Concerten: St Vincent, Smoking Feathers en Thomas Dybdahl

Afgelopen weken heb ik eindelijk (zo voelt het althans) weer eens wat concerten bezocht. Vier acts gezien, waarvan drie de moeite waard om in de titel van dit bericht te vermelden.

St Vincent + Bird on the Wire (Melkweg, 29 februari 2012)

Best lang geleden dat ik in de grote zaal van de Melkweg een concert bezocht. Wel ben ik nog met enige regelmaat in Paradiso geweest, maar Melkweg voelt als een eeuwigheid geleden. Ik sluit niet uit dat het Tallest Man On Earth in 2010 moet zijn geweest. Het recept van vanavond is wellicht het tegenovergestelde van een Noorse bebaarde man met slechts een akoestische gitaar; namelijk een bij vlagen grillige vrouw die soms explodeert tot grote hoogten en dan weer ingetogen is.

Voordat het zover is, eerst Bird On The Wire. Drie Nederlandse meiden die met Roosbeef-achtige (maar Engelse) vocalen sfeerbeelden schetsen. Dat is best leuk, ware het niet dat frontzangeres door lijkt te hebben dat het grootste deel van het publiek niet voor dit trio is gekomen en bij vlagen cynisch over komt. En dat terwijl je me hier toch in de Melkweg staat te spelen! Natuurlijk is het niet leuk dat mensen door je muziek heen lullen – maar dat gebeurt menig main act ook nog steeds. Cynisch kijken verandert al gauw in arrogantie en arrogantie bij een support act waar je nog nooit van hebt gehoord… Tsja, die voelt al gauw misplaatst. Complimenten voor de drummer overigens.

Het is ook niet eerlijk vergelijken natuurlijk, als St Vincent dan het podium op komt met haar band. Begint gewoon even een nummer en speelt dan gitaar alsof het haar nieuwe natuur is. En dan heb ik het niet over een soort van Feist-achtige lieflijke riffjes, maar wel over riffs met ballen die ik na een jaar oefenen nog niet zou kunnen. Mijn mond valt open tijdens opener Surgeon. Het betreft hier geen recht-voor-de-raap pop van drie minuten, maar wel indrukwekkende, intelligente rock met popvleugjes die constante aandacht vereist. In die zin is het optreden vermoeiender, grilliger en harder dan menig singer/songwriter neer zet, maar dat is voor de verandering erg lekker. De stroboscoop wordt niet geschuwd, maar uiteindelijk is Annie Clark vanavond gewoon het middelpunt. De rest van de band speelt mee, maar Clark gunt ze nauwelijks een blik – interactie is ver te zoeken: het betreft hier een spel tussen Annie en het publiek. Aan het einde van het optreden duikt ze zelfs het publiek in, drukt ze de gitaar in de handen van wat jongens en laat ze hen mee lawaai maken.

Ruimte voor rust is er nauwelijks – Year of the Tiger en Champagne Year zijn de enige rustpunten in een verder opzwepende set. Continu weet St Vincent echter te boeien, al hoop je toch stiekem dat ze op een gegeven moment de rest van de band in het spelletje betrekt. Zover komt het niet. Maar een mooie avond is het zeker.

Smoke Feathers + Thomas Dybdahl (Roepaen, 10 maart 2012)

Om onbegrijpelijke redenen (of eigenlijk: er was nog een ander concert) begint het concert van Dybdahl en voorprogramma Smoke Feathers pas om 10 uur ‘s avonds. Dat is balen voor mensen die voor middernacht nog de laatste bus naar de nabijgelegen grote stad (Nijmegen) dienen te halen. De bezoekersbezetting wisselt dan ook nog wat op de dag zelf, maar uiteindelijk ben ik samen met Mischa en een klasgenootje van de basisschool (jaja!) in Roepaen. Mensen met ouders in Ottersum kunnen namelijk gewoon in Ottersum blijven. Wel zo handig. Eindelijk zij we ook weer eens in de kapel. De meeste concerten die ik de laatste tijd bijwoonde, waren in de kapel. Nu dus niet.

