En toen was het woensdag. De vroegste dag nog nu toe, maar gek genoeg voel ik het niet zo erg als op dinsdag. Misschien raak ik eraan gewend, de halve nachten, en het helpt dat ik niet teveel bier heb gedronken. De mentorkindjes hebben meer moeite met opstaan. De meeste eerstejaars komen pas na half 11 aankakken, net voordat het opleidingsprogramma begint en best wel wat zijn te laat aanwezig.

Desondanks wordt gewoon om kwart voor 11 met het opleidingsprogramma begonnen: de verschillende docenten van de opleiding deden allemaal hun uiterste best om hun vakken leuk te laten lijken. Toen ik begon deden ze dat nog met een schematisch overzicht van wat het vak inhield, maar hier wordt van ieder vak een kwartier lang college gegeven op een ‘pakkende’ en ‘leuke’ manier. En ik moet zeggen dat het wel wat heeft. Iedere docent lijkt op zijn/haar manier de eerstejaars wel te boeien, al lijkt ‘actieve’ deelname in het begin wat veel gevraagd (maar dat kan misschien ook aan de manier van vragen stellen door de docenten liggen – hoewel Joosten alles probeerde bij het bepalen of een tekst poëzie of proza was: ‘Wie denkt proza? (10 vingers) Wie denkt poëzie? (12 vingers) De rest denkt niet?’

Aan het eind van het opleidingsprogramma heeft iedereen honger, en vervoegen wij ons naar de Refter. In tegenstelling tot voorgaande jaren heeft de opleiding dit jaar geen lunch geregeld, een misverstand, en moet er op het laatste moment wat geregeld worden met de Refter. Iedereen krijgt vervolgens lunchbonnen 3,50, waarbij Van de Schoor verzucht ‘dat is toch ook niks.’

Om 14:00 uur is het groepsfototijd, pas dan realiseer ik me dat ik mijn nette kleren natuurlijk aan had moeten doen… Nu sta ik vereeuwigd als Genesis-fan (er zijn ergere dingen). Daarna moet de indeling voor het Diner Roulé gemaakt worden. Het is niet gelukt om nog meer mensen te regelen dan we al hadden, waardoor de groepen in eerste instantie aan de grote kant lijken te worden, maar na een hoop administratief gegoochel komen we dan toch uit op redelijk gelijke groepen van 5 6 personen. Ikzelf ga met Jantien, Lisanne, Nicole en Marc mee (excusez-moi als ik namen fout spel – het zal de vermoeidheid zijn, indien nodig wil ik het gaarne corrigeren indien ik erop word gewezen). Maar eerst nog een middag vrije tijd.

Die middag vrije tijd zit ik eerst in de Refter, daar probeer ik onder andere Joe Speedboot te lezen, waar de volgende dag grotendeels over zal gaan, maar ik ben te moe. Ik vlucht naar mijn kamer om daar een beetje uit te rusten.

Om half 6 verzamelen we op het Keizer Karelplein en niet veel later ga ik op zoek naar Ricardo. Ik heb geen idee wie het is, noch waar het is. Gelukkig heb ik een kaart (met locatieaanduiding) bij me en een straatnaam, die overigens niet klopt met het cirkeltje op de kaart. Desondanks fiets ik met mijn groepje richting de aangegeven plek en warempel: het klopt niet. Het blijkt een stuk dichterbij te zijn dan we dachten, en de straatnaam zat verborgen onder een hokje wat de kaartmakers over de straat hadden heen getekend. Schandalig!

Aangekomen op de goede locatie blijk ik Ricardo wel degelijk te kennen, of in ieder geval van gezicht. Leuke bijkomstigheid is dat ie niet alleen is: ook Arnoud, Linda, Lisanne (correct me if I’m wrong) helpen een handje mee met koken (ofzo) en brengen een melige sfeer onder ons nuchtere lieden (ik overdrijf, maar ik vond het tijd worden iets gekunstelds in dit verslag te brengen). We doen onder andere met zijn allen een stoel na (net als op studiereis) en Jantien verbreekt het wereldrecord zitten tegen de muur zonder stoel (dus niet op de grond, maar slechts tegen de muur, met je benen in een hoek in 90 graden zoals Michelle hier (foto (c) Michelle). Jantien haalde 3.02 minuten en dat is veel meer dan alle andere aanwezigen, terwijl zij het voor het eerst deed. Het eten was trouwens goed te doen: als voorgerecht hadden we soepstengels met ham erom, stukjes meloen en tomaat met mozarella. Lekker én gevarieerd.

