17: Altijd iets te vieren, hoe macaber ook

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

17: Richard Swift – Dressed Up For The Letdown (2006)

Tsja, er staan wat gekkigheden in deze top 25, waaronder dus twee albums van Richard Swift achter elkaar. Als men later vraagt “wanneer was Swift op zijn creatieve hoogtepunt?”, dan hoop ik dat het niet dit album is. Dit is namelijk op dit moment zijn absolute hoogtepunt en ik hoop dat er nog veel meer moois komt als hij straks klaar is met touren met The Shins.

Op Dressed Up For The Letdown horen we een Richard Swift die ontdekt dat doorbreken in de wereld van de muziek nog niet zo eenvoudig is – laat staan in de liefde. Swift klinkt hier soms wereldwijs, soms cynisch en soms gedesillusioneerd. Dit alles is overgoten met een sausje dat het beste te typeren is als “zo hadden de Beatles wellicht geklonken als zij Amerikanen waren geweest.” Wederom geen depressieve plaat dus – daar is luisterervaring veel te rijk voor. En de teksten te cynisch. En de muziek te mooi. Swift heeft namelijk altijd iets te vieren, zelfs al is het teleurstelling of haat…

De plaat begint met de wat weemoedige titeltrack, maar die ben je na de heerlijke piano-intro van The Songs of National Freedom vrij snel vergeten, waarna Swift, punchy zingt ~(alsof hij de pianopartij er meteen bij opneemt):

We’ve seen the rain
We’ve seen the sunshine
Darling, you and I could never be wrong.
I’ve tried to hide away for sometime
Seems like all I had was you and this song.

Daar word je vrolijk van. Swift weet wanneer hij zijn cynische persoonlijkheid moet laten varen ten faveure van een fijn liedje. Met een fade-out nog wel! En in het volgende nummer Most Of What I Know gaan we nog even door (everybody wants for me to see, that most of what I know I can’t believe, but your love will keep my heart alive).

Daarna pas komt de conflicted meneer Swift om de hoek kijken. Op Buildings in America horen we een Swift die een stuk minder zeker van zijn zaak is (I messed it up, I blew a kiss and cut your wrist…). Het eerste deel van de plaat wordt afgesloten met het cynische Artist and Repertoire, waarin Swift te horen krijgt dat de radiozenders zijn plaat niet willen draaien, en of hij geen jingle voor ze kan maken…

En TOCH voelt het niet alsof Swift hier daadwerkelijk aan het klagen is. Dat is het mooie. Op het eerste gehoor een zeikerd, op het tweede gehoor zet hij een sfeer neer vol overdrijving en overdrijving. Swift is wel stiekem wel van het grote gehoor.

Vanaf dan wordt de plaat pas ECHT goed. In 2007 koos ik Kisses For The Misses al tot lied van het jaar op deze site en ik blijf vandaag bij mijn standpunt. De tekst is episch, de instrumentatie is episch, de zang (inclusief koortjes) is episch: dit is Richard Swift in topvorm. Dit nummer kan ik niet vaak genoeg horen. En hoewel de plaat daarna nooit meer zo goed wordt als dit nummer – ik ben eerlijk – bestaat de rest van de cd weldegelijk uit 4-sterren-nummers. P.S. It All Falls Down (we gaan allemaal kapot!) is het meest euforische doemscenario ooit, Ballad Of You Know Who is een pianoballade die begint met een wat macabere tekst (I said to Mary: I hope you die), maar waarin Swift gewoon weer spijt betuigt in het refrein (My God what have I done?).

Daarna mogen de handjes nog een keer op elkaar voor een fijn popliedje. The Million Dollar Baby is mijn andere favoriete nummer van deze plaat. Het nummer kabbelt lekker voort – waarna Swift in het refrein ineens zingt: I wish I was dead most of the time, but I don’t really mean it no… Zingt u mee? Dacht ik al. Een mooie fade-out van het refrein volgt aan het eind, maar zelfs Swift vond het niet kunnen om met die tekst te eindigen, dus volgt afsluiter The Opening Band. Een hoopvol nummer, of niet…:

We all die when it’s our time

Oh.

Toen deze plaat verscheen werd hij over het algemeen positief ontvangen. Het cijfer van de website Popmatters viel aanzienlijk lager (6) uit dan mijn oordeel, maar zijn afsluitende alinea’s vatten wel prima samen wat Swift zo sterk maakt. Aangezien dit het laatste album van Swift is dat in deze top 25 voorkomt, wil ik hiermee afsluiten:

Swift consistently expresses grand ambitions and great feelings, which should be applauded.