Voorprogramma Smoke Feathers – vanavond als duo – werkt hard om serieus te worden genomen als nieuwe folkband en dat gaat niet onverdienstelijk. De teksten worden door de frontman – onder andere twee jaar in Guyana gewerkt als journalist in opleiding – uitgespuugd – bij tijd en wijle. Hier geen “I would like you if you’d like me too!” maar nummers met titels als Liberation Theology, maar teksten die variëren van “welbespraakt” tot “cynisch” (DJ on the Weekend). Op de cd die na afloop wordt verkocht, resulteert dat eerlijk gezegd in een wat middle-of-the-road-product: prima te luisteren met veilige instrumentatie. Live is het in de kleinschalige bezetting erg mooi om naar te luisteren – juist omdat er niet kan worden vertrouwd op piano maar slechts op gitaar, drum en zang. Daarbij wordt er genoeg gevarieerd qua ritme dat het de hele set leuk blijft. Even zijn we bang dat er alleen maar getokkeld gaat worden vanavond, maar juist op dat moment wordt er een lekker gitaar-strum-liedje gespeeld. Gelukkig. Aanrader dus. CD verschijnt officieel in april.

Main act vanavond is Thomas Dybdahl. Het concert wordt gegeven ter ere van het tienjarig bestaan van debuutplaat That Great October Sound, maar na het openingsnummer geeft Dybdahl al aan dat hij daar niet zo zin in heeft. Hij speelt gewoon om beurten een liedje van de plaat en moderner werk. Daardoor lijkt de setlist – eerlijk is eerlijk – vrij veel op die van alle andere concerten die ik van Dybdahl heb gezien en kent die verder geen verrassingen.

De bezetting is dat wel – enigszins – in plaats van de volledige band met door de wol geverfde muzikanten – is Dybdahl vanavond met slechts twee collega’s afgereisd. Dat maakt het voor de beginnende Dybdahl-adept misschien een lange zit, met intieme arrangementen. Waar normale Dybdahl live-concerten namelijk al gauw ontaarden in een funky feestje, wordt hier vertrouwd op bas, steel pedal en Dybdahls gitaar (en piano). Geen drum dus, en aangezien Dybdahl sowieso al veel verstilde momenten in zijn muziek stopt, wordt het een bijzonder zachte avond. Akoestisch, zo u wilt.

Natuurlijk mogen we gewoon meezingen bij Cecilia en Dreamweaver, maar Party like it’s 1929 komt toch net wat feestelijker over met volledige bezitting. Uiteindelijk speelt Dybdahl dan toch nog een geheel nieuw, onuitgebracht nummer. Dat werd tijd, aangezien Waiting for that one clear moment al ruim twee jaar oud is, en er daarvoor en daarna alleen maar (internationale) compilaties werden uitgebracht. Dybdahl lijkt dan ook al enige tijd bezig met greatest hits tours. Gelukkig duikt Dybdahl op korte termijn de studio in om een nieuwe cd op te nemen. Dat belooft nog wat te worden.

Vanavond valt Dybdahl in ieder geval weinig te verwijten. Dybdahl speelt weer mooi en lijkt het prima naar zijn zin te hebben en de arrangementen passen goed bij de nummers. De bas staat misschien wat zacht – waardoor die moeilijk te horen is, maar dat is dan ook echt de enige smet op de avond. Daar laten wij deze mooie avond niet door verpesten. En als de avond al niets anders met me doet, dan is het wel me laten hopen dat er nog talloze fantastische artiesten Roepaen mogen aandoen voor zo’n intiem concert. Altijd meer.

Naked Song Festival 2011: Naakt met een grote N

Dit artikel verscheen eerder op Stofwolk.net.

Intiem, akoestisch en breekbaar, op zaterdag 18 juni vond in Eindhoven het Naked Song Festival plaats. In de diverse zalen van Muziekgebouw Frits Philips zongen en speelden moderne troubadours alsof hun leven er vanaf hing. Een massale orgie was het niet – iedereen hield zijn kleren aan – maar genoten werd er wel.

Bijkletsen met I Am Oak

De avond begint al om 16:00 uur, als de eerste acts het festival openen. Op de bovenste verdieping is een Effenaar-podium ingericht, waarvan het geluid tot op de begane grond doorklinkt. Het is een misvatting, mocht je denken dat er deze dag alleen eenzame zielen op het podium staan. I Am Oak is in volledige bezetting aanwezig en heeft zelfs een drummer bij zich. Het moet geen pretje zijn om als drummer actief te zijn op het Naked Song Festival.

