Aankomende albums: een vooruitblik op 2017

Incognitief blikt vooruit op nieuwe albums die dit voorjaar verschijnen. Gewoon, omdat 2016 een deprimerend muziekjaar was – vooral vanwege het overlijden van diverse grote meesters. Maar vooral ook omdat er niet genoeg nieuwe muziek kan verschijnen om enthousiast van te raken.

Lees “Aankomende albums: een vooruitblik op 2017” verder

De nieuwe Elbow en mijn dagelijkse treinreis

Elbow heeft een nieuwe single. En hij is weer ontzettend Elbow. Magnificent (She Says) is rijk georkestreerd, met herhalende elementen, werkend naar een climax en explosie van triomfant geluid. Elbow speelt deze troefkaart vaker, denk aan de grote hit One Day Like This en single-van-de-vorige-plaat New York Morning. Voor mij werkt het nog altijd het beste op Station Approach, één van de beste Elbow-nummers ooit gemaakt. Over mijn dagelijkse treinreis. 

Lees “De nieuwe Elbow en mijn dagelijkse treinreis” verder

Notities bij: Guy Garvey – Angela’s Eyes

Guy Garvey - Courting The SquallWe hebben er weer één, een zanger die het in zijn eentje wil proberen. Guy Garvey heeft vele Elbow-juweeltjes op zijn naam staan en wil nu graag een cd met liedjes uitbrengen die niet in het Elb0w-jasje passen. Courting The Squall moet dat gaan heten in albumvorm, en de eerste single is Angela’s Eyes. Die is al te beluisteren en dus kunnen we nu beoordelen hoe heel erg niet-Elbow het allemaal klinkt…

En dat valt uiteraard best mee, want ja, Elbow heeft door de jaren heen behoorlijk wat donkere, zelfs vuige liedjes opgeleverd. En Angela’s Eyes past daar qua instrumentatie best wel bij. Hooguit die elektronische sound in de finale, daarvan kunnen we zeggen dat Elbow ‘m anno 2015 misschien niet op een plaat zou opnemen. En het klinkt allemaal iets directer, maar dan wel nog steeds met een Garvey-esque tekst zoals we gewend zijn. Wel leuk, I Am Kloot-bassist Pete Jobson doet mee aan Garvey’s solo project. En het lijkt alsof die ook blij is dat hij eindelijk weer een lekker baslijntje mag spelen.

Mijn theorie op basis Angela’s Eyes is dan ook dat Garvey een album heeft gemaakt met liedjes zonder ‘en nu moeten we deze zin tien keer herhalen totdat ie episch klinkt.’ En het hoeft ook niet stijlvol of met een orkestbak erbij. En dat maakt toch wel nieuwsgierig naar de langspeler. Nodig is ‘ie misschien niet, maar wel welkom. Courting The Squall verschijnt 30 oktober.

 

 

Ik was klaar met Elbow

Ik zal eerlijk zijn, met Build a rocket, boys! was ik een beetje klaar met Elbow. Het was geen slecht album, maar het was voor mij Elbow uit blik. Een paar mooie liedjes en verder veel dingen die we al eerder hadden gehoord, maar dan beter. Open Arms was hippy shit. With Love was te makkelijk. Nee dank je. Jammer, want tot en met The Seldom Seen Kid was ik heel blij met Elbow.

Toen ik een paar maanden geleden op Shuffle nogmaals met dit soort nummers, moest ik concluderen dat ik wel erg harsh met mijn oordeel was. Er zit wat meer detail in de productie als je met een goede hoofdtelefoon luistert, bijvoorbeeld.

Dat neemt niet weg dat ik niet per se stond te springen toen Elbow een nieuw album aankondigde. The Take Off And Landing Of Everything gaat het heten en dat is een klein beetje pretentieus. Nu is dat Elbow niet per se vreemd, en Elbow moet wat nu de heren succesvoller zijn dan de working class waar ze voor spelen.

Van Fly Boy Blue / Lunette werd ik al iets vrolijker:

Maar toen kwam dit liedje, de single, New York Morning, en luister het alsjeblieft op goede boxen en / of hoofdtelefoon. Want het is een mooi liedje met een mooie productie. En natuurlijk wordt het een festivalmeezinger en zit er een epische opbouw in. Maar het is vooral ook weer met zorg en liefde gemaakt. En zo heb ik mijn Elbow het liefst. Hopelijk staat het album vol met dit soort nummers. En gezien de break-up van zanger Guy Garvey, die aan de basis lag van het album, kan dat bijna niet anders.

Ik was klaar met Elbow, maar nu ben ik weer klaar voor Elbow.

