Tom

Tom McRae is best grappig, tussen zijn liedjes door. Je verwacht een serieuze, sarcastische, depressieve man nadat je zijn liedjes hebt gehoord en zijn diary op zijn site hebt gelezen. Maar Tom McRae was eigenlijk best vrolijk. En daar had hij alle reden toe: het concert was namelijk geweldig. Er “gebeurden” de hele tijd dingen, maar ze hadden alleen maar positieve gevolgen.

Tom opende gedurfd met het nieuwe Keep your picture clear, een politiek statement en met name in het begin niet bepaald een meezinger. Hierna volgde een afwisselende set van liedjes van zijn 3 vorige albums, en zijn nieuwe. Tijdens Bloodless waren er technische problemen, daarom besloot Tom het geheel akoestisch te spelen, dwz. zonder hulp van technologie. Het publiek kende het refrein feilloos en zong zachtjes mee. Bij de climax, het laatste refrein, “zat” een vrouw zo in het nummer dat ze, terwijl de rest van de zaal stil wachtte op Tom, heel hard (en heel vals) inviel. De zaal barstte in lachen uit, net als Tom, die de dame in kwestie op het podium uitnodigde en zo werd het ineens een wel heel apart duet.

Even later, tijdens het gevoelige Walking To Hawaii was een medewerker van de Melkweg plastic bekers aan het verzamelen en liep met twee hoge torens dwars door de zaal heen. Het publiek raakte afgeleid, net als Tom, de jongen had dit zelf pas heel laat door. Toen hij merkte dat de hele zaal hem aankeek zei Tom lachend “Got a job to do, dude?” en speelde vervolgens verder.

Het geluid was kristalhelder, wat de minimale bezetting van de band ten goede kwam. Op het podium stonden Tom met zijn gitaar, een cellist en een pianist, die beiden op bepaalde momenten de backing vocals verzorgden. Hier stond een stel vrienden die toevallig ook nog eens heel goed in hun vak waren. De liedjes waren nog mooier dan op de CD’s, en een drummer werd echt nauwelijks gemist.

Tijdens de encore werd support act Kevin Devine terug op het podium gevraagd, voor een extra gitaarpartij. Kevin had een alleraardigste (maar niet wereldschokkende) soloset gespeeld voordat Tom op het podium kwam en nu bracht hij Boy With The Bubblegum ineens nog meer tot leven. We werden naar huis gestuurd “on a happy note”, volgens Tom, met het intens droevige Ghost of a Shark, een van mijn persoonlijke favorieten.

Jammer dat de large T-shirts niet bepaald large zijn, maar dat was dan ook het enige minpuntje aan de hele avond. Fantastisch!

Keep your picture clear
For The Restless
Border Song
A & B Song
On & On
Got A Suitcase Got Regrets
Bloodless
End Of The World News (Dose Me Up)
Deliver Me
One Mississipi
Set The Story Straight
Walking To Hawaii
Silent Boulevard

Vampire Heart
Boy With The Bubblegum
Streetlight
Ghost Of A Shark

Luister mee naar Streetlight uit het concert van afgelopen vrijdag:
hier

Luister mee naar Ghost of a Shark uit het concert van afgelopen vrijdag:
hier

Check hier de foto’s (gemaakt met mijn überhippe nieuwe telefoon).

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

This post has 1 Comment

1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

I.

Ik hou helemaal niet van festivals

Als muziekliefhebber heb ik honderden concerten bezocht in mijn leven. Er waren grote concerten bij – in de Amsterdam ArenA bijvoorbeeld, en ook hele kleine huiskamerconcerten ergens in Nijmegen. Ik ben ervoor naar Groningen geweest, naar Den Haag en in kleine Limburgse dorpen. En ik deed dat meestal met vrienden en soms alleen. Met vrienden is meestal leuker, gedeeld plezier immers. Dus je zou zeggen dat een festival de logische volgende stap is. Maar ik hou helemaal niet van festivals.

Lekker de camping op met wat vrienden, chillen in het gras, biertje erbij en genieten van de zon. Oh ja, en je favoriete bands natuurlijk. Het lijkt een ideaal weekend voor iedere muziekliefhebber. Toch spraken de grote festivals me nooit echt aan. Lowlands en Pinkpop: ik ben er nooit geweest. Lach me maar uit. De 3voor12-stream volgen: prima. Maar ik voelde nooit de behoefte om erheen te gaan. Eén keer ging ik een dag op en neer naar Best Kept Secret. Ik zag er onder andere The Tallest Man On Earth, Franz Ferdinand en The War On Drugs. En nog meer. Verder pakte ik eens een dagje Motel Mozaïque mee en het Naked Song Festival in Eindhoven. En natuurlijk loop ik als Nijmegenaar rond op het Valkhoffestival. Maar dat was het dan ook, tot ik me dit jaar liet overhalen om af te reizen naar Down The Rabbit Hole. Vooruit.

