Tagarchief: top 25

6: Stil klinkt het nieuwe luiden

Op 27 februari 2012 (wat? 2012! ja…) keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs. Momenteel hoopt hij dat hij de lijst afrondt voor 22 september 2014, als hij 10 jaar op de site actief is (Last.fm dus). De oude afleveringen vind je hier.

6: Kings of Convenience - Quiet is the new Loud (2001) 

quiet-is-the-new-loudHet is ook een kunst, hoor, dat fans je op hun blote knieën danken dat je eindelijk een plaat hebt gemaakt. Damien Rice verstaat die kunst volgens mij ook…  Quiet is the new Loud is al ruim 13 jaar oud, maar er zijn slechts twee echte studioalbums van de Kings of Convenience verschenen sinds dat debuut. Bij sommige bands zou dat gewoon betekenen dat je die platen – en de band – langzaam vergeet, maar bij Kings of Convenience was dat niet het geval. Bij mij in ieder geval niet.  En gezien de stijgende populariteit bij ieder nieuw album is dat bij veel andere fans ook niet het geval.

Als muzieknerd luisterde ik niet alleen de platen, maar praatte ik er ook over met gelijkgestemden. Voornaamste plek waar ik dit deed, was op het Turin Brakes forum, maar op het Kings of Convenience was het ook heel gezellig. Juist omdat daar ook veel Italianen, Japanners, Mexicanen en mensen uit Scandinavië zaten. Zo heb ik ooit nog post uit Amerika en Italië gekregen met opnames van de Koningen van het Gemak. Ik was dan ook niet zomaar iemand op dat forum, ik was de Grote Leider, de Administrator.

Dat word je uiteraard niet zomaar… Maar goed, erg veel glamour bracht de rol niet (veel spamposts verwijderen en verder had je andere kleur username), maar toch: ik kreeg natuurlijk kei veel respect van mensen die ik nog nooit heb gezien. Nog steeds niet. Hoewel ik er een paar wel eens in het echt ben tegengekomen (soms zelfs niet bij een concert van de Kings), en Erlend me nog eens in het Noors op de achterkant van een 7″ single heeft bedankt voor ”Admin-Online hjelp og in-depth-kommentarer pà nettsider.” Dat is Noors, volgens mij.

Maar goed, zo vermaakten wij ons, Kings of Convenience fans, op het forum tot de opvolger Riot on an Empty Street uitkwam. En we praatten over van alles, maar vooral ook over Quiet is the new Loud. Of het nu gaat om opener Winning The Battle, Losing The War, over single Toxic Girl, de combinatie The Girl From Back Then en Singing Softly To Me…. Ik ken bijna iedere noot uit mijn hoofd.

Toxic Girl nam ik ooit samen met een vriend van mij op door over de muziek heen te zingen. Volgens mij hebben we er – net als van onze eerste echte single – zelfs een banjo remix van gemaakt. The Passenger, verreweg het slaapverwekkendste nummer, coverden we waarbij ik de tweede gitaar aan het eind speelde. En Leaning Against The Wall ook. Good times. En in 2004 ging ik samen met die vriend, zijn ouders en mijn vader naar een concert van de Kings in Paradiso. We zaten en het was het meest nerdy concert dat ik ooit heb bezocht. Natuurlijk, ook als je nu nog naar een van de zeldzame concerten van de Kings of Convenience gaat, moet je meezingen en meeklappen en neuriën, dat kan ook omdat de muziek vaak zo zacht is. Maar toen, toen leek het nog niet op een podiumtruc, maar op een experiment van de band. Waarbij het nog maar afwachten was of het ging werken. Waarbij een single als I’d Rather Dance With You nog niet zo vaak gespeeld was dat de dans van Erlend nog spontaan voelde. Er was niks rock-n-rolls aan. Little Kids, Cayman Islands, Everybody’s Got A Friend In Stockholm… Het waren stuk voor stuk hoogtepunten.

Maar vooral omdat er werd geput uit een collectie van twee albums. Waarvan er eentje al ruim drie jaar in mijn hart was gesloten. Ieder album heeft een functie in mijn leven. Quiet is the new Loud doet me – nog meer dan The Optimist LP bijvoorbeeld, terugdenken aan de simpele middelbare schooltijd, die niet zo simpel was maar nu wel zo aandoet. Dat alles nog voor je lag, dat je niet beter wist. Uit de liedjes – met name het eerder genoemde Toxic Girl en I Don’t Know What I Can Save You From – komt een soort naïviteit voort… Dat het met het zetten van een kop thee wel goed komt, of dat dat meisje gewoon giftig was en je daarom geen blik waardig gunt. Het zijn simpele taferelen, maar daarom werken ze juist. Toen de cd uitkwam werd er geklaagd over het gebrek aan humor en ironie of snellere nummers, misschien juist omdat dan wordt verwacht van een album dat het commercieel presteert. Maar 13 jaar na dato is het juist het gebrek aan een single of hit de sterke factor. Als de vermoeidheid toeslaat na een lange, vermoeiende dag, is het daarom juist dat deze plaat altijd werkt. Altijd.

Met als afsluiter Parallel Lines. Ik heb een soort angst voor het in slaap vallen met een cd. Omdat de stereo niet zichzelf uitschakelt (de timerfunctie heb ik nooit vertrouwd), zet ik liever niet een cd op als ik ga slapen. Omdat anders het huis misschien afbrandt, of iets dergelijks. Maar Parallel Lines luister ik graag als laatste geluid van de dag. Een beschouwend nummer, abstract in bewoording maar volledig raak qua thematiek. De tekst van de coupletten beschouw ik nog steeds als één van de mooiste ooit.

