Perfecte radio

Radio, goed gemaakte radio, kan ik wel waarderen. Vroeger luisterde ik veel naar 3fm, de Top 2000 is ondanks al zijn nadelen een mooi fenomeen en radio Tour de France en de wereldomroep maakt de Sportzomer mooier dan die al is. Maar wat is een goed radioprogramma?

Muziek is één ding. Goede muziek op zijn tijd, goed gedoseerd. KCRW heeft bijvoorbeeld Morning Becomes Eclectic, een instituut waar veel bands langskomen om muziek te maken en te kletsen met de presentator. Ruim een half uur duurt dat, niet tien minuten. Het is een net programma, vol respect. Alles en iedereen krijgt de ruimte. This American Life is een bekende serie uit datzelfde land, waarin verhalen van mensen rondom een bepaald thema worden samengevat. Mooi, netjes, afgerond. Maar er is meer onder de zon. Chaos kan ook heel mooi zijn.

Zo luisterde ik lange tijd naar de Russell Brand show op BBC Radio 2. Twee uur lang chaos, die door nauwelijks 5 nummers werd onderbroken – erg weinig voor een muziekzender. Er werden flauwe liedjes gezongen, hard geschreeuwd en veel gelachen. Russell Brand belde met beroemdheden en versierde ze allemaal in 15 minuten, vertelde schaamteloos de meest belachelijke anekdotes en realiseerde zich altijd net te laat dat ze over de tijd heen gingen en dat het nieuws al bezig moeten zijn. Hilarische chaos, maar het ging wel ergens over: er werden politieke revoluties gepland, er werd poëzie voorgedragen en er was een echte vragenrubriek getiteld GAY! Toen die show abrupt ten einde kwam, moest ik op zoek naar een nieuwe podcast om me te vermaken tijdens duffe reizen en saaie werkdagen.

Na een zoektocht van enkele weken kwam ik uit bij Adam & Joe, op BBC 6Music. Iedere zaterdag van tien tot één uur vol goede muziek, goede gesprekken en flauwe jingles. Adam Buxton en Joe Cornish zijn twee comedians die tien jaar geleden een tv show hadden en al jaren sympathieke middenklassers in het Britse komediecircuit vormen: niet beroemd, maar wel bekend om hun constant hoge niveau. Adam en Joe zijn feitelijk heel gewone mensen die van goede muziek en films houden (Joe heeft het scenario geschreven van de Kuifje-film die dit najaar in de bios komt en binnenkort komt zijn debuut Attack the Block uit, Adam speelde zelf onder andere in Son of Rambow). Hun show is te vergelijken met een gezellige middag op het terras keuvelen over de wereld. Alleen lopen gewone mensen het risico dat ze niet boeiend zijn voor het grote publiek. Adam en Joe zijn inmiddels zo geroutineerd dat ze zich daar geen zorgen over hoeven te maken.

In 2010 namen Adam en Joe een lange pauze zodat Joe zijn eerste film kon regisseren (bekijk hier de trailer van Attack The Block). Ze keerden terug voor een Glastonbury special en een kerstuitzending, maar verder was het duo niet samen te horen. Begin april keerden de heren terug op de radio. Zoals altijd vroegen ze veel input van luisteraars. Hun vaste rubriek Text The Nation (The Nation’s Favourite Feature) had dit keer als thema “Hi, how have you been doing?”, wat de meest vage en willekeurige antwoorden opleverde in de historie van de rubriek. Het was ergens tussen de slechtste cover van Rebecca Blacks Friday (hier te horen) en een drie minuten durend gesprek over hoe Adam met dat nummer een hit scoorde met dat nummer op internet, waarna Joe schalks vroeg “By the way, have you heard about that Rebecca Black thing?” en de heren allebei hun lach niet meer konden inhouden, dat ik een warm gevoel van binnen kreeg: “ze zijn weer terug.” Perfecte radio dus. Zonder zichzelf al te serieus te nemen. Hier een aantal fragmenten.

