[Trällebo] 5: Nieuw record en Ome Ben

Dinsdag 13 juli

Dinsdagochtend besluiten we weer rustig bij het huisje te blijven. Wel gaan we kanoën op een meer. Dat waren we al eerder van plan, maar nu hebben we er pas tijd voor. Het weer is nog steeds prima en dus rijden we naar de plek waar op de kaart een kleine kano staat. Aangekomen op een soort bungalowpark huren we de kano’s bij de receptie. Het blijkt dat we niet op een meer gaan kanoën, maar op iets wat niet anders kan worden omschreven als “een brede sloot.” De vorige keer dat ik ging kanoën, stootte ik Mischa tegen de borst door te zeggen dat “wij beter niet in één kano konden.” Dat heb ik toen moeten vergelden door menig rivierwieraanvallen van Pim en Mischa. Dat zou me niet nog een keer overkomen – hoewel ik vandaag wel hetzelfde t-shirt aan heb.

We hebben twee metalen / aluminium kano’s. De driepersoons wordt bevaren door Pim, Erwan en Sjoerd, de tweepersoons door Mischa en ondergetekende. De kano’s blijken nog instabieler dan ik gewend ben: Mischa en ik zijn nog niet van de kant of we beginnen al te wiebelen en binnen een minuut slaan we om. Dat is een nieuw record. Mischa gaat als eerste de kano in, na tien minuten zit ik er ook in en vinden Mischa en ik langzaam een balans. In het uur dat volgt stotter ik regelmatig de woorden: “Nee, Mischa, nee, Mischa, neee, Mischa, neeee, Mischa nee!” Toch slaan we geen tweede keer om, zelfs niet wanneer we crashen op de kant of achteruit kanoën.

Pim, Erwan en Moert gaan voortvarender van start. Om het geheel wat spannender te maken besluiten ze te proberen door zoveel mogelijk “poortjes” – takken en stenen in het water. Dat gaat erg lang goed. We zijn al op de terugweg wanneer de heren onder een tak doorvaren terwijl ze de peddels bovenlangs overpakken. Die beweging bleek te ambitieus en toen sloegen ook zij eindelijk om. Eindelijk.

Ook zij hebben tien minuten nodig om weer in de kano te komen: vooral omdat het water hier dieper is.  Dus klimmen ze op de kant en proberen ondanks de moerassige ondergrond weer veilig in de kano te komen. Dat lukt uiteraard, waarna we onze weg terug vervolgen. We leveren onze kano’s in, dit keer bij het Zweedse kassameisje dat de oudere man die er eerst stond blijkt te hebben afgelost. Mischa gebruikt zijn charmes en onderhandelingsskills om iets van de prijs af te dingen. De lucht is inmiddels aardig aan het betrekken, maar we moeten wel nog boodschappen doen in onze (soms zelfs erg) natte kleren. Dat gaat gelukkig zonder veel problemen. Bij het verlaten van de supermarkt komen we echter terecht in de eerste en enige wolkbreuk bij daglicht deze vakantie. Als we terug rijden naar ons huisje, stopt het met regenen en zien we al gauw de damp opstijgen van het wegdek.

Thuis beginnen we met koken. Nu gaan we dan eindelijk Uncle Ben’s eten! We hebben rijst, diverse groenten en kalkoenfilet. Helaas blijkt de kalkoenfilet (volgens de verpakking tot vandaag geldig) niet bijzonder prettig meer te ruiken: een penetrante geur van rotte eieren dringt onze reukorganen binnen. Toch bakken we de kalkoen: Erwan ziet het probleem niet zo en misschien is het alleen de geur (het vlees ziet er verder prima uit). Pim, Mischa en ik zweren de kalkoen toch maar af. Pim en Mischa verdelen de gehaktballetjes, mij rest een stuk van Goerts omelet. Verder smaakt het eten overigens prima.

De rest van de dinsdagavond rusten we uit, wordt er gevoetbald en natuurlijk afgewassen. Tussen Mischa en mij ontstaat intussen een hevige competitie wie als eerste zijn boek uit gaat hebben. Mischa heeft Dorstvloer vol Confetti bij zich, ik Onder Professoren. Het verschil in bladzijdes is aanzienlijk, bovendien staat er bij mij veel meer op een pagina, maar ons leestempo blijkt in eerste instantie redelijk gelijk te liggen. Pas op donderdag neemt Mischa definitief (en ruimschoots) de voorsprong. Hij zou het boek nog nét voor het einde van de vakantie uitkrijgen.