What’s the immaterial substance that envelopes two
One perceives as hunger and the other as food
I wake in tangled covers to a sash of snow
You dream in a cartoon garden, I could never know

Innocent imitation of how it could be
If when the music ended, you did not retreat
In my imagination, you are cast in gold
Your image a compensation for me to hold

 

Quiet is the new Loud werd zo’n beetje een mantra voor de muziekpers toen de plaat verscheen. Ook voor mij werd het lange tijd een muziekwet. En hoewel ik inmiddels ook hardere muziekvormen waardeer is dit de plaats waaruit ik ben vertrokken. Dit is de basis. Hier begon het. Stil klinkt het nieuwe luiden is zelfs een beetje toepasbaar op mijzelf, als ik eerlijk ben. Ja, ik ben best aanwezig soms of altijd, maar mijn grondhouding is dat niet. En misschien is het wel omdat ik soms verlang naar een wereld waar het zo simpel is. Waar er ruimte is voor reflectie en bezinning en dat mensen daardoor hun acties bepalen. Misschien maakt me dat naïef. Maar ik ben ze tegengekomen, die mensen. Ze bestaan, die introverte mensen, en zij zijn mijn favorieten. En iedere keer als ik Quiet is the new Loud opzet, droom ik even van een wereld waar zij de dienst uitmaken.

changing-of-the-seasons-516970dd4670a

7: Een plaat voor de seizoenen

Op 27 februari 2012 (wat? 2012! ja…) keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs. Momenteel hoopt hij dat hij de lijst afrondt voor 22 september 2014, als hij 10 jaar op de site actief is. De oude afleveringen vind je hier.

changing-of-the-seasons-516970dd4670a7: Ane Brun - Changing of the Seasons (2008)

 In zes jaar kan veel gebeuren. Je kunt totaal in de vergetelheid raken, maar je kunt ook, ik noem maar wat, met Peter Gabriel gaan touren, zijn theatrale kunstvorm overnemen en meer platen dan ooit verkopen (met It All Starts With One). Dat Ane Brun een rasperformer was was, wisten we natuurlijk al enkele jaren, ze is nog steeds een van de beste artiesten die ooit het gehucht waar mijn ouders nog steeds wonen meerdere malen met een optreden vereerde. De laatste keer, in de open lucht met een show die op grote festivalpodia was afgestemd, was misschien nog wel de minste. Maar daarvoor heb ik haar twee keer klein en gevoelig meegemaakt en toch volledig dominerend op het podium. Dat kan The Tallest Man On Earth ook op het podium: met een stem en een gitaar respect afdwingen.

Changing of the Seasons is oprecht een overgangsplaat, als we eerlijk zijn. Hoewel we hier nog niet mogen spreken van magistrale begeleiding en epische productie, horen we – anno 2014 – wel al de voorbode van dat nieuwe geluid. Ane schrok er zelf een beetje van – en daarom bracht ze niet lang erna het prachtige Sketches uit, met de demoversies van de liedjes die hier al best breekbaar zijn. Luister naar opener The Treehouse Song en The Puzzle om die rijkere productie te horen: de instrumentatie had met piano, cello en gitaar volstaan, maar nee: uit alle hoeken komen de prachtigste violen en percussie je kant op gesneld.

Hoe subtiel de toevoegingen zijn, merk je pas echt als je die begeleidende Sketches op zet. Net genoeg trompet voor kippenvel op My Star… Hier speelt geen andere vrouw dan die op nummer 22 in deze lijst Are They Saying Goodbye? zingt. En hoewel het verleidelijk is om de evolutie van Ane Brun te spiegelen aan de titel van deze plaat – blijkt bij de titelsong dat het gewoon weer om relaties gaat: It’s the changing of the seasons / he says; I need them / I guess I’m too Scandinavian. En even later: And then she awakes / reaches for the embrace / he decides not to worry about seasons again.

Mijn favoriete liedje op deze cd is echter Lullaby for Grown-ups. Een slaapliedje lijkt het niet echt, in de spaarzame tekst wordt de luisteraar op het hart gedrukt dat er miljoenen manieren zijn om aan je eind te komen. Bang zijn heeft geen zin, we kunnen er niks aan doen. En terwijl je kleine kinderen in slaap zingt met een droomwereld, lijkt Brun te stellen dat volwassenen hier niet in geloven. Het alternatief is presenteren dat je er toch niets aan kan doen als het fout gaat. You can’t keep the sky from falling anyway…

Na dit – voor mij in ieder geval – hoogtepunt – volgt er een dipje. Raise My Head en Armour (een walsachtig nummer met hoge koortjes) zijn mindere nummers en Round Table Conference is eigenlijk alleen maar fantastisch vanwege de prachtige gedempte noten op de gitaar. Zeker de Sketches versie die ik hier eigenlijk niet mag bespreken is prachtig.

Gelukkig eindigt de plaat met een drietal kneiters (prachtig woord…) van liedjes. Gillian is een eerbetoon aan Gillian Welch en de helende werking van muziek, waarin Brun openhartiger is dan ooit, over een dag waar alles tegen zat:

I was so tired then
the music caressed my skin
just like when someone finally holds you and you can give in
this you’ve been avoiding
you think you’ll fall apart, but it’s just that new song

Don’t Leave is een ogenschijnlijk simpel nummer waarin Ane Brun in gelukkiger staat verkeerd: die van jij-zei-GA-NIET-WEG-maar-ik-wist-niet-eens-dat-dat-een-optie-was-zo-gelukkig-ben-ik. Dit alles wordt met een fijne drum en piano begeleid zodat in het refrein (It won’t do us no good) strijkers en koor we bijna mogen dansen. Live wordt dit nummer dan ook ten volle uitgebuit.

