Interview Saskia de Coster

ORIGINELE VERSIE OP ANS-ONLINE hierrrr >>

Tot in den treure trok ze baantjes om haar ideeëncompost te ordenen. Daaruit ontstond het onlangs verschenen ‘Dit is van mij’. In gesprek met schrijfster Saskia de Coster, die zaterdag 28 november in het literaire water van het Wintertuinfestival in Nijmegen zal duiken. ‘Ik heb goede herinneringen aan de Wintertuin, het was één van mijn allereerste optredens.’

‘Van tequila krijg je toch een kater.’ Met die woorden haast schrijfster Saskia de Coster zich het wegrestaurant Konmar aan de snelweg bij Antwerpen binnen. Een onwaarschijnlijke locatie voor de stijlvolle schrijfster. De buffetbar, zelfbediening en op de muur gekalkte teksten als ‘where meat is in, angry is out‘ rijmen niet met de surrealistische schrijfstijl van De Coster, waarom wilde ze juist hier afspreken? ‘Dit schijnt het lelijkste restaurant van Antwerpen te zijn, ik wilde het wel eens zien.’

Al die jaren heb ik geprobeerd scherp te stellen op Jade, maar nooit was de focus juist. Jade is rook. Rook waaraan ik verslaafd ben. Was. Een warme gloed door mijn lijf die aan me begon te vreten als een kanker.
Vanaf vandaag wordt alles anders. Alle deuren ter wereld zullen voor mij opengaan als ik er voorbij loop. Zo is dat. (blz. 7)

Zo besluit Jakob zijn leven weer te claimen. Deze poging lijkt tevergeefs, zijn grote liefde Jade – een ongeleid projectiel dat alleen aan haar eigen kunst denkt – zadelt hem op met een Roemeens vakantiekind. In Dit is van mij schrijft Saskia de Coster voor het eerst vanuit een mannelijk perspectief. Jakob is het ogenschijnlijke tegenbeeld van De Coster. ‘Het was een uitdaging om vanuit zijn ogen te kijken’, vertelt ze. ‘Van nature wachten mijn personages erop te ontploffen van hun hoeveelheid energie. Ik kan me verschrikkelijk ergeren aan mensen die maar wat zitten te suffen. Anderzijds heb ik in mijn vriendenkring ontzettend veel mensen die op Jakob lijken. Omdat ik er niet onverschillig tegenover sta, kan ik het verwerken tot een verhaal.’
‘Voor mij is Jakob geen totale loser.’ Ze lacht: ‘Op het eerste gezicht wel. Hij heeft geen job, hij loopt al heel lang aan te modderen. Toch ben ik niet vanuit een karikatuur vertrokken van de sukkel die op zijn stoel zit te prutsen. Het Brusselmansachtige nietsdoen is niet mijn manier van schrijven, ik kan niet alsmaar hetzelfde blijven beschrijven. Dat vind ik saai.’

Destructieve relaties, zoals die tussen Jade en Jakob, vormen vaak het uitgangspunt van uw boeken. Is dat uw beeld van de liefde?
‘De relatie tussen Jade en Jakob bestaat louter vanuit het standpunt van Jakob. Voor haar is die relatie veel onbepaalder. Ze is een projectiel dat op haar eigen doel afstevent en Jakob slechts gebruikt om dat doel te bereiken. Het is een complementaire relatie, ze vullen elkaar aan.
‘Ultieme liefde, waar je je helemaal in kunt smijten, is op een bepaalde manier heel akelig. Je kunt jezelf erin verliezen. Als er een verlangen in liefde is, is dat om ergens volledig in mee te kunnen gaan en verdwijnen. Mensen willen toch niet altijd zichzelf zijn? Dan bestaat het gevaar dat je beseft: “Ik weet eigenlijk niet meer waarom ik daar zo achteraan liep.” Dan sta je met lege handen. Ultieme liefde heeft een beperkte houdbaarheidsdatum.’

Hoe is het verhaal ontstaan?
‘Boeken ontstaan bij mij altijd uit het compost van vorige verhalen. Ik heb altijd een back-upplan als ik aan het schrijven ben. Ik kan hier vaak geen gebruik van maken. Uit de afvalbak van ideeën haal ik de goed groeiende parasieten die de basis vormen van volgende boeken.’

Net als Jakob heb je bijna obsessief baantjes getrokken, zei je op Kunststof Radio. Kon je zo vorm geven aan het verhaal?
‘Ik deed dat soort dingen al als kind, om mezelf te harden. Wanneer het keihard hagelde liep ik buiten. Als ik een steentje in mijn schoen heb, blijf ik vooral doorlopen. Het is zelfkastijding, net als schrijven. De herhaling ervan is ook een masochistisch genoegen, het is niet plezant. Ik dwing mezelf over grenzen te gaan. Ik besluit niet tien lengtes te zwemmen, dat is voor mij niet spannend genoeg. Het is een heel interessante manier van werken.’

