A Day In The Life Of … A Scheikundige

Het is 6.45 uur als mijn wekker gaat. Het is vroeg. Het is heel vroeg. Jarenlang ging mijn wekker iedere ochtend om 6.45 uur als ik naar school moest. Jarenlang zat ik om half acht op de fiets. Maar die jaren heb ik achter me gelaten. Het is niet zo dat ik nooit meer om 6.45 uur op hoef te staan, maar dit is toch anders. Het is de maandag na de kerstvakantie. En ik weet dat ik eigenlijk net zo goed had kunnen blijven liggen, als ik Neerlandicus zou zijn. Want ik als Neerlandicus heb pas de 22ste weer iets op de Universiteit te doen: dan is mijn tentamen. Mijn enige tentamen. Tot 8 februari zijn er geen colleges. Maar vandaag ben ik geen Neerlandicus. Vandaag loop ik een dag mee met P., de scheikundige (die om die reden anoniem wenst te blijven). Vandaag ben ik een scheikundige.

Voor de duidelijkheid. Ik weet niet zo veel meer van scheikunde. Ik weet wel nog dat we een Feyenoordfan als docent hadden, dat Sarcasme zijn tweede naam was en dat ik niet extreem goed was. Ik kan me nog herinneren dat we een toets kregen met 50 ja/nee-vragen, en dat ik hem toch niet haalde. Toen al waren moleculen en elementen raadsels voor mij. Na de derde klas heb ik het vak dan ook zorgvuldig ontweken. Tot vandaag. In de bus tref ik P. Hij is derdejaars, ik ken hem nog van de middelbare school. We praten over triviale dingen, over het programma van die dag en hoe leuk het wel niet gaat zijn.

Het eerste wat me opvalt als we aankomen is het teringdure en nieuwe gebouw (ik had het al eens zien liggen, maar je wordt erg met je neus op de feiten gedrukt als er inkomt). Het is duidelijk waar al het geld naartoegaat op de Radboud Universiteit. P. en ik zijn als eerste bij het lokaal van Organometaalchemie, het eerste vak van deze ochtend. Maar al gauw komen ook andere mensen waarvan je meteen denkt “ah, die doen vast een bètastudie (gezien het feit dat ze hier lopen – heus niet omdat het allemaal nerds zijn, haha…).” Klokslag kwart voor 9 gaan we het lokaal binnen en nemen P. en ik plaats op de 2de rij, voor nu voorste rij, omdat er niemand op de eerste rij zit. Ik vraag aan P. of het slim is om wel zo ver naar voren te gaan zitten (het lokaal is weliswaar niet groot, maar ik zag nog 2 rijen achter me waar we ook hadden kunnen gaan zitten). P. verzekert mij ervan dat er nog meer mensen gaan komen. Hij had gelijk: het eerste kwartier van het college gaat de deur van het lokaal nog menigmaal open (en weer dicht).

De man voor de klas, die niet alleen slim maar ook welvarend lijkt te zijn, vindt het niet erg. Het eerste wat hij doet is even de voorkennis van zijn publiek testen: of we allemaal het vorige vak hebben gevolgd. Ik hou wijselijk mijn mond. Vervolgens kondigt hij aan dat iedereen een presentatie moet houden, van 5 minuten. Er gaat een zucht door de klas. Vijf hele minuten. Dat is bij Nederlands een introductie en een afsluiting… Maar we zijn nu niet bij Nederlands. Bij het verdelen van de elementen waarover de presentatie moet gaan, hou ik opnieuw mijn mond, maar zodra ik dan word aangewezen (samen met mijn buren) als mensen die a.s. maandag al mogen presenteren en de docent aan mij vraagt welk element ik ook alweer had, meld ik me toch maar even aan als eenmalige gast. Dit wordt zonder veel morren geaccepteerd en we gaan over tot de orde van de dag: Organometaalchemie.

De argeloze bezoeker vraagt zich nu natuurlijk af: Wat de fokwa? Organometaalchemie gaat over (en ik citeer de scheikundewiki – ja vet modern!): “moleculaire structuur, bindingswijzen en reactiviteit van organometaalverbindingen. Elementaire en reactiemechanismen in de organometaalchemie en hun toepassing in de katalyse, viz. Heck reactie, Suzuki coupling, polymerisatie etc.”

