Ditisstefans Voorjaarsfestival

Ik geef het meteen toe: ik heb niet echt trouw mijn concertverslagencategorie bijgehouden de afgelopen maanden. Tijd voor bitesize terugblik van alle bandjes die ik sinds begin dit jaar heb gezien.

6 januari | Katía

Dit Nederlandse meisje begon in eerste instantie wat zenuwachtig aan haar set, zo leek het, maar haar stem werd er des te breekbaarder door. Engelse liedjes zong ze, in het voorprogramma van Carice van Houten presents Tom McRae in Vredenburg Leeuwenbergh. Een uiterst mooie opening van het nieuwe concertjaar. Aan het einde van de zomer presenteert ze haar album in Paradiso. (volledig verslag hier)

6 januari | Tom McRae & Matangi Quartet

Enigszins teleurgesteld was ik toen ik deze bijzondere samenstelling eind vorig jaar moest missen. Des te gelukkiger was ik toen Carice van Houten als eerste installment van haar concertreeks deze formatie presenteerde. Ditmaal wel kaartjes gekocht en met veel pijn en moeite huisgenoot Loet meegekregen. Als Carice van Houten nu binnenkort ook Turin Brakes uitgenodigd is ze echt de perfecte vrouw. Nu ben ik haar vooral heel erg dankbaar.

Het concert was overigens bijzonder goed. Het kwartet voegt zowaar iets substantieels toe aan de bijzonder mooie muziek van Tom. Hoewel ook enkele solonummers indruk maakten (My Vampire Heart was legendarisch), was het het samenspel dat de meeste indruk maakte. Toms vrouw was ook aanwezig, hij offerde immers hun trouwdagviering op voor dit concert. Maar je wordt dan ook niet iedere dag door een filmster uitgenodigd om te komen spelen. Wel in Toms dromen overigens – zo vertrouwde hij ons in het begin van de avond al toe. Hij blijft indruk maken, die man. (volledig verslag hier)

13 januari | Kraak en Smaak

Dansfestijn in Doornroosje met Kraak en Smaak. Normaal zou ik er misschien niet zo snel naar toe gaan, maar als je buiten je comfort zone stapt kun je blij verrast worden. Dat was vanavond zo. De combinatie van live muziek en beats beviel me goed. Het was zeker niet het concert om met een biertje te ondergaan of rustig in een hoeke te gaan zitten. In tegendeel: er moest gedanst worden.

15 februari | Tift Meritt

Tot mijn grote schaamte moet ik bekennen dat ik hier niks meer van weet. Tift Meritt was volgens mij al bezig toen we binnenkwamen. En het was al behoorlijk druk in Paradiso. Het was vast supervet.

15 februari | Iron & Wine

Des te meer indruk maakte Iron and Wine. Grote band, grote gebaren met kleine liedjes. Het was een grote muzikale tripervaring, bijna hypnotiserend. Typisch zo’n concert waar je vandaan komt met maar een gedachte: meer. Voor herhaling vatbaar dus, en een absolute aanrader. Onverwacht hoogtepuntje. Wel hoorde ik achteraf gezeur over de mix die niet goed zou zijn, het onnodig oprekken van nummers en minder indrukwekkend materiaal van het laatste album. Maar diegenen die dat zeiden waren duidelijk bij een ander concert. Zelfs als je je daar aan stoort, kun je moeilijk ontkennen dat een serie topmuzikanten een bijzonder mooie avond neerzetten en dat dat zwaarder telt dan eventuele geluidsproblemen die nauwelijks opvallen. Waarvan akte.

16 februari | The Secret Sisters

Niet zo’n geheime zusters en hoewel er vast een publiek is voor hun retrocountry, waren wij dat niet. Schattig waren ze wellicht, zingen konden ze ook, maar hun combinatie van old-school covers en matige eigen nummers kon mij niet bekoren. Het is lang geleden dat ik me heb lopen ergeren aan een support-act, maar dit was heel erg niet mijn ding, om met Paulien Cornelisse te spreken. Wel leuk: Katía (zie boven) deed de merchandise.

