Ondertussen bij Incognitief: Ray LaMontagne en Kijkt Podcast

Bij Incognitief kun je weer nieuwe dingen van mijn hand lezen én luisteren. Allereerst is daar de podcast van Incognitief. Vorige maand lanceerden we al Leest en nu kunt u hieronder luisteren naar de eerste editie van Kijkt. Die gaat over de Oscars en films en series waar we de komende maand naar uitkijken. Dit weekend komt er overigens ook een nieuwe editie van Leest uit. Daarover later meer:

Verder verschijnt er vandaag een blog van mij op Incognitief over het nieuwe album van Ray LaMontagne. Het is een best mooie plaat, maar wel met een onmogelijke titel en lelijke cover art. En oh ja, Ray zegt dat zijn oude muziek stom is en daar durf ik toch het een en ander tegenin te brengen… Lees ‘m:

Ik heb lang nagedacht of ik wel iets moest schrijven over het nieuwe album van Ray LaMontagne. Niet alleen beledigt hij terloops alle fans die vielen voor zijn vroegere werk, het lukt me ook nog eens niet om de titel in één keer goed op te schrijven,Orou, Ourobour… Orouborusous… Ouroboros dus. Ga er maar aan staan: in 2016 een conceptalbum uitbrengen als popartiest, met een onmogelijke titel en wat feitelijk twee tracks zijn én ontzettend lelijke cover art. Maar eigenlijk lijkt dit LaMontagne-album juist heel erg op zijn oude werk. En dat ie dat zelf niet ziet, maakt alleen maar duidelijk dat hij een bord voor zijn kop heeft. 

MEER >>

Ray LaMontagne heeft een bord voor zijn kop

Ik heb lang nagedacht of ik wel iets moest schrijven over het nieuwe album van Ray LaMontagne. Niet alleen beledigt hij terloops alle fans die vielen voor zijn vroegere werk, het lukt me ook nog eens niet om de titel in één keer goed op te schrijven, Orou, Ourobour… Orouborusous… Ouroboros dus. Ga er maar aan staan: in 2016 een conceptalbum uitbrengen als popartiest, met een onmogelijke titel en wat feitelijk twee tracks zijn én ontzettend lelijke cover art. Maar eigenlijk lijkt dit LaMontagne-album juist heel erg op zijn oude werk. En dat ie dat zelf niet ziet, maakt alleen maar duidelijk dat hij een bord voor zijn kop heeft.

Lees “Ray LaMontagne heeft een bord voor zijn kop” verder

Geen druk, geen druk

Ja, je moet tegenwoordig overal goed over nadenken, de juiste keuzes maken, bepalen wat je wilt en niet falen. Dat soort dingen he. Want je kunt alles in de Westerse maatschappij van deze week. ALLES kan met een opleiding, zonder een opleiding. Het is natuurlijk niet allemaal even makkelijk, maar het kan wel. Je moet er zelf voor gaan, je moet het zelf doen. En je moet het vooral ook naar je zin hebben. En als je het niet naar je zin hebt, nou, dan ben je dus mooi gefaald in het leven. Mooi is dat. Heb je zelf nog gedaan ook. Al die verwachtingen. En andere mensen hebben het veel leuker.  Op je bek gaan doe je niet in het openbaar. Iedereen doet het goed altijd. Zo is het toch? Want alles kan. En als je de verkeerde keuze maakt ligt dat dus eigenlijk aan jezelf. Dus geen druk he. Geen druk.

Voor wie dit ook maar een beetje herkenbaar is, is er nu een nieuwe soundtrack. Hey No Pressure, van Ray LaMontagne. Die vroeger lieve verlegen liedjes zong, maar tegenwoordig de elektrische gitaar hanteert. Voor zijn nieuwe album (4 maart, met oerlelijke artwork en het wordt een conceptalbum schijnt…) werkte hij samen met Jim James van My Morning Jacket. En het gaat dus over DRUK DRUK DRUK. Of de rest van het album daar ook over gaat, geen idee. Maar dat het geen stil, zacht album wordt, moge duidelijk zijn. Maar de desoriëntatie van paniek en stress weet hij best goed te vatten in dit nummer… Daar valt weinig op af te dingen.