In de pers heeft Ane wel eens geroepen dat Changing of the Seasons het slot van een trilogie was… Dat ze daarna echt de andere kant op wilde én kon. Vandaar dat niet meer dan fitting is dat de cd eindigt met Linger with Pleasure. Het is een nummer over voornemens, maar eigenlijk precies de tegenovergestelde voornemens dan ze uiteindelijk heeft voorgenomen (als dit zinnig klinkt). In het nummer rept Brun over een plek waar ze gewoon kan genieten en hangen en chillen. Met 2.52 minuten is het het kortste nummer op de cd. Misschien was ze er nog niet aan toe, dat rustige pensioen in haar eentje met haar herinneringen (en ze was pas 33 toen ze het opnam, dus wat dat betreft zou het aan de vroege kant zijn geweest), of misschien is het nog steeds haar ideaal… Het gaat wat ver om te stellen dat de laatste regels op Changing of the Seasons - hieronder geciteerd – de laatste “verstilde” momenten van Ane Brun op plaat zijn – we weten niet wat de toekomst van Ane gaat brengen en eerlijk is eerlijk, ook op It All Starts With One zijn genoeg stille momenten te horen -  maar het voelt nu even als het einde van een tijdperk. En daarmee zegt dit stukje net zo veel over de plaat als over de tijd waarin ik het luister.

Maybe this is wishful thinking
And maybe I’ll just keep on sinking
But sometimes it’s enough to know
That there is a place where everything is on hold
Where the hours will be longer
And I’ll linger with pleasure

8: Het mag geen naam hebben

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

travis-theboywithnoname8: Travis - The Boy With No Name (2007)

The Boy With No Name past qua titel feilloos bij de succesvolle albums van Travis. In hetzelfde straatje als The Man Who en The Invisible Band (en het straatje van The Seldom Seen Kid, maar dat is dan weer een Elbow-plaat) dus, maar de muziek is toch van dubieuzer kwaliteit. Weliswaar beter dan voorganger 12 Memories, maar gedurende het luisteren bekruipt je toch het gevoel dat er wat fillers op deze plaat staan. Een paar hele goede liedjes en een paar b-kantjes. En als ze deze plaat nu hadden gecombineerd met opvolger Ode To J. Smith, dan had de plaat wellicht nog beter verkocht dan die nu deed (bijna een half miljoen exemplaren wereldwijd).

Travis worstelde lange tijd met wie ze waren en of ze niet eens iets anders moesten spelen dan Why Does It Always Rain On Me? maar op The Boy With No Name vinden ze voor het eerst weer vrede in hun muzikale stijl zonder dat het dertien-in-een-dozijn wordt. Voor mij drijft de plaat op slechts een paar nummers:

Closer is Travis zoals we het kennen: Fran Healy zingt op enigszins melancholische toon dat het allemaal niet zo gaat zoals hij wil (need to get closer… closeren de muzikale begeleiding speelt lekker weg. Understated, heet dat in Engeland. Verreweg het beste nummer op de plaat.

Selfish Jean is verreweg het leukste nummer op de plaat. Niet het beste – want niet bijster origineel – maar wel prima gitaarpop volgens de regels terwijl de Jean uit de songtitel even de waarheid wordt bezongen. De tekst is echter zo luchtig (You keep the chocolate biscuits wired to a car alarm OOOOOOOOOH Selfish Jean) dat van echte boosheid geen echte sprake lijkt. Het is zo’n nummer wat meteen weer opnieuw kan beginnen als het is afgelopen.

Big Chair is ruimtelijk met een heerlijk ritme. Precies zo’n nummer waarvan je vergeet hoe fijn het is totdat je het weer eens aanzet. Dat is in contrast met de rest van de cd, die zo makkelijk in het gehoor ligt dat je hem helemaal vergeet en er niet door wordt verrast als je hem aanzet. Zelfs Under The Moonlight is – in duet met KT Tunstall – een beetje bleu. Jammer. Maar zo zie je maar weer: drie hele goede liedjes is genoeg om een album aan op te hangen. Zodat het op aantal keer luisteren toch in de top 8 eindigt.

9: Een donker beest

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

9: Elbow – Asleep in the Back (2001)

Inmiddels zitten we in de top 10 van albums die ik de afgelopen tien jaar het meest heb geluisterd. En waar het me lager in de top 25 nog wel eens lukte om analytisch naar een plaat te krijgen, of een plaat te associëren met een bepaalde levensfase, komen we zo langzamerhand bij de platen die ik zo goed ken, dat het moeilijk wordt om er iets over te vertellen. Alsof je een vriend probeert te beschrijven aan een collega. “Ja, hij is gewoon Henk.” Er komt nog wel een verrassing of twee aan, hoor, maar we zijn dus aangekomen bij de Henken van mijn top 25. De stukken worden langer – merk ik ook – doordat ik meer en tegelijkertijd minder te vertellen heb. Meer bijzaak, minder de plaat zelf. Ik weet nog niet of dat de bedoeling is of niet. 

Asleep in the Back komt net als de meeste platen uit dit lijstje uit het begin van deze eeuw. 2001. In 2011 bracht het – eindelijk doorgebroken – Elbow Build a rocket, boys uit. Een melancholische plaat, maar vooral ook een nostalgische plaat. Het komt waarschijnlijk door de leeftijd van de heren. Nostalgie, melancholie en directheid maken de dienst uit. Tien jaar ervoor horen we – als we eerlijk zijn – de melancholie op de debuutplaat. Melancholie, donkere humor en zware thematiek.

(Soms denk ik wel eens dat Build a rocket, boys Elbows manier om te zeggen is “weet je nog dat we Asleep in the Back maakten?”)

Asleep in the Back was de debuutplaat, maar niet het eerste album wat de heren opnamen. Er werd heel veel materiaal door het label geschrapt, waardoor de band al zeven jaar bezig was voordat dit album werd uitgebracht. Je zou er vanzelf mismoedig van worden, wat wellicht de sfeer op nummers als Any Day Now, Little Beast en Bitten By The Tailfly verklaart.