16 februari | Ray LaMontagne & The Pariah Dogs

Opmerkelijk: de bijzonder verlegen Ray LaMontagne heeft zijn sociale stoornis overwonnen. Srak hij de vorige keer in Utrecht slechts eenmaal Thank You, nu maakt hij bij tijd en wijle zelfs een grapje – bijvoorbeeld over het feit dat hij volkomen buiten adem is geraakt bij het zingen van het vorige nummer.

We krijgen voornamelijk nummers van de nieuwste cd te horen in Vredenburg (mijn bezoekdebuut van de rode doos, overigens). Dat is best jammer, want die zijn minder mooi dan het oudere werk van LaMontagne. Toch maakt LaMontagne indruk, vooral als hij met zijn band in lange jams geraakt die de gehele zaal naar een climax brengen.

Nog jammer-der is het dat The Secret Sisters ook een paar nummers mogen meedoen. Twee matige countrycovers de mooie toon die is gezet na Like Rock & Roll and Radio. De slome versie van You Are The Best Thing maakt aan het eind veel goed, maar het was enigszins schreinend dat de meeste impact werd gemaakt door de enigszins verplichte uitvoering van Trouble in de encore. Op dat moment realiseerde ik me weer hoe goed Ray feitelijk is. En dat was het einde van het concert.

18 februari | OIIO

Mijn eerste huiskamerconcert, en het beviel erg goed. De muziek van OIIO doet het goed in zo’n intieme setting. De juiste combinatie van akoestisch geweld en effectief gebruikte euh, effecten. Mij hoor je niet klagen. Volgens mij waren alle aanwezigen wel te spreken over de avond. OIIO speelde het nieuwe album It’s Still There integraal. Daarna werden we nog getrakteerd op een nieuw nummer, dat volgens mij nog mooier was dan hetgeen we daarvoor hoorden. De mannen uit het gezelschap hadden eerder de beharing van The Secret Sisters dan van Ray LaMontagne en Iron & Wine, maar voor de rest zat het wel goed met het folkgehalte deze avond. Check hier de foto’s en meer info.

1 april | The Pins

Een enthousiaste britrock band uit Engeland, in het voorprogramma van mijn favoriete band. Enigszins onverwacht, maar ze gingen er vol voor en warmden het toch al niet koude zaaltje in Bishop’s Stortford op. Erg lekker en veel beter dan in eerste instantie verwacht. Het smaakte naar meer, maar helaas speelden ze maar één avond. Volgende keer mogen ze van mij een volledige set spelen in plaats van een klein half uur. Check hier hun website en hun video voor de single Just Fine.

1/2 april | The Iron Door Club

Ja en deze band mocht dus twee avonden support zijn. Ze speelden een aantrekkelijke vorm van retropop. Denk jaren ’50 / ’60 van de vorige eeuw, hevig leunend op The Beatles en de slipstream van bands die de sound van die band probeerde te benaderen. De eerste avond klonk het voor geen meter (samenzang was vals, ritmische foutjes – overigens niet van de erg goede drummer – en matig geluid), alle sympathieke, noordelijke brutaliteit ten spijt. Eindelijk een beginnende band die wel durft te roepen dat mensen de cd moeten kopen en hoe ze heten. Sterker nog, na afloop komt de zanger (James) persoonlijk op me af om me een cd in handen te drukken. Ik had echter geen geld over voor merchandise. Dat maakte niet uit, vertrouwde hij me toe. De rest van de avond nog veel lol gehad in de pub. De zanger bleek namelijk de koning van de onderbroekenlol en niet zo goed tegen drank te kunnen.

De tweede avond maakte de band gelukkig muzikaal alles goed. Naar eigen zeggen had de band collectief een enorme hangover, maar muzikaal gezien was daar NIKS van te merken. Deze set was vrijwel perfect. De koortjes gingen in ieder geval goed en dat is bij dit genre erg belangrijk. Nu maakt de band dus ook muzikaal indruk. Voor iedereen die wat ouderwetse, afgeronde pop wil horen: check ze op Spotify.

