De week in 7 geluiden (zes liedjes en één podcast)

De week in zeven geluiden (zes liedjes en één podcast):

1. The Decemberists zijn terug

Fijn! De epische verhalenvertellers / folkamericanarock band The Decemberists komen met een nieuw album. De eerste single, getiteld Make You Better is – net als het vorige album The King Is Dead vrij simpel van opzet, maar wordt toch steeds gelaagder. En zo’n refrein hoor je toch niet in ieder liedje:

Cause we’re not so starry-eyed anymore / Like the perfect paramour you were in your letters / And won’t it all just come around and make you / Let it all unbreak you to the day you met her / But it’d make you better / It’d make you better

Dat euforische gevoel in het laatste refrein is verslavend. En dus ben ik enthousiast. Het hele album bevat vast weer extreem breed opgezette tragische verhalen over misdadigers en figuren, verpakt in mooie liedjes. What A Terrible World, What A Beautiful World verschijnt in januari, in februari komt de band naar Nijmegen (en Amsterdam). Ik ben erbij. Wie nog meer?

Lees “De week in 7 geluiden (zes liedjes en één podcast)” verder

Ane Brun verliest zich in grote gebaren

Technisch gezien viel er weinig aan te merken op Ane Bruns show op het buitenpodium van Roepaen. Goed, misschien stonden de piano en de gitaar soms wat hard en overheerste de basgitaar af en toe wat veel. Maar daar kan ik niet boos om worden. Haar stem was loepzuiver, de band speelde voortreffelijk en de samenzang was van de bovenste plank. En toch ging ik een beetje teleurgesteld naar huis.

Ik volg Ane Brun namelijk al een tijdje. Toen ik haar vier jaar geleden – ook in Ottersum zag – speelde ze in haar eentje voor een overvolle kapel. Het sneeuwde buiten, dat weet ik nog. Inmiddels is er veel gebeurd en is Ane Brun zoals dat heet “doorgebroken” – tot op zekere hoogte dan want een echte hit blijft uit. Op tournee met Peter Gabriel, een succesvol album met een grootser geluid en optredens op tv (van Paul de Leeuw tot DWDD alleen al in Nederland). En het is haar gegund. Ze heeft hard gewerkt en nu het succes dan komt, moet ze er ook van genieten. Dat je bijvoorbeeld wat meer lampen op hangt om sfeer te maken, dat je een assistent bij je hebt die je gitaren stemt en aangeeft. En dat je je af en toe beperkt tot zingen en dansen, in plaats van de hele tijd al die liedjes te spelen op gitaar.

Het is haar gegund, maar toch smaakte er iets verkeerd gisteravond – en het was niet de Korenwolf (uiteraard niet de Korenwolf). Bij opkomst was het al even slikken – Brun droeg een wit gewaad met capuchon – ze leek weggelopen uit een Nomadengroep. Met armgebaren die afgekeken leken van Guy Garvey van Elbow zong ze feilloos These Days en It All Starts WIth One. Feilloos, maar niet echt subtiel. Af en toe kwamen de woorden wat lomp over haar lippen, alsof ze extra haar best wilde doen. Lomp ja. Niet subtiel. Zo ken ik haar niet.

Ik kreeg een beetje het gevoel alsof ze een arenashow voor 500 man aan het spelen was. Het moest allemaal uitvergroot, theatraal, en dat was niet helemaal op zijn plaats in een klein Limburgs dorpje.

Daar komt bij dat het even duurde voordat Ane zelf ontdooide. Met een koeltjes “Thank You” en een compliment voor de sfeervolle entourage werden we in eerste instantie afgescheept. Terwijl Ane Brun al twee keer eerder in de kapel van Roepaen heeft gespeeld, zegt ze hier vertwijfeld “I think I’ve been here before maybe.” Alsof ze zoveel shows heeft gespeeld dat ze het niet meer weet (wat natuurlijk zou kunnen, maar dan moet ze misschien eens op vakantie, dat is ook genieten)… Terwijl Roepaen nota bene een van de eerste podia buiten Scandinavië was waar ze optrad. Het komt allemaal een beetje afstandelijk over.