Om Jantiens spieren (helemaal verzuurd) rust te gunnen, lopen we naar Inge, die ik al heel erg lang niet meer heb gezien – bijna 2 maanden. Het is gelukkig niet zo heel ver lopen. Aangekomen, blijkt Inge samen met haar huisgenootje (van wie de naam mij is ontschoten – sorry, maar bedankt voor de rondleiding!) een pastasalade te hebben gekookt (Jantien: Hoort die koud te zijn?) voor elf man – foutje in de communicatie van onze kant. Het smaakt wederom goed en het is ook nog eens erg gezellig. Voor sommige eerstejaars is het wel wennen aan het tempo waarmee Inge praat. Een flitspaal had dan ook niet misstaan, maar gelukkig kan ik alles vertalen voor degenen die het niet kunnen volgen ;).

Voor het toetje moeten we naar de andere kant van de stad en we krijgen in ieder dus geen citroenkwark met stukjes appel en kaneel van Inge. In plaats daarvan krijgen we ijs van Toine en Aukje. Ook lekker: hagelslag erover (met gratis insekt). We sneaken meteen een stukje voetbal mee (2-1 voor Zwitserland: zijn ze helemaal van de pot gerukt?), terwijl Aukje Toines muziekcollectie napluist.

Vervolgens willen we naar de stad gaan, maar helaas: we krijgen materiaalpech, vlakbij de Graafseweg. Lisannes fiets houdt ermee op en we zijn genoodzaakt terug te lopen naar mijn kamer, alwaar we de fiets de volgende ochtend bij de fietsenmaker zullen afgeven. Hierdoor halen we 22:00 uur voor de Rabobank niet, maar na wat belletjes is dat probleem opgelost. De looptocht is best vermoeiend om de een of andere reden, terwijl het eigenlijk maar 20 minuten lopen is.

Om half 11 ben ik dan toch waar ik moet zijn (na eerst Marc op mijn kamer te hebben achtergelaten en Lisanne op de bus te hebben gezet – Jantien was doorgelopen naar de Rabobank) en warempel: iedereen staat er nog. Arnoud, Linda, Lisanne (de andere dus) en Ricardo zijn er ook. We lopen wederom naar Stadscafé Berg, net als gisteren, maar daar blijkt het een vrij dode boel. Er zijn welgeteld vijf mensen. Gelukkig is het met ons erbij weer een beetje druk, al lijkt niemand het vanavond echt lang vol te houden (ik in ieder geval niet). Inge komt ook nog even kijken en we maken onder andere een groepsfoto (wederom (c) Michelle).

Half twee (in ieder geval één uur eerder dan gisteren) verlaat ik het café, nadat ik eerst ondervraagd ben over mijn geheim, stalkerachtige sms’jes rondstuur en themanummers voor De Uitvreter verzin met Linda.

Woensdag was een veel leukere dag dan ik dacht… Want wat is er eigenlijk aan door de stad fietsen, eten, weer fietsen, weer eten, weer fietsen en nog één keer eten? Inderdaad: de gezelligheid. En dat was ik even vergeten. En dat maakt het tot een van de betere dagen van de intro tot nu toe, inclusief een geslaagd weerzien met al die docenten die me zo aan het hart gaan (krijg ik nu een punt hoger?) en het gevoel dat het allemaal wel goed loopt. Ik word een beetje warm van binnen. 😉

Foto’s van deze dag (en de andere dagen):

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

N.