2 april | Mozzy Green

Gothic folk, lijkt me de correcte omschrijving van het genre. In eerste instantie maakt het indruk – vooral single Robots doet het goed, maar op een gegeven moment wordt het een beetje eentonig. Hetzelfde truukje wordt ieder nummer opnieuw gebruikt: waar normaal de cello wordt gebruikt om een nummer mooier te maken, wordt het strijkinstrument hier gebruikt om spanning op te bouwen en stijlen te doorbreken. Daar word ik op een gegeven moment best zenuwachtig van. Als vervanger van de The Pins werd ik er niet bijzonder vrolijk van.

1/2 april | Turin Brakes

De reden waarom ik naar het godvergeten oord Bishop’s Stortford ben gereisd, in een bijzonder matig hotelletje heb geslapen waar de ene ochtend alleen maar koud water uit de kraan kwam en de andere ochtend alleen maar gloeiend heet water mijn huid bijna verbrandde. Maar het was het waard. Een of andere aftands zaaltje achter een verder erg gezellige pub. De geluidsinstallatie was niet bijzonder goed en het zaaltje nauwelijks de helft van de gemiddelde club. Dat was hard werken. Ik vind het stiekem wel leuk als mijn favoriete band hard moet werken. Het geeft de muziek iets rauws. Dat kan ik wel waarderen.

Qua setlist kregen we wat mooie klassiekers (Jet Trail, Stone Thrown) en leuke hits. Ook bleek dat single Sea Change een jaar na dato nog steeds een ideale opener is. Het begint rustig, maar aan het einde van het nummer is iedereen op stoom. Toch heb ik besloten dat ik niet meer naar een of ander matig inwisselbaar Engels provinciedorpje wil reizen voor puur mijn favoriete band. Tenzij het een festival betreft. Verder geef ik de voorkeur aan grote steden, of echt leuke stadjes. Niet omdat de concerten niet de moeite waard waren, wel omdat alles dicht gaat om 1 of 2 uur ‘s nachts en er dan werkelijk niks meer te beleven is in zo’n dorp – tenzij je met de juiste mensen bent. Dat waren we nu gelukkig, maar ik weet niet of ik dat risico nog een keer wil lopen.

1 mei | Susanne Sundfør

Je komt naar Doornroosje voor een concert van Thomas Dybdahl. Dan moet je je nog wel even door de support act worstelen. Een of andere vrouw die vast heel mooie, lieve liedjes zingt. Ze komt het podium op met een verrassend grote band voor een supportact en begint een of ander vaag samenzang nummer vol call and response. Nou, het zal allemaal wel. Haar stem is goed, dat hoor je, maar de muziek is vaag. Bij het tweede nummer ga je toch wat verder naar voren om een en ander goed te horen. Sarcastisch merkt een van je metgezellen op dat normale bands zichzelf introduceren in plaats van meteen door te gaan naar het volgende nummer. Maar Susanne Sundfør is geen normale band. Het tweede nummer is iets toegankelijker, maar nog steeds best vaag, met rare beats en tempowisselingen.

Dan begint het derde nummer (Mean), het begint rustig met een loopje op haar elektronische piano. Voor het eerst neemt Susanne de moeite om eens flink uit te halen met haar stem. Kippenvel tot het einde van de set. Na een in eerste instantie wat raar begin, verovert Susanne Doornroosje met haar eigenaardige stem à la Nina Kinert en wellicht ook Björk. Het is geen makkelijke muziek, single The Brothel duurt 6 minuten, maar het loont de moeite er eens goed naar te luisteren. Haar stem is live nog krachtiger dan op plaat te horen is. Het is sprookjesachtig, tijdloos en prachtig. Het komt niet vaak voor dat ik na de support mijn kaartje al heb terugverdiend. Maar dit was heel mooi.

1 mei | Thomas Dybdahl

Thomas Dybdahl begint deze avond aan zijn nieuwe Europese tour, ter promotie van zijn nieuwe album Songs, wat een samenraapsel is van met name zijn eerste drie albums plus enkele recentere nummers. Vanavond horen we dan ook vooral nummers die zijn ontstaan in de eerste paar jaar van Dybdahls carrière als professioneel muzikant. Publieksparticipatie is er bij Cecilia, Dice (waarbij we met zijn allen een Elvis-melodie mogen neuriëren) en Party Like It’s 1929, waarbij enkele lieftallige dames het podium mogen betreden.

