[IJsland 2013] 1: Ondanks de logistiek, naar Husavik

Het had nogal wat voeten in de aarde, of om handen, om de vakantie dit jaar te regelen. Zoals ieder jaar wordt de planningsfase van de vakantie gekenmerkt door meerdere lange e-mailconversaties, ook al zou ons privéforum eigenlijk een veel geschiktere overlegplek zijn. Een vlugge scan van mijn inbox laat sowieso 120 mailtjes zien incluis mailtjes over verjaardagscadeaus (twee van ons zijn jarig in de periode dat we uiteindelijk op vakantie gaan).  De logistiek is nu eenmaal lastig als drie van de vijf reisgenoten in het buitenland wonen en iedereen steeds intensiever werk gaat doen.

Kaart Dag 1 IJsland

“[IJsland 2013] 1: Ondanks de logistiek, naar Husavik” verder lezen

[Portugal 2012]: Wandelen enzo

Van 13 tot en met 20 mei zat Pimfandischasjo in Portugal. Dit is Stefans verslag. Deel 1 staat hier.

Ik ben op tijd wakker – half 9 – maar niet te vroeg. In dit voorseizoen zijn de nachten prima te doorslapen. De kamer is warm, maar niet zo warm dat de ventilator aan moet. Wel staat de zon op mijn kant ’s morgens, waardoor lang uitslapen niet echt mogelijk is. Vanaf een uurtje of acht, half 9 sla ik dan ook mijn boek open en lees ik verder in Moonwalking With Einstein. Als ik buiten mijn deur gestommel hoor, ik slaap naast de trap, sta ik ook maar op. Net op het moment dat ik mijn hand naar de klink beweeg, vliegt mijn kamerdeur over. Ik doe wat iedere ninja zou doen: ik deel een karatetrap uit, waarmee ik één van de twee daders, Knoert, vol raak op zijn arm. Mischa ontspringt de dans, waarna we in redelijke harmonie het ontbijt aanvangen.

Het verschil met Slovenië is groot: hier geen tienduizend wespen die ons lastig vallen. Daar komt bij: zelfs de zon is afwezig op deze ochtend. Die schijnt achter de wolken. Dus vatten we het plan op om te gaan wandelen, terwijl we het brood goedkeurend verorberen. De Portugese meneer in het winkeltje sprak geen Engels en weigerde in eerste instantie te geloven dat Knoert een heel brood wilde kopen, maar uiteindelijk krijgt Knoert het brood mee en gaat het ook daadwerkelijk op.

Voor vandaag is een moderate walk uitgezocht met weinig bescherming tegen de zon maar een mooi uitzicht. Die zon, die is er niet, en hoewel we voor de zekerheid toch maar een Factortje15 in de tas stoppen, nemen we vooral ook onze truien mee. Warm is het allerminst.

We rijden door het Portugese berglandschap op zoek naar het beginpunt van onze wandeling, maar dat blijkt nog niet zo eenvoudig. Het boekje – in het huis gevonden – is van dezelfde reeks als het boekje dat ons in Slovenië dikwijls misleidde omtrent de duur van de wandeling, maar toch gingen bij ons geen alarmbellen af toen we zagen dat de wandeling maar een paar uurtjes zou duren. Die paar uurtjes werden al gauw een uur of vijf. In het begin gaat het nog. We lopen door een spookachtig dorp, waar Portugese boeren en boerinnen op het land aan het werk zijn. Spookachtig is het overigens door de mist, op de terugweg is hetzelfde dorp een stuk gezelliger en lopen de kippen en massa over het pleintje. En de zon schijnt. Want die komt door. Eerst nog voorzichtig, maar al gauw enorm fel en ongenadig. Smeren (Factor 15) blijkt nutteloos, want al gauw ben ik verbrand. Factor 15 is voor mij ook veel te weinig en al gauw ben ik zo rood als een kreeft. Trouwe lezers van de vakantieverslagen op ditisstefan.nl weten dat ik wel vaker verbrand, maar nu verbrandde ik heviger dan ooit tevoren. De rest van de week heb ik last van een verbrande nek en armen, draag ik lange mouwen en bij voorkeur een kraag en ben ik genoodzaakt een nieuw hoedje aan te schaffen – waarover later meer.