Het Wintertuinfestival, waar u zult spreken, heeft als thema Vrij Zwemmen.
‘Dat wist ik helemaal niet! Ik dacht dat het over retoriek ging. Maar het is perfect, want ik heb een speech geschreven die gaat over zeepaarden. Het zal een intergalactisch toeval zijn. De speech is geschreven voor de grote leider van de zeepaarden, die zijn volk wil heropvoeden. Hij vindt eigenlijk dat ze veel meer seks moeten hebben. Ik heb goede herinneringen aan de Wintertuin, het was één van mijn allereerste optredens.’

Sinds begin deze maand vervangt u Aaf Brandt Cortsius als columnist voor de nrc.next. Leren we hier de huis-tuin-keuken Saskia de Coster kennen?
‘Mijn aandachtspunt ligt daar niet echt, alhoewel ik me geweldig kan verliezen in ongelooflijke banaliteiten.. Ik denk dat de columns een soort van flitsen worden van dingen die mij enorm opvallen of storen of waarvan ik denk: “Ja, natuurlijk is dat een allesomwentelende revolutionaire poging tot verandering van de wereld.”’

Gaat u geëngageerd schrijven?
‘Ik spreek me graag uit. Toch erger ik me wel eens aan het feit dat mensen altijd een mening hebben. Als je een column hebt, doe je daar natuurlijk zelf aan mee. Maar vierhonderd woorden, dat is eigenlijk niet zo veel. Ik heb ook columns geschreven voor De Standaard. Die waren langer en daarin kon ik echt een punt maken. In een boek is het voor mij moeilijker om geëngageerd te schrijven.’

U heeft ook een brief geschreven waarin u zich uitgaf als de voormalig voorzitter van de Boerenbond in België. De huidige voorzitter pleitte ervoor om meer vlees te eten. Was dat ook geëngageerd schrijven?
‘De vraag is waar engagement ontstaat en waar ergernis. Ik heb die brief zeker vanuit een soort ergernis geschreven. De enige reden waarom die voorzitter die brief schreef, was omdat hij een koeienfabriek heeft. Dat was zo doorzichtig, weinig subtiel. Ik dacht: “Dan ga ik ga ook weinig subtiel doen en draai ik de zaak gewoon helemaal om.” Waarschijnlijk is dat dan engagement omdat dat doorzichtige mij stoort. Het was eigenlijk gewoon een grap.’

Die grap viel niet in goede aarde. Heeft dat nog gevolgen? Moet u de cel in?
‘Het is nog niet gedaan. Ik moet binnenkort weer voor de rechter verschijnen. De zaak is opnieuw begonnen omdat het openbaar ministerie heeft geprotesteerd tegen de beslissing van de Raad van State. Ik wil eigenlijk vragen of ik de cel in mag, ik heb echt al genoeg betaald. Maar dat gaan ze niet doen. Uiteindelijk zal ik nog meer moeten betalen.’

Een brief schrijven als naam van iemand anders, dat klinkt als een goede studentengrap. Was je in je studententijd ook zo opstandig?
‘Ik was nogal verward. Ik wilde voor mijn negentiende mijn meesterwerk hebben geschreven, wat me niet lukte. Dat heb ik de rest van mijn studententijd verdrongen. Ik heb Germaanse talen gestudeerd in Leuven. Het is de enige periode waarin ik niet geschreven heb. Dat heeft eigenlijk ook met mijn natuur te maken. We gingen de hele nacht uit, nachten na elkaar. Ik heb me enorm geamuseerd. Als je dan om zes uur ‘s morgens wilt gaan schrijven, dan is het echt een ramp. Er zijn veel mensen die zeggen dat de studententijd is het hoogtepunt van hun leven, maar dat is echt niet waar.
‘Als student kun je alles doen, maar in de echte wereld kom je uiteindelijk bij justitie terecht. Als schrijver kijk ik vanuit dat studentikoze perspectief. Brandende wc-rollen uit het raam gooien, dat is gewoon mooi en zeker niet rampzalig. Dat gevoel had ik als student ook al.’

Wat kunnen we in de toekomst nog verwachten?
‘Waarschijnlijk word ik na de uitspraak van de rechtbank in een vergeetput gegooid en wordt er pek over mij gestort. Maar ik ben samen met fotograaf Johan Jacobs een film aan het maken. Daarvoor zijn we nu aan het schrijven en Johan wil eigenlijk dat ik meespeel. Ik weet niet of ik dat een goed idee vind.
‘In november verschijnt er een graphic novel van mij en Nicolas Provost. Het is niet vergelijkbaar met Fokke en Sukke. Het zijn mooie foto’s van alle continenten. Ik heb daar teksten bij geschreven.’

Komt er ook een nieuw boek uit de ideeëncompost?
‘Het wordt groot en dik en zal een nogal platte sfeer ademen. En het gaat om generaties, in een stad. Dus geen duo’s meer maar trio’s, quatro’s en alle mogelijke combinaties. Het wordt in feite een grote soap.’