De hoogtepunten variëren van een intieme pianoballade als It’s Always Been You tot een opzwepende uitvoering van All’s Not Lost en de andere klassiekers uit het oeuvre van de Noor. Aan het einde van de avond kan ik niet anders dan verzuchten dat iedere concertavond zo mooi zou moeten zijn.  Maar daarmee leg ik de standaard onrealistisch hoog. Dat weet ik zelf ook wel.

Ray LaMontagne and the Pariah Dogs – God Willin’ & The Creek Don’t Rise

De verlegen songwriter met de wonderschone stem is terug. Ineens maakte hij de overstap naar de mainstream met You Are The Best Thing en het album Gossip In The Grain. Drie prachtpareltjes had LaMontagne toen al op zijn naam staan. Naast dat derde album waren dat Trouble en Till The Sun Turns Black. Qua stijl varieerden de cd’s bij tijd en wijle, waarbij het tweede album rondweg op het depressieve af was. Constante factor in zijn carrière was producer Ethan Johns. Maar na drie albums wilde LaMontagne het zelf wel eens proberen.

Het resultaat is God Willin’ & The Creek Don’t Rise. Het album verkent niet zo zeer nieuwe wegen, al is opener Repo Man wel enorm funky. Daarna verandert de stijl nogal abrupt en worden we vooral getrakteerd op de depressieve liefdesliedjes die de eerste twee albums van LaMontagne sierden. Alleen zijn ze niet allemaal even goed en even mooi als op die eerste twee cd’s. Daar hoor je dan de hand van de producer in terug, zullen we maar zeggen. LaMontagne is gewoon geen topproducer zoals we Johns inmiddels wel mogen omschrijven. Nu lijkt het bij tijd en wijle of LaMontagne productietechnisch gezien Johns na probeert te doen, zonder dat het opvalt. Dus weinig blikken met strijkers en in plaats daarvan meer steel pedal. Dat geeft het album een enorme country feel, die LaMontagne zeker goed staat. Maar op sommige nummers wordt het wat gezapig. Er lijkt niet echt een schifting te zijn gemaakt tussen topnummers en oké liedjes…

De eerste twee albums waren ook luisteralbums, waar je ook geduld voor nodig had, maar dat was omdat ze zo rijk waren in details. God Willin’ & The Creek Don’t Rise is dat niet. Dat betekent niet dat liedjes als New York City’s Killing Me en Beg, Steal and Borrow of zelfs het vrij cliché klinkende For The Summer me niet aanspreken, maar imponeren doet het niet. Juist door níet met de producer samen te werken die hem tot een commercieel succes maakte, lijkt LaMontagne te zijn uitgekomen bij middle of the road muziek. Weliswaar precies het soort muziek waar ik van houd, maar dan zonder scherpe randjes. Ik had het niet verwacht, maar het is LaMontagne toch gelukt om me teleur te stellen. Een beetje in ieder geval. Wat jammer.

drie uit vijf

Spotify komt eraan, dus: StefanSpotified #001

Sinds vandaag zit ik op Spotify, dat binnenkort officieel in Nederland van start gaat. Maar ik zit er dus nu al op. Jeej. (had ik al verteld hoe gaaf Digimuziek.nl is?). Ik ben helemaal verliefd. Het werkt als volgt: je downloadt het programma, maakt een account aan en kiest of je een betaalde account wil of toch liever gratis luistert.