Ik werd er in ieder geval niet vrolijk van, in eerste instantie. Red - de single – was het enige nummer wat ik mooi vond en verder slingerde de cd wat rond op mijn kamer. Pas toen Leaders of the Free World uit kwam in 2005, viel bij mij het Elbow-kwartje (daar hebben we het nog wel over).

Het mooie is dat we op deze single al de grootse Elbow horen. Weliswaar geen opgeblazen muur van geluid hier, maar wel een soaring melodie en een van pijn doordrenkte tekst. Dezelfde sfeer ademt voor mij Powder Blue en spookachtige opener Any Day Now.

De nummers die ik nu het mooist vind, daarentegen, ademen een andere sfeer. Ze houden het midden tussen de melancholie die ik eerder aanstipte, en een zekere mysterie. Nummers als Don’t mix your drinks en Newborn (en ieder nummer dat begint met een zin als I’ll be the corpse in your bath tub, useless… krijgt van mij +1). Zeven minuten duurt dat nummer, waarbij de eerste drie als single zijn uitgebracht. Zonde noem ik dat, want in de vier erna stijgt het nummer naar epische hoogte.

Het is de afsluiter die me echter het langst zal bijblijven (hieronder in een mooie live versie). Toegegeven, hier komt voor het eerst die melancholie om de hoek kijken – waarvan ik eerder in dit verhaal zei dat die grotendeels afwezig was… Toch nog – aan het einde van de lange, donkere luistersessie – maar hier is het een antidote, een pijnstiller, en niet het hoofdingrediënt van het gerecht dat Elbow opdient. Als de rest van het album je prima een depressie in kan helpen, trekt Scattered Black and Whites je er weer uit.

Op sublieme wijze beschrijft Elbow hier jeugdherinneringen, het anker van je leven, de fysieke plek en de state of mind die je een zekere rust geven. En daarom is het ook mijn rustpunt in de discografie van Elbow.

Been climbing trees I’ve skinned my knees
My hands are black the sun is going down
She scruffs my hair in the kitchen steam
She’s listening to the dream I weaved today

Crosswords through the bathroom door
While someone sings the theme tune to the news
And my sister buzzes through the room leaving perfume in the air
And that’s what triggered this
I come back here from time to time
I shelter here somedays

A high-back chair, he sits and stares
A thousand yards and whistles marching-band
Kneeling by and speaking up
He reaches out and I take a massive hand
Disjointed tales that flit between
Short trousers and a full dress uniform
And he talks of people ten years gone
Like I’ve known them all my life
Like scattered black & whites
I come back here from time to time
I shelter here somedays
I come back here from time to time
I shelter here somedays

En dat somt uiteindelijk Asleep in the back op. Het is een album dat vooral de donkere kanten van het leven bekijkt, maar flirt met positivisme. Elbow is uiteindelijk een “menselijke” band. Waar sommige bands een bepaalde kant van het leven weten te belichten, lukt het Elbow op hun beste momenten om het hele menselijke scala te belichten: liefde, wanhoop, depressie, hoop, nostalgie en het donkere beest dat achterin de auto slaapt als je door de nacht rijdt. Niet wetend waar je uitkomt. Soms ligt dat beest daar te slapen en soms wordt het wakker en indoctrineert het je met je ergste angsten. En soms blijft het slapen daar achterin de auto en is een herinnering of wens genoeg om je sluimerende angsten te bezweren.

10: Overal om me heen

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

10: Turin Brakes - Ether Song (2003)

Eerder deze week verscheen de nieuwste versie van iTunes – het nog steeds in veel opzichten matige muziekprogramma van Apple. Wanneer je je iPhone wilt synchroniseren met dit programma, kun je ervoor kiezen om dit draadloos via iCloud te doen. Dat omschrijft Apple als “Uw agenda’s worden via de ether met iCloud gesynchroniseerd.”

En dan moet ik dus grinniken. Ether.

Want Ether staat voor mij synoniem aan Ether Song, het tweede album van mijn favoriete band Turin Brakes. Dus verwijzingen naar Ether zijn voor mij verwijzingen naar Ether Song, niet naar de “tussenstof” die men vroeger dacht dat het was – of de chemische verbinding. En zoals men vroeger dacht dat de Ether overal om ons heen was, zo is ook dit album altijd een beetje bij me.

Ik weet nog de dag dat ik het album samen met mijn goede vriend Mischa ging kopen in de Free Record Shop in Boxmeer – na school. 03-03-03 was de releasedatum. Ze hadden meerdere exemplaren van de limited edition in een apart vakje voor de band staan (dat is tegenwoordig wel anders). Single Painkiller kwam op MTV en 3FM en lag ook in het rekje. En terecht. Want we hadden er net een tijd op zitten dat akoestische gitaren weer helemaal hip waren (net zoals de afgelopen tijd folkpop weer erg aanwezig is op de radio). Painkiller werd een top 5 hit in Engeland en Turin Brakes genoemd voor grootse dingen. Dure clips, grote uitverkochte liveshows en een jongen in Nederland die een fansite begon.

Rond het verschijnen van dit album werd ik pas echt fan van de heren. Sinds oktober 2002 – rond de verschijning van single Long Distance - zat ik op het officiële Turin Brakes forum. Verslavend was het: MSN stond aan en iedere keer als iemand reageerde op een topic waar ik ook op had gereageerd op het forum, kreeg ik een mailtje van “Apache” of “Nobody”. Soms kwamen er meer dan tien van dat soort mailtjes binnen een minuut. Aan MSN’en kwam ik bijna niet meer toe. Het zal zo’n tien jaar geleden zijn dat mijn fan zijn van Turin Brakes zo echt werd aangewakkerd. Twee maanden na de release van Ether Song - in mei 2003 – begon ik mijn Turin Brakes fansite: Ether Site.

