Waar het begon met Turin Brakes

Turin Brakes Lola Da MusicaNatuurlijk weet ik: de helft van de mensen besluit niet meer op deze link te klikken als ik wéér over Turin Brakes begin. Maar dit keer moet het even. Niet omdat er een nieuw album aankomt op 29 januari 2016, genaamd Lost Property, of omdat het toffe gozers zijn, maar omdat ik deze week ontdekte waar het begon.

Het begon bij die goede vriend van me, die op tv VPRO’s Lola da Musica zag, over I Am Kloot, over Kings of Convenience en over Turin Brakes. Ikzelf zag die aflevering nooit, maar hij wel. En hij kocht de cd’s. En drong ze me op. Bij elkaar heb ik die bands toch al een keer of vijfendertig gezien, als ik het moet inschatten. En ze gaan me alledrie aan het hart, maar Turin Brakes een beetje meer. Omdat het een menselijke band is, maar normale mensen erin die bijna per ongeluk meer dan een miljoen platen verkochten en sindsdien die doorgaan omdat ze het leuk vinden, niet omdat ze nog steeds hits scoren. Al moet je dat nooit helemaal uitsluiten.

Maar het begon dus rond 2001-2002, met die aflevering van Loladamusica, die ik nooit zag. Het is een beetje de missing link in mijn geschiedenis als muziekfan, de big bang, het begin. Daarvoor was er wel Phil Collins, maar dat was daarvoor en dit is nu (Phil Collins-quote voor de liefhebbers). Ik heb vaak gezocht naar die documentaire, maar nooit een online versie gevonden. Totdat 3voor12 ‘m afgelopen jaar eindelijk uploadde. En ik hem afgelopen week vond. En kon kijken. En het was prachtig, bijna onschuldig. John Bramwell van I Am Kloot die That’s Life zingt en van die semi-filosofische gesprekken in de kroeg voert, Kings of Convenience als Noorse nerds die obsessief tweestemmig zingen. En Turin Brakes, de casual slackers (waarbij Gale duidelijk een slaapgebrek heeft) die uit een totaal andere hoek weer komen. Het is prachtig. De artiesten zijn aan het woord, geen voice-over, gewoon kletsen en spelen.

Het is zonde dat dit soort programma’s niet meer op tv komt. Maar ik ben blij dat dit nu online staat. En dat ik het eindelijk heb gezien. Na veertien jaar.

6: Stil klinkt het nieuwe luiden

Op 27 februari 2012 (wat? 2012! ja…) keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs. Momenteel hoopt hij dat hij de lijst afrondt voor 22 september 2014, als hij 10 jaar op de site actief is (Last.fm dus). De oude afleveringen vind je hier.

6: Kings of Convenience – Quiet is the new Loud (2001) 

quiet-is-the-new-loudHet is ook een kunst, hoor, dat fans je op hun blote knieën danken dat je eindelijk een plaat hebt gemaakt. Damien Rice verstaat die kunst volgens mij ook…  Quiet is the new Loud is al ruim 13 jaar oud, maar er zijn slechts twee echte studioalbums van de Kings of Convenience verschenen sinds dat debuut. Bij sommige bands zou dat gewoon betekenen dat je die platen – en de band – langzaam vergeet, maar bij Kings of Convenience was dat niet het geval. Bij mij in ieder geval niet.  En gezien de stijgende populariteit bij ieder nieuw album is dat bij veel andere fans ook niet het geval.

Als muzieknerd luisterde ik niet alleen de platen, maar praatte ik er ook over met gelijkgestemden. Voornaamste plek waar ik dit deed, was op het Turin Brakes forum, maar op het Kings of Convenience was het ook heel gezellig. Juist omdat daar ook veel Italianen, Japanners, Mexicanen en mensen uit Scandinavië zaten. Zo heb ik ooit nog post uit Amerika en Italië gekregen met opnames van de Koningen van het Gemak. Ik was dan ook niet zomaar iemand op dat forum, ik was de Grote Leider, de Administrator.

Dat word je uiteraard niet zomaar… Maar goed, erg veel glamour bracht de rol niet (veel spamposts verwijderen en verder had je andere kleur username), maar toch: ik kreeg natuurlijk kei veel respect van mensen die ik nog nooit heb gezien. Nog steeds niet. Hoewel ik er een paar wel eens in het echt ben tegengekomen (soms zelfs niet bij een concert van de Kings), en Erlend me nog eens in het Noors op de achterkant van een 7″ single heeft bedankt voor “Admin-Online hjelp og in-depth-kommentarer pà nettsider.” Dat is Noors, volgens mij.

