Technisch doodverklaard

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 03-2011, te bestellen via www.chip.nl, en kwam tot stand in samenwerking met Sander Almekinders. Volg CHIP op Twitter.

In de wereld van de consumentenelektronica is het niet vreemd dat trends elkaar in vrij rap tempo opvolgen. Denk bijvoorbeeld aan de walkman, die overbodig werd na de introductie van de discman. Deze werd dan weer overvleugeld door de MP3-speler, maar ook daar lijkt een einde aan te komen. Ze worden nog steeds geproduceerd en verkocht, maar zijn allang niet meer het paradepaardje van de gadgetproducenten van deze wereld. Waar Apple ooit met de iPod furore maakte, wordt de technische innovatie nu op andere terreinen geboekt en is de steeds kleiner wordende markt prooi voor reputatieloze spelers uit China en andere Aziatische landen. Er is geen plotselinge aversie ontstaan jegens MP3-spelers, maar de productcategorie is simpelweg overbodig geworden dankzij smartphones en featurephones die tegenwoordig allemaal muziek afspelen.

Vorig jaar rond deze tijd verschenen er veel artikelen over HTML5, de recentste versie van de taal die op internet wordt gebruikt om webpagina’s te maken en beoogd vervanger van Adobe Flash. Critici, waaronder de ontwikkelaars bij Apple, hekelen de Flash-plugin: hij gaat niet zuinig om met systeembronnen en neemt veel ruimte in beslag. Steve Jobs heeft de techniek zelfs als “stervende” betiteld. We zijn nu een jaar verder en Flash lijkt nog geen last te hebben van HTML5. HTML5 wordt weliswaar door steeds meer browsers ondersteund, maar op verreweg de meeste websites die je bezoekt, staan nog talloze Flash-objecten en banners die op de “stervende” techniek zijn gebaseerd. Een van de redenen hiervoor is dat HTML5 nog niet af is. Er wordt nog steeds gebakkeleid over de implementatie van codecs en bepaalde tags door browserfabrikanten, webontwikkelaars en het consortium achter de webprogrammeertaal. Een ander nadeel is dat HTML5 vatbaarder is voor het installeren van ongewenste bestanden in de vorm van cookies. Feit blijft dat HTML5 minder belastend is dan Flash. De vraag is of dat met de mogelijkheden van de huidige hardware nog een verkoopargument is.

Het jaar 2011 is het jaar van de tablets. Daar leek het in ieder geval sterk op bij de recente Consumer Electronics Show in Las Vegas, waar een hele stortvloed aan iPad-concurrenten werd gepresenteerd. Bij de introductie van de iPad riep Apple nog dat tablets netbooks en subnotebooks overbodig zouden maken. Maar nu, in 2011, het jaar van de tablets, zijn netbooks allesbehalve uitgefaseerd. Na de introductie van de iPad voorspelden verschillende onderzoeksbureaus dat de verkoop van notebooks en laptops fors zou dalen in 2011. Toch steeg de verkoop van netbooks weer behoorlijk in het vierde kwartaal van 2010. Dit kan uiteraard te maken hebben met het feit dat er na de iPad lange tijd geen tablet op de markt is gekomen, maar kan ook duiden op een herwaardering van de netbook. Over een jaar weten we meer: zijn netbooks hetzelfde lot beschoren als de MP3-speler of weigeren ze vooralsnog het veld te ruimen, net zoals Flash? Wie het weet mag het zeggen.

