Ik mis je, ik ben zwanger

Het mooie van al langere tijd bloggen is dat je na enkele jaren kunt verwijzen naar gebeurtenissen die je hebt gedocumenteerd. Dat kan ik bij dit postje ook. In 2008 was ik enkele dagen in Zweden, op bezoek bij Mischa. Daar kocht ik onder andere de cd I Miss You, I’m Pregnant van de Fins/Zweedse rockband Laakso. Een heerlijke plaat met een heerlijke titel, die op enkele uitzondering na ook nog best wel buiten mijn voorkeursgenre van akoestische poprock valt. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik de plaat NIET had gekozen op basis van de titel. Alleen stond er op deze in 2003 verschenen plaat, vijf jaar later aangeschaft voor 69 kronen) geen titelnummer. Er was ook geen liedje waarin de tekst I miss you, I’m pregnant voorkwam – hoewel de tekst sprekend genoeg is om dat wel te doen. Er spreekt namelijk genoeg uit de titel van het album en de titel van dit bericht (wellicht de reden dat je het nu leest). Jammer, maar het zou voor altijd een mysterie blijven.

Later downloadde ik nog het zowaar nog briljantere Laakso album Mother, am I good looking? uit 2007. In dit geval kwam de titel van de plaat wel terug in een nummer, zelfs de albumopener. Wederom een sterke albumtitel, hoewel minder sterk dan die van het debuut. Toen ik gisteravond deze plaat aan het luisteren was, realiseerde ik me weer de kracht van Spotify. In plaats van de mij bekende Laakso albums te luisteren, kon ik natuurlijk ook op Spotify de andere platen luisteren. Bijvoorbeeld het Zweedstalige Mämmilärock, met daarop het vrijwel geheel Zweedstalige Rotterdam here I come. Maar ik besloot om het tweede album van Laakso te luisteren. My Gods.

Op die plaat begon na enkele andere aardige nummers een bijna lieflijk liedjesliedje getiteld True Love. Bijna skipte ik door. Totdat ik de tekst hoorde:

On a night after a fight
we got together again
with peace and love in your apartment

Weeks later I got this mail where you said
“I miss you, I’m pregnant
I miss you, I’m pregnant again”

Eindelijk. Het nummer dat de briljante titel niet alleen een aardig verzonnen zinsnede maakt, maar ook een bron geeft. Bovendien is het refrein een van de minst romantische True Love refreinen die ik ooit heb gehoord:

Was nice, even though you kept your trousers on
Nice, even though I hadn’t washed for days
Nice, even though you kept your trousers on
Nice, even though I hadn’t washed for days
True love, this must be true love

Fijn, dat eeuwige mysteries opgelost kunnen worden. Al duurt het soms bijna drie jaar.

[spotify:track:1UsHpWPtpmwtdTsAEVFsTn]

Voor de mensen zonder Spotify: hier is een onofficiële video:

[Trällebo] 8: Huiswaarts (slot)

Vrijdag 16 juli

De laatste dag worden we – net als de eerste ochtend – gewekt door Mischa, ditmaal worden we ook meteen gefilmd (het moet een aangrijpende scène in onze vakantiefilm worden). Gelukkig zijn we allemaal enigszins aan het ontwaken, wat voor Mischa natuurlijk minder leuk is. Na een ontbijt met alle restjes die nog in de keuken  lagen (gehakt, eieren, jam, kaas, knäckebröd, thee) maken we een grandioos ontbijt. Dat we vervolgens opsmullen. Ook vandaag is de temperatuur al dik richting de dertig graden aan het gaan, terwijl het nog lang geen middag is.

Dat is nodig ook, want er moet gewerkt worden. We hebben er echt geen groot zooitje van gemaakt, maar als vijf heren een week lang in een huisje zitten, dan moet er toch gepoetst worden. Dus: spullen inpakken, stofzuigers in de aanslag en lijken ruimen (er liggen honderden dode muggen en vliegen verspreid door het huis). Het eten dat over is gaat ook achterin de auto. Daarna vertrekken we richting Växjo.

Onderweg naar het stadje met ons vliegveld, rijden we langs een stokoude kerk. Je kon de (enorme) sleutels bij de buren ophalen en dat heeft Mischa uiteindelijk ook gedaan, tegen die tijd hadden we het buitenste – overigens enorme – slot al gekraakt.  De kleine kerk was mooi, maar vooral ook heel erg oud. In de kerktuin eten en frisbeeën we (met) het knäckebröd dat we nog over hebben.