Maar goed, zo vermaakten wij ons, Kings of Convenience fans, op het forum tot de opvolger Riot on an Empty Street uitkwam. En we praatten over van alles, maar vooral ook over Quiet is the new Loud. Of het nu gaat om opener Winning The Battle, Losing The War, over single Toxic Girl, de combinatie The Girl From Back Then en Singing Softly To Me…. Ik ken bijna iedere noot uit mijn hoofd.

Toxic Girl nam ik ooit samen met een vriend van mij op door over de muziek heen te zingen. Volgens mij hebben we er – net als van onze eerste echte single – zelfs een banjo remix van gemaakt. The Passenger, verreweg het slaapverwekkendste nummer, coverden we waarbij ik de tweede gitaar aan het eind speelde. En Leaning Against The Wall ook. Good times. En in 2004 ging ik samen met die vriend, zijn ouders en mijn vader naar een concert van de Kings in Paradiso. We zaten en het was het meest nerdy concert dat ik ooit heb bezocht. Natuurlijk, ook als je nu nog naar een van de zeldzame concerten van de Kings of Convenience gaat, moet je meezingen en meeklappen en neuriën, dat kan ook omdat de muziek vaak zo zacht is. Maar toen, toen leek het nog niet op een podiumtruc, maar op een experiment van de band. Waarbij het nog maar afwachten was of het ging werken. Waarbij een single als I’d Rather Dance With You nog niet zo vaak gespeeld was dat de dans van Erlend nog spontaan voelde. Er was niks rock-n-rolls aan. Little Kids, Cayman Islands, Everybody’s Got A Friend In Stockholm… Het waren stuk voor stuk hoogtepunten.

Maar vooral omdat er werd geput uit een collectie van twee albums. Waarvan er eentje al ruim drie jaar in mijn hart was gesloten. Ieder album heeft een functie in mijn leven. Quiet is the new Loud doet me – nog meer dan The Optimist LP bijvoorbeeld, terugdenken aan de simpele middelbare schooltijd, die niet zo simpel was maar nu wel zo aandoet. Dat alles nog voor je lag, dat je niet beter wist. Uit de liedjes – met name het eerder genoemde Toxic Girl en I Don’t Know What I Can Save You From – komt een soort naïviteit voort… Dat het met het zetten van een kop thee wel goed komt, of dat dat meisje gewoon giftig was en je daarom geen blik waardig gunt. Het zijn simpele taferelen, maar daarom werken ze juist. Toen de cd uitkwam werd er geklaagd over het gebrek aan humor en ironie of snellere nummers, misschien juist omdat dan wordt verwacht van een album dat het commercieel presteert. Maar 13 jaar na dato is het juist het gebrek aan een single of hit de sterke factor. Als de vermoeidheid toeslaat na een lange, vermoeiende dag, is het daarom juist dat deze plaat altijd werkt. Altijd.

Met als afsluiter Parallel Lines. Ik heb een soort angst voor het in slaap vallen met een cd. Omdat de stereo niet zichzelf uitschakelt (de timerfunctie heb ik nooit vertrouwd), zet ik liever niet een cd op als ik ga slapen. Omdat anders het huis misschien afbrandt, of iets dergelijks. Maar Parallel Lines luister ik graag als laatste geluid van de dag. Een beschouwend nummer, abstract in bewoording maar volledig raak qua thematiek. De tekst van de coupletten beschouw ik nog steeds als één van de mooiste ooit.

What’s the immaterial substance that envelopes two
One perceives as hunger and the other as food
I wake in tangled covers to a sash of snow
You dream in a cartoon garden, I could never know

Innocent imitation of how it could be
If when the music ended, you did not retreat
In my imagination, you are cast in gold
Your image a compensation for me to hold

 

Quiet is the new Loud werd zo’n beetje een mantra voor de muziekpers toen de plaat verscheen. Ook voor mij werd het lange tijd een muziekwet. En hoewel ik inmiddels ook hardere muziekvormen waardeer is dit de plaats waaruit ik ben vertrokken. Dit is de basis. Hier begon het. Stil klinkt het nieuwe luiden is zelfs een beetje toepasbaar op mijzelf, als ik eerlijk ben. Ja, ik ben best aanwezig soms of altijd, maar mijn grondhouding is dat niet. En misschien is het wel omdat ik soms verlang naar een wereld waar het zo simpel is. Waar er ruimte is voor reflectie en bezinning en dat mensen daardoor hun acties bepalen. Misschien maakt me dat naïef. Maar ik ben ze tegengekomen, die mensen. Ze bestaan, die introverte mensen, en zij zijn mijn favorieten. En iedere keer als ik Quiet is the new Loud opzet, droom ik even van een wereld waar zij de dienst uitmaken.