Uit de nieuwe shows, over Repelsteeltje:

Kinderen die videogames spelen:

Met de trein naar Glastonbury:

Jools Holland impressie:

De film Fool’s Gold en het Amerikaanse accent van Ray Winstone:

En hier een video van presentator Adam die zijn eigen podcast terugluistert, een typisch voorbeeld van hoe tongue-in-cheek ze over zichzelf kunnen zijn:

Gaat dat zien: Despicable Me

Het is lang geleden dat ik zo hard heb gelachen om een (animatie-)film. Despicable Me heeft misschien niet het meest diepgaande plot uit de filmgeschiedenis, maar blinkt uit door een vrijwel constante stroom van originele tot extreem flauwe grappen. Ik weet niet met wie ik me meer kan identificeren: Gru of de kleine, vervelende meisjes die hij adopteert, maar dat maakt niet uit. Als je twijfelt: GA! Loop vooral ook niet meteen weg na de aftiteling. De geinige gele Minions halen nog wat aardige 3D-grapjes uit. Met vrijwel onherkenbare gastrollen van Russell Brand, Jason Segel en Julie Andrews de moeite meer dan waard.

http://www.youtube.com/watch?v=c_rUbqbhUEQ

vier uit vijf

72 uur lang drank, drugs en talloze excessen

(of de tragiek van de entertainer)

Als ik dan toch moet kiezen, dan kijk ik het liefst een “intelligente” film. Hij mag best grappig zijn, bij vlagen zelfs cheesy, als hij maar goed in elkaar zit. Natuurlijk kan ik ook genieten van een goede blockbuster, maar het zijn de kleine verhalen die me het meest boeien. Get Him To The Greek is niet zo’n film.

Nee, Get Him To The Greek is een film met in de hoofdrollen Jonah Hill en Russell Brand. Eerstgenoemde loopt vooral rond met kots op zijn kleren, Russell Brand is vooral bezig met het opwekken van die kots, door het voeren van drank en drugs aan “groentje” Jonah Hill. Hill speelt Aaron, die platenbaas Sergio (een zowaar hilarische Sean “P Diddy” Combs) ervan weet te overtuigen dat zijn grote idool Aldous Snow (Russell Brand), een grandioze comeback moet maken. Livestreams, dvd’s, heruitgave van de discografie… Het gaat allemaal gebeuren als dit een succes wordt. Hill moet zich bewijzen door Brand binnen 72 uur van London naar L.A. te krijgen. Tussendoor wordt er in New York gestopt voor The Today Show.

Jawel, 72 uur. Dat is een belachelijk korte tijd, vooral omdat Aldous Snow aan lager wal is geraakt. Hits heeft hij in jaren niet gehad, dus omgeeft hij zich met ja-knikkers en drank, drugs en vrouwen. Hij wil op zich best optreden, maar hij wil niet zo graag dat hij haast gaat maken om in L.A. te komen. Hill kan niet anders dan meegaan in de levensstijl van zijn grote idool en zijn kans afwachten om Snow in het vliegtuig te duwen (of zoals Diddy’s karakter Sergio zegt: you need to mindfuck him!). In de 72 uur die volgen passeren nogal wat excessen de revue. Soms zijn die volledig onnodig, soms zijn ze stiekem best wel grappig. Dit is het moment om de trailer te bekijken (die overigens voor de helft bestaat uit dialoog en scènes die niet in de film zitten):

Dat ziet er inderdaad als een alledaagse poep- en plaskomedie. Maar net als Forgetting Sarah Marshall, waar deze film een spin-off van is, zit er een hart en ziel in deze film onder de laag van slechte grappen. Al zit die in deze film nog beter verstopt.