Tekst: Stefan Meeuws en Timo Pisart
Foto’s: Klaas van der Pijl

Saskia de Coster wordt zondag 15 november in het Vlaamse Arsenaal geïnterviewd over Dit is van mij en het thema ‘eten’, tevens is zij zaterdag 28 november te gast bij de Wintertuin. Dit is van mij ligt in de betere boekhandel.

Het lelijkste restaurant van Antwerpen

De heenreis (Nijmegen – Antwerpen-Zuid) duurde al even, maar toen had ik in ieder geval iets te doen.  De terugreis duurde drie kwartier langer. De overwegen tussen Tilburg en Den Bosch waren kapot. Gelukkig had ik tóch mijn laptop meegenomen. Dat betekende een paar extra kilo’s in mijn tas en nu talloze mogelijkheden tot vermaak. Vanaf Tilburg moest ik namelijk alleen terug reizen. Laat ik het zo zeggen: de film die ik keek was in Nijmegen bijna afgelopen – en we waren al een tijd stapvoets aan het rijden. De overwegstoring is denk ik dan ook de meest vervelende storing of them all. Je rijdt namelijk wel, maar tergend langzaam. Zodoende heb je helemaal niet door dat je drie kwartier vertraging oploopt, maar het duurt wel lang. Overigens stond in Den Bosch op de borden dat de trein een kwartier vertraging had, maar dat was magic by NS ™.

En ik kwam al uit Antwerpen. Ik ben niet bepaald fan van late night treintochten, heb ik besloten. Bovendien had ik vanaf Roosendaal dorst en géén drinken bij me. In Roosendaal was de Kiosk al gesloten en zodoende moest ik tot Nijmegen wachten voordat ik iets kon drinken. Op Nijmegen Centraal was de AH To Go uiteraard 2 minuten dicht. Ik moest toch nog even langs mijn kamer (waarvoor ik nu nog 20 minuten had), dus pas daar werd ik verlost van het droge gevoel van mijn mond. Dat krijg je als je friet in snackbar Beirut (waar ze overigens geen Beirut draaien) in Antwerpen gaat eten: daar krijg je veel dorst van. Dat is in Nederland ook, maar daar hoef ik vervolgens niet drie uur in de trein te zitten om thuis te komen.

Beirut is overigens niet het lelijkste restaurant van Antwerpen (wellicht wel de lelijkste snackbar). In ieder geval niet volgens Saskia de Coster. Dat was deze Conmar. Waarom we naar deze niet al te gemakkelijk te bereiken lokatie moesten komen? Zelfs als we ‘etters’ waren geweest, dan had ze in ieder geval een keer dit lelijkste restaurant gezien. En wij nu dus ook. Het interview zelf, overigens erg leuk om af te nemen, leest u binnenkort op ANS-online.

BC: Eeuwige Roem (Saskia de Coster)

Mijn categorie Boekenclub (in de wandelgangen ook wel “De Literaire Bedwetter” genoemd) is nu niet bepaald de meest gevulde. Concrete ‘boekbesprekingen’ zijn tot dusverre alleen van een drietal Engelse boeken verschenen (Adams, Wyndham en Rowling) en de eerste luttele pagina’s van een Russisch ‘meesterwerk’. Dat kan ik natuurlijk niet maken, als neerlandicus / letterkundige. Als het aan mijn blog ligt, komt daar vanaf heden verandering in. Nu hopen dat Stefan meewerkt… ;)

Saskia de Coster – ‘Eeuwige Roem
Ik vind Saskia de Coster een beetje vreemd. Maar dat moet ook. Ik vond het vorig jaar verschenen ‘Held’, om de slogan van een drankje dat ik nog nooit heb gedronken te citeren ‘een beetje vreemd, maar wel lekker.’ Het boek was lekker absurd. Ook las ik recentelijk een aardige column van haar in ‘Next One’, het nieuwe gratis magazine bij ‘NRC Next.’ Maar ‘Eeuwige Roem’… Daar kan ik niet zoveel mee.

Babs en Julie hebben allebei een minder geslaagde jeugd: de een heeft een alcoholiste als moeder, de ander verliest haar zusje op jonge leeftijd. Julie heeft als levensdoel het wereldberoemd worden, Babs wil haar Boek vol Wijsheid voltooien. Wanneer Babs van huis wegloopt kruist haar leven even met dat van Julie. Als de twee elkaar een hele tijd later op een feestje treffen en een onenightstand beleven, is volgens de achterflap een vriendschap geboren ‘die geen lezer onberoerd zal laten.’

Maar dat doet ie dus wel. De Coster schrijft nog steeds fantastisch mooie zinnen en vaak ook met gevoel voor humor. Maar nergens grijpt het (uiteindelijk fatale) verhaal me echt aan. De zoektocht van de twee meisjes naar ‘Eeuwige Roem’ is niet mooi, niet dramatisch, niet indrukwekkend en ook niet bijzonder grappig. Het is vooral een beetje vreemd. Maar dat is niet genoeg. Teleurgesteld druip ik af. In een hoekje blader ik nog eens door ‘Held.’ Ik troost me met de gedachte dat er blijkbaar wel een stijgende lijn in het werk van De Coster zit.

twee uit vijf