 

Ray LaMontagne is veranderd en vrolijk

Ray LaMontagne is veranderd. Dat wist ik eigenlijk al de laatste keer dat ik ‘m zag, in Utrecht:

Opmerkelijk: de bijzonder verlegen Ray LaMontagne heeft zijn sociale stoornis overwonnen. Sprak hij de vorige keer in Utrecht slechts eenmaal Thank You, nu maakt hij bij tijd en wijle zelfs een grapje – bijvoorbeeld over het feit dat hij volkomen buiten adem is geraakt bij het zingen van het vorige nummer.

(Bron)

Maar nu staat het ook op  plaat. Natuurlijk, You Are The Best Thing had nog maar weinig met Trouble te maken, en zijn album met The Pariah Dogs liet al zien dat de Ray van de Bergen al meer muzikale smaken kan aanbieden. Maar nu, anno 2014, is Ray full-on gitaarpop. Een schattig liedje of Zoe (of Zoey), die een Supernova “doet”. Is dan Ray de supernova of is het beeldspraak? Maakt het uit? Het liedje is eigenlijk net te vroeg voor de lente, maar wel op tijd voor een drietal dagen van meer dan 10 graden celcius in februari. Het album komt pas 6 mei, dus dan is de lente op volle toeren. Dan Auerbach (die  van de Black Keys) draaide aan de knoppen en dat schemert wel een beetje door. De “Oh-oh”s zijn af en toe heel fout, maar goed, dat hoort bij een lenteliedje. En de leuke gitaarovergangetjes maken veel goed. Benieuwd hoe dit live klinkt.

https://soundcloud.com/raylamontagne/supernova

Later vandaag gaat het regenen, maar daar denk ik nu even niet aan.

12: Reflectie en bezinning

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

Later, bij de release van opvolger (en het aanmerkelijk luchtigere) Gossip in the Grain zou Ray LaMontagne zeggen dat hij op Till The Sun Turns Black wel heel veel geduld van de luisteraar had gevraagd. Dat begint al bij de opener Be Here Now. De eerste minuut is bijna uitsluitend voor de strijkers, die zachte, hoge tonen spelen. Daarna begint Rays fluisterstem: don’t let your mind get weary, your will be still, don’t try. Ruim zes minuten duurt de opener en we zijn halverwege de tweede minuut voordat het refrein komt. Het is nauwelijks voor te stellen, maar dit is een single geweest. Het past wel prima in de constructie die hier wordt opgebouwd. Till The Sun Turns Black is een plaat van bezinning en reflectie. Wat we doen is rennen als kippen zonder koppen, zonder stil te staan bij wat we doen en waarom we dingen doen. Op deze plaat reflecteert Ray op zowel zichzelf als de maatschappij. De enige manier om dat over te brengen is een plaat te maken waarbij het grootste deel van de liedjes stil en berustend is. Het is een steengoede plaat, waarbij productie en artiest elkaar ideaal versterken. Zelfs als de plaat af en toe wat te veel in zichzelf keert.

De volgende twee nummers zijn namelijk net zo intiem/intens – for lack of a better word – als de opener. Empty is wat mij betreft een eerste hoogtepunt. Een fijne, kabbelende gitaar en drum, met weer mooie strijkers als aanvulling en Ray die zingt over vervreemding. De tekst rolt over de lippen van LaMontagne en met name het laatste couplet is een absoluut kippenvelmoment:

Well, I looked my demons in the eyes
laid bare my chest, said “Do your best, destroy me.
You see, I’ve been to hell and back so many times,
I must admit you kind of bore me.”
There’s a lot of things that can kill a man
There’s a lot of ways to die
Yes, and some already dead that walk beside me
There’s a lot of things I don’t understand
Why so many people lie
Well, it’s the hurt I hide that fuels the fires inside me

Kijk vooral even deze sessie op BBC Four, alvorens verder te lezen / scrollen:

Om wat meer kleur te geven aan Rays vocalen zingt Rachel Yamagata op Barfly mee. Qua stijl sluit dit nummer perfect aan op de vorige twee: nachtmuziek, na een rustige zomeravond. Er wordt in ieder geval niemand wakker van. Mooie samenzang, dat wel!