Modebewustzijn is meer bewustzijn dan mode.
(Mischa, 2012)

Het landschap werkt ook niet mee, overigens. Bovenaan de berg die we beklimmen is weinig beschutting. De enige hoge objecten hier zijn een reeks windmolens. Heeft u wel eens op een windmolen gestaan? Ik wel. Althans, op het trappetje naar het deurtje. Halverwege trektocht langs de windmolens is mijn moraal op zijn dieptepunt, maar gelukkig begint vlak daarna de afdaling en wordt het landschap ook weer interessanter.

Met de belofte van een taverne in het vooruitschiet, krijg ik de moed er weer in en lopen we door. In het boekje dat we gebruiken staan overigens wel meer twijfelachtige aanwijzingen, zoals “bij de geraniums links” en – in het geval van onze wandeling – “go past the very loud dogs”. En loud zijn ze zeker. En massaal. Volgens mij zijn ze van de tokkie van het bergdorp, want het pad langs de tuin ligt vol afval en stinkt. Maar we zijn weer in semi-bewoonde wereld en we gaan nog steeds bergaf dat is ook wat waard. Het dorp wat vanochtend nog kon worden omschreven als “spookdorp” is nu een pittoresk Portugees plaatsje geworden dat op de tractors na nog steeds uit de Middeleeuwen zou kunnen komen, maar verder niet bepaald mysterieus.

De taverne is enigszins een tegenvaller. Dit blijkt een winkeltje te zijn, dat speciaal voor ons opengaat, maar echt gezellig genieten van een verkoelende dorstlesser is er niet bij. Meer winkel dan taverne dus. Maar goed: we mogen niet klagen als het winkeltje speciaal voor ons opengaat.

Al met al is de middag al aardig op zijn eind als we weer bij de auto aankomen en het is tegen vijven als we bij de lokale supermarkt boodschappen doen. Snel worden de inkopen voor de pasta gedaan (iets te snel, want ik pak te weinig pasta), waarna we terugkeren naar het huis. Daar wordt gekookt, gegeten en de rest van de avond gechilld. Van Playstation, tot Portugese tv, tot zwemmen en kaarten: het is een klassiek geslaagde Pimfandischasjo-avond. En aangezien we morgen goed weer verwachten, gaan we morgen naar zee.

Bruin worden in Schotland

(klik om te vergroten - dit geldt overigens voor alle afbeeldingen in dit verslag)

Koud terug uit Zweden moet er toch gauw een bezoek aan Pims leven in Schotland worden gebracht. Gewoon, omdat we wel eens willen zien hoe hij woont en leeft aldaar. Omdat het bovendien zomer is en het weer potentieel iets beter is, besluiten we er meteen een roadtrip door de Highlands te maken. Dus zitten we, Fandischa, half augustus alweer in het vliegtuig (zonder Sjo, want die moet graven). Ik geef toe dat dit verslag aan de late kant is, maar nu krijgt u wel meteen de foto’s erbij (of een selectie daarvan). Klik op de afbeeldingen om ze op gigagroot formaat te zien.

We vliegen van onze bijna-thuisbasis Weeze naar Edinburgh. Daar huren we een auto om naar Pim in Glasgow te rijden. De Ford Focus is een stap achteruit ten opzichte van de Volvo die we in Zweden tot onze beschikking hadden. De motor is iets minder krachtig, de kubieke inhoud aanzienlijk kleiner (maar we zijn ook met één man minder) en we hebben geen stoelverwarming of active climate control. We doen het ervoor.

Die donderdagavond gaat, na een warme maaltijd in een lokale pub en een heuglijk weerzien, Pimfandischajo in Zweden – the movie – in premiere. Wonderwel zonder al te veel scènes met mij in een strak t-shirt. Ook ontmoeten we enkele van Pims housemates. Nog even zijn housemates, want Pim heeft net een appartementachtig iets gescoord, twee straten verderop. Nu zitten we op zijn studentenkamer op een gang die het meest doet denken aan Hoogeveld, de Nijmeegse studentenpopulatie is ermee bekend. We vatten het plan op de volgende ochtend rond een uurtje of zeven te vertrekken. Daarvoor moet er geslapen worden. Dat bleek niet zo eenvoudig als gedacht. Mischa op de bank, ik op een stretcher en Erwan op een matje, maar ik slaap niet bijzonder goed. Wellicht ook vanwege het feestje op de etage boven ons.