Vooruit, zeg ik, maar die camping kregen ze me niet op. Het was ook een last minute beslissing om nog te gaan, en om nu ook nog een tent te regelen. Het leek mij beter om de spreekwoordelijke kat uit de boom te kijken en dus op en neer te gaan naar Ewijk/Beuningen of waar De Groene Heuvels zich ook mogen bevinden. Op de fiets, dacht ik op dag één, maar met veertien kilometer straffe wind en open veld op de route besloot ik op dag twee de OV-optie te nemen. Naar station Wijchen dus – en daar met een nogal onvoorspelbare pendelbus naar het terrein. Niet ideaal, maar uiteindelijk acceptabel – ik had minder pech dan andere mensen die op en neer reisden met deze bus.

Dag drie kon ik een lift krijgen van een vriend met een auto: we lachten allebei over het gemak waarmee we richting het konijnenhol reden: “volgend jaar kan dit iedere dag joh!” En toen werden we, op 200 meter van het terrein, rechtsaf gestuurd, terug de snelweg op en na een omleiding van zeker een kwartier – dat is een verdubbeling van de reistijd – bereiken we alsnog het parkeerterrein. Conclusie: je kunt beter blijven slapen op het terrein.

MAAR IS DAT WEL ZO? Want iedere ochtend hoorde ik horrorverhalen, ofwel van de afgelopen nacht, ofwel van eerdere festivals. Over loeiende generatoren, over lallende mensen, of gewoon over vieze Hollandse regen, die omdat het tentdoek net niet helemaal lekker strak staat, gewoon de tent inkomt. Maar verder is het genieten hoor, op zo’n festivalcamping. Lekker in de rij voor de douches of acrobatische toeren op een vieze wc-bril een grote boodschap verkondigen. Nee, toen ik ‘s morgens wakker werd in mijn eigen bed, uitgeslapen en wel, kon ik er weer vol tegenaan. Vergelijk dat met de meewarige, verslagen mensen die op de zondag al vertrokken omdat ze er genoeg van hadden… Dat gaat toch tegen het motto “we verkopen geen dagkaarten dus everybody is in for the whole ride” in…

Dus natuurlijk mag je mij uitlachen, uitschelden voor luxepoes of ‘geen echte’, maar als ik dan zo’n meerdaags festival moet doen, dan doe ik het op mijn eigen manier. Want natuurlijk hou ik wel van gezelligheid, maar niet van halfdronken idioten. Ik kom zo’n terrein op en denk de eerste tien minuten: ik draai weer om… Natuurlijk hou ik van ‘s avonds goede gesprekken voeren, maar niet in een doorweekte tent. Nee, deze jongen was er heel blij mee dat hij ‘s avonds naar huis kon en ‘s morgens weer fris op kon staan. Mijn festivalplezier wordt niet vergroot door een legging te kopen en aan te trekken omdat mijn andere kleren doorweekt zijn. Of door de derde dag heenworstelen omdat ik geen oog heb dichtgedaan.

Want daardoor heb ik dus in vrij optima forma gezien – in chronologische volgorde: Nick Mulvey (jeej), Bear’s Den, Bonobo (jeej), Sinkane (mijn ontdekking van het festival) Moderat (meh), Spinvis (jeej), Moss, Soulwax (had ik van kunnen genieten als ik niet helemaal achteraan naast een paar Wijchenaren had gestaan die over hun werk aan het kleppen waren – ik ga nu een experimenteel theaterstuk opzetten waarbij ik een headliner laat spelen en tegelijkertijd een groep mensen met luide stem er overheen laat kletsen), Fleet Foxes (niet echt een zaterdagavondband helaas), The Avalanches (haha), Spoon (duizend hartjes voor Spoon), Xavier Rudd (iets te veel clichés met zijn tuinbroek enzo, maar wel een gave didgeridoo), War Paint (matig geluid daar, net als bij veel andere acts trouwens) en Father John Misty (zo gaaf!). Het was vet, muzikaal was het mooi en het was gezellig. En als ik weg wilde, kon ik weg.

Ik heb dit weekend geleerd dat je festivals vooral op je eigen manier moet doen, want dat doet iedereen. En mijn manier is dus niet all-in de camping op met kutweer. Mijn manier is met enig comfort, een introvertveilige zone en vooral genieten van de muziek. Want dat heeft Down The Rabbit Hole dus wel gedaan: ik realiseerde me weer hoe tof ik bandjes, singer-songwriters en zelfs elektronische acts vind. En hoe weinig ik er eigenlijk ken.

Dus misschien doe ik in de toekomst nog wel eens een festivalweekend. En wellicht ook wel Down The Rabbit Hole. Maar dan doe ik het wel op mijn manier. En ik zeg niet dat die beter is, maar ik word er in ieder geval gelukkiger van. En ik geniet er niet minder om.

N.b. overigens heb ik dus op de organisatie van Down The Rabbit Hole niet veel aan te merken, behalve dat het festivalterrein dus duidelijk niet in Beuningen is én dat de pendelbus vanaf Nijmegen relaxter zou zijn geweest voor vrijwel iedereen, dat het geluid soms tegenviel en dat de omleidingsroute wel extreem was… Maar ja, verder dus wel props. 😉