Er zit een zekere tragiek in het verplicht spelen van een gematigde begeleiding, maar deze drummer lijkt er allesbehalve verveeld door. Daarmee is hij nu al de drummer van de avond dus.

Helaas blijkt niet iedereen naar Naked Song gekomen om te luisteren. Het Effenaar-podium gaat automatisch over in foyer van de bovenste verdieping en er wordt dan ook flink gekletst, hoe goed I Am Oak ook zijn best doet. Daar komt bij dat het geluid van dit podium de hele avond een beetje tegenvalt. Aan het einde van de set worden we zelfs getrakteerd op een scheurende gitaar. Daarmee worden alle vooroordelen over het Naked Song Festival in één klap weggenomen: alles blijkt hier mogelijk.

Vroege topper

Het festival is zo ingericht dat iedereen de headliners kan zien. Het ene uur spelen er drie of vier kleinere acts op de kleinere podia, daarna kan iedereen verzamelen in Eindhoven Airport zaal om de headliners te zien. De zaal wordt om 17:00 uur geopend door Villagers – althans frontman Conor O’Brien en zijn toetsenist. De rest van de band is al in Utrecht waar die avond nog een concert wordt gegeven.

Conor en collega maken er echter geen haastklus van. Met subtiel Iers accent en dito pianobegeleiding spelen de heren nummers van het debuutalbum Becoming A Jackal. Ze blijken een vroeg hoogtepunt van de avond te worden. Net als de set wat in dreigt te kakken na enkele solonummers, komt de toetsenist terug en volgt een sterk slot. Bovendien worden we getrakteerd op veelbelovend nieuw werk. Het klinkt allemaal warm en verfijnd. O’Brien laat weten rock ‘n roll – inclusief hun eigen debuutplaat – vanaf nu te haten.

Belgische bandjes

Op het Effenaar-podium staat het collectief Oscar and the Wolf uit België. De drummer laat horen hoe mooi pauken kunnen klinken – al is dat het enige echt goed gebalanceerde aan de geluidsmix. Zo is de achtergrondzangeres nauwelijks te horen en staat de gitaar vrij hard. De nummers die de groep speelt zijn gelukkig prima aan te horen, waarbij mag worden opgemerkt dat de stem van de jonge zanger erg veel wegheeft van David Gray.

De luchtige noot van vanavond moet van Leddra Chapman komen, een Engelse zangeres die mooi staat te zijn op een klein podium op de eerste verdieping. Via de nooduitgang vluchten we naar de Rabobank-zaal, waar Spencer The Rover (ook een Belg) oudemannenmuziek staat te maken. Ritmisch pianospel dat blij vlagen doet denken aan bands uit de jaren ’50 en ’60, dat wordt opgeleukt door luchtige elektronische bliepjes en klassiekere begeleiding. Als hij bij zijn laatste nummer – ‘Without You’ – de gitaar erbij pakt, wordt het pas echt mooi.

Van monotoom tot melodrama

Terug naar de grote zaal, waar een schare fans zich heeft verzameld voor Fink. De vermoeidheid en de honger beginnen toe te slaan: het is nog best intensief om de hele avond luistermuziek te luisteren. Deze muziek loont zich alleen als je constant je aandacht erbij houdt, zo blijkt. Fink bewijst zichzelf geen dienst door met een moeilijk nummer te openen.

Sowieso concentreert Fink zich met name op werk van de nieuwe plaat ‘Perfect Darkness’, die af en toe wel heel erge emo-trekjes vertoont. Om die reden viel het optreden een klein beetje tegen. Misschien is het de te grote zaal? Finks monotone liedjes zitten vol met slimme details, maar die vallen een beetje weg als je op het balkon bovenin zit. Hoe dan ook, de echte emotie was deze avond (helaas) elders te vinden.

Bijvoorbeeld bij Teitur, al wordt daar nóg een manco van het format duidelijk. Mensen zijn gewend om bij een festival van zaal naar zaal te hoppen, maar als een singer/songwriter zijn ziel en zaligheid staat te geven, dan komt het vrij onbeschoft over om de zaal te verlaten (of later binnen te komen). Dat leidt namelijk enorm af bij de stille muziek die dit festival kenmerkt. Teitur laat zich er niet door kisten – al schiet hij één keer hoofdschuddend en deels cynisch in de lach als er door het open- en dichtgaan van de deur klanken de zaal binnenstromen van een band die het concept ‘Naked Song’ duidelijk minder serieus neemt. Terwijl Teitur feitelijk te mooi speelt om bij weg te lopen.