De Kings of Convenience in ontkenningsfase


Al voor aanvang van het concert vertellen de heren dat ze vanavond toch echt geen “hits” zullen spelen – iets wat met schuchter gelach wordt ontvangen door het publiek, in de wereld van Kings of Convenience is de term “hits” namelijk nogal bewerkelijk. Bij een kleine inventarisatie “Who was here yesterday?” blijkt dat ik niet de enige ben die alleen op zondagavond naar de kleine zaal van de Paradiso is gekomen voor een intiem concert van de heren. Het idee van de Kings of Convenience was dat we allemaal op zaterdag zouden komen, en de die-hard fans op zondag. Dat idee was naïef om twee redenen:

1) De heren treden maar af en toe op, dus ontstaat er altijd een run op de kaarten als er maar 1200-1300 zijn. Zelfs met Pasen.
2) De heren zijn stiekem te groot voor de Paradiso (maar misschien nog net te klein voor de HMH, los van het feit dat die zaal minder cool is).

Het zal op een kwart van het concert zijn geweest, nadat de heren het zoveelste rustige nummer hebben gespeeld, dat de heren een relaas over populariteit beginnen. Dat ze eigenlijk heel veel van dit soort nummers hebben, maar dat ze die in de groten zalen niet goed kunnen spelen en dat ze dat best jammer vinden. Dat ze nog niet zo groot zijn als Jon Bon Jovi – die intieme concerten speelt in zalen van 5000 man – maar dat ze te populair zijn geworden voor de eigen muziek. Als je echter ziet dat de concerten binnen no-time waren uitverkocht, moeten we echter concluderen dat de heren in ieder geval de grootheden van het genre zijn en dat ze die 5000 man misschien in Nederland best hadden gehaald (maar dan misschien niet met Pasen). In deze huiskamersfeer is populariteit makkelijk te ontkennen.

Maar ik klaag niet hoor. Laat ze maar lekker geloven dat ze nog geen “great success” hebben, want ik krijg hier mooi de liedjes voorgeschoteld die ik al jaren luister. Als er wordt geopend met mijn favoriete Until You Understand en vervolgens een prachtige versie van Riot on an Empty Street wordt gespeeld, dan kun je mij wegdragen. En dan moet de rest van het concert nog beginnen!

Dat concert bestaat verder uit een mix van de rustige nummers van de laatste cd en wat ouder werk. Singing Softly To Me / The Girl From Back Then en Little Kids (toch een vast encorenummer de laatste jaren) zitten gewoon in de setlist en vereisen de nodige publieksparticipatie, wat toch anders voelt in zo’n kleine zaal. Alsof je jezelf wat beter hoort dan in een publiek van 1000 man. Maar na een tijdje komen we er in. Het scheelt dat de heren in goede doen lijken. Niet te veel zorgen gemaakt van tevoren – zo blijkt de setlist veel te lang te zijn – en oprecht zin om alle “vergeten pareltjes” te spelen en af en toe wat vage improvisaties tussendoor te spelen – zelfs al gaat het fout. Zo kan Erlend zich een riff van het laatste album niet meer herinneren en speelt de band na een verzoekje uit het publiek een beschamend / lachwekkend slechte versie van Brave New World. Erlend kan zich met veel pijn en moeite de riff herinneren, maar voor zowel Erlend als Eirik moet de tekst van heel diep komen. Dat mag de pret niet drukken, de heren hebben dan al zoveel goodwil opgebouwd, dat het eigenlijk best leuk is dat ze even moeten worstelen. We zijn hier als intimi onder elkaar immers – de die-hard fans.

Vooraf grapte ik met goede vriend Sjoerd dat ze een van de dufste nummers uit hun oeuvre vast niet live zouden spelen. An English House – het nummer staat niet eens op YouTube – is een traag, slepend nummer, met net zo trage samenzang over een slecht-geïsoleerd huis in Engeland. Achteraf merkt Erlend op dat het nummer tijdens Pasen is geschreven. De gesprekken tussen de nummers worden langer naar mate de heren langer nodig hebben om de gitaar te stemmen – waar ze bij hun grote shows naar eigen zeggen geen tijd voor hebben. Het draagt bij aan de intieme sfeer. Dat de geluidsmix voor zo’n intiem concert schandalig lomp is uitversterkt, vergeef ik de heren. Dit is een mooie zondagavond, zeker als Gold For The Price of Silver en Winning A Battle, Losing The War (met rockeinde) nog langskomen. De reguliere set wordt afgesloten met het enige “nieuwe” (lees: uit 2008) nummer van de avond. Second Violin heeft het namelijk best in zich om de nieuwe I’d Rather Dance With You te worden: mooi verhalende tekst, humor, eenvoudige thematiek (Sick and tired of playing second violin, he gracefully steps off the train, pledging never to return to the city that never once applauded him) en Erlends mondtrompet krijgt alle ruimte om te schitteren.