Ze komt pas los als ze begint te vertellen over haar zwemavontuur in de Niers, het riviertje naast Roepaen. Dan schenkt Ane ons voor het eerst haar signature glimlach die ik tot dan toe nog niet had gezien. Even later verwijst ze – per ongeluk – naar datzelfde riviertje in een publiekmeezingmoment als “the sea”. Daarvan schiet ze zelf in de lach. Ze zegt dat ze zojuist een “magical moment” heeft verpest. Dat mag ze vinden, maar ik vind het het echtste moment van de avond. Pas hier voel ik iets van verbinding tussen publiek en artiest. Misschien ligt dat aan mij hoor. En als ze even later oprecht uit haar dak lijkt te gaan op Do You Remember, vergeef ik haar spontaan de opgeklopte arrangementen van Humming One Of Your Songs en This Voice. Een oud nummer dat wel goed klinkt in de moderne setting is Balloon Ranger. Ik snap best dat het zonde is om twee drummers, twee achtergrondzangeressen en een keyboardspeler mee te nemen en ze dan de helft van de tijd niet te gebruiken, maar het moet niet ten koste gaan van de schoonheid van de nummers, lijkt me?

Verder worden er vrijwel alleen maar nummers gespeeld van It All Starts With One en dat is eigenlijk wel jammer. Niet dat dat geen mooie cd is, maar hij is zo groots en vol en dat is live alleen maar meer zo. De mooiste momenten gedurende de avond zijn de breekbare momenten. En waar er vier jaar geleden bijna alleen maar van dat soort mooie momenten waren, zijn er hier maar een paar. Als ze een liedje in het Noors speelt, samen met een achtergrondzangeres. En als ze Undertow speelt (behalve dat de momenten waarop de muziek aanzwelt het nummer doen verdrinken in een onevenwichtige geluidsmix – jammer weer).

Als Ane – zonder muts op nu – na veel wikken en wegen (behalve dat de gitaartechnicus haar gitaar al vast meeneemt aan het eind van de eerste encore) toch terugkomt voor een laatste nummer roepen diverse fans uit het publiek om bepaalde nummers. Vooral nummers van oudere cd’s (want die zijn immers maar in beperkte mate langsgekomen). Treehouse roept er een. Rubber and Soul roept een ander. Ja, dacht ik. Rubber and Soul. Dat nummer leverde bij haar vorige concert nog zo’n mooi meezingmoment op. Maar Ane laat zich niet van de wijs brengen en speelt de Arcade Fire cover die ze gepland had. Ook heel mooi. Maar een uitvoering van een nummer als Rubber and Soul, een klassiek nummer van Ane, alleen op gitaar, breekbaar maar sterk, mooi gezongen maar ook technisch heel sterk… Zo’n nummer had de avond compleet gemaakt.

Ik gun Ane haar succes. Maar ik hoop echt dat Theatrale Ane Brun een fase is. En dat ze niet vergeet dat ze op haar best is als ze zingt, speelt en het publiek inpakt met mooie verhalen – al dan niet gezongen. Kortom: iets meer balans in de show en het was een hele mooie avond geweest. Nu verloor Ane Brun zich in grote gebaren en dat vonden sommige mensen misschien heel erg mooi. Maar ik was niet naar Ane Brun gekomen omdat ze grote gebaren maakt, maar omdat ze voor mij de ideale mix was tussen breekbaar en sterk, tussen slim en spontaan. Iemand die de zaken goed heeft geregeld qua muziek (eigen label, eigen wil), maar wel breekbare liedjes schrijft. Zonder die theatrale outfit en aankleding kan ze ook een hele mooie show neerzetten. Dat heb ik haar zien doen zelfs – de vorige keer dat ik haar zag. En die Ane Brun, die niet op theater vertrouwd maar op de verbinding tussen fan en artiest, die de muziek en haar persoonlijkheid het woord laat doen en daarmee moeiteloos een staande ovatie afdwingt… Die Ane Brun heb ik afgelopen vrijdagavond maar heel even gezien. En dat is verdomd jammer. Vind ik dan.