Ik beweer ook niet dat Russell Brand de meest filosofische film van de afgelopen twintig jaar is, maar feit is dat er in deze film een aantal cruciale momenten zitten die de film het kijken toch waard maken. Het plot is in eerste instantie absurd, maar na de realisatie dat eigenlijk de hele film dat is – vooral dankzij Russell Brands acteerwerk -, wordt het accepteren van de wereld in deze film ineens erg eenvoudig. Aldous Snow is een man van het grote gebaar en het duurt zo’n anderhalf uur voordat we hem kwetsbaar zien – waar overigens de vreselijkste scène in de film aan vooraf gaat. Maar zelfs de kwetsbare Aldous Snow is een man van grote gebaren. Pas de volgende dag realiseerde ik me het ware onderwerp van deze film. Dit is niet zo zeer een film over het rock ‘n roll bestaan of over vriendschap of “liefde”. Nee, deze film gaat over de tragiek van de entertainer.

Die tragiek, daar staat Aldous Snow symbool voor. Het is een rol die Russell Brand als niemand anders kan spelen – als inmiddels sobere stand-up comedian. Het karakter ligt erg dicht bij Brands stand-up persoonlijkheid. Het is natuurlijk de vraag of Brand nog meer soorten rollen kan spelen, maar dat gaan we binnenkort zien in de Shakespeare verfilming The Tempest, met ook Helen Mirren en Alfred Molina erin. In Get Him To The Greek speelt hij zijn rol met verve. Dat heeft een hoop gore grappen tot gevolg, maar die zijn aan het genre inherent. Dankzij een iets diepere laag dan gewoon is in dit soort films (en de talloze cameo’s, de liedjes die alleen maar over seks gaan en de tv-showfragmenten die in de film zijn verwerkt), is de film de 2 uur meer dan waard. Feit is dat Get Him To The Greek vast niet de grappigste komedie van het jaar is en ook niet de briljantste, maar wel eentje met een hart. In die zin stelt de film zeker niet teleur.

Stefan leest: My Booky Wook (Russell Brand)

Nog nooit had ik in mijn leven erover nagedacht om een (auto-)biografie te lezen. Ik ben niet zo van de choquerende verhalen of de wijze levenslessen die ik zou moeten destilleren uit andermans succes. De biografie van David Beckham, wat heb ik daar in hemelsnaam aan? Niets toch? Toen ik echter een half jaar geleden op London Stansted de autobiografie van Russell Brand zag liggen, besloot ik mijn laatste ponden eraan uit te geven. Het boek draagt de ridicule titel My Booky Wook en verscheen in 2007. Toen al werd Russell “The most talented stand-up comedian to emerge in Britain this decade” genoemd. Russell had al zo’n beetje tien jaar daarvoor kunnen doorbreken in Engeland, maar zoals dit boek duidelijk maakt, was Russell toen met name bezig met de dingen die onze lieve heer verboden heeft.

My Booky Wook (de titel is geïnspireerd op de Nadsat-taal uit A Clockwork Orange) is in vele opzichten dan ook het ideale voorbeeld van (naar wat ik aanneem) de kenmerken van dit genre (zijn): schokkend, onthullend en vol seks en drugs. Met als grote verschil dat het ook nog een oprecht intelligent boek is.  Het is ook een zelfbewust boek. Nadat we Russell ontmoeten in een kliniek voor seksverslaafden (vol pedofielen en perverselingen) gaan we terug in de tijd naar zijn jeugd: “Now for the formative years, which traditionally in autobiographies are a bit boring – not in this one, however. My childhood is so jam-packed with melodrama and sentimality (described as ‘the unearned emotion’) that you’ll doubtless use these very pages to mop up your abundant tears.” Dat blijkt: op school wordt hij gepest en hij maakt het nog erger door enorme stunts uit te halen, die door niemand op prijs worden gesteld.

Toch wordt het pas echt interessant als Russell ontdekt dat hij kan acteren op de middelbare school (tegen die tijd is hij al uit een kostschool gegooid voor onzedelijk gedrag) en zijn roeping heeft gevonden. Hij maakt de middelbare school niet af, maar verliest wel nog even zijn maagdelijkheid aan een meisje, dat hij daarna opbelt om het gesprek op cassetteband op te nemen als bewijs dat het echt is gebeurd. Vanaf het moment dat hij besluit het als acteur te gaan proberen, begint het boek vaart te krijgen. Vanaf Part II zweven we van figurantenrol naar figurantenrol, van one night stand naar one night stand en van wiet naar heroïne. Daarbij staat hij enkele malen op het punt van doorbreken, vooral nadat hij is overgestapt naar stand-up comedy, maar zijn onmogelijke gedrag zorgt er vroeg of laat voor dat hij zijn baan verliest.