Het ontbijt de volgende ochtend maakt veel goed. Pim tovert voor ons – bijna nog voor het ochtendgloren – een Schots ontbijt op tafel. We zullen de voedingsstoffen nodig hebben, we hebben een lange tocht voor de boeg. Het vertrek loopt voorspoedig en onder het genot van Mischa’s muziekmix verlaten we Glasgow. Al gauw blijkt dat de onverwacht tevoorschijn gekomen zon Mischa’s ogen hindert. Ik had in een impuls twee seconden voor vertrek nog snel mijn zonnebril op sterkte in mijn tas gestopt, Mischa had niet verwacht er een nodig te hebben. Bij het eerste tankstation slagen we niet, uiteindelijk vinden we er een in Fort William (onze eerste grote stop van de dag). Onderweg hebben we gelukkig ook af en toe regen (voor de echte Schotland-experience).

Nadat we de benen hebben gestrekt en de winkelstraat hebben bekeken rijden we van Fort William door naar Loch Ness, waar we daadwerkelijk ook nat worden (terwijl we een lunch nuttigen). Het zou de laatste keer zijn, deze vakantie – in ieder geval van de regen. Na Loch Ness (geen monster te zien, maar wellicht is die via alle andere lochs naar de zee gezwommen?) rijden we verder in noordoostelijke richting. We stoppen in Inverness, in eerste instantie “omdat we er toch zijn”. Inverness blijkt echter een behoorlijk mooi stadje met veel kerken en begrafenisondernemingen. Overigens trad Turin Brakes er eind 2009 nog op, maar we doen nog meer Turin Brakes gerelateerde plaatsen aan op deze road trip.

Ik geef meteen toe dat alles tot nu toe nog koek en ei lijkt te zijn: het miezert en regent en ik heb een regenjas aan op deze foto’s, maar veel meer van dit soort foto’s zul je niet zien. In Inverness doen we boodschappen, omdat we weten dat de commerciële activiteiten in en rondom het hostel waar we vanavond slapen nogal beperkt zullen zijn. Daarna rijden we over steeds smaller wordende weggetjes door een steeds bergachtiger landschap naar het noordwesten, richting het kasteel waar we in gaan slapen.

Carbisdale Castle is een oud, nogal groot kasteel dat nu als hostel functioneert. Het is letterlijk mogelijk om erin te verdwalen. De slaapzalen moet je delen met een man of tien, wat op zich prima is. Het hostel is ook niet eens extreem duur voor Schotland. Pim, Erwan en Mischa maken van de resterende uurtjes van de middag gebruik om de omgeving te verkennen, ikzelf verken het kasteel, lees daarna mijn boek en ontdek waar de gratis Wi-Fi wel werkt (want: niet op de slaapzaal). Ik vind namelijk dat ik al genoeg heb gereisd en verkend vandaag.

Het avondeten is echter niet zo indrukwekkend als het gebouw waarin het hostel is gehuisvest. Het smaakt allemaal wat droog en matig. Ik vrees al een beetje voor het ontbijt van de volgende ochtend (Pim heeft een Schots ontbijt voor ons geregeld). En ja hoor, na een goede nachtrust en talloze kaartspelletjes, blijkt dat het Schotse ontbijt er vandaag niet is. De receptionist luistert naar Röyksopp’s Melody A.M. (op zich een prima keuze) en geeft ons uiteindelijk het teveel betaalde bedrag terug, maar daar gaat het ons niet om. Het gaat erom dat we teleurgesteld zijn. Allemaal. Collectief. En dat we Continental ontbijt ook thuis hadden kunnen eten.

We maken dan ook dat we weg komen en beginnen aan het tweede deel van onze road trip, nu naar de westkust. Luisterend naar de zoetgevooisde klanken van Taylor Swift en diverse radiostations (mits we er überhaupt één ontvangen) passeren we adembenemende bergen en meren. Daarbij wordt de lucht steeds blauwer en de zon steeds krachtiger. Tegen de tijd dat we Ullapool bereiken, kunnen we de niet meegebrachte zwembroeken tevoorschijn toveren. Of in ieder geval zonnebaden op het lokale strand. Dus dat doen we dan ook even.

