Spotify komt eraan, dus: StefanSpotified #001

Sinds vandaag zit ik op Spotify, dat binnenkort officieel in Nederland van start gaat. Maar ik zit er dus nu al op. Jeej. (had ik al verteld hoe gaaf Digimuziek.nl is?). Ik ben helemaal verliefd. Het werkt als volgt: je downloadt het programma, maakt een account aan en kiest of je een betaalde account wil of toch liever gratis luistert.

Wanneer je gratis luistert, krijg je af en toe een advertentie te zien en te horen, wanneer je betaalt krijg je dat niet. Simpel eigenlijk. Daarna mag je alle muziek luisteren die in de catalogus van Spotify staat. Dat zijn miljoenen nummers. Veel meer dan je op je computer kunt hebben staan (of in je cd-rek). Alleen The Beatles staan er niet op. Als het goed is krijgen de artiesten vervolgens een vergoeding voor iedere keer dat hun nummer wordt afgespeeld. Die vergoeding schijnt vrij belabberd te zijn (om niet te zeggen: dramatisch laag), maar het is beter dan de muziek op eigen houtje downloaden en afspelen. Daar krijgt de artiest immers helemaal niks voor. De liedjes uit de Spotify kun je uiteraard aanvullen met je al bestaande muziekcollecties. Mocht je favoriete b-kantje er dus niet op staan (en geloof me: er staan veel b-kantjes op Spotify), dan kun je die dus gewoon in Spotify afspelen. Het is dus in feite je eigen muziekcollectie + een gigantische hoeveelheid muziek waar je nog nooit van gehoord hebt, maar waar je altijd bij kunt (online / offline / thuis / onderweg): de natte droom van iedere muziekliefhebber.

Een leuke feature van Spotify is het delen van playlists met je favoriete muziek. Dus ik begin bij dezen met een nieuwe rubriek. Eens in de zoveel tijd presenteer ik een lijst met 10 leuke liedjes. Hier voorzie ik de lijstjes van kort commentaar. Je kunt dan naar Spotify om de lijst te luisteren (zodra het is gelanceerd, maar dat is aanstonds). Of je kunt gewoon de liedjes opzoeken op YouTube. Dus, hier gaan we!

StefanSpotified #001

(hier luisteren)

01 Badly Drawn Boy – Is There Nothing We Could Do?
Van Badly Drawn Boy hadden we al een tijdje niets meer gehoord. Zijn laatste albums zijn ook niet zo goed als zijn debuut, maar toch blijf ik geïnteresseerd luisteren naar zijn werk, in de hoop dat hij ooit hetzelfde niveau weer gaat halen. Dit is een mooi geïnstrumenteerd, rustig nummer met veel reverbreverbreverb. Verder valt er weinig over te zeggen.

02 Regina Spektor – No Surprises
Regina Spektor heeft voor het goede doel No Surprises opgenomen. Deze klassieker van Radiohead is in de versie van Regina bijna een slaapliedje geworden en menig Radiohead fan zal spreken van blasfemie of op zijn minst de haren uit het hoofd trekken. Ikke niet. Ik vind het heel mooi gedaan.

03 Mumford and Sons – The Cave
Ik ben een beetje bang dat Mumford and Sons last gaan hebben van overkill. Op alle zenders worden ze grijs gedraaid. Op zich niks mis mee, want ook actuele single The Cave is een prima nummer, maar ik hoop niet dat ze over een paar jaar zijn vergeten.

04 Ray LaMontagne – A Falling Through
Dit nummer komt van het laatste album van LaMontagne, Gossip In The Grain. De subtiele vocalen, met veel valse lucht en de zorgvuldige steel pedal maken dit nummer tot een van mijn favoriete nummers van de verlegen troubadour.

05 Lars and the Hands of Light – Stranger To The Sea
Eerder sprak ik al lovende woorden over deze Deense band. De lp (The Looking Glass) mag er wezen. Dit nummer doet me erg denken aan Belle and Sebastian. Binnenkort een recensie.

