Vorig jaar plaatste ik zeven keer zeven mooie zinnen van bands. Dit jaar doen we het anders. In Acht acts, acht albums zal ik op alfabetische volgorde acht albums van acht verschillende acts bespreken. De albums zijn klassiekers. Niet omdat het in deze logs gaat om de beste werken van de betreffende bands, niet omdat ze op het moment van verschijnen qua populariteit piekten, niet omdat het grootse namen betreft, maar omdat ik aan die albums persoonlijk veel waarde hecht of hechtte. Hier bespreek ik de albums. Ik plaats ze in de carrière van de artiest in kwestie, in mijn muziekbeleving en bespreek de plaat van begin tot eind. Hierbij ook aandacht voor mijn eigen beleving. De acht acts geef ik nu vast, de albumtitels nog niet…

Aqualung | Phil Collins | Nick Drake | Genesis | I Am Kloot | Kings of Convenience | Tom McRae | Turin Brakes

Aqualung – Still Life (2003)

Aqualing - Still Life
Aqualung - Still Life

A) De Voorgeschiedenis

François Boulangé heet eigenlijk Frans Bakker en Aqualung heet eigenlijk Matt Hales. Deze Brit wordt geboren als zoon van een platenhandelaar en probeert al op jonge leeftijd professioneel muzikant te worden. Al op zestienjarige leeftijd krijgt hij een beurs toegewezen om muziek aan het Winchester College te gaan studeren, en jawel, op zeventienjarige leeftijd was daar de eerste symfonie (Life Cycle) die vervolgens werd uitgevoerd door een orkest bestaande uit zo’n 60 spelers. Niet gek.

Maar Matt wil ook best popmuziek maken en als tiener vormt hij al zijn eerste band. De groep brengt uiteindelijk onder de naam Mecano Pig haar titelloze debuut uit en valt vervolgens uit elkaar. Als Matt aan London University muziek gaat studeren, vormt hij een band met zijn broer Ben (Hales). Ze noemen zichzelf RUTH, maar hebben bitter weinig succes (een album en enkele singles maken commercieel gezien geen indruk). Na een naamsverandering, The 45s, weten ze een platencontract bij Mercury te scoren, maar deze staakt na 2 singles de ondersteuning. Ben en Matt besluiten ieder hun eigen weg te gaan.

After various notverysuccessful bands and record deals I started Aqualung in 2002. I wanted to make grownup music. Write songs about this curious world that would be truthful, articulate, candid, poetic, sometimes beautiful and occasionally a bit strange. I also wanted to not be in a band anymore.
(Bron)

Wanneer Matt een rondje maakt langs alle mensen die hem ooit geld betaalden voor het gebruik van zijn muziek, komt hij bij een Londens reclamebureau met een probleem uit. De New Beetle moest in Engeland onder de aandacht worden gebracht. Er waren al bijzonder mooie beelden, de wereld gefilmd vanuit de auto, met aan het eind in de reflectie van een winkelruit dan eindelijk de buitenkant van de auto. Dan ziet de wereld om welke auto het gaat. Maar die reclame ging alleen werken met de juiste muziek. Die hadden ze nog niet. Matt wel: die had net een nieuwe demo af. Strange and Beautiful wordt de soundtrack van de New Beetle reclame (die ik helaas niet op internet kan vinden). Het gevolg is een hype. Iedereen vraagt zich af wie die fantastische muziek maakt. Ineens wordt Matt platgebeld door platenmaatschappijen en niet veel later stuitert Strange and Beautiful (I’ll Put A Spell On You) (video) de top 10 van de Engelste hitlijst binnen. Het titelloze debuutalbum wordt binnen de kortste keren goud. Eind 2003 komt dan ‘het moeilijke tweede album’… Still Life.

B) De Introductie

Ik leerde Aqualung kennen door mijn introductie met Turin Brakes. Eind 2002, rond het uitkomen van het solodebuut van Matt, opent ook het Turin Brakes forum haar deuren. Begin 2003 gaf Aqualung gratis CD’s weg aan mensen die lid werden van de mailinglist. Nu woonde ik niet in Engeland, dus ik had er niet zoveel aan, maar ik was toch nieuwsgierig. Uiteraard hoorde ik Strange & Beautiful (I’ll Put A Spell On You) als eerste nummer en toen was ik wel zo’n beetje verkocht. Maar de CD was niet in Nederland te koop. En dus moest ik genoegen nemen met gedownloadde MP3’s.