Zonnebaden in Ullapool

Ullapool is een pittoresk plaatsje aan de westkust. Niet bepaald indrukwekkend te noemen, maar best prima. Een maandje later zal Turin Brakes (jaja) er optreden – op een al maanden uitverkocht festival (Loopallu), maar ik zoek tevergeefs naar posters van of zelfs de plek waar ze  het festival houden. Wat we wel zien: kwallen, bejaarden, veel zon en de haven. We doen boodschappen en rijden dan verder. Ook hier zijn we voorbereid: we weten dat ons volgende hostel op een eiland zonder pinautomaat of supermarkt is. En we weten zeker dat er geen restaurantachtige constructie in het hostel. Dus kopen we pasta en ontbijt en rijden we richting Isle of Skye, waar we de boot zullen nemen naar Isle of Raasay.

Die boot gaat maar een paar keer per dag en als je hem mist, dan mis je hem. En zo kun je dus ook niet zomaar van het eiland af. Horrorscenario’s over een seriemoordenaar en een beperkte groep verdachten sluit ik buiten terwijl we met de veerpond oversteken – dat duurt ongeveer 15 minuten. Daar rijden we met onze Focus naar het hostel, gelegen aan de letterlijke rand van de bewoonde wereld. Er gaat wel een weg in noordelijke richting, maar die moet wel gedeeld worden met schapen en andersoortig vee en niet veel andere wezens. Vooralsnog melden we ons aan bij het hostel, dat bestaat uit een pittoresk huisje met twee grote schuren waar de bedden in staan.

Dat klinkt primitiever dan het is. Ja: we zitten in de middle of nowhere en ja: op het eerste gezicht ziet het er wat amateuristisch uit en ja: als er dan een man of 10-15 tegelijk in de keuken en woonkamer zijn, is het vol. Maar het heeft als voordeel dat je min of meer gedwongen wordt contact te maken met de medebewoners, wat aardige gesprekken oplevert (we ontmoeten wederom een incarnatie van Otte, ditmaal in een motorrijdende grijsaard die wegens zijn eigen reizen alleen telefonisch de bruiloft van een familielid meekrijgt – en Mischa kan lekker Zweeds praten met een andere logée. De bedden mogen dan in de schuur staan, ze liggen best prima.

Voordat we daar induiken, besluiten we eerst nog een avondwandeling te maken. Al gauw worden we aangevallen door de lokale insecten (midges). Dat mag voor Pim en Erwan de pret niet drukken. Zij verkennen het heuvelachtige landschap en dalen af in een kloof en proberen er vervolgens weer uit te komen. Mischa en ik hebben een aanzienlijk rustigere avond. Wanneer de eigenaresse aangeeft dat ze het hostel op slot gaat doen, gaan ook wij ons bed in. Ik slaap heerlijk.

Zondagochtend hoeven we niet uit te kijken naar een hele dag in de auto te zitten, want hoewel we vandaag terugkeren naar Glasgow, duurt dat aanzienlijk korter dan de routes van de afgelopen dagen. Eerst gaan we gezellig op het eiland rondbanjeren. We willen graag het hoogste punt van het eiland bereiken. Na een stevig ontbijt en voor sommige van ons koude douche zijn we klaar voor vertrek. Het hostel sluit zijn deuren (het gaat tegen de avond weer open). Wij rijden noordwaarts. De weg wordt geblokkeerd door koeien, die duidelijk niet geïntimideerd zijn door onze blauwe Ford Focus. Uiteindelijk gaan ze toch aan de kant en bereiken we het pad dat ons naar de top van het eiland moet brengen.

Al gauw blijkt dat ik deze activiteit hevig onderschat. We zijn nog geen 100 meter gestegen of het zweet is mij uitgebroken en mijn hoogtevrees maakt het dat ik aanzienlijk voorzichtiger – dus langzamer – loop dan mijn reisgenoten. En hoewel je zou verwachten dat de route slechts naar boven zou moeten gaan, blijkt er halverwege nog een vrij diepe afdaling in te zitten. Uiteraard moeten we vervolgens weer omhoog. Niet relaxed.



Na een tocht komen we uiteindelijk boven aan. Daar moet getoept worden, al lukt het niet daar een scherpe foto van te maken met zelfontspanner. We blijven een half uurtje boven, genieten van het zonovergoten uitzicht en dalen vervolgens weer af naar het beginpunt. Halverwege wordt er gestopt, want Mischa en Pim zien er wel wat in om het meertje in te duiken dat we passeren. De foto’s daarvan zijn helaas niet voor de wijde wereld geschikt bevonden, maar ik kan u zeggen: u had er bij moeten zijn!