Daarna keren de heren nog terug voor twee nummers, maar dan is de koek op. Omdat het nog vroeg is (het concert begon om 7 uur), heb ik er nog lang geen genoeg van, maar in de grote zaal begint straks een aanzienlijk harder concert. Is een Kings of Convenience concert compleet zonder Misread, I’d Rather Dance With You, Mrs Cold, Toxic Girl, Failure, I Don’t Know What I Can Save You From en Boat Behind? Misschien anno 2012 niet meer, maar dit was een welkom college in de rustige nummers van de heren, die toch verrassend dynamisch zijn.

De Kings komen altijd op de momenten dat ik ze nodig heb. De vorige keer was ik net op zoek naar mijn eerste baan, nu was ik op zoek naar muziek die me af toe laat stoppen met rennen en me laat luisteren. De Kings of Convenience hielpen me eraan herinneren dat ik dat soort muziek al tien jaar luister. Maar dat je dat soms even vergeet. En dan is het goed dat de twee Noorse koningen er zijn om je met beide benen op de grond te zetten. Ik kreeg gisteravond niet de indruk dat er voor 2031 een nieuw album is, maar hopelijk maken de heren voor die tijd wel nog eens een tour langs enkele Nederlandse podia. En dan mag dat best weer in huiskamersfeer, met een lach op het gezicht en two voices blended in perfection.

Posters

Het aantal foto’s van bekenden in mijn kamer is op één hand te tellen. Ik heb alleen wat foto’s van familie op mijn bureau staan. Dat is altijd al zo geweest. Niet dat ik geen andere foto’s wil ophangen, maar het komt er niet van. Eerste obstakel is dat je de foto’s moet laten afdrukken – een kleine moeite – maar het gaat gepaard met het moeten uitzoeken van foto’s. Dat is bij mij in ieder geval een tijdrovende bezigheid.

Daarom had ik altijd posters ophangen. Ik heb er een stuk of tien verzameld. De meeste posters zijn van bands die ik leuk vind, al had ik ook een tekening van Ingrid Godon uit een werk van Toon Tellegen hangen en een poster van V for Vendetta – de film dan (want: Natalie Portman). Tot ik ging verhuizen. Toen rolde ik alle posters op en hing ik ze niet meer op. De gemeubileerde studio die ik betrok had al het een en ander aan de muur. Ik vond het wel wat hebben: het bood me een kijkje in de smaak van mijn huisbaas en – op enkele dingen na – en die viel me zeker niet tegen. Bovendien kon het zomaar zijn dat ik een half jaar later alweer moest verhuizen, dus mochten de mooie posters – waaronder een zelfgemaakte foto van een waterval in IJsland – blijven hangen. Verandering van spijs doet bovendien eten, moet ik gedacht hebben. Alleen mijn ingelijste Turin Brakes poster heb ik meteen opgehangen.

Nu ik alweer tien maanden woon waar ik woon (kuch) en mijn leven weer begint te voelen zoals het volgens mij moet voelen (soms vertrouwd, soms ontspannen, soms spannend en soms druk), heb ik afgelopen week dan toch de stap genomen om mijn studio iets meer mijn studio te maken.

Dus hangt die mooie cover van Riot On An Empty Street van Kings of Convenience weer prominent naast mijn bureau – en de toch al warme sfeer die de plaathoes uitstraalt, vervult mij met nog wat extra warmte. Gewoon omdat hij al zolang mijn leven versiert. Ook de poster van Toon Tellegen hangt weer op. Misschien hang ik er nog wel meer op. Maar deze twee vormen een mooi begin.

En die foto’s… Daar moet ik er nu toch maar een paar van laten afdrukken. En er dan mijn studio mee opsieren. En misschien dat de opleukdrang (lelijk woord, maar ja, dit vond ik het beste passen) zich ook wel vertaald naar de site. Ik heb in ieder geval de lelijke voorpagina de prullenbak ingegooid. Misschien volgen er nog wel drastischere hervormingen. Ik sluit het zeker niet uit. Maar ook niet in.