Dat geldt overigens niet voor track 4: Three More Days. Een wat luchtigere stomper, dankzij de de blazerssectie die nog meer los zou gaan op Rays derde album (niet in de top 25). Three More Days is simpel, direct: “ik kom bijna naar huis.” En dat mag eerlijk gezegd best na de wat zware opening. Rays stem gaat meer los – daar zaten we ook wel een beetje op te wachten.

Maar alle power wordt meteen teniet gedaan door het prachtige Can I Stay: strijkersintro en een lief Can I stay here with you ‘till the morning? als opening. Smeltmomentje. Het nummer wordt gevolgd door het voor mij vrij obligate You Can Bring Me Flowers. Vooral leuk als je meer blazers wil – qua vocalen en gitaar niet bijzonder interessant. Op dit deel vind ik dat de cd af en toe iets te veel traditionele songvormen volgt. Te veel vorm, te weinig functie. Dat geldt namelijk ook voor Gone Away From Me. Maar goed, als de plaat alleen maar filosofisch gestemd was geweest… Dat was vast al helemaal te veel van het goede.

Interessanter vind ik de twee nummers die ernaar komen. Lesson Learned is een bitterzwart verhaal over spijt en verraad, met een mooie Spaanse gitaar in de introductie. Het is extra mooi omdat we Rays vocalen hier als “gekweld” kunnen omschrijven. Dat hadden we nog niet gehoord. Nadat Ray al het leed uit de doeken heeft gedaan, klinkt het bijna sarcastisch: Shall we call this lesson learned?

De titeltrack van de plaat had van mij ook de afsluiter mogen zijn. Qua thematiek vat het nummer de cd prima samen. Althans de filosofische kant waar ik vandaag op hamer.

Can you see the young and pretty
Confident as cops
Blooming, laughing in the shops
Till the sun turns black

Can you see the old and lonely
Walking through the park
Pushing grocery carts
Till the sun turns black

Wat moeten we in een maatschappij waarin we constant maar doen doen doen zonder na te denken, totdat er iets gebeurt wat ons leven verstoort? Ray besluit:

Can you see the wise man simply
Living, loving quietly
Every breath he takes eternity
Till the sun turns black

Zo dus. Perfect einde? Nee, want er volgt nog een “moraal van dit verhaal” in het naadloos  aansluitende Within You waarin de enige tekst is:

War is not the answer
The answer is within you

En:

Love

Wat mij betreft had dat iets subtieler gemogen, maar goed, het koppelt wel de liefdesliedjes en de maatschappijkritiek op de plaat elkaar. Reflectie en bezinning – door liefde. Daar gaat het volgens Ray om. Een steengoede luisterplaat en terecht in mijn top 25. Luisteren dus. Tien keer beter dan God Willin’  & The Creek Don’t Rise uit 2010. Jammer genoeg. Dit lijkt het hoogtepunt uit het oeuvre van LaMontagne te zijn. Ik hoop dat er in de toekomst toch nog een grote hoogtepunt bij komt…

14: Geen uitdagingen maar problemen

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

14: Ray LaMontagne – Trouble (2004)

Eind 2002 meldde ik me aan op het Turin Brakes forum om mijn Engels te verbeteren en omdat ik fora’s leuk vond. Op het Turin Brakes forum werd een hoop geleuterd en zeker niet alleen over de band. Nee, het was ook een goede plek om nieuwe muziek te ontdekken. Dankzij Turin Brakes stuitte ik onder andere op Tom McRae. En op een dag werd deze cd getipt, ergens in de zomer van 2004. De “debuutplaat” van Ray LaMontagne (later zou blijken dat hij ook nog enkele demo’s had opgenomen) was volgens de poster een van de mooiste platen die ze dit jaar had gehoord. Dat was niet zo’n grote prestatie, aangezien er dat jaar geen cd van Turin Brakes verscheen, maar toch leek het me wel wat, die plaat. En ik durf nu niet meer te zeggen of ik hem heb gekregen of heb gekocht. Er staat me iets van bij dat ik hem bij Kroese heb gekocht, maar dat kan ook best een van de latere platen van de man zijn geweest.

