Op een dag besloten drie meisjes, samen met drie andere meisjes (volgens de overlevering) dat de studiereis van de Neerlandici studerend in Nijmegen dit jaar naar Leuven zou gaan. Dat was namelijk heel makkelijk. Twee van die drie meisjes hadden namelijk een half jaar in de Belgische stad doorgebracht (naar wij mogen aannemen studeerden ze er hard, of werkten ze er hard bij een uitgeverij, waarover later meer). Het derde meisje zou in de toekomst een half jaar gaan vertoeven in de stad. Dit zorgde voor een reisleiding met inside knowledge over het leven in de stad, over straten en gebouwen aldaar en niet te vergeten de routes naar de leukste kroegjes en uitgaansgelegenheden. Hoe dat precies kan als ze ook heel hard en vlijtig studeren is een mysterie waar ik hier nu niet op zal ingaan. Maar laten we maar aannemen dat ze snel en gedisciplineerd werken, zodat ze des avonds inderdaad naar de Jazznight in STUK kunnen gaan, of een FAKbar kunnen bezoeken (waar heel aparte dingen gebeuren als ik in bed lig te slapen). Dit alles resulteerde in een fantastisch weekend vol muziek, ‘dat kan echt niet’-opmerkingen en mislukte Vlaamse accenten. En de weergoden waren ons ook nog eens gunstig gezind! Ja, u had er bij moeten zijn, maar dat was u niet (allemaal). Daarom een verslag.

Zaterdag 26 april 2008

“Let’s go girls”
(‘Man, I feel like a woman’ van Shania Twain)

Toen ik voor de derde keer tijdens de normaal net iets minder dan tien minuten durende fietstocht moest stoppen om mijn rugzak goed te doen (ik had een weekendtas, rugzak en gitaar bij me, en geen bagagedrager), kwam mijn huisgenoot (die met me meefietste omdat hij een kwartier later op studiereis naar London zou gaan) op het idee om mijn rugzak dan maar op mijn buik te dragen. En dat ging inderdaad heel goed (al zag het er wat absurd uit). Zodoende kwam ik maar drie minuten te laat op onze vertrekplaats aan. Dat was nog steeds heel vroeg (want: drie over half acht) en twaalf minuten voor de bus daadwerkelijk zou vertrekken.

Het moet even voor twaalf uur zijn geweest toen ik het grootste deel van mijn bagage, inclusief mijn jas, had achtergelaten in het hostel en onder begeleiding van een gids het stadhuis en de buitenkant van de Sint Pieterskerk bekeek. Onder begeleiding van de gids, haar naam is mij ontschoten, maakten we een tour langs de hoogtepunten die Leuven te bieden heeft. Zo kwamen langs de kleinste bierbrouwerij en het begijnhof. Daar lopende besloten we allemaal dat we niet in Nijmegen maar in Leuven hadden moeten gaan studeren, wonen, leven. Dat we daar dan geen feestjes hadden mogen geven, hadden we op de koop toegenomen.

Na een terraspauze van een uur in de stralende zon aan de langste toog van Leuven/België/de wereld, de Oude Markt dus, vertrokken we naar de brouwerij van Stella Artois. De gids was, op zijn zachtst gezegd, een beetje vreemd. Zijn grapjes waren niet altijd even geslaagd. Maar de rondleiding was ondanks alles interessant en leerzaam. Als afsluiting kregen we nog een gratis biertje te drinken en mochten we een Hoegaarden Citroen meenemen. Proost!

Die avond aten we in Café De Appel. Inmiddels hadden we onze intrek genomen in het hostel. De kamers zagen er erg geslaagd uit, met eigen toilet en badkamer. Het restaurant De Appel was oké, maar eerlijk is eerlijk, niet heel bijzonder. Maar we legden er een goede basis voor de kroegentocht. En het was gratis. Dus u hoort mij niet klagen. Ik kan u helaas niet navertellen welke kroegen we vervolgens hebben bezocht, op de namen heb ik namelijk niet gelet. Maar feit is dat het (net als in Gent, twee jaar terug), niet bijzonder druk was en dat ik op bepaalde locaties vooral het idee van een klassenfuif kreeg. Maar een hernieuwde kennismaking met de Hoegaerdse Das was zeer welkom. De vermoeidheid sloeg echter rond een uur of twee echt toe. Het was al een lange dag.

