Mobiele afzetters

In de CHIP die vanaf komend weekend in de winkels ligt (CHIP 6-2011), heb ik een column geschreven over mobiele aanbieders. Die is nogal ongenuanceerd: ik noem alle mobiele providers afzetters (tot twee keer toe zelfs, in een bestek van minder dan 500 woorden).

Dat deed ik omdat onze vrienden van de mobiele telefoon ons keer op keer te kakken zetten. Ze troggelen ons veel geld af en als we dan manieren vinden om hoge rekeningen te vermijden dan moeten we daar gewoon ook voor betalen omdat ze anders zielig zijn.

Ik snap best dat mobiele providers moeite hebben met het verwerken van al dat dataverkeer, maar zij zijn ook degenen die ons al die smartphones aansmeren bij hun abonnementen. Die gebruiken we dan om e-mails te lezen, YouTube af te speuren naar leuke filmpjes en te surfen op internet. Dat is inderdaad wat zwaarder dan gewoon bellen en sms’en (hoewel ook dat rond de jaarwisseling vaak te hoog gegrepen is voor veel mobiele aanbieders), maar dat hebben ze dan wellicht een beetje over zichzelf afgeroepen, of niet?

In mijn column leg ik uit dat het heel logisch is dat consumenten die keer op keer worden afgezet met stiekem duurdere rekeningen (“nee, dat valt niet in uw bundel, dat staat in de kleine letters!”) op zoek gaan naar andere manieren om geld te besparen. Zo was ik enkele jaren geleden dol gelukkig toen ik een manier ontdekte waarop mijn internetkosten TOCH binnen mijn bundel vielen. En nu slaat iedereen massaal aan het pingen, whatsappen en instant messagen omdat dat vrijwel gratis is, vergeleken met de prijs van een sms’je. Nu wil KPN daar geld voor vragen en dat vereist inspectie van ons dataverkeer. Of dat mag is niet helemaal duidelijk, maar de sympathie van de gebruiker wordt er in ieder geval niet mee gewonnen (zie ook dit artikel op Bright).

Wellicht ben ik conservatief, maar ik betaal Hi al een vast bedrag per maand om mijn data te verzenden. Maar nu is de ene byte de andere niet meer. Want als die byte nullen en enen bevat die richting de WhatsApp-servers gaan, dan moet ik als het aan KPN ligt straks meer betalen. Of dan moet ik een speciale WhatsApp-bundel nemen. Ik ben echter van mening dat KPN zich daar helemaal niet mee moet bemoeien. De enige die mij geld mag vragen voor mijn bits en bytes richting Whatsapp.com, is WhatsApp zelf. Althans, ik vind het prima om de dienst van het verzenden af te nemen van KPN (dat doe ik nu immers ook), maar van mijn persoonlijke data moeten ze verder afblijven. Want ik wil helemaal niet dat KPN mijn dataverkeer gaat analyseren en bepalen wat er naar YouTube.com, wat naar AlleBuitenlandersHetLandUit.nl en wat naar WhatsApp gaat. Dat is hun zaak niet.

Internet is mooi omdat er van alles kan ontstaan, van weblogs tot schimmige experimenten en handige webdiensten. Op de computer is het nu nog vrij gewoon dat we overal toegang tot hebben voor hetzelfde tarief. Maar mobiel zou dat niet het geval zijn?

Reken gewoon lekker op dataverbruik af, daarmee verdienen jullie al genoeg. Dan gaan jullie inderdaad minder verdienen aan sms’jes, maar daar hebben jullie de afgelopen jaren al zo schandalig veel mee verdiend, dat dat ook wel eens tijd mocht worden. Misschien moeten jullie inderdaad wat zuiniger gaan werken, maar het is niet alsof jullie verder geen cent meer binnen krijgen.

Ga in ieder geval niet ons dataverkeer analyseren en uitplooien. Dat is een enorm kwalijke zaak. Niet omdat ik iets te verbergen heb, maar wel omdat ik niet wil dat een commercieel bedrijf dergelijke gegevens in handen krijgt en er vervolgens ik weet niet wat mee kan doen.

Is dat een hypocriete opmerking van iemand die van diensten gebruik maakt die net zo hard privacy schenden (Facebook anyone?) als mobiele aanbieders zouden willen (en wellicht al doen)? Misschien. Maar het is minder hypocriet dan eerst dure smartphones en abonnementen verkopen, dan realiseren dat je netwerk dat niet aan kan en dat mensen manieren vinden om minder hoge rekeningen te krijgen en er dan daarom maar met de privacy van je gebruikers aan de haal te gaan.

Omdat ze “te veel” gebruik maken van je diensten voor te weinig geld. Misschien heb je dan al die tijd gewoon te veel geld gevraagd. Wordt het niet eens tijd dat er hier iemand ingrijpt? Iedere keer denk ik dat KPN en co. niet dieper kunnen zakken, maar ze blijven me verbazen. Afzetters zijn het, allemaal.