Kings of Convenience op zoek naar stilte

Dit verslag heeft even op zich moeten laten wachten, maar nu is het zover. Gezien: Kings Of Convenience – 11 oktober 2009 in Paradiso Rotterdam en 10 november 2009 in Watt Rotterdam.

In juli 2004 zat ik in de Paradiso bij een concert van de Kings of Convenience. Ik heb nog steeds goede herinneringen aan die avond, net klaar met de middelbare school, klaar om het universiteitsleven in te duiken. Naast een aantal fantastische uitvoeringen van hun eigen nummers, speelde Erlend ook een grappig nummer genaamd Everybody’s Got A Friend in Stockholm. Het publiek is niet alleen klapvee, maar ook achtergrondkoor, ritmesectie en professioneel fotograaf (tijdens de fotosessie). Een dikke vijf jaar later staan de Kings of Convenience wederom in de grote zaal van de Paradiso. De stoelen zijn verdwenen, nu moeten we gewoon staan. Ik ben best wel opgefokt, mijn op-een-na-favorietste-band heb ik al meer dan 5 jaar niet gezien en mijn verwachtingen zijn hooggespannen. Het helpt ook niet dat mijn huidige leven uit zorgen maken bestaat: heb ik überhaupt wel geld voor dit soort grapjes? Moet ik niet nog harder naar werk zoeken? Enfin, ik ben wel toe aan een avondje ontspannende gitaarmuziek, maar voordat de eerste noten zijn gespeeld ben ik niet bepaald relaxed.

Paradiso, Amsterdam (11 oktober)

En de Kings of Convenience ook niet, zo lijkt het. Eirik Glambæk Bøe glimlacht vriendelijk naar het publiek, maar Erlend Øye lijkt er op zijn zachtst gezegd geen zin in te hebben. Beide heren leveren commentaar op het luide publiek (dat vooral enthousiast lijkt te zijn, niet storend). Erlend geeft zelfs een flesje water aan een hoestende toeschouwer. Het illustere werkt vervolgens plichtmatig enkele nummers van Declaration of Dependence af. Tussen de nummers door zucht Erlend flink, kijkt hij duf het publiek in en verwoordt hij hardop gedachten van het publiek “ooh, they look at each other, are they gay?” Pas bij Singing Softly To Me lijkt er wat schwung in te komen. Zelfs Erlend begint spraakzaam te worden. Nadat Eirik vertelt over hoe leuk hij het vindt dat de Paradiso nog steeds hetzelfde is (in andere steden spelen ze steeds in andere zalen, maar in Amsterdam altijd in dé Paradiso). Erlend voegt er op licht zeikerige toon aan toe dat hij maar één probleem heeft met de Paradiso: de Douwe Egberts koffiemachine. Na drie kwartier begint het merendeel van het publiek, hoewel zeker genietend van de mooie uitvoeringen van de nummers, zich af te vragen of “dit het nu is.” Zijn dit de Kings of Convenience met de vrijwel perfecte live reputatie?

Nee! Net op dat moment roepen de twee koningen om versterking. Daar verschijnen Toby, een Duitse violist, en Davide, de producer van de CD en vandaag bespeler van de contrabas, en wordt een mooie versie van Stay Out Of Trouble gelanceerd. En het heeft een duidelijk effect. Erlend verandert vrijwel meteen in de dansende nerd die we kennen van The Whitest Boy Alive. Hij zweept het publiek op en moedigt aan tot zingen, klappen, vingerknippen: dit is de reden waarom Erlend de wereld rondtrekt. Het optreden wordt tijdens het laatste uur naar een hoger niveau getild. Klassiekers !  en Know-How passeren de revue. Met name Toby schittert als hij tijdens diverse nummers muzikale grapjes op zijn viool uithaalt, tot zichtbare vreugde van Erlend en Eirik. Davide schittert als Italiaanse droogkloot. De droge hummer van het viertal komt tot een climax tijdens een hoogdravend verhaal van Erlend, waarbij het publiek oerwoud/vogelgeluiden moet maken en dat eindigt in een Zwitsers hutje met een waltz-versie van I’d Rather Dance With You, waar het nummer heel duidelijk NIET geschikt voor is. Maar ze zitten het uit, het viertal maakt het af; ze worstelen zich naar het eind. Na afloop bekent Eirik dat ze deze versie tijdens de soundcheck hebben bedacht en dat ze er zelf erg fan van zijn. Ach, het is te waarderen.