 

My favorite example occurs on the opening lines of “Ballad of You Know Who”. Swift plays a solo piano like he’s Billy Joel in a cocktail club. He slings the words like he’s pouring a highball. “I said to Mary / I hope you die / May God forgive me / Or at least will try”, Swift intones. No bull, just the facts. I wish you were dead. I know I should feel bad about this, but I don’t. Not yet, anyway. Sorry Lord. She hurt me bad and deserves to die. The music begins to swell in a waltz tune—I think—surely it’s some sort of upbeat ¾ dance step. It feels good to let the feelings out. Swift finds pleasure in the absurdity of it. That’s why he named his album Dressed Up for the Letdown.  There’s always something worth celebrating, even when that something isn’t a good thing.

Eerdere afleveringen uit deze rubriek staan hier.

18: Luisteren zonder moeite

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

18: Richard Swift – Walking Without Effort (2005)

Op dit moment is hij een van de leden van The Shins, maar in 2005 maakte Richard Swift twee albums (daarna nog een paar, zie de volgende aflevering van deze rubriek). De ene was The Novelist, een bescheiden opgezet, maar desalniettemin ambitieus conceptalbum (voor een artiest zonder platendeal). Daarop staat het nummer Sadsong St., een nummer van net twee minuten, dat op een bijna vrolijke toon zingt: When all my songs are sung, maybe I could get some sleep & close my eyes forev’ and take my body down to Sadsong Street. Later zou Secretly Canadian het album samen met het andere “mini”-album Walking Without Effort uitbrengen als The Richard Swift Collection Volume 1. De twee albums kocht ik dus tegelijkertijd, maar waar Walking Without Effort veilig in mijn top 25 staat, komt The Novelist niet verder dan plaats 80. Niet omdat de liedjes zoveel zwakker zijn, maar omdat The Novelist als album high on concept en low on catchiness (veel sfeer, weinig pop) is. Walking Without Effort is simpeler, directer en mooier.

De titel spreekt me ook bijzonder aan. Lopen zonder moeite. Al maak ik er zelf liever Lopend van. Lopen zonder moeite is een album over geluk en liefde in al haar vormen. Als je gelukkig bent, gaat lopen als het waren zonder moeite. Het album is onpretentieus en misschien zelfs bij vlagen te vriendelijk geproduceerd: met vriendelijke blazers, drums en orgeltjes. Waarbij de teksten vriendelijke liefdesbrieven zijn – aan een geliefde (Half Lit), of – zoals in As I Go – aan Swifts vader:

Everywhere I go
Every page I turn
I see your tender heart

If I lose my way
If I crash and burn
You’ll love me just the same
Hallelu, I need to sing with all I have
Hallelu, I need to sing
If I falter, if I fade
You will hold me still so close
And I need you, my good father
To be with me, as I go

Het is ongecompliceerde muziek, met een over het algemeen optimistische tekst, al zijn er uitzonderingen (I’m losing sleep, I must lay down my heavy heart). Daarmee is het eenvoudig om de cd af te doen als het werk van de zoveelste singer/songwriter die probeert door te breken, maar dat vind ik niet eerlijk. Swift schreef de nummers – en nam ze op – in 2001, net voor zijn vierentwintigste verjaardag. Walking Without Effort is daarmee de eerste proeve van het talent van de dan nog relatief jonge Swift. Nog niet helemaal gevormd qua richting en stijl, maar de kwaliteit van de liedjes valt niet te ontkennen. Saai wordt het nooit. De zwarte humor die Swifts latere werk (waarover volgende week dus meer) typeert, horen we hier feitelijk alleen terug op afsluiter Beautifulheart. Bijna sarcastisch met scheurende gitaren en kerstbellen en een snijdende tekst (one day I will see you again, one day when you swallow the knife).

Als Swift al niets anders doet op Walking Without Effort, dan is het wel zijn voorliefde voor een goed nummer ten toon spreiden. De simpele, directe stijl van Walking Without Effort doet bij mij wat geen enkel album in de lijst doet. Het album doet me aan vroeger denken zonder nostalgie. Het album maakt het niet ingewikkelder dan het is, maar ook niet makkelijker (“de boel de boel”)… Het album klopt. Het is een album zonder moeite.