Teitur staat niet voor het eerst op het festival en vertelt op (gespeeld) onhandige wijze ironische, lange verhalen, maar blinkt uiteraard vooral uit in de prachtige nummers die dit festival op het lijf zijn geschreven. Teitur speelt een combinatie van ouder werk en werk van de nieuwe plaat – bijvoorbeeld ‘You’ll Never Leave L.A.’ en ‘Betty Hedges’. Hij speelt vol overtuiging, zonder zichzelf te serieus te nemen. Zijn stem is erg breekbaar, maar dit past mooi bij de vaak melodramatische melodieën, die wellicht de reden vormen waarom deze sympathieke man niet in de grote zaal staat.

De Faraöerse singer/songwriter sluit af met ‘You Get Me’, een verzoekje van het jongste lid van het publiek, en een nummer dat – zo hoopt hij met een brede grijns – hem “fucking rich” gaat maken, omdat Seal het net zeven keer in duetvorm heeft opgenomen. In de uitgeklede versie die hij hier speelt, kun je als je goed luistert de strijkers en de stem van Seal al horen.

Joan As Police Woman

De fragiele stem en emotionele overgave staan in schril contrast met Joan As Police Woman, die in de grote zaal haar vreugde laat blijken dat ze na maanden touren eindelijk weer eens zonder band mag optreden. “Everything’s gonna be really slow and emo today.” Dat blijkt.

Lang niet iedereen is onder de indruk van Joan (ook hier lopen regelmatig mensen de zaal uit), die pas indruk begint te maken als ze haar elektrische gitaar pakt. Ze schuwt de toegankelijke hits – al speelt ze wel een aardige David Bowie-cover. Misschien dat deze set bij grote fans in goede aarde was gevallen, maar hier is lang niet iedereen bekend met het werk van Joan as Police Woman. De wat slome presentatie en uitvoering van de nummers wordt hierdoor een opgave voor de achteloze bezoeker.

De broodnodige variatie

Alle zwarte gedachten worden vervolgens weggenomen op het Effenaar-podium door het Amerikaanse Vetiver. Eindelijk weer een compleet bandje op het podium dat indruk maakt door intelligente niets-aan-de-hand indiepop. Nog steeds wordt er genadeloos veel gekletst op deze tweede verdieping van het Muziekgebouw, maar Vetiver maakt hier enorme indruk: de band staat er, voldoet aan alle eisen van het Naked Song festival en biedt diepgang in luchtige nummers als ‘Everyday’ en ‘Wonder Why’.

Vetiver bestaat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uit de meest ervaren muzikanten op het Effenaar-podium vanavond, wat zich uitbetaald in een sympathieke set met geinige gitaarriffs en leuke koortjes. Hoogtepunt van dit podium en zeker in de top 5 van het hele festival. Die mogen volgend jaar gerust terugkomen.

Toch kunnen we de verleiding niet weerstaan om even te kijken bij Marques Tolliver, volgens de organisatie een getalenteerde muzikant die nog eens heel groot gaat worden. Die staat een verdieping lager in de foyer te spelen en moet ondanks de slimme inrichting van het gebouw toch opboksen tegen een aardige bak omgevingsgeluid. Als straatmuzikant mag hij dan gewend zijn om boven rumoer uit te komen, hij moet hier toch vechten. De set – gedeeltelijk afgewerkt op een viool met alternatieve stemming – maakt een nogal rauwe indruk – die bij vlagen doet denken aan Andrew Bird. Indrukwekkend was het wel, maar nog lang niet af. Maar de organisatie heeft gelijk: volgend jaar kan deze man zomaar een volwaardige hype zijn. Hij zorgt hier met name voor de broodnodige variatie, door niet alle liedjes op gitaar of piano te spelen.

Afsluiten met Thomas Dybdahl

Het festival wordt afgesloten door Thomas Dybdahl. De Noor heeft vakkundig zijn hele band meegenomen en werkt een ingekorte set van een uur af die veel wegheeft van de setlist waarmee hij vorige maand al Nederland (en de rest van Europa) aandeed. Alle ingrediënten zijn er: muzikantenplezier, publieksparticipatie, intimiteit: Dybdahl is een waardige afsluiter van een mooi festival.