Hij is een charmeur, maar ook recordmisbruiker van de taxidienst van MTV (“every single journey I took from then was in an account cab, and not just my own journeys – sometimes I’d have two or three cars out at a time, ferrying my mum around, or picking people up from airports.”), en dan gaat het nog niet over het meenemen van zwervers en junkies naar kantoor. Rond de eeuwwisseling presenteert Brand een show op MTV en wordt niet lang na 11 september ontslagen omdat hij verkleed als Osama Bin Laden op tv verschijnt en backstage Kylie Minogue voorstelt aan zijn dealer.

Volledig stoned maakt hij het programma Re:Brand, dat taboedoorbrekend moet zijn: zo gaat hij boksen met zijn vader om het Oedipuscomplex te onderzoeken, volgt hij het leven van een racist, probeert hij een bejaarde vrouw het hof te maken en neemt hij een zwerver mee naar huis. Niet lang daarna bereikt zijn leven een dieptepunt. Hij wordt in eerste instantie redelijk clean voor een tv-special met Britse comedy-legendes (waaronder David Walliams) op een cruiseschip in Griekenland, maar wordt zo nerveus dat hij uiteindelijk volledig doorslaat en wordt ontslagen. Het is dan dat Brand zich realiseert dat het zo niet langer kan. Als laatste hoop benadert hij John Noel, een impressario. Die heeft in eerste instantie niet door hoe ver Brand heen is, maar wanneer hij hier achter komt stuurt hij Brand naar een afkickkliniek en met succes. Brand krijgt zijn big break en begint bekend te worden. De leegte die de drugs hebben achtergelaten wordt echter gevuld door seks. Ook hiervoor wordt hij naar een kliniek gestuurd.

De eerste twintig, dertig jaar van zijn leven vormen de rode draad van het boek, maar het zijn de beschouwende passages die het meeste indruk maken. Brand bezit de gave om tegelijk grappig en serieus te zijn. Het boek is niet doordrenkt van spijt en probeert ook de minder fraaie momenten niet mooier te maken. Wel ziet hij de humor in van veel van de absurde situaties waarin hij terecht komt: hoe hij door een one night stand naakt wordt buitengesloten in zijn eigen appartement, om vervolgens in het café beneden, waar het Gay Night is, een slotenmaker te bellen. Sommige sterke verhalen zijn bijna te raar om waar te zijn en het staat allemaal verdomd mooi opgeschreven (door Brand zelf, vrij uniek in het genre: Brand blijkt echt te kunnen schrijven). Maar als de verhalen over het scoren van heroïne waar zijn, dan zal de rest ook wel niet zijn verzonnen: “The dealers keep the bags in their mouths. Then when you buy one they spit it into their hand and you have to put it directly into your mouth. Even though you obviously want the heroin, a little bit of you is thinking, ‘Eeugh! He’s had it in his mouth.’ After a while, though, you stop thinking that. It’s a bleak day when that happens.”

Ik ben nog steeds geen groot fan van het biografiegenre, maar My Booky Wook was voor mij toch de moeite van het lezen waard. Zijn leven is niet zo zeer indrukwekkend als wel machtig interessant. Zelfs onder invloed presteert hij het om mensen in te palmen en zijn verslaving tegelijkertijd (grotendeels) verborgen te houden voor de mensen in zijn omgeving. Hij breekt harten en verovert ze tegelijk. Hij is zich bewust van zijn charmes en zijn kwaliteiten als womanizer en misbruikt ze ten volle ter meerdere ere van zijn eigen glorie en ego.