Ook in Växjö was een kerk, maar een van een veel moderner kaliber. We lopen door de winkelstraat, die aanmerkelijk hipper is dan alle winkelstraten die we tot dan toe hebben gezien. Ook de  Zweedse meisjes dichtheid is hier aanzienlijk – het begint op te vallen hoeveel leuke meisjes er rond lopen. Wij houden ons echter niet bezig met zulks aards genot. We zijn hier met een missie, namelijk het aanschaffen van souvenirs voor Moerts vriendin en twee vrienden van Mischa. Uiteindelijk slagen we in een cadeauwinkel, waarin achterin ook cadeaus van dubieuzere kwaliteit worden verkocht. Op weg terug naar de auto komen we langs een cd-winkeltje, waar ik voor “geen geld” een single van Günther zie liggen (voor de kenners betreft het hier Teeny Weeny String Bikini - het b-kantje is de Tropicana remix van dit nummer).

Voordat we naar het vliegveld rijden, stoppen we bij ons favoriete restaurant. Het is immers een ongeschreven regel dat als je elkaar leuk vindt, dat je dan een week later weer op dezelfde plek bent. Helaas is McEmmy er niet. De reden hiervoor is waarschijnlijk dat we aan de vroege kant zijn. Vorige week vrijdag was het lang na etenstijd, nu is tegen half zes. Teleurgesteld laten we onze bestelling opnemen door vier andere blonde kassameisjes. Toch niet hetzelfde.

Het vliegveld van Växjö is ongeveer even groot als treinstation Nijmegen, denk ik. Als u dacht dat Weeze al een klein vliegveld was, dan moet u eens op Växjö vliegen. Dat kan overigens alleen vanaf Weeze en Berlijn (en dat zijn dus ook de enige twee bestemmingen vanaf Växjö). Er is dan ook maar één gate. Nadat we de auto hebben ingeleverd en onze tas hebben ingecheckt  hebben we nog een uurtje over om te genieten van de überrelaxte avondzon. Geheel op tijd vertrekken we richting Weeze.

In het vliegtuig hebben Loert, Mischa en Erwan veel beenruimte, omdat ze bij een nooduitgang zitten. Pim en ik zitten een rij voor hen. De vlucht verloopt vrijwel geheel in de avondzon, pas als we de daling inzetten betrekt de lucht (lees: we dalen). In Duitsland blijkt het te regenen, en niet zo’n klein beetje ook. De vlucht duurt dan ook langer dan gepland. Wanneer ik voor de tweede keer hetzelfde landschap zie en we tien minuten na geplande aankomst nog steeds in de lucht zitten, beginnen we ook figuurlijk nattigheid te voelen (naast de regen, dus). Om tien over tien vertelt de piloot dat het onweerde boven Weeze, maar dat we nu eindelijk kunnen landen. Gelukkig zijn we verder om het onweer heen gevlogen en niet erdoor. Rond kwart over landen we op Weeze. Een geslaagde vakantie zit erop.

[Trällebo] 7: Króézen

Donderdag 15 juli

De donderdag is een alleszins rustige dag. Mischa neemt zich nogmaals voor op tijd te gaan vissen, maar als ik tegen negen uur wakker wordt, zie ik Mischa nog rond lopen. Uiteindelijk gaat Pim ook mee (het is dan al tegen half elf), om te zoeken naar zijn fotocamera. Rond elf uur sta ik ook op. Na het ontbijt wordt er gebruik gemaakt van het voetbalveld. Iets later trek ik mij terug met een boek (Onder Professoren), wanneer ook Mischa en Pim weer thuiskomen. De camera van Pim is niet gevonden.

Wel krijgen we bezoek. Een kater (of wellicht was het een poes), die luisterde naar de naam Otte, komt op bezoek. Overigens luisterde deze poes naar elke naam: hij komt duidelijk aandacht te kort. Zodra we ook maar aanstalten maken om op hem af te komen, draait het beestje zich om en rekt hij zich uit. Graag wil hij geaaid worden, dat blijkt. We besluiten dat het wel beter is om hem geen eten te geven. Een bakje water blijkt hij niet nodig te hebben (dat gunnen we hem wel in deze hitte. De jonge kater is zo ondeugend dat hij op een gegeven moment zelfs het huis binnendringt, iets wat Pim en Mischa minder kunnen waarderen (in verband met allergie).