Zondag 27 mei 2008

I now walk into the wild
(Christopher McCandless)

Op zondag stond een picknick gepland bij kasteel Arensberg. Heden ten dage wordt het gebouw gebruikt als faculteit voor nota bene de exacte wetenschappen. In plaats van dat er colleges kunstgeschiedenis worden gegeven… In ieder geval zijn vier salons bewaard gebleven die vol met hele grote schilderijen hangen. De gids, die de rondleiding voor het eerst gaf, wist ondanks een schoonheidsfoutje toch nog heel wat te vertellen over de families die het kasteel door de eeuwen heen bewoonden.

Daarna was het tijd voor een picknick in de tuin bij het kasteel. Het was volgens mij nog warmer en mooier dan zaterdag (een dag waarop ondergetekende overigens ook flink was verbrand), dus de picknick was een uitermate goed idee van de reisleiding. Maarten en ik hadden onze gitaren meegenomen en wat volgde was een klein miniconcert met publieksparticipatie. Naast onze reggaecover van ‘The Scientist’ speelden we ook wat Acda & De Munnik en De Dijk, The Kelly Family en Right Said Fred. Ook poogden we een goed nummer in de mix te gooien met ‘Maps (How I Feel About You)‘ van Phil Campbell.

Na de picknick liepen we terug naar de stad. Daar gingen we naar de bioscoop. Dat was eigenlijk zonde van het weer, maar ik weet dat in ieder geval de bezoekers van Into The Wild niet zullen klagen. Bij een reisgenote liepen de tranen over de wangen nadat haar werd gevraagd wat ze van de film vond. En iedereen leek ontdaan. Gaat dus allen naar de bioscoop om Into The Wild te kijken, want niet alleen het verhaal is mooi, ook de soundtrack van Eddie Vedder (zie Leuven!) en de fantastische shots van de natuur.

Die avond aten we met een kleine groep bij De Rector. Dat was een misstap. De keuken bleek niet op orde en onze tafel kreeg een zalm zonder saus waar de saus in tweede instantie van werd afgespoeld (!), een pasta zonder lam en parmezaanse kaas (waarvoor wel moest worden betaald) en een stuk vlees dat onder saus bedolven was. Ook bij de andere tafels was niet alles in orde. Een domper, maar we konden in ieder geval buiten zitten en genieten van het mooie weer.

Des avonds gingen we naar de Jazzavond in STUK. En we waren niet de enige (buitenlandse) studenten. Inmiddels hadden we een begeleider vanuit de opleiding: Margrit Rem. Met haar en een aantal andere leuke eerste- en vierdejaars heb ik een gezellige avond aldaar doorgebracht. Pogingen om die voort te zetten elders in de stad, bleken vruchteloos. The Seven Oaks was nagenoeg leeg en leek bijzonder veel op een bar voor mensen met een andere seksuele geaardheid, zullen we maar zeggen, en de andere bars die we bezochten werden vooral bevolkt (voor zover dat het geval was) door mensen die al behoorlijk beschonken waren. En oud.

Een grote groep besloot dan ook het rond 2 uur – half 3 op te geven. Enkele studenten bezochten echter nog de FAKbar, waar zich een aantal hilarische incidenten hebben afgespeeld. Ik kan u daar zelf niets over vertellen, want ik was er niet bij. Ik stond toen al te douchen in onze kamer, om daarna het bed op te zoeken. Wellicht kan iemand anders hier zijn licht over doen schijnen?

Maandag 28 april 2008

She maps out the way and I just follow her, if she don’t say I will drive straight on.
Maps (How I Feel About You) – Phil Campbell – over de reisleiding 🙂

Op maandagochtend – ik was de eerste in de ontbijtzaal – was iedereen schijnbaar nog brakker dan de avond ervoor. Het ontbijt was erg lekker. Dat was zondag ook het geval, maar pas de tweede ochtend waardeer je zoiets echt. Met name in Praag viel het ontbijt nogal tegen (en ik citeer):

Het ontbijt was niet echt de moeite waard. Het brood was niet eens goor (in ieder geval niet vergeleken met andere varianten die we soms voorgeschoven kregen), maar het beleg – er was kaas, vlees en iets wat moest doorgaan voor abrikozenjam – was allemaal vrij magertjes. Naast buitenlandse melk – per definitie goor – was er thee, koffie en iets wat moest doorgaan voor ranja, maar met een heel bittere nasmaak.

