Een heerlijke week in Portugal zit er op dus wordt hier de blogstilte doorbroken. Ik wilde eigenlijk nog een aflevering van de top 25 klaarzetten, maar dat lukte door ziekte niet meer. In ieder geval: ik ben er weer hoor! Vluchten kan dus niet meer.
Category Archives: Liedje van de dag
Oud en cynisch worden we allemaal (of?)
Oud en cynisch worden we allemaal, of toch niet?
Er was een tijd dat een muzikale samenwerking met Erlend Øye zo vaak voorkwam, dat de uit dezelfde Noorse stad (Bergen) afkomstige Annie “niks meer van gehoord” “Chewing Gum” in interviews riep dat ze ABSOLUUT NIET met de bebrilde Koning des Nerds samen zou werken “omdat iedereen dat al deed”. Een beetje gelijk had ze natuurlijk wel, Röyksopp, DJ Hell, Phonique en Kompis zijn slechts vier van de acts waaraan Erlend zijn dromerige vocalen leende naast zijn werk met Kings of Convenience, maar het kwam een beetje arrogant over destijds.
Inmiddels komen dergelijke muzikale samenwerkingen van Erlend minder vaak voor. Misschien omdat hij bijzonder succesvol is in de indiescene met zijn bands The Whitest Boy Alive en Kings of Convenience. Dus ALS er dan een nieuwe samenwerking verschijnt, is die het bebloggen waard.
Nu vraagt u zich natuurlijk af “Met welke dancelegende heeft Erlend dan nu weer een nummer gemaakt?” Nou, dat zal ik u vertellen.
Palmy.
Hoeveel? Hoor ik u vragen. “Palmy”, zeg ik nogmaals. Een Thais-Belgisch meisje (uiteraard een Thaise moeder en Belgische vader – vernoemd naar een Belgisch biermerk?) met lang bruin haar en meer nummer 1 hits dan jij of ik ooit zullen krijgen. In Zuid-Oost Azië wel te verstaan. Dat staat immers te lezen op de – hilarische – Wikipediapagina, die duidelijk door een lokale fan is bij elkaar geschreven:
Palmy became a well-known artist in a very short time from her first released single ‘Yak Rong Dang Dang’. It was Palmy’s official start in Thai music industry. Her tracks were the no. 1 on so many music charts. With this enormous success beyond expectation, Palmy had her first concert organized by GMM Grammy on 7 April 2002.
So many charts!!!11! Ik heb de tel verloren! KEI VEEL!
De pagina bevat nog meer juweeltjes, maar is niet alleen maar lyrisch. Zo uit de fan impliciet kritiek op de albumtelling. Het reggaecovers album telt de fan in kwestie niet mee in de discografie, maar Palmy doet dit zelf wel door haar album Palmy 5 te noemen. Daar protesteert de fan tegen bij de omschrijving:
Palmy 5 is the 4th album of hers ,was released on Friday 9th December 2011.
Volgt u nog?
Erlend was de beroerdste niet en schreef een liedje voor deze Thaise popsensatie en zong het samen met haar in. Het liedje Crush gaat over een jongen en een meisje die nooit iets deden met de “klik” die ze hadden toen ze samen over straat liepen. Het meisje was te verlegen, de jongen maakte alleen maar grapjes.
Letterlijk.
Dat is letterlijk het liedje.
He remembers feeling something
Between them, walking close
He wondered should he make move
But the chance would never come
When she left and he thought it was all
Until one day
He found out she had had a crush on him
But dare not say
Genieten hoor, met Erlend-die-fluit-solo en een longing refrein:
I guess I should have tried to make her mine
But all that I could do was make her smile
I guess that there were things I did not see
For not believing this happening to me
Het is wat we in de wandelgangen een “mierzoet” nummer noemen geworden.
Maar goed… Misschien dat die Aziaten wat minder goed Engels spreken en dat ze dit niveau gewoon beter snappen (al zitten er wel moeilijke tijden in zoals voltooid verleden tijd)…Het is op zich geen SLECHT nummer, zeker niet… Maar het is wel een beetje voor “lief dagboek”-meisjes en jongens gemaakt, duidelijk.
In die zin is de clip ook erg geslaagd. Zomerzon, Erlend met een kleine gitaar, Palmy met een te grote blouse (maatje Erlend), een hoed, laarzen en niet veel meer…. En dan maar dromerig dansen, fietsen en grapjes met elkaar maken.
Nou mensen, als dat uw oude en cynische hart niet doet smelten, dan weet ik het ook niet meer. Alles komt goed. Eet meer suiker.
Nu al een gevaarlijke outsider voor de zomerhit van 2012.
