V.

Vegan pizza

Natuurlijk zou ik me beter druk kunnen maken over grotere wereldproblematiek, zoals de Amerikaanse verkiezingen waarvan de stemmen momenteel geteld worden. Maar laat ik me vanochtend niet het zompige, chaotische moeras begeven wat bekend staat als de (Amerikaanse) politiek en media. Laat ik het in plaats daarvan hebben over het zompige, chaotische moeras dat mijn eerste poging tot vegan pizza bleek te zijn.

Ik overdrijf nu, want de pizza was erg lekker: de vegan kaas smelt misschien iets minder goed, op pizza smaakt de kaas prima. De vegan pesto is absoluut een aanrader. En het was mijn eigen schuld dat er zoveel vocht van de groente in het deeg trok – wat ik sowieso misschien wat langer in de oven had moeten laten voor een krokantere ervaring.

Het deeg was een variant van het gebruikelijke witte zuurdesembrood dat ik sinds augustus meerdere keren per week bak: bloem, water, zout en zuurdesemstarter. Maar dan met olijfolie. Na ruim een halve dag laten rusten en oprekken, heb ik het deeg in tweeën gedeeld en in (net wat te kort) in de oven gedaan.

Vervolgens dus nogal chaotisch en ruim belegd en dat lekker in de oven gelaten tot het er eetbaar uitzag. En het smaakte goed, zo werd geoordeeld. Maar netjes is anders…

Voor iets beter gelukte bakselfoto’s verwijs ik graag door naar Instagram. Ik zal niet pretenderen dat Heel Holland Bakt op me wacht, maar ik heb wel eens netter gebakken creaties, ehm, gecreëerd. Wel met hulp van mijn vriendin bij het insnijdwerk :

Vanavond zet ik mijn vegan avondmaaltijdenreeks door (vegan ontbijt en lunch is immers sowieso niet zo’n probleem), vermoedelijk met een curry of chili. In zo’n wokpan met saus ziet alles er toch al gauw aantrekkelijker uit, immers.

S.

Steeds een beetje duurzamer

Sinds ik bijna anderhalf jaar geleden volwaardig vegetariër werd, probeer ik steeds een beetje duurzamer te leven. Dat is nog best een uitdaging, want dat iets duurzamer lijkt, betekent niet dat het ook duurzamer is. Maar ik probeer optimistisch te zijn: als we het maar met zijn allen steeds meer doen en we er steeds beter in worden, komen we vanzelf op een kantelpunt waarop we het tij ten goede keren.

Gebeurt dat misschien te laat? Natuurlijk denk ik dat wel eens. Maar als we het niet proberen, zijn de gevolgen nog groter. En ik hoop dat door zelf mijn gedrag te veranderen, we uiteindelijk met zo’n grote groep zijn dat de overheid groener beleid maakt. Ik ben dan ook heel erg voor CO2-belasting, subsidies voor groene initiatieven – van plantaardige vleesvervangers tot bedrijven die het roer om gooien en groener worden. Het liefst zou ik willen dat milieu als kapitaal wordt gezien: niet alleen geld en winst zijn belangrijk in de maatschappij, maar ook wat je doet voor onze leefomgeving.

En dus gingen we de laatste keer dat we überhaupt nog naar het buitenland konden, met de trein, met de fiets, maar in ieder geval niet met het vliegtuig. En ook al at ik al weinig vlees voor de zomer 2019, sinds die zomer laat ik het helemaal staan. Af en toe denk ik best – zeker in de coronacrisis: een auto zou nu best handig zijn. Maar ik wil er alleen eentje als het echt niet anders kan. En voorlopig werk ik toch thuis (en woon ik op vijftien minuten fietsen van het best wel leegstaande kantoor).

En deze week, probeer ik weer eens een week lang vegan te eten. Zondag begonnen we in ‘s-Hertogenbosch, met take-out (in het kader van “we sponsoren de lokale ondernemers”) van FiftyFifty. Het tentje is weliswaar niet helemaal vega(n), maar de helft van de menukaart is vegan of vega. Wij gingen voor de goedvullende salads en probeerden er ieder twee.

Gisteren, maandag, was ik dusdanig moe toen ik aan het koken sloeg, dat ik voor een ouderwets AVG-tje ging: dat is snel klaar en ik hoef er niet over na te denken… Dus werden het gebakken aardappeltjes, groente en vleesvervanger. Maar wel helemaal plantaardig, dus. Primadeluxe. Begin dit jaar deden mijn vriendin en ik ook al een vegan week, dus ik ga straks even spitten in de mogelijke recepten voor de rest van de week.

Het voornaamste dilemma op dit moment of ik vanavond voor de vegan pizza ga, als een van de weinige mensen die ik in mijn huis binnenlaat op dit moment (want coronavirus), komt eten. Ik kan nog niet helemaal zonder kaas, merk ik, maar ik heb wel acceptabele geraspte vegan mozarella gevonden. Die heb ik echter nog nooit op pizza geprobeerd, dus dat is een uitdaging.