Als we willen gaan slapen blijkt de achterdeur een groot deel van de avond open te hebben gestaan. Dat resulteert nu in een absurde hoeveelheid muggen en vliegen: je hoeft maar een keer uit te halen en je hebt er minstens 2 à 3 te pakken. Vooral Erwan blinkt uit in het ownen van de insecten, ik – ondanks of juist vanwege mijn onconventionele techniek – doe het niet bovengemiddeld.

[Trällebo] 4: Politieke statements

Maandag 12 juli

Demonstratief laten we deze ochtend de oranje vlaggetjes gewoon hangen in onze woonkamer. Dat we verloren hebben, betekent immers nog niet dat we gewoon tot de orde van de dag over gaan. Niets voor niks sloegen we gisteren King Of Spain van The Tallest Man On Earth (nota bene een Zweed) over op de mix-cd die Mischa had opgezet. Misschien hadden we wel een bomvol programma moeten creëren, ter afleiding. In plaats daarvan gaan Mischa en Pim vissen en slaapt de rest van ons drietal uit. Dat vissen is overigens een groot succes. Pim komt tot zijn knieën in het moeras te zitten en Pims camera verdwijnt op onbegrijpelijke wijze. Tot overmaat van ramp vangen de heren ook nog eens niets. Mijn relaxte ochtend verloopt in ieder geval een stuk relaxter (maar ook een stuk saaier). Ik ben inmiddels bijna cold turkey afgekickt van mijn koffieverslaving en ben wel jaloers als ik hoor dat de heren een bakje koffie hebben gedronken bij de mensen die de visvergunning verkopen.

In de middag gaan we naar de lokale glasfabriek in Skruv. Hier wordt nog op ambachtelijke wijze glas geblazen en dat is best interessant om te zien. Het is echter ook erg warm in de fabriek en Erwan merkt (enigszins terecht) na een tijdje op “dat ze de hele tijd hetzelfde doen.” Dat klopt. Er schijnt ook een tractortentoonstelling n de buurt te zijn, maar deze kunnen we niet vinden. Daarom besluiten we in de lokale buurtsuper boodschappen te doen. Vanavond eten we Uncle Ben’s, maar er moet ook ontbijt geregeld worden voor de volgende dag. Er liggen ook enkele cd’s bij de kassa. Achter het rijtje Ronan Keating, Robbie Williams en Westlife zit zowaar een echt exemplaar van Günthers Pleasureman verstopt. Slechts 90 kronen, een koopje dus. Toch besluit ik hem niet te kopen. “Maar de volgende keer dat ik hem zie…”

Terug in de auto probeert Mischa onze huisbaas Ronnie te bereiken, we hebben nu genoeg cash kronen om hem te betalen en willen dat graag op korte termijn regelen. Ronnie nodigt ons uit voor een barbecue. Als ware Hollanders denken we: “gratis is goed.” Dus accepteren we de uitnodiging. We rijden snel terug naar de glasfabriek om aldaar glaswerk te kopen voor Ronnie (of zijn vrouw) en kopen in de buurtsuper nog een courgette en schimmelkaas voor Sjoerd (het leek Ronnie beter als wij voor het vegetarische eten zouden zorgen). Hoe dan ook: vanavond geen Uncle Ben’s.

Tegen de avond togen wij naar een huis in een ander gehucht, op drie kwartier rijden van onze eigen locatie. Onderweg tanken we E85. Vervolgens rijden we straal langs het huis waar we moeten zijn, maar komen daar pas achter als we het dorpje waar we dachten te moeten zijn tweeënhalf keer hebben doorkruist. Uiteindelijk rijden we terug naar het dorp ervoor en zowaar, daar staat een menigte naar ons te zwaaien. Blijkbaar is het buurtfeest? Nee, het was geen buurtfeest.