Dat grootse muziek geen afstandelijke show hoeft te creëren, bewees Susanne Sundfør mij al meerdere keren live het afgelopen jaar. Misschien dat zij een keer met Ane kan gaan praten?

 

When? Over een maand

Over precies een maand verschijnt het nieuwe album van de nog steeds in veel landen schandalig onbekende Susanne Sundfør. Na het fantastisch mooie maar bij vlagen nog best pittige The Brothel, staat voor 26 maart de opvolger The Silicone Veil op stapel. Op het album vindt een sonische botsing plaats tussen de ‘antieke’ wereld en die hedendaagse, zo laat Sundfør weten. Haar spookachtige stem en de toetsen die ze bespeelt, dat zijn de eeuwige waardes, maar daar doorheen lopen moeilijke ritmes en geluidseffecten die we op The Brothel ook al af en toe hoorden.

Op de opvolger van The Brothel staan tien nummers, waaronder één liedje dat ik al twee keer live heb gehoord maar nog niet op cd is uitgebracht. Het was dan ook de vraag wanneer ik When in studio-uitvoering zou kunnen horen. Antwoord: over een maand dus. Dat is fijn, want When is namelijk een onbeschrijflijk mooi liedje.

De eerste single mag er overigens ook wezen. White Foxes is een nummer dat pas bij de tweede keer luisteren binnenkomt. De video (en in mindere mate de muziek) is op de een of andere manier unsettling zonder dat helemaal duidelijk wordt waarom – op tv zijn dagelijks ergere beelden te zien. Susanne (slechts enkele maanden ouder dan ondergetekende, maar wat staat daar een sterke vrouw zeg!) staat in een ancient bos piano te spelen terwijl een jongen met een dode vos loopt. In de hedendaagse, silicone wereld rijdt iemand op een motor en wordt een man aan zijn hersenen geopereerd – ook hier volop verwijzingen naar de vossen uit de titel.

Geen instant floor filler, maar wel een bijzonder intrigerend nummer en dito video (full-screen kijken dus). Mijn verwachtingen voor het ongetwijfeld weer moeilijke album zijn nu echt torenhoog…

Susanne Sundfør betovert

De afgelopen paar dagen (donderdag, vrijdag) woon ik weer even bij mijn ouders. Niet dat ik helemaal niet in Nijmegen kom, maar alleen voor de leuke dingen des levens. Toen ik donderdagmiddag door het dorp fietste waar ik toch zo’n veertien jaar fulltime heb gewoond, realiseerde ik me dat het leven hier zo slecht niet nog is. En dat ik zo, tussen twee banen in, bijna niks hoef. En dat dat eigenlijk voor het eerst in twee jaar zo is.

Ik kan niet wachten tot ik kan beginnen bij mijn nieuwe baan, maar bijna twee weken even niks, dat is ook wel eens fijn. Dat geeft me een beetje de tijd om te reflecteren op wat ik tot nu toe heb gedaan en wat ik wil doen. Ik ben nu 25, immers, eerste baan achter de rug en op het punt om met de tweede te beginnen. Toegegeven, ik ben geen wereldburger die in London rustig aan zijn vijfde roman pent, maar ik zit wel op een carrièrepad wat me wel bevalt. Ik heb leuke vrienden en een leuk leven, al vergeet ik dat af en toe. Kortom, ik zal niet worden opgenomen in een boek met bijzondere levens, maar klagen mag ik zeker niet.

