Leuk hoor

Ik denk het met enige regelmaat. Vanaf nu ga ik iedere dag bloggen. In theorie is er genoeg om over te schrijven. Het moet er alleen wel van komen. Als je al een hele dag hebt geschreven, heb ik heus nog wel zin om hier iets neer te schrijven. Maar als je moe bent, of bij vrienden, of iets aan het doen bent… Tsja, dan moet je de tijd en discipline nog vinden om ook daadwerkelijk de schrijver uit te gaan hangen en aan je bureau te gaan zitten. Zo zit je ineens met een gat van ruim tien dagen zonder blogposts. Het gekke is dat ik met name wanneer ik bij mijn ouders ben denk “zo, en nu gaan we eens een blogbericht typen”. Alsof ik dan pas denk dat ik eraan toe kom. Onzin natuurlijk.

Het heeft wel tot gevolg dat ik dik achter lig bij mijn blogreeksen. Het is inmiddels twee maanden na mijn zomervakantie en ook de serie over To Kill A King had al een heel eind klaar moeten zijn. Ik vind het nog steeds leuk, iedere keer als ik weer een bericht heb geschreven en gepubliceerd. Maar ik moet me af en toe wel dwingen om ertoe te gaan zitten – gewoon vanwege tijdgebrek. Je gaat niet ‘s avonds als je om 11 uur thuis komt nog “snel” even een blogje typen. Ik niet althans. Vroeger deed ik dat wel, denk ik. Maar nu ik al de hele dag schrijf en daar ook voldoening uithaal. Tsja, dan komt mijn blog dus af en toe stil te liggen. Maar ik denk er wel vaak over om te gaan schrijven. En af en toe komt het ervan. Dat u dat weet.

 

[Bodešče] 6: Ljubljana, Kamnik en Radovljica

Zondag 14 augustus 2011

Dus zondag blijkt een beetje een duffe dag in Ljubljana te zijn. De stad die ik me nog het beste kan herinneren uit de hoofdsteden-van-Europa-topografie-overhoringen in de auto onderweg naar familie uit mijn basisschooltijd, is heus niet helemaal uitgestorven op de dag des heren, maar deze volgens onze reisgids ‘bruisende ontmoetingsplaats voor Europese jongeren’ is wel in een zekere rust gehuld. Dat betekent dat de gezellige marktkraampjes vandaag leeg zijn en dat veel winkels en gebouwen zijn gesloten.

Toch is het niet ongezellig, er zijn wel degelijk toeristen en ook de rommelmarkt draait op deze zondag gewoon op volle toeren. Samen met Mischa en Knoert zoeken we leuke ansichtkaarten. Die zijn niet alleen van Sloveense steden, maar ook van omliggende landen (en zelfs Zweden). Eén bijzonder mooie ansichtkaart is van Kamnik, maar daar zijn we niet geweest. We besluiten dat we daar dan eventueel nog maar naartoe moeten rijden. Zover is het nu ook weer niet. We kopen de kaarten en lopen vervolgens door het centrum op weg naar het kasteel van Ljubljana (dat, als je het eenmaal een paar keer hebt opgeschreven, best eenvoudig te spellen is – Ljubljana dan, hoewel ‘het kasteel’ spellingtechnisch gezien ook geen uitdaging is voor mij).

Het kasteel ligt op een heuvel en dit vormt dan ook de eerste uitdaging voor onze geblesseerde reisgenoot. Erwan beschikt over uithoudingsvermogen (dat zal ook later deze vakantie nog blijken) en loopt de helling op, zonder veel klagen over kreunen. Erwan verhaalt nog van de dag dat hij hier als kind door zijn vader werd aangemoedigd naar boven te wandelen maar daar niet zo’n zin in had. Ik ben even vergeten of hij dat toen nu wel of niet heeft gedaan – maar ik gok van niet.

Hoe dan ook, op deze dag wandelt Erwan wel door Ljubljanski Grad, zoals het kasteel heet. Ik mag hier wel onthullen dat Patrizia ons heeft aangeraden niet te betalen voor een bezoek aan het kasteel. Het is namelijk niet zo heel erg de moeite waard, volgens haar. Ik beredeneer dat we al genoeg hebben gespendeerd aan Kasteel Mira Mare, dat ook niet het meest indrukwekkende kasteel ter wereld was (al was het ook niet onaardig) en ik laat me leiden door mijn eerste indruk en die is niet al te positief. Het kasteel is een mix van oude en nieuwe elementen, waarbij voor de nieuwe elementen vooral glas is gebruik. Deze moderne elementen geven het oude kasteel een nogal toeristisch karakter en beperken de sfeer tot een minimum. We wandelen een beetje over de binnenplaats en komen daar onder andere in aanraking met het initiatief ‘Lezen onder de bomen’ – waar je kan – inderdaad – lezen onder de bomen (er staat een kar met lectuur).