We blijken verzeild te zijn geraakt op een brainstormsessie annex barbecue van de lokale afdeling van de Centerpartiet (de Centrumpartij). Ronnie en twee enthousiaste partijleden komen “de jonge Nederlanders die naar ruraal Zweden op vakantie gaan” begroeten, daarna worden we de tuin in geleid, waar een groot deel van de partijleden al klaar zit of staat. Wij worden geacht voor de groep te gaan staan. De volgende veertig minuten mag Mischa een betoog houden over Nederlanders en hun vooroordelen jegens Zweden, de opleiding Zweeds die hij heeft gedaan aan de Universiteit in Groningen en vooral ook hoe er meer jonge aanwas (uit het buitenland, bij voorkeur ondernemende Nederlanders) kan worden overgehaald naar Zuid-Zweden te verhuizen. De rurale gebieden van Zweden vergrijzen en veranderen langzaam in spookdorpen, zo hebben we zelf al kunnen ervaren tijdens deze vakantie (Trällebo is niet bepaald levendig), en daar wil de Centerpartiet graag iets aan doen. Jammer genoeg spreken niet alle leden van de Centerpartiet even goed Engels, dus dit betoog van Mischa is geheel (onvoorbereid en) in het Zweeds. Wij, Pimfandisjo, staan achter hem vriendelijk te glimlachen. Na veertig minuten wordt ons nog wat vragen in het Engels gesteld, daarna is de voorstelling zo’n beetje voorbij.

Hierna splitsen de partijleden zich in groepjes om hete hangijzers met betrekking tot ouderen, jongeren, onderwijs en milieu te bespreken. Wij praten ondertussen met Ronnie en de voormalig burgemeester van de regio over het politieke landschap, de economische crisis en vergrijzing in zowel Nederland als Zweden. Onder het genot van een glaasje rabarbersap. Met suiker. Ook ontmoeten we de enthousiaste bordercollie Betsie, die graag geapporteerd wil worden, totdat ze de (inmiddels lege) verpakkingen van het vlees dat op de barbecue ligt ontdekt. Wellicht denkt u dat de Zweedse barbecue-cuisine voornamelijk uit vis bestaat (dat vreesde ik namelijk van tevoren), maar op deze grillar (*misschien heb ik dit Zweedse woord verzonnen*) komt nog geen stukje zalm te liggen. Iedereen neemt overigens zijn eigen eten mee voor op de grill, dat is de gewoonte in Zweden. Ronnie heeft gelukkig wel voor ons gezorgd (anders werd het een hongerige, lange avond): vandaag eten we broodjes met de Zweedse equivalent van Knaks. Geen elandenbiefstuk dus, al kregen we aan het eind wel nog wat ander vlees gedoneerd van aardige partijleden.

Bonus: aan het eind van de avond wordt er thee en *tadaaaah* koffie geserveerd. Mijn avond kan niet meer stuk als ik twee koppen naar binnen werk en praat met een jonge leraar wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie. Hij houdt er wel van om in de middle of nowhere te wonen en als we op het onvermijdelijke onderwerp van de avond komen (het alcoholbeleid) vertelt hij bovendien nog een steengoede grap nadat ik Heineken heb afgedaan als slootwater (al wist ik het Engelse woord voor slootwater niet): What is the similarity between Heineken and sex on a canoe? It’s fucking close to water! Mijn avond is gemaakt. Hij heeft hem vast niet zelf bedacht, maar ik kende hem nog niet.

Tegen een uur of tien, half elf vinden we het mooi geweest, al zijn we blij verrast door het gebrek aan muggen in deze tuin, en keren we terug naar het huisje. In de auto hebben evalueren we nog even de vrij aparte avond die we hebben meegemaakt. Zo gebeurt er iedere avond wel iets raars… Zouden we morgen dan eindelijk Uncle Ben’s met kalkoenfilet eten?