Inmiddels is Russell Brand rijk, clean en gelukkig verloofd met Katy Perry. Vanaf deze week draait Get Him To The Greek in de bioscoop, wat welbeschouwd een slecht vermomd excuus is voor Brand om zijn eigen persoon uit te vergroten en te introduceren aan de rest van de wereld. Deel 2, My Booky Wook 2: This Time It’s Personal, staat gepland voor dit najaar en zal niet zo zeer gaan over alle verslavingen en one night stands, die zijn immers al aan de orde geweest, als over alle mediaschandalen waarin hij sinds het afkicken terecht is gekomen. Want Russell Brand mag dan clean zijn, hij is nog altijd een zeer controversiële persoonlijkheid. Dat er nog maar veel Booky Wooks mogen volgen…

vier uit vijf

Russell Brand – Scandalous

2009 was een apart jaar voor Russell Brand. Eind 2008 voelde hij zich genoodzaakt te stoppen met zijn radio show op BBC Radio 2, nadat hij en Jonathan Ross (samen behorend tot BBCs best betaalde sterren) de alom gerespecteerde Andrew Sachs (Fawlty Towers) zouden hebben beledigd. In hun radio show. Die van tevoren was opgenomen. Die was goedgekeurd door het management. Het hele schandaal was nogal overtrokken, maar de BBC had misschien inderdaad hier enige censuur kunnen (en moeten) toepassen.

En dan waren er nog de MTV Video Music Awards 2008. Die mocht Russell, als vrijwel onbekende Brit in Amerika, presenteren. En hij greep meteen de gelegenheid aan om Bush te dissen, Obama op te heerlijken en de christelijke maagden The Jonas Brothers voor lul te zetten. En daarmee schopte hij net tegen een paar heilige huisjes te veel aan. Dat beviel MTV wellicht (hij mocht in 2009 wederom de presentatie van de steeds minder belangrijk wordende award show op zich nemen), maar populairder werd ‘ie er niet door. Het zorgde in ieder geval voor een ongemakkelijke avond voor Russell Brand.

Te midden van al die schandalen leek half Groot-Brittannië te vergeten wie ze voor zich hadden. Natuurlijk was Russell altijd al de controverse zelf geweest (op 12 september 2001 verscheen hij verkleed als Osama Bin Laden bij zijn MTV-show, om maar wat te noemen), maar hij is ook een geniale, intellectuele komiek (jawel). Scandalous is het resultaat van alle schandalen en is, in tegenstelling tot zijn vorige shows (Shame en Doing Life), een show met een speciale agenda. Russell was nooit vies van een potje komische zelfverheerlijking, maar nu moet hij zichzelf bewijzen en manifesteren als iemand die zijn criticasters is ontstegen, als een geniale grappenmaker.

En dat lukt hem heel aardig. Eerlijk is eerlijk: Russell Brand is op zijn best als hij als ‘gewoon mens’ in een beschamende situaties terecht komt (zie de hele voorstelling Shame), of als hij met gewone mensenogen naar de wereld van celebrities kijkt, maar dat is verleden tijd. Russell gebruikt de schandalen die hem in 2009 nog achtervolgden. Zo laat hij zien hoe zijn (enorme) ego reageert als hij het belangrijkste nieuws van de avond is en verwijt nieuwslezers dat ze zijn grappen niet voor kunnen lezen. Dit alles wordt geïntroduceerd met fragmenten van de nieuwsuitzendingen. Verder leest hij death threats voor, ridiculiseert hij de Britse media en flirt hij met zo’n beetje het hele publiek. Russell heeft het naar zijn zin in een overvolle O2 Arena in London. Terwijl je een grofgebekte, schreeuwende malloot verwacht, krijg je al die tijd mooie volzinnen, hilarische stemmetjes en flauwe accenten. Misschien dat Russell zich af en toe iets te veel laat meeslepen ten koste van zijn materiaal, maar zelfs dát staat hem goed. Slechts met enkele grappen slaat hij de plank mis, waaronder een reeks (inmiddels) smakeloze grappen over Michael Jackson. Dat soort humor heeft Russell helemaal niet nodig. Daar staat de nu al legendarische anekdote over de MTV-reclamecampagne tegenover (als hij vertelt hoe hij met Britney Spears grappen en grollen moet als edgy comedian maar niks mag zeggen over haar breakdowns: “don’t you think there’ll be a bit of an elephant in the room?” Waarop de Amerikaanse marketing vent zegt: “What if there literally WAS an elephant in the room?”).