Terug bij de auto rijden we door naar het noorden. Uiteindelijk parkeren we de auto ergens, dalen we af door een schapenweide en komen we ineens uit op een verborgen strandje waar we de komende twee uur doorbrengen met stenen gooien en van het weer genieten. Het klinkt als een duffe middagbesteding, maar ik heb het enorm naar mijn zin. Vervolgens rijden we terug naar het zuiden. We drinken wat bij het enige hotel op het eiland en gaan daarna in de rij staan van door laatste (van de twee) overtochten die de veerpont op deze zondag maakt. Gelukkig missen we hem niet en voor we het weten rijden we over de brug van Isle of Sky naar het Schotse vasteland.

Onderweg stoppen we regelmatig om van de omgeving te genieten. We komen immers regelmatig gave bergen tegen. Tegen etenstijd komen we weer aan in Fort William. Ditmaal in de mooie avondzon, genieten we van Britse fastfood op het grasveld tegenover de kerk. Mischa scoort een nieuwe aanwinst in de fotoserie “prullenbakken voor kerken”, daarna rijden we door terwijl de zon ondergaat. Voor Glasgow komen we nog in een soort avondspits terecht. Dat is voor ons reden om de raampjes open te gooien en kei hard Angels van Robbie Williams met de MP3-speler mee te zingen. Een mooi moment, maar daarna gaat het snel bergafwaarts. Ook bij Mischa slaat naar de honderden kilometers de vermoeidheid toe en de file doet hem geen goed. Tel daarbij op dat de snelwegen rondom Glasgow nogal onoverzichtelijk zijn (“hmm, zullen we de afrit aan de linker- of de rechterkant aanleggen? We doen gewoon om en om!”) en we zijn toch wel blij dat we thuis zijn. Pim doet met Erwan nog snel wat boodschappen voor het ontbijt, Mischa laat de gereden kilometers op zich inwerken en ik denk terug aan de afgelopen dagen. Veel gezien, veel gereden en veel zonuren gehad.

Maandagochtend eten we gezamenlijk ontbijt, maar daarna moet Pim naar zijn werk. Erwan, Mischa en ik lopen nog even door Glasgow en maken plannen om een kledingzaak te openen tegenover het museum voor moderne kunsten. Na een korte stop bij de cd-zaak lopen we naar de auto en rijden we naar Edinburgh. We tanken de auto vol, leveren hem in en nuttigen nog snel een broodje voordat ons vliegtuig terugvliegt naar Nederland. Het weer wordt zienderogen slechter naar mate we dichter bij Nederland komen. Blijkbaar hebben we gewoon altijd goed weer als we met Pimfandischasjo op vakantie gaan. Mij hoor je er niet over klagen. Ik ben zowaar bruin geworden in Schotland. En in Zweden. In één zomer. Ik had je van tevoren uitgelachen.

[Trällebo] 8: Huiswaarts (slot)

Vrijdag 16 juli

De laatste dag worden we – net als de eerste ochtend – gewekt door Mischa, ditmaal worden we ook meteen gefilmd (het moet een aangrijpende scène in onze vakantiefilm worden). Gelukkig zijn we allemaal enigszins aan het ontwaken, wat voor Mischa natuurlijk minder leuk is. Na een ontbijt met alle restjes die nog in de keuken  lagen (gehakt, eieren, jam, kaas, knäckebröd, thee) maken we een grandioos ontbijt. Dat we vervolgens opsmullen. Ook vandaag is de temperatuur al dik richting de dertig graden aan het gaan, terwijl het nog lang geen middag is.

Dat is nodig ook, want er moet gewerkt worden. We hebben er echt geen groot zooitje van gemaakt, maar als vijf heren een week lang in een huisje zitten, dan moet er toch gepoetst worden. Dus: spullen inpakken, stofzuigers in de aanslag en lijken ruimen (er liggen honderden dode muggen en vliegen verspreid door het huis). Het eten dat over is gaat ook achterin de auto. Daarna vertrekken we richting Växjo.

Onderweg naar het stadje met ons vliegveld, rijden we langs een stokoude kerk. Je kon de (enorme) sleutels bij de buren ophalen en dat heeft Mischa uiteindelijk ook gedaan, tegen die tijd hadden we het buitenste – overigens enorme – slot al gekraakt.  De kleine kerk was mooi, maar vooral ook heel erg oud. In de kerktuin eten en frisbeeën we (met) het knäckebröd dat we nog over hebben.