Wij besluiten niet te gaan lezen onder de bomen en zetten in plaats daarvan de afdaling in. Via een andere route dan hoe we naar boven zijn gekomen, belanden we weer in het stadscentrum. We lopen verder langs allerlei bezienswaardigheden waaronder het Bisschoppelijk Paleis en de drie bruggen waar Ljubljana om bekend staat. Hongerig belanden we op een gegeven moment op het terras van een goedkoop pension/restaurant, waar we pizza bestellen en worden aangevallen door wespen en mussenpoep. De pizza’s smaken prima, al krijgen Erwan en Pim de verkeerde pizza (namelijk een vegetarische).

De algemene opvatting blijkt dat we na deze lunch Ljubljana wel zo’n beetje gezien hebben en dus besluiten we naar Kamnik – de stad van de ansichtkaart te rijden. Wellicht kunnen we daar ook het avondeten nuttigen. Daar blijkt het nog wat vroeg voor, zeker in combinatie met de late lunch die we hebben gehad. Maar we klagen niet en wandelen door het mooie stadje Kamnik, waar net het entertainment voor de kleintjes is begonnen en de voorbereidingen voor een mooie feestavond worden begonnen. We spenderen eerst onze tijd op een van de hogere heuvels van de stad (we kunnen Erwans enkel niet vaak genoeg testen, immers) om van het uitzicht te genieten. En dat is best mooi, omdat het bergen combineert met de inwoners van het stadje die gewoon hun gang gaan. Eeuwigheid tegenover alledaagsheid, dus… Maar Knoert staat ook op deze foto:

Na deze onderbreking zijn we toe aan een goed glas drinken, maar de locatie blijkt een heikel punt. Hoewel we meerdere terrasjes tegenkomen, wil Mischa graag een terras met uitzicht op een markt, maar het mag niet te druk zijn. Dus lopen we heel Kamnik af en passeren we onvermijdelijk ook de stijgende weg naar het volgens onze reisgids ‘wat saaie museum.’ Een museum dat zelfs volgens het boekje saai is, dat moeten we zien! Dus lopen we naar boven, waar we niet de enige toeristen zijn, maar verder wel tot de ontdekking komen dat dit museum vandaag gesloten is. Toch hebben we wederom een aardig uitzicht over stad, moeten we concluderen.

We weten wederom via een andere weg af te dalen om uiteindelijk naast het busstation neer te strijken op het foutste terras wat we tot dan toe zijn tegengekomen: metalen tafels, grote prullenbakken van ijsmerken… Kortom: het soort terras wat je in Nederland en Duitsland bij een zwembad zou aantreffen. Het is hier dat onze dorst het wint van ons uithoudingsvermogen en dus bestel ik hier vier cola en een aardbeiensap bij de enige medewerkster die de tent op deze zondag draaiende moet houden. We zitten nog maar net of er stopt een bus vol Limburgse bejaarden en families. De naam van de busmaatschappij zal ik hier verder niet noemen, maar het reisgenootschap leek me dusdanig enerverend dat ik oprecht medelijden kreeg met de tieners uit het gezin dat als laatste de bus verliet.

We besluiten op dit terras dat we beter in de buurt van Bled iets te eten kunnen halen of nog beter – uit kunnen gaan eten aangezien het de volgende dag Maria Hemelvaart is en alle winkels dan gesloten zijn en we nog maar voor één dag eten hebben. Zelf eten is er niet bij. En nu hebben we nog geen honger.

Ik koop twee flesjes water voor onderweg – onze watervoorraad voor die dag was al een tijdje op – en terwijl het meisje van de bar alle andere flesjes ook uit haar koelkast laat donderen omdat ze tegelijk aan het bellen is met een vriendin lach ik in mijn vuistje. Klant is Koning, beste dame.

We rijden naar de bergtop in de buurt, waar we een dam willen bouwen – maar die blijkt er al te zijn. Erwan tart het lot en zijn enkel door bovenop een grote rots te klimmen en terwijl ik een panoramafoto van de omgeving probeer te maken word ik meewarig aangekeken door twee ezels in een weiland.

Na deze korte stop rijden we terug naar onze streek, om precies te zijn naar Radovljica. De duisternis heeft dan inmiddels zijn intrede gedaan en we hopen dat er nog een plek is om gezellig te dineren. Na eerst wat matige straatjes te hebben doorgelopen, komen we uiteindelijk aan in een gezellig straatje in het centrum waar zowaar restaurants zijn die er op hun beurt ook gezellig uitzien. Er is ook nog een soort markt gaande, met onder andere oude schoolboeken – maar die trekt onze aandacht minder dan de lekkere etensgeuren. Inmiddels heeft de honger ingezet.

De ober – ik neem voor het gemak even aan dat het ook de eigenaar betreft (zo loopt hij wel rond door zijn restaurant, in ieder geval – blijkt een innemende, forse man die de wereld wel heeft gezien. We zijn nog niet gaan zitten of hij heeft de eerste grappen al gemaakt. Na brood met lekkere olijfolie te hebben gegeten geven we onze bestellingen door. Hij vraagt meteen of we daar mayonnaise bij willen. Op onze vraag of hij dus veel Nederlanders op bezoek krijgt – niet ieder Sloveens restaurant zal mayonnaise hebben – antwoordt hij dat hij enkele jaren in Amsterdam heeft gewerkt en gewoond. Hij spreekt weliswaar geen vloeiend Nederlands, maar hij zou onze gesprekken wel kunnen volgen. Roddelen over de beste man kan vanavond dus niet.