Bovendien wil ik dan graag zelf het pizzadeeg proberen te maken. Sinds de zomer bak ik zelf zuurdesembrood. Eén keer bakte ik succesvol focaccia, maar pizzadeeg hoort nog iets dunner te zijn natuurlijk. Ik heb trouwens geen deegroller bedenk ik me nu… Ik zit sinds een paar weken in een Whatsapp-groep van thuisbakkers, dus die heb ik maar even wat vragen gesteld. Misschien is vanavond nog wat vroeg voor vegan pizza. Maar dan wordt het gewoon vegan iets anders… Want ik wil steeds een beetje duurzamer eten.

H.

Het begint weer

De tweede helft van het jaar begon natuurlijk al in juli, maar toch voelt het alsof nu pas “deel 2” begint. Op mijn werk was het de afgelopen weken rustig, en ik werkte voor een aanzienlijk deel vanuit Leiden terwijl ik op de katten (en het huis) van een vriend paste. Daarvoor fietsten we door Nederland (en een stuk Duitsland) en hadden we ook even vrij van de dagelijkse realiteit. Het was een zomer van zoveel mogelijk veilig buiten zijn, bewegen en brood bakken.

Maar nu zijn we terug, thuis. En met een uitvaart, een crematie en een ziekenhuisslechtnieuwsgesprek in de achteruitkijkspiegel zet ik me schrap voor het najaar. Schrap, want we gaan kijken of we toch op kantoor kunnen gaan werken. Schrap, vanwege mogelijke nieuwe coronagolven. En schrap omdat we niet eens meer weten waar we naar uit kunnen kijken. Kunnen we in oktober naar een huisje in Drenthe? Kan ik nog kerst vieren met mijn familie zoals vorige jaren, of missen we dit keer een familielid? Gaat het enige concert waarvoor ik nog kaartjes heb dit jaar door? En durf ik daar wel heen, zelfs al is het in Doornroosje, op loopafstand?

En toch begint het allemaal weer, maar wat begint er eigenlijk? Het gevoel van een nieuw begin, een tweede helft, met aan de horizon de feestdagen en een winter om te delen met je dierbaren…

E.

Emigreren naar Cambridge

Enigszins verbaasd grapte één van de bandleden van mijn favoriete band: over het feit dat ik dit concert had bezocht: “En toen besloot je maar naar Cambridge te komen?”

Natuurlijk is Cambridge geen Londen, of andere wereldstad, maar ik heb letterlijk Engelse gehuchten bezocht onder de rook van Londen om mijn favoriete band te zien. Van die gehuchten met een supermarkt, een pub en een pinautomaat en verder niks behalve het desbetreffende poppodium. Zit ik daar dan een dag of twee met verder niet veel op het programma. Nee, dan Cambridge, dat is in ieder geval nog een toffe studentenstad met een bak historische monumenten waar je van gaat watertanden.

Plus het was een verademing na een hectische paar maanden met een nieuwe baan, veel persoonlijke plannen en ontwikkelingen – leuk en minder leuk. Ik was wel toe aan een vakantie en dus kwam een trip naar mijn favoriete wereldstad – Londen dus – als geroepen.

In het kader van “Stefan gaat groen” gingen we bovendien voor het eerst naar Londen met de trein. Alvast wat tips voor reizen met de Eurostar:

  • Het is op veel manieren ideaal, alleen als je daarvoor en daarna nog met andere treinen moet reizen, kost het wel veel tijd (je moet immers minimaal een half uur van tevoren door de poortjes zijn in Brussel/Amsterdam/Londen etc.
  • Boek op tijd, anders is het heel duur.
  • Als je moet wachten op de trein in Londen en je hebt genoeg tijd, ga dan even langs bij de British Library in Londen. Is awesome, en om de hoek bij station St. Pancras International. Gratis tip.

Ik vond het reizen zeker niet vervelender dan vliegen, maar met name met de terugreis zijn we een dag bezig geweest (van 10 uur ‘s morgens tot 8 uur ‘s avonds). Dat voelt dan toch zonde van de tijd. Maar met vliegen kun je zomaar ook zes, zeven uur kwijt zijn. Zeker als je nog wat vertraging oploopt tussen Londen Gatwick en Amsterdam, wat me meer dan eens is gebeurd.

Londen was weer Londen: druk, hectisch, maar ook levendig en altijd bijzonder. Dit keer struinden we door het Natural History Museum (heel vet) en een stukje Tate Modern (heel verantwoord) en bezochten we Camden. Het Natural History-museum had ik al eens bezocht, op de middelbare school, maar een terugkeer zat er daarna steeds net niet in. Dus nu zijn we er de trip maar mee begonnen. En leuk was het. Naast de indrukwekkende vaste collectie was er ook een toffe installatie genaamd ‘Museum of the Moon’, waar NASA-foto’s van de maan werden getoond op een gigantische bol in een donkere kamer met een surround sound ervaring (en gillende kinderen). Je schijnt er ook aan yoga te kunnen doen (als die kinderen er niet zijn).