Wanneer je gratis luistert, krijg je af en toe een advertentie te zien en te horen, wanneer je betaalt krijg je dat niet. Simpel eigenlijk. Daarna mag je alle muziek luisteren die in de catalogus van Spotify staat. Dat zijn miljoenen nummers. Veel meer dan je op je computer kunt hebben staan (of in je cd-rek). Alleen The Beatles staan er niet op. Als het goed is krijgen de artiesten vervolgens een vergoeding voor iedere keer dat hun nummer wordt afgespeeld. Die vergoeding schijnt vrij belabberd te zijn (om niet te zeggen: dramatisch laag), maar het is beter dan de muziek op eigen houtje downloaden en afspelen. Daar krijgt de artiest immers helemaal niks voor. De liedjes uit de Spotify kun je uiteraard aanvullen met je al bestaande muziekcollecties. Mocht je favoriete b-kantje er dus niet op staan (en geloof me: er staan veel b-kantjes op Spotify), dan kun je die dus gewoon in Spotify afspelen. Het is dus in feite je eigen muziekcollectie + een gigantische hoeveelheid muziek waar je nog nooit van gehoord hebt, maar waar je altijd bij kunt (online / offline / thuis / onderweg): de natte droom van iedere muziekliefhebber.

Een leuke feature van Spotify is het delen van playlists met je favoriete muziek. Dus ik begin bij dezen met een nieuwe rubriek. Eens in de zoveel tijd presenteer ik een lijst met 10 leuke liedjes. Hier voorzie ik de lijstjes van kort commentaar. Je kunt dan naar Spotify om de lijst te luisteren (zodra het is gelanceerd, maar dat is aanstonds). Of je kunt gewoon de liedjes opzoeken op YouTube. Dus, hier gaan we!

StefanSpotified #001

(hier luisteren)

01 Badly Drawn Boy – Is There Nothing We Could Do?
Van Badly Drawn Boy hadden we al een tijdje niets meer gehoord. Zijn laatste albums zijn ook niet zo goed als zijn debuut, maar toch blijf ik geïnteresseerd luisteren naar zijn werk, in de hoop dat hij ooit hetzelfde niveau weer gaat halen. Dit is een mooi geïnstrumenteerd, rustig nummer met veel reverbreverbreverb. Verder valt er weinig over te zeggen.

02 Regina Spektor – No Surprises
Regina Spektor heeft voor het goede doel No Surprises opgenomen. Deze klassieker van Radiohead is in de versie van Regina bijna een slaapliedje geworden en menig Radiohead fan zal spreken van blasfemie of op zijn minst de haren uit het hoofd trekken. Ikke niet. Ik vind het heel mooi gedaan.

03 Mumford and Sons – The Cave
Ik ben een beetje bang dat Mumford and Sons last gaan hebben van overkill. Op alle zenders worden ze grijs gedraaid. Op zich niks mis mee, want ook actuele single The Cave is een prima nummer, maar ik hoop niet dat ze over een paar jaar zijn vergeten.

04 Ray LaMontagne – A Falling Through
Dit nummer komt van het laatste album van LaMontagne, Gossip In The Grain. De subtiele vocalen, met veel valse lucht en de zorgvuldige steel pedal maken dit nummer tot een van mijn favoriete nummers van de verlegen troubadour.

05 Lars and the Hands of Light – Stranger To The Sea
Eerder sprak ik al lovende woorden over deze Deense band. De lp (The Looking Glass) mag er wezen. Dit nummer doet me erg denken aan Belle and Sebastian. Binnenkort een recensie.

06 Pete Lawrie – How Could I Complain?
Pete Lawrie gaat nog steeds heel groot worden, denk ik. Dan moet wel een keer zijn album uit komen natuurlijk. How Could I Complain? komt van zijn debuut ep en is de balans van zijn leven tot nu toe: (I have not seen a death yet in my family and I’ve been out for coffee in the cold – so tell me how could I complain? You wouldn’t know joy if you didn’t have pain). Het is zelfs een beetje dansbaar. Een beetje.

07 Aqualung – California
Weet je wie ook een nieuw album heeft? Aqualung! Ooit vond ik dit machtig mooie muziek, maar ook al is Matt Hales het levende bewijs dat pianorock niet Keane hoeft te zijn, weet hij me minder te boeien dan voorheen. Dit is een klein deuntje van minder dan anderhalve minuut van de nieuwe plaat (Magnetic North). Het is klein en lief. Daardoor valt het na één keer luisteren al op.