Ondertussen kijken we uit op de heuvelrijke omgeving. Het uitzicht is prachtig – zelfs al is het donker. Als het eten komt, blijkt dit bovendien erg goed te smaken. Ruime porties, rijk gedecoreerd met zowel groente als vlees. De borden zijn aardig opgemaakt. Voor het geld dat we vanavond neertellen hoeven we niet te klagen. Dat doe ik dan ook niet. Het eten is zonder twijfel beter dan ik had gehoopt en het restaurant vormt dan ook een mooie laatste stop van de dag.

Als we later op de avond thuis komen, wordt er vuurwerk in de verte afgestoken. Vandaag is een mooie dag geweest.

Maandag 15 augustus 2011

Zoals u allemaal weet, is het op 15 augustus Maria Hemelvaart. Dat wordt relatief groots gevierd in Slovenië, in die zin dat het druk is op de wegen en dat alle winkels en openbare instellingen gesloten zijn. Ik ben wel toe aan een echte rustdag en Erwans enkel is dat ook, dus doen we het vandaag rustig aan en blijven we in de buurt van onze verblijfplaats. ‘s Avonds koken we ‘echte’ pasta – dat wil zeggen pasta met saus en doen we spelletjes. We nemen ons voor de volgende dag – ondanks Erwans enkel – eindelijk een wandeling naar een top van een berg te gaan maken. Waarover de volgende keer meer.

To Kill A King – Crooked Saint (1)

Het integraal plaatsen van (muziek-)video’s probeer ik tot een minimum te beperken. Ik probeer in blogs altijd iets persoonlijks te leggen en muziekvideo’s en dat lukt maar tot op zekere hoogte als je ook een muziekvideo laat zien. De aandacht ligt dan ofwel (1) bij de muziekvideo ofwel (2) bij de boodschap die ik zelf opschrijf. Aangezien het meestal om de combinatie van de twee elementen gaat, beperk ik het aantal berichten met alleen / vooral een muziekvideo tot een minimum. Dus áls het dan een keer gebeurt… Hopelijk voelt u dan de noodzaak om zowel het berichtje goed te lezen als de video te bekijken.

To Kill A King – Bloody Shirt

De Engelse band To Kill A King komt vaker langs op ditisstefan.nl. Ooit komt er een debuutalbum voor de band die folk en singer/songwriter combineert met samenzang, rock en soms zelfs blazers. In 2008 zag ik ze in hun vorige incarnatie live in het voorprogramma van mijn favoriete band, inmiddels krijgt de band een schare volgers en komt er volgende maand een EP uit – getitled Crooked Saint.

Bij alle nummers op de EP worden video’s gemaakt die met elkaar te maken hebben – zijdelings of juist direct. Denk aan The Wire, dus een locatie waar meerdere verhaallijnen door elkaar lopen. In het volgende postje dat ik aan de EP zal wijden zal ik het verbluffend mooie tweede nummer bespreken (met eveneens indrukwekkende video), maar nu beperk ik me tot het eerste nummer op de EP.

1. Bloody Shirt
2. We Used to Protest/Gamble
3. Family
4. Wrecking Crew

Bloody Shirt

Bloody Shirt is een intrigerend nummer dat de EP (en vierdelige filmserie) mag openen. Het nummer kaart meteen een – ogenschijnlijk – centraal thema op de EP aan: dat je omgeving niet altijd goed voor je hoeft te zijn. Get out, get going, this town is only gonna get worse, zingt Ralph in het refrein. De Crooked Saint uit de EP-titel heeft het niet slecht met je voor, maar is ook geen reddende engel te zijn. Als na tweeënhalve minuut de muziek verstild en alleen zachtjes de “ooh” op de achtergrond te horen is, krijg je praktisch kippenvel. Daarna zwelt het nummer nog één keer aan om de boodschap over te brengen.

Het nummer combineert wat ik mooi vind aan de nummers van deze band. De muziek zit vol sterke melodieën, maar het is niet te mooi voor de tijdsgeest. Wat mij betreft klinkt de muziek wel degelijk als muziek van nu. To Kill A King maakt de muziek niet mooier dan die is, maar maakt er door samenzang en een mooie drumpartij wel een aantrekkelijk nummer van.

Geïnteresseerden in de EP kunnen hier klikken.

Een weekendje Groningen

Door internetproblemen en drukte verschijnt dit verslag iets later dan verwacht online…

Groningen is een rare stad. Hoewel het geen lelijke stad is, staat het niet in mijn boekje als ‘stad vol schoonheid’. Qua sfeer worden duistere stukken afgewisseld voor mooi verlichte pleinen en monumenten. De sfeer is niet noodzakelijk optimaal – zeker niet als het regent en koud is – maar toch, als je je met de juiste mensen omringt is het altijd gezellig. Misschien wel omdat mensen zo naar elkaar toetrekken omdat er verder niet veel in de buurt van Groningen is, behalve kleinere stadjes en dorpen.