Wel / niet

Wel cool:

  • Het niveau van Chuck was dit huidige seizoen enigszins gedaald (grootste lichtpunt is de gastrol van Timothy Dalton), maar ik vind het toch wel mooi dat de serie is vernieuwd voor een vijfde en laatste seizoen. Dertien afleveringen, precies genoeg voor een mooi mainstream verhaal om de bij vlagen steengoede serie tot een mooi einde te brengen. Niet de beste serie ooit gemaakt, maar wel een serie die de mix van komedie, drama, nerdheid en romance helemaal goed heeft. Ook al lijdt het verhaal daar enigszins onder.
  • Deze man, Jonathan Coulton, verdiende 500.000 dollar met zijn muziek op internet zonder tussenkomst van platenlabels. Respect.
  • Ajax is kampioen van de Eredivisie. Terechte winnaar van het seizoen? Je zou zeggen Twente, maar die hebben ook te veel punten laten liggen. De kampioenswedstrijd heeft Ajax in ieder geval terecht gewonnen.
  • PSV geen Champions League. Toch mooi. Liever Twente.
  • FC Oss (of zal ik maar gewoon van TOP spreken?) terug naar de Eerste Divisie. Zelf zou ik nog geen drie spelers van de club kunnen noemen, maar voor Zoggel is het mooi – denk ik – als ze alle zaakjes rond krijgen.
  • Ik switch binnenkort van een Windows-blad naar een Apple-blad. Je zou kunnen zeggen dat dat is omdat ik nu definitief een Apple Fanboy ben, maar ik doe het vooral omdat ik dan in ieder geval kan gaan bloggen in naam van het blad en aan andere leuke activiteiten mee kan werken. Zelfde baas, ander blad dus.
  • Gratis nieuwe muziek is er van Fionn Regan… Blijkt die man in augustus met een nieuw album te komen. Vond zijn tweede album wat tegen vallen.
  • De nieuwe Bon Iver mag er ook wezen. Single ‘Calgary’ hierrrr.
  • Haha. Haha. Ha. Wel leuk.

 

Niet cool:

  • De motjes op mijn kamer. Ik heb er al een stuk of honderd doodgeslagen sinds ik ben verhuisd. Ze doen niks, behalve irritant rondvliegen. Ze zitten met name in de keuken.
  • Toch een beetje vaste prik: in het weekend de ‘Zeven Dagen Lang’ van Zoggel uitchecken. De upgrade van Blogger verliep echter niet geheel vlekkeloos. Met als gevolg dat er geen Zeven was dit weekend.
  • De make-up van Ane Brun in de promotieshots van haar nieuwe album en single. De afgelopen weken liep er een countdown op haar website. De grote foto van haar hoofd is een stijlbreuk met de vorige cover-art, die soms kleurrijk, maar altijd met lange sluitertijd werd gefotografeerd. Ik hou niet van wit opgemaakte wimpers… En waar op die grote promotionele foto nog wel enige “schoonheid” te ontdekken is, is de singlecover afgrijselijk. Met name vanwege het lelijke behang. Bah, bah bah. Het bijbehorende liedje is nogal anders, maar na een paar keer luisteren wel te pruimen. Hopelijk niet het hoogtepunt van het nieuwe album… “It all starts with one…” It all starts with one good song ja. En nu weer normaal graag.
  • Het nieuws op Kink Classics komt tegenwoordig 12 minuten voor het hele uur… Krijgen we dan het nieuws 48 minuten te laat of 12 minuten te vroeg?

Mobiele afzetters

In de CHIP die vanaf komend weekend in de winkels ligt (CHIP 6-2011), heb ik een column geschreven over mobiele aanbieders. Die is nogal ongenuanceerd: ik noem alle mobiele providers afzetters (tot twee keer toe zelfs, in een bestek van minder dan 500 woorden).

Dat deed ik omdat onze vrienden van de mobiele telefoon ons keer op keer te kakken zetten. Ze troggelen ons veel geld af en als we dan manieren vinden om hoge rekeningen te vermijden dan moeten we daar gewoon ook voor betalen omdat ze anders zielig zijn.