Er moeten wel nog boodschappen voor het avondeten en het laatste ontbijt. Dus vertrekken Mischa en ik naar de supermarkt. Eigenlijk willen we naar een supermarkt in een stadje waar we nog niet zijn geweest, maar we zijn na een week wel zo’n beetje door de nabijgelegen steden heen. Dus gaan we, via het plaatsje Konga, naar Tingsryd. Daar zijn we al een keer geweest, maar toen zijn we naar de andere supermarkt geweest daar, niet naar de ICA. Dus toch nog iets nieuws, zullen we maar zeggen. Dit is onze derde roadtrip met zijn tweeën. De vorige twee keer vonden plaats op mooie avonden, waar we de nabijgelegen dorpen inspecteerden en onze ogen open hielden voor eventueel wild. Zo zagen we onder andere een klein vosje, kikkers, een aantal konijnen, een lynx (lees: kat) en een ree. Overdag zijn er aanzienlijk minder dieren op en nabij de weg te vinden.

We slaan flink boodschappen in voor het laatste avondeten (er was nog pasta, maar verder begon nogal veel op te raken). We belonen ons dan ook met een ijsje en een toeristische route naar huis. Daar komen we langs een watermolen, waar we snel wat foto’s nemen. Bij de watermolen spotten we ook de eerste bikinibabes op minder dan een kwartier rijden van ons huisje, zij gaan kanoën, wij rijden terug naar het huisje.

Daar blijken Pim, Erwan en Gnoert de plastic voetbal te hebben vernield. Het grasveldje voldoet namelijk niet aan de eisen van de FIFA: er liggen behoorlijk wat stenen (met name achter het doel). De door ons gekochte bal begon na dag 1 al licht te scheuren, maar gelukkig vonden we nog een zachte plastic voetbal in een opberghok. Deze deed goed dienst, maar begaf het dus op de eennalaaste dag. We zien de bal al voor het huisje liggen als we de oprit oprijden. “Hee, ze hebben de voetbal gemold,” zeg ik tegen Mischa.

De andere reizigers helpen met het uitladen van de boodschappen. Ineens schopt Erwan echter de kapotte voetbal onze kant op: ze hebben de bal gevuld met water en Mischa krijgt het volle pond. Ik ben zelf ook nog behoorlijk nat, maar mag vergeleken met Mischa niet klagen. Nadat we zijn omgekleed worden er spelletjes gespeeld en gevoetbald (met de harde, stomme voetbal). De avond verloopt op een vergelijkbare manier. We proberen nog fotografische trucjes uit met de twee fotocamera’s die mee zijn.

Het is nog steeds erg warm en als we besluiten te gaan slapen, komen Bloert en ik op het briljante idee om de kamer even te laten doorwaaien. Alle lampen uit, alle ramen tegen elkaar open en hopen op geen extra muggen. We wagen de gok en zowaar: de temperatuur begint spontaan te dalen. Ik voel het gewoon kouder worden in de kamer en als we na het sluiten van de ramen de lichten weer aan doen, blijken de muggen niet massaal op bezoek te zijn gekomen. Meevaller. De laatste nacht slaap ik dan ook nog beter dan de voorgaande nachten. Wat een paar graden temperatuurverschil al niet kan doen.

[Trällebo] 6: Cultureel Erfgoed

Mocht je je afvragen waar de foto’s blijven, dat doe ik ook ;-) … Mischa en Ploert hebben foto’s gemaakt, maar ik heb er helaas nog geen mogen aanschouwen. T.z.t. zal ik de berichten updaten met fotomateriaal.

Woensdag 14 juli

Vandaag gaan we naar Karlskrona. Dit is een van de beter bewaarde haven/vestigingssteden van Europa en staat om die reden op de Wereld Erfgoedlijst. Goert merkt echter terecht op dat “er wel meer op die lijst staat.” Persoonlijk vind ik Karlskrona niet tot de hoogtepunten behoren van die lijst.

Dat is niet zo zeer omdat het geen mooie stad is. De baai ziet er mooi uit en de huizen zijn ouderwets Scandinavisch: kleurrijk en van hout. Jammer genoeg hebben we al heel veel van dat soort huizen gezien de afgelopen dagen. Bovendien ben ik op de een of andere manier moe en heb ik last van de zon en dat heeft geen positieve invloed op mijn humeur. Kortom, hoe mooi Karlskrona ook moge zijn: op mij maakt het op enkele uitzonderingen na weinig indruk. Overigens zien het grote plein en de daaraan gelegen winkelstraatjes er bijzonder gezellig uit. Alle houten, geverfde huizen zijn precies dat: houten geverfde huizen. Ik sta best wel open voor cultuur, maar vandaag heb ik dus last van het leven.