De reden waarom ik dit weekend in Groningen was omdat ik eindelijk weer eens tijd had om Mischa daar te bezoeken. De aanleiding voor juist dit weekend was 1) omdat ik dit weekend kon en 2) omdat Mischa op de zaterdagavond een set zou spelen als voorprogramma van Harry Bird & The Rubber Wellies. Kortom, naar mijn verwachting zou het een weekend vol muziek en gezelligheid zijn. En dat werd het.

Het weekend begon voor mij wat halfjes, door een enorm drukke week op het werk zat ik met een zweem van hoofdpijn en maagkramp op vrijdagavond in de trein. De hoofdpijn zou al gauw weer verdwijnen, de kramp in de maag zou tegen het einde van de vrijdagavond een hoogtepunt bereiken en nooit helemaal verdwijnen, maar daar liet ik me niet door tegenhouden om toch een leuk weekend te hebben.

Het weerzien met Mischa was uiteraard heuglijk. Na even bijkletsen beginnen aan we punt één van de agenda: het kijken van de Sloveense topper Gremo mi po svoje. Sinds de vakantie in Slovenië hebben we naar dit moment uitgekeken en als we eerlijk zijn valt de film een beetje tegen. Vooral op het gebied van het plot valt er het een en ander te verbeteren aan de niet onaardige film. Het voornaamste probleem is dat het niet helemaal duidelijk is wat nu de hoofdlijn van het verhaal moet voorstellen. De scouting is op kamp en sommige kinderen hebben problemen, andere niet, de leider vindt dat hij streng moet zijn, maar flirt wel wat af met de kokkin / hulp. Vervolgens komt er een meisjeskamp bij het scoutingkamp, wat uiteraard de pubers wakker schudt, maar in plaats van dat ze echt actie ondernemen, trekken ze de bergen in. Als ze uiteindelijk terugkomen is er een kampvuur en bloeit er liefde en vergeving, maar dat is pas nadat karakters die in eerste instantie belangrijk lijken naar de achtergrond zijn verdwenen en dan weer ineens toch centraal staan.

Tel daarbij op dat de vaart nogal uit het verhaal wordt gehaald door scènes waarvan de relevantie ter discussie kan worden gesteld (en diverse droompassages) en Gremo Mi Po Voje is een lichte teleurstelling, waarvan alle leuke momenten in de clip te zien zijn. Aardig, maar niet meer dan dat.

De volgende dag bood meer vertier. In eerste instantie zijn we erg lui, luisteren we muziek en kijken we een stuk van Leningrad Cowboys Go America en Russische politieachtervolgingen op YouTube. ‘s Middags besluiten we boodschappen te doen voor de lunch en het avondeten en een rondje door de stad te lopen. Ik heb nog nooit de toeristische route gelopen in Groningen en vandaag heb ik gelukkig een geïnspireerde gids die er het fijne van weet: “Dit is ook een oud gebouw.”

Na een bezoek aan een leuke platenzaak keren we huiswaarts, aangezien Patrick en Harry langskomen. Patrick is de jongen met wie Mischa vanavond optreedt en die samen met Harry Bird ook het hoofdprogramma verzorgt als onderdeel van Harry Bird and the Rubber Wellies. Ze zijn echter aan de late kant – blijkt als we thuis zijn en dus hebben we tijd over om de protestantse Nieuwe Kerk van Groningen te bekijken. Daar staan twee gidsen die ons allebei zoveel mogelijk verschillende informatie (“Dat heb IK al gezegd!”) proberen mee te geven over het ontstaan van de kerk, de typische eigenschappen van de kerk en de restauraties door de eeuwen heen.

Tegen half zes, zes uur zijn de heren muzikanten er eindelijk om Mischa’s spullen op te halen. We bezoeken nog even de Harry Potter Party die elders in Mischa’s huis gaande is (Harry is erg onder de indruk als Harry Potter-fan en -naamgenoot en ook ik vind de gedetailleerdheid van het decor erg indrukwekkend).

Maar de tijd is inmiddels zo krap, dat we onze geplande pastakooksessie moeten laten schieten en meteen naar de kroeg gaan. Harry en Mischa (die de weg door de eenrichtingsstraatjes het beste kent) gaan met de auto, Patrick en ik gaan te voet (want de auto zit vol met gitaren en andersoortige instrumenten en apparaten).

In ‘The Corner Pub’ laden we alles uit – het regent inmiddels vrij hard – en begint Patrick met het opbouwen, terwijl ik met het barmeisje klets over de aankomende avond (ze verzekert me dat ze ook op “joehoe!” reageert). Mischa en Harry zijn ondertussen de auto (gratis) parkeren, wat ook weer lang op zich laat wachten. Inmiddels knort mijn maag (en die van de rest ook) dus als de heren terug zijn gaan Mischa, Patrick en ik eten halen, terwijl Harry verder gaat met de soundcheck en opbouw.