08 I Am Kloot – The Great Escape
Een van mijn favoriete b-sides van I Am Kloot. Terug te vinden op het dubbelalbum B, samen met nog meer juweeltjes. And I’ll ride around like Steve McQueen in The Great Escape.

09 The National – Bloodbuzz Ohio
Bij het uitproberen van Spotify zijn een collega vandaag: doe die eens! Dus toen deed ik deze. The National is typisch zo’n band die ik nog eens moet uitchecken, maar waar vele over wordt gepraat. Bloodbuzz Ohio is het eerste nummer wat ik van ze hoor. Diepe stem en voortstuwend ritme.

10 Ellie Goulding – Starry Eyed – Little Noise Session
Laatst was Ellie Goulding bij 3FM en daar deed ze een mooie versie van haar single Starry Eyed. Die versie leek wel op deze, al zit hier nog een elektrische piano bij. Het principe is hetzelfde: het electropop nummer is akoestisch en rustig. “Live op de radio maakt het meer indruk dat ze de vocalen allemaal zo prima haalt”, zul je misschien zeggen, maar wat blijkt: aan het einde van deze opname krijgt ze luid applaus. Ze heeft zojuist een perfecte akoestische versie van haar nummer ten gehore gebracht. Live ja. Respect.

Twee keer NEEEEEEEEEEEEEEEEEE

Twee weken geleden kwam ik erachter dat Ray LaMontagne naar Nederland zou komen. Übervet natuurlijk, maar dat dacht de rest van Nederland ook, blijkbaar. Gevolg: het was al uitverkocht voordat ik een kaartje kon kopen.

Kom ik er nu achter dat er vorige week – waarschijnlijk terwijl ik aan het treuren was – een extra concert is toegevoegd. Dat afgelopen zaterdag in de voorverkoop ging.

En dat is nu natuurlijk ook al uitverkocht.

En dat terwijl ik normaal de eerste ben die dat soort dingen te weten kom…

Waarom?

Waarom?

Sasha, kind van de jaren ’90

Op Youtube kwam ik een remix tegen van een liedje van Ray LaMontagne. Het was geen bijzonder goede remix en de aanwezigheid van Ray LaMontagnes distinctieve stem was minimaal. Maar de maker van remix intrigreerde mij. Deze man heette namelijk Sasha. En Sasha, dat was die Duitse zanger die eind jaren ’90 scoorde met ‘I’m So Lonely’ en ‘If You Believe.’ De remix (getiteld ‘Eclipse’) viel echter niet binnen het genre van de Sasha die ik mij kon herinneren. Dus ging ik op onderzoek uit. Nu blijkt dus dat de Sasha van de remix een dj uit Wales is, en dat hij dus niet dezelfde Sasha is. Maar goed, ik was enkele videos van Sasha aan het bekijken en pas toen realiseerde ik mij dat Sasha HEVIG ondergewaardeerd is. Een kind van de rekening van de jaren ’90, dat wel, maar ook een genie met goed doordachte videoclips.

NOT.

If You Believe

I’m So Lonely

Ik denk dat ik mijn punt heb gemaakt…

U leest nog? Dan wilt u wellicht weten wat er van Sasha is gekomen sinds hij zich alleen begon te voelen. Hij heeft een tijdje opgetreden als rockabilly act Dick Brave, verschillende popklassiekers bewerkende tot rockabilly versies (zoals Complicated van Avril Lavigne), en hij had zowaar succes, voor het eerst ook een ouder publiek aantrekkend.

In 2007 trad ie op in Hamburg bij Live Earth. Ook verscheen een Greatest Hits. Het gevolg was een nieuwe top 10 hit, getiteld Hide and Seek (check vooral het gekkebekkenstukje vanaf 1.30):

Ja, dit is andere koek dan I’m so lonely.