Maar waar The Optimist LP een ongekende schoonheid blijkt te bevatten door de simpele productie en instrumentatie, is Ether Song ambitieuzer in geluid. De opnames van het album die ontzettend veel weg hadden van de debuutplaat werden ter zijde geschoven en met producer Tony Hoffer werd in Los Angeles in een paar weken tijd een album gepresenteerd wat het midden houdt tussen rock, ambient en pop.

Opener Blue Hour opent met zo’n ambient geluid en een cackle van zanger Olly die zo aanstekelijk werkt dat ze hem maar op de opname lieten staan. Dan begint de beat en komt verdomme een elektrisch versterkte gitaar binnen vallen. CONTROVERSE! De stijl is wat vervreemdend als je Feeling Oblivion gewend bent, maar de tekst is dat niet. Pace of this place slow down, suits thrown your phones to the ground… Een oproep tot reflectie en stilstand, waarbij de titel verwijst naar dat moment tussen dag en nacht waarin de lucht op zijn mooist is. Olly en Gale hadden altijd al iets met luchten, zie ook de cover van alle andere albums (behalve Dark on Fire).

Ether Song is opgenomen met muzikanten die bekend werden door hun werk met Beck en Air en dus is er – als je de plaat een ding kunt verwijten – de discrepantie met hoe de band live klinkt. Liedjes als Average Man en Falling Down kwamen live nooit zo goed tot hun recht als op de cd. Dat geldt overigens niet voor Long Distance, een vroeg hoogtepunt op de cd. Het nummer is qua productie interessant – want vol effecten en toch zijn alle instrumenten duidelijk te horen. Olly’s stem bereikt een absoluut hoogtepunt in de discografie van de heren op de zinnen I’m burning to get there / the middle of nowhere / storm warnings flicker while the world’s turning…. Beter dan dit wordt het tot nu toe nog niet. Ik weet niet aan welk knopje Tony Hoffer draaide tijdens de opnames van dit nummer, maar hier is Olly’s stem zo puur, zo natuurlijk, zo mooi, dat het iedere keer kippenvel oplevert. Maar niet voor lang, want meteen daarna rockt het nummer het refrein in.

Long Distance introduceert ook de traditie van instrumentale outro’s. Het is de eerste keer dat een Turin Brakes nummer is afgelopen en dan nog een instrumental een “nagedachte” krijgt. De band zou dat op derde album JackInABox nog vaker proberen. Deze is het mooist en komt live ook goed tot zijn recht, waarbij Olly vaak al zingend improviseert.

Hierna komen we in traditioneler Turin Brakes-land, met nummers als Self Help, Falling Down en livefavoriet Stone Thrown. Allemaal een goede balans tussen de nieuwe productie en de oude thematiek en speelstijl. Ik wil het hier even niet hebben over Clear Blue Air of hit Painkiller. Voor mij wordt het weer interessant vanaf Full of Stars. Lead vocals komen van Gale, die normaal de koortjes voor zijn rekening neemt en om die reden is het nummer niet zo vaak live gezongen. Het is een mooi, zoetgevooisd nummer met een bittere, melancholische tekst.

Don’t let the colours bring you down
They’ll get much brighter one day
You know all things will come around
If you would leave them in their sway
I’m gonna save it all and these photographs
Keep something here for me
When I’m dead and gone I’ll laugh last
For what’s left here to see

Het zijn de details die hier indruk maken. De spookachtige vocalen, de slide solo die in eerste instantie detoneert op de wollige elektrische piano en de stem aan het begin die zachtjes zegt Go ahead and start it, I’ll follow…

En de overgang dan…. Naar Panic Attack. Een nummer wat ik totaal niet snapte tot ik zelf paniekaanvallen kreeg. En toen kon ik er lange tijd gewoon niet naar luisteren. Hier is de tekst spot on, zoals de Engelsen zeggen.

Paint your panic attack, lonely inside a lift, the smallest thing could strip you to your skin
Feel your lonely skies, when times are hard, wave bye bye, bye bye baby, burning eyes of demise

Daarna wordt de tekst door elkaar geschud. Een verstoring van de zinnen en volgorde. De ingrediënten zijn hetzelfde, maar de betekenis is anders. In interviews zouden de heren vertellen dat Tony Hoffer erop stond dat dit nummer op het album zou komen. Terwijl de heren het niet zo zeer als liedje maar als experiment zagen. Het is tekenend voor de invloed van Hoffer, die als enige producer er in slaagde de heren uit hun comfort zone te trekken en iets te maken wat groter was dan henzelf. Niet navelstaren maar spelen op een andere manier zonder na te denken wat de wereld ervan vindt. Panic Attack is voor mij persoonlijk van grote waarde, maar op een andere manier dan de andere nummers die ik van de heren waardeer.

Little Brother is verreweg het donkerste (en hardste) nummer op het album. Agressie, woede en zelfmoord zijn de ingrediënten (You’re losing it / I couldn’t tell / ’till you hung yourself). Het zou beter passen in een ander genre en daarom hier een aggressieve gitaarpartij, die halverwege uit elkaar wordt getrokken voor een stil intermezzo en dan weer kei hard begint.

Nog een hoogtepunt op de cd, maar nooit een prettige luisterervaring. Die komt in de kalmte daarna, Rain City. Reflectie, mooier dan ooit. Rust. Een nummer wat ik altijd kan luisteren. Geschikt om bij stil te staan voor je weer een dag gaat rennen, maar ook een nummer om bij te eindigen. Gebruikt in hitserie The O.C. en daarom een van de bekendste nummers van de heren buiten Engeland, maar schandalig genoeg niet op The Best Of opgenomen (Olly zou me toevertrouwen dat hij ook niet snapte waarom ze dat zijn vergeten). Lo-fi, intiem en huiskamerkwaliteit. Dat hadden we op de plaat nog niet gehoord. Oh my love, I can’t let go / Nature’s cruel she laughs at me… Ik had het niet verwacht maar bijna tien jaar later is dit mijn favoriete nummer.