Bij terugkomst in het café gaat de combinatie van Nederlandse en Aziatische fastfood er bijzonder goed in. Iets met honger en rauwe bonen, al zijn de rauwe bonen in dit geval gewoon gaar en geen bonen.

Tegen half 10 begint het langzaam druk te worden. Het publiek bestaat vooral uit vrienden en kennissen van Mischa en Patrick, al komen er ook wat stamgasten langs en een paar toevallige voorbijgangers. Het is niet bijzonder druk, maar verder wel erg gezellig als Mischa en Patrick de instrumenten ter hand nemen en openen met een klassiekertje van Chet Baker. Daarna spelen Mischa en Patrick zowel eigen werk als werk van Rowwen Heze, Wilco, I Am Kloot en… Lady Gaga, maar het zijn Mischa’s eigen nummers die wat mij betreft het leukste zijn.

Na Mischa en Patrick is het de beurt aan Harry en Patrick. Zodra Harry Bird & The Rubber Wellies beginnen te spelen is het duidelijk: dit wordt vermakelijk. Zonder iets aan schoonheid te verliezen, spelen de heren vaak humoristische nummers over de kleine dingen des levens – vaak als metafoor voor diepere zaken, maar dat zullen ze vast nooit toegeven. Zo gaat Link for My Chain vast niet alleen over de missende schakel van zijn fietsketting, maar het mooie van de nummer is dat het ten dele wel over gaat, inclusief de plaatsnamen waar Harry uiteindelijk doorheen zal fietsen.

Ook de Pirate Song gaat niet alleen over piraten, maar ook over muziek downloaden – wat hij zelf ook veelvuldig zegt te doen. Tijdens Ban The Bomb wordt om publieksparticipatie gevraagd en hoewel die maar ten dele komt, lijkt toch het grootste deel van het publiek zich te vermaken. Ik heb wel het idee dat het grootste deel van het publiek voor het voorprogramma is gekomen, maar het grootste deel blijft netjes de hele avond.

Na afloop drinken we een pilsje op de geslaagde avond. Hoewel The Corner Pub geen slechte bierkaart heeft, blijkt de standaardpils uit Frankrijk te komen. Ik wist niet eens dat Kronenbourg 1664 nog in Nederland verkocht mocht worden. Daarna smaakt een Bittburger bijzonder lekker. Maar goed, voordat de avond om is zijn er slechte openingszinnen de revue gepasseerd, slechte grappen gemaakt én wordt er een brief geschreven aan de kroegbaas van het café waar Harry Bird de vorige keer in Groningen heeft opgetreden. Hem lijkt het bovendien een goed idee als wij – het overgebleven zestal – even allemaal een mop in het Nederlands opschrijven. Eén van ons probeert zich er vanaf te maken door in het Nederlands te schrijven dat ze geen zin heeft om een mop op te schrijven, maar uiteindelijk wekt haar relatief lange ‘mop’ toch wantrouwen bij Harry en Patrick (die zelf ook vrijwel geen Nederlands kan). Ik schrijf een klassieker op, hoe een koe een haas vangt).

Het is laat, maar droog als we huiswaarts keren. Het was in alle opzichten een uiterst geslaagde avond met zowel leuke muziek als gezellige mensen. Als we weer bij Mischa zijn val ik als een blok in slaap.

De volgende ochtend moet er opgeruimd worden, maar gelukkig niet door ons. Wij kunnen gewoon tot 11 uur in ons nest blijven liggen (Harry en Patrick zouden rond elf uur de spullen ophalen bij de kroeg en naar ons brengen met de auto). We staan voor de zekerheid toch maar wat eerder op, maar uiteindelijk is het ver na twaalven als de deurbel gaat en Harry en Patrick verrassend fris en monter (ondanks het gebrek aan warm water bij Patrick thuis) voor onze deur staan. Patrick probeert Mischa’s racefiets uit (only need one more link for my chain).

Dan heb ik mijn tas al ingepakt en ben ik bijna klaar om te gaan. Om kwart over één vertrekt mijn trein en ga ik huiswaarts – met als soundtrack het verslag van de wedstrijd PSV – Ajax. Het is een geluk bij een ongeluk dat de extra speeltijd minstens een kwartier is – mijn treinreis duurt vanwege alle omleidingen en werkzaamheden ruim een uur langer dan gepland. Een mooie gelegenheid om in mijn boek te lezen. Via Utrecht kom ik moe maar voldaan thuis. Zo mogen meer weekenden zijn.

[De Rijles Kronieken] Les 35 t/m 38: Je plaats kennen

Zeg, Stefan, hoe is het eigenlijk met je rijlessen? We hebben immers al een tijd geen nieuwe Rijles Kronieken kunnen lezen? 

Nee, dat krijg je als je prioriteit wil geven aan je vakantieverslag en het heel druk hebt en dan maar niets schrijft… Maar dat betekent niet dat er niet meer wordt gereden. Sinds begin september rijd ik weer één keer per week over de Nijmeegse wegen (en die om de stad heen).