U begrijpt dat het voor mij allemaal niet meteen te volgen was (en dat scheikundigen nogal fan van onjuist spatiegebruik zijn). In hoog tempo krijgen we een introductie in het vak, waarbij het aantal vragen beperkt blijft. Onze docent probeert het echter allemaal met humor te brengen en vlak voor de pauze beginnen de anekdotes over hoe hij als kind al dingen opblies omdat zijn vader allemaal stofjes meenam van zijn werk rijkelijk te vloeien. Vooral die over de “purple kitchen” en de wc in twee helften vallen in de smaak bij het publiek. En ik zie een stereotype bevestigd. Maar wie ben ik?

Na de pauze vervolgt hij het college, in het begin wederom in Engellands (Engels-Nederlands), wat voor mij weer enkele minuten van vermaak betekent. Daarna gaan we door met het “werkcollege”, wat de groep jongens opvat als “tijd om naar een computerlokaal te gaan en online te pokeren.” Veel opdrachten worden er dus niet gemaakt in de komende twee uur. Daarna is het pauze en wordt er geklaverjast. Overigens van mijn kant zonder succes, al kwam dat dit keer ECHT door de kaarten (en minder door mij).

Voor P., ijverig als hij is, zit de dag er dan echter niet op. Nee, P. doet allemaal vakken die de anderen niet doen en inmiddels heeft Boukje H. uit H. (“Heb ik al zoveel domme dingen gezegd?”) zich bij ons gevoegd, want die volgt het vak van die middag ook. Zij (jawel, een meisje, het verbaasde mij ook) weet waar het lokaal is en we spoedden ons naar de 3de etage. Helaas is daar geen docent. Wel een paar andere studenten die niet weten of ze wel goed zitten. We blijken inderdaad niet goed te zitten, en het feit dat ik het college zodra we wel goed zitten niet kan volgen, ligt natuurlijk daar aan. En omdat het Wiskunde B is… Heel erg B. Eerder Wiskunde C1,2 ofzo. P. had verzuimd dit vooraf te melden. Gelukkig was galgje wel heel leuk. Het college zelf was namelijk niet echt te volgen, en galgje biedt op zulke momenten uitkomst. P. had erg veel moeite met “hyperbool” terwijl die toch echt op de presentatie van het college te zien was. Ook Organometaalchemie bleek geen makkelijke, ondanks dat we het er die ochtend nog over hadden gehad… In de pauze tussen deel 1 en 2 van het hoorcollege (die gelukkig ook bij Scheikunde bestaat) deed een medestudent nog de briljante uitspraak Een maaltijd zonder vlees vind ik echt… jammer. Maar dat waren dan ook de hoogtepunten.

Daarna volgde het werkcollege, waarbij sommen gemaakt moesten worden. Leuk en aardig, maar daar was verder weinig te beleven. Zo’n halfuur voor half 6 eindigde onze dag dan ook, maar niet voor wij ontdekten dat er een borrel was van de faculteit waar we even gratis bier nuttigden. Grolsch, weliswaar, maar toch, het was beter dan een college wiskunde D.

Enfin, om een lang verhaal kort te maken: het was lang, bij vlagen grappig, vaak niet te volgen, maar vooral heel verhelderend (waarom ik ook alweer geen scheikunde ben gaan studeren). Maar ook best gezellig. En het is weer een wat anders dan tussen allemaal vrouwen over Lucebert praten. En dat is ook wat waard. Toch?

Ik heb nooit gezegd dat het boeiend zou zijn. (P.F. 2007)

6 reacties

Ok, ik had me voorgenomen hier nooit reacties te geven, maar voor deze ene keer een uitzondering.

Hulde voor dit prachtige verslag, absoluut. Met name de quote aan het einde doet het ‘m. Prachtig.

Stiekem lees ik hier toch ook alle berichtjes, maar ben helaas niet zo’n fan van het reageren.
Maar goed, ook ik zal een keer weer over mn hart strijken: Stefan, je biedt vermaak 🙂

Nog niemand die wil switchen van studie na dit enerverende verslag?

Je moet trouwens uitkijken met je wiskundebenamingen Stefan, want ik hoorde vandaag dat ze waarschijnlijk volgend jaar wiskunde D gaan invoeren (waarom C is overgeslagen weet niemand) maar het is in ieder geval bedoeld voor de C&M-mensen, dus zo ontstaat er natuurlijk verwarring alom.

Ik geef trouwens toe dat het 2e college echt heel erg niet boeiend was, maar dat is maar 1 helft van het vak en de andere helft is wel ok.

Vermeldingen

Geef een antwoord