Eind 2003 ontdekten Mischa en ik echter de voordelen van kopen in Engeland (goedkoper, gave singles met nieuwe liedjes en een groot scala van gave artiesten die hier de winkels niet haalden) ontdekt. Met een ingenieus schema waarbij ik een CD kreeg met liedjes op zijn aankopen en hij een CD met mijn aankopen, bespaarden we bovendien geld (ofzoiets). Begin december 2003 kochten we een reeks muzikale hoogtepunten waar wij toen u tegen zeiden. In dat rijtje hoogtepunten zat ook, u raadt het al… Still Life.

C) Het Album

Het album zat algauw vast in de CD-speler. Aqualung was even mijn meestgedraaide band. Opener Brighter Than Sunshine was verrassend vrolijk en oningetogen. Zing het uit, lang leve de liefde! Die euforie werd echter meteen de kop ingeslagen met het woedende/wanhopige Left Behind. Na deze twee uitspattingen keert echter de rust weder. Weliswaar zonder de hypnotiserende beat van de doorbraak, is You Turn Me Around weer een ‘normaal’ Aqualung lied: low tot midtempo, vooral piano, van klein naar iets groter en dan terug klein. Het mooie liedje lijdt echter wel onder het feit dat het zich niet goed weet te onderscheiden van de rest van de Aqualung catalogus tot dan toe. Easier To Lie is wat dat betreft een beter nummer, een liedje over vluchtgedrag waarin ik nu sporen zie van het latere Aqualung. Typisch is dat Matt dit nummer samen met zijn vrouw, Kim Oliver, heeft geschreven (net als veel andere nummers op de drie platen). Mocht dit nummer gebaseerd zijn op Matts eigen ervaringen, dan hebben de twee in ieder geval een goede relatietherapeut.

Na deze eerste vier nummers volgt het bewijs waarom ik Matt Hales soms de Thomas Dybdahl van het Britse eiland noem. Het verschil tussen de twee songwriters ligt hem in de implosies in het werk van Dybdahl, terwijl Matt vaak de verleiding niet kan weerstaan naar een explosie toe te werken. Maar in Another Little Hole In My Heart, 7 Keys en Extra Ordinary Thing is Hales op sommige momenten bijna net zo slaapverwekkend ingetogen als Dybdahl (en dat bedoel ik op een positieve manier!). Als je goed luistert hoor je namelijk ook op de ingetogen moment een oase aan mooie geluiden. ‘Why not believe in something? Something’s got to be better than nothing‘ zingt Hales in Extra Ordinary Thing, daarmee de liefde voor een vreemde goedpratend.

In Breaking My Heart Again horen we eindelijk een drumcomputer. Duidelijk opgezet als single, met couplet, prechorus en een opliftend refrein zoals we dat van Keane niet veel later ook zouden horen. Maar dan met een extreem depressieve tekst. Ook van Take Me Home word je niet vrolijk. Een intro van meer dan een minuut waarin vooral de stilte overheerst, om daarna te zingen over dezelfde gemaakte fouten, dezelfde doodlopende straten en dezelfde onzekerheid als de dag ervoor. Daarna volgt de voor Aqualung bijna typische overgave aan de ander: ‘there’s nothing in this world I need you to do, just hold me in your arms, I feel so cold, there are dark clouds gathering, won’t you take me home?’

De cd sluit af met Good Goodnight, over het tot rust proberen te komen aan het eind van de dag. Wellicht een positieve afsluiter van de CD, maar door de beperkte instrumentatie ademt het dezelfde sfeer als voorganger Take Me Home en echt vrolijk zet je de CD dus niet af. Maar wellicht werd uit deze paragraaf duidelijk dat je daar ook niet op hoefde te rekenen.