Blijkt dat Susanne Sundfør gewoon ook 25 is. Op het podium van Roepaen stond ze vrijdagavond in haar eentje sterk te zijn. Tussen de nummers door praat ze zacht, enigszins verlegen zelfs. Af en toe raakt ze op dreef en maakt ze een grapje. Over een nieuw nummer dat nog geen titel heeft (eerst bijna ironisch “yea, so that’s exciting!” om er schalks aan toe te voegen: “maybe I won’t even give it a title”).

Zodra ze echter begint te zingen is ironie ver te zoeken en is er alleen maar schoonheid: ze betovert. Dat is het enige woord dat ik er voor heb. Ze is vijfentwintig, maar ze is van alle tijden en ongelooflijk indrukwekkend. Die stem. Live nog veel mooier dan op plaat. Als ze staat te spelen straalt ze kracht uit, om die daarna weer even te laten gaan tot het volgende nummer begint.

Uiteindelijk gaat het natuurlijk om de muziek. Susanne speelt vooral werk van haar album The Brothel, waarin naast met prachtige melodie ook met duistere effecten wordt gespeeld. In het voorprogramma van Thomas Dybdahl in april had ze een complete band bij zich, nu vertrouwt ze op haar eigen vakkundigheid en mooie lichteffecten. Dat blijkt bijna net zo goed te werken – misschien is het zelfs beter voor de kleine nightclub in Roepaen. Sundfør zet een mysterieuze sfeer neer, al zijn er ook lichtere momenten gedurende de set. Dat is dan met name wanneer Sundfør ouder werk speelt. Die nummers klinken jonger, aardser zelfs. Susanne worstelt af en toe met de piano van Roepaen (“it has got a will of its own”), maar dat voegt alleen maar extra spanning toe aan het optreden.

De nummers van haar volgende plaat (getiteld The Silicon Veil) klinken – in de uitgeklede setting althans – als een logisch gevolg op The Brothel. Ook speelt Susanne een cover van Radioheads laatste album. Susanne scheurt net zo heerlijk tegen het valse aan als Yorke dat in het origineel van Codex doet. Ik vind persoonlijk dat Susannes stem veel mooier is dan Thom Yorkes vocaal, maar daarmee stoot ik vast wat mensen tegen het hoofd. De avond wordt afgesloten – terecht – met de wonderschone titelsong van haar actuele album. Met dit nummer wordt wat mij betreft aan alle verwachtingen voldaan.

Na een korte pauze keert Susanne nog een keer terug voor een plichtmatige encore. Er zijn maar veertig, vijftig mensen maximaal vanavond, maar een nummer wil ze nog graag spelen. Daarna verkoopt ze haar cd / lp bij de uitgang van de nightclub. Als ik mijn lp afreken en vertel dat we haar in april hebben gezien ben ik een beetje starstruck. 25 is ze, net als ik, maar zoveel meer getalenteerd. En ondergewaardeerd buiten de eigen landsgrenzen (net als… laat maar). Maar daar komt hopelijk gauw verandering in. Het is niet de makkelijkste muziek, maar wel oh zo mooi. Ik ben fan.

Ditisstefans Voorjaarsfestival

Ik geef het meteen toe: ik heb niet echt trouw mijn concertverslagencategorie bijgehouden de afgelopen maanden. Tijd voor bitesize terugblik van alle bandjes die ik sinds begin dit jaar heb gezien.

6 januari | Katía

Dit Nederlandse meisje begon in eerste instantie wat zenuwachtig aan haar set, zo leek het, maar haar stem werd er des te breekbaarder door. Engelse liedjes zong ze, in het voorprogramma van Carice van Houten presents Tom McRae in Vredenburg Leeuwenbergh. Een uiterst mooie opening van het nieuwe concertjaar. Aan het einde van de zomer presenteert ze haar album in Paradiso. (volledig verslag hier)

6 januari | Tom McRae & Matangi Quartet

Enigszins teleurgesteld was ik toen ik deze bijzondere samenstelling eind vorig jaar moest missen. Des te gelukkiger was ik toen Carice van Houten als eerste installment van haar concertreeks deze formatie presenteerde. Ditmaal wel kaartjes gekocht en met veel pijn en moeite huisgenoot Loet meegekregen. Als Carice van Houten nu binnenkort ook Turin Brakes uitgenodigd is ze echt de perfecte vrouw. Nu ben ik haar vooral heel erg dankbaar.