Na een periode van relatieve onzekerheid en spanning voorafgaand aan de tussentijdse toets, zit ik sinds de vakantie relatief rustig in de auto. De eerste les was even wennen, maar na een kilometer of twee, drie voelde de auto verrassend vertrouwd aan. Mijn rijleraar meldt dat hij het niveau er begint te komen, zo sinds de toets en gooit al voorzichtig een balletje op over het mogelijk aanvragen van het examen. Ook in les 36 en 37 wordt dit gesprek gevoerd en voorafgaand aan les 38 is de datum en tijd gereserveerd. Eind oktober is het zover en mag ik voor het eerst proberen te slagen.

Ik ben zelf stiekem van mening dat ik mezelf én de wereld verbaas als ik in één keer slaag. Niet dat ik daar niet voor open sta, maar ik zou me zelf niet enorm teleur stellen als ik het niet in één keer haal. Ik ga uiteraard wel alles geven op de bewuste dag en tot die tijd probeer ik zo goed mogelijk aan het “autogevoel” te wennen. Ik merkte de afgelopen twee lessen dat ik redelijk comfortabel in de auto zit, alleen de autosnelweg voelt af en toe nog als “DIT IS DE AUTOSNELWEG DIT IS DE AUTOSNELWEG EN HET GAAT HEEL HARD OF HET VOELT IN IEDER GEVAL HEEL HARD MET DIE ZIJWAARTSE WIND”, maar verder gaat ‘t niet verkeerd.

De verbeterpunten zijn hetzelfde. Het gaat om plaats op de weg, bochten niet te ruim of te krap nemen (vooral niet te ruim) en diverse andere schoonheidsfoutjes. Ik gebruik de lessen voor mezelf om aan deze punten te werken en me beter voor te bereiden op situaties. Ik probeer situaties beter in te schatten en voorafgaand de rijles al te weten hoe ik op iets moet reageren. Bij andere mensen in de auto kijk ik gretig mee en ik probeer uiteindelijk gewoon ontspannen doch oplettend te rijden. Dat is waar ik uiteindelijk naartoe wil.

Als ik mijn rijbewijs eenmaal heb, dan wil ik, puur omdat het kan, een road trip maken. Volgende zomer pas, waarschijnlijk, maar ik wil gewoon een keer een lange, ontspannen autoreis maken. Kilometers rijden door de wereld.

Maar zover is het nog lang niet. Eerst nog ruim een maand rijden onder begeleiding en dan doen we een gooi naar het rijbewijs. Ik zou het helemaal niet erg vinden om het dan meteen af te ronden en met bewijs op zak door het leven te gaan. Vooral omdat het dan zoveel vrijheid biedt. Maar er valt nog steeds veel te leren, daar ben ik me bewust van. We zijn nog niet klaar, maar wel op de goede weg.

 

[Bodešče] 5: Cultuur snuiven kan ook binnen

Zaterdag 13 augustus 2011

De tweede volle dag in Bodešče wordt in relatieve rust doorgebracht.  Ik ben ook op vakantie om uit te rusten en Erwans blessure blijkt dusdanig pijnlijk dat een lange wandeltocht te hoog gegrepen is. Tellen we één en één bij elkaar op, dan resulteert dat dus in een rustige dag.

Ik probeer een paar bladzijdes in A Visit From The Goon Squad van Jennifer Egan te lezen. Daar was ik nog niet zo veel aan toegekomen (en ik zou er ook niet zoveel meer aan toekomen), maar vandaag dus heel even wel. Ik heb ook nog Great Expectations bij me, maar daar zou ik niet eens in beginnen. Dit is duidelijk geen leesvakantie. Vandaag gaan we proberen te picknicken.

We rijden naar een wonderschoon meer omringd door bergen. De harde kern van Pimfandischasjo stapt vast uit terwijl Kürt en Mischa de auto parkeren. We zijn namelijk niet de enigen die het meer mooi vinden. Er zijn hier relatief veel toeristen – al gaat het wat ver om te zeggen dat het zwart van de mensen ziet. Erwan strompelt naar een plek op het gras, later lopen we nog iets verder naar een beschutte plek. Onderweg hebben we boodschappen gedaan. De lunch smaakt goed.

Het is niet de zonnigste dag van de vakantie – als de zon achter de wolken is – is het meer zelfs behoorlijk fris (maar niet het koudste water puntje puntje puntje – waarover later meer). Aangezien sommige van ons hun voeten al hebben opengehaald aan de Adriatische kust, worden de rotsen niet met open armen onthaald, maar Mischa kan de duik niet weerstaan als de wespen tijdens het lunchen op zijn lip gaan zitten en zelfs zijn neusgat in willen kruipen. Dan is het water ineens minder koud.

Als de lucht begint te betrekken, lopen Mischa en ik terug naar de auto en halen we vervolgens Erwan en de rest op. We rijden terug en doen wederom boodschappen. We scoren Cornetto-ijsjes en regelen het avondeten. De suggestie van Sjoerd is Jacked Potatoes. Dat was geen slecht idee. Het duurt alleen even voordat ze klaar zijn, dus zappen we alle kanalen van de televisie af.

