Twee extra Top 25’ers

De afgelopen tijd zijn er twee nieuwe albums besproken in mijn Top 25 die nog niet eerder op ditisstefan.nl hebben gestaan.

Onder de gordel

Ewert-and-The-Two-Dragons-Good-Man-DownHet roept bij mij soms gemengde gevoelens op als een net ontdekt leuk liedje gebruikt wordt in een reclame. Het is leuk voor de band, die er met wat goede wil een nieuw album van kan financieren. Aan de andere kant wordt een mooi kunstwerkje misbruikt voor een reclame. En als het nu nog een mooie reclame was (een artistieke auto- of modereclame), of perfect gebruikt was in een campagne (denk Vodafone met Bohemian Like You)… Maar die vlieger ging niet op bij ‘(In The End) There’s Only Love’ in de McDonald’s reclame.

En dus had ik gemengde gevoelens. Want zo’n Oost-Europees bandje voelt in het begin toch even als een geheim dat je hebt ontdekt. Zelfs al is het een geheim dat regelmatig in Nederland optreedt en onder andere op Eurosonic de aandacht trekt van de pers. Dan mag zo’n band best een groter publiek bereiken, maar het liefst wel ten faveure van iets moois, niet gekleurde Coca Cola glazen of frietjes.

(verder lezen)


Dit was waar ze waren…

turin_brakes

Gewoon een album maken, dat zat er nooit echt in bij Turin Brakes. Ieder album moest het weer anders – na het akoestische debuut The Optimist LP moest het episch, daarna moest het zomers, daarna moest het gladder… Dat moet vermoeiend zijn, zowel voor oprichters Olly Knights en Gale Paridjanian als voor de fans die iedere keer weer even moeten wennen. Live zijn ze gelukkig een stuk constanter, met akoestische gitaarliedjes met een randje. Of indiefolkpoprock, als dat beter klinkt. Op We Were Here uit 2013 doet de band een nieuwe poging die sound op plaat te vatten.

 

We Were Here werd opgenomen met vaste bassist Eddie Myer, drummer Rob Allum en producer Ali Staton. Twee weken lang, dagen van 18 uur in de legendarische Rockfield Studios. De plaat heeft een warm en rijk geluid door de analoge opnames waarvoor de band oude tapes kocht op eBay. Het laat zich het best luisteren op vinyl.

 

(verder lezen)


 

De laatste Top 25-berichten in de oorspronkelijke reeks (hier op ditisstefan.nl) zullen gelijktijdig op Gobsmag en Ditisstefan.nl verschijnen. Dat duurt echter nog ruim tien weken. 🙂

Weer 25 albums

BuR-cfEIQAAYXY9.png-large

Ik ben nog niet helemaal klaar met de top 25-serie op deze site. En toch begin ik opnieuw.

Iemand van Gobsmag.nl vroeg me of ze mijn top 25-berichten mochten publiceren op hun site. Dat gaan ze de komende vijfentwintig weken doen. Alleen schrijf ik net iets anders voor mijn eigen site (bekend publiek, bekende onderwerpen) dan voor zo’n “echte” muzieksite. Dus nam ik me wel voor alle stukken te herlezen en te herschrijven waar nodig. De blogs op deze site zijn vaak toch zonder redigeren gepubliceerd en dat levert soms kromme zinnen op. Als je dan toch als neerlandicus in de markt wordt gezet, dan kun je maar beter een beetje je best doen, nietwaar?

Bovendien begon ik de top 25 ergens begin 2012. Sindsdien is er in mijn Last.fm top 25 het een en ander gewijzigd. Om bovendien niet te veel in herhaling te vallen, heb ik van een aantal vaak terugkerende artiesten een album geschrapt hier en daar om een mooi verhaal over een ander album toe te laten…

Dat betekent niet alleen dat de volgorde anders is en dat stukken hier en daar zijn uitgebreid, aangepast of geredigeerd, maar ook dat er drie compleet nieuwe albums zullen worden besproken. Die zullen – voornamelijk als archief – na publicatie aldaar ook op deze site verschijnen.

