Podcast: Incognitief Leest met Lotte Lentes

https://soundcloud.com/incognitief/incognitief-leest-met-lotte-lentes

PODCAST!

Sophie Dassen en Stefan Meeuws praten  met Lotte Lentes, één van de deelnemers aan het Slow Writing Lab. Ze vertelt wat ze doet bij wat het antwoord moet zijn op het gebrek aan masteropleiding voor Nederlandse schrijvers. We praten ook over het Boek op de Bank-festival dat begin juni plaats vindt, waarvan Lotte medeoprichter is.

Meer info:
www.lottelentes.nl
www.boekopdebank.nl

Podcast: Incognitief Leest: Het Verhalenhuis

https://soundcloud.com/incognitief/incognitief-leest-2-het-verhalenhuis

In deze tweede aflevering van Incognitief Leest praten we met Noortje Kessels van literair productiehuis Wintertuin. Noortje werkt aan een aantal bijzondere projecten met ouderen, waaronder het Verhalenhuis en het Grootletterfestival. In dit gesprek praten we over het hoe en waarom van deze mooie projecten, huisdierencontroverse en de volgende editie van het Grootletterfestival op 10 april 2016.

Meer lezen:

Luister ook naar de vorige aflevering van Incognitief Leest, met de Leestweeps. 

Podcast: Incognitief Leest #1 met Leestweeps

https://soundcloud.com/incognitief/incognitief-leest-1-leestweeps

Stefan Meeuws en Sophie Dassen praten in deze eerste aflevering van Incognitief Leest over dé Twitter-boekenclub van Nederland: Leestweeps. Dat doen ze met Caroline Soesbergen, een van de leiders van de leesclub. We praten over het fenomeen “Twitterleesclub”, hoe je zelf mee kunt doen (de volgende avond is 13 maart) en bespreken uiteraard ook de leesgewoonten van onze gast.

Alsof het voorbij is

the-sense-of-an-endingDat komt toch niet zo vaak voor, dat de Nederlandse vertaling van een titel net zo mooi is als de Engelse. The Sense of an Ending van Julian Barnes las ik in het Engels, maar ik had de Nederlandse versie ook overwogen als die net zo mooi is vertaald als de kaft. Alsof het voorbij is, dus. Een treffende titel voor een werk dat zich grotendeels met herinneringen bezighoudt, en de betrouwbaarheid van die herinneringen.

Tony Webster is een man die het grootste deel van zijn leven in de middelmaat heeft doorgebracht door conflicten te vermijden. Getrouwd, gescheiden maar op vriendschappelijke voet met zijn ex-vrouw en redelijk tevreden met hoe het allemaal is gelopen. Het is inderdaad een leven in de middelmaat. Totdat – uiteraard totdat – er een brief van een advocaat komt waarin hij een dagboek en een klein geldbedrag nagelaten krijgt. Deze brief zorgt dat hij weer in contact komt met een oude geliefde uit zijn studietijd. Daardoor begint Tony zijn verleden te overdenken. En nadat het contact met de oude vlam is gelegd, is hij genoodzaakt om te twijfelen aan wat hij in het eerste deel van het boek heeft overdacht.

Alles kan in dit boek dan ook door de lezer in twijfel worden getrokken. Al op de eerste bladzijdes wordt in een geschiedenisles getwijfeld over de feiten en de  interpretatie daarvan, en het blijkt uiteindelijk niet anders in Tony’s leven. Wat is er gebeurd? Wat is waar? Hoeveel herinneringen onderdrukt Tony eigenlijk? Het laat de lezer in een staat van verwarring achter bij de laatste grote onthulling aan het eind. De consequenties daarvan worden je niet meteen duidelijk en je mist een hoop als je het boek daarna meteen weglegt. Want het einde – bewust ambigu – kan ontzettend grote gevolgen hebben voor het beeld dat wordt geschetst van de verschillende personages. Maar omdat de hoofdpersoon dat lang niet lijkt te snappen en daarna weigert toe te geven, is het aan de lezers om een eigen versie van de gebeurtenissen te construeren. En dat doen ze massaal, getuige de reacties onder deze blog.