D) De Singles

Brighter Than Sunshine (oktober 2003) (video)
Haalde de UK top 40 nét (#37). Op zijn zachtst gezegd: een teleurstellend resultaat voor de man van de Volkswagen reclame. Het resultaat beloofde weinig goeds voor het album. Lag het aan het liedje of lag het aan de promotie? Feit is dat het nummer goed in het gehoor ligt… Het lijkt eerder een geval van verkeerde tijd, verkeerde plaats (= vooruitwijzing).

Easier To Lie (maart 2004) (video)
Ruim een half jaar na het album kwam de tweede single: deze deed het niet veel beter dan de eerste single, ondanks een competitie waarbij muziekliefhebbers zich konden uitleven met pen, papier, kwast of muis, om iets kunstachtigs te maken met de woorden Easier To Lie. Wat betreft de cover art werd ook voor een andere insteek gekozen (zie de aankleding). Het mocht allemaal niet baten en de plaat bleef op #60 steken.

E) De Aankleding

De titel van de plaat doet geen bruisend leven vermoeden en dit gaat ook op voor de cover art. Matt draagt een hele dikke laag make up en daar is nog extra gloss aan toegevoegd met Photoshop. Het gevolg is dat onze Matt eruit ziet als een pop (klik op de cover van Brighter Than Sunshine voor een vergroting van de single voorkant, die in dezelfde stijl is als het album).

Toen het album niet zo lekker verkocht, haalde de platenmaatschappij grover geschut uit de kast. Dat glossy artwork kon ook eigenlijk niet. Dat was veel te eng. Dus werd het album opnieuw uitgebracht, nu met een andere voorkant:

Still Life (alternatief)
Still Life (alternatief)

Weg is de bril, weg is de make up. In deze stijl werd ook meteen de video voor Easier To Lie opgenomen en een reclame voor het album (een bewegende versie van de albumcover, in feite, met als gevolg dat Matt op zijn website de hoop uitsprak dat mensen nu niet naar een drogist zouden rennen om Still Life, the new fragrance by Aqualung aan te schaffen). De toegankelijkere stijl moest een groter publiek overhalen het album aan te schaffen, maar het mocht allemaal niet baten.

F) De Receptie

Wellicht heb ik al een paar hints laten vallen, maar het album werd dus geen groot succes. Om niet te zeggen dat het flopte. Matt werd geen wereldberoemde Brit, maar kon wel met redelijk succes touren (één keer solo met zijn broer, vervolgens met een volledige band). Het commercieel succes was beperkt, maar de kritieken waren lovend. Britse krant The Times noemt het album in de eindlijstjes van het jaar 2003 en schrijft Like his debut album, this one is a stunning collection of mostly fragile, piano-backed ballads that reels you in and chills you out [link], eraan toevoegend dat het niet meer uitmaakt of de plaat het wel of niet beter gaat doen. Maar de harde realiteit is natuurlijk anders. Want zonder commercieel succes is het moeilijk te overleven in de muziekindustrie.

G) Het vervolg

Na de commerciële teleurstelling Still Life zat Matt weer thuis. Maar, en trek hier lering uit beginnende artiesten, hij zat daar niet extreem oncomfortabel: hij zat namelijk op de rechten van zijn eigen muziek. Tijdens de Strange & Beautiful hype had hij namelijk het hoofd koel gehouden en zijn muziek uitgeleend aan platenmaatschappij B-Unique en dus NIET de rechten verkocht. En dus kon Matt doen wat hij eigenlijk al veel eerder had moeten doen: samenwerken met DJ Tiësto.

Jawel, ik maak geen geintje. Oké, ik maak een beetje een geintje, maar niet helemaal… Het volgende teken van leven van Matt is namelijk wel degelijk een samenwerking met onze Thijs. De track, UR, is zowaar om aan te horen (ik ben geneigd Matt hiervoor de credits te geven en niet zo zeer Tiësto). Hoe Thijs op het idee kwam met de Brit samen te werken is mij volkomen onduidelijk, maar het resultaat mag er zijn (check hier overigens de remix van Junkie XL).