In ieder geval: Trouble dus. De plaat deed niet zoveel met me op het eerste gehoor. Aparte stem, verder erg Amerikaanse muziek, maar geen impact. Wanneer die wel kwam, weet ik niet, maar in ieder geval nog ver voor het verschijnen van opvolger Till The Sun Turns Black. Want daar wachtte ik op een zeker moment vol verwachting op. Later zou LaMontagne een radiohit scoren met You Are The Best Thing (vol blazers en achtergrondzangeressen), maar wie met dat referentiekader verwacht dat Trouble in het zelfde straatje thuishoort, komt van een koude kermis thuis. Trouble is een introverte plaat, al ligt dat niet aan de opener en titeltrack, waarin LaMontagne zijn nu al legendarische uithalen ten toon spreidt. Het is indrukwekkend, het is zwaar en het is echt. Trouble been dogging my soul since the day I was born. Het is geen woede, het is gewoon acceptatie: problemen horen er nu eenmaal bij en soms word je gered (by a woman). Trouble is geen album vol verslagenheid, maar wel meewarigheid, misschien.

De reden waarom de plaat wellicht nog niet meteen diepe indruk maakte, is de sterke openingstrack. De rest van de plaat is van een ander kaliber. Niet minder, ook niet meer, maar gewoon anders. Shelter – track 2 – is daar het ultieme voorbeeld van. Het is een romantische geschiedenis, met rokerige drums (jawel) en subtiele gitaarriffs. Hold You In My Arms begint als een matig gitaarliedje, maar voor je het weet – dankzij de lekkere dynamiek in het refrein – heeft het nummer je te pakken en zijn er dik vijf minuten voorbij.

Dit debuut is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen producer Ethan Johns en Ray LaMontagne. Ethan Johns koos voor een rijke productie: strijkers, drums die natrillen en waar nodig gastvocalen. Maar die rijke productie is wel helemaal aangepast aan de stem van Ray LaMontagne: de echte details hoor je als je pas echt luistert met een hoofdtelefoon op, bijvoorbeeld. Dat geldt des te meer op Narrow Escape en het veel spaarzaam georkestreerde Burn.

Het zijn de afsluitende vier nummers die me acht jaar na het verschijnen van de cd het meest boeien – en die ook het meest diverse beeld. Hannah is een pareltje van een verhaal, zoals LaMontagne die nog vaak zou schrijven. How Come bevat daarentegen maatschappijkritiek – op de subtiele wijze die LaMontagne typeert. Jolene is het vervolg – een nummer met een weariness van een zanger die old before his time is. Alsof van halverwege vorige eeuw stamt, Jolene, en niet uit 2004. Datzelfde geldt eigenlijk voor afsluiter All The Wild Horses. Kippenvel. Gedeeld leed, biedt LaMontagne. Mensen zeggen wel eens dat je problemen als uitdagingen moet zien. Maar soms is het gewoon fijn om problemen even problemen te laten. Voor die momenten biedt LaMontagne hoop. Met zijn legendarische stem.

Ditisstefans Voorjaarsfestival

Ik geef het meteen toe: ik heb niet echt trouw mijn concertverslagencategorie bijgehouden de afgelopen maanden. Tijd voor bitesize terugblik van alle bandjes die ik sinds begin dit jaar heb gezien.