06 Pete Lawrie – How Could I Complain?
Pete Lawrie gaat nog steeds heel groot worden, denk ik. Dan moet wel een keer zijn album uit komen natuurlijk. How Could I Complain? komt van zijn debuut ep en is de balans van zijn leven tot nu toe: (I have not seen a death yet in my family and I’ve been out for coffee in the cold – so tell me how could I complain? You wouldn’t know joy if you didn’t have pain). Het is zelfs een beetje dansbaar. Een beetje.

07 Aqualung – California
Weet je wie ook een nieuw album heeft? Aqualung! Ooit vond ik dit machtig mooie muziek, maar ook al is Matt Hales het levende bewijs dat pianorock niet Keane hoeft te zijn, weet hij me minder te boeien dan voorheen. Dit is een klein deuntje van minder dan anderhalve minuut van de nieuwe plaat (Magnetic North). Het is klein en lief. Daardoor valt het na één keer luisteren al op.

08 I Am Kloot – The Great Escape
Een van mijn favoriete b-sides van I Am Kloot. Terug te vinden op het dubbelalbum B, samen met nog meer juweeltjes. And I’ll ride around like Steve McQueen in The Great Escape.

09 The National – Bloodbuzz Ohio
Bij het uitproberen van Spotify zijn een collega vandaag: doe die eens! Dus toen deed ik deze. The National is typisch zo’n band die ik nog eens moet uitchecken, maar waar vele over wordt gepraat. Bloodbuzz Ohio is het eerste nummer wat ik van ze hoor. Diepe stem en voortstuwend ritme.

10 Ellie Goulding – Starry Eyed – Little Noise Session
Laatst was Ellie Goulding bij 3FM en daar deed ze een mooie versie van haar single Starry Eyed. Die versie leek wel op deze, al zit hier nog een elektrische piano bij. Het principe is hetzelfde: het electropop nummer is akoestisch en rustig. “Live op de radio maakt het meer indruk dat ze de vocalen allemaal zo prima haalt”, zul je misschien zeggen, maar wat blijkt: aan het einde van deze opname krijgt ze luid applaus. Ze heeft zojuist een perfecte akoestische versie van haar nummer ten gehore gebracht. Live ja. Respect.

The Medics, Mark Lanegan en Lars & The Hands of Light

“Ga je nu alweer naar een concert, Stefan?”

De afgelopen maand was het inderdaad “nogal druk” wat betreft concerten. Naast drie (3!) keer Turin Brakes, zag ik namelijk nog een aantal andere bands de afgelopen tijd. Het gaat me wat ver om over alledrie een heel lange review te schrijven. Dus bij dezen probeer ik mijn gevoelens over de drie avonden en bands te vatten in een korte maar hopelijk volledige samenvatting. Dat is ook weer eens iets anders.

The Medics (+ U2two) – Doornroosje, 16 april

Na eenderde van mijn Turin Brakes tournee, ging ik met wat collega’s van het werk een andere collega zien spelen in Doornroosje. De U2 coverband “U2two” had de zaal afgehuurd in de hoop alle Nijmeegse / Gelderse U2 fans naar het poppodium te lokken. Ik was er ook, niet omdat ik zo’n groot U2 fan was (of ben) dus, maar omdat Johan bas speelt in de The Medics – het voorprogramma.

Helaas was het nog niet zo druk in Roosje en dat zou het ook niet worden (hoewel ik het einde van de avond niet heb afgewacht – toen de Nederlandse Bono zijn publiek in het Engels begon toe te spreken, begreep ik dat dit niet mijn soort concert zou worden). In ieder geval moesten The Medics proberen de halflege te zaal uit hun 9-tot-5 ritme te reanimeren en nieuw leven in te blazen. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat aan het einde van de set alle 50 mensen in Doornroosje gillend aan hun voeten lagen, maar wat mij betreft was het een groot succes. The Medics spelen een goed te pruimen potje britrock. Denk Editors, Maximo Park en dergelijke. De zanger heeft een mooie lage stem en een groot uithoudingsvermogen. Hij gaat helemaal los op het podium, of er nu gillende tienermeisjes of bijna helemaal niemand staat. Respect! Ook de rest van de band blijkt goed op elkaar ingespeeld.