Ook in Växjö was een kerk, maar een van een veel moderner kaliber. We lopen door de winkelstraat, die aanmerkelijk hipper is dan alle winkelstraten die we tot dan toe hebben gezien. Ook de  Zweedse meisjes dichtheid is hier aanzienlijk – het begint op te vallen hoeveel leuke meisjes er rond lopen. Wij houden ons echter niet bezig met zulks aards genot. We zijn hier met een missie, namelijk het aanschaffen van souvenirs voor Moerts vriendin en twee vrienden van Mischa. Uiteindelijk slagen we in een cadeauwinkel, waarin achterin ook cadeaus van dubieuzere kwaliteit worden verkocht. Op weg terug naar de auto komen we langs een cd-winkeltje, waar ik voor “geen geld” een single van Günther zie liggen (voor de kenners betreft het hier Teeny Weeny String Bikini – het b-kantje is de Tropicana remix van dit nummer).

Voordat we naar het vliegveld rijden, stoppen we bij ons favoriete restaurant. Het is immers een ongeschreven regel dat als je elkaar leuk vindt, dat je dan een week later weer op dezelfde plek bent. Helaas is McEmmy er niet. De reden hiervoor is waarschijnlijk dat we aan de vroege kant zijn. Vorige week vrijdag was het lang na etenstijd, nu is tegen half zes. Teleurgesteld laten we onze bestelling opnemen door vier andere blonde kassameisjes. Toch niet hetzelfde.

Het vliegveld van Växjö is ongeveer even groot als treinstation Nijmegen, denk ik. Als u dacht dat Weeze al een klein vliegveld was, dan moet u eens op Växjö vliegen. Dat kan overigens alleen vanaf Weeze en Berlijn (en dat zijn dus ook de enige twee bestemmingen vanaf Växjö). Er is dan ook maar één gate. Nadat we de auto hebben ingeleverd en onze tas hebben ingecheckt  hebben we nog een uurtje over om te genieten van de überrelaxte avondzon. Geheel op tijd vertrekken we richting Weeze.

In het vliegtuig hebben Loert, Mischa en Erwan veel beenruimte, omdat ze bij een nooduitgang zitten. Pim en ik zitten een rij voor hen. De vlucht verloopt vrijwel geheel in de avondzon, pas als we de daling inzetten betrekt de lucht (lees: we dalen). In Duitsland blijkt het te regenen, en niet zo’n klein beetje ook. De vlucht duurt dan ook langer dan gepland. Wanneer ik voor de tweede keer hetzelfde landschap zie en we tien minuten na geplande aankomst nog steeds in de lucht zitten, beginnen we ook figuurlijk nattigheid te voelen (naast de regen, dus). Om tien over tien vertelt de piloot dat het onweerde boven Weeze, maar dat we nu eindelijk kunnen landen. Gelukkig zijn we verder om het onweer heen gevlogen en niet erdoor. Rond kwart over landen we op Weeze. Een geslaagde vakantie zit erop.

[Trällebo] 7: Króézen

Donderdag 15 juli

De donderdag is een alleszins rustige dag. Mischa neemt zich nogmaals voor op tijd te gaan vissen, maar als ik tegen negen uur wakker wordt, zie ik Mischa nog rond lopen. Uiteindelijk gaat Pim ook mee (het is dan al tegen half elf), om te zoeken naar zijn fotocamera. Rond elf uur sta ik ook op. Na het ontbijt wordt er gebruik gemaakt van het voetbalveld. Iets later trek ik mij terug met een boek (Onder Professoren), wanneer ook Mischa en Pim weer thuiskomen. De camera van Pim is niet gevonden.

Wel krijgen we bezoek. Een kater (of wellicht was het een poes), die luisterde naar de naam Otte, komt op bezoek. Overigens luisterde deze poes naar elke naam: hij komt duidelijk aandacht te kort. Zodra we ook maar aanstalten maken om op hem af te komen, draait het beestje zich om en rekt hij zich uit. Graag wil hij geaaid worden, dat blijkt. We besluiten dat het wel beter is om hem geen eten te geven. Een bakje water blijkt hij niet nodig te hebben (dat gunnen we hem wel in deze hitte. De jonge kater is zo ondeugend dat hij op een gegeven moment zelfs het huis binnendringt, iets wat Pim en Mischa minder kunnen waarderen (in verband met allergie).