6 januari | Katía

Dit Nederlandse meisje begon in eerste instantie wat zenuwachtig aan haar set, zo leek het, maar haar stem werd er des te breekbaarder door. Engelse liedjes zong ze, in het voorprogramma van Carice van Houten presents Tom McRae in Vredenburg Leeuwenbergh. Een uiterst mooie opening van het nieuwe concertjaar. Aan het einde van de zomer presenteert ze haar album in Paradiso. (volledig verslag hier)

6 januari | Tom McRae & Matangi Quartet

Enigszins teleurgesteld was ik toen ik deze bijzondere samenstelling eind vorig jaar moest missen. Des te gelukkiger was ik toen Carice van Houten als eerste installment van haar concertreeks deze formatie presenteerde. Ditmaal wel kaartjes gekocht en met veel pijn en moeite huisgenoot Loet meegekregen. Als Carice van Houten nu binnenkort ook Turin Brakes uitgenodigd is ze echt de perfecte vrouw. Nu ben ik haar vooral heel erg dankbaar.

Het concert was overigens bijzonder goed. Het kwartet voegt zowaar iets substantieels toe aan de bijzonder mooie muziek van Tom. Hoewel ook enkele solonummers indruk maakten (My Vampire Heart was legendarisch), was het het samenspel dat de meeste indruk maakte. Toms vrouw was ook aanwezig, hij offerde immers hun trouwdagviering op voor dit concert. Maar je wordt dan ook niet iedere dag door een filmster uitgenodigd om te komen spelen. Wel in Toms dromen overigens – zo vertrouwde hij ons in het begin van de avond al toe. Hij blijft indruk maken, die man. (volledig verslag hier)

13 januari | Kraak en Smaak

Dansfestijn in Doornroosje met Kraak en Smaak. Normaal zou ik er misschien niet zo snel naar toe gaan, maar als je buiten je comfort zone stapt kun je blij verrast worden. Dat was vanavond zo. De combinatie van live muziek en beats beviel me goed. Het was zeker niet het concert om met een biertje te ondergaan of rustig in een hoeke te gaan zitten. In tegendeel: er moest gedanst worden.

15 februari | Tift Meritt

Tot mijn grote schaamte moet ik bekennen dat ik hier niks meer van weet. Tift Meritt was volgens mij al bezig toen we binnenkwamen. En het was al behoorlijk druk in Paradiso. Het was vast supervet.

15 februari | Iron & Wine

Des te meer indruk maakte Iron and Wine. Grote band, grote gebaren met kleine liedjes. Het was een grote muzikale tripervaring, bijna hypnotiserend. Typisch zo’n concert waar je vandaan komt met maar een gedachte: meer. Voor herhaling vatbaar dus, en een absolute aanrader. Onverwacht hoogtepuntje. Wel hoorde ik achteraf gezeur over de mix die niet goed zou zijn, het onnodig oprekken van nummers en minder indrukwekkend materiaal van het laatste album. Maar diegenen die dat zeiden waren duidelijk bij een ander concert. Zelfs als je je daar aan stoort, kun je moeilijk ontkennen dat een serie topmuzikanten een bijzonder mooie avond neerzetten en dat dat zwaarder telt dan eventuele geluidsproblemen die nauwelijks opvallen. Waarvan akte.

16 februari | The Secret Sisters

Niet zo’n geheime zusters en hoewel er vast een publiek is voor hun retrocountry, waren wij dat niet. Schattig waren ze wellicht, zingen konden ze ook, maar hun combinatie van old-school covers en matige eigen nummers kon mij niet bekoren. Het is lang geleden dat ik me heb lopen ergeren aan een support-act, maar dit was heel erg niet mijn ding, om met Paulien Cornelisse te spreken. Wel leuk: Katía (zie boven) deed de merchandise.

16 februari | Ray LaMontagne & The Pariah Dogs

Opmerkelijk: de bijzonder verlegen Ray LaMontagne heeft zijn sociale stoornis overwonnen. Srak hij de vorige keer in Utrecht slechts eenmaal Thank You, nu maakt hij bij tijd en wijle zelfs een grapje – bijvoorbeeld over het feit dat hij volkomen buiten adem is geraakt bij het zingen van het vorige nummer.

We krijgen voornamelijk nummers van de nieuwste cd te horen in Vredenburg (mijn bezoekdebuut van de rode doos, overigens). Dat is best jammer, want die zijn minder mooi dan het oudere werk van LaMontagne. Toch maakt LaMontagne indruk, vooral als hij met zijn band in lange jams geraakt die de gehele zaal naar een climax brengen.