Dat betekent niet dat het geen leuke dag is. We lopen vrij kriskras door de stad en zien afwisselend mooie en minder mooie straatjes. We genieten van zelf belegde broodjes in het park en observeren een groep vogels. We bezoeken het gratis deel van het maritiem museum en besluiten daarna naar de andere kant van de stad te lopen. Teleurstellend is dat we de haven daar uiteindelijk niet kunnen bezoeken. Het blijkt dat deze verboden gebied is (want militaire grond). Nogal jammer, aangezien een flinke hoeveelheid nummertjes op de kaart in dat gebied liggen. Aan de andere kant boeien havens mij niet zo (zeker na mijn hachelijke kanoavontuur van gisteren) en dat betekent waarschijnlijk dat ze vandaag al helemaal geen indruk op me zullen maken. We proberen toch maar niet om er tóch binnen te komen.

In plaats daarvan besluiten we een ander stukje cultureel erfgoed tot ons te nemen. Er blijkt niet genoeg animo om een fatsoenlijke maaltijd in een restaurant te nuttigen, dus rijden we naar de MAX. De Zweedse McDonald’s, zullen we maar zeggen. Het interieur ziet er niet noemenswaardig hipper of luxer uit, maar de hamburger smaakt aanzienlijk beter (door beter vlees en een aanzienlijk steviger broodje). Helaas luistert hij niet naar de naam Big Max en er is ook geen MaxFlurry. Wel wordt alle CO2-uitstoot gecompenseerd. Van tevoren was ik sceptisch en had ik niet echt zin in hamburgers, na het eten was ik helemaal om. Respect. Overigens zijn de milkshakes HEEL ERG zoet.

Na het eten rijden we terug naar Trällebo. Onderweg genieten we maar even van de klanken van Mischa’s cd’s. Mischa had namelijk een aantal cd’s gebrand om naar te luisteren. De eerste cd is The Rhythm of the Saints van Paul Simon. Daarnaast is er een vrolijke en een minder vrolijke mix. De vrolijke mix begint verwarrend genoeg óók met Paul Simon (You Can Call Me Al), maar biedt de luisteraar naar een breed scala van stijlen aan (van Genesis tot Veronica Maggio en Ellie Goulding). Hoogtepunt van deze cd voeg ik hieronder toe, het eigenaardige Loaded With Zoul, een catchy liedje van de Litouwse songfestival deelnemers Malcolm Lincoln die dit jaar strandden in de halve finale met een rustig liedje. Dit is echter catchy en uptempo. Na een paar keer waren er in ieder geval meerdere mensen die de irritant hoge koortjes in het refrein meezongen:

De depressieve muziek deed het mijns inziens het beste in de avonduren en bevatte onder andere Madrugada en wat jazzmuziek. Ook had Full Of Stars erop moeten staan, maar dit depressieve nummer was per ongeluk op de vrolijke cd beland.

Vanavond is echter een groot deel van de passagiers het repertoire op deze cd’s zat en dus luisteren we op de terugweg echter vooral naar Mix Megapol. De hitzender blijkt het hypen van Joshua Radins I’d Rather Be You als voornaamste doel te hebben. Hoewel ik niks tegen Joshua Radin heb, is dit toch best wel een zeiknummer. De vijf keer dat we deze vakantie naar deze zender luisteren, is Joshua Radin van de partij. Overigens volgt Mix Megapol het stramien: nieuws – reclame – twee liedjes – geleuter – twee liedjes – acht minuten reclame – twee liedjes – geleuter – twee liedjes – acht minuten reclame – nieuws – reclame…. Vrijdags zouden we nog een slechte cover van Keanes Everybody’s Changing horen. Onderweg stoppen we overigens nog bij een kerk waarvan de spits van de toren vrijwel geheel wordt bedekt door vogels. Mooi fotomoment.

Voor de volgende dag staat er weinig op de planning. Desondanks gaan we niet helemaal los als we thuis zijn. De whiskey is bijna op en ook het (waterige) bier was er niet in overvloed – en op deze avond al helemaal niet meer. Zoals gebruikelijk wordt er gekaart en gekletst en gelezen. Een prettige manier om vakantie te vieren.