[Trällebo] 3: Iedereen is tegen ons

Zondag 11 juli

Deze zondag vertrekken we na het ontbijt naar Kalmar. We nemen ons tevens voor daar te pinnen om Ronnie te betalen. Het is al lunchtijd als we arriveren in de kuststad. Daar komen we tot de conclusie dat het door Mischa gesmeerde brood in Trällebo is achtergebleven. Jammer, maar het is wat ver om terug te rijden. We lopen door het centrum van het pittoreske stadje. We komen onder andere op een plein met allerlei café’s en een expliciet standbeeld waarin één held een badguy op brute wijze neersteekt. We dopen dit plein “Het Plein van de Ownage” en zien hierin een geschikte plek om te zien hoe Nederland Spanje verslaat. Onze wandeltocht eindigt in de burcht, waar we van de in traditionele klederdracht geklede Johanna een rondleiding krijgen. In het Engels, of dat is in ieder geval de bedoeling. Ze geeft zelf al aan dat ze misschien kan vervallen in Swenglish en het duurt dan ook niet lang voordat we de eerste dubieuze zin horen. Mischa probeert nog indruk te maken door naar aanleiding van haar verhaal te vragen hoe het zat met de rol van het kasteel in de tijd van Gustav de zoveelste, die druk bezig was met centraliseren, maar die vraag bleek de jonge blonde niet te kunnen beantwoorden. De tour maakte een wat ingestudeerde indruk, al liep niet alles goed. Wanneer ze een deur zonder klink (want de koningin hoefde toch nooit zelf de deur open te maken) dicht doet en vervolgens zegt “I have to open the door myself, because I’m not the queen… *hint*” moet ze uiteindelijk inderdaad zelf de deur open maken omdat de lakei die dit dan toch voor haar zou moeten doen te laat aan komt lopen. De grap op de wc van de koning, waar een vrouwelijke lakei zogenaamd haar behoefte aan het doen is, gaat wel goed.

Na de rondleiding lopen we nog zelf even rond door de burcht, om vervolgens via de gevangenis terug te lopen naar de stad om daar bij de lokale Subway een broodje naar binnen te werken. Het is inmiddels tegen half 4 en we besluiten definitief om hier de finale van het WK te bekijken. Nederland – Spanje. Overigens blijkt het Subway-meisje Spanje aan te moedigen. Ze is niet de enige.

Voordat het WK-feest los moet gaan barsten gaan we nog naar Ötland, een eiland voor de oostkust van Zweden. Het eiland, met een doorsnee van nauwelijks tien kilometer maar van Noord naar Zuid aanzienlijk groter, staat bekend om zijn karakteristieke windmolens (net als Nederland) en wordt deze zomermaanden door heel Zweden met caravans en tenten gevuld. We zoeken een strand uit en gaan de zee in. Het is wel een meter of honderd voordat het water tot onze knieën komt, maar dat mag de pret niet drukken: hier zitten in ieder geval geen muggen. Mischa en Joert gaan het binnenland nog verkennen (de kalkbodem schijnt interessant te zijn), Pimfandi blijft achter om te lezen en te kaarten.

Als Mischa en Kurt terug zijn, rijden we terug naar Kalmar op het vaste land en lopen we naar het plein. De café’s zitten al goed vol op het Plein van de Ownage, en de prijzen zijn niet van de lucht, dus zoeken we een ander restaurantje om te eten. Uiteindelijk eindigen we in het restaurant Athena, met Griekse keuken, alwaar we pizza’s eten. Geen Uncle Ben’s dus. Die bewaren voor maandag.

Net op tijd voor de wedstrijd bereiken we het Plein van de Ownage. Onder ons vijven is de stemming gematigd positief: niet iedereen is even zeker van de overwinning, maar in theorie zou het moeten kunnen. Terwijl we zien hoe Nederland kaart naar kaart incasseert, komen we tot de conclusie dat het hele terras voor Spanje is. Volgens Mischa komt dit omdat Zweden in Spanje op vakantie gaan en daarom Spanje leuker vinden. Alles goed en wel, maar het Oranje-legioen is nu wel duidelijk in de minderheid. We zijn niet de enige Nederlanders, maar het boegeroep voor Robben overstemt potentieel gejuich. We zien hoe Mathijsen tot twee keer toe kansen verprutst en hoe Van Marwijk nota bene Braafheid erin brengt. Erwan riep het al voor de wedstrijd: “waarschijnlijk gaat het er gewoon om wie geen rode kaart krijgt en die wint dan.”