Zoals Russells uiterlijk (naar eigen zeggen) alleen werkt als hij een ster is, zo werkt deze show eigenlijk alleen als je weet dat Russell een ster is, maar ook een begenadigd schrijver (van voetbalcolumns en zijn eigen autobiografie over het afkicken van sex, drugs en alcohol). Shame had dat manco niet en is om die reden misschien nét een betere show, omdat die zo menselijk is. Maar deze Russell mag er ook zijn. En nog steeds huppelt hij met een soort kinderlijk enthousiasme over het podium in een vrouwenlegging. Nog steeds. Het is misschien niet de beste dvd om mee te beginnen, maar wel een goede tweede of derde. Russell smaakt eigenlijk altijd naar meer. Daar is in ieder geval ook het vrouwelijk deel (waaronder Katy Perry) van onze planeet het mee eens.

Scandalous is in ieder geval als import te krijgen, en misschien ook wel gewoon bij de betere filmzaak.

BBC Comedy Collection

rik_bottomAangezien het een DVD-collectie betreft die grappig zou moeten zijn (want: hoogtepunten uit Britse comedy) is het bijzonder jammer dat de reclame van de BBC Comedy Collection heel vervelend is (kijken). Een zogenaamde Engelsman prijst met overdreven accent in het Nederlands de Happy Hour actie aan (1+1 DVD gratis). Enfin, in deze hoogtepuntencollectie ontbreekt opvallend genoeg Bottom. De verklaring hiervoor is vast tweeledig:

1. Bottom is al jaren te vinden in de budgetbakken van de Free Record Shop, bijvoorbeeld voor 2 euro per DVD (of 3 voor 5 euro).

2. Er is al heel veel werk van Adrian Edmondson en Rick Mayall in de Comedy Collection opgenomen (bijvoorbeeld The Young Ones en Filthy, Rich & Catflap).

Ondanks dat is het betreurenswaardig dat Bottom in de collectie schittert door afwezigheid. Het is een serie, die door zijn geweldadige en grove karakter op dit moment NOOIT meer door de BBC zou kunnen worden uitgezonden. De Britse omroep ligt immers sinds het Russell Brand / Jonathan Ross schandaal van vorig jaar onder vuur en voor iedere scheet komen twee klachten binnen. Bottom gaat over twee “vrienden” die noodgedwongen, aan de onderkant van de samenleving, hun leven spenderen met het vervelen van elkaar en de wereld. Menig aflevering speelt zich af op de bank voor de televisie, totdat één van beide heren (meestal Richie) een ingenieus idee krijgt om geld te verdienen of de dag door te komen. Tijdens mijn middelbare schooltijd werden ze op TV uitgezonden door de VPRO, maar enkele jaren terug vond ik de dvd’s in de eerder genoemde budgetbak en ik vond het uitermate rustgevend om, na een zware stagedag, een aflevering van Bottom op te zetten.

Briljant zijn de afleveringen waarin Eddie en Richie gaan kamperen (Bottom’s Out), een alternatieve tijdsbesteding zoeken bij gebrek aan televisietoestel (Culture) en wanneer een wanhopige poging wordt gedaan te verdoezelen dat de heren gas tappen van de buren (Gas). Bijna alle afleveringen spelen zich af in het appartement van de heren. Ze doen veel met weinig: het draait vooral om de interactie en het decor doet er verder niet veel toe, totdat er geweld moet worden gebruikt dan. Steeds werken de twee losers zich op andere manieren in de nesten en – hoewel het niet de bedoeling was dat de serie daarmee definitief zou eindigen – Carnaval, de laatste aflevering van het derde seizoen, betekent een passend en volkomen over de top einde.