Daarna volgen nog nummers als Mrs. Cold en Boat Behind, die goed overeind blijven in de liveversie. Jammer genoeg worden klassiekers als Toxic Girl en Failure niet gespeeld. Tijdens de  encore besluit Eirik om suggesties te vragen. Een slecht idee: chaos ontstaat als iedereen zijn favoriete nummers roept. Uiteindelijk spelen de heren Cayman Islands, een nummer dat toepasselijk genoeg ook over Amsterdam gaat. Daarna speelt de band een opgerekte versie van Little Kids. Erg mooi allemaal. Erlend krijgt de lachers op zijn hand met What If (Justin Timberlake moved to Europe), een simpel nummer met een briljante tekst.

Terugkijkend krijgt het publiek met ruim twee uur materiaal waar voor zijn geld. We kregen weliswaar een wat krampachtig begin, maar het gezellige, vrolijke einde maakte dat meer dan goed. Als Erlend zijn “ik ben depressief tijdens het eerste half uur”-routine laat vallen en de heren vanaf het begin wat relaxter zijn, ben ik meer dan tevreden.

Watt, Rotterdam (10 november)

Eerlijk gezegd was ik bijna niet naar dit concert gegaan. Ik had min of meer “voor het geval dat” twee kaartjes voor dit concert gekocht. Maar Rotterdam is wel mooi twee uur met de trein. En ik had niet zo’n zin om in mijn eentje naar het concert te gaan. En ik had de heren al gezien. En dat was een goed concert, maar dat krampachtige gedoe aan het begin was mij niet goed bevallen. Toch wist ik mezelf te overtuigen om te gaan: voor hetzelfde geld duurde het weer vijf jaar voordat de Koningen naar Nederland zouden komen… En ik wist iemand zover te krijgen om mee te gaan. Dus mijn gouden “ik ga niet alleen naar concerten”-regel hoefde ik niet eens meer te overtreden.

In Rotterdam was het al aan de drukke kant toen we arriveerden. We moesten zelfs een tijdje in de rij staan (met name de rij voor de garderobe was HEEL lang). En in de zaal waren er niet veel plaatsen met goed zicht meer over. Uiteindelijk vonden we een plek vlakbij de uitgang. Toen de Kings of Convenience op het podium verschenen, merkte ik meteen een verschil. In plaats van opmerkingen te maken over het publiek, of stilte te eisen, begonnen de heren gewoon met spelen. En nog wel met Until You Understand, misschien wel het mooiste liedje wat ze ooit hebben geschreven! Alleen dat al was de reis en het geld waard.

De Noren maakten tijdens het gehele concert een ontspannen indruk. Iedereen mocht zelfs gewoon foto’s maken (hoewel ik wel het idee had dat er minder foto’s werden gemaakt dan normaal, dus misschien zijn de “regels” gewoon algemeen bekend nu?). De gespeelde liedjes waren veel evenwichtiger verdeeld over de drie albums. Van het nieuwe album speelden de heren Me in You, Mrs Cold, Boat Behind, 24-25, Power of Not Knowing, To Rule My World en Second To Numb, van de voorgangers speelden ze Misread, Know-How, Homesick, I’d Rather Dance With You en een aantal klassiekers die ontbraken bij het concert in Amsterdam, waaronder Toxic Girl en I Don’t Know What I Can Save You From. De opzet van het concert was verder hetzelfde. Eerst speelden Eirik en Erlend als duo, daarna werd de band geroepen. Maar het contrast was op de een of andere manier minder groot.

In de encore bleek dat Erlend het niet alleen heet had, maar ook last had van zijn maag. Daarom speelde Eirik in zijn eentje een cover, Corcovado. Erlend viel halverwege in met een mondtrompetsolo. Daarna speelden de heren Little Kids dat later steeds meer op I Was Made For Loving You en vervolgens Stand Up For Your Right en de theme from the Pink Panter begon te lijken. Het werd allemaal zolang gerekt, dat het erop leek dat de heren I’d Rather Dance With You maar zouden laten zitten. Maar dat liet het publiek niet gebeuren. Er werd hard genoeg geklapt voor een tweede encore en zodoende kregen we alsnog de klassieker. Aan het einde dook Eirik zelfs het publiek in!