En dan komt er ook nog een nieuw album (volgens zijn website). Ach, het valt me mee dat hij nog niet in vergetelheid is geraakt en zelfs nog hits weet te scoren (in het Duitstalig gebied), maar om hem nou actief te gaan volgen…

MM: Ray LaMontagne, Lisa Hannigan, Die Prinzen

Ray LaMontagne – Gossip In The Grain

Op deze plaat verheugde ik me nu echt. Rays debuut Trouble was fascinerend. In die tijd hield ik totaal niet van Americana, maar Rays Trouble raakte bij mij de juiste (gevoelige) snaar. Opvolger ‘Till The Sun Turns Black was geweldig, maar om andere redenen: de tot luisteren dwingende productie. Over deze plaat zei Ray in een interview: “I felt like I really asked a lot of the listener with the second record. It’s a lot to ask to sit and listen to that record. It really wouldn’t be fair to do that again.” Ik kan niet zeggen dat ik het erg had gevonden als ik nog zo’n plaat had ‘moeten’ luisteren, maar het is nu eenmaal niet zo. Dat wordt al duidelijk vanaf de opener You Are The Best Thing. Achtergrondkoortje, dikke blazers en een portie soul van heb ik jou daar. Ray zoals we hem nog niet eerder hoorden. Daarna wordt het even Ray als vanouds. Hoewel Let It Be Me misschien niet de muzikale diepte bevat die vergelijkbare ballades op het tweede album van LaMontagne kenmerken, is het zeker geen slecht nummer.

Meg White, baby you’re the bomb, old Jack he’s great, don’t get me wrong; but this is your song. (Meg White)

Maar er staan meer vreemde eenden op de plaat. Meg White, met spaghetti-western intro en een echte White Stripes drumpartij, zal de conservatieve LaMontagne luisteraar waarschijnlijk doen schrikken, net als de Farmsound op het melige Hey Me, Hey Mama (zeker als die conservatieve luisteraar eerst de oude (live) kippenversie van het nummer heeft gehoord. Het rare trio wordt vervolmaakt door de blues Henry Nearly Killed Me (It’s a shame). Zet vooral je (eventuele) verwachtingen overboord als je de eerste helft van de CD hebt gehad.

The days grow short as the nights grow long / the kettle sings its tortured song
(Winter Birds)

Maar er is genoeg houvast, genoeg kenmerkend LaMontagne-materiaal. Het mooie A Falling Through en het intense I Still Care For You, waarbij Ray met nog meer lucht (of zoals hij het noemt “gut“) zingt dan voorheen. Het hoogtepunt van de CD is zonder twijfel Winter Birds. Dik zes minuten lang weten Ray en een intieme gitaarpartij te boeien. Gossip In The Grain is LaMontagnes meest gevarieerde CD. Voor het eerst voel je niet alleen mee met Ray. Dit keer tovert hij namelijk ook een glimlach op je gezicht, zonder daarbij enige kwalitatieve concessies te doen.
vier uit vijf

Lisa Hannigan – Sea Sew

Totdat ik deze recensie van Lisa Hannigans debuut las, was ik helemaal niet van plan Lisa met Damien Rice te gaan vergelijken. Ik meende een fatsoenlijk oordeel te kunnen vellen zonder Damien Rice erbij te slepen. Ik had er niet eens aan gedacht om Damien Rice albums erbij te slepen. Maar goed, toen las ik dus de volgende woorden:

Natuurlijk is het schier onmogelijk om Sea Sew niet direct te vergelijken met O en 9, de albums waarop ze zo succesvol de zingende muze van Damien Rice was. Met tien nummers van 3 á 4 minuten wordt gekozen voor kwaliteit boven kwantiteit, we horen Rice-achtige instrumenten als de viool en snaredrum en ook Lisa zelf lijkt terug te willen grijpen op het samenwerkingsverleden. In opener An Ocean And A Rock zet ze haar stem (bewust) wat lager in om haar voormalige partner te vervangen, zo lijkt het.
(Moefz.nl)

Tsja, en toen was in mijn hoofd de link ook gelegd. Nu kan ik niet anders dan de plaat vergelijken met 9 en O. En eigenlijk is dat niet eerlijk voor mevrouw Hannigan (die overigens door Jason Mraz werd gevraagd als support act, maar helaas alleen voor het Amerikaanse deel van zijn tour – anders had ik haar live kunnen bewonderen in Amsterdam).