8: Het mag geen naam hebben

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

travis-theboywithnoname8: Travis – The Boy With No Name (2007)

The Boy With No Name past qua titel feilloos bij de succesvolle albums van Travis. In hetzelfde straatje als The Man Who en The Invisible Band (en het straatje van The Seldom Seen Kid, maar dat is dan weer een Elbow-plaat) dus, maar de muziek is toch van dubieuzer kwaliteit. Weliswaar beter dan voorganger 12 Memories, maar gedurende het luisteren bekruipt je toch het gevoel dat er wat fillers op deze plaat staan. Een paar hele goede liedjes en een paar b-kantjes. En als ze deze plaat nu hadden gecombineerd met opvolger Ode To J. Smith, dan had de plaat wellicht nog beter verkocht dan die nu deed (bijna een half miljoen exemplaren wereldwijd).

Travis worstelde lange tijd met wie ze waren en of ze niet eens iets anders moesten spelen dan Why Does It Always Rain On Me? maar op The Boy With No Name vinden ze voor het eerst weer vrede in hun muzikale stijl zonder dat het dertien-in-een-dozijn wordt. Voor mij drijft de plaat op slechts een paar nummers:

Closer is Travis zoals we het kennen: Fran Healy zingt op enigszins melancholische toon dat het allemaal niet zo gaat zoals hij wil (need to get closer… closeren de muzikale begeleiding speelt lekker weg. Understated, heet dat in Engeland. Verreweg het beste nummer op de plaat.

Selfish Jean is verreweg het leukste nummer op de plaat. Niet het beste – want niet bijster origineel – maar wel prima gitaarpop volgens de regels terwijl de Jean uit de songtitel even de waarheid wordt bezongen. De tekst is echter zo luchtig (You keep the chocolate biscuits wired to a car alarm OOOOOOOOOH Selfish Jean) dat van echte boosheid geen echte sprake lijkt. Het is zo’n nummer wat meteen weer opnieuw kan beginnen als het is afgelopen.

Big Chair is ruimtelijk met een heerlijk ritme. Precies zo’n nummer waarvan je vergeet hoe fijn het is totdat je het weer eens aanzet. Dat is in contrast met de rest van de cd, die zo makkelijk in het gehoor ligt dat je hem helemaal vergeet en er niet door wordt verrast als je hem aanzet. Zelfs Under The Moonlight is – in duet met KT Tunstall – een beetje bleu. Jammer. Maar zo zie je maar weer: drie hele goede liedjes is genoeg om een album aan op te hangen. Zodat het op aantal keer luisteren toch in de top 8 eindigt.

9: Een donker beest

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

9: Elbow – Asleep in the Back (2001)

Inmiddels zitten we in de top 10 van albums die ik de afgelopen tien jaar het meest heb geluisterd. En waar het me lager in de top 25 nog wel eens lukte om analytisch naar een plaat te krijgen, of een plaat te associëren met een bepaalde levensfase, komen we zo langzamerhand bij de platen die ik zo goed ken, dat het moeilijk wordt om er iets over te vertellen. Alsof je een vriend probeert te beschrijven aan een collega. “Ja, hij is gewoon Henk.” Er komt nog wel een verrassing of twee aan, hoor, maar we zijn dus aangekomen bij de Henken van mijn top 25. De stukken worden langer – merk ik ook – doordat ik meer en tegelijkertijd minder te vertellen heb. Meer bijzaak, minder de plaat zelf. Ik weet nog niet of dat de bedoeling is of niet. 

Asleep in the Back komt net als de meeste platen uit dit lijstje uit het begin van deze eeuw. 2001. In 2011 bracht het – eindelijk doorgebroken – Elbow Build a rocket, boys uit. Een melancholische plaat, maar vooral ook een nostalgische plaat. Het komt waarschijnlijk door de leeftijd van de heren. Nostalgie, melancholie en directheid maken de dienst uit. Tien jaar ervoor horen we – als we eerlijk zijn – de melancholie op de debuutplaat. Melancholie, donkere humor en zware thematiek.

(Soms denk ik wel eens dat Build a rocket, boys Elbows manier om te zeggen is “weet je nog dat we Asleep in the Back maakten?”)

Asleep in the Back was de debuutplaat, maar niet het eerste album wat de heren opnamen. Er werd heel veel materiaal door het label geschrapt, waardoor de band al zeven jaar bezig was voordat dit album werd uitgebracht. Je zou er vanzelf mismoedig van worden, wat wellicht de sfeer op nummers als Any Day Now, Little Beast en Bitten By The Tailfly verklaart.

Ik werd er in ieder geval niet vrolijk van, in eerste instantie. Red – de single – was het enige nummer wat ik mooi vond en verder slingerde de cd wat rond op mijn kamer. Pas toen Leaders of the Free World uit kwam in 2005, viel bij mij het Elbow-kwartje (daar hebben we het nog wel over).