Misschien is het wel de schuld van de televisie. We hebben de beschikking over twee televisies, één in iedere slaapkamer. Bij de grootste tv staat een relaxte blauwe stoel die je na achter kunt klappen. De stoel is één van mijn favoriete plekken van deze vakantie. Na een uitputtende wandeling is het heerlijk om languit in de stoel te gaan zitten en gewoon eens hersenloos langs alle zenders te zappen.

Populair zijn de afleveringen van The Crocodile Hunter deze vakantie, dagelijks op de Sloveense Animal Planet - die, zeker vergeleken met de huidige productiestandaarden op Discovery – nogal gedateerd aandoen. Daardoor zijn ze echter niet minder vermakelijk.

Slovenië beschikt ook over een eigen MTV. Deze zender is net als de Nederlandse variant volgepropt met tv-series van Amerikaanse bodem, maar zo af en toe wordt er tijd ingeruimd voor muziek. De muziekcollectie is vrij eclectisch van aard. Soms worden zomaar drie gedateerde nummers van The Strokes gespeeld, waarna Moves Like Jagger en Inna’s Club Rocker ineens langskomen. En Linkin Parks cover van Someone like you van Adele, die staat nogal op high rotation.

MTV.si heeft bovendien de vervelende gewoonte om voor én na ieder reclameblok (dus om de drie liedjes / 15 minuten) eerst één van de vijf verschillende programmatrailers te laten zien en vervolgens tot drie keer toe verschillende MTV-idents in beeld te brengen. Dat is ongeveer hetzelfde als “U KIJKT NAAR MTV! EN… U KIJKT NAAR MTV… EN…. U KIJKT NAAR MTV!!!!!!!!!111!!!1″ En dat is uiteraard los van het MTV-logo dat tijdens de programma’s al in beeld komt.

Het is ook niet MTV die de boeiendste clips uitzendt, als we eerlijk zijn (hoewel Club Rocker van Inna gewoon een ijzersterke clip heeft). Er zijn andere zenders die dagelijks zo rond de klok van zes uur overschakelen op muziekclips, maar dan van Sloveense bodem (en omgeving). Daar zaten veel Lady Gaga-imitaties tussen en een hoop freaky volksmuziek, maar een aantal juweeltjes springen eruit.

Allereerst daar de Sloveense kruising van Ali B en Weird Al Yankovic. Onder de veelzeggende naam 6pack čukur (ja, echt, 2pac…) rapt deze rapper over wat vermoedelijk een wilde stapavond is (ik interpreteer “sluk sluk alcohola” hier als “slok slok alcohol”) in zijn hippe retro Opel. De intro duurt ruim een minuut, maar daarna beginnen de sick beats en briljante rhymz van 6pack. Let ook op de Nederlandse vlag op zijn shirt (geen idee van welke club trouwens, ik neem aan Amerikaans?) en de referenties naar Heineken in de tekst van het nummer.

Daarnaast komt de Sloveense kinderster (denk ik) Nika Manevski, met de soundtrack van de film Gremo mi po svoje (vrij vertaald door Google Translate met ‘Ik ga mijn eigen weg’) regelmatig langs. Haar nummer heet Vsak po svoje wat ik zou vertalen met ‘Ieder voor zich’ (na de vertaling ‘Ieder zijn eigen’ van Google Translate te hebben uitgelachen).

De clip is niet alleen universeel hilarisch, de film lijkt me ook nog eens best leuk. Als het een Nederlandse film zou zijn geweest zou die niet boeiend zijn (want een clichématige zomerkampfilm), maar dit is een Sloveense film en dus een must-see. De kampbegeleider – die ook in de clip een hoofdrol als comic relief heeft – is hilarisch. Dat de clip bovendien een vrij waarheidsgetrouwe indruk geeft van de schoonheid van de Sloveense natuur, is voor dit verslag alleen maar mooi meegenomen.

De avond wordt weer vol spelletjes en goede gesprekken doorgebracht. Bovendien gaan we discussie over Erwans blessure aan. Kunnen we wel of niet gaan wandelen? Uiteindelijk besluiten we om de volgende dag Ljubljana te bezoeken. Dan hoeft Erwan niet zo’n uitdagend terrein te bewandelen en zien we wel weer een deel van Slovenië dat we wilden bezoeken. Erwan is bovendien optimistisch dat zijn enkel er wel weer bovenop komt, zodat we maandag weer echt kunnen gaan wandelen. Waarover later meer.

Bovenstaande foto werd gemaakt door Mischa.

[Bodešče] 4: Wespen aan de wandel

Vrijdag 12 augustus 2011

Er is niets beter dan na een goede danwel redelijke nachtrust dan een lekkere douche en een net zo lekker ontbijt op ons balkon. Ten minste, dat zou je zeggen.

Eerst de douche.