Eerdere afleveringen uit deze rubriek staan hier.

Een Derde Week Muziek

Eén dag later dan normaal, in verband met een erg geslaagd weekendje Ardennen. Er is veel gebeurd sinds afgelopen maandag en dat heeft onder andere tot gevolg dat ik veel meer tijd heb om hier te schrijven. Hoera voor jullie dus! Enfin, hier vijf tracks om de week mee door te komen: voor elke werkdag één. Zoals altijd zijn tips, vragen, reacties en comments meer dan welkom!

the-fray-heartlessThe Fray – Heartless

In the night I hear them talk
The coldest story ever told
Some were far along the road he lost his soul
To a woman so heartless
How could you be so heartless?

Ik moet zeggen dat ik The Fray slechts oppervlakkig ken (How To Save A Life). Wel heb ik ooit een stukje van een optreden op tv gezien en daar was ik niet bijzonder van onder de indruk (maar ook niet door teleurgesteld). Waar ik wel van onder de indruk ben is deze cover van de hit van Kanye West. Zoals het tegenwoordig met de meeste covers gaat, speelde The Fray deze cover ten dele ironisch, ten dele serieus in een radioprogramma. Iedereen vond het vet gaaf en het internet deed zijn werk. Gevolg: de band werd door Sony de studio ingesleept om het nummer op een nieuwe EP te zetten. Het resultaat mag er wezen, net als de erg mooie clip.
Welkom bij het spelletje “Spot de Getekende Kanye West” >>

devendraPhoenix – Rome (Neighbours with Devendra Barnhart remix)

Ah I never loved you
And if I loved you
I wouldn’t say I’m sorry oh no

Ik ben er nog niet over uit, wat ik nu moet vinden van Wolfgang Amadeus Phoenix. Het is een gave plaat, maar hoe gaaf? De recensie moet nu écht geschreven worden. Eén van de nummers is door de blender van Devendra Barnhart (zie foto) gehaald en voorzien van een licht melancholisch tintje. Om niet te zeggen dat het een heel chill nummer is geworden. Het nummer wordt momenteel gratis weggeven op de site van Phoenix.
Gratis? Echt ja. Gratis >>

TTT-sefl-portrait-by-Perou___ZoomThe Temper Trap – Science of Fear

There’s a science to fear
It plagues my mind
And it keeps us right here
And the less we know
The more we sit still, sit still

Marc tipte me dat dit een goed nummer was en toen ik het luisterde, herinnerde ik me dat ik dat ook vond toen ik het hoorde. Soms heb je een herinnering nodig om daar weer aan te denken. Overigens staan Marc en ik niet alleen in het goed vinden van dit nummer, de BBC heeft deze band ook getipt voor 2009. Dus ik ben nog niet te laat met het aanprijzen van dit Australische bandje. Dat u het weet.
Draai de versterkers maar open >>

boatbehindKings of Convenience – Boat Behind

Winter and Spring,
Summer and Fall
You’re the wind surfer crossing the ocean
I’m the boat behind

Wat kun je allemaal overhouden aan een roadtrip? Stalkers, vage herinneringen, dubieuze verhalen, horrorscenarios en niet te vergeten rugklachten. Rugklachten? Jawel. Dat snap je na het kijken van de video. In ieder geval is de realiteit ver te zoeken in de nieuwe clip van de Kings of Convenience. In Boat Behind zijn de lifters bovendien knappe modellen. Ik wil ook mee! Dan krijg ik maar rugklachten (jaja, je moet toch echt de clip kijken, anders snap je het waarschijnlijk nog steeds niet). In ieder geval kunnen we naast het bovenstaande ook concluderen dat de Kings niet de meest getalenteerde acteurs zijn, maar dat dat de pret (van het maken en het kijken) niet mag drukken. En dat de Kings wel van een woordgrapje houden.
Twee woorden. Boat. Behind. Maar is er wel een boot? >>

richardswiftRichard Swift – The Atlantic Ocean

I’m part of the scene, I’m part of the scene!
I’ve got the drum machine! Boom tang! Boom tang!