Nog jammer-der is het dat The Secret Sisters ook een paar nummers mogen meedoen. Twee matige countrycovers de mooie toon die is gezet na Like Rock & Roll and Radio. De slome versie van You Are The Best Thing maakt aan het eind veel goed, maar het was enigszins schreinend dat de meeste impact werd gemaakt door de enigszins verplichte uitvoering van Trouble in de encore. Op dat moment realiseerde ik me weer hoe goed Ray feitelijk is. En dat was het einde van het concert.

18 februari | OIIO

Mijn eerste huiskamerconcert, en het beviel erg goed. De muziek van OIIO doet het goed in zo’n intieme setting. De juiste combinatie van akoestisch geweld en effectief gebruikte euh, effecten. Mij hoor je niet klagen. Volgens mij waren alle aanwezigen wel te spreken over de avond. OIIO speelde het nieuwe album It’s Still There integraal. Daarna werden we nog getrakteerd op een nieuw nummer, dat volgens mij nog mooier was dan hetgeen we daarvoor hoorden. De mannen uit het gezelschap hadden eerder de beharing van The Secret Sisters dan van Ray LaMontagne en Iron & Wine, maar voor de rest zat het wel goed met het folkgehalte deze avond. Check hier de foto’s en meer info.

1 april | The Pins

Een enthousiaste britrock band uit Engeland, in het voorprogramma van mijn favoriete band. Enigszins onverwacht, maar ze gingen er vol voor en warmden het toch al niet koude zaaltje in Bishop’s Stortford op. Erg lekker en veel beter dan in eerste instantie verwacht. Het smaakte naar meer, maar helaas speelden ze maar één avond. Volgende keer mogen ze van mij een volledige set spelen in plaats van een klein half uur. Check hier hun website en hun video voor de single Just Fine.

1/2 april | The Iron Door Club

Ja en deze band mocht dus twee avonden support zijn. Ze speelden een aantrekkelijke vorm van retropop. Denk jaren ’50 / ’60 van de vorige eeuw, hevig leunend op The Beatles en de slipstream van bands die de sound van die band probeerde te benaderen. De eerste avond klonk het voor geen meter (samenzang was vals, ritmische foutjes – overigens niet van de erg goede drummer – en matig geluid), alle sympathieke, noordelijke brutaliteit ten spijt. Eindelijk een beginnende band die wel durft te roepen dat mensen de cd moeten kopen en hoe ze heten. Sterker nog, na afloop komt de zanger (James) persoonlijk op me af om me een cd in handen te drukken. Ik had echter geen geld over voor merchandise. Dat maakte niet uit, vertrouwde hij me toe. De rest van de avond nog veel lol gehad in de pub. De zanger bleek namelijk de koning van de onderbroekenlol en niet zo goed tegen drank te kunnen.

De tweede avond maakte de band gelukkig muzikaal alles goed. Naar eigen zeggen had de band collectief een enorme hangover, maar muzikaal gezien was daar NIKS van te merken. Deze set was vrijwel perfect. De koortjes gingen in ieder geval goed en dat is bij dit genre erg belangrijk. Nu maakt de band dus ook muzikaal indruk. Voor iedereen die wat ouderwetse, afgeronde pop wil horen: check ze op Spotify.

2 april | Mozzy Green

Gothic folk, lijkt me de correcte omschrijving van het genre. In eerste instantie maakt het indruk – vooral single Robots doet het goed, maar op een gegeven moment wordt het een beetje eentonig. Hetzelfde truukje wordt ieder nummer opnieuw gebruikt: waar normaal de cello wordt gebruikt om een nummer mooier te maken, wordt het strijkinstrument hier gebruikt om spanning op te bouwen en stijlen te doorbreken. Daar word ik op een gegeven moment best zenuwachtig van. Als vervanger van de The Pins werd ik er niet bijzonder vrolijk van.

