I wonder why). De stenen zijn tot op zekere hoogte wel een obstakel om op te lopen. Drie van de vijf Nederlanders op het strand halen hun voet open aan de stenen zeebodem. Ik hoor zelf gelukkig niet tot dat drietal. Ik ben namelijk langzaam voorzichtig. Verder biedt de zee erg prettige verkoeling en we blijven dan ook tot de avond aan het strand liggen.

De weg omhoog naar de auto blijkt een goede oefening voor de bergwandelingen die later deze vakantie gepland zijn. Uiteindelijk wordt dit obstakel zonder veel problemen overwonnen, waarna we in de auto terugrijden naar Patty’s appartement. In de veronderstelling dat we vervolgens ergens wat gaan eten, kijk ik enigszins verbaasd als Patrizia en haar vriend aanstalten maken om te gaan koken.

De pasta die vervolgens op tafel wordt getoverd heeft weinig te maken met de Nederlandse spaghetti met gehakt en tomatensaus, maar is zeker niet minder lekker. Sterker nog: het is lang geleden dat ik zulke lekkere pasta heb gegeten. Mischa – van mening dat je je taalgebruik aan moet passen aan je publiek – heeft zijn normaal bijzonder goede Engels gelaten voor wat het was en laat op inmiddels karakteristieke Borat-wijze aan de vriend van Patty weten dat het een goed teken is dat we allemaal in stilte eten. “That is big compliment.” En dat is het ook. Het toetje is grote bak Straciatella-ijs. Want we hadden nog geen ijsjes gegeten in Italië deze vakantie.

Pim moet deze pasta missen, omdat hij met een vriendin uit Glasgow heeft afgesproken, die in Triëst heeft gestudeerd en in de buurt is. Na het eten gaan we dan ook naar de stad om “het mooiste plein in de stad” te bekijken en Pim op te zoeken – die vlakbij dat plein aan het socializen is.

“Het mooiste plein van de stad” is niet per se het hoogtepunt van de dag. De schoonheid van het plein kan niet worden ontkend, maar er zijn zoveel spots en lampen op geplaatst, dat de schoonheid een beetje kunstmatig en overdreven overkomt. De volgende dag zouden we het plein nog even bij daglicht aanschouwen – vanuit de auto – en tot de conclusie komen dat het plein dan eigenlijk mooier is.

De bar waar Pim is maakt op mij de indruk van een echte Italiaanse studentenkroeg: jong publiek, maar een uitgebreide selectie aan bier en andere alcoholische versnaperingen. Er loopt volgens andere aanwezigen naast mijzelf nóg iemand met een gouden sleutel rond, maar ik heb haar niet gezien. We maken het vanavond niet te laat, want de volgende dag moeten Patty en haar vriend al vroeg weg en wij willen geen spelbrekers zijn.

Van Stefano hebben we vandaag nog niets vernomen. Nu laat hij weten dat hij bij een vriendin slaapt. Dat vinden wij uiteraard niet erg. Als we echter tegen enen terug bij het appartement komen, blijkt dat Stefano’s boodschap niet goed is aangekomen: De vriendin van Stefano blijft bij Stefano slapen, niet andersom. Dus liggen we nu met vier man en een vrouw op de kamer van Stefano. Vast niet het intieme feestje waar Stefano op gehoopt had, maar hij kan niet claimen dat hij niet wist dat we nog een nacht konden blijven slapen. De nacht verloopt verder gelukkig zonder noemenswaardige incidenten – al heb ik wel eens beter geslapen. Morgen gaan we naar Slovenië.