De thema’s zijn duidelijk uitgewerkt en liggen er wellicht iets te duidelijk bovenop, maar aan de andere kant… Het verhaal is bedrieglijk simpel. Zoals de Engelse titel al doet vermoeden, is The Sense of An Ending een verhaal waarin het eind nog niet echt het eind is. Ik heb zelden een boek gelezen waarbij een open eind zo terecht was. Een eind… Alsof het dan voorbij is…

4/5

Boekenfeest 2011 – Een feest van herkenning

Afgelopen zaterdag werd in de Vereeniging te Nijmegen het Boekenfeest 2011 georganiseerd. Literair productiehuis Wintertuin trok weer alles uit de kast om lezers en auteurs samen te brengen. Centraal thema van de avond was uiteraard de biografie, het portret, het in kaart brengen van een personage. Het was dan ook een bijzonder sociaal feest: je maakte kennis met nieuwe personages, zag auteurs die je wellicht van hun werk of anders wel uit de media kent en kwam daarnaast honderden liefhebbers uit Nijmegen en omgeving tegen.

In de grote zaal wordt het programma geopend door Nijmeegse stadsdichter Dennis Gaens. Hij schreef een gedicht naar aanleiding van het verdwijnen van het frietkot op het Keizer Karelplein. Het portret van Çetin, de eigenaar van het keetje waar menig Nijmegenaar in de kleine uurtjes een broodje kroket heeft gescoord, wordt na afloop van de eerste ronde in de zaal uitgedeeld op een ansichtkaart.

Die eerste ronde is in de grote zaal voor Kamagurka. Mensen die niet weten wat voor avond het zou gaan worden, kwamen er op dat moment achter. Weliswaar is de inhoud van Kamagurka’s set niet exemplarisch voor de die van de rest van het programma, het is een set vol humor en vervreemding, twee gevoelens die de rest van de avond vaker worden opgeroepen. Kamagurka treft doel door het vertellen van slechte tot matige grappen en het opsommen van verschillen tussen Belgen en Nederlanders. Niet alles blijkt op waarheid te berusten en net op het moment dat mensen er genoeg van lijken te krijgen, geeft de cartoonist een onverwachte draai aan de set door van microfoon te switchen en het decor belachelijk te maken en bijna af te breken. Niet iedereen lacht om de absurde humor van Kamagurka, maar de tekenaar weet de zaal toch voor zich te winnen met onsmakelijke en soms ronduit smerige grappen. Is er een hondenneuker in de zaal?

Door naar P.F. Thomése, die op de eerste verdieping voordraagt uit eigen werk. Hij lijkt voor dezelfde techniek als Kamagurka te hebben gekozen en kiest bewust de smerigste passages uit zowel De Weldoener als J. Kessels the novel. Daarvoor heeft hij al laten merken erg teleurgesteld te zijn over het feit dat hij niet het boekenweekgeschenk heeft mogen schrijven. Dat had hij namelijk wel al grotendeels geschreven. Daarom sluit hij zijn set op met het nieuwe verhaal over J. Kessels en Thomése zelf, waarschijnlijk in de hoop dat het CPNB hem op korte termijn opbelt. En het moet gezegd worden, een kleurrijk figuur als J. Kessels had inderdaad niet misstaan als boekenweekgeschenk van een boekenweek vol portretten.

Ondertussen is bij Op Ruwe Planken de winnaar van de Liegbio-wedstrijd uitgeroepen. Vincent van Meenen ging met de eeuwige roem er vandoor. Zijn liegbiografie verschijnt in het meinummer van Op Ruwe Planken. Voor wat broodnodige diepgang moeten we bij het Soeterbeeckprogramma zijn, waar discussies over identiteit en kunst worden gevoerd, opgeleukt met luchtige intermezzo’s van Theater Pluim. Omdat het zaterdagavond is, switchen we al gauw naar de grote zaal, waar Jan Mulder geanimeerd verteld over zijn leven als voetballer. Hij had liever Romario geheten, dat klinkt per slot van rekening veel beter dan Jan Mulder. Hij hemelt Johan Cruijf op, om zijn monoloog af te sluiten met een schalks “maar nu weer over mij!” Hij durft zijn geschreven werk niet te vergelijken met dat van Remco Campert en Gerard Reve, maar “Ik kon wel beter voetballen dan Reve.”