Enfin, hier had het hostel een Nescaféautomaat, yoghurt, muesli, cornflakes, vier soorten brood, chocoladepasta, eieren, melk, suiker, jam, kaas, vlees en nog dingen die ik nu even ben vergeten. In ieder geval genoeg mogelijkheden om een solide basis te leggen voor een serieuze slotdag.

Deze dag begon met een bezoek aan de uitgeverij Davidsfonds. Daar werden we welkom geheten door Katrien de Vreese, de baas/uitgever-directeur. Terwijl het buiten heel hard begon te regenen, vertelde Do van Ranst, jeugdboekenschrijver, over het worden en zijn van een jeugdboekenschrijver. Dat deed hij geanimeerd en vol enthousiasme. In Babanstijl prees hij ook nog enkele malen zijn boeken aan. Maar dat is zijn goed recht. Al mag hij zijn site gerust wat mooier maken.

Daarna konden we nog een uurtje shoppen in de grootste kinderboekenwinkel van Vlaanderen. Ik kocht het recentste verhalenboek van Toon Tellegen (‘Morgen was het feest’). Er was daarna nog genoeg tijd om een beetje lol te trappen in de winkel. Het gevolg, ‘Koekiemonster is dol op koekjes’, zie je hier. Al met al was het een erg leuke ochtend.

Bij de lunch bleek er ‘genoeg plaats’ voor een man of twaalf in een café, maar dat betekende wel dat er even een aantal mannen weg moesten worden gestuurd. Dat ging alle slimme mensen te ver, en de select few die overbleven, belandden in een hippe tent (Ron Blacks) waar ze heel goedkoop verse broodjes met luxe, lekkere ingrediënten belegden, en die ons in ‘happy few’ veranderden, getuige deze foto:

Daarna liepen we naar het Erasmusgebouw (niet bijzonder veel mooier dan de Nijmeegse variant) om daar college te krijgen van Hugo Brems. Hij vertelde over de huidige stand van zaken in de Neerlandistiek. Erg sterk was de manier waarop hij dit koppelde aan de actualiteit. Maar, eerlijk is eerlijk, ik denk dat de meeste letterenstudenten het grootste deel al in eigen colleges hadden gehoord. Desondanks was het een uitermate boeiende college over de Nederlandse en Vlaamse identiteit in literatuur.

De middag hadden we vrij en na een kort bezoek aan de Leuvense universiteitsbibliotheek, besloten Maarten, Sigrid en ik de Sint Pieterskerk maar eens van binnen te bekijken. Met een over de top preekstoel en indrukwekkende orgelpijpen was het de tijd zeker waard. We sloten de vrije tijd af met het zoeken naar een frietkot. Dat bleek moeilijker dan gedacht, maar onze vasthoudendheid (we wilden niet naar McDonalds) werd uiteindelijk beloond. Hoewel de frieten niet bijzonder Vlaams waren, was het toch een passende afsluiting van de reis. De zon scheen inmiddels weer volop, al was het wel iets kouder dan de dagen ervoor.

Om half zes stonden we weer voor het hostel en rond een uur of zes vertrok de bus richting Nijmegen. Onderweg konden we kiezen tussen een laatste blik op het – nog – zonovergoten Vlaamse landschap of Flightplan, een matige film met Jodie Foster en dubieuze ondertiteling (waarschijnlijk gemaakt door en Duitse of Franse uitzendkracht). Ik koos daarom met name voor het mooie uitzicht, al werd dat minder mooi door het wolkendek dat de zon verborg naar mate we noordelijker kwamen.

Iedereen was moe, maar het was goed en gezellig. Voldaan, verbrand maar vol mooie herinneringen kwamen we aan in Nijmegen. Bedankt voor drie fantastische dagen, SVN, Leuvengangers. Heel erg bedankt!

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

This post has 12 Comments

12
  1. Ow trouwens..om het mysterie maar op te lossen: het combineren van veel feesten en toch hard en goed werken kan heel goed. De oplossing is ehh.. tja, de Erasmusspirit I guess. Gewoon heel veel enthousiaste mensen om je heen; die houden je dan wel wakker! En leuk werk, of interessante vakken, hebben.. dat helpt ook.
    PS. Maar stiekem vraag ik het me nu ook wel vaak af hoe ik het in godsnaam volhield. Aukje zal het kunnen beamen: we gingen echt haast elke dag tot in de kleine uurtjes de stad in… daarna om 9 u weer aan de slag, na een hele dag concentreren was het tijd voor even koken en eten, een kort slaapmomentje en dan was het weer hop.. op naar de stad! Tja…
    PS. hmm, beetje lange comment. Maar ik móest die vraag toch even beantwoorden.. 🙂

  2. Ik durfde er niks over te zeggen… dacht dat het vast een taalgrapje was 🙂
    Voor degenen die erbij waren ofzo. Haha.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

N.