En dan de hidden track. De thematiek achter dit album (dat de nummers “uit de ether zijn geplukt, waar alle creativiteit rondzoemt) vond ik altijd al een beetje “achteraf bedacht”, maar goed, uiteindelijk vat het de boel wel mooi samen. Na Rain City volgt een stilte van enkele minuten die door het geluid van een overvliegend vliegtuig zacht wordt doorbroken. Drie akkoorden. In the eeeeether. In the ether’s air. Would you be there? Would you be my friend?

Nog een keer een climax, nog een keer alle zeilen bijzetten. Langzame progressie naar een een groot aantal decibel. Om daarna weer even rustig te vervagen in een einde. Ether Song.  Terecht een top 3 album in Engeland.

Toch riep het album verdeelde reacties op: de een vond het geweldig, de ander matig. Ik haatte eerst de productie, maar na een jaartje of twee viel het kwartje (bovendien bleek de cd gezien zijn variatie in geluid erg geschikt om een nieuwe stereo mee uit te zoeken in 2004). Nu is het album als een vriend die ik niet zo vaak spreek, maar die ik nog steeds door en door ken. En af en toe ga ik bij hem langs om herinneringen op te halen.

* overigens is dit album nog meerdere keren opnieuw uitgegeven met extra nummers die er totaal niet bij passen. Er is maar één versie die telt. Het origineel. En de eerste limited edition dus, die ook op 03-03-03 verscheen. Ik heb het nauwelijks gehad over de single Painkiller. Tegelijkertijd een zegen en een vloek voor de band. Een top 5 hit, enigszins bewust gekozen (in interviews bij de release geeft de band al aan dat dit nummer wellicht deuren opent die anders gesloten zouden blijven), maar helaas voor hen dacht het platenlabel ook dat dit het enige nummer was dat dat kon. Na de teleurstellende release van ‘Average Man’ werd de band dan ook weer de studio ingestuurd voor het rete-commerciële ‘5 Mile’ (de video was de duurste ooit en bevat een mooie verwijzing naar Coldplay – dat dan weer wel), een nummer dat beter nog een jaartje of twee had kunnen rijpen. Dit alles is niet zo zeer een onderdeel van het originele album en heb ik hier daarom verder buiten beschouwing gelaten.

11: Dromen op de dansvloer

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

11: The Whitest Boy Alive - Dreams (2006)

Na enkele elektronische soloprojecten kreeg Erlend Øye weer zin om in een band te spelen. Maar niet een band waarbij over iedere noot wordt gediscussieerd en nagedacht – zoals de Kings of Convenience. Nee, een band die vrolijk, impulsief en direct is. Die met een beetje geluk ook nog de voetjes van de vloer krijgt. Positief, maar realistisch. Dromerig, maar ook met humor.

En zoals zo af en toe gebeurt in de muziekwereld, sloegen de initiatiefnemers hiermee de spijker op zijn kop. The Whitest Boy Alive – en inderdaad, een veel “wittere” zanger dan de Noor Erlend kun je je bijna niet voorstellen – begon al eind 2003 als een elektronisch project en evolueerde langzaam tot het viertal mensen dat zonder hulp van geprogrammeerde elementen dansbare muziek maakt. Het eerste nummer dat de band (het project) uitbrengt is dan ook een elektronische, bijna statische versie van InflationIn 2006 resulteerde dat alles in Dreams waar dat zelfde nummer op staat, maar dan met live instrumenten (en “heart”). En de Erlend die we al kenden van Kings of Convenience horen we hier als vanouds, maar dan met een sound waarin zijn ingetogen vocalen perfect tot hun recht komen. Niet dat die niet mooi klonken in samenzang, maar de dromerige solostem die we hier horen… Je moet er van houden en ik hou er van!

En met mij vele anderen, want opvolger Rules bombardeerde de band tot ware festivalhit en verzamelpunt van muzieknerds EN hipsters alike. Maar Dreams kwam daarvoor te vroeg. Het is een album dat bescheiden werd neergezet: uitgebracht door een eigen label (Bubbles) en een doe-het-zelf-mentaliteit waar veel muzikanten een voorbeeld aan kunnen nemen. De multinationale band, met als hoofdkwartier Berlijn (hipper dan hip) timmerde aan de weg zonder noemenswaardig marketingbudget en trok in eerste instantie uitsluitend bestaande fans van Erlend. Dreams doet de titel eer aan: het is dromerige muziek waarop je met een beetje geluk met je voeten kan schuifelen.

Maar er gebeurde iets… De band bleek live best wel goed. Erlend kon eindelijk de foute pasjes doen die bij Kings of Convenience uit de toon zouden vallen en de andere bandleden maakten lol op hun eigen manier: een foute snor, een keyboardsolo, of zelfs elkaars instrumenten bespelen (met vaak hilarische gevolgen). En ergens tussen Amsterdam en Istanbul, daar ging het fout… Daar bloeide Erlend op tot een diva / leider / charismatische man die alleen nog uiterlijk een nerd is.