Hoogtepunt van de serie is echter – voor mij – de eerste aflevering van serie 3. Hole speelt zich voor de verandering niet af in de woonruimte van de heren, maar bovenin het grootste reuzenrad van Europa (dat de volgende ochtend opgeblazen zal worden). Het enige wat we zien zijn de twee heren in een metalen constructie die voor reuzenrad moet doorgaan en een foto van London bij nacht op de achtergrond. Eddie en Richie lijken beter met elkaar op te kunnen schieten dan ooit tevoren. Maar als duidelijk wordt dat de heren vast zitten in het reuzenrad, breekt paniek uit. De (voormalig) eigenaar van de attractie blijkt Eddie en Richie te haten en simpelweg tot de volgende ochtend wachten staat gelijk aan een zekere dood. Hoe komen de heren in hemelsnaam uit het reuzenrad. Alle opties worden overwogen: klimmen, springen en uiteindelijk wenden ze zich tot religie. Het einde van de aflevering is het flauwste stuk televisie dat ik ooit heb gezien, maar dat maakt het eigenlijk ook briljant. In een krap half uur passeren alle emoties en dit zonder ook maar één decorwisseling. Deze aflevering zit vol met flauwe woordspelingen die de dialogen in Bottom kenmerken (in een discussie: “I can see your point.” “Well it’s these new trousers.” of, bij het uitchecken van twee “mokkels” op de kermis: “Well, how do I look?” “Well, with your eyes!” of als Eddie Richard waarschuwt voor een gegooide steen: “Duck!” “Where?”). Het is waarschijnlijk de simpelste aflevering, maar in zijn simpelheid ook de meest ambitieuze.

Natuurlijk kent ook Bottom zijn mindere momenten, maar dat kan ook gezegd worden van bijvoorbeeld Little Britain en My Family. Hoewel er genoeg leuke series te vinden zijn in de collectie (als ik er nog één mag aanraden: Lead Balloon is een leuke serie met een cynische comedian die veel te veel liegt), is een BBC Comedy Collection zonder Bottom wat mij betreft dan ook een incomplete collectie (overigens ontbreekt bijvoorbeeld ook That Mitchell and Webb Look). Of zoals Richie zegt als Eddie na lang worstelen toch maar bollocks invult bij ijzerhandelaar, zes letters in het kruiswoordraadsel in de krant: Let’s do it properly or not at all! Waarop Eddie de krant verscheurt en roept zegt: Alright, not at all then!

Russell Brand over huisdieren

De onder conservatieven Britten verguisde komiek, Russell Brand, heeft het vliegtuig naar Amerika gepakt (waar hij overigens ook verguisd wordt nadat hij bij het presenteren van de MTV Awards Bush uitschold en de kuisheid van de Jonas Brothers belachelijk maakte). Inmiddels gaan er geruchten dat Brand de broer van Captain Jack Sparrow gaat spelen in een nieuwe Pirates trilogie…

In Engeland wordt alles met Russell erin van BBC TV en radio gehouden. Dus Brand als teamcaptain bij Never Mind The Buzzcocks zien we voorlopig nog niet, en het radioprogramma is definitief gecancelled. Inmiddels gaan er stemmen op om Brand (en Ross) in ere te herstellen… Zelf denk ik dat de Britten daar nog niet aan toe zijn. In ieder geval koestert Andrew Sachs, bij wie Jonathan Ross en Russell Brand de gewraakte voicemailberichten achterlieten, geen wraak meer, en ook de kleindochter (om wie het allemaal ging) heeft inmiddels genoeg geld verdiend en vindt dat Brand en Ross niet ontslagen hadden moeten worden.

Gelukkig hoeft Channel 4 zich niet aan de BBC-normen te houden en zenden zij gewoon de nieuwe stand-up show van Brand uit. Een zesdelige serie met TV-fragmenten en Brand die deze fragmenten op scherpzinnige wijze analyseert. Hieronder de eerste aflevering van het tweede seizoen, over huisdieren. Hilarische analyses van een man met een leeuw, een vrouw met een paard, een zelfmoordpapegaai, een heel gemeen hondje en een man die zijn duiven verft. Dit is Russell op zijn best!

Deel 1Deel 2Deel 3