[Trällebo] 5: Nieuw record en Ome Ben

Dinsdag 13 juli

Dinsdagochtend besluiten we weer rustig bij het huisje te blijven. Wel gaan we kanoën op een meer. Dat waren we al eerder van plan, maar nu hebben we er pas tijd voor. Het weer is nog steeds prima en dus rijden we naar de plek waar op de kaart een kleine kano staat. Aangekomen op een soort bungalowpark huren we de kano’s bij de receptie. Het blijkt dat we niet op een meer gaan kanoën, maar op iets wat niet anders kan worden omschreven als “een brede sloot.” De vorige keer dat ik ging kanoën, stootte ik Mischa tegen de borst door te zeggen dat “wij beter niet in één kano konden.” Dat heb ik toen moeten vergelden door menig rivierwieraanvallen van Pim en Mischa. Dat zou me niet nog een keer overkomen – hoewel ik vandaag wel hetzelfde t-shirt aan heb.

We hebben twee metalen / aluminium kano’s. De driepersoons wordt bevaren door Pim, Erwan en Sjoerd, de tweepersoons door Mischa en ondergetekende. De kano’s blijken nog instabieler dan ik gewend ben: Mischa en ik zijn nog niet van de kant of we beginnen al te wiebelen en binnen een minuut slaan we om. Dat is een nieuw record. Mischa gaat als eerste de kano in, na tien minuten zit ik er ook in en vinden Mischa en ik langzaam een balans. In het uur dat volgt stotter ik regelmatig de woorden: “Nee, Mischa, nee, Mischa, neee, Mischa, neeee, Mischa nee!” Toch slaan we geen tweede keer om, zelfs niet wanneer we crashen op de kant of achteruit kanoën.

Pim, Erwan en Moert gaan voortvarender van start. Om het geheel wat spannender te maken besluiten ze te proberen door zoveel mogelijk “poortjes” – takken en stenen in het water. Dat gaat erg lang goed. We zijn al op de terugweg wanneer de heren onder een tak doorvaren terwijl ze de peddels bovenlangs overpakken. Die beweging bleek te ambitieus en toen sloegen ook zij eindelijk om. Eindelijk.

Ook zij hebben tien minuten nodig om weer in de kano te komen: vooral omdat het water hier dieper is.  Dus klimmen ze op de kant en proberen ondanks de moerassige ondergrond weer veilig in de kano te komen. Dat lukt uiteraard, waarna we onze weg terug vervolgen. We leveren onze kano’s in, dit keer bij het Zweedse kassameisje dat de oudere man die er eerst stond blijkt te hebben afgelost. Mischa gebruikt zijn charmes en onderhandelingsskills om iets van de prijs af te dingen. De lucht is inmiddels aardig aan het betrekken, maar we moeten wel nog boodschappen doen in onze (soms zelfs erg) natte kleren. Dat gaat gelukkig zonder veel problemen. Bij het verlaten van de supermarkt komen we echter terecht in de eerste en enige wolkbreuk bij daglicht deze vakantie. Als we terug rijden naar ons huisje, stopt het met regenen en zien we al gauw de damp opstijgen van het wegdek.

Thuis beginnen we met koken. Nu gaan we dan eindelijk Uncle Ben’s eten! We hebben rijst, diverse groenten en kalkoenfilet. Helaas blijkt de kalkoenfilet (volgens de verpakking tot vandaag geldig) niet bijzonder prettig meer te ruiken: een penetrante geur van rotte eieren dringt onze reukorganen binnen. Toch bakken we de kalkoen: Erwan ziet het probleem niet zo en misschien is het alleen de geur (het vlees ziet er verder prima uit). Pim, Mischa en ik zweren de kalkoen toch maar af. Pim en Mischa verdelen de gehaktballetjes, mij rest een stuk van Goerts omelet. Verder smaakt het eten overigens prima.

De rest van de dinsdagavond rusten we uit, wordt er gevoetbald en natuurlijk afgewassen. Tussen Mischa en mij ontstaat intussen een hevige competitie wie als eerste zijn boek uit gaat hebben. Mischa heeft Dorstvloer vol Confetti bij zich, ik Onder Professoren. Het verschil in bladzijdes is aanzienlijk, bovendien staat er bij mij veel meer op een pagina, maar ons leestempo blijkt in eerste instantie redelijk gelijk te liggen. Pas op donderdag neemt Mischa definitief (en ruimschoots) de voorsprong. Hij zou het boek nog nét voor het einde van de vakantie uitkrijgen.