When? Over een maand
Over precies een maand verschijnt het nieuwe album van de nog steeds in veel landen schandalig onbekende Susanne Sundfør. Na het fantastisch mooie maar bij vlagen nog best pittige The Brothel, staat voor 26 maart de opvolger The Silicone Veil op stapel. Op het album vindt een sonische botsing plaats tussen de ‘antieke’ wereld en die hedendaagse, zo laat Sundfør weten. Haar spookachtige stem en de toetsen die ze bespeelt, dat zijn de eeuwige waardes, maar daar doorheen lopen moeilijke ritmes en geluidseffecten die we op The Brothel ook al af en toe hoorden.
Op de opvolger van The Brothel staan tien nummers, waaronder één liedje dat ik al twee keer live heb gehoord maar nog niet op cd is uitgebracht. Het was dan ook de vraag wanneer ik When in studio-uitvoering zou kunnen horen. Antwoord: over een maand dus. Dat is fijn, want When is namelijk een onbeschrijflijk mooi liedje.
De eerste single mag er overigens ook wezen. White Foxes is een nummer dat pas bij de tweede keer luisteren binnenkomt. De video (en in mindere mate de muziek) is op de een of andere manier unsettling zonder dat helemaal duidelijk wordt waarom – op tv zijn dagelijks ergere beelden te zien. Susanne (slechts enkele maanden ouder dan ondergetekende, maar wat staat daar een sterke vrouw zeg!) staat in een ancient bos piano te spelen terwijl een jongen met een dode vos loopt. In de hedendaagse, silicone wereld rijdt iemand op een motor en wordt een man aan zijn hersenen geopereerd – ook hier volop verwijzingen naar de vossen uit de titel.
Geen instant floor filler, maar wel een bijzonder intrigerend nummer en dito video (full-screen kijken dus). Mijn verwachtingen voor het ongetwijfeld weer moeilijke album zijn nu echt torenhoog…
De clip of het ei
Dit is een van mijn favoriete liedjes van The Rip Tide, het vorig jaar verschenen album van Beirut. De clip heeft een nogal retrolook en is geheel in zwart-wit geschoten en bestaat vooral uit van die komische situaties waar je niet echt van moet lachen, maar die wel absurd zijn. Rest de vraag. Wat was er eerder, de clip of het ei?
Rest van de cd is overigens ook meer dan moeite waard. Lekkere liedjes verpakt in een sausje van blazers, Balkan en Brooklyn. Denk ik. Weet niet of het ook echt Brooklyn is. Maar het is wel hippe Amerika-pop. Dat wilde ik alleen maar even zeggen.
“I hide behind my jokes as a form of protection”
Tsja, het afgelopen weekend lag ik ziek in bed in plaats van een mooi weekend in London te hebben. Ziek op de manier dat je nog NET niet helemaal vergaat van de ellende, maar na een rondje door het huis duizelig, misselijk en moe bent. En daardoor uiteindelijk maar van ellende in bed blijft liggen. En dat dat dan hetzelfde effect heeft als opstaan en een rondje door het huis lopen. Een soort griep dus, zo voelde het althans. Ik koesterde nog even de hoop dat ik zaterdag alsnog een last-minute kon nemen, maar ook dat bleek wat veel gevraagd… En zodoende lag ik het hele weekend in bed. Pas vandaag kon ik weer wat dingen proberen – zoals dit stukje typen.
Door dat in bed liggen kwam ik wel dit liedje tegen. Bandje Boy & Bear kende ik vooral van het liedje dat ze met Passenger maakten (waarover ik in 2010 al eens schreef) – Mike Rosenberg heet de beste man eigenlijk. Toen ik een collega een liedje van Boy & Bear zag plaatsen op Facebook, was ik benieuwd of Passenger al een nieuw album had gemaakt. Want hoewel sommige nummers van Flight Of The Crow me wat te zoetsappig waren, zaten er een paar juweeltjes tussen.
En wat blijkt: 24 februari komt de nieuwe plaat uit – All The Little Lights. Met de drummer van Boy & Bear in de backing band. En eerste single – The Wrong Direction – mag dan een net iets te vrolijk klinkend, up-beat Jason Mraz-achtig gitaarliedje zijn, de tekst van het refrein kwam bij mij een beetje too close for comfort. En dan is het dus een goed liedje ja:
’cause I love to feel loved but I can’t stand the rejection,
I hide behind my jokes as a form of protection,
I thought I was close but under further inspection,
It seems i’ve been running in the wrong direction oh no…
Op Spotify vindt u – naast de albums van de gelijknamige Zweedse metalband – ook de studio-uitvoering met (elektrische) piano, glockenspiel, drums en trompetsolo. Dat is u misschien iets te catchy, dus wellicht dat deze soloversie u meer kan bekoren (met mondtrompet én Haddaway-What Is Love?-improvisatiemomentje).