Het concert was overigens bijzonder goed. Het kwartet voegt zowaar iets substantieels toe aan de bijzonder mooie muziek van Tom. Hoewel ook enkele solonummers indruk maakten (My Vampire Heart was legendarisch), was het het samenspel dat de meeste indruk maakte. Toms vrouw was ook aanwezig, hij offerde immers hun trouwdagviering op voor dit concert. Maar je wordt dan ook niet iedere dag door een filmster uitgenodigd om te komen spelen. Wel in Toms dromen overigens – zo vertrouwde hij ons in het begin van de avond al toe. Hij blijft indruk maken, die man. (volledig verslag hier)

13 januari | Kraak en Smaak

Dansfestijn in Doornroosje met Kraak en Smaak. Normaal zou ik er misschien niet zo snel naar toe gaan, maar als je buiten je comfort zone stapt kun je blij verrast worden. Dat was vanavond zo. De combinatie van live muziek en beats beviel me goed. Het was zeker niet het concert om met een biertje te ondergaan of rustig in een hoeke te gaan zitten. In tegendeel: er moest gedanst worden.

15 februari | Tift Meritt

Tot mijn grote schaamte moet ik bekennen dat ik hier niks meer van weet. Tift Meritt was volgens mij al bezig toen we binnenkwamen. En het was al behoorlijk druk in Paradiso. Het was vast supervet.

15 februari | Iron & Wine

Des te meer indruk maakte Iron and Wine. Grote band, grote gebaren met kleine liedjes. Het was een grote muzikale tripervaring, bijna hypnotiserend. Typisch zo’n concert waar je vandaan komt met maar een gedachte: meer. Voor herhaling vatbaar dus, en een absolute aanrader. Onverwacht hoogtepuntje. Wel hoorde ik achteraf gezeur over de mix die niet goed zou zijn, het onnodig oprekken van nummers en minder indrukwekkend materiaal van het laatste album. Maar diegenen die dat zeiden waren duidelijk bij een ander concert. Zelfs als je je daar aan stoort, kun je moeilijk ontkennen dat een serie topmuzikanten een bijzonder mooie avond neerzetten en dat dat zwaarder telt dan eventuele geluidsproblemen die nauwelijks opvallen. Waarvan akte.

16 februari | The Secret Sisters

Niet zo’n geheime zusters en hoewel er vast een publiek is voor hun retrocountry, waren wij dat niet. Schattig waren ze wellicht, zingen konden ze ook, maar hun combinatie van old-school covers en matige eigen nummers kon mij niet bekoren. Het is lang geleden dat ik me heb lopen ergeren aan een support-act, maar dit was heel erg niet mijn ding, om met Paulien Cornelisse te spreken. Wel leuk: Katía (zie boven) deed de merchandise.

16 februari | Ray LaMontagne & The Pariah Dogs

Opmerkelijk: de bijzonder verlegen Ray LaMontagne heeft zijn sociale stoornis overwonnen. Srak hij de vorige keer in Utrecht slechts eenmaal Thank You, nu maakt hij bij tijd en wijle zelfs een grapje – bijvoorbeeld over het feit dat hij volkomen buiten adem is geraakt bij het zingen van het vorige nummer.

We krijgen voornamelijk nummers van de nieuwste cd te horen in Vredenburg (mijn bezoekdebuut van de rode doos, overigens). Dat is best jammer, want die zijn minder mooi dan het oudere werk van LaMontagne. Toch maakt LaMontagne indruk, vooral als hij met zijn band in lange jams geraakt die de gehele zaal naar een climax brengen.