Als de rode kaart uiteindelijk valt, is het inderdaad Nederland die het onderspit delft. Zweden gaat uit zijn dak en wij blazen snel de aftocht. We foeteren op scheidsrechter Webb, op de verdediger M. van het Nederlands elftal en uiten ons onbegrip over de wissel Gio -> Braafheid. Waarschijnlijk had het niets uitgemaakt, maar we waren zo dichtbij. Een buschauffeur zwaait wel nog sympathiek als we onze Volvo V70 instappen. Neigingen tot vandalisme onderdrukken we.Bovendien is het nu te laat om Ronnie te betalen. Dat moet dan maar een andere dag. K*tzweden… K*tspanje… K*twereld…

De avond krijgt toch nog een gouden randje. Wanneer we de autoweg verlaten en we even langzaam rijden om te controleren of we wel de goede weg zijn ingeslagen, steekt er op minder dan tien meter een vrouwtjeseland de weg over. Het is erg indrukwekkend, om zo’n groot beest in het wild, zo dichtbij, te zien. Als we op normale snelheid hadden gereden, waren we er misschien tegenaan gebotst, maar daar denken we maar niet te veel aan. De weg blijkt de goede te zijn en we vervolgen onze weg naar huis, extra alert op eventueel wild.

[Trällebo] 2: De paden af, de lanen uit

Zaterdag 10 juli

De klok heeft nog geen tien uur geslagen als Mischa ons uit bed komt trommelen. Gelukkig blijkt later dat onze reisleider hier geen gewoonte van maakt. Alleen de laatste dag probeert hij eventueel knorrige ochtendhumeuren te trotseren. Het is inmiddels al vrij warm in ons huisje. Ook buiten is de thermometer de 27 graden gepasseerd.

Voor deze eerste dag staat, op een uitgebreid ontbijt na, weinig op het programma. Het huisje hebben we inmiddels verkend, de omgeving nog niet. Onze tuin bestaat uit een wat heuvelig grasveld waarop prima gevoetbald kan worden. Aan de andere kant van het grasveld begint het bos en staat nog een schuur. Verder staan er een paar bomen op het grasveld, struiken en een stenen muur die de scheiding tussen “voor- en achtertuin” waarschijnlijk moet aangeven. Het geheel lijkt in niets op de Nederlandse, netjes met schuttingen afgesloten tuintjes. Het grasveld wint geen prijs voor het beste gazon, maar dat is mijns inziens geen kwalijke zaak. Aan de weg staan nog een viertal andere huizen, maar aan de achterkant begint gewoon het bos. De weg naar en door Trällebo gaat dan weer door stukken bos, dan weer langs weide.

Voordat we de omgeving daadwerkelijk gaan bewandelen, verkennen we de spelinventaris van het huis. We vinden het familiespel voor mensen met vaste hand: Mikado. Na één potje zenuwslopend potje (behalve dat ik dik verloor) besluiten we boodschappen te doen. Gelukkig hoeven we niet terug naar Växjö, maar we gaan ook weer niet naar de dichtstbijzijnde dorpswinkel: we willen wel fatsoenlijke keus. In plaats daarvan gaan we naar Tyngsryds, waar een supermarkt annex textielsuper over twee verdiepingen uitkomst biedt. Er zit ook een ICA, maar die keten hebben we gisteren al bezocht. We besluiten efficiënt te zijn en voor twee dagen boodschappen te doen. Voor zaterdag wordt het Italiaanse pasta, voor zondag rijst, kalkoen en Uncle Ben’s. Ik eet normaal nooit Uncle Ben’s, maar we zijn op vakantie hè…