Ik snap best dat mobiele providers moeite hebben met het verwerken van al dat dataverkeer, maar zij zijn ook degenen die ons al die smartphones aansmeren bij hun abonnementen. Die gebruiken we dan om e-mails te lezen, YouTube af te speuren naar leuke filmpjes en te surfen op internet. Dat is inderdaad wat zwaarder dan gewoon bellen en sms’en (hoewel ook dat rond de jaarwisseling vaak te hoog gegrepen is voor veel mobiele aanbieders), maar dat hebben ze dan wellicht een beetje over zichzelf afgeroepen, of niet?

In mijn column leg ik uit dat het heel logisch is dat consumenten die keer op keer worden afgezet met stiekem duurdere rekeningen (“nee, dat valt niet in uw bundel, dat staat in de kleine letters!”) op zoek gaan naar andere manieren om geld te besparen. Zo was ik enkele jaren geleden dol gelukkig toen ik een manier ontdekte waarop mijn internetkosten TOCH binnen mijn bundel vielen. En nu slaat iedereen massaal aan het pingen, whatsappen en instant messagen omdat dat vrijwel gratis is, vergeleken met de prijs van een sms’je. Nu wil KPN daar geld voor vragen en dat vereist inspectie van ons dataverkeer. Of dat mag is niet helemaal duidelijk, maar de sympathie van de gebruiker wordt er in ieder geval niet mee gewonnen (zie ook dit artikel op Bright).

Wellicht ben ik conservatief, maar ik betaal Hi al een vast bedrag per maand om mijn data te verzenden. Maar nu is de ene byte de andere niet meer. Want als die byte nullen en enen bevat die richting de WhatsApp-servers gaan, dan moet ik als het aan KPN ligt straks meer betalen. Of dan moet ik een speciale WhatsApp-bundel nemen. Ik ben echter van mening dat KPN zich daar helemaal niet mee moet bemoeien. De enige die mij geld mag vragen voor mijn bits en bytes richting Whatsapp.com, is WhatsApp zelf. Althans, ik vind het prima om de dienst van het verzenden af te nemen van KPN (dat doe ik nu immers ook), maar van mijn persoonlijke data moeten ze verder afblijven. Want ik wil helemaal niet dat KPN mijn dataverkeer gaat analyseren en bepalen wat er naar YouTube.com, wat naar AlleBuitenlandersHetLandUit.nl en wat naar WhatsApp gaat. Dat is hun zaak niet.

Internet is mooi omdat er van alles kan ontstaan, van weblogs tot schimmige experimenten en handige webdiensten. Op de computer is het nu nog vrij gewoon dat we overal toegang tot hebben voor hetzelfde tarief. Maar mobiel zou dat niet het geval zijn?

Reken gewoon lekker op dataverbruik af, daarmee verdienen jullie al genoeg. Dan gaan jullie inderdaad minder verdienen aan sms’jes, maar daar hebben jullie de afgelopen jaren al zo schandalig veel mee verdiend, dat dat ook wel eens tijd mocht worden. Misschien moeten jullie inderdaad wat zuiniger gaan werken, maar het is niet alsof jullie verder geen cent meer binnen krijgen.

Ga in ieder geval niet ons dataverkeer analyseren en uitplooien. Dat is een enorm kwalijke zaak. Niet omdat ik iets te verbergen heb, maar wel omdat ik niet wil dat een commercieel bedrijf dergelijke gegevens in handen krijgt en er vervolgens ik weet niet wat mee kan doen.

Is dat een hypocriete opmerking van iemand die van diensten gebruik maakt die net zo hard privacy schenden (Facebook anyone?) als mobiele aanbieders zouden willen (en wellicht al doen)? Misschien. Maar het is minder hypocriet dan eerst dure smartphones en abonnementen verkopen, dan realiseren dat je netwerk dat niet aan kan en dat mensen manieren vinden om minder hoge rekeningen te krijgen en er dan daarom maar met de privacy van je gebruikers aan de haal te gaan.

Omdat ze “te veel” gebruik maken van je diensten voor te weinig geld. Misschien heb je dan al die tijd gewoon te veel geld gevraagd. Wordt het niet eens tijd dat er hier iemand ingrijpt? Iedere keer denk ik dat KPN en co. niet dieper kunnen zakken, maar ze blijven me verbazen. Afzetters zijn het, allemaal.