Dybdahl gelooft er zelf ook in, door halverwege het eerste nummer al glimlachend uit te roepen dat het een mooie avond gaat worden. Daarna speelt hij met zijn band een prachtige uitvoering van ‘Make A Mess Of Yourself’ en wordt overgegaan in altijd-goed-single ‘Cecilia’.

Toch zit de zaal hier niet helemaal vol: sommige mensen waren platgespeeld of moesten de laatste treinen naar huis halen – net als ondergetekende – die overigens vol zaten met aangeschoten, feestende Guus Meeuwis-fans die in het Philips-stadion ‘Groots met een zachte G’ hadden bijgewoond.  Het contrast met ‘Naakt met een grote N’ kon haast niet groter.

Dit verslag kwam tot stand met medewerking van Mischa van Kan, die de foto’s maakte.

Ditisstefans Voorjaarsfestival

Ik geef het meteen toe: ik heb niet echt trouw mijn concertverslagencategorie bijgehouden de afgelopen maanden. Tijd voor bitesize terugblik van alle bandjes die ik sinds begin dit jaar heb gezien.

6 januari | Katía

Dit Nederlandse meisje begon in eerste instantie wat zenuwachtig aan haar set, zo leek het, maar haar stem werd er des te breekbaarder door. Engelse liedjes zong ze, in het voorprogramma van Carice van Houten presents Tom McRae in Vredenburg Leeuwenbergh. Een uiterst mooie opening van het nieuwe concertjaar. Aan het einde van de zomer presenteert ze haar album in Paradiso. (volledig verslag hier)

6 januari | Tom McRae & Matangi Quartet

Enigszins teleurgesteld was ik toen ik deze bijzondere samenstelling eind vorig jaar moest missen. Des te gelukkiger was ik toen Carice van Houten als eerste installment van haar concertreeks deze formatie presenteerde. Ditmaal wel kaartjes gekocht en met veel pijn en moeite huisgenoot Loet meegekregen. Als Carice van Houten nu binnenkort ook Turin Brakes uitgenodigd is ze echt de perfecte vrouw. Nu ben ik haar vooral heel erg dankbaar.

Het concert was overigens bijzonder goed. Het kwartet voegt zowaar iets substantieels toe aan de bijzonder mooie muziek van Tom. Hoewel ook enkele solonummers indruk maakten (My Vampire Heart was legendarisch), was het het samenspel dat de meeste indruk maakte. Toms vrouw was ook aanwezig, hij offerde immers hun trouwdagviering op voor dit concert. Maar je wordt dan ook niet iedere dag door een filmster uitgenodigd om te komen spelen. Wel in Toms dromen overigens – zo vertrouwde hij ons in het begin van de avond al toe. Hij blijft indruk maken, die man. (volledig verslag hier)

13 januari | Kraak en Smaak

Dansfestijn in Doornroosje met Kraak en Smaak. Normaal zou ik er misschien niet zo snel naar toe gaan, maar als je buiten je comfort zone stapt kun je blij verrast worden. Dat was vanavond zo. De combinatie van live muziek en beats beviel me goed. Het was zeker niet het concert om met een biertje te ondergaan of rustig in een hoeke te gaan zitten. In tegendeel: er moest gedanst worden.

15 februari | Tift Meritt

Tot mijn grote schaamte moet ik bekennen dat ik hier niks meer van weet. Tift Meritt was volgens mij al bezig toen we binnenkwamen. En het was al behoorlijk druk in Paradiso. Het was vast supervet.

15 februari | Iron & Wine

Des te meer indruk maakte Iron and Wine. Grote band, grote gebaren met kleine liedjes. Het was een grote muzikale tripervaring, bijna hypnotiserend. Typisch zo’n concert waar je vandaan komt met maar een gedachte: meer. Voor herhaling vatbaar dus, en een absolute aanrader. Onverwacht hoogtepuntje. Wel hoorde ik achteraf gezeur over de mix die niet goed zou zijn, het onnodig oprekken van nummers en minder indrukwekkend materiaal van het laatste album. Maar diegenen die dat zeiden waren duidelijk bij een ander concert. Zelfs als je je daar aan stoort, kun je moeilijk ontkennen dat een serie topmuzikanten een bijzonder mooie avond neerzetten en dat dat zwaarder telt dan eventuele geluidsproblemen die nauwelijks opvallen. Waarvan akte.