Al met al genoeg reden om de komende 25 weken op Gobsmag.nl te kijken. Noem dat de director’s cut van de top 25 en dit hier de rauwe, nog-meer-uit-het-hart versie.

Uiteraard maak ik de top 25 af op deze site. Alleen ben ik er nog niet over uit of ik de laatste paar stukken tegelijk op beide blogs zet, of dat ik de laatste 4 van deze top 25 toch alvast maak en publiceer (en dan dus weer redigeer en herschrijf over een week of twintig…

Enfin, dat zie je vanzelf wel. Voor nu dus lezen bij Gobsmag. Want ik sta heel groot op de voorpagina. En dat is ook wat waard.

 

5: De rest was geschiedenis

Op 27 februari 2012 (wat? 2012! ja…) keek Stefan van Ditisstefan.nl toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs. Momenteel hoopt hij dat hij de lijst afrondt voor 22 september 2014, als hij 10 jaar op de site actief is (Last.fm dus). De oude afleveringen vind je hier.

The_End_Of_History5: Fionn Regan – The End of History(2006)

Als, ja, als ik in april 2003 wél naar het concert van mijn toekomstige favoriete zou zijn gegaan, had ik Fionn Regan in het voorprogramma meegemaakt. Twee van mijn beste vrienden gingen wel en ik herinner me dat ik op een zeker moment in een later jaar met hem over Fionn Regan sprak, en dat hij vertelde zo onder de indruk te zijn van de gitaartechniek van Regan. Dat hij zo mooi akkoorden kon spelen maar ook tegelijk tokkelde en je soms überhaupt niet kon zien hoe hij die twee dingen echt combineerde.

(De andere vriend jatte overigens de setlist van Fionn, naar het schijnt kwam de toen 22-jarige troubadour terug om hem te zoeken even na zijn set maar hield de vriend de setlist mooi voor zichzelf. Nu is hij hem wel kwijt.)

Maar goed, ik was niet naar het concert van Turin Brakes in april 2003. De reden doet er niet toe. Wat er wel toe doet is dat ik via het Turin Brakes in contact kwam met de mysterieuze Griekse god Pan. Althans, zo noemde de beste kerel zich, want op zijn woonplaats na wisten we weinig van hem. Zijn identiteit hield hij verborgen – en dat is iets waar we zeker nu iets van kunnen leren. Enfin, hij was wel actief en sympathiek en dus stond niets in de weg om goed contact met de man (?) te hebben.

Op een zekere dag beloofde ik bootlegs van mijn toen inmiddels favoriete band op cd te branden voor wie mij lege cd’s stuurde. Dat leek Pan ook wel wat en als bedankje deed hij de fantastische Hotel Room EP van Fionn Regan erbij. Er stonden vijf liedjes op maar ik was fan, dankzij Hotel Room, Hunters Map en vooral Abacus, wat ik lange tijd noemde als ‘mooiste liedje ooit gemaakt’. Ik weet nog steeds niet wie Pan is en ik heb ook geen contact meer met hem, maar voor Fionn Regan ben ik hem eeuwig dankbaar.

(voor de wise-asses: ik heb zijn adres niet meer, maar ik weet wel nog dat de envelop moest adresseren aan Reynard The Fox – hij wist inmiddels dat ik Nederlands studeerde)

Na die Hotel Room EP volgde de Campaign Button EP, in gelimiteerde oplage te koop op de Engelse tournee van Fionn, maar daar was ik niet. Gelukkig verkocht de beste man ze ook via de site – en zelfs gesigneerd. Het is nog steeds de mooist gesigneerde cd die ik heb (hij vroeg wat ik erop wilde hebben en ik zei dat ik iets moois uit het nummer Abacus wilde… Ik kreeg een tekening van een huis, het adjectief ‘Wond’rous’ bij mijn naam en de teksten).