En nu terug naar het verhaal: gedurende zijn hele Aqualungcarrière krijgt Matt Hales namelijk al belangstellende telefoontjes uit Amerika. En nu hij in Engeland verder vrij weinig te doen heeft, besluit hij de gok te wagen. Het gevolg: een compilatiealbum getiteld Strange & Beautiful, met nummers van de eerste twee albums, uitgebracht door Columbia. En zowaar: het slaat aan. Brighter Than Sunshine (Amerikaanse video) wordt een hit van heb ik jou daar (voor Engelse maatstaven), mede dankzij strategische positionering in de film A Lot Like Love. Aqualung verkeert in de Amerikaanse muziekhemel (met fans als R.E.M. en diverse invloedrijke DJ’s).

Zijn derde album Memory Man verschijnt in maart 2007. Het album bevat meer rockinvloeden, maar schuwt de intieme, ingetogen kanten toch niet helemaal. Het is een zelfverzekerder album dan Still Life. In Amerika wordt gekozen voor single Pressure Suit, in Engeland komt enkele maanden later een 7″ singletje met Cinderella uit. Als in de zomer het album dan eindelijk ook in Engeland wordt uitgebracht, krijgt Matt wederom van zijn label te horen dat ze niet meer met hem verder willen. Ondanks het succes in Amerika, ondanks de niet onaardige verkoop van Memory Man (hoewel het, eerlijk is eerlijk, geen kaskraker blijkt):

So, about 3 days after Memory Man (Memory Nan) was finally released in the UK and Europe we were dropped by our record label. Not accidentally dropped like a vicar’s tea cup, but hurriedly, urgently dropped like a hot potato with a poo-covered plaguebomb in it.

Voorlopig doet Hales het nu rustig aan. Vorige maand verscheen een album van de band KaiserCartel geproduceerd door Matt (de hand van Hales is hierin overigens duidelijk terug te horen) en neemt hij nummers akoestisch op:

After mixing their album (mixing hurt my brain) I turned my attention to the mighty ‘lung. I decided to celebrate my independence by recording a selection of lungsongs from the 3 records in an all-new twinkly acoustic style. Me and Ben (brother, younger, hairier, big hands) and Dave (over-talented, sweetfaced, hairy, medium hands rising to large by late afternoon if bongo-d) are doing it. So far it sounds rather lovely. Maybe next time I’ll let you hear some… If any of you have any great titles for an album of acoustic reworkings I’d be interested to hear them. Otherwise it’ll probably be called ‘ACOUSTICON 4: SOUND BEYOND SOUND’.
Help me.
(Bron)

Ik heb goede hoop dat Matt Hales later dit jaar van zich zal horen. Al leert de ervaring dat we de volumeknop dan eerst vol moeten opendraaien.

H) De Herinnering

Het pakketje met CD’s gekocht via de website van de HMV in Engeland, kwam aan laat in december. Net voor de kerst. Ik weet het nog, want die avond hadden we surprises. Mijn vrienden en ik waren altijd heel laat met surprises, omdat het rond Sinterklaas te druk was. De kerstboom stond dan ook al op. De surprises waren bij mij thuis en dus konden we meteen genieten van de muziek van Aqualung (diegenen die het konden waarderen dan). Op de een of andere manier weet ik niet meer wat voor surprise ik die dag heb gegeven of gekregen, maar weet ik wel nog dat er die dag twee pakketjes kwamen (de eerder genoemde en een videoband uit Italië met hoogtepunten van Turin Brakes). Het meest levendig zie ik nog voor me hoe ik bij de CD-speler sta om de CD erin te stoppen. Het was een mooie avond, toch herinner ik mij slechts deze details.

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

This post has 1 Comment

1
  1. Goh dat kan ik me ook nog herinneren, van die surprises bij jou thuis.
    Weet ook niet meer wat je gekregen hebt, maar volgens mij had Pim mij 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

I.

Ik hou helemaal niet van festivals

Als muziekliefhebber heb ik honderden concerten bezocht in mijn leven. Er waren grote concerten bij – in de Amsterdam ArenA bijvoorbeeld, en ook hele kleine huiskamerconcerten ergens in Nijmegen. Ik ben ervoor naar Groningen geweest, naar Den Haag en in kleine Limburgse dorpen. En ik deed dat meestal met vrienden en soms alleen. Met vrienden is meestal leuker, gedeeld plezier immers. Dus je zou zeggen dat een festival de logische volgende stap is. Maar ik hou helemaal niet van festivals.