Dio en Sef gingen na hun clip Tijdmachine vet retro voor de opvolger, maar dat is nog niets vergeleken met deze video voor de titeltrack van Swifts recente LP. Toen ik een jaar terug onze VHS tape van The Lion King in de speler stopte, merkte ik pas hoe slecht de beeldkwaliteit was geworden. Maar dat was nog niets vergeten met deze video van Swift. Met als verschil dat het bij Swift gave effecten zijn en bij mij slijtage. En de soundtrack is iets hipper. Maar minder georkestreerd. Dat wel. We kunnen niet allemaal Elton John zijn.
Video (party like it’s 1999!) >>

MM: Voltaire, Richard Swift, Lisa Mitchell

MuziekMening: Stefan schrijft over CD’s die hij luistert. Deze recensies verschenen eerder op ditismuziek.

Voltaire – Das Letzte Bisschen Etikette

voltaireDat Duitstalige teksten niet per sé een doorbraak in Nederland belemmeren, bewees Wir Sind Helden al enkele jaren geleden. Voltaire is zover nog niet: een liveoptreden aan deze kant van de grens staat nog steeds niet op de planning. Wel komt het nieuwe album van de band uit op het PIAS label. Dus wie weet vindt deze plaat de weg naar een groter (Nederlands) publiek? De liedjes zijn er in ieder geval zeer geschikt voor: lekkere gitaarrifs die tot hun recht komen dankzij een brede productie met oog voor detail en de bijna klassieke bandbezetting. Hier klinkt passie door, en dan bedoel ik niet de afgezaagde variant.

Eigenlijk is de plaat van Voltaire een typisch tweede album. Het geluid is grootser, zelfverzekerder. Het is het geluid van een band die (live) ervaring heeft opgedaan. De teksten zijn directer, al zijn ze nog steeds doordrenkt met metaforen. Het geheel doet soms een beetje denken aan de Kings of Leon op hun meest recente album Only By The Night. Op Hier wordt een sterke ballade in de markt gezet. Wenn Du Gehst begint als een slecht Coldplay X&Y-imitatie, maar verandert ruim een minuut voor het einde in iets heel veel beters. De band schuwt uitgebreide instrumentale passages niet en ook voor experiment is ruimte vrijgemaakt (Sollichlassich).

De zelfverzekerde productie met oog voor detail (hoor ik daar handgeklap, is dat een klokkenspel in de verte?) komt de liedjes ten goede en doet af en toe vermoeden dat de band klaar is voor de arena’s. De details zorgen ervoor dat de cd ook na enkele luisterbeurten interessant blijft. Je kunt de band dan ook niet van grootheidswaan of effectbejag beschuldigen.

Das Letzte Bisschen Etikette is minder krampachtig en veel directer dan Heute Ist Jeder Tag. Dat Was ich Will met zijn Duitse gesproken tekst verkeerde associaties oproept (Falco, anyone?), neem ik voor lief. Afsluiter Das Haus, Das Ich Dir Versprach is ontdaan van de meeste effecten en biedt zo een blik op de essentie van Voltaire: sterke liedjes met mooie teksten. De tijd zal leren of alle composities even memorabel zijn, maar met Die Gute Art en Hier heeft het band in ieder geval weer twee klassiekers aan de setlist toegevoegd.

vier uit vijf

Richard Swift – The Atlantic Ocean

atlanticoceanI’m part of the scene! I’m part of the scene! I’ve got the drum machine! roept de ik in albumopener en titeltrack The Atlantic Ocean, de derde langspeler die Richard Swift de wereld in brengt via Secretly Canadian (zijprojecten niet meegeteld). Het refrein van dat nummer lijkt meteen een waarschuwing aan de gretige ik: hij zal verdrinken in de (figuurlijke) oceaan als hij niet uitkijkt (Atlantic Ocean, you’re gonna drown, drown!). Het lijkt alsof Swift zichzelf tot de orde roept. Waarom? Omdat hij zich te veel laat meeslepen nu hij aan alle kanten wordt bejubeld? Is Swift niet überhaupt en einzelgänger? Toegegeven, op dit album werkt hij samen met ondere andere Mark Ronson, Sean Lennon en Ryan Adams, maar dat is op één nummer en verder is de cd grotendeels met weinig personeel opgenomen. Maar de cd heet niet voor niets The Atlantic Ocean? En zit hij niet zelf in de met water vollopende kamer op de voorkant? Heeft Swift wel reden om zichzelf tot de orde te roepen?