16 februari | The Secret Sisters

Niet zo’n geheime zusters en hoewel er vast een publiek is voor hun retrocountry, waren wij dat niet. Schattig waren ze wellicht, zingen konden ze ook, maar hun combinatie van old-school covers en matige eigen nummers kon mij niet bekoren. Het is lang geleden dat ik me heb lopen ergeren aan een support-act, maar dit was heel erg niet mijn ding, om met Paulien Cornelisse te spreken. Wel leuk: Katía (zie boven) deed de merchandise.

16 februari | Ray LaMontagne & The Pariah Dogs

Opmerkelijk: de bijzonder verlegen Ray LaMontagne heeft zijn sociale stoornis overwonnen. Srak hij de vorige keer in Utrecht slechts eenmaal Thank You, nu maakt hij bij tijd en wijle zelfs een grapje – bijvoorbeeld over het feit dat hij volkomen buiten adem is geraakt bij het zingen van het vorige nummer.

We krijgen voornamelijk nummers van de nieuwste cd te horen in Vredenburg (mijn bezoekdebuut van de rode doos, overigens). Dat is best jammer, want die zijn minder mooi dan het oudere werk van LaMontagne. Toch maakt LaMontagne indruk, vooral als hij met zijn band in lange jams geraakt die de gehele zaal naar een climax brengen.

Nog jammer-der is het dat The Secret Sisters ook een paar nummers mogen meedoen. Twee matige countrycovers de mooie toon die is gezet na Like Rock & Roll and Radio. De slome versie van You Are The Best Thing maakt aan het eind veel goed, maar het was enigszins schreinend dat de meeste impact werd gemaakt door de enigszins verplichte uitvoering van Trouble in de encore. Op dat moment realiseerde ik me weer hoe goed Ray feitelijk is. En dat was het einde van het concert.

18 februari | OIIO

Mijn eerste huiskamerconcert, en het beviel erg goed. De muziek van OIIO doet het goed in zo’n intieme setting. De juiste combinatie van akoestisch geweld en effectief gebruikte euh, effecten. Mij hoor je niet klagen. Volgens mij waren alle aanwezigen wel te spreken over de avond. OIIO speelde het nieuwe album It’s Still There integraal. Daarna werden we nog getrakteerd op een nieuw nummer, dat volgens mij nog mooier was dan hetgeen we daarvoor hoorden. De mannen uit het gezelschap hadden eerder de beharing van The Secret Sisters dan van Ray LaMontagne en Iron & Wine, maar voor de rest zat het wel goed met het folkgehalte deze avond. Check hier de foto’s en meer info.

1 april | The Pins

Een enthousiaste britrock band uit Engeland, in het voorprogramma van mijn favoriete band. Enigszins onverwacht, maar ze gingen er vol voor en warmden het toch al niet koude zaaltje in Bishop’s Stortford op. Erg lekker en veel beter dan in eerste instantie verwacht. Het smaakte naar meer, maar helaas speelden ze maar één avond. Volgende keer mogen ze van mij een volledige set spelen in plaats van een klein half uur. Check hier hun website en hun video voor de single Just Fine.

1/2 april | The Iron Door Club

Ja en deze band mocht dus twee avonden support zijn. Ze speelden een aantrekkelijke vorm van retropop. Denk jaren ’50 / ’60 van de vorige eeuw, hevig leunend op The Beatles en de slipstream van bands die de sound van die band probeerde te benaderen. De eerste avond klonk het voor geen meter (samenzang was vals, ritmische foutjes – overigens niet van de erg goede drummer – en matig geluid), alle sympathieke, noordelijke brutaliteit ten spijt. Eindelijk een beginnende band die wel durft te roepen dat mensen de cd moeten kopen en hoe ze heten. Sterker nog, na afloop komt de zanger (James) persoonlijk op me af om me een cd in handen te drukken. Ik had echter geen geld over voor merchandise. Dat maakte niet uit, vertrouwde hij me toe. De rest van de avond nog veel lol gehad in de pub. De zanger bleek namelijk de koning van de onderbroekenlol en niet zo goed tegen drank te kunnen.