Met dank aan mijn volgers

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 01-2011, te bestellen via www.chip.nl. Volg CHIP op Twitter.

Hoewel lang niet iedereen het nut van Twitter ziet, komen er steeds meer Nederlandse accounts bij, ook van grote bedrijven en instanties. Zo is er @nosheadlines, dat ieder uur het laatste radiojournaal op Twitter plaatst, zodat je er online naar kunt luisteren, maar ook heel Duckstad zit op Twitter. Bijna ieder zichzelf respecterende nieuwsbron heeft een Twitter-account.

Omdat Twitter (nog) geen banners en reclame heeft, is het een prettige manier om op de hoogte te blijven van het laatste nieuws en voor het volgen van vrienden en interessante mensen. Toch is nog lang niet iedereen fan van Twitter. Wat kun je zeggen in 140 tekens? Wat interesseert het mij wat een ander aan het doen is? Dat zijn heel valide vragen die je kunt stellen als het op Twitter aankomt. Maar voor Twitter geldt ook wat voor bijna alles geldt: je moet het doen voordat je er verslaafd aan kunt raken. De kracht van Twitter is voor iedereen anders. Sommige mensen gebruiken het inderdaad om hun vrienden te laten weten dat ze net een half uur onder de douche hebben gestaan (“Sorry, aarde”). De vrienden reageren dan en zo ontstaat er vaak een kat- en muisspel van @mentions en ludieke tweets.

Maar lang niet iedereen gebruikt Twitter op deze manier. Zo was ik enkele maanden geleden op een congres over ICT in het onderwijs voor het artikel “Het einde van het Krijtperk?” Daar was ik onder andere bij de keynote van @peterdevisser, over een school waar ieder kind een MacBook krijgt in plaats van werkboeken met opdrachten. Hij twittert, maar niet om te zeggen wanneer hij doucht of praat, maar ter inspiratie. Via Twitter komt hij in contact met andere mensen uit het onderwijs en deelt hij goede ideeën. Twitter is in dat geval een ideeëngenerator. De korte en krachtige berichten kunnen bij gelijkgestemde volgers een eigen leven gaan leiden. Ik gebruik Twitter op beide manieren. Twitter is de reden dat ik bijna in de organisatie van een naaktkalender terechtkwam, maar ook dat ik de Weblogger van deze CHIP vond.

De leukste toepassing van Twitter is voor mij de “Mag ik een vriend bellen?”-optie. Toen ik namelijk na afloop van mijn congresdag op station Lunteren aankwam, bleek de trein net vertrokken. De trein naar Ede-Wageningen komt daar maar één keer per half uur. Dus tweet ik: “Trein vertrekt over 28 minuten, zou er in Lunteren verder nog iets te doen zijn?” Twee minuten later krijg ik van @ImkeWalenberg een adresje waar ik een lekkere kop koffie kan drinken en mijn artikel alvast schematisch kan opzetten. Dat is vele malen beter dan in de vrieskou te wachten op de volgende trein. Als je echt niets te doen hebt, kun je altijd nog proberen andere mensen te helpen. Twitter kan grappig, handig en inspirerend zijn. Misschien was dat in eerste instantie niet het idee erachter, maar dat is wat het is geworden. Als je dat wat lijkt, kan ik je alleen maar aanraden Twitteren toch echt een keer te proberen. Begin met het volgen van @chipnl en @ditisstefan.

Mag ik je gegevens?

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 09-2010, te bestellen via www.chip.nl. Volg CHIP op Twitter.