Conclusie
Al met al twee mooie concerten, maar allebei met een andere sfeer. Ik vind de band aanzienlijk leuker als ze wat minder panisch over de regeltjes doen en gewoon mooie muziek maken. Natuurlijk moet het publiek zijn mond dicht houden op de stille momenten, maar als de muziek écht heel mooi is, en het publiek wil er écht graag zijn… Op zulke momenten hoef je die regel helemaal niet uit te leggen. En dat was eigenlijk in Amsterdam én in Rotterdam het geval. Soms is less echt more… Dat zou je de Kings of Convenience eigenlijk niet uit hoeven te leggen.

Een Zesde Week Muziek

Kijk, het lukt me zowaar om twee weken achter elkaar een week muziek te posten! Het moet niet gekker worden. Behalve dat het al woensdag is. Dat krijg je als je het op maandag en dinsdag heel druk hebt. Volgende week hopelijk de kerstaflevering!

Some_People_Have_Real_Problems-Sia_480Sia – You’ve Changed

You’ve changed for the better!

Vorig jaar scoorde Lauren Flax en Sia een hitje in de clubs. You’ve Changed deed het heel aardig op de dansvloer. Sia kenden we natuurlijk al van The Girl You Lost (To Cocaine) – ook succesvol geremixed) en Breathe Me. Sia’s nieuwe album zit er inmiddels aan te komen. Begin 2010 moet We Are Born verschijnen. En Sia vond het liedje dat ze met Lauren Flax maakte zo gaaf, dat ze het zelf ook maar opnam. Een nieuwe versie van You’ve Changed dus, met lekker gitaartje en gezellige koortjes. De euforie straalt er vanaf. Dat je Röyksopps Remind Me zo er overheen kunt zingen, moeten we maar even voor lief nemen. Ik vind hem gaaf. En dat ligt heus niet alleen aan mijn huidige gemoedstoestand.
Will remind will remind will remind me, will remind will remind will remind me >>

boatbehindKings of Convenience – Second Violin

Sick and tired of playing second violin
He gracefully steps off the train
Pledging never to return to the town
That never once applauded him

Dit nummer staat helaas niet op het derde album van de Kings, wat waarschijnlijk betekent dat we geen studioversie van Erlends mondtrompet gaan horen voor 2054. Maar het is natuurlijk ook een beetje de vraag of die mondtrompet op plaat net zo gaaf klinkt… De mondtrompet is eigenlijk ook een beetje de enige gimmick van het nummer. Bij nadere beschouwing is de tekst ook aardig, een van de meer directe teksten van de Kings, met toch mooie beelden en emoties erin verwerkt. Dat spreekt me eerlijk gezegd meer aan dan de semi-intellectuele filosofie die op sommige nummers op Declaration of Dependence is te horen.
I have more trumpets at home, do you want to see them? >>

r88Röövel Ööbik – Let’s Do Your Hair

So, honey,
Let’s do your hair!

We zijn natuurlijk allemaal extreem in touch met de muziek / indiescene in Estland, dus dit liedje komt voor niemand als een verrassing, en we hebben allemaal van Röövel Ööbik gehoord. Die band is namelijk een grootheid in de indiescene van Estland. Opgericht in de jaren ’80 mochten de heren in de jaren ’90 als eerst Oost-Europese band bij John Peel en de BBC langs. Nog meer leuke feitjes: ze brachten de eerste Estse rock cd uit, getiteld Popsubterranea en eerder dit jaar kwam hun nieuwste cd Ringrada uit.
Kijk ook eens wat vaker in de spiegel van de kapper >>

m_wardM.Ward – Let’s Dance (David Bowie cover)

If you say run, I’ll run with you
If you say hide, we’ll hide
Because my love for you
Would break my heart in two
If you should fall
Into my arms
And tremble like a flower

Het origineel kan ik niet anders beschrijven dan als “vreselijk vervelend”, maar deze laidback versie van M. Ward is erg relaxed. Het is natuurlijk al vaker gedaan, over de top jaren 80 hits in een uitgekleed jasje, maar deze vind ik zeker de moeite waard. Maar in de disco kun je hem niet draaien. Wellicht ’s avonds laat, als je thuiskomt? Bepaal het zelf maar.
Nu: nieuwe muziek met oude video >>

Reverend-And-The-Makers-The-State-Of-Thin-413856Reverend & The Makers – Heavyweight Champion of the World

I could’ve been a contender
Could’ve been a someone
Caught up in the rat race
And feeling like a no-one
Appearing in the papers
With the money and the girls
I could’ve been The Heavyweight Champion of the World

Al vroeg had ik besloten dat ik Reverend & The Makers ging negeren. Hun debuut heette namelijk State Of Things en Turin Brakes hebben een EP die zo heet en ik wilde die term met Turin Brakes blijven associëren. Maar goed, toevallig hoorde ik laatst dit liedje en het klinkt hip en lekker en uptempo. En dat kan ik niet negeren. Helaas voor mij, maar gelukkig voor jullie (denk ik). Het heeft wat van Kasabian, maar toch weer net niet.
Deze gast houdt van verkleden, blijkbaar >>

Suggesties zijn welkom!