Terug in Trällebo besluit Knoert de omgeving te willen verkennen. Onze archeoloog en bioloog dacht een rustig wandelingetje te kunnen maken, maar daar komt niets van terecht: we gaan allemaal mee. Normaal had Vloert natuurlijk alle tijd en rust gehad om te dwalen en te genieten van de plaatselijke flora en fauna (en die te fotograferen), nu loopt hij – vast enigszins wanhopend – rond met vier jengelende vrienden achter zich aan, die ieder potentieel oprechte waardering in ieder geval goed weten te verbergen onder een laag van sarcasme en flauwe grappen. Wij hopen vooral dat we bij het lokale meertje uitkomen om te zwemmen. Als blijkt dat er geen fatsoenlijk pad naar het beoogde meertje is, besluiten we van het pad af te wijken. Twee van ons komen op het idee om het vrijwel droogstaande beekje te volgen. Dat we daardoor over schrikdraad heen moeten stappen en een groepje bomen moeten doorkruisen, schrikt niet iedereen van ons af. Ook ik vind uiteindelijk de moed om van het pad af te wijken en over de omheining te stappen. Denkend “dit is een slecht idee, dit is een slecht idee, waarom doe ik dit?” stap ik door hoog gras en duw ik, Adventure Stefan, takken uit de weg om de rest van de groep in te halen. Mijn handdoek gebruik ik als een soort klamboe om muggen en andere stekende insecten uit de buurt te houden. Het moet er lachwekkend uit hebben gezien.

Uiteindelijk bereiken we alle vijf het meertje (of: uiteindelijk kom ook ik bij het meertje aan). De talloze muggen in het riet maken de voorsten van ons duidelijk dat zwemmen geen optie is. Met name Pim wordt flink te pakken genomen bij zijn beide enkels. Met minstens vijf per potentieel doelwit vallen de muggen aan.

Voordat we helemaal lek gestoken zijn, besluiten we dan ook terug te trekken. Mischa loopt ditmaal voorop, ik loop achter hem aan, blij dat we terug naar de normale weg gaan. Wat er hierna gebeurt, is niet helemaal duidelijk. Misschien is het Mischa die op een nest gaat staan, misschien ben ik het, misschien lopen we toevallig net in een verkeerde hoek van het bos, feit is dat ik ineens wordt gestoken of gebeten door, niet één, niet twee, maar een hele zwerm insecten. Ik blijf in mijn rol van Adventure Stefan en zet het me op een gillen. De reactie uit de groep is dat ik me weer eens aanstel, ondertussen probeer ik zo snel mogelijk terug naar de weg te komen. Achter me hoor ik Vloert gillen en ook Pim en Erwan trekken onder geschreeuw een sprintje naar de weg. Op de weg slaan we eventueel resterende insecten van ons af en besluit Goert dat deze insecten misschien toch inderdaad best wel heel erg pijn deden. Ikzelf ben in totaal drie keer in mijn been gestoken (vrijwel meteen onstaan er grote rode plekken), op mijn rug ontstaat een nog veel grotere rode plek. Met vier beten / steken span ik de kroon, maar ook de rest van Pimfandischasjo heeft er meerdere malen aan moeten geloven. Alleen Mischa heeft het er ongeschonden van afgebracht. Terug in ons huisje besluit ik nooit meer van het pad af te wijken. Sjoerd heeft gelukkig een insectenpompje bij zich, maar die blijkt weinig uit te halen tegen onze rode plekken. Op moment van schrijven zijn de plekken nog steeds zichtbaar. Gelukkig jeuken ze niet.

Ik heb inmiddels wel genoeg gewandeld en besluit een begin te maken in “Onder Professoren” van Willem Frederik Hermans. Ook de rest heeft genoeg natuur gezien. Alleen Sjoerd maakt nog een wandeling, eindelijk verlost van zijn gezelschap. Ook wordt er nog gevoetbald, maar al gauw blijkt dat tegen het einde van de middag de muggen actief worden en het voetballen aanzienlijk minder prettig maken. Het eten is gelukkig wel geslaagd. De avond brengen we door met matig Zweeds bier, spellen als Gesjaakt (matig) en De Grote Dalmuti (aardig, maar wel overduidelijk een aftreksel van het klassieke kaartspel Klootzakken). Als je wint ben je Grote Dalmuti en mag je de Grote Slaaf opdrachten geven (en je krijgt zijn twee beste kaarten). Tot twee keer toe op één avond word ik via een revolutie van mijn positie gekickt. Het is niet eerlijk.