Bij nadere inspectie wordt al gauw duidelijk waarom Swift zichzelf tot de orde roept: af en toe laat hij zich een beetje meeslepen in zijn liefde voor leuke productie. Luister voor de grap eens naar de cd met een goede koptelefoon. De details die je dan hoort zijn eindeloos. Zo hoor je met een goede installatie Swift ineens Oh no, the cities are in ruins, oh damn please stop what you are doing and run! zingen, aan het eind van A Song for Milton Feher. Op andere plaatsen hoor je extra gitaarrifjes en pianoloopjes. Het geeft de muziek zijn excentrieke karakter, de belangrijkste reden waarom Swift nooit zo groot zal worden als de artiesten waarover hij zingt in het titelnummer (Prince, Lou Reed).

Maar waar het excentrieke karakter van de muziek vorige malen een goede toevoeging was aan de op zich al goede nummers, krijg ik hier het gevoel dat Richard Swift misschien af en toe zich iets te veel geconcentreerd heeft op de leuke effectjes en wat minder op de kwaliteit van de nummers. De echte Swift-klassiekers zijn er hoor! Absoluut hoogtepunt is afsluiter Lady Luck maar ook R.I.P., The First Time en het eerder genoemde A Song For Milton Feher mogen er wezen. Maar de rest van de tien nummers is gewoon niet zo sterk het eerdere werk van Richard Swift. Voorbeeld hiervan is The Original Thought: een gevoelige pianointro die VRAAGT om een onmiddelijke uptemporeactie. En die komt er, alleen leent die zo erg van andere nummers op de cd, dat het nummer nauwelijks nog te onderscheiden is. En dan heb ik het nog niet over nummers als The End of an Age en Already Gone, die gewoon een stuk minder interessant zijn. Ondanks de sterke productie en het toegankelijkere karakter.  The Atlantic Ocean is dus een waarschuwing voor Swift, als het aan mij ligt: en nu is het genoeg met alle gekkigheid en ga je weer gewoon een heel album vol sterke liedjes schrijven, net als je vorige cd. The Atlantic Ocean is Swifts op zijn gekst, maar ook op zijn toegankelijkst. Een goede instapper, maar helaas niet beter dan zijn vorige platen.

drieënhalf uit vijf

Lisa Mitchell – Wonder

Lisawonder-300x300Soms heb je voor het album van een artiest uitkomt al een mening klaar. Bij Lisa Mitchell was ik er bijvoorbeeld van overtuigd dat de plaat briljant zou worden. Ze had namelijk met Turin Brakes samengewerkt. Helaas ontving ik, vlak voor het verschijnen van de Engelse versie van haar debuut Wonder, een mailtje waarin stond dat géén van de tracks met Turin Brakes haar album hadden gehaald. De weken erna was ik er dan ook zeker van dat het album HEEL SLECHT zou worden. Een beetje de Turin Brakes tracks niet uitbrengen! Hoe DURFT ZE! VERVLOEK HAAR! AARGH!

Helaas moet ik na beluistering toch constatering dat het album niet heel slecht is. Sterker nog, het is een best wel goede cd. Oké het is wat té lief af en toe (en dat wordt vaak onterecht afgedaan als ‘gebrek aan karakter’), maar de productie is interessant genoeg om de liedjes overeind te houden. Het album begint met een haast in zichzelf zingende Lisa die aankondigt dat het een mooie morgen is, om daarna meteen over te gaan in het überoptimistische Neopolitan Dreams. Daar staat wat zwaarder materiaal, zoals Pirouette tegenover. Soms klinkt Lisa een beetje als Feist: luister bijvoorbeeld een eerst naar 1, 2, 3, 4 van de Canadese en daarna naar Red Wine Lips.

Sommige meisjemeisjepop luister je om het jonge meisje te horen, andere meisjemeisjepop klinkt juist bitter en volwassen. Lisa Mitchell is stiekem een jong meisje dat volwassen probeert te klinken. Door de productie lukt het af en toe. De plaat klinkt in ieder geval niet als een doorsnee post-Idols product (op jonge leeftijd deed Lisa al mee aan Australian Idol, maar ze werd net voor de finale gekickt). Diezelfde productie kan echter niet verdoezelen dat Lisa nog best wel jong is. De meeste van haar teksten gaan toch gewoon over de typische pubermeisjesdingen. Ze mag het stadium ‘ik wil een paard’ ruimschoots gepasseerd zijn, af en toe laat ze zich net iets te veel meeslepen in haar verlangen tot dromen. En daar moet je maar net tegen kunnen.