De douche is aan de krappe kant, waardoor je continu het gevoel bekruipt dat het gordijn tegen je kont aan plakt. Wat ook het geval is. De vraag ‘heb ik nu een dikke kont of is de douche gewoon klein?’ moet door ons aller hoofden zijn gegaan. Beide onderdelen zijn ook vast met ‘ja’ beantwoord. Dat de douche klein is, wordt goedgemaakt door de waterdruk en de douchekop. De kracht van de straal benadert namelijk die van een hogedrukspuit. Dat had ik dan weer niet verwacht. Onhandig aan de kracht van de straal is dat de kans op een natte badkamervloer groter is.

Het ontbijt.

Tsja, daar heb je dan lekker brood gekocht, heerlijk beleg – zowel zoet als hartig. Het weer is prima, dus wagen we een poging om te ontbijten. Maar we zitten nog geen minuut buiten of de wespen vallen aan. Massaal. Nu ben ik niet zo van de wespen en ik besloot al vrij snel naar binnen te verkassen. Niet lang daarna werd het ook de rest te gortig. De wespen zijn hier en masse aanwezig. Niet echt mijn idee van genieten in de buitenlucht. Binnen wordt het ontbijt voortgezet. Alle andere ontbijtsessies zullen ook binnen plaatsvinden. Jammer eigenlijk.

Dat betekent echter niet dat we de hele dag binnen blijven zitten. Vandaag gaan we de omgeving verkennen. We lopen de route langs twee riviertjes waarvan de avond ervoor al een klein stukje hadden gezien. 12,5 kilometer – maar door wat omlopen komen we uiteindelijk rond de 15 uit – in een heuvelachtig, maar niet al te veeleisend parcour. Ik was een beetje bang dat ik uitgeput zou raken, maar het is vooral het warme weer dat lastig lopen blijkt, niet zo zeer de wegen die omhoog en omlaag gaan. Bij het eerste riviertje is het tijd voor een groepsfoto in de serie Pimfandischasjo op bruggen:

We lopen door pittoreske dorpjes zonder veel commerciële activiteiten en passeren talloze altaartjes en kruispunten. Na enkele uren wandelen komen we in Ribno aan, waar we – zo hebben we al gezien – een zeer bijzonder restaurantje is (en een Honda-dealer): Taberna pri Stefanu.

Gezelligheid kent geen tijd, maar de ‘taverna’ blijkt niet tijdens de lunch geopend. Dus lopen we door waar we een ijsje kopen in een winkel. We hadden duidelijk sjans (het meisje bij de kassa was verbaasd dat we géén bier kwamen kopen) en het ijsje was lekker – zeker na enkele uren wandelen.

Maar stilstaan is achteruitgang, dus vervolgen we onze route (in de richting van de touringcar op de foto) naar Bled. Daar aangekomen – onderweg worden enkele vlinders gefotografeerd – vinden we wat beschutting tussen de huizen (een welkome afwisseling na het boerenlandschap waarin we na de tavernapauze door hebben gelopen) en kopen we lunch. We eten bij het meer van Bled, waarna we teruglopen naar ons huis.

Althans, dat dacht ik even.

Er blijkt namelijk nog een afbuiging in de route te zitten die naar het andere riviertje gaat (de Sava) dat we nog helemaal niet hebben gezien. De weg naar het riviertje is prima te doen, maar vervolgens worden we nog een dikke heuvel op gestuurd die bijzonder matig bovenop de 13 kilometer komt die we er toen al op hadden zitten. Dat had wat mij betreft niet meer gehoeven, maar toch ben ik niet helemaal dood als ik boven aankom. Ik loop zelfs niet achteraan:

Als je maar doorloopt, is best veel te overleven. En de omgeving is mooi, dat maakt veel goed.

Als we weer bij ons huis uitkomen, ben ik wel even toe aan pauze. Dus pak ik mijn boek om te lezen, terwijl de andere jongens gaan voetballen. Helaas niet zonder blessures. Erwan verstapt zich bij een vast flitsende acties (de exacte details kan hij u zelf vertellen in de reacties), wat een omgezwikte enkel tot gevolg heeft. De rest van de vakantie zal hij hier last van hebben, maar dat weten we op dat moment nog niet.

Die avond bakken we Hollandse pannenkoeken. Na een wat twijfelachtig recept te hebben geraadpleegd voor de exacte verhoudingen van de ingrediënten (Koopmans Pannenkoekenmix is blijkbaar geen exportproduct), komt het beslag er uiteindelijk best aardig uit te zien. En de pannenkoeken zelf ook. Genieten!

De avond brengen we door met spelletjes als Klaverjassen (gewonnen), Klootzakken (heel vaak gewonnen) en Shithead (niet gewonnen). Ook ontdekken we Sloveense televisie. Met name de Sloveense MTV en haar concurrenten kunnen mij bekoren (daarover morgen mééér).

De foto’s in dit bericht zijn gemaakt door Pim. Mischa en Sjoerd hebben ook foto’s gemaakt, die wellicht in volgende edities nog de revue zullen passeren.