Als we willen gaan slapen blijkt de achterdeur een groot deel van de avond open te hebben gestaan. Dat resulteert nu in een absurde hoeveelheid muggen en vliegen: je hoeft maar een keer uit te halen en je hebt er minstens 2 à 3 te pakken. Vooral Erwan blinkt uit in het ownen van de insecten, ik – ondanks of juist vanwege mijn onconventionele techniek – doe het niet bovengemiddeld.

[Trällebo] 4: Politieke statements

Maandag 12 juli

Demonstratief laten we deze ochtend de oranje vlaggetjes gewoon hangen in onze woonkamer. Dat we verloren hebben, betekent immers nog niet dat we gewoon tot de orde van de dag over gaan. Niets voor niks sloegen we gisteren King Of Spain van The Tallest Man On Earth (nota bene een Zweed) over op de mix-cd die Mischa had opgezet. Misschien hadden we wel een bomvol programma moeten creëren, ter afleiding. In plaats daarvan gaan Mischa en Pim vissen en slaapt de rest van ons drietal uit. Dat vissen is overigens een groot succes. Pim komt tot zijn knieën in het moeras te zitten en Pims camera verdwijnt op onbegrijpelijke wijze. Tot overmaat van ramp vangen de heren ook nog eens niets. Mijn relaxte ochtend verloopt in ieder geval een stuk relaxter (maar ook een stuk saaier). Ik ben inmiddels bijna cold turkey afgekickt van mijn koffieverslaving en ben wel jaloers als ik hoor dat de heren een bakje koffie hebben gedronken bij de mensen die de visvergunning verkopen.

In de middag gaan we naar de lokale glasfabriek in Skruv. Hier wordt nog op ambachtelijke wijze glas geblazen en dat is best interessant om te zien. Het is echter ook erg warm in de fabriek en Erwan merkt (enigszins terecht) na een tijdje op “dat ze de hele tijd hetzelfde doen.” Dat klopt. Er schijnt ook een tractortentoonstelling n de buurt te zijn, maar deze kunnen we niet vinden. Daarom besluiten we in de lokale buurtsuper boodschappen te doen. Vanavond eten we Uncle Ben’s, maar er moet ook ontbijt geregeld worden voor de volgende dag. Er liggen ook enkele cd’s bij de kassa. Achter het rijtje Ronan Keating, Robbie Williams en Westlife zit zowaar een echt exemplaar van Günthers Pleasureman verstopt. Slechts 90 kronen, een koopje dus. Toch besluit ik hem niet te kopen. “Maar de volgende keer dat ik hem zie…”

Terug in de auto probeert Mischa onze huisbaas Ronnie te bereiken, we hebben nu genoeg cash kronen om hem te betalen en willen dat graag op korte termijn regelen. Ronnie nodigt ons uit voor een barbecue. Als ware Hollanders denken we: “gratis is goed.” Dus accepteren we de uitnodiging. We rijden snel terug naar de glasfabriek om aldaar glaswerk te kopen voor Ronnie (of zijn vrouw) en kopen in de buurtsuper nog een courgette en schimmelkaas voor Sjoerd (het leek Ronnie beter als wij voor het vegetarische eten zouden zorgen). Hoe dan ook: vanavond geen Uncle Ben’s.

Tegen de avond togen wij naar een huis in een ander gehucht, op drie kwartier rijden van onze eigen locatie. Onderweg tanken we E85. Vervolgens rijden we straal langs het huis waar we moeten zijn, maar komen daar pas achter als we het dorpje waar we dachten te moeten zijn tweeënhalf keer hebben doorkruist. Uiteindelijk rijden we terug naar het dorp ervoor en zowaar, daar staat een menigte naar ons te zwaaien. Blijkbaar is het buurtfeest? Nee, het was geen buurtfeest.