Er moeten wel nog boodschappen voor het avondeten en het laatste ontbijt. Dus vertrekken Mischa en ik naar de supermarkt. Eigenlijk willen we naar een supermarkt in een stadje waar we nog niet zijn geweest, maar we zijn na een week wel zo’n beetje door de nabijgelegen steden heen. Dus gaan we, via het plaatsje Konga, naar Tingsryd. Daar zijn we al een keer geweest, maar toen zijn we naar de andere supermarkt geweest daar, niet naar de ICA. Dus toch nog iets nieuws, zullen we maar zeggen. Dit is onze derde roadtrip met zijn tweeën. De vorige twee keer vonden plaats op mooie avonden, waar we de nabijgelegen dorpen inspecteerden en onze ogen open hielden voor eventueel wild. Zo zagen we onder andere een klein vosje, kikkers, een aantal konijnen, een lynx (lees: kat) en een ree. Overdag zijn er aanzienlijk minder dieren op en nabij de weg te vinden.

We slaan flink boodschappen in voor het laatste avondeten (er was nog pasta, maar verder begon nogal veel op te raken). We belonen ons dan ook met een ijsje en een toeristische route naar huis. Daar komen we langs een watermolen, waar we snel wat foto’s nemen. Bij de watermolen spotten we ook de eerste bikinibabes op minder dan een kwartier rijden van ons huisje, zij gaan kanoën, wij rijden terug naar het huisje.

Daar blijken Pim, Erwan en Gnoert de plastic voetbal te hebben vernield. Het grasveldje voldoet namelijk niet aan de eisen van de FIFA: er liggen behoorlijk wat stenen (met name achter het doel). De door ons gekochte bal begon na dag 1 al licht te scheuren, maar gelukkig vonden we nog een zachte plastic voetbal in een opberghok. Deze deed goed dienst, maar begaf het dus op de eennalaaste dag. We zien de bal al voor het huisje liggen als we de oprit oprijden. “Hee, ze hebben de voetbal gemold,” zeg ik tegen Mischa.

De andere reizigers helpen met het uitladen van de boodschappen. Ineens schopt Erwan echter de kapotte voetbal onze kant op: ze hebben de bal gevuld met water en Mischa krijgt het volle pond. Ik ben zelf ook nog behoorlijk nat, maar mag vergeleken met Mischa niet klagen. Nadat we zijn omgekleed worden er spelletjes gespeeld en gevoetbald (met de harde, stomme voetbal). De avond verloopt op een vergelijkbare manier. We proberen nog fotografische trucjes uit met de twee fotocamera’s die mee zijn.

Het is nog steeds erg warm en als we besluiten te gaan slapen, komen Bloert en ik op het briljante idee om de kamer even te laten doorwaaien. Alle lampen uit, alle ramen tegen elkaar open en hopen op geen extra muggen. We wagen de gok en zowaar: de temperatuur begint spontaan te dalen. Ik voel het gewoon kouder worden in de kamer en als we na het sluiten van de ramen de lichten weer aan doen, blijken de muggen niet massaal op bezoek te zijn gekomen. Meevaller. De laatste nacht slaap ik dan ook nog beter dan de voorgaande nachten. Wat een paar graden temperatuurverschil al niet kan doen.

[Trällebo] 6: Cultureel Erfgoed

Mocht je je afvragen waar de foto’s blijven, dat doe ik ook ;-)… Mischa en Ploert hebben foto’s gemaakt, maar ik heb er helaas nog geen mogen aanschouwen. T.z.t. zal ik de berichten updaten met fotomateriaal.

Woensdag 14 juli

Vandaag gaan we naar Karlskrona. Dit is een van de beter bewaarde haven/vestigingssteden van Europa en staat om die reden op de Wereld Erfgoedlijst. Goert merkt echter terecht op dat “er wel meer op die lijst staat.” Persoonlijk vind ik Karlskrona niet tot de hoogtepunten behoren van die lijst.

Dat is niet zo zeer omdat het geen mooie stad is. De baai ziet er mooi uit en de huizen zijn ouderwets Scandinavisch: kleurrijk en van hout. Jammer genoeg hebben we al heel veel van dat soort huizen gezien de afgelopen dagen. Bovendien ben ik op de een of andere manier moe en heb ik last van de zon en dat heeft geen positieve invloed op mijn humeur. Kortom, hoe mooi Karlskrona ook moge zijn: op mij maakt het op enkele uitzonderingen na weinig indruk. Overigens zien het grote plein en de daaraan gelegen winkelstraatjes er bijzonder gezellig uit. Alle houten, geverfde huizen zijn precies dat: houten geverfde huizen. Ik sta best wel open voor cultuur, maar vandaag heb ik dus last van het leven.