[Trällebo] 1: Dag beschaving

Tot op heden genoot ik altijd van maanden, of in ieder geval van een groot aantal weken, vakantie. Dit jaar, met een fulltime aanstelling als redacteur, ben ik aanzienlijk gekort op mijn vakantiedagen (geen zeven weken zomervakantie meer – het studentenleven lijkt nu al lang geleden). Vorig jaar bleef ik vrijwel de hele vakantie in Nederland, dit jaar wilde ik weer gewoon weg. Om tijd, discussie en moeite te besparen hadden we, Pimfandischasjo, in de Ardennen (afgelopen september) besloten dat één van ons de vakantie zou regelen (in de hoop dat daarna om de beurt iemand anders de rol van reisleider op zich zou nemen). Mischa nam het heft in handen en het was dan ook niet verrassend dat ik op de avond van 9 juli in een vliegtuig naar Zweden zat.

Vrijdag 9 juli

Zweden dus. Eén keer eerder was ik naar Zweden geweest, met Pim, om Mischa te bezoeken die daar een jaar studeerde. Dat was echter in “de grote stad” en dat is een nogal ander Zweden dan het Zweedse platteland. Al mogen we niet echt van platteland spreken aangezien het aantal akkers op één hand te tellen is. In plaats daarvan zijn er bomen, veel bomen en af en toe een huis, soms bewoond door Zweedse gepensioneerden, soms door toeristen. In die zin is het dan ook niet helemaal terecht om Trällebo een dorp te noemen, en ook gehucht dekt de lading niet helemaal. Bij elkaar geraapte huizen, dat is misschien de beste noemer. Supermarkt? Minstens een kwartier rijden. Kerk? Twintig minuten lopen. Denk je in Nederland wel eens in de middle of nowhere te zijn, in het zuiden van Zweden ben je pas écht afgezonderd.

Daar moet je dan wel eerst komen. Na te zijn geland in Växjö nemen we de huurauto naar Trällebo. Ons vervoermiddel deze week is een Volvo V70, dat rijdt op het milieuvriendelijke en (voor benzine) goedkope “Etanol E85.” Afzonderlijke temperatuurregeling voor de linker- en rechterkant van de auto, stoelverwarming voor én achter en meer dan genoeg ruimte voor onze tassen, regensensor, cruisecontrol, leren bekleding: dat soort werk. Mischa is onze designated driver deze week, een rol die hij met deze auto maar al te graag op zich neemt (en anders waarschijnlijk ook).

Eerste stop is een stukje puur Zweedse cultuur. De IKEA. Nee, grapje… De McDonald’s. We hebben allemaal honger. Sjoerd is verguld met zijn verrassend pittige McVeggie, wij zijn verguld met McEmmy, een van de meisjes die deze avond de bestellingen opneemt. Geen McFlurry als toetje, in plaats daarvan rijden we naar de ICA (onderdeel van het Ahold-concern) om daar boodschappen te doen. We kopen ontbijt, thee, watermeloen, chips en laden de boodschappen in de auto. Nu kunnen we de bewoonde wereld van Växjö achter ons laten en ons huisje gaan zoeken. Onze “huisbaas” heet Ronnie en Mischa heeft een uitvoerige correspondentie met de man gevoerd. Als het goed is, steekt de sleutel in het slot van de voordeur van ons gele huis, maar zeker weten doen we dat eigenlijk niet. Langzaam treedt de schermering in en uiteindelijk verlaten we de kaarsrechte snelweg voor de aanmerkelijk meer slingerende weg die naar ons groepje huizen moet leiden.

Helaas is een geel huis geen unicum in Zweden. In tegendeel. Er zijn er best veel. Wanneer we in de buurt van Trällebo een paar gele huizen zien, stap ik uit om te kijken of ik een sleutel kan vinden. Neen. Dus rijden we door. Uiteindelijk zien we een auto met twee mensen ernaast. Mischa besluit de weg te vragen. Dit echtpaar op leeftijd blijkt echter Ronnie en zijn vrouw Marjan te zijn. Onze huisbazen. We weten niet zeker hoe lang ze er al staan, maar vermoedelijk stonden ze er al toen wij nog bij de McDonald’s zaten. Oeps.

Ronnie vertelt Mischa (die met een bachelor Scandinavistiek op zak een aardig woordje Zweeds verstaat en spreekt) het een en ander over het huisje en de omgeving. Wij knikken niet begrijpend, maar bemoedigend mee. Vooral Sjoerd blijkt hier goed in. Eigenlijk lijkt het Zweeds wel wat op het Nederlands, een aantal woorden is in ieder geval vrijwel hetzelfde. Niet lang na de uitleg spreken we af dat we het geld voor het huisje later in de week komen brengen. Nadat Ronnie en zijn vrouw zijn vertrokken, lijken we het er unaniem over eens dat we daar misschien ook maar een cadeautje bij moeten doen. Ze hebben immers de hele avond staan wachten.