drie uit vijf

Richard Swift staat er, nu zijn publiek nog

In 2006 zag ik Richard Swift in Rotown, op een avond die ook Bill Wells en Jens Lekman (mijn eigenlijke reden om die avond naar Rotterdam te gaan) bracht. Van tevoren had ik niet zo’n hoge dunk van zijn materiaal, maar hij wist me die avond te overtuigen. Drie jaar later moet ik met enige droevenis constateren dat de word of mouth zijn werk niet heeft gedaan. Nu was het ook niet afgeladen vol in Rotown die avond, maar de De Helling te Utrecht, toch al niet zo’n grote zaal, was bijna uitgestorven. Laat ik het zo zeggen: toen voorprogramma Joosk aftrapte, waren er net zoveel mensen als op mijn afstudeerfeest. Dat is dus wel druk voor een afstudeerfeest (echt! ;-) ), maar niet voor een concert van een meneer met meerdere albums en samenwerkingsverbanden met Wilco en Mark Ronson (Valerieeeeee)op zijn naam. En dan te bedenken dat ik bijna niet was gegaan, in verband met drukte op stage… Toen die drukte bleek mee te vallen, belde ik partner in crime, Inge (van dat afstudeerfeest), en samen namen we vanaf Utrecht Centraal de bus naar De Helling.

jooskEnfin, Joosk speelde geen legendarische set voor de 50 aanwezigen (waaronder Swift die in een hoekje van de zaal stond te kijken, wat me deed denken aan een ander uitgestorven optreden), maar wel een leuke. Zijn stem deed op momenten denken aan die van de hoofdact van de avond. Ik kan niet anders dan respect hebben voor onbekende singer/songwriters: ze gaan er toch maar staan met hun hart op hun tong. Joosk ging naar Los Angeles om zijn album op te nemen, maar keerde terug met een verkoudheid en een nieuwe Gibson. Met zijn muziek zit het wel snor, hopelijk slaagt een vervolgpoging om het album af te maken wél.

Een half uur later was het tijd voor de meester zelf (en het was er niet veel drukker op geworden, helaas). Richard had drie bandleden meegenomen, die multi-inzetbaar bleken: ze konden alledrie de koorzang verzorgen en de twee gitaristen / bassisten speelden naast hun eigen instrument ook synthesizer en piano. Richard zelf wisselde per lied van piano naar elektrische gitaar en weer terug. Richard concentreerde zich op zijn recentere werk: een verzoek om Losing Sleep werd vriendelijk weggelachen met een It’s been a long time, my friend, I don’t think I can remember the lyrics. Dat dat niet voor al zijn oude werk geldt, bleek toen hij vervolrichardswiftgens het mooie Sadsong St. speelde. Maar verder was het vooral The Atlantic Ocean wat de klok sloeg.

Swift en band bleken net zo getalenteerd als jaren geleden (ondanks de veranderde line-up: de Magic Numbers-achtige gitarist was vervangen door eentje die ook een beetje kon dansen). Het geluid was goed: een volle piano, aangevuld met pompende bassgitaar, lekkere drumfills en swingende elektrische gitaar. De instrumentatie, op de CD bij nadere beluistering al een genot, bleef dus goed overeind. Over Swifts vocalen (en die van de rest van de band) viel ook niet te klagen: Swift heeft er een handje om ineens met extreem hoge kopstem te zingen en het is altijd maar de vraag hoe dat live overeind blijft. Maar liedjes als Lady Luck, A Song for Milton Feher, The Atlantic Ocean en Most of What I Know waren net zo swingend en feiloos als op plaat. De enige kanttekening die mag worden geplaatst, is mijns inziens de af en toe wel erg lang opgerekte outro’s. Het is natuurlijk enorm leuk om met een looppedaal een muur van geluid op te bouwen, maar na twee minuten geef ik de voorkeur aan een extra nummer (bijvoorbeeld het deze avond niet gespeelde Kisses for the Misses of The Million Dollar Baby.