We blijken verzeild te zijn geraakt op een brainstormsessie annex barbecue van de lokale afdeling van de Centerpartiet (de Centrumpartij). Ronnie en twee enthousiaste partijleden komen “de jonge Nederlanders die naar ruraal Zweden op vakantie gaan” begroeten, daarna worden we de tuin in geleid, waar een groot deel van de partijleden al klaar zit of staat. Wij worden geacht voor de groep te gaan staan. De volgende veertig minuten mag Mischa een betoog houden over Nederlanders en hun vooroordelen jegens Zweden, de opleiding Zweeds die hij heeft gedaan aan de Universiteit in Groningen en vooral ook hoe er meer jonge aanwas (uit het buitenland, bij voorkeur ondernemende Nederlanders) kan worden overgehaald naar Zuid-Zweden te verhuizen. De rurale gebieden van Zweden vergrijzen en veranderen langzaam in spookdorpen, zo hebben we zelf al kunnen ervaren tijdens deze vakantie (Trällebo is niet bepaald levendig), en daar wil de Centerpartiet graag iets aan doen. Jammer genoeg spreken niet alle leden van de Centerpartiet even goed Engels, dus dit betoog van Mischa is geheel (onvoorbereid en) in het Zweeds. Wij, Pimfandisjo, staan achter hem vriendelijk te glimlachen. Na veertig minuten wordt ons nog wat vragen in het Engels gesteld, daarna is de voorstelling zo’n beetje voorbij.

Hierna splitsen de partijleden zich in groepjes om hete hangijzers met betrekking tot ouderen, jongeren, onderwijs en milieu te bespreken. Wij praten ondertussen met Ronnie en de voormalig burgemeester van de regio over het politieke landschap, de economische crisis en vergrijzing in zowel Nederland als Zweden. Onder het genot van een glaasje rabarbersap. Met suiker. Ook ontmoeten we de enthousiaste bordercollie Betsie, die graag geapporteerd wil worden, totdat ze de (inmiddels lege) verpakkingen van het vlees dat op de barbecue ligt ontdekt. Wellicht denkt u dat de Zweedse barbecue-cuisine voornamelijk uit vis bestaat (dat vreesde ik namelijk van tevoren), maar op deze grillar (*misschien heb ik dit Zweedse woord verzonnen*) komt nog geen stukje zalm te liggen. Iedereen neemt overigens zijn eigen eten mee voor op de grill, dat is de gewoonte in Zweden. Ronnie heeft gelukkig wel voor ons gezorgd (anders werd het een hongerige, lange avond): vandaag eten we broodjes met de Zweedse equivalent van Knaks. Geen elandenbiefstuk dus, al kregen we aan het eind wel nog wat ander vlees gedoneerd van aardige partijleden.

Bonus: aan het eind van de avond wordt er thee en *tadaaaah* koffie geserveerd. Mijn avond kan niet meer stuk als ik twee koppen naar binnen werk en praat met een jonge leraar wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie. Hij houdt er wel van om in de middle of nowhere te wonen en als we op het onvermijdelijke onderwerp van de avond komen (het alcoholbeleid) vertelt hij bovendien nog een steengoede grap nadat ik Heineken heb afgedaan als slootwater (al wist ik het Engelse woord voor slootwater niet): What is the similarity between Heineken and sex on a canoe? It’s fucking close to water! Mijn avond is gemaakt. Hij heeft hem vast niet zelf bedacht, maar ik kende hem nog niet.

Tegen een uur of tien, half elf vinden we het mooi geweest, al zijn we blij verrast door het gebrek aan muggen in deze tuin, en keren we terug naar het huisje. In de auto hebben evalueren we nog even de vrij aparte avond die we hebben meegemaakt. Zo gebeurt er iedere avond wel iets raars… Zouden we morgen dan eindelijk Uncle Ben’s met kalkoenfilet eten?

[Trällebo] 3: Iedereen is tegen ons

Zondag 11 juli

Deze zondag vertrekken we na het ontbijt naar Kalmar. We nemen ons tevens voor daar te pinnen om Ronnie te betalen. Het is al lunchtijd als we arriveren in de kuststad. Daar komen we tot de conclusie dat het door Mischa gesmeerde brood in Trällebo is achtergebleven. Jammer, maar het is wat ver om terug te rijden. We lopen door het centrum van het pittoreske stadje. We komen onder andere op een plein met allerlei café’s en een expliciet standbeeld waarin één held een badguy op brute wijze neersteekt. We dopen dit plein “Het Plein van de Ownage” en zien hierin een geschikte plek om te zien hoe Nederland Spanje verslaat. Onze wandeltocht eindigt in de burcht, waar we van de in traditionele klederdracht geklede Johanna een rondleiding krijgen. In het Engels, of dat is in ieder geval de bedoeling. Ze geeft zelf al aan dat ze misschien kan vervallen in Swenglish en het duurt dan ook niet lang voordat we de eerste dubieuze zin horen. Mischa probeert nog indruk te maken door naar aanleiding van haar verhaal te vragen hoe het zat met de rol van het kasteel in de tijd van Gustav de zoveelste, die druk bezig was met centraliseren, maar die vraag bleek de jonge blonde niet te kunnen beantwoorden. De tour maakte een wat ingestudeerde indruk, al liep niet alles goed. Wanneer ze een deur zonder klink (want de koningin hoefde toch nooit zelf de deur open te maken) dicht doet en vervolgens zegt “I have to open the door myself, because I’m not the queen… *hint*” moet ze uiteindelijk inderdaad zelf de deur open maken omdat de lakei die dit dan toch voor haar zou moeten doen te laat aan komt lopen. De grap op de wc van de koning, waar een vrouwelijke lakei zogenaamd haar behoefte aan het doen is, gaat wel goed.