De benedenverdieping bestaat uit een grote woonkamer met een tafel, zithoek met twee banken, een bijna traditionele ligstoel en twee bedden (voor Sjoerd en ondergetekende). De inrichting en het meubilair zijn op zijn zachtst gezegd “traditioneel.” Boze tongen zouden wellicht van “oubollig” spreken. Tegenover de woonkamer, aan de andere kant van het halletje met de voordeur, ligt de slaapkamer waar Pim en Mischa slapen. Tegenover de voordeur ligt de keuken, met een ouderwets fornuis dat op hout werkt, maar wat vanwege de extreme hitte en droogte niet mag worden gebruikt. Gelukkig staat er ook een moderner fornuis (al ben ik zelf geen groot fan van elektrisch koken). Verder staat er een verrassend nieuwe koelkast (nog geen dag oud, blijkt later) en een waterkoker. De bijkeuken herbergt naast de berging en de achterdeur ook de badkamer. Het ziet er allemaal wat gedateerd uit, maar de waterdruk van de bad-met-douche blijkt prettig hoog. De overloop op de eerste verdieping blijkt verrassend genoeg ook plaats te bieden aan een bed (waar Erwan zal slapen). Daarnaast zijn er twee mysterieuze kamers die op slot zijn en een kamer met nog twee bedden. In eerste instantie willen we (Erwan, Sjoerd en ik) alledrie boven gaan liggen, maar de bedden in deze kamer zijn niet van bijzonder goede kwaliteit. Toch maar beneden dus, voor twee van ons.

Geen televisie, geen internet, vier mobiele netwerken die allemaal één streepje bereik bieden: dag beschaving. Voordat we gaan slapen evalueren de indrukken en bespreken we het interieur en de inrichting. Ook openen we de fles whiskey die we voor vertrek hadden gekocht op vliegveld Weeze. We proosten op een mooie vakantie. Bij het uitdelen van de t-shirts kom ik voor twee nare verrassingen te staan (het ontwerp had ik gemaakt, daar lag het dus uiteraard niet aan, maar Sjoerd had de productie op zich genomen). Ten eerste waren de shirts niet oranje (stukje miscommunicatie van mijn kant: ik zou zweren dat Sjoerd aan de telefoon had gezegd dat ze wel oranje waren in verband met het WK, maar de oranje t-shirts bleken “op”). Daarnaast waren de slim fits inderdaad erg strak uitgevallen. Ik zag er niet al te flatteus uit, ondanks mijn sixpack*. Van ellende zijn we toen maar gaan slapen.

(* = mijn non-existing sixpack).

LVDD: Live Tomorrow – Laleh

Bij dit liedje – een souvenir uit Zweden – denk ik alijd: als Sting een vrouw zou zijn geweest, nooit liedjes van The Police had gemaakt, uit Iran zou komen en in Zweden zou zijn opgegroeid, dan zou hij (zij) Laleh Pourkarim hebben geheten…

Maar Laleh bestaat weldegelijk… Haar debuutalbum verscheen in 2005, hierop zingt ze in het Perzisch, Zweeds én Engels. Het drietalige album leverde haar drie Zweedse Grammis Awards op (artist, producer & new artist of the year).

Enfin, genoeg reden dus om Live Tomorrow uit te checken.

LVDD: Amerika – Bo Kaspers Orkester

Vraag me niet waar het over gaat, ik weet alleen dat ik er enorm productief van wordt als ik Bo Kaspers Orkester luister. Een souvenir van mijn recent bezoek aan Zweden, ik geef het toe, maar zonder die voorkennis is het ook een erg relaxed nummer.

Ik denk dat het over Amerika gaat, maar ik weet het niet zeker. Maar misschien kan Mischa het ophelderen :). Maar goed, nu weer aan de studie. Donderdag zal ik weer eens echt iets boeiends publiceren. Donderdagavond dan hè!