Telefoongesprek over Arctic Monkeys – Humbug

Dit heb ik nooit verteld, maar…

9 januari 2006, iets na tienen ’s avonds. De telefoon gaat.

Stefan: Hallo, met Stefan.
Ik: Ja, dit is Stefan uit de toekomst.
Stefan: Ja, grapjas. Even serieus.
Ik: Nee, ik ben het echt, Stefan. Ik ben jou, maar dan op 9 november 2009.
Stefan: Jaja, is de paus al dood?
Ik: Ja, die stierf op 2 april 2005, dat weet jij ook! Dat is al geweest. De nieuwe leeft nog.
Stefan: Je bent het echt!
Ik: Ja, ik bel met belangrijk nieuws.
Stefan: Oh? Heb je voorkennis die ik kan gebruiken om rijk te worden?
Ik: Nee, dat is illegaal.
Stefan: Wat heb je dan te vertellen?
Ik: Nou, ik zit terug te lezen op mijn/jouw/onze website en ik zie dat je de Arctic Monkeys zojuist hebt neergesabeld.
Stefan: Nou, neergesabeld… Dat is misschien wat sterk. Ik vind ze gewoon veel schreeuwen.
Ik: Ja, nou… Ik bel dus om te zeggen dat je de derde cd heel gaaf gaat vinden.
Stefan: Hahahahahahahahahahahaha….
Ik: *kucht*
Stefan: Hahahahahahahahahahahaha
Ik: *kucht luider*
Stefan: Haha…
Ik: Dus…
Stefan: Ha. Maar alle gekheid op een stokje: is 9 november 2009 de nieuwe 1 april?
Ik: Nee, je vindt hem echt best goed.
Stefan: Dat kan ik me nauwelijks voorstellen. Luister ik dan ook geen Turin Brakes meer?
Ik: Nou, dat nog wel. Maar alles wat je stom vond aan de Arctic Monkeys is niet meer aanwezig op deze plaat.
Stefan: Wat? De schreeuwerige teksten, de veel te puntige gitaarriffs en de hak-op-de-takpop?
Ik: Ja, ze hebben met die dude van Queens of the Stoneage samengewerkt en daardoor is de plaat evenwichtiger en stemmiger geworden. Er staan een paar echt goede nummers op, die een mooie sfeer uitademen. Het is een stuk serieuzer geworden allemaal en er staat zelfs een cheesy ballad op, getiteld Cornerstone. Al is dat zeker niet het beste nummer van de plaat. Dance Little Liar en Crying Lightning zijn ook heel goed.
Stefan: Dus eigenlijk zijn ze volwassen geworden?
Ik: Ja, zo zou je het misschien het beste kunnen omschrijven.
Stefan: Maar hoe komt dat dan?
Ik: Nou, die zanger, die Alex Turner, die begint ergens tussen onze jaren in een zijproject en dat is een heel beschaafd gearrangeerd gedoe. Ze noemen zich The Last Shadow Puppets. En dat hoor je nu ook terug in de nieuwe CD. Weliswaar wordt er geen blik strijkers opengetrokken, maar het is beschaafder en mooier.
Stefan: Je bent wel erg positief. Dadelijk zeg je me nog dat het je favoriete CD van het jaar is!
Ik: Nou, dat is me wat te gortig. Maar hij is erg goed.
Stefan: Nou, fijn dat je me dat even vertelt. Maar ik mag het zeker niet op ditisstefan.nl zetten?
Ik: Nee, dan doorbreek je de tijdslijn en vergaat mijn wereld. En Turin Brakes bestaat nog, ze komen zelfs begin 2010 met een nieuw album op een nieuw label. Al zijn ze er niet veel groter opgeworden. De Arctic Monkeys zijn nog onverminderd populair.
Stefan: Oké. Nou bedankt voor de informatie. Maar eh… nog 1 vraag… wanneer komt de nieuwe CD van de Kings of Convenience? Dit jaar nog?
Ik: Nee, pas in de herfst van 2009.
Stefan: Maar goed dat we de derde cd van de Arctic Monkeys dan leuk vinden.
Ik: Ja, dat is in ieder geval iets.
Stefan: Dag Stefan!
Ik: Peace Out, Player!

vier uit vijf