Nog jammer-der is het dat The Secret Sisters ook een paar nummers mogen meedoen. Twee matige countrycovers de mooie toon die is gezet na Like Rock & Roll and Radio. De slome versie van You Are The Best Thing maakt aan het eind veel goed, maar het was enigszins schreinend dat de meeste impact werd gemaakt door de enigszins verplichte uitvoering van Trouble in de encore. Op dat moment realiseerde ik me weer hoe goed Ray feitelijk is. En dat was het einde van het concert.

18 februari | OIIO

Mijn eerste huiskamerconcert, en het beviel erg goed. De muziek van OIIO doet het goed in zo’n intieme setting. De juiste combinatie van akoestisch geweld en effectief gebruikte euh, effecten. Mij hoor je niet klagen. Volgens mij waren alle aanwezigen wel te spreken over de avond. OIIO speelde het nieuwe album It’s Still There integraal. Daarna werden we nog getrakteerd op een nieuw nummer, dat volgens mij nog mooier was dan hetgeen we daarvoor hoorden. De mannen uit het gezelschap hadden eerder de beharing van The Secret Sisters dan van Ray LaMontagne en Iron & Wine, maar voor de rest zat het wel goed met het folkgehalte deze avond. Check hier de foto’s en meer info.

1 april | The Pins

Een enthousiaste britrock band uit Engeland, in het voorprogramma van mijn favoriete band. Enigszins onverwacht, maar ze gingen er vol voor en warmden het toch al niet koude zaaltje in Bishop’s Stortford op. Erg lekker en veel beter dan in eerste instantie verwacht. Het smaakte naar meer, maar helaas speelden ze maar één avond. Volgende keer mogen ze van mij een volledige set spelen in plaats van een klein half uur. Check hier hun website en hun video voor de single Just Fine.

1/2 april | The Iron Door Club

Ja en deze band mocht dus twee avonden support zijn. Ze speelden een aantrekkelijke vorm van retropop. Denk jaren ’50 / ’60 van de vorige eeuw, hevig leunend op The Beatles en de slipstream van bands die de sound van die band probeerde te benaderen. De eerste avond klonk het voor geen meter (samenzang was vals, ritmische foutjes – overigens niet van de erg goede drummer – en matig geluid), alle sympathieke, noordelijke brutaliteit ten spijt. Eindelijk een beginnende band die wel durft te roepen dat mensen de cd moeten kopen en hoe ze heten. Sterker nog, na afloop komt de zanger (James) persoonlijk op me af om me een cd in handen te drukken. Ik had echter geen geld over voor merchandise. Dat maakte niet uit, vertrouwde hij me toe. De rest van de avond nog veel lol gehad in de pub. De zanger bleek namelijk de koning van de onderbroekenlol en niet zo goed tegen drank te kunnen.

De tweede avond maakte de band gelukkig muzikaal alles goed. Naar eigen zeggen had de band collectief een enorme hangover, maar muzikaal gezien was daar NIKS van te merken. Deze set was vrijwel perfect. De koortjes gingen in ieder geval goed en dat is bij dit genre erg belangrijk. Nu maakt de band dus ook muzikaal indruk. Voor iedereen die wat ouderwetse, afgeronde pop wil horen: check ze op Spotify.

2 april | Mozzy Green

Gothic folk, lijkt me de correcte omschrijving van het genre. In eerste instantie maakt het indruk – vooral single Robots doet het goed, maar op een gegeven moment wordt het een beetje eentonig. Hetzelfde truukje wordt ieder nummer opnieuw gebruikt: waar normaal de cello wordt gebruikt om een nummer mooier te maken, wordt het strijkinstrument hier gebruikt om spanning op te bouwen en stijlen te doorbreken. Daar word ik op een gegeven moment best zenuwachtig van. Als vervanger van de The Pins werd ik er niet bijzonder vrolijk van.