Wat doe jij met je browser?

Browsers gebruik je in principe om op het web te surfen, maar hoeveel andere software gebruik je nu nog in je dagelijks computergebruik? Google speelt hierop in door een besturingssysteem te ontwikkelen (Chrome OS), dat als slogan “Nothing but the web” heeft: alles doe je op internet, je slaat bijna niets meer lokaal op.

De nieuwste versie van Google Chrome geeft alvast een voorzetje wat dat betreft. Extensies en uitbreidingen behoren al sinds Firefox tot het gemeengoed op internet, maar met Chrome Web Store kun je niet alleen uitbreidingen aan je browser toevoegen, maar zelfs hele toepassingen. Dat varieert van een handige applicatie als Tweetdeck (om mee te tweeten) tot het verrassend verslavende “The Fancy Pants Adventure” spelletje. Tegelijk kun je bijvoorbeeld ook het nieuws van New York Times op een aantrekkelijke manier lezen. De apps zijn een soort webpagina’s, maar ze voelen aan als losstaande software. Google heeft goed in de gaten dat als je dan toch alles op internet doet, je de rest van het systeem zo goed als weg kan laten. Met de nieuwste versie van Chrome kunnen we daar vast aan wennen. Ik weet nog niet of ik eraan toe ben om al mijn bestanden op internet te zetten, maar als mijn browser een hoop applicaties overbodig kan maken, dan wordt de rest van mijn computer daar alleen maar sneller van… Of gebruik jij liever je browser om gewoon mee te surfen?

Natuur en techniek

Dit artikel verscheen eerder in CHIP nummer 5 (2010). Die uitgave is op CHIP.nl na te bestellen.

Zeg nou zelf: op een mooie zonnige dag ga je als het even kan niet achter je duffe bureau zitten, maar ga je naar buiten. Techniek past zich daar op aan. Mensen lopen rond met een smartphone met meer functionaliteit dan een Zwitsers zakmes en kopen digitale fotolijstjes, e-readers en laptops bij de vleet: draagbare gadgets. Hierdoor kunnen we in plaats van op kantoor in de tuin werken. Althans, dat willen fabrikanten ons doen geloven. De praktijk is vaak nog anders.

Op de middelbare school moeten havo- en vwo-leerlingen in de tweede fase een profiel kiezen. Eén van die profielen heet Natuur en Techniek. Ik heb dat altijd een tegenstrijdige naam gevonden. Want hoewel natuur en techniek heel veel met elkaar te maken hebben, vonden consumenten het altijd lastig beide fenomenen naar tevredenheid te combineren, wellicht op kerstverlichting in de tuin na. Met mooi weer gaat de computer uit, net als de televisie. Visueel entertainment was buitenshuis nauwelijks mogelijk. De eerste gadget met display die de tuin veroverde, was de mobiele telefoon: in eerste instantie niet vanwege zijn beeldscherm, maar omdat je ermee kon bellen. Die telefoons werden steeds slimmer, de schermpjes steeds mooier en ineens liepen we met een mediaspeler annex camera annex telefoon in onze zak. Die mobiliteit maakte de weg vrij voor een scala aan andere gadgets zoals tablets, e-readers en écht handzame laptops. Dat neemt niet weg dat de meeste beeldschermen nog steeds vrij lastig in de zon te lezen zijn. Bovendien worden sommige apparaten zo heet, dat het niet aan te bevelen is om ze met zonnig weer te gebruiken.

Nee, je kúnt wel met je laptop de zon in, maar dat is nog niet altijd handig of fijn. Je zou zeggen dat draagbare gadgets worden ontworpen om in alle situaties goed te presteren, maar dat is niet altijd zo. Wat heb je aan een smartphone of laptop als je het scherm niet kunt lezen als je buiten in de tuin zit? Nieuwe telefoons, tablets en e-readers worden steeds vaker zo ontworpen dat ze zowel binnen als buiten goed bruikbaar zijn. Dat betekent niet dat iedereen meteen om is: de combinatie zon, zee, laptop zal voorlopig nog veel mensen vreemd in de oren klinken. Als je echter op een mooie zonnige lentedag dringend iets af moet maken voor je werk, zou dat ook buiten in de natuur moeten kunnen.

Surfen op internet, overleggen met collega’s, je sociale netwerk onderhouden: voor bijna niets hoef je straks achter je bureau te zitten. Alles wordt langzaam maar zeker draadloos en nog goed buiten te gebruiken ook. Straks is er geen draad meer die je aan je bureau bindt. Dan is het vanzelfsprekend om gadgets in te zetten in de tuin, op het strand of bij het winkelen. Techniek is dan waarlijk overal en in feite een tweede natuur geworden.