Thuis, als in “bij mijn ouders”, heb ik een mooi uitzicht. Een “onbetaalbaar” uitzicht. Misschien was het mooier geweest als we op Corsica zouden wonen. Op Corsica zijn overal bergen. Hier is alles plat. Toch is het een mooi uitzicht. Akkers, boerderijen, een enkele boom hier en daar. En in de verte het Duitse Reichswald. Het rijksbos dus. Daar ligt dan ineens een stuwwal uit de ijstijd en dus is het daar wel heuvelachtig. Als bij ons de zon schijnt, hangen er dikwijls donkere wolken boven die heuvels. Als het bij ons giet, ligt het bos in de zon. Het is een mooi uitzicht.

Op de universiteit heb ik een mooi uitzicht. Er staan veel bomen op de campus en ik zit op de 7de verdieping van het Erasmusgebouw, dus daar kijk ik mooi boven uit. Misschien was het uitzicht nog mooier als ik op de 20ste verdieping zou zitten. Sterker nog, ik weet zeker dat het dan mooier zou zijn, omdat ik dat zelf heb gezien. Maar ik zit niet op de 20ste, ik zit op de 7de. En dat is ook best mooi. Ik zie de andere gebouwen van de Campus aan deze kant van de Heyendaalseweg, en ik zie wat daken van andere gebouwen, achter de bomen. In de lucht hangen imposante wolken, waaruit soms regen valt. Het is een mooi uitzicht.

Ach, dan heb ik thuis zo’n mooi uitzicht, en dan verhuis ik naar Nijmegen. En het uitzicht vanuit het Erasmusgebouw is ook bijna verleden tijd. Och arme ik. Midden in de stad. Wat is dat nu weer. Daar ga je toch niet wonen als je zo mooi woont?

Eigenlijk valt het heel erg mee. Achter mijn nieuwe huis is een parkeerplaats voor de bekende Duitse prijsvechter, daarachter is het spoor naar Wijchen en verder. Daarachter zijn bomen. Daar steekt dan weer een molen bovenuit. Eigenlijk heb ik daar ook best een mooi uitzicht.
Goh, wat heb ik dat eigenlijk goed geregeld. Die trend houden we er in.

(nu willen jullie natuurlijk een foto, maar das dan balen)

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

N.

Nieuw jaar, nieuwe Mac

Kun je vrienden zijn met je computer? Niet iedereen zal warme gevoelens koesteren jegens zijn digitale werkpaard, maar ik wel. Net vóór ik begon bij mijn eerste baan, kocht ik – toen ik nog net recht had op onderwijskorting – een iMac. Het was een hele grote, wel 27”, die ook meteen de tv zou zijn in mijn studentenkamer en later in mijn studio. Ik heb er de nodige films en series op gekeken, ja, maar er ook heel veel opgewerkt: teksten geschreven, websites gemaakt, software gereviewed, van alles. Jarenlang deed hij alles wat er op wilde, zelfs af en toe een spelletje. 

Een paar jaar geleden kreeg hij kuren. De grafische kaart deed het niet meer. Via YouTube-video’s kwam ik erachter dat dit euvel te verhelpen was door de kaart uit de iMac te halen en kort in de oven te bakken. Zo gezegd, zo gedaan. Dik twee jaar lang kon ik mijn iMac nog blijven gebruiken. Tot deze zomer, dan. Net voor ik een livestreamsessie voor Ether Site zou doen met een Duitse vriend, gaf de grafische kaart wederom de geest. Paniek! Snel alles op een andere geleende laptop geïnstalleerd… Sindsdien had ik, op mijn iPad na, geen echte computer meer. En dat was best jammer. Je kunt best veel op een iPad tegenwoordig, maar niet alles…

Eerlijk gezegd vertoonde de relatie met mijn iMac al een aantal jaar scheurtjes. In mijn appartement, waar ik in 2015 (volgens mij) naar toe verhuisde, had ik eigenlijk geen goede plek voor de iMac. Het apparaat stond op de slaapkamer, met het idee “dan kunnen we er soms film op kijken” – maar dat deden we eigenlijk nooit. En als ik de iMac nodig had voor ‘werk’, moest ik ‘m verhuizen naar de woonkamer. Als ik eerlijk ben, stond die gigagrote iMac nu vooral in de weg. 

En dus scheidden onze wegen eind 2020. Ja, ik deed in de herfst nog een poging om de videokaart nogmaals te redden, maar er brak een kabeltje bij het repareren en dat was de druppel: hier was geen redden meer aan. Daarom besloot ik een nieuwe te bestellen. 

Het is een Mac mini geworden. Een redelijk klein apparaat wat ik overal in huis kan neerzetten, net waar ik wil. Waar ik op kan inloggen met mijn iPad, maar die ik ook kan aansluiten op een beeldscherm of op de tv. En die ik kan verstoppen als ik ‘m niet nodig heb. Het is een hopelijk veelzijdig beestje, dat zich zal aanpassen naar gelang mijn gebruik door de jaren zal veranderen.

Afgelopen maandag kwam hij binnen. De eerste software heb ik geïnstalleerd en de eerste klusjes heb ik er zelfs al op gedaan. Ik heb er voor het eerst dit stukje op geschreven en ik heb getest of ik weer mee kan doen met een spelletje Age of Empires II, wat mijn vrienden online af en toe spelen. Het antwoord lijkt: ja!

Ik weet niet of deze Mac mini het ook tien jaar volhoudt. Het is een (iets) goedkoper apparaat dan de vorige iMac uit 2009, maar ik hoop er weer jaren mee vooruit te kunnen. We gaan het zien. 

Ondertussen staat mijn oude iMac nog in een hoek in de slaapkamer. Nadat de bestanden die ik nodig heb, zijn overgezet, gaat ‘ie waarschijnlijk op Marktplaats. De onderdelen zijn vast nog wat waard. Het voelt een beetje als een onwaardig afscheid. Straks staat ‘ie waarschijnlijk onder “available for parts” op Marktplaats. Terwijl we tien jaar samen hebben kunnen nerden, bijna elf jaar zelfs. Samen hebben we de eerste tien jaar van mijn werkende leven doorgemaakt. Maar het eind is gekomen. Hij weet er, zodra ik de harde schijf heb gewist, niet veel meer van. Maar ik zal ‘m niet gauw vergeten.