Het mooie is dat we op deze single al de grootse Elbow horen. Weliswaar geen opgeblazen muur van geluid hier, maar wel een soaring melodie en een van pijn doordrenkte tekst. Dezelfde sfeer ademt voor mij Powder Blue en spookachtige opener Any Day Now.

De nummers die ik nu het mooist vind, daarentegen, ademen een andere sfeer. Ze houden het midden tussen de melancholie die ik eerder aanstipte, en een zekere mysterie. Nummers als Don’t mix your drinks en Newborn (en ieder nummer dat begint met een zin als I’ll be the corpse in your bath tub, useless… krijgt van mij +1). Zeven minuten duurt dat nummer, waarbij de eerste drie als single zijn uitgebracht. Zonde noem ik dat, want in de vier erna stijgt het nummer naar epische hoogte.

Het is de afsluiter die me echter het langst zal bijblijven (hieronder in een mooie live versie). Toegegeven, hier komt voor het eerst die melancholie om de hoek kijken – waarvan ik eerder in dit verhaal zei dat die grotendeels afwezig was… Toch nog – aan het einde van de lange, donkere luistersessie – maar hier is het een antidote, een pijnstiller, en niet het hoofdingrediënt van het gerecht dat Elbow opdient. Als de rest van het album je prima een depressie in kan helpen, trekt Scattered Black and Whites je er weer uit.

Op sublieme wijze beschrijft Elbow hier jeugdherinneringen, het anker van je leven, de fysieke plek en de state of mind die je een zekere rust geven. En daarom is het ook mijn rustpunt in de discografie van Elbow.

Been climbing trees I’ve skinned my knees
My hands are black the sun is going down
She scruffs my hair in the kitchen steam
She’s listening to the dream I weaved today

Crosswords through the bathroom door
While someone sings the theme tune to the news
And my sister buzzes through the room leaving perfume in the air
And that’s what triggered this
I come back here from time to time
I shelter here somedays

A high-back chair, he sits and stares
A thousand yards and whistles marching-band
Kneeling by and speaking up
He reaches out and I take a massive hand
Disjointed tales that flit between
Short trousers and a full dress uniform
And he talks of people ten years gone
Like I’ve known them all my life
Like scattered black & whites
I come back here from time to time
I shelter here somedays
I come back here from time to time
I shelter here somedays

En dat somt uiteindelijk Asleep in the back op. Het is een album dat vooral de donkere kanten van het leven bekijkt, maar flirt met positivisme. Elbow is uiteindelijk een “menselijke” band. Waar sommige bands een bepaalde kant van het leven weten te belichten, lukt het Elbow op hun beste momenten om het hele menselijke scala te belichten: liefde, wanhoop, depressie, hoop, nostalgie en het donkere beest dat achterin de auto slaapt als je door de nacht rijdt. Niet wetend waar je uitkomt. Soms ligt dat beest daar te slapen en soms wordt het wakker en indoctrineert het je met je ergste angsten. En soms blijft het slapen daar achterin de auto en is een herinnering of wens genoeg om je sluimerende angsten te bezweren.

Muziek in 2011

In 2011 gaat er weer veel goede muziek uitkomen. Turin Brakes heeft beloofd dat ze een nieuw album maken, maar eerlijk gezegd verwacht ik dat album niet voor 2012. Gelukkig komt er dit jaar in ieder geval goede muziek van:

  • Jens Lekman
  • The Whitest Boy Alive
  • The Medics
  • Pete Lawrie
  • Tom McRae
  • Sondre Lerche
  • The Decemberists
  • Fleet Foxes

Van lang nog niet alle albums van deze artiesten is een releasedatum of zelfs slechts een titel bekend, maar 2011 kan niet anders dan een goed jaar voor de popmuziek worden. Zeker als genoeg artiesten het internet wederom creatief gaan gebruiken om hun muziek aan de man te brengen.

Het album waar ik op dit moment het meest naar uitkijk is het nieuwe album van een band die niet hierboven genoemd wordt. In maart verschijnt namelijk het nieuwe album van Elbow. Getiteld Build a rocket boys! moet het album een eerbetoon aan de melancholie en de tienerjaren worden. Albumopener Lippy Kids, als voorproefje live in de studio gespeeld voor alle fans en te bekijken op www.buildarocketboys.com, laat meteen de achterliggende gedachte van de albumtitel horen:

Lippy kids on the corner again
(…)
Do they know those days are golden?
Build a rocket boys!
Build a rocket boys!

De brutale kinderen op de hoek van de straat zijn geen vorm van overlast voor Elbow, maar een bron van inspiratie. Over tien, twintig jaar denken ze terug aan de avonturen die ze toen beleefden. Dus bouw een raket, jongens! Deze tijd beleef je maar één keer…

Op een mooi muzikaal 2011!