Nieuw jaar, nieuwe Mac

Kun je vrienden zijn met je computer? Niet iedereen zal warme gevoelens koesteren jegens zijn digitale werkpaard, maar ik wel. Net vóór ik begon bij mijn eerste baan, kocht ik – toen ik nog net recht had op onderwijskorting – een iMac. Het was een hele grote, wel 27”, die ook meteen de tv zou zijn in mijn studentenkamer en later in mijn studio. Ik heb er de nodige films en series op gekeken, ja, maar er ook heel veel opgewerkt: teksten geschreven, websites gemaakt, software gereviewed, van alles. Jarenlang deed hij alles wat er op wilde, zelfs af en toe een spelletje. 

Een paar jaar geleden kreeg hij kuren. De grafische kaart deed het niet meer. Via YouTube-video’s kwam ik erachter dat dit euvel te verhelpen was door de kaart uit de iMac te halen en kort in de oven te bakken. Zo gezegd, zo gedaan. Dik twee jaar lang kon ik mijn iMac nog blijven gebruiken. Tot deze zomer, dan. Net voor ik een livestreamsessie voor Ether Site zou doen met een Duitse vriend, gaf de grafische kaart wederom de geest. Paniek! Snel alles op een andere geleende laptop geïnstalleerd… Sindsdien had ik, op mijn iPad na, geen echte computer meer. En dat was best jammer. Je kunt best veel op een iPad tegenwoordig, maar niet alles…

Eerlijk gezegd vertoonde de relatie met mijn iMac al een aantal jaar scheurtjes. In mijn appartement, waar ik in 2015 (volgens mij) naar toe verhuisde, had ik eigenlijk geen goede plek voor de iMac. Het apparaat stond op de slaapkamer, met het idee “dan kunnen we er soms film op kijken” – maar dat deden we eigenlijk nooit. En als ik de iMac nodig had voor ‘werk’, moest ik ‘m verhuizen naar de woonkamer. Als ik eerlijk ben, stond die gigagrote iMac nu vooral in de weg. 

En dus scheidden onze wegen eind 2020. Ja, ik deed in de herfst nog een poging om de videokaart nogmaals te redden, maar er brak een kabeltje bij het repareren en dat was de druppel: hier was geen redden meer aan. Daarom besloot ik een nieuwe te bestellen. 

Het is een Mac mini geworden. Een redelijk klein apparaat wat ik overal in huis kan neerzetten, net waar ik wil. Waar ik op kan inloggen met mijn iPad, maar die ik ook kan aansluiten op een beeldscherm of op de tv. En die ik kan verstoppen als ik ‘m niet nodig heb. Het is een hopelijk veelzijdig beestje, dat zich zal aanpassen naar gelang mijn gebruik door de jaren zal veranderen.

Afgelopen maandag kwam hij binnen. De eerste software heb ik geïnstalleerd en de eerste klusjes heb ik er zelfs al op gedaan. Ik heb er voor het eerst dit stukje op geschreven en ik heb getest of ik weer mee kan doen met een spelletje Age of Empires II, wat mijn vrienden online af en toe spelen. Het antwoord lijkt: ja!

Ik weet niet of deze Mac mini het ook tien jaar volhoudt. Het is een (iets) goedkoper apparaat dan de vorige iMac uit 2009, maar ik hoop er weer jaren mee vooruit te kunnen. We gaan het zien. 

Ondertussen staat mijn oude iMac nog in een hoek in de slaapkamer. Nadat de bestanden die ik nodig heb, zijn overgezet, gaat ‘ie waarschijnlijk op Marktplaats. De onderdelen zijn vast nog wat waard. Het voelt een beetje als een onwaardig afscheid. Straks staat ‘ie waarschijnlijk onder “available for parts” op Marktplaats. Terwijl we tien jaar samen hebben kunnen nerden, bijna elf jaar zelfs. Samen hebben we de eerste tien jaar van mijn werkende leven doorgemaakt. Maar het eind is gekomen. Hij weet er, zodra ik de harde schijf heb gewist, niet veel meer van. Maar ik zal ‘m niet gauw vergeten.