1/2 april | Turin Brakes

De reden waarom ik naar het godvergeten oord Bishop’s Stortford ben gereisd, in een bijzonder matig hotelletje heb geslapen waar de ene ochtend alleen maar koud water uit de kraan kwam en de andere ochtend alleen maar gloeiend heet water mijn huid bijna verbrandde. Maar het was het waard. Een of andere aftands zaaltje achter een verder erg gezellige pub. De geluidsinstallatie was niet bijzonder goed en het zaaltje nauwelijks de helft van de gemiddelde club. Dat was hard werken. Ik vind het stiekem wel leuk als mijn favoriete band hard moet werken. Het geeft de muziek iets rauws. Dat kan ik wel waarderen.

Qua setlist kregen we wat mooie klassiekers (Jet Trail, Stone Thrown) en leuke hits. Ook bleek dat single Sea Change een jaar na dato nog steeds een ideale opener is. Het begint rustig, maar aan het einde van het nummer is iedereen op stoom. Toch heb ik besloten dat ik niet meer naar een of ander matig inwisselbaar Engels provinciedorpje wil reizen voor puur mijn favoriete band. Tenzij het een festival betreft. Verder geef ik de voorkeur aan grote steden, of echt leuke stadjes. Niet omdat de concerten niet de moeite waard waren, wel omdat alles dicht gaat om 1 of 2 uur ’s nachts en er dan werkelijk niks meer te beleven is in zo’n dorp – tenzij je met de juiste mensen bent. Dat waren we nu gelukkig, maar ik weet niet of ik dat risico nog een keer wil lopen.

1 mei | Susanne Sundfør

Je komt naar Doornroosje voor een concert van Thomas Dybdahl. Dan moet je je nog wel even door de support act worstelen. Een of andere vrouw die vast heel mooie, lieve liedjes zingt. Ze komt het podium op met een verrassend grote band voor een supportact en begint een of ander vaag samenzang nummer vol call and response. Nou, het zal allemaal wel. Haar stem is goed, dat hoor je, maar de muziek is vaag. Bij het tweede nummer ga je toch wat verder naar voren om een en ander goed te horen. Sarcastisch merkt een van je metgezellen op dat normale bands zichzelf introduceren in plaats van meteen door te gaan naar het volgende nummer. Maar Susanne Sundfør is geen normale band. Het tweede nummer is iets toegankelijker, maar nog steeds best vaag, met rare beats en tempowisselingen.

Dan begint het derde nummer (Mean), het begint rustig met een loopje op haar elektronische piano. Voor het eerst neemt Susanne de moeite om eens flink uit te halen met haar stem. Kippenvel tot het einde van de set. Na een in eerste instantie wat raar begin, verovert Susanne Doornroosje met haar eigenaardige stem à la Nina Kinert en wellicht ook Björk. Het is geen makkelijke muziek, single The Brothel duurt 6 minuten, maar het loont de moeite er eens goed naar te luisteren. Haar stem is live nog krachtiger dan op plaat te horen is. Het is sprookjesachtig, tijdloos en prachtig. Het komt niet vaak voor dat ik na de support mijn kaartje al heb terugverdiend. Maar dit was heel mooi.

1 mei | Thomas Dybdahl

Thomas Dybdahl begint deze avond aan zijn nieuwe Europese tour, ter promotie van zijn nieuwe album Songs, wat een samenraapsel is van met name zijn eerste drie albums plus enkele recentere nummers. Vanavond horen we dan ook vooral nummers die zijn ontstaan in de eerste paar jaar van Dybdahls carrière als professioneel muzikant. Publieksparticipatie is er bij Cecilia, Dice (waarbij we met zijn allen een Elvis-melodie mogen neuriëren) en Party Like It’s 1929, waarbij enkele lieftallige dames het podium mogen betreden.

De hoogtepunten variëren van een intieme pianoballade als It’s Always Been You tot een opzwepende uitvoering van All’s Not Lost en de andere klassiekers uit het oeuvre van de Noor. Aan het einde van de avond kan ik niet anders dan verzuchten dat iedere concertavond zo mooi zou moeten zijn.  Maar daarmee leg ik de standaard onrealistisch hoog. Dat weet ik zelf ook wel.