Op The Pirate Bay kun je tegenwoordig niet alleen films, muziek en software van soms dubieuze kwaliteit downloaden, maar ook 2,8 GB aan gebruikersgegevens van Facebook. Het zijn de gegevens van Facebook-leden die in de privacy-opties van Facebook niet hebben ingesteld dat hun gegevens  inzichtbaar voor zoekmachines moeten blijven. De gedownloade databestanden bevatten profielgegevens, waaronder voor- en achternamen. Via de URL’s in de lijsten kunnen de bijbehorende profielpagina’s van de leden worden geopend. Vervolgens kunnen ook de profielen van vrienden worden bekeken. Dit terwijl een deel van die vrienden juist heeft aangegeven dat zij niet publiekelijk geïndexeerd willen worden. Facebook meent dat er niet veel aan de hand is: de ‘gelekte’ data is ook met een zoekmachine te vinden. Er komt dus geen informatie aan het licht die voorheen verborgen was. Toch voelt het niet goed dat er iemand van een goedaardig beveiligingsbedrijf in is geslaagd om de database van Facebook met zo’n honderd miljoen accounts in één keer te downloaden. Als er straks iemand écht gevoelige data wil hebben, wie zegt mij dat die daar dan niet wat extra moeite voor doet – en erin slaagt?

Facebook is geen uitzondering in het opslaan van onze persoonlijke gegevens. Google, Apple, Microsoft, Yahoo: het lijkt alsof alle internetbedrijven bezig zijn met het inzamelen van gebruikersgegevens. Zo kan Apple elke verkochte iPhone via de ingebouwde GPS-module traceren. Weliswaar anonimiseert het bedrijf deze gegevens alvorens deze te gebruiken voor zijn iAds, maar wat als een ander bedrijf straks besluit dat niet meer te doen? Gelokaliseerde en gepersonaliseerde advertenties zijn misschien handig, maar het blijft opdringerige reclame.

Moeten we dit soort praktijken normaal vinden en accepteren? Wij vertrouwen websites en bedrijven onze gegevens toe en in ruil daarvoor krijgen we ‘relevante’ reclame én moeten we maar hopen dat onze persoonlijke gegevens niet worden gestolen en misbruikt. Dat is niet de beste deal die ik ooit met een bedrijf heb gesloten. Probleem is ook dat het steeds normaler wordt om overal je gegevens achter te laten. Op veel sites en forums kun je pas reageren als je een account hebt. Sommige websites mag je zelfs pas bekijken als je bent ingelogd. Dat is dan weer een extra instantie die je gegevens heeft, terwijl ze die feitelijk niet nodig hebben. Op sommige websites is inloggen heel handig – zo vind ik het heel fijn dat ik de enige ben die bij mijn bankrekening kan als ik ga internetbankieren, maar op andere websites vind ik het echt niet nodig om mijn (echte) gegevens in te vullen.

Vul dus de volgende keer als je je ergens registreert alleen de verplichte velden in. Als je wordt verplicht om een adres in te vullen, maar niet inziet waarom dat nodig is, vul dan een nepadres in. Gebruik daarnaast niet je eigen e-mailadres, maar gebruik een speciaal aangemaakt spamadres om te voorkomen dat je tot in lengte der dagen nieuwsbrieven ontvangt. Bedrijven willen je gegevens graag hebben, maar dat betekent niet dat jij die klakkeloos hoeft af te geven. Persoonlijke gegevens mogen dan veel waard zijn voor bedrijven – voor jou zijn ze nog veel meer waard.

“Flash is wel degelijk een open techniek”

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 06-2010 en iCreate 19, te bestellen via www.chip.nl. Volg CHIP op Twitter.

Op hetzelfde moment dat CS5 op de markt verschijnt, zijn er steeds meer kritische geluiden te horen over Adobe. Apple zet zich steeds nadrukkelijker af tegen het bedrijf en boze tongen beweren dat Flash op korte termijn vervangen gaat worden door HTML5. Het zijn roerige tijden voor Adobe. Een interview met Klaasjan Tukker.