En waar opvolger Rules veel meer deze live feel van de band omarmt, is Dreams een echte studioplaat: meer voor de hoofdtelefoon dan de subwoofer. En dat is best wel geslaagd. Omdat de plaat met verschillende tracklists is uitgegeven op verschillende labels, kan ik niet anders dan gewoon mijn eigen versie bespreken – die van het Zweedse label Service. Opener Burning is een stamper die er niet om heen draait. Simpele tekst, simpel ritme en simpele gitaarnoten die de melodie uitspellen. So many people telling me one way, so many people telling me to stay, never a chance to have my mind made up, caught in a motion that I don’t want to stop. En dat dan heel vaak herhalen. In een interview gaf Erlend ooit aan dat hij zoveel dansbare muziek zo ‘dom’ vond qua tekst, maar qua variëteit doet hij hier zijn betoog weinig eer aan. Dit is een gebbetje, getuige de lachende bandleden aan het eind van het nummer: gewoon live een nummertje spelen en dat opnemen op de plaat. En dat dan als eerste nummer op de plaat zetten. Omdat het kan.

Burning is dan ook een uitzondering op de plaat, want verder mogen we hier spreken van eenzame liedjes met relatief diepgaande teksten – al gaan ze wel allemaal voor dezelfde thematiek. Het nummer wordt gevolgd door Above You waarin Erlend zijn rol van “kijk eens wat een slimme teksten die aan het eind van de dag allemaal over liefde gaan” aanneemt. If you have a way of knowing, every river can be crossed… Dat soort teksten. Deze rol zien we vaak in zijn oeuvre. Aan het eind verandert Above You in I Want You en het staat buiten kijf dat dat van begin af aan de bedoeling was geweest. Above You is niet het beste nummer van de cd, maar wel een van de belangrijkste. Het is namelijk een van de weinige nummers op de eerste cd waar synthesizers worden gebruikt – in de live shows en op de volgende cd een essentieel onderdeel van de band. Hier zijn de synths “briljant” al zeg ik het zelf.

Na het al eerder genoemde debuutliedje (Inflation) volgt Fireworks waarin het archetype van het Whitest Boy Alive liedje wordt neergelegd: de drummer volgt een vrij standaardritme, Erlend speelt een serie noten op de gitaar, Marcin Öz speelt een vergelijkbaar basloopje mee en waar nodig wordt het geheel onderbroken voor een gitaarsolo zonder echte climax – die wordt namelijk veroorzaakt door de drums of de synths. Fireworks lijdt wat mij betreft dan ook onder alle andere Whitest Boy Alive nummers. Dit nummer grijpt de kern, maar verliest daardoor de eigen identiteit.

Nee, dan Don’t Give Up, voor mij het absolute hoogtepunt van de cd en de belichaming van de ‘gevoelige’ Whitest Boy Alive. Hoewel er meer nummers op de cd staan die het leed van de moderne hipster/nerd/jongen verwoorden, is Don’t Give Up verreweg de mooiste. Niet alleen breekt het met de cd door een zachte sound (Rhodes), het bevat ook nog een mooie Call & Response die mij keer op keer kippenvel bezorgd.

Give me a reason to stay constantly ignored
(I don’t think I can)
Give me an angle that I haven’t tried before
(Not from where I stand)
A guarantee for being honestly compared
(Could not be found)
You want to live when life is sakenly unfair
(Stick around)

Don’t give up.

De historie van het nummer gaat ver terug, Erlend schreef het nummer voor Röyksopp (die het hier in 2003 al live spelen op Glastonbury), net als Remind Me en Poor Leno, maar dat duo wiste (per ongeluk?) de harde schijf en begon bij 0 voor hun tweede album en gezien de inmiddels bekoelde relatie tussen Erlend en de heren, kreeg het nummer een nieuwe tekst en titel (49 Percent) en een andere zanger. En hoewel het origineel met name in het refrein erg mooi is, moet ik toch concluderen dat de versie van The Whitest Boy Alive veel mooier is.

Daarna volgt wat mij betreft een klein dipje. De muzikaliteit van de band wordt verkend in Done With You, een nummer dat mij niet zo boeit, en worden variaties op het gevestigde thema gespeeld met Figures en Borders om daarna kei hard af te sluiten met twee toppers. Golden Cage is een van de beste nummers op de cd – ook met veel succes geremixed in dansbare vorm. Hier is Erlends stem in topvorm.

So you no longer care if it’s another day?
I guess I have been there, I guess I am there now
You knew what you wanted and you fought so hard
Just to find yourself sittting in a golden cage

Hier overigens de geslaagde Fred Falke remix – duurt ruim 8 minuten maar dan heb je ook wat – en respect om het toch nog melancholisch te laten klinken met vrolijke synthesizers:

Het album sluit af met melancholie: All Ears, een soort liefdesbrief en wederom een nummer dat Erlend al een paar jaar had liggen en later alsnog in een andere versie (met Kompis) werd uitgebracht. Niet de eerste keer en niet de laatste keer, want Erlend heeft er een handje van nummers wat jaren te laten rijpen voordat ze op plaat worden gezet. Dus werd de halve Rules-plaat al live gespeeld voordat er ook maar één nieuw nummer was opgenomen en verschenen er zelfs op die plaat nog nummers die ouder zijn dan de band zelf (afsluiter Island bijvoorbeeld).

Als je, zoals ik, na een paar jaar minder luisteren teruggrijpt naar deze plaat, valt je op hoe ingetogen en intiem de plaat is. Bijna geen cheesy teksten (Can you keep a secret? / No love can be guaranteed, it don’t come with no warranties zijn foute juweeltjes van de tweede plaats, maar niets van dat hier) of maniertjes waarmee Erlend de lachers op zijn hand krijgt, maar wel ruimte voor de essentie van de band. Want uiteindelijk is het allemaal leuk en aardig dat Erlend crowdsurfend door de zaal gaat, er moet ook een set met goede nummers staan. En een band met een verhaal. En dat is dat de Whitest Boy Alive aan het einde van de dag een dromer is, met een heel klein gouden hartje. En daar kunnen best veel hipsters en nerds (en ondergetekende) zich best mee identificeren.