Terwijl Kader Abdolah de dialoog aangaat, zoeken we wat lucht in de bar, waar vakkundig getekend wordt door één van de oprichters van dit weblog, terwijl een dj plaatjes draait. Live muziek komt er van La Femme Belge, die al eerder hebben meegewerkt aan de literaire projecten van Wintertuin. De Vlaamse band speelt een preview van tien minuten in de foyer, maar komt helaas nauwelijks boven het rumoer uit. De daadwerkelijke set in de kleine zaal boven wordt aanzienlijk beter ontvangen en is een goede opwarmer voor de Franse disco van Vic van de Reijt, die helaas niet aan iedereen is besteed. Zijn verhaal over Willem Elsschot eerder op de avond was een groter succes. Maar wie zijn Franse uptempo chansons wel kon waarderen, kon heerlijk de nacht indansen, vol van nieuwe karakters, absurde grappen en boeiende personages.

De Nederlandse literatuur, alleen maar vieze boekjes

Uiteindelijk gaat het in deze wereld maar om één ding en dat is seks. Gelukkig zit de Nederlandse literatuur er vol mee. Voor sommige lezers onder ons was het de enige reden waarom boekverslagen op de middelbare school nog enigszins draaglijk waren, voor anderen bron van hilariteit. Puisterige pubers die lachen om de eerste bladzijdes in Turks Fruit van Jan Wolkers: als je het zelf niet hebt gedaan dan ken je in ieder geval iemand anders die het tragikomische boek las vanwege de beschreven vleselijke lusten van de hoofdpersonen.Seks is alomtegenwoordig in de Nederlandse literatuur, van Van den vos Reynaerde tot Tirza en weer terug. De Nederlandse schrijverswereld bestaat uit een stelletje viespeuken. De Nederlandse literatuur is dan ook een uitstekende bron voor de Nederlandse film. Want een Nederlandse film is geen Nederlandse film zonder dat de vrouwelijke lead minstens twee keer uit de kleren gaat voor een gepassioneerde scène, bij voorkeur met verschillende karakters. Prima natuurlijk, maar als in negen van de tien Nederlandse speelfilms en romans meer bloot zit dan in tien jaar Hollywood-blockbusters, dan moet je niet raar op kijken als deze Nederlandse kunstuitingen seksistische trekjes beginnen te vertonen. Je kunt de klok erop gelijk zitten: om de zoveel tijd is het raak. Zo werd twee jaar geleden Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje verwetenplatvloers en vrouwonvriendelijk te zijn.

Enkele maanden later was het weer raak met J. Kessels the novel van P.F. Thomése. Dit keer voelde Stine Jensen zich geroepen het boek zijdelings te noemen in een colum over seksisme in de Vaderlandse letteren. Thomése was natuurlijk niet de beroerdste om te reageren. Toegegeven, J. Kessels the novel kan inderdaad als smerige onderbroekenlol worden omschreven, maar ook als treffende, tragikomische beschrijving van de mislukking van de man in deze maatschappij en de zoektocht naar vervlogen liefde met een lijk in de kofferbak. Daar kun je wel moeilijk over gaan doen als feministe of mascotte van de zedenpolitie, maar dan ben je, zo’n 800 jaar nadat Reynaert de vos de vrouw van de wolf Isegrim verkracht en de kinderen van het echtpaar Wolf mishandelt, rijkelijk laat. Seks is onlosmakelijk verbonden met de Nederlandse literatuur en het enige wat je daar kunt doen is proberen zelf een boek te schrijven dat die traditie doorbreekt. Die boeken zijn er ook, maar nee, er is altijd een neerwaartse trend zichtbaar. Alsof de Nederlandse literatuur na 800 jaar ineens nog meer zou vervallen in een reeks vieze boekjes.

Gelukkig is er nog een manier waarop seks en literatuur met elkaar verbonden zijn – die gelukkig een stuk leuker en luchtiger is dan het mekkeren op een van de definiërende trekjes van de Nederlandse literatuur (en cultuur). Want literatuur is en blijft dé manier om indruk te maken. Een belezen persoon ?kan, mits hij zijn kaarten goed schudt, indruk maken. In de kroeg heb je een arsenaal aan literaire openingszinnen paraat, thuis staat een mooie boekenkast vol klassiekers (of toch niet?) en anders kun je nog altijd een hobby maken van het afkraken van de slechtste seksscènes in romans.

Stefan leest: ‘The Other Hand’ (Kleine Bij) – Chris Cleave

theotherhandVanochtend, toen ik mijn kamerdeur opende, bleek er een vogel in mijn trapgat te zijn terecht gekomen. Het was niet eens een heel grote vogel, kleiner dan een duif, maar toch  schrok ik van. We hebben vaker vogeltjes in huis, de oorzaak is het ventilatiegat in de keuken, wat bij ons letterlijk een GAT is. Geen rooster, bijvoorbeeld. Maar deze vogel was dus verder het huis in gevlogen en daar schrok ik van. Het vleugelgeklapper en het panische vluchtgedrag van het gevangen vogeltje (dat later zelf de uitweg richting keuken en de daar door mij opengezette buitendeur wist te vinden), riepen bij mij een sensatie van bevreemding en ‘schrik’ op. Even later moest ik er eigenlijk om lachen. Het was een vogeltje! Een vogeltje!