Het verhaal van Adobe begint in de jaren tachtig als het bedrijf start met het ontwikkelen van een standaard om documenten op een uniforme manier uit iedere printer te laten komen (PostScript). Later ontwikkelt Adobe een standaard die ervoor moet zorgen dat documenten er op ieder apparaat hetzelfde uit zien (PDF). Dit is nu vanzelfsprekend maar de uitwisseling van documenten tussen verschillende Word-versies verliep in die dagen niet altijd soepel. Inmiddels is Adobe één van de grotere softwarebedrijven ter wereld. Sinds de overname van Macromedia is Adobe ook eigenaar van de veel gebruikte Flashtechnologie. Hierdoor is Adobe heer en meester op het gebied van creatieve ontwerpprogramma’s en webtechnologie. Maar de tijden veranderen: de combinatie desktop pc met Windows en Internet Explorer is niet vanzelfsprekend meer. Internet wordt op steeds meer manieren gebruikt. Klaasjan Tukker komt tot dezelfde conclusie: “Je ziet dat de markt steeds diverser wordt, in plaats van uniformer. Kijk naar de browsermarkt, naar de diverse soorten gadgets. Voor al die markten moet content worden gecreëerd.”

HTML5
HTML5 is hot op internet. De nieuwe taal waarmee webpagina’s kunnen worden gemaakt, ondersteunt een aantal mogelijkheden die Flash nu ook ondersteunt. HTML5 wordt vaak gezien als een bedreiging voor Adobe. Klaasjan Tukker vindt dit beeld erg zwart-wit. “Vaak zie je media de uitersten opzoeken. Het is óf HTML5 óf Flash. Daarbij wordt vaak vergeten dat wij ook in het consortium zitten dat HTML5 ontwikkelt. Al die platforms vormen een uitdaging. Je hebt verschillende videoportals, zoals YouTube, Vimeo en Uitzending Gemist. Die hebben allemaal wensen en eisen. Vorig jaar lieten we op een conferentie in Los Angeles al een demo zien waarin Dreamweaver een Flash-animatie naar HTML5 converteerde. Onze software moet zoveel mogelijk ondersteunen. HTML5 definieert wel hoe video afgespeeld moet worden, maar schrijft geen codec voor waarmee dit moet. De iPad ondersteunt geen Flash, maar er komen nog tientallen andere tablets op de markt dit jaar die dat wel doen.”

Is het voor de internetgemeenschap niet beter als gebruik wordt gemaakt van open technieken (zoals HTML5)? Tukker: “Flash is weliswaar niet open source, maar wel degelijk een open techniek. Alles is beschreven, iedereen kan zien hoe het gebruikt gaat en kan worden. Veel videosites worden nu steeds geslotener. Flash blijft open en toegankelijk voor iedereen, maar biedt ook de mogelijkheid copyright te beschermen. Een belangrijk probleem van HTML5 is dat het weliswaar een toegankelijke en bruikbare techniek is, maar dat uitgevers van muziek, films en andere content niet kunnen beïnvloeden wat met hun content gedaan mag worden. Ze willen zelf bepalen in hoeverre hun materiaal op internet verspreid mag en kan worden. Bij HTML5 speelt deze discussie nauwelijks. Flash 10.1 houdt wel rekening met dergelijke wensen.”

Traag
Flash wordt vaak verweten veel systeembronnen te gebruiken, zeker ook op Apple OS X. Tukker geeft aan dat dit mede door Apple zelf komt. “Zo ondersteunen Apple en Safari veel mogelijkheden om video af te spreken. Maar terwijl Safari op OS X wel de h264-codec ondersteunt, is dit onder Windows weer niet het geval. Wanneer Flash op de processor is aangewezen om video weer te geven, dan is dat niet de meest efficiënte oplossing. Zodra Flash echter gebruik kan maken van de grafische kaart (hardware acceleration), ondervindt je systeem nauwelijks nog hinder van het gebruik van Flash. Zolang Apple die mogelijkheid echter niet biedt, presteert Flash inderdaad minder goed op OS X. Apple gaf bepaalde API’s (Application Programming Interfaces – red.) gewoon niet vrij. De nieuwe versie van Flash Player op de Mac (10.1) levert aanzienlijk betere prestaties. Maar Apple bepaalt wat er mogelijk is.” Apples starre houding is nog geen verleden tijd. Zo kondigde het bedrijf onlangs aan alleen nog mobiele apps te accepteren die voldoen aan strenge eisen: ze mogen bijvoorbeeld niet gemaakt zijn met Adobe Flash CS5, waarin juist een speciale tool zit om dit te doen.