Al met al was het muzikaal gezien een sterke tot zeer sterke avond. Swift en zijn band stonden overtuigend en eensgezind muziek te maken. Hoogtepunten waren afsluiter Lady Luck, A Song for Milton Feher en opener The Songs of National Freedom. Jammer dat het publiek nog op zich laat wachten. Hopelijk doet de word of mouth nu wel zijn werk en komt de fascinerende artiest volgende keer niet voor een handjevol mensen naar Nederland. Want Richard Swift is blijkbaar zo hip dat Nederland het niet door heeft. Jammer eigenlijk. Maar als ‘ie over 5 jaar in de HMH staat, dan heb ik het voorspeld.

Ondertussen bij… ditismuziek (2)

Niet iedereen stond te juichen toen ik muzieklogs naar een aparte site verplaatste… Daarom zal ik om de zoveel weken enkele berichten van de muziek laten passeren. Zodat ook de mensen die geen zin hebben om ditismuziek in te typen (Mischa) aan hun muzikale trekken komen.

LVDD: Hello Saferide – Anna >>
Open brief aan een nooit geboren dochtertje, omdat papa zo’n eikel was (met briljante, misplaatste gitaarsolo).

Richard Swift kondigt vierde langspeler aan >>
Swift komt met zijn meest dansbare plaat tot nu toe en het belooft weer een bijzondere les in Amerikaanse popgeschiedenis te worden, op Swifts geheel eigen manier.

Recensie: Antony & The Johnsons – The Crying Light >>
Ik wist helemaal niet of ik deze plaat nu wel zo mooi zou vinden. Maar wat blijkt: ik vind hem FANTASTISCH!

LVDD: Laleh – Simon Says >>
Is het al bijna lente?

MM: Rubies, Randy Newman, Richard Swift

MuziekMening: nu kortere muziekrecensies (op een enkele uitzondering na) en vooral ook meer tegelijk! Dit keer allemaal bands en artiesten met een R.

Rubies – Explode From The Center

Het is niet zo dat Rubies de vrouwelijke Whitest Boy Alive zijn, maar het komt er wel in de buurt. Opgenomen met Kommode, het zijproject van die andere Kings of Convenience (Eirik) dat zelf nog steeds iets moet uitbrengen, is Rubies enthousiaste synthesizerpop met hevige gitaarinvloeden. Zo gaat het nieuwste Whitest Boy Alive album volgens mij ook klinken, maar dan dus zonder zang van de Rubies zelf (hoewel zij wel in Mexico waren om daar het volgende WBA-album op te nemen, dus ik neem dit eventueel terug in de toekomst). Maar goed, er zit nog een samenwerking op het album en wel met Leslie Feist. Zij zingt mee op het sterke ‘I Feel Electric’.

Wat we horen op de plaat is dus enthousiast, vrolijk en vaak zorgeloos. De plaat leent veel van de jaren ’80 (volgens mij worden ze weer helemaal hot, zie ook de nieuwe single van Keane) en om eerlijk te zeggen wordt dat na een tijdje vermoeiend. Toegegeven, eerder genoemde ‘I Feel Electric’ en ‘Room Without A Key’ zijn erg sterk. Maar het nota bene met Kings of Convenience Eirik gezongen ‘Too Bright’ leent echt veel te veel van ‘Cayman Islands’ (van Kings of Convenience) en komt daardoor over als nogal ongeïnspireerd. Verder hebben veel nummers eenzelfde uptempo ritme en daardoor komen ze niet allemaal even sterk naar voren. Wat meer variatie had geen kwaad gekund. Weliswaar is de variatie niet geheel afwezig, denk bijvoorbeeld aan ‘Signs of Love’ en ‘The Truth And The Lies’, maar het eerste nummer is vervolgens zo cliché, dat alleen de solo het nummer nog enigszins kan redden. En Het tweede nummer wijkt zo af van de rest dat het gewoon niet tot zijn recht komt. Als ik Thomas Dybdahlachtige stilte wil horen, dan luister ik graag naar Thomas Dybdahl. Maar goed, ze zijn live vast heel goed (10 november, Paradiso Amsterdam).

drie uit vijf

Randy Newman – Lonely At The Top

Hierover kan ik eigenlijk heel kort zijn. Pas bij het beluisteren van deze greatest hits, gepubliceerd ver vóór zijn werk voor vele Pixarfilms, realiseer je je pas dat al die liedjes die je vaag kende van dezelfde man komen. Randy Newman is een grootheid, zonder dat je meteen aan hem denkt bij het woord grootheid. Zijn repertoire bevat vele klassiekers uit de tweede helft van de vorige eeuw. Geschreven voor anderen of voor zichzelf, Randy Newman blijkt een genie!