We zaten in het ietwat ruige Harlesden, in een appartement wat kleiner leek dan mijn eerste studentenkamer. Daar vonden we een winkel met goedkope kruiden – dus die hebben we massaal geïmporteerd naar Nederland. Verder zijn we weinig in Harlesden geweest, behalve ‘s avonds laat en ‘s morgens vroeg. Dat was ook genoeg. Toen we aankwamen de eerste avond bleken we niet de goede code van het kluisje met de sleutel te hebben gekregen. Na anderhalf uur bellen – en te zijn vertrokken naar een ander hotel in de buurt in de hoop daar een kamer te kunnen krijgen – lukte het uiteindelijk toch nog om binnen te komen. Eindelijk belde iemand van de klantenservice me terug en na enkele pogingen “is het dan niet 8 1 3 1?” kregen we eindelijk de juiste code.

Ondanks de ruige wijk beleefde ik mijn spannendste momenten in Regent Park. Want dat je er aan de ene kant, die van London Zoo, in kan wandelen ‘s avonds, betekent nog niet dat je er aan de andere kant (Baker Street) uit kan zonder over een hek te moeten klimmen. Het kostte een paar pogingen en geestelijke en lichamelijke ondersteuning, maar ik overwon mijn hoogtevrees en bespaarde aardig wat tijd – dat park is best groot ineens als je in het donker op weg bent naar een metrostation.

Maar Cambridge, daar ben ik dus een beetje verliefd op geworden. Het centrum is zo opgebouwd dat je (onbewust) de hele tijd rondjes loopt. En ja, er komen aardig wat toeristen op al die oude universiteitsgebouwen en kerken af. En ja, er fietsen bijna net zo veel studenten als in de gemiddelde Nederlandse studentenstad, maar dan met helm op hipsterfietsen en in van die dure Engelse Peaky Blinders-jassen. Maar er zijn meer winkels om jezelf uren in te verliezen – om te beginnen een ontzettend grote Waterstones boekhandel die zich kan meten met die in Londen, en een verrassend groot geologisch museum met dinosaurussen, oude stenen en fossielen en soms gratis rondleidingen. Cambridge is ruimtelijk opgezet, met mooie grasparken en een rivier om aan te liggen in de zomer, of te sporten als je dat graag wil.

Het helpt als je met leuke vrienden bent, natuurlijk, en als het weer een beetje meezit. Tussen de stevige buien door, waren de grasvelden groen en de Botanische tuinen uitermate gezellig. In de regen kun je gewoon de kassen in daar, wat we dan ook hebben gedaan. Het was er al met al zo fijn, dat we spontaan gingen dromen over emigreren naar zo’n fijne Engelse stad. Dromen mag altijd toch?

En laten we het concert niet vergeten, ook dat was weer fijn. Mijn favoriete band speelde een akoestische set, voor het eerst in een jaartje of veertien, en een paar pareltjes uit het archief die ze al heel lang niet meer hebben gespeeld. Het was zo mooi dat het onmogelijk werd om je blijvend te ergeren aan het stelletje dat vooral bezig was met het maken van selfies met flits en kleffen. Na mijn moordneigingen te hebben onderdrukt, werd het toen toch weer een epische avond.

We sloten de vakantie af in een Britse pub, met Britse pub food en lager. Sinds een paar maanden ben ik vegetariër, en ik heb goed gegeten deze vakantie, maar nog niet in een Britse pub. Dus was het heel erg fijn om de vakantie af te sluiten in The Cambridge Brew House, waar de vega sharing platter een aanrader is. Dat was wat deze herfstvakantie nog miste: een avondje in de kroeg.

Het leven was goed daar. Dat dat duidelijk is. En we kunnen weer verder hier, wetende waar we het allemaal voor doen. En dromend van zo’n oud Engels huisje in Cambridge en nog veel meer avonden in de kroeg.

Aanraders in Londen (lekker toeristisch)

Aanraders in Cambridge (oud en goud)

I.

Ik hou helemaal niet van festivals

Als muziekliefhebber heb ik honderden concerten bezocht in mijn leven. Er waren grote concerten bij – in de Amsterdam ArenA bijvoorbeeld, en ook hele kleine huiskamerconcerten ergens in Nijmegen. Ik ben ervoor naar Groningen geweest, naar Den Haag en in kleine Limburgse dorpen. En ik deed dat meestal met vrienden en soms alleen. Met vrienden is meestal leuker, gedeeld plezier immers. Dus je zou zeggen dat een festival de logische volgende stap is. Maar ik hou helemaal niet van festivals.

Read more

W.

Waarom ‘Feel It Still’ de zomerhit van 2017 moet worden

De zomerhit van deze zomer, als het aan mij ligt, duurt twee minuten en drieënveertig seconden en komt van een alternatief indierockbandje uit Alaska genaamd Portugal. The Man. Het nummer heet Feel It Still en op NPO Radio 1 zijn ze al fan. Het is het perfecte nummer om kei hard te zingen in de auto, te neuriën op kantoor, te playbacken op de fiets of gewoon om in je eentje op te dansen in de kamer. Ik heb al die dingen gedaan en ik ben het nummer nog steeds niet zat.

Read more