Op de vraag of Flash Player terrein gaat verliezen door HTML5, reageert Tukker bevestigend. “Maar de markt voor interactieve applicaties groeit enorm. Wellicht dat we procentueel gezien gaan inleveren ten opzichte van andere bedrijven en technologieën, de concurrentie wordt immers groter. Maar zelfs als dat het geval is, moet er nog steeds content gecreëerd worden. Voor speciale, rijke mediasites is Flash nog steeds de beste oplossing. Kijk naar Chatroulette. Die site maakt gebruik van een nieuwe, Skype-achtige functie in Flash 10 (Real Time Message Flow Protocol). De jongen die het ontwikkelde heeft gekeken naar de technologie, zich afgevraagd hoe hij het kon gebruiken en toen ingezet. Er zijn geen speciale servers voor nodig: alles werkt met behulp van Flash Player 10.”

Alles ondersteunen
Dan is er nog de veel gebruikte Adobe Reader. Dit programma wordt door consumenten als traag ervaren. Waarom is Adobe Reader zoveel groter en trager dan programma’s als bijvoorbeeld CutePDF en Foxit Reader? “PDF is een open standaard. Er zijn wellicht snellere readers te vinden, maar die ondersteunen niet alle onderdelen van de PDF-standaard. Het toevoegen van annotaties, mogelijkheden tot validatie en functies die nodig zijn om bijvoorbeeld digitale facturatie voor bedrijven mogelijk te maken, zitten niet in dergelijke programma’s. Adobe Reader ondersteunt álle onderdelen van de huidige versie van de standaard (1.7) én alle voorgaande versies. Met Adobe Reader weet je zeker dat je het document te zien krijgt zoals het is gemaakt. Als je dat overdreven vindt, kun je overigens Adobe Digital Editions downloaden.”

Die uitgebreide ondersteuning van oude en nieuwe versies geldt ook voor Flash, Lightroom en andere producten. Tukker: “Backwards ompatibility is extreem belangrijk voor Adobe. Flashbestanden van tien jaar geleden werken ook nog met de huidige versie en dat zal over tien jaar nog steeds zo zijn. Dat geldt voor al onze technieken en standaarden, of het nu gaat om fotobeheer in Lightroom, het gebruik van programmeertalen in Dreamweaver of het bekijken van PDF-bestanden met een oude versie van Adobe Reader. Welke techniek ook dominant mag worden, wij proberen hem zo goed mogelijk te ondersteunen. Of dat nu op de computer, mobiele telefoon of een tablet is.”

Klaasjan Tukker werkt sinds 2008 bij Adobe Benelux als Business Development Manager Creative Pro. Daarvoor was hij met Java in de weer, een programmeertaal die nog steeds veel op het web en in mobiele applicaties wordt toegepast. Hij was onder andere voorzitter van de Nederlandse Java gebruikersgroep (NLJUG). Bij Adobe houdt hij zich bezig met software als Creative Suite 5.

Digitale stemwijzer

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 06-2010, te bestellen via www.chip.nl. Daarin staat ook de tabel met standpunten.

Economie is het belangrijkste thema van de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen. Maar in de komende kabinetsperiode moeten ook besluiten worden genomen over digitale burgerrechten, privacy en censuur op internet. CHIP licht deze kwesties toe en brengt de standpunten van de partijen in kaart.

Continue reading