Maarten raadde me deze CD aan en ik raad hem bij dezen aan jullie allemaal aan. Ga heen en luister naar klassiekers als ‘Short People’ en ‘Sail Away’. Normaal heb ik het niet zo op hitcompilaties, maar deze is zeker de moeite waard. Het aantal nummers op de CD geeft al aan hoeveel goede liedjes Newman heeft geschreven… Al met al is zijn werk een briljante bladzijde in de popgeschiedenis. En deze CD is waarschijnlijk de perfecte introductie.

vier uit vijf

Richard Swift As Onasis

Richard Swift As Onasis is moeilijk als echt album of project te bestempelen. Swift heeft waarschijnlijk gedacht dat hij zijn muzikaliteit ook in andere genres moet toepassen. Dat doet hij bij dezen met een ode aan de allervroegste (garage) rock ’n roll. Het levert een set van twee keer tien nummers op, die niet allemaal even goed werken. Swifts typerende zangstem is behoorlijk afwezig op deze plaat, slechts enkele nummers komen met zang en dan vaak nog ook behoorlijk ‘distorted’ (bijvoorbeeld in ‘The German (Something Came Up)’ en ‘Greaseball Blues’).

Op de eerste CD blijft Swift nogal binnen de grenzen van het genre. Pas op de tweede set nummers begint hij echt te experimenteren en dat levert een aantal interessante nummers op. Maar nergens vinden we de grandeur van zijn tweede album ‘Dressed Up For The Letdown’, en het duurt ook even voordat je je realiseert dat Swift dat waarschijnlijk ook helemaal niet wil. Naar mate je vaker naar de CD’s luistert, hoor je hoe ‘eenvoudig’ deze twee schijfjes in elkaar zitten. Het doet vermoeden dat Swift de nummers in een heel korte tijd heeft opgenomen, zonder veel hulp van buitenstaanders. Maar daarmee is het niet bepaald een goede introductie voor nieuwe luisteraars. Degenen die met Swifts oeuvre bekend zijn, horen in de muziek wel degelijk de genialiteit van beste man, maar omdat dit geen perfecte wereld, is niet iedereen bekend met het werk van de man. Ik stel dus voor dat Swift weer snel een album gaat maken. Of in ieder geval iets waarop hij zich niet schikt naar de wetten van het experiment.

drie uit vijf

Richard Swift – Ground Trouble Jaw

Zelfs ik had verwacht dat we de rest van 2008 niet veel van Richard Swift zouden horen. In het prille begin van het jaar verscheen zijn elektronische zijproject op CD en LP (Instruments of Science and Technology) en nauwelijks twee maanden later verscheen Richards ode aan de vroege rock ’n roll (Richard Swift As Onasis). Alles leek erop te wijzen dat Swift zich nu bezig zou gaan houden met een derde studioalbum (of vierde, wanneer je de Richard Swift Collection Volume 1 beschouwt als twee losse albums). Maar het tegendeel bleek waar… Begin augustus verscheen namelijk het onverwachte maar logische vervolg op ‘Richard Swift as Onasis’: ‘Ground Trouble Jaw.’

Al een tijd lang presenteert Swift delen van zijn korte film met dezelfde naam op het internet, en nu verschijnt er een gratis EP onder dezelfde naam. De EP bevat ‘slechts’ vijf liedjes (een schril contrast met de dubbel EP ‘As Onasis’, die immers vier keer zoveel tracks bevat. Maar daarbij moet worden aangetekend dat op deze EP Richard weer gewoon zingt. Of ja, ‘gewoon’… Hij haalt nogal wat rare capriolen uit met zijn stem, vooral in ‘The Bully’, waarin hij zowel de stoere jongen als het lieftallige meisje speelt, en ‘Lady Luck’ – waarin hij overtuigend een vrouw portretteert. Qua muziekstijl leent Swift bij historische genres als ‘doowop’, ‘motown’ en vreemd genoeg ook wat jaren ’90 synthesizer. En ja, dat gaat wel degelijk samen. Qua stijl zijn de tracks niet veel anders dan de eerder verschenen dubbel EP, maar het klinkt allemaal iets verzorgder en completer. En dat levert vijf mooie liedjes op.

En had ik al verteld dat de vijf tracks gratis en legaal te downloaden zijn?

vier uit vijf