Nieuw jaar, nieuwe Mac

Kun je vrienden zijn met je computer? Niet iedereen zal warme gevoelens koesteren jegens zijn digitale werkpaard, maar ik wel. Net vóór ik begon bij mijn eerste baan, kocht ik – toen ik nog net recht had op onderwijskorting – een iMac. Het was een hele grote, wel 27”, die ook meteen de tv zou zijn in mijn studentenkamer en later in mijn studio. Ik heb er de nodige films en series op gekeken, ja, maar er ook heel veel opgewerkt: teksten geschreven, websites gemaakt, software gereviewed, van alles. Jarenlang deed hij alles wat er op wilde, zelfs af en toe een spelletje. 

Een paar jaar geleden kreeg hij kuren. De grafische kaart deed het niet meer. Via YouTube-video’s kwam ik erachter dat dit euvel te verhelpen was door de kaart uit de iMac te halen en kort in de oven te bakken. Zo gezegd, zo gedaan. Dik twee jaar lang kon ik mijn iMac nog blijven gebruiken. Tot deze zomer, dan. Net voor ik een livestreamsessie voor Ether Site zou doen met een Duitse vriend, gaf de grafische kaart wederom de geest. Paniek! Snel alles op een andere geleende laptop geïnstalleerd… Sindsdien had ik, op mijn iPad na, geen echte computer meer. En dat was best jammer. Je kunt best veel op een iPad tegenwoordig, maar niet alles…

Eerlijk gezegd vertoonde de relatie met mijn iMac al een aantal jaar scheurtjes. In mijn appartement, waar ik in 2015 (volgens mij) naar toe verhuisde, had ik eigenlijk geen goede plek voor de iMac. Het apparaat stond op de slaapkamer, met het idee “dan kunnen we er soms film op kijken” – maar dat deden we eigenlijk nooit. En als ik de iMac nodig had voor ‘werk’, moest ik ‘m verhuizen naar de woonkamer. Als ik eerlijk ben, stond die gigagrote iMac nu vooral in de weg. 

En dus scheidden onze wegen eind 2020. Ja, ik deed in de herfst nog een poging om de videokaart nogmaals te redden, maar er brak een kabeltje bij het repareren en dat was de druppel: hier was geen redden meer aan. Daarom besloot ik een nieuwe te bestellen. 

Het is een Mac mini geworden. Een redelijk klein apparaat wat ik overal in huis kan neerzetten, net waar ik wil. Waar ik op kan inloggen met mijn iPad, maar die ik ook kan aansluiten op een beeldscherm of op de tv. En die ik kan verstoppen als ik ‘m niet nodig heb. Het is een hopelijk veelzijdig beestje, dat zich zal aanpassen naar gelang mijn gebruik door de jaren zal veranderen.

Afgelopen maandag kwam hij binnen. De eerste software heb ik geïnstalleerd en de eerste klusjes heb ik er zelfs al op gedaan. Ik heb er voor het eerst dit stukje op geschreven en ik heb getest of ik weer mee kan doen met een spelletje Age of Empires II, wat mijn vrienden online af en toe spelen. Het antwoord lijkt: ja!

Ik weet niet of deze Mac mini het ook tien jaar volhoudt. Het is een (iets) goedkoper apparaat dan de vorige iMac uit 2009, maar ik hoop er weer jaren mee vooruit te kunnen. We gaan het zien. 

Ondertussen staat mijn oude iMac nog in een hoek in de slaapkamer. Nadat de bestanden die ik nodig heb, zijn overgezet, gaat ‘ie waarschijnlijk op Marktplaats. De onderdelen zijn vast nog wat waard. Het voelt een beetje als een onwaardig afscheid. Straks staat ‘ie waarschijnlijk onder “available for parts” op Marktplaats. Terwijl we tien jaar samen hebben kunnen nerden, bijna elf jaar zelfs. Samen hebben we de eerste tien jaar van mijn werkende leven doorgemaakt. Maar het eind is gekomen. Hij weet er, zodra ik de harde schijf heb gewist, niet veel meer van. Maar ik zal ‘m niet gauw vergeten.