Natuur en techniek

Dit artikel verscheen eerder in CHIP nummer 5 (2010). Die uitgave is op CHIP.nl na te bestellen.

Zeg nou zelf: op een mooie zonnige dag ga je als het even kan niet achter je duffe bureau zitten, maar ga je naar buiten. Techniek past zich daar op aan. Mensen lopen rond met een smartphone met meer functionaliteit dan een Zwitsers zakmes en kopen digitale fotolijstjes, e-readers en laptops bij de vleet: draagbare gadgets. Hierdoor kunnen we in plaats van op kantoor in de tuin werken. Althans, dat willen fabrikanten ons doen geloven. De praktijk is vaak nog anders.

Op de middelbare school moeten havo- en vwo-leerlingen in de tweede fase een profiel kiezen. Eén van die profielen heet Natuur en Techniek. Ik heb dat altijd een tegenstrijdige naam gevonden. Want hoewel natuur en techniek heel veel met elkaar te maken hebben, vonden consumenten het altijd lastig beide fenomenen naar tevredenheid te combineren, wellicht op kerstverlichting in de tuin na. Met mooi weer gaat de computer uit, net als de televisie. Visueel entertainment was buitenshuis nauwelijks mogelijk. De eerste gadget met display die de tuin veroverde, was de mobiele telefoon: in eerste instantie niet vanwege zijn beeldscherm, maar omdat je ermee kon bellen. Die telefoons werden steeds slimmer, de schermpjes steeds mooier en ineens liepen we met een mediaspeler annex camera annex telefoon in onze zak. Die mobiliteit maakte de weg vrij voor een scala aan andere gadgets zoals tablets, e-readers en écht handzame laptops. Dat neemt niet weg dat de meeste beeldschermen nog steeds vrij lastig in de zon te lezen zijn. Bovendien worden sommige apparaten zo heet, dat het niet aan te bevelen is om ze met zonnig weer te gebruiken.

Nee, je kúnt wel met je laptop de zon in, maar dat is nog niet altijd handig of fijn. Je zou zeggen dat draagbare gadgets worden ontworpen om in alle situaties goed te presteren, maar dat is niet altijd zo. Wat heb je aan een smartphone of laptop als je het scherm niet kunt lezen als je buiten in de tuin zit? Nieuwe telefoons, tablets en e-readers worden steeds vaker zo ontworpen dat ze zowel binnen als buiten goed bruikbaar zijn. Dat betekent niet dat iedereen meteen om is: de combinatie zon, zee, laptop zal voorlopig nog veel mensen vreemd in de oren klinken. Als je echter op een mooie zonnige lentedag dringend iets af moet maken voor je werk, zou dat ook buiten in de natuur moeten kunnen.

Surfen op internet, overleggen met collega’s, je sociale netwerk onderhouden: voor bijna niets hoef je straks achter je bureau te zitten. Alles wordt langzaam maar zeker draadloos en nog goed buiten te gebruiken ook. Straks is er geen draad meer die je aan je bureau bindt. Dan is het vanzelfsprekend om gadgets in te zetten in de tuin, op het strand of bij het winkelen. Techniek is dan waarlijk overal en in feite een tweede natuur geworden.

Op Slot

Dit artikel verscheen eerder in CHIP nummer 3 (2010). Die uitgave is op CHIP.nl na te bestellen.

Mijn mp3-speler en ik zijn bijzonder goede vrienden. Hij stamt uit de tijd dat de iPods nog een zwart-wit scherm en een mechanisch clickwheel hadden. Mijn iRiver h320 heeft een kleurenscherm, was toenertijd goedkoper en kan ook als usb-stick worden gebruikt. Na twee jaar werd hij echter ziek: zijn batterij deed het niet meer. Op internet zocht ik naar een nieuwe batterij en na een (met name voor mij) zware operatie functioneerde het apparaatje zelfs beter dan ooit tevoren. Dat kostte me mijn garantie, maar die was toen toch al zo goed als verlopen. Op internet ontdekte ik dat het mogelijk was om opensource software op de speler te installeren. Nu werd ik weliswaar uitgelachen om mijn inmiddels oversized mp3-speler, maar Rockbox blies mijn iRiver nieuw leven in. Uiteindelijk was ik degene die het laatst lachte.

De sterke en zwakke kant van Apple is het feit dat de iPhones, iPods en iPads pot- en potdicht zitten. Apple bepaalt wat je koopt, hoe je het koopt en waar je het koopt. Het aanbod in de App Store wordt bepaald door Apple. Is er een App die de computermakers niet bevalt? Apple zorgt ervoor dat het programma het daglicht niet zal zien. Zodoende bepaalt Apple wat jij als gebruiker met je gadget kunt doen. In theorie is dat niet erg, mits die gebruiksvoorwaarden, zoals we ze maar zullen noemen, een beetje ruim zijn. Want wat als Apple straks bepaalt dat jij alleen nog één bepaalde krant online mag lezen en alle andere kranten blokkeert? Dan voelt de afgeschermde, zekere omgeving die Apple voor zijn gebruikers heeft gecreëerd ineens als een gevangenis. Of het nu de iPad, de iSlate of de iTeleurstelling is die op de markt wordt gebracht, je kunt er vanuit gaan dat Apple bepaalt wat er met je apparaat gebeurt. Het heeft zeker zijn voordelen dat je een kant en klaar pakket aan mogelijkheden koopt, maar als bepaalde functies van je iPod alleen werken wanneer je je creditcardgegevens aan Apple geeft, dan is dat toch een zure appel waar je doorheen moet bijten.

Natuurlijk staat Apple niet alleen in deze houding. Het aantal fabrikanten dat staat te juichen als hobbyisten gratis alternatieve software aanbieden die de hardware gebruikt voor dingen waarvoor die niet bedoeld is, (inclusief de fabrikant van mijn mp3-speler) is op één hand te tellen. Maar het biedt wel fijne mogelijkheden. Zo kon ik op mijn mp3-speler een externe microfoon aansluiten en opnames van (relatief) hoge kwaliteit maken en kon ik Gameboy-spellen spelen. Dergelijke nieuwe functies zorgen ervoor dat mijn iRiver nog steeds mee gaat op lange reizen, hoewel hij al meerdere keren aanleiding was voor de vliegveldbeveiliging om mijn tas te ontruimen.

Of het nu software of hardware betreft: techniek moet zich aanpassen aan de gebruiker, niet andersom. Zolang fabrikanten en ontwikkelaars doorgaan met het afsluiten en beperken, moet de consument zich aanpassen aan de software. Dan kunnen we wel van technologiehype naar technologiehype vliegen, maar zolang er nodeloos strikte regels worden gesteld aan hoe we onze apparaten kunnen gebruiken, gaat geen van die nieuwe apparaten ons leven daadwerkelijk veranderen. In den beginne was alles mogelijk op internet, en dat is de reden dat het zo’n grote impact heeft op ons leven. Natuurlijk moeten er restricties worden gesteld aan wat wel en niet mag gebeuren met technologie, maar dat is wat anders dan de technologie helemaal op slot zetten. Opensource communities zijn heel goed in staat die afweging te maken. Bedrijven die de deur open zetten voor opensource, bieden op langere termijn beter materiaal aan de klant. Android is daar een van de meest sprekende voorbeelden van. In plaats van een afgeschermde gadget krijg je een doorontwikkeld, open apparaat dat aanpasbaar is aan jouw wensen en zodoende een eigen karakter krijgt. Hierdoor krijgt je apparaat wellicht een veel langere levensduur dan de fabrikant zou willen maar blijf jij er langer goede vrienden ermee.