Lekker de camping op met wat vrienden, chillen in het gras, biertje erbij en genieten van de zon. Oh ja, en je favoriete bands natuurlijk. Het lijkt een ideaal weekend voor iedere muziekliefhebber. Toch spraken de grote festivals me nooit echt aan. Lowlands en Pinkpop: ik ben er nooit geweest. Lach me maar uit. De 3voor12-stream volgen: prima. Maar ik voelde nooit de behoefte om erheen te gaan. Eén keer ging ik een dag op en neer naar Best Kept Secret. Ik zag er onder andere The Tallest Man On Earth, Franz Ferdinand en The War On Drugs. En nog meer. Verder pakte ik eens een dagje Motel Mozaïque mee en het Naked Song Festival in Eindhoven. En natuurlijk loop ik als Nijmegenaar rond op het Valkhoffestival. Maar dat was het dan ook, tot ik me dit jaar liet overhalen om af te reizen naar Down The Rabbit Hole. Vooruit.

Vooruit, zeg ik, maar die camping kregen ze me niet op. Het was ook een last minute beslissing om nog te gaan, en om nu ook nog een tent te regelen. Het leek mij beter om de spreekwoordelijke kat uit de boom te kijken en dus op en neer te gaan naar Ewijk/Beuningen of waar De Groene Heuvels zich ook mogen bevinden. Op de fiets, dacht ik op dag één, maar met veertien kilometer straffe wind en open veld op de route besloot ik op dag twee de OV-optie te nemen. Naar station Wijchen dus – en daar met een nogal onvoorspelbare pendelbus naar het terrein. Niet ideaal, maar uiteindelijk acceptabel – ik had minder pech dan andere mensen die op en neer reisden met deze bus.

Dag drie kon ik een lift krijgen van een vriend met een auto: we lachten allebei over het gemak waarmee we richting het konijnenhol reden: “volgend jaar kan dit iedere dag joh!” En toen werden we, op 200 meter van het terrein, rechtsaf gestuurd, terug de snelweg op en na een omleiding van zeker een kwartier – dat is een verdubbeling van de reistijd – bereiken we alsnog het parkeerterrein. Conclusie: je kunt beter blijven slapen op het terrein.

MAAR IS DAT WEL ZO? Want iedere ochtend hoorde ik horrorverhalen, ofwel van de afgelopen nacht, ofwel van eerdere festivals. Over loeiende generatoren, over lallende mensen, of gewoon over vieze Hollandse regen, die omdat het tentdoek net niet helemaal lekker strak staat, gewoon de tent inkomt. Maar verder is het genieten hoor, op zo’n festivalcamping. Lekker in de rij voor de douches of acrobatische toeren op een vieze wc-bril een grote boodschap verkondigen. Nee, toen ik ‘s morgens wakker werd in mijn eigen bed, uitgeslapen en wel, kon ik er weer vol tegenaan. Vergelijk dat met de meewarige, verslagen mensen die op de zondag al vertrokken omdat ze er genoeg van hadden… Dat gaat toch tegen het motto “we verkopen geen dagkaarten dus everybody is in for the whole ride” in…

Dus natuurlijk mag je mij uitlachen, uitschelden voor luxepoes of ‘geen echte’, maar als ik dan zo’n meerdaags festival moet doen, dan doe ik het op mijn eigen manier. Want natuurlijk hou ik wel van gezelligheid, maar niet van halfdronken idioten. Ik kom zo’n terrein op en denk de eerste tien minuten: ik draai weer om… Natuurlijk hou ik van ‘s avonds goede gesprekken voeren, maar niet in een doorweekte tent. Nee, deze jongen was er heel blij mee dat hij ‘s avonds naar huis kon en ‘s morgens weer fris op kon staan. Mijn festivalplezier wordt niet vergroot door een legging te kopen en aan te trekken omdat mijn andere kleren doorweekt zijn. Of door de derde dag heenworstelen omdat ik geen oog heb dichtgedaan.

Want daardoor heb ik dus in vrij optima forma gezien – in chronologische volgorde: Nick Mulvey (jeej), Bear’s Den, Bonobo (jeej), Sinkane (mijn ontdekking van het festival) Moderat (meh), Spinvis (jeej), Moss, Soulwax (had ik van kunnen