De set zit strak in elkaar, de liedjes kloppen en door hetzelfde riffje aan het begin én het einde van de set te spelen, is het geheel ook nog eens mooi cyclisch. Toen was ik The Medics nog niet zat in ieder geval. Op 21 mei spelen ze in de NDRGRND in Nijmegen. Hopelijk langer dan in Doornroosje en met een groter en enthousiaster publiek. Het is ze gegund.

Mark Lanegan (+ Duke Garwood) – Tivoli, 20 april

Tsja, Duke Garwood had ondanks de blaadjes “Stilte tijdens het concert” veel moeite om boven het kakelende publiek uit te komen. Hij maakte dan ook weinig indruk met zijn ingetogen gitaarliedjes. Daar zat hij, kromgebogen over zijn gitaar, zachtjes in de microfoon te zingen. Het werkte gewoon niet. Op andere avonden was het er bij mij vast ingegaan als zoete koek, maar vanavond stond ik net als de rest van het publiek in de vrijwel uitverkochte Tivoli te wachten op Mark Lanegan.

Toen de grootheid eindelijk het podium betrad, samen met een gitarist van wie ik de naam per ongeluk ben vergeten, was het meteen muisstil. Zodra Lanegan de eerste noten zong was duidelijk waarom: deze meneer verdient niets dan respect. Een dijk van een stem, een imposante man en een grootheid. Bovendien was hij niet stomdronken.

Eén ding was Lanegan overigens niet: een warm mens. Niks publieksinteractie, niks leuke anekdotes… Nee, Lanegan werkte achter elkaar de hele setlist af, verdween twee minuten, kwam terug, sprak de legendarische woorden “thank you” en speelde nog een paar nummers. Toen sprak hij nog een keer “thank you” en bedankte ook zijn gitarist. Toen was het afgelopen. Nog geen anderhalf uur na het begin stonden we buiten. Zo waren we op tijd thuis, maar een legendarische avond werd het er niet door. Wel een mooie.

Lars and the Hands of Light – Cultureel Podium Roepaen, 2 mei

Mischa belde me enkele weken geleden (of ik hem, dat weet ik niet meer). Hij vertelde dat hij naar het zuiden kwam na Koninginnedag en dat hij op zondag naar een Deens bandje ging kijken in Roepaen, ook al kende hij het niet. Nou, ik ging wel mee. Ik kende het ook niet. De vrijdag voor het concert maakte ik voor het eerst kennis met de vrolijke muziek van Lars and The Hands of Light. De single Me Me Me bleek heel aanstekelijk. Tot zover mijn voorbereiding.

Was het bij U2two al rustig, bij Lars and the Hands of Light was het vrijwel uitgestorven. De aanwezigen waren letterlijk op handen en voeten te tellen (de band niet meegerekend). Daar hadden Lars en cohorten niet op gerekend, maar ze gingen er toch het beste van maken. In het uur dat volgde speelde de band zo’n beetje alle nummers van debuut The Looking Glass. Het geluid was goed, de stemming in de band zat er goed in (de vrouw van de zanger, die ook de t-shirts en platen verkocht, was jarig) en de bandleden deden hun best om de paar aanwezigen te overtuigen… Dat lukte bij mij in ieder geval heel aardig. Na een uur waren de liedjes op. Er was dus ook geen encore, maar ik voelde me niet bepaald bekocht.

De liedjes van Lars and the Hands of Light zijn vaak poppy, soms neigt het naar de jaren 60/70/80, soms naar Belle and Sebastian, soms naar je reinste rock ‘n roll. Wat het ook is, het werkt. Het werkt live heel goed. De band bestaat uit Lars en zijn zus, een bassist annex akoestisch gitarist, drummer en keyboardspeler annex percussionist. Lars speelde ooit in een metalband en zo ziet hij er nog steeds een beetje uit. Maar de andere bandleden zien er gewoon uit alsof ze lol hebben op het podium. Ik vind het heel belangrijk dat je niet alleen goed speelt, maar dat je ook laat zien dat je dat leuk vindt. Dus Lars and the Hands of Light zijn wat mij betreft met vlag en wimpel geslaagd voor de test. Hun album The Looking Glass is recent verschenen bij Excelsior. Gaat dat horen.