Om maar meteen wat beelden in de mix te gooien. Ieder liedje is een klein schilderijtje. An Ocean and A Rock, de opener, schetst in de coupletten nog een vervreemdend beeld door de wat rare structuur, maar als het refrein dan losbarst, vullen de contouren zich met kleuren en wordt de essentie duidelijk:

Thoughts of you, warm my bones I’m on the way, I’m on the phone, Lets get lost, me and you, an ocean and a rock is nothing to me.
(An Ocean And A Rock)

En zo zijn meerdere liedjes opgebouwd. Terwijl duidelijk wordt dat de meeste liedjes zijn geschreven op gitaar of piano, kiest Hannigan meerdere malen ervoor eerst andere partijen te introduceren. I Don’t Know heeft feitelijk een simpel akkoordenschema, maar daar kom je pas na een minuut achter. En dan is het een enorm catchy nummer. Hoogtepunten op deze verstopte singersongwriterpopplaat zijn het wonderschone Pistachio en afsluiter Lille. De klasse van Lisa Hannigan komt naar voren in het ogenschijnlijk delicate karakter van het album. Maar zelden tot nooit wordt de plaat suf. Lisa Hannigan stelt me niet teleur.

En ja… Daarmee ownt ze Damien big time. Ik zou zeggen: Damien, de studiejo is all jors!!
vier uit vijf

(Lisa Hannigans album is te koop via haar site)

Die Prinzen – Die neuen Männer

Laat ik mezelf vooral geen kenner noemen van het oeuvre van Die Prinzen, maar de grootste hits behoren in ieder geval tot mijn opties in Duitse karaokebars. Van het acapellakoor op Das Leben Ist Grausam tot het sarcastische Deutschland liep de carrière van de Duitsers vrij vlekkeloos, maar daarna kwam er een soort dipje. Geen gouden of platina platen meer en al helemaal geen fatsoenlijke hits (Olli Kahn kwam in de buurt, met een gejatte beat). Met HardChor (2004) besloten Die Prinzen het anders aan te pakken. Akoestische pop/rock was het nieuwe motto, maar zonder veel succes. Een ‘Greatest Hits’ tour in deze formatie was daarentegen een heel groot succes. Sinds HardChor verschenen er dan ook geen nieuwe studioplaten meer. Wel twee liveregistraties (Akustisch Live en Orchestral). Na enkele zijprojecten en geprolongeerde tournees proberen Die Prinzen nu de Deutschen Charts weer te verüberen met Die Neuen Männer en bijbehorende single Frauen sind die Neuen Männer.

Weißt du nicht, wer heute noch was reißen will, der braucht ‘n Psychoknall, denn das hat Stil, zum Glück gibt’s noch etwas auf das man sich verlassen kann, Liebe tut weh, Essen macht dick, Leben strengt an
(Leben Strengt An)

De productie op deze plaat is in handen van Mousse T., u allen wel bekend van enkele foute danshits. Hij maakte van Die Neuen Männer een erg geslaagde popplaat. Meest opvallend zijn de motown/bigband invloeden, onder andere op de eerste single en Immer Anderer Meinung, en het wel heel erg Hey There, Delilah-achtige Leben Strengt An. Daarmee hebben we de twee uitersten wel ongeveer gehad. Jammer genoeg verdrinken de vaak sarcastische en humoristische teksten in deze serieuze productie en dat doet eerlijk gezegd een beetje af aan de charme van de band. Bij vlagen denk je te luisteren naar een kruising tussen Kinderen voor Kinderen (op Biste Dabei) en een boyband (op Nie wieder Liebeslieder). Daar komt nog bij dat de hoeveelheid potentiële singles – waar Die Prinzen het vroeger van moesten hebben – erg tegenvalt. In plaats daarvan vinden we enkele muzikale experimenten (My Friend – altijd lachen als Duitsers Engels gaan praten – en Monster – naar mijn mening minder boeiend). Dit is dan ook niet de plaat die Die Prinzen wieder übergroß geht machen… Maar hij ligt wel goed in het gehoor. En dat is ook wat waard.
drie uit vijf