Na de rondleiding lopen we nog zelf even rond door de burcht, om vervolgens via de gevangenis terug te lopen naar de stad om daar bij de lokale Subway een broodje naar binnen te werken. Het is inmiddels tegen half 4 en we besluiten definitief om hier de finale van het WK te bekijken. Nederland – Spanje. Overigens blijkt het Subway-meisje Spanje aan te moedigen. Ze is niet de enige.

Voordat het WK-feest los moet gaan barsten gaan we nog naar Ötland, een eiland voor de oostkust van Zweden. Het eiland, met een doorsnee van nauwelijks tien kilometer maar van Noord naar Zuid aanzienlijk groter, staat bekend om zijn karakteristieke windmolens (net als Nederland) en wordt deze zomermaanden door heel Zweden met caravans en tenten gevuld. We zoeken een strand uit en gaan de zee in. Het is wel een meter of honderd voordat het water tot onze knieën komt, maar dat mag de pret niet drukken: hier zitten in ieder geval geen muggen. Mischa en Joert gaan het binnenland nog verkennen (de kalkbodem schijnt interessant te zijn), Pimfandi blijft achter om te lezen en te kaarten.

Als Mischa en Kurt terug zijn, rijden we terug naar Kalmar op het vaste land en lopen we naar het plein. De café’s zitten al goed vol op het Plein van de Ownage, en de prijzen zijn niet van de lucht, dus zoeken we een ander restaurantje om te eten. Uiteindelijk eindigen we in het restaurant Athena, met Griekse keuken, alwaar we pizza’s eten. Geen Uncle Ben’s dus. Die bewaren voor maandag.

Net op tijd voor de wedstrijd bereiken we het Plein van de Ownage. Onder ons vijven is de stemming gematigd positief: niet iedereen is even zeker van de overwinning, maar in theorie zou het moeten kunnen. Terwijl we zien hoe Nederland kaart naar kaart incasseert, komen we tot de conclusie dat het hele terras voor Spanje is. Volgens Mischa komt dit omdat Zweden in Spanje op vakantie gaan en daarom Spanje leuker vinden. Alles goed en wel, maar het Oranje-legioen is nu wel duidelijk in de minderheid. We zijn niet de enige Nederlanders, maar het boegeroep voor Robben overstemt potentieel gejuich. We zien hoe Mathijsen tot twee keer toe kansen verprutst en hoe Van Marwijk nota bene Braafheid erin brengt. Erwan riep het al voor de wedstrijd: “waarschijnlijk gaat het er gewoon om wie geen rode kaart krijgt en die wint dan.”

Als de rode kaart uiteindelijk valt, is het inderdaad Nederland die het onderspit delft. Zweden gaat uit zijn dak en wij blazen snel de aftocht. We foeteren op scheidsrechter Webb, op de verdediger M. van het Nederlands elftal en uiten ons onbegrip over de wissel Gio -> Braafheid. Waarschijnlijk had het niets uitgemaakt, maar we waren zo dichtbij. Een buschauffeur zwaait wel nog sympathiek als we onze Volvo V70 instappen. Neigingen tot vandalisme onderdrukken we.Bovendien is het nu te laat om Ronnie te betalen. Dat moet dan maar een andere dag. K*tzweden… K*tspanje… K*twereld…

De avond krijgt toch nog een gouden randje. Wanneer we de autoweg verlaten en we even langzaam rijden om te controleren of we wel de goede weg zijn ingeslagen, steekt er op minder dan tien meter een vrouwtjeseland de weg over. Het is erg indrukwekkend, om zo’n groot beest in het wild, zo dichtbij, te zien. Als we op normale snelheid hadden gereden, waren we er misschien tegenaan gebotst, maar daar denken we maar niet te veel aan. De weg blijkt de goede te zijn en we vervolgen onze weg naar huis, extra alert op eventueel wild.