Vrolijke hartebreekliedjes
(hoe schrijf je eigenlijk hartebreekliedjes? Ik neig zelf dus naar een versie zonder tussen-n, omdat dat voor mijn gevoel meer impliceert dat het woord al jaren in gebruik is, terwijl het maar 8 resultaten op Google oplevert – nu 9)
In dit postje wil ik het vooral over Damien Jurado’s nieuwe album hebben. Of ja, de tweede single van het album, die zeker in de categorie ‘vrolijke hartebreekliedjes’ past. Het album heb ik pas net (omdat ik het net heb besteld voor een schappelijke prijs maar schandalig hoge verzendkosten, maar dan krijg ik wel drie extra 7″ singles, een cd en vinyl en een instant gratification download, maar dat doet er verder niet toe): het gaat om de tweede single die ik niet heb gehoord.
Maar eerst een liedje wat gisteren mijn hart brak. Ik zat in de trein naar huis en net voor ik aankwam op het station begon de vrolijke intro van A Balloon On A Broken String, zomaar een liedje van The Boy Least Likely To. The Boy Least Likely To maakt liedjes die steevast van het stempel twee (op zijn Engels) kunnen worden voorzien. Ik vind het altijd lastig om twee te omschrijven, dus verwijs ik maar naar de muziek van The Boy Least Likely To. Want dat is nu eenmaal een goede demonstratie.
Van twee muziek krijg ik altijd een beetje jeuk na een tijdje en dan skip ik door. Maar omdat ik wel een vrolijk liedje kon gebruiken, luisterde ik gewoon naar A Balloon On A Broken String. Gezien de vrolijke melodie stap je over het woordje fat in de eerste zin heen. In de zin I’m not a boy, I’m a big fat balloon staat fat natuurlijk gewoon voor groot. Dat is logisch. Want het is een vrolijk liedje toch? En zelfs het refrein – dat extreem meezingbaar is – komt in eerste instantie over als vrolijk:
Because I’m a balloon
On a broken string
I’m not attached to anyone or anything anymore
Oh oh oh, shooby doo, tra la la
Vrolijkheid kent geen tijd, zullen we maar zeggen… Maar dit lied van bevrijding wordt door net zo vrolijke, maar duizend keer depressievere tekst opgevolgd:
I’m sad and alone
But you’d never know it to look at me
I look ever so happy up here by myself
But I wish sometimes I looked the way I felt
Waarom dan, mooie rode ballon?
And I worry
That if I was to just burst suddenly
Then nobody would even notice me
*snik*
*hart breekt*
Oordeel zelf:
Damien Jurado brak mijn hart altijd op traditionele wijze: namelijk gewoon met een goed gitaartokkelliedje. The loneliest place I’ve ever been is in your arms zong hij in het najaar van 2010 in Roepaen in Ottersum… Er klonk een doorleefdheid uit zijn stem die op de tweede single van zijn nieuwe album Maraqopa (vanaf volgende maand in de winkel) ook weer prima tot zijn recht komt.
Alleen, is dit geen rustig gitaarliedje. Het begint wel zo. Maar ineens horen we een elektrische piano en een fijne drumpartij. Damien, wat doe je nou? Dit klinkt… Dit klinkt bijna vrolijk! Maar de tekst breekt gewoon mijn hart. En die stem ook. Die stem vooral.
Falling to the ground I was anxious to be found
You can always go home to the safety of your cloud
Don’t let go, I need you to hang around
I’m so broke, and foolishly in love
Dit worden de mooiste 2:49 van je dag… Het nummer is aanzienlijk minder twee:
Damien Jurado “Museum of Flight” by DOJAGSC
Dit bedoel ik dus met vrolijke hartebreekliedjes. Vrolijke instrumentatie, zielige tekst. En ik kan er geen genoeg van krijgen. Meer! Meer! Meer!
(mocht u trouwens meer Damien Jurado willen: het vorige album Saint Bartlett kreeg van mij vierenhalve ster en daar sta ik nog steeds vol achter)
Twee draken
Zit je allemaal foute net niet indie, net niet te commerciële electropop te luisteren, komt een vriend aanzetten met een tof bandje uit Estland. Dan is toch stiekem de eerste gedachte “is dit bandje uit Estland nu wel net zo goed als bandjes uit andere landen, of is het feit dat ze uit Estland komen vooral cool?” Tsja… En dan begint dat basloopje en ben je verkocht. Ik in ieder geval wel. Pompom-pompompompom-pompom-pomppom-pompom-pom… Kan een baslijntje zo catchy zijn? Ja! En het liedje verhaalt van een man met een gebroken hart, de eerste zinnen klinken nog wat onwennig, maar laat je vooral meevoeren door de diepe stem en de mooie tekst (How could you shoot a good man down, leave without mourning?).
Nou, het bandje heet dus Ewert and the Two Dragons (mooie naam!) en het is dus inderdaad een heel goed bandje. En dat ze uit Estland komen, maakt het extra cool natuurlijk.