In 2006 volgde dan eindelijk The End Of History, de volledige debuutplaat (in die tijd wist ik ook nog wat oudere singles van Regan te bemachtigen), waarop een aantal nummers opnieuw opgenomen waren, waaronder het prachtige Abacus. Ik denk stiekem dat de EP-versie mooier is, maar dat komt misschien omdat ik die als eerste hoorde. Verder is er feitelijk weinig verschil tussen beide opnames.

De plaat is prachtig – zo schreef ik ook al toen ie uitkwam  op dit weblog:

Fionn Regan speelt met taal en beelden en doet dat op een manier dat het toch eerlijk en gemeend blijft klinken. Fionn laat je hart breken en naait het vervolgens weer aan elkaar. En de nieuwe versie van Abacus mag dan wel iets slomer zijn, maar hij is nog steeds hartbrekend.

Hoogtepunten zijn de schaarse productie op nummers als The Cowshed en de hidden track Campaign Button, maar de hele plaat is mooi en werd terecht genomineerd voor een Mercury Award. Opener Be Good Or Be Gone is prachtig, net als Put A Penny In The Slot. Er zijn veel verschillende stijlen, zoals te horen is als je Noah (Ghost in a Sheet) en Black Water Child na elkaar afspeelt. De artwork is ook prachtig, vol krabbels en handgeschreven lyrics. Niet te lezen, maar wel mooi!

Maar wat na acht jaar vooral opvalt, is hoe ‘rond’ de plaat is. Er zijn misschien nummers die je niet mooi vindt, maar je kunt niet zeggen dat er slechte nummers op staan.  Zo rond, en dat is als we kijken naar zijn latere platen wel opvallend. Niet dat die slecht zijn, maar wel all over the place. Na een geschrapte plaat met Ethan Johns kwam het nog redelijk constante maar ook elektrische The Shadow of an Empire uit. Daarna kwam al gauw 100 Acres of Sycamore, het totaal tegenovergestelde van zijn voorganger en soms wat te intens (opgenomen op het zonnige Mallorca in plaats van Ierland).

Daarna verdween Regan van de ‘grid’, tot vorig jaar, toen ineens The bunkhouse vol.1 : anchor black tattoo uitkwam, weer met diezelfde artworkstijl als de gesigneerde EP die ik jaren ervoor kreeg.  Qua liedjes durf ik te spreken van een comeback naar de ouderwetse kwaliteit. Opvallend genoeg bij zijn laatste twee albums steeds van snel geschreven, snel opgenomen nummers (op het laatste album zelfs met maar één microfoon), maar toch duurt het frustrerend lang voordat een nieuwe lading liedjes van de heer komt. Hij is onvoorspelbaar, terwijl je zou hopen dat Volume 2 van The Bunkhouse nu wel eens mag komen.

Hoe langer Regan actief is, hoe mysterieuzer en onvoorspelbaarder hij lijkt te worden. The End of History is daarmee na acht jaar nog steeds de ideale instap in zijn carrière vol prachtige liedjes, overdenkingen en teksten waar je soms geen chocolade van kan maken, en soms heel erg om moet lachen. Hoe het ook moge zijn, het begint met The End of History. De rest was geschiedenis.

No one these days says thank you
When you open doors
for them anymore
Well I made you rich
And you made me poor
(Hey Rabbit)

6: Stil klinkt het nieuwe luiden

Op 27 februari 2012 (wat? 2012! ja…) keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs. Momenteel hoopt hij dat hij de lijst afrondt voor 22 september 2014, als hij 10 jaar op de site actief is (Last.fm dus). De oude afleveringen vind je hier.

6: Kings of Convenience – Quiet is the new Loud (2001) 

quiet-is-the-new-loudHet is ook een kunst, hoor, dat fans je op hun blote knieën danken dat je eindelijk een plaat hebt gemaakt. Damien Rice verstaat die kunst volgens mij ook…  Quiet is the new Loud is al ruim 13 jaar oud, maar er zijn slechts twee echte studioalbums van de Kings of Convenience verschenen sinds dat debuut. Bij sommige bands zou dat gewoon betekenen dat je die platen – en de band – langzaam vergeet, maar bij Kings of Convenience was dat niet het geval. Bij mij in ieder geval niet.  En gezien de stijgende populariteit bij ieder nieuw album is dat bij veel andere fans ook niet het geval.