12: Reflectie en bezinning

Op 27 februari 2012 keek Stefan toevallig op zijn Last.fm-profiel om te zien welke cd’s hij nu eigenlijk het vaakst had geluisterd sinds 22 september 2004 – de dag dat hij lid werd van de muziekstatistieksite. In de hoop nu eindelijk eens uit te leggen waarom de muziek in kwestie hem nu zo dierbaar is, loopt hij op ditisstefan.nl de top 25 langs.

Later, bij de release van opvolger (en het aanmerkelijk luchtigere) Gossip in the Grain zou Ray LaMontagne zeggen dat hij op Till The Sun Turns Black wel heel veel geduld van de luisteraar had gevraagd. Dat begint al bij de opener Be Here Now. De eerste minuut is bijna uitsluitend voor de strijkers, die zachte, hoge tonen spelen. Daarna begint Rays fluisterstem: don’t let your mind get weary, your will be still, don’t try. Ruim zes minuten duurt de opener en we zijn halverwege de tweede minuut voordat het refrein komt. Het is nauwelijks voor te stellen, maar dit is een single geweest. Het past wel prima in de constructie die hier wordt opgebouwd. Till The Sun Turns Black is een plaat van bezinning en reflectie. Wat we doen is rennen als kippen zonder koppen, zonder stil te staan bij wat we doen en waarom we dingen doen. Op deze plaat reflecteert Ray op zowel zichzelf als de maatschappij. De enige manier om dat over te brengen is een plaat te maken waarbij het grootste deel van de liedjes stil en berustend is. Het is een steengoede plaat, waarbij productie en artiest elkaar ideaal versterken. Zelfs als de plaat af en toe wat te veel in zichzelf keert.

De volgende twee nummers zijn namelijk net zo intiem/intens - for lack of a better word – als de opener. Empty is wat mij betreft een eerste hoogtepunt. Een fijne, kabbelende gitaar en drum, met weer mooie strijkers als aanvulling en Ray die zingt over vervreemding. De tekst rolt over de lippen van LaMontagne en met name het laatste couplet is een absoluut kippenvelmoment:

Well, I looked my demons in the eyes
laid bare my chest, said “Do your best, destroy me.
You see, I’ve been to hell and back so many times,
I must admit you kind of bore me.”
There’s a lot of things that can kill a man
There’s a lot of ways to die
Yes, and some already dead that walk beside me
There’s a lot of things I don’t understand
Why so many people lie
Well, it’s the hurt I hide that fuels the fires inside me

Kijk vooral even deze sessie op BBC Four, alvorens verder te lezen / scrollen:

Om wat meer kleur te geven aan Rays vocalen zingt Rachel Yamagata op Barfly mee. Qua stijl sluit dit nummer perfect aan op de vorige twee: nachtmuziek, na een rustige zomeravond. Er wordt in ieder geval niemand wakker van. Mooie samenzang, dat wel!

Dat geldt overigens niet voor track 4: Three More Days. Een wat luchtigere stomper, dankzij de de blazerssectie die nog meer los zou gaan op Rays derde album (niet in de top 25). Three More Days is simpel, direct: “ik kom bijna naar huis.” En dat mag eerlijk gezegd best na de wat zware opening. Rays stem gaat meer los – daar zaten we ook wel een beetje op te wachten.

Maar alle power wordt meteen teniet gedaan door het prachtige Can I Stay: strijkersintro en een lief Can I stay here with you ’till the morning? als opening. Smeltmomentje. Het nummer wordt gevolgd door het voor mij vrij obligate You Can Bring Me Flowers. Vooral leuk als je meer blazers wil – qua vocalen en gitaar niet bijzonder interessant. Op dit deel vind ik dat de cd af en toe iets te veel traditionele songvormen volgt. Te veel vorm, te weinig functie. Dat geldt namelijk ook voor Gone Away From Me. Maar goed, als de plaat alleen maar filosofisch gestemd was geweest… Dat was vast al helemaal te veel van het goede.

Interessanter vind ik de twee nummers die ernaar komen. Lesson Learned is een bitterzwart verhaal over spijt en verraad, met een mooie Spaanse gitaar in de introductie. Het is extra mooi omdat we Rays vocalen hier als “gekweld” kunnen omschrijven. Dat hadden we nog niet gehoord. Nadat Ray al het leed uit de doeken heeft gedaan, klinkt het bijna sarcastisch: Shall we call this lesson learned?

De titeltrack van de plaat had van mij ook de afsluiter mogen zijn. Qua thematiek vat het nummer de cd prima samen. Althans de filosofische kant waar ik vandaag op hamer.

Can you see the young and pretty
Confident as cops
Blooming, laughing in the shops
Till the sun turns black

Can you see the old and lonely
Walking through the park
Pushing grocery carts
Till the sun turns black

Wat moeten we in een maatschappij waarin we constant maar doen doen doen zonder na te denken, totdat er iets gebeurt wat ons leven verstoort? Ray besluit:

Can you see the wise man simply
Living, loving quietly
Every breath he takes eternity
Till the sun turns black

Zo dus. Perfect einde? Nee, want er volgt nog een “moraal van dit verhaal” in het naadloos  aansluitende Within You waarin de enige tekst is:

War is not the answer
The answer is within you

En:

Love

Wat mij betreft had dat iets subtieler gemogen, maar goed, het koppelt wel de liefdesliedjes en de maatschappijkritiek op de plaat elkaar. Reflectie en bezinning – door liefde. Daar gaat het volgens Ray om. Een steengoede luisterplaat en terecht in mijn top 25. Luisteren dus. Tien keer beter dan God Willin’  & The Creek Don’t Rise uit 2010. Jammer genoeg. Dit lijkt het hoogtepunt uit het oeuvre van LaMontagne te zijn. Ik hoop dat er in de toekomst toch nog een grote hoogtepunt bij komt…