De tweede avond maakte de band gelukkig muzikaal alles goed. Naar eigen zeggen had de band collectief een enorme hangover, maar muzikaal gezien was daar NIKS van te merken. Deze set was vrijwel perfect. De koortjes gingen in ieder geval goed en dat is bij dit genre erg belangrijk. Nu maakt de band dus ook muzikaal indruk. Voor iedereen die wat ouderwetse, afgeronde pop wil horen: check ze op Spotify.

2 april | Mozzy Green

Gothic folk, lijkt me de correcte omschrijving van het genre. In eerste instantie maakt het indruk – vooral single Robots doet het goed, maar op een gegeven moment wordt het een beetje eentonig. Hetzelfde truukje wordt ieder nummer opnieuw gebruikt: waar normaal de cello wordt gebruikt om een nummer mooier te maken, wordt het strijkinstrument hier gebruikt om spanning op te bouwen en stijlen te doorbreken. Daar word ik op een gegeven moment best zenuwachtig van. Als vervanger van de The Pins werd ik er niet bijzonder vrolijk van.

1/2 april | Turin Brakes

De reden waarom ik naar het godvergeten oord Bishop’s Stortford ben gereisd, in een bijzonder matig hotelletje heb geslapen waar de ene ochtend alleen maar koud water uit de kraan kwam en de andere ochtend alleen maar gloeiend heet water mijn huid bijna verbrandde. Maar het was het waard. Een of andere aftands zaaltje achter een verder erg gezellige pub. De geluidsinstallatie was niet bijzonder goed en het zaaltje nauwelijks de helft van de gemiddelde club. Dat was hard werken. Ik vind het stiekem wel leuk als mijn favoriete band hard moet werken. Het geeft de muziek iets rauws. Dat kan ik wel waarderen.

Qua setlist kregen we wat mooie klassiekers (Jet Trail, Stone Thrown) en leuke hits. Ook bleek dat single Sea Change een jaar na dato nog steeds een ideale opener is. Het begint rustig, maar aan het einde van het nummer is iedereen op stoom. Toch heb ik besloten dat ik niet meer naar een of ander matig inwisselbaar Engels provinciedorpje wil reizen voor puur mijn favoriete band. Tenzij het een festival betreft. Verder geef ik de voorkeur aan grote steden, of echt leuke stadjes. Niet omdat de concerten niet de moeite waard waren, wel omdat alles dicht gaat om 1 of 2 uur ‘s nachts en er dan werkelijk niks meer te beleven is in zo’n dorp – tenzij je met de juiste mensen bent. Dat waren we nu gelukkig, maar ik weet niet of ik dat risico nog een keer wil lopen.

1 mei | Susanne Sundfør

Je komt naar Doornroosje voor een concert van Thomas Dybdahl. Dan moet je je nog wel even door de support act worstelen. Een of andere vrouw die vast heel mooie, lieve liedjes zingt. Ze komt het podium op met een verrassend grote band voor een supportact en begint een of ander vaag samenzang nummer vol call and response. Nou, het zal allemaal wel. Haar stem is goed, dat hoor je, maar de muziek is vaag. Bij het tweede nummer ga je toch wat verder naar voren om een en ander goed te horen. Sarcastisch merkt een van je metgezellen op dat normale bands zichzelf introduceren in plaats van meteen door te gaan naar het volgende nummer. Maar Susanne Sundfør is geen normale band. Het tweede nummer is iets toegankelijker, maar nog steeds best vaag, met rare beats en tempowisselingen.

Dan begint het derde nummer (Mean), het begint rustig met een loopje op haar elektronische piano. Voor het eerst neemt Susanne de moeite om eens flink uit te halen met haar stem. Kippenvel tot het einde van de set. Na een in eerste instantie wat raar begin, verovert Susanne Doornroosje met haar eigenaardige stem à la Nina Kinert en wellicht ook Björk. Het is geen makkelijke muziek, single The Brothel duurt 6 minuten, maar het loont de moeite er eens goed naar te luisteren. Haar stem is live nog krachtiger dan op plaat te horen is. Het is sprookjesachtig, tijdloos en prachtig. Het komt niet vaak voor dat ik na de support mijn kaartje al heb terugverdiend. Maar dit was heel mooi.