Als muzieknerd luisterde ik niet alleen de platen, maar praatte ik er ook over met gelijkgestemden. Voornaamste plek waar ik dit deed, was op het Turin Brakes forum, maar op het Kings of Convenience was het ook heel gezellig. Juist omdat daar ook veel Italianen, Japanners, Mexicanen en mensen uit Scandinavië zaten. Zo heb ik ooit nog post uit Amerika en Italië gekregen met opnames van de Koningen van het Gemak. Ik was dan ook niet zomaar iemand op dat forum, ik was de Grote Leider, de Administrator.

Dat word je uiteraard niet zomaar… Maar goed, erg veel glamour bracht de rol niet (veel spamposts verwijderen en verder had je andere kleur username), maar toch: ik kreeg natuurlijk kei veel respect van mensen die ik nog nooit heb gezien. Nog steeds niet. Hoewel ik er een paar wel eens in het echt ben tegengekomen (soms zelfs niet bij een concert van de Kings), en Erlend me nog eens in het Noors op de achterkant van een 7″ single heeft bedankt voor “Admin-Online hjelp og in-depth-kommentarer pà nettsider.” Dat is Noors, volgens mij.

Maar goed, zo vermaakten wij ons, Kings of Convenience fans, op het forum tot de opvolger Riot on an Empty Street uitkwam. En we praatten over van alles, maar vooral ook over Quiet is the new Loud. Of het nu gaat om opener Winning The Battle, Losing The War, over single Toxic Girl, de combinatie The Girl From Back Then en Singing Softly To Me…. Ik ken bijna iedere noot uit mijn hoofd.

Toxic Girl nam ik ooit samen met een vriend van mij op door over de muziek heen te zingen. Volgens mij hebben we er – net als van onze eerste echte single – zelfs een banjo remix van gemaakt. The Passenger, verreweg het slaapverwekkendste nummer, coverden we waarbij ik de tweede gitaar aan het eind speelde. En Leaning Against The Wall ook. Good times. En in 2004 ging ik samen met die vriend, zijn ouders en mijn vader naar een concert van de Kings in Paradiso. We zaten en het was het meest nerdy concert dat ik ooit heb bezocht. Natuurlijk, ook als je nu nog naar een van de zeldzame concerten van de Kings of Convenience gaat, moet je meezingen en meeklappen en neuriën, dat kan ook omdat de muziek vaak zo zacht is. Maar toen, toen leek het nog niet op een podiumtruc, maar op een experiment van de band. Waarbij het nog maar afwachten was of het ging werken. Waarbij een single als I’d Rather Dance With You nog niet zo vaak gespeeld was dat de dans van Erlend nog spontaan voelde. Er was niks rock-n-rolls aan. Little Kids, Cayman Islands, Everybody’s Got A Friend In Stockholm… Het waren stuk voor stuk hoogtepunten.

Maar vooral omdat er werd geput uit een collectie van twee albums. Waarvan er eentje al ruim drie jaar in mijn hart was gesloten. Ieder album heeft een functie in mijn leven. Quiet is the new Loud doet me – nog meer dan The Optimist LP bijvoorbeeld, terugdenken aan de simpele middelbare schooltijd, die niet zo simpel was maar nu wel zo aandoet. Dat alles nog voor je lag, dat je niet beter wist. Uit de liedjes – met name het eerder genoemde Toxic Girl en I Don’t Know What I Can Save You From – komt een soort naïviteit voort… Dat het met het zetten van een kop thee wel goed komt, of dat dat meisje gewoon giftig was en je daarom geen blik waardig gunt. Het zijn simpele taferelen, maar daarom werken ze juist. Toen de cd uitkwam werd er geklaagd over het gebrek aan humor en ironie of snellere nummers, misschien juist omdat dan wordt verwacht van een album dat het commercieel presteert. Maar 13 jaar na dato is het juist het gebrek aan een single of hit de sterke factor. Als de vermoeidheid toeslaat na een lange, vermoeiende dag, is het daarom juist dat deze plaat altijd werkt. Altijd.