1/2 april | Turin Brakes

De reden waarom ik naar het godvergeten oord Bishop’s Stortford ben gereisd, in een bijzonder matig hotelletje heb geslapen waar de ene ochtend alleen maar koud water uit de kraan kwam en de andere ochtend alleen maar gloeiend heet water mijn huid bijna verbrandde. Maar het was het waard. Een of andere aftands zaaltje achter een verder erg gezellige pub. De geluidsinstallatie was niet bijzonder goed en het zaaltje nauwelijks de helft van de gemiddelde club. Dat was hard werken. Ik vind het stiekem wel leuk als mijn favoriete band hard moet werken. Het geeft de muziek iets rauws. Dat kan ik wel waarderen.

Qua setlist kregen we wat mooie klassiekers (Jet Trail, Stone Thrown) en leuke hits. Ook bleek dat single Sea Change een jaar na dato nog steeds een ideale opener is. Het begint rustig, maar aan het einde van het nummer is iedereen op stoom. Toch heb ik besloten dat ik niet meer naar een of ander matig inwisselbaar Engels provinciedorpje wil reizen voor puur mijn favoriete band. Tenzij het een festival betreft. Verder geef ik de voorkeur aan grote steden, of echt leuke stadjes. Niet omdat de concerten niet de moeite waard waren, wel omdat alles dicht gaat om 1 of 2 uur ’s nachts en er dan werkelijk niks meer te beleven is in zo’n dorp – tenzij je met de juiste mensen bent. Dat waren we nu gelukkig, maar ik weet niet of ik dat risico nog een keer wil lopen.

1 mei | Susanne Sundfør

Je komt naar Doornroosje voor een concert van Thomas Dybdahl. Dan moet je je nog wel even door de support act worstelen. Een of andere vrouw die vast heel mooie, lieve liedjes zingt. Ze komt het podium op met een verrassend grote band voor een supportact en begint een of ander vaag samenzang nummer vol call and response. Nou, het zal allemaal wel. Haar stem is goed, dat hoor je, maar de muziek is vaag. Bij het tweede nummer ga je toch wat verder naar voren om een en ander goed te horen. Sarcastisch merkt een van je metgezellen op dat normale bands zichzelf introduceren in plaats van meteen door te gaan naar het volgende nummer. Maar Susanne Sundfør is geen normale band. Het tweede nummer is iets toegankelijker, maar nog steeds best vaag, met rare beats en tempowisselingen.

Dan begint het derde nummer (Mean), het begint rustig met een loopje op haar elektronische piano. Voor het eerst neemt Susanne de moeite om eens flink uit te halen met haar stem. Kippenvel tot het einde van de set. Na een in eerste instantie wat raar begin, verovert Susanne Doornroosje met haar eigenaardige stem à la Nina Kinert en wellicht ook Björk. Het is geen makkelijke muziek, single The Brothel duurt 6 minuten, maar het loont de moeite er eens goed naar te luisteren. Haar stem is live nog krachtiger dan op plaat te horen is. Het is sprookjesachtig, tijdloos en prachtig. Het komt niet vaak voor dat ik na de support mijn kaartje al heb terugverdiend. Maar dit was heel mooi.

1 mei | Thomas Dybdahl

Thomas Dybdahl begint deze avond aan zijn nieuwe Europese tour, ter promotie van zijn nieuwe album Songs, wat een samenraapsel is van met name zijn eerste drie albums plus enkele recentere nummers. Vanavond horen we dan ook vooral nummers die zijn ontstaan in de eerste paar jaar van Dybdahls carrière als professioneel muzikant. Publieksparticipatie is er bij Cecilia, Dice (waarbij we met zijn allen een Elvis-melodie mogen neuriëren) en Party Like It’s 1929, waarbij enkele lieftallige dames het podium mogen betreden.

De hoogtepunten variëren van een intieme pianoballade als It’s Always Been You tot een opzwepende uitvoering van All’s Not Lost en de andere klassiekers uit het oeuvre van de Noor. Aan het einde van de avond kan ik niet anders dan verzuchten dat iedere concertavond zo mooi zou moeten zijn.  Maar daarmee leg ik de standaard onrealistisch hoog. Dat weet ik zelf ook wel.