Dat betekent niet dat het geen leuke dag is. We lopen vrij kriskras door de stad en zien afwisselend mooie en minder mooie straatjes. We genieten van zelf belegde broodjes in het park en observeren een groep vogels. We bezoeken het gratis deel van het maritiem museum en besluiten daarna naar de andere kant van de stad te lopen. Teleurstellend is dat we de haven daar uiteindelijk niet kunnen bezoeken. Het blijkt dat deze verboden gebied is (want militaire grond). Nogal jammer, aangezien een flinke hoeveelheid nummertjes op de kaart in dat gebied liggen. Aan de andere kant boeien havens mij niet zo (zeker na mijn hachelijke kanoavontuur van gisteren) en dat betekent waarschijnlijk dat ze vandaag al helemaal geen indruk op me zullen maken. We proberen toch maar niet om er tóch binnen te komen.

In plaats daarvan besluiten we een ander stukje cultureel erfgoed tot ons te nemen. Er blijkt niet genoeg animo om een fatsoenlijke maaltijd in een restaurant te nuttigen, dus rijden we naar de MAX. De Zweedse McDonald’s, zullen we maar zeggen. Het interieur ziet er niet noemenswaardig hipper of luxer uit, maar de hamburger smaakt aanzienlijk beter (door beter vlees en een aanzienlijk steviger broodje). Helaas luistert hij niet naar de naam Big Max en er is ook geen MaxFlurry. Wel wordt alle CO2-uitstoot gecompenseerd. Van tevoren was ik sceptisch en had ik niet echt zin in hamburgers, na het eten was ik helemaal om. Respect. Overigens zijn de milkshakes HEEL ERG zoet.

Na het eten rijden we terug naar Trällebo. Onderweg genieten we maar even van de klanken van Mischa’s cd’s. Mischa had namelijk een aantal cd’s gebrand om naar te luisteren. De eerste cd is The Rhythm of the Saints van Paul Simon. Daarnaast is er een vrolijke en een minder vrolijke mix. De vrolijke mix begint verwarrend genoeg óók met Paul Simon (You Can Call Me Al), maar biedt de luisteraar naar een breed scala van stijlen aan (van Genesis tot Veronica Maggio en Ellie Goulding). Hoogtepunt van deze cd voeg ik hieronder toe, het eigenaardige Loaded With Zoul, een catchy liedje van de Litouwse songfestival deelnemers Malcolm Lincoln die dit jaar strandden in de halve finale met een rustig liedje. Dit is echter catchy en uptempo. Na een paar keer waren er in ieder geval meerdere mensen die de irritant hoge koortjes in het refrein meezongen:

De depressieve muziek deed het mijns inziens het beste in de avonduren en bevatte onder andere Madrugada en wat jazzmuziek. Ook had Full Of Stars erop moeten staan, maar dit depressieve nummer was per ongeluk op de vrolijke cd beland.

Vanavond is echter een groot deel van de passagiers het repertoire op deze cd’s zat en dus luisteren we op de terugweg echter vooral naar Mix Megapol. De hitzender blijkt het hypen van Joshua Radins I’d Rather Be You als voornaamste doel te hebben. Hoewel ik niks tegen Joshua Radin heb, is dit toch best wel een zeiknummer. De vijf keer dat we deze vakantie naar deze zender luisteren, is Joshua Radin van de partij. Overigens volgt Mix Megapol het stramien: nieuws – reclame – twee liedjes – geleuter – twee liedjes – acht minuten reclame – twee liedjes – geleuter – twee liedjes – acht minuten reclame – nieuws – reclame…. Vrijdags zouden we nog een slechte cover van Keanes Everybody’s Changing horen. Onderweg stoppen we overigens nog bij een kerk waarvan de spits van de toren vrijwel geheel wordt bedekt door vogels. Mooi fotomoment.

Voor de volgende dag staat er weinig op de planning. Desondanks gaan we niet helemaal los als we thuis zijn. De whiskey is bijna op en ook het (waterige) bier was er niet in overvloed – en op deze avond al helemaal niet meer. Zoals gebruikelijk wordt er gekaart en gekletst en gelezen. Een prettige manier om vakantie te vieren.