Met als afsluiter Parallel Lines. Ik heb een soort angst voor het in slaap vallen met een cd. Omdat de stereo niet zichzelf uitschakelt (de timerfunctie heb ik nooit vertrouwd), zet ik liever niet een cd op als ik ga slapen. Omdat anders het huis misschien afbrandt, of iets dergelijks. Maar Parallel Lines luister ik graag als laatste geluid van de dag. Een beschouwend nummer, abstract in bewoording maar volledig raak qua thematiek. De tekst van de coupletten beschouw ik nog steeds als één van de mooiste ooit.

What’s the immaterial substance that envelopes two
One perceives as hunger and the other as food
I wake in tangled covers to a sash of snow
You dream in a cartoon garden, I could never know

Innocent imitation of how it could be
If when the music ended, you did not retreat
In my imagination, you are cast in gold
Your image a compensation for me to hold

 

Quiet is the new Loud werd zo’n beetje een mantra voor de muziekpers toen de plaat verscheen. Ook voor mij werd het lange tijd een muziekwet. En hoewel ik inmiddels ook hardere muziekvormen waardeer is dit de plaats waaruit ik ben vertrokken. Dit is de basis. Hier begon het. Stil klinkt het nieuwe luiden is zelfs een beetje toepasbaar op mijzelf, als ik eerlijk ben. Ja, ik ben best aanwezig soms of altijd, maar mijn grondhouding is dat niet. En misschien is het wel omdat ik soms verlang naar een wereld waar het zo simpel is. Waar er ruimte is voor reflectie en bezinning en dat mensen daardoor hun acties bepalen. Misschien maakt me dat naïef. Maar ik ben ze tegengekomen, die mensen. Ze bestaan, die introverte mensen, en zij zijn mijn favorieten. En iedere keer als ik Quiet is the new Loud opzet, droom ik even van een wereld waar zij de dienst uitmaken.

7: Een plaat voor de seizoenen

Op 27 februari 2012 (wat? 2012! ja…) keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs. Momenteel hoopt hij dat hij de lijst afrondt voor 22 september 2014, als hij 10 jaar op de site actief is. De oude afleveringen vind je hier.

changing-of-the-seasons-516970dd4670a7: Ane Brun – Changing of the Seasons (2008)

 In zes jaar kan veel gebeuren. Je kunt totaal in de vergetelheid raken, maar je kunt ook, ik noem maar wat, met Peter Gabriel gaan touren, zijn theatrale kunstvorm overnemen en meer platen dan ooit verkopen (met It All Starts With One). Dat Ane Brun een rasperformer was was, wisten we natuurlijk al enkele jaren, ze is nog steeds een van de beste artiesten die ooit het gehucht waar mijn ouders nog steeds wonen meerdere malen met een optreden vereerde. De laatste keer, in de open lucht met een show die op grote festivalpodia was afgestemd, was misschien nog wel de minste. Maar daarvoor heb ik haar twee keer klein en gevoelig meegemaakt en toch volledig dominerend op het podium. Dat kan The Tallest Man On Earth ook op het podium: met een stem en een gitaar respect afdwingen.

Changing of the Seasons is oprecht een overgangsplaat, als we eerlijk zijn. Hoewel we hier nog niet mogen spreken van magistrale begeleiding en epische productie, horen we – anno 2014 – wel al de voorbode van dat nieuwe geluid. Ane schrok er zelf een beetje van – en daarom bracht ze niet lang erna het prachtige Sketches uit, met de demoversies van de liedjes die hier al best breekbaar zijn. Luister naar opener The Treehouse Song en The Puzzle om die rijkere productie te horen: de instrumentatie had met piano, cello en gitaar volstaan, maar nee: uit alle hoeken komen de prachtigste violen en percussie je kant op gesneld.

Hoe subtiel de toevoegingen zijn, merk je pas echt als je die begeleidende Sketches op zet. Net genoeg trompet voor kippenvel op My Star… Hier speelt geen andere vrouw dan die op nummer 22 in deze lijst Are They Saying Goodbye? zingt. En hoewel het verleidelijk is om de evolutie van Ane Brun te spiegelen aan de titel van deze plaat – blijkt bij de titelsong dat het gewoon weer om relaties gaat: It’s the changing of the seasons / he says; I need them / I guess I’m too Scandinavian. En even later: And then she awakes / reaches for the embrace / he decides not to worry about seasons again.

Mijn favoriete liedje op deze cd is echter Lullaby for Grown-ups. Een slaapliedje lijkt het niet echt, in de spaarzame tekst wordt de luisteraar op het hart gedrukt dat er miljoenen manieren zijn om aan je eind te komen. Bang zijn heeft geen zin, we kunnen er niks aan doen. En terwijl je kleine kinderen in slaap zingt met een droomwereld, lijkt Brun te stellen dat volwassenen hier niet in geloven. Het alternatief is presenteren dat je er toch niets aan kan doen als het fout gaat. You can’t keep the sky from falling anyway…

Na dit – voor mij in ieder geval – hoogtepunt – volgt er een dipje. Raise My Head en Armour (een walsachtig nummer met hoge koortjes) zijn mindere nummers en Round Table Conference is eigenlijk alleen maar fantastisch vanwege de prachtige gedempte noten op de gitaar. Zeker de Sketches versie die ik hier eigenlijk niet mag bespreken is prachtig.

Gelukkig eindigt de plaat met een drietal kneiters (prachtig woord…) van liedjes. Gillian is een eerbetoon aan Gillian Welch en de helende werking van muziek, waarin Brun openhartiger is dan ooit, over een dag waar alles tegen zat:

I was so tired then
the music caressed my skin
just like when someone finally holds you and you can give in
this you’ve been avoiding
you think you’ll fall apart, but it’s just that new song

Don’t Leave is een ogenschijnlijk simpel nummer waarin Ane Brun in gelukkiger staat verkeerd: die van jij-zei-GA-NIET-WEG-maar-ik-wist-niet-eens-dat-dat-een-optie-was-zo-gelukkig-ben-ik. Dit alles wordt met een fijne drum en piano begeleid zodat in het refrein (It won’t do us no good) strijkers en koor we bijna mogen dansen. Live wordt dit nummer dan ook ten volle uitgebuit.

In de pers heeft Ane wel eens geroepen dat Changing of the Seasons het slot van een trilogie was… Dat ze daarna echt de andere kant op wilde én kon. Vandaar dat niet meer dan fitting is dat de cd eindigt met Linger with Pleasure. Het is een nummer over voornemens, maar eigenlijk precies de tegenovergestelde voornemens dan ze uiteindelijk heeft voorgenomen (als dit zinnig klinkt). In het nummer rept Brun over een plek waar ze gewoon kan genieten en hangen en chillen. Met 2.52 minuten is het het kortste nummer op de cd. Misschien was ze er nog niet aan toe, dat rustige pensioen in haar eentje met haar herinneringen (en ze was pas 33 toen ze het opnam, dus wat dat betreft zou het aan de vroege kant zijn geweest), of misschien is het nog steeds haar ideaal… Het gaat wat ver om te stellen dat de laatste regels op Changing of the Seasons – hieronder geciteerd – de laatste “verstilde” momenten van Ane Brun op plaat zijn – we weten niet wat de toekomst van Ane gaat brengen en eerlijk is eerlijk, ook op It All Starts With One zijn genoeg stille momenten te horen –  maar het voelt nu even als het einde van een tijdperk. En daarmee zegt dit stukje net zo veel over de plaat als over de tijd waarin ik het luister.

Maybe this is wishful thinking
And maybe I’ll just keep on sinking
But sometimes it’s enough to know
That there is a place where everything is on hold
Where the hours will be longer
And I’ll linger with pleasure

8: Het mag geen naam hebben

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

travis-theboywithnoname8: Travis – The Boy With No Name (2007)

The Boy With No Name past qua titel feilloos bij de succesvolle albums van Travis. In hetzelfde straatje als The Man Who en The Invisible Band (en het straatje van The Seldom Seen Kid, maar dat is dan weer een Elbow-plaat) dus, maar de muziek is toch van dubieuzer kwaliteit. Weliswaar beter dan voorganger 12 Memories, maar gedurende het luisteren bekruipt je toch het gevoel dat er wat fillers op deze plaat staan. Een paar hele goede liedjes en een paar b-kantjes. En als ze deze plaat nu hadden gecombineerd met opvolger Ode To J. Smith, dan had de plaat wellicht nog beter verkocht dan die nu deed (bijna een half miljoen exemplaren wereldwijd).

Travis worstelde lange tijd met wie ze waren en of ze niet eens iets anders moesten spelen dan Why Does It Always Rain On Me? maar op The Boy With No Name vinden ze voor het eerst weer vrede in hun muzikale stijl zonder dat het dertien-in-een-dozijn wordt. Voor mij drijft de plaat op slechts een paar nummers:

Closer is Travis zoals we het kennen: Fran Healy zingt op enigszins melancholische toon dat het allemaal niet zo gaat zoals hij wil (need to get closer… closeren de muzikale begeleiding speelt lekker weg. Understated, heet dat in Engeland. Verreweg het beste nummer op de plaat.

Selfish Jean is verreweg het leukste nummer op de plaat. Niet het beste – want niet bijster origineel – maar wel prima gitaarpop volgens de regels terwijl de Jean uit de songtitel even de waarheid wordt bezongen. De tekst is echter zo luchtig (You keep the chocolate biscuits wired to a car alarm OOOOOOOOOH Selfish Jean) dat van echte boosheid geen echte sprake lijkt. Het is zo’n nummer wat meteen weer opnieuw kan beginnen als het is afgelopen.

Big Chair is ruimtelijk met een heerlijk ritme. Precies zo’n nummer waarvan je vergeet hoe fijn het is totdat je het weer eens aanzet. Dat is in contrast met de rest van de cd, die zo makkelijk in het gehoor ligt dat je hem helemaal vergeet en er niet door wordt verrast als je hem aanzet. Zelfs Under The Moonlight is – in duet met KT Tunstall – een beetje bleu. Jammer. Maar zo zie je maar weer: drie hele goede liedjes is genoeg om een album aan op te hangen. Zodat het op aantal keer luisteren toch in de top 8 eindigt.

9: Een donker beest

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

9: Elbow – Asleep in the Back (2001)

Inmiddels zitten we in de top 10 van albums die ik de afgelopen tien jaar het meest heb geluisterd. En waar het me lager in de top 25 nog wel eens lukte om analytisch naar een plaat te krijgen, of een plaat te associëren met een bepaalde levensfase, komen we zo langzamerhand bij de platen die ik zo goed ken, dat het moeilijk wordt om er iets over te vertellen. Alsof je een vriend probeert te beschrijven aan een collega. “Ja, hij is gewoon Henk.” Er komt nog wel een verrassing of twee aan, hoor, maar we zijn dus aangekomen bij de Henken van mijn top 25. De stukken worden langer – merk ik ook – doordat ik meer en tegelijkertijd minder te vertellen heb. Meer bijzaak, minder de plaat zelf. Ik weet nog niet of dat de bedoeling is of niet. 

Asleep in the Back komt net als de meeste platen uit dit lijstje uit het begin van deze eeuw. 2001. In 2011 bracht het – eindelijk doorgebroken – Elbow Build a rocket, boys uit. Een melancholische plaat, maar vooral ook een nostalgische plaat. Het komt waarschijnlijk door de leeftijd van de heren. Nostalgie, melancholie en directheid maken de dienst uit. Tien jaar ervoor horen we – als we eerlijk zijn – de melancholie op de debuutplaat. Melancholie, donkere humor en zware thematiek.

(Soms denk ik wel eens dat Build a rocket, boys Elbows manier om te zeggen is “weet je nog dat we Asleep in the Back maakten?”)

Asleep in the Back was de debuutplaat, maar niet het eerste album wat de heren opnamen. Er werd heel veel materiaal door het label geschrapt, waardoor de band al zeven jaar bezig was voordat dit album werd uitgebracht. Je zou er vanzelf mismoedig van worden, wat wellicht de sfeer op nummers als Any Day Now, Little Beast en Bitten By The Tailfly verklaart.

Ik werd er in ieder geval niet vrolijk van, in eerste instantie. Red – de single – was het enige nummer wat ik mooi vond en verder slingerde de cd wat rond op mijn kamer. Pas toen Leaders of the Free World uit kwam in 2005, viel bij mij het Elbow-kwartje (daar hebben we het nog wel over).

Het mooie is dat we op deze single al de grootse Elbow horen. Weliswaar geen opgeblazen muur van geluid hier, maar wel een soaring melodie en een van pijn doordrenkte tekst. Dezelfde sfeer ademt voor mij Powder Blue en spookachtige opener Any Day Now.

De nummers die ik nu het mooist vind, daarentegen, ademen een andere sfeer. Ze houden het midden tussen de melancholie die ik eerder aanstipte, en een zekere mysterie. Nummers als Don’t mix your drinks en Newborn (en ieder nummer dat begint met een zin als I’ll be the corpse in your bath tub, useless… krijgt van mij +1). Zeven minuten duurt dat nummer, waarbij de eerste drie als single zijn uitgebracht. Zonde noem ik dat, want in de vier erna stijgt het nummer naar epische hoogte.

Het is de afsluiter die me echter het langst zal bijblijven (hieronder in een mooie live versie). Toegegeven, hier komt voor het eerst die melancholie om de hoek kijken – waarvan ik eerder in dit verhaal zei dat die grotendeels afwezig was… Toch nog – aan het einde van de lange, donkere luistersessie – maar hier is het een antidote, een pijnstiller, en niet het hoofdingrediënt van het gerecht dat Elbow opdient. Als de rest van het album je prima een depressie in kan helpen, trekt Scattered Black and Whites je er weer uit.

Op sublieme wijze beschrijft Elbow hier jeugdherinneringen, het anker van je leven, de fysieke plek en de state of mind die je een zekere rust geven. En daarom is het ook mijn rustpunt in de discografie van Elbow.

Been climbing trees I’ve skinned my knees
My hands are black the sun is going down
She scruffs my hair in the kitchen steam
She’s listening to the dream I weaved today

Crosswords through the bathroom door
While someone sings the theme tune to the news
And my sister buzzes through the room leaving perfume in the air
And that’s what triggered this
I come back here from time to time
I shelter here somedays

A high-back chair, he sits and stares
A thousand yards and whistles marching-band
Kneeling by and speaking up
He reaches out and I take a massive hand
Disjointed tales that flit between
Short trousers and a full dress uniform
And he talks of people ten years gone
Like I’ve known them all my life
Like scattered black & whites
I come back here from time to time
I shelter here somedays
I come back here from time to time
I shelter here somedays

En dat somt uiteindelijk Asleep in the back op. Het is een album dat vooral de donkere kanten van het leven bekijkt, maar flirt met positivisme. Elbow is uiteindelijk een “menselijke” band. Waar sommige bands een bepaalde kant van het leven weten te belichten, lukt het Elbow op hun beste momenten om het hele menselijke scala te belichten: liefde, wanhoop, depressie, hoop, nostalgie en het donkere beest dat achterin de auto slaapt als je door de nacht rijdt. Niet wetend waar je uitkomt. Soms ligt dat beest daar te slapen en soms wordt het wakker en indoctrineert het je met je ergste angsten. En soms blijft het slapen daar achterin de auto en is een herinnering of wens genoeg om je sluimerende angsten te bezweren.