1 mei | Thomas Dybdahl

Thomas Dybdahl begint deze avond aan zijn nieuwe Europese tour, ter promotie van zijn nieuwe album Songs, wat een samenraapsel is van met name zijn eerste drie albums plus enkele recentere nummers. Vanavond horen we dan ook vooral nummers die zijn ontstaan in de eerste paar jaar van Dybdahls carrière als professioneel muzikant. Publieksparticipatie is er bij Cecilia, Dice (waarbij we met zijn allen een Elvis-melodie mogen neuriëren) en Party Like It’s 1929, waarbij enkele lieftallige dames het podium mogen betreden.

De hoogtepunten variëren van een intieme pianoballade als It’s Always Been You tot een opzwepende uitvoering van All’s Not Lost en de andere klassiekers uit het oeuvre van de Noor. Aan het einde van de avond kan ik niet anders dan verzuchten dat iedere concertavond zo mooi zou moeten zijn.  Maar daarmee leg ik de standaard onrealistisch hoog. Dat weet ik zelf ook wel.

Kanon 2007: Beste Albums

Kanon 2007: De Beste Albums

01 Jens Lekman – Night Falls Over Kortedala

Voldoet aan én overtreft alle verwachtingen. Night Falls Over Kortedala is het meest cheesy meesterwerk ooit, maar zeker weten een meesterwerk. Popliedjes van een kwaliteit als die van ‘A Postcard To Nina’ en ‘The Opposite of Hallelujah’ worden zelden nog gemaakt. Recensie (hoogtepunt: A Postcard To Nina).

02 Editors – An End Has A Start

Een boeiende popplaat met lekkere gitaarriffs en mooie oneliners. Recensie (hoogtepunt: An End Has A Start).

03 Richard Swift – Dressed Up For The Letdown
Dressed Up For The Letdown - Richard Swift
Mooie tijdloze nummers, met sterke teksten en onweerstaanbare begeleidingspartijen. Swift put uit een traditie van Amerikaanse songwriters en streeft ze allemaal voorbij (hoogtepunt: The Million Dollar Baby).

04 Feist – The Reminder
Feist - The Reminder
Sterk glossy vervolg op Let It Die. Feist doet geen pogingen niet te zwelgen in haar eigen heerlijkheid. (hoogtepunt: My Moon My Man).

05 Turin Brakes – Dark On Fire

Vierde album van mijn favoriete duo. Een of twee klassiekers en verder een hoop gepolished popfolkrock. Recensie (hoogtepunt: Dark On Fire).

06 Tom McRae – King Of Cards
king-of-cards.jpg
Toegankelijkste album van de Brit tot op heden, maar daarom niet minder goed (Houdini And The Girl).

07 Thomas Dybdahl – Science
Thomas Dybdahl - Science
Thomas Dybdahl mijdt geen nieuwe wegen. Hoewel het een typische Dybdahl is, weet hij toch voor verrassingen te zorgen (hoogtepunt: Something Real).

08 Aqualung – Memory Man
Matt Hales laat zien dat piano gedreven rock niet saai hoeft te zijn (hoogtepunt: Cinderella).

09 Bright Eyes – Cassadaga
Amerikaans is niet slecht. Niet altijd in ieder geval. (hoogtepunt: Four Winds).

10 Athlete – Beyond The Neighbourhood
Beter dan Tourist, een hele stap voorwaarts dus. Terug op het oude niveau van Vehicles and Animals zijn ze nog niet, maar dat komt vast goed. Recensie (hoogtepunt: Flying Over Busstops).

Het muziekjaar 2007

Ik geef nu vast een lijstje met albums die dit jaar gaan uitkomen en zeker niet teleur gaan stellen. Dat garandeer ik u. Aan het eind van dit jaar zal ik erop terugkomen.
- Thomas Dybdahl: Science (8 februari)
- Richard Swift: Dressed Up For The Let Down (22 februari)
- Tom McRae: King of Cards (30 april)
- Jens Lekman: TBA (rond de zomer)
- I Am Kloot: TBA (rond de zomer)
- Elbow: Ustinov (rond de zomer)
- Turin Brakes: TBA (2de helft)

En dan te bedenken dat er nog heel veel muziek uitkomt die ik nog niet eens heb ontdekt… Het wordt een goed jaar…