Deze combinatie van emoties had ik ook moeten vinden in The Other Hand van Chris Cleave, in Nederland te koop als Kleine Bij (en in de Verenigde Staten als Little Bee), volgens de vele citaten die het boek aanprijzen. Mijn editie begint met een brief van de editor van het boek. Deze Suzie Dooré vindt het nodig om nog even aan te prijzen hoe supergeweldig het boek wel niet is (As publishers, naturally we only publish books we love, but every now and then something comes along that is so special it gives us goosebumps). De achterflap van het boek is gehuld in geheimzinnigheid: “we verklappen niet waar het over gaat, alleen dat je zodra je begint met lezen je iedereen erover wil vertellen, maar wij willen niet dat je dat doet.” Enfin, het is bijna genoeg om ervoor te zorgen dat ik het boek níet zou gaan lezen. Maar ik heb de gok gewaagd.

Misschien toevallig, maar toen ik laatst op de bus stond te wachten in mijn dorp, kwam er een Afrikaanse man op mij af lopen. Hij moest terug naar zijn ‘camp’ want hij was zijn papieren vergeten. Het enige wat hij bij zich had, was zijn asielaanvraag. Of dit de bus naar Nijmegen was. The Other Hand gaat over de jonge Nigeriaanse asielzoekster, Little Bee. Ze heeft vreselijke dingen meegemaakt in haar nog korte leven. Het verhaal begint als ze dankzij een bureaucratische misser zonder papieren uit een Engels asielzoekerscentrum wordt vrijgelaten. Ze reist vervolgens naar de enige mensen die ze kent: Andrew en Sarah. Deze mensen ontmoette ze bij toeval op een strand aan de Nigeriaanse kust. Op dat moment was zij op de vlucht voor premiejagers die haar het zwijgen moesten opleggen. Andrew en Sarah waren, in een wanhopige daad om hun huwelijk te redden, op vakantie in het Afrikaanse land. De scène die zich vervolgens afspeelt, daar op dat strand, is tekenend voor de levens van zowel het Britse stel als voor Little Bee en haar zus.

De kracht van het boek is de manier waarop deze strandscène, en daarmee de voorgeschiedenis, zich langzaam maar zeker ontrafelt. Stukje bij beetje worden lege plekken ingevuld, zonder dat het extreem gekunsteld of geforceerd overkomt. Little Bee is een meisje, dat ondanks haar verleden, een gezonde dosis (zwarte) humor paraat heeft, maar tegelijkertijd ook op alle plekken waar ze komt uitzoekt hoe ze het beste zelfmoord kan plegen. Omdat soms zelfmoord plegen beter is dan blijven leven. Sarah is een idealistische eindredacteur van een ‘alternatief’ damesglossy, dat steeds minder alternatief begint te worden. Andrew is een in de wereld teleurgestelde columnist. Dan is er nog het zoontje van Andrew en Sarah, Charlie, die steevast een Batmankostuum draagt en weigert naar zijn echte naam te luisteren. Daarmee zorgt hij voor de nodige luchtige momenten, al speelt hij een verrassend belangrijke rol in het laatste stuk van het boek. Het verhaal zelf is behoorlijk schrijnend en volkomen geloofwaardig.

Misschien is het slot, dat – hoe wel mooi geconstrueerd – ook erg verwarrend overkomt op de lezer, hetgeen dat me een beetje tegenvalt. Want toen ik het boek uithad, was mijn wereld nog dezelfde. Sowieso neemt Cleave in de laatste tachtig pagina’s van zijn boek wat beslissingen die wellicht ‘anders, beter’ hadden gekund. Wel wil ik Chris Cleave prijzen om de mooie karakterschetsen en bijpassende dialogen. Nee, het boek was prima leesvoer en ik beveel het van harte aan, maar het was niet de ‘sensatie’ die ik voor ogen had. Laat ik het zo zeggen: ik schrok meer van het vogeltje in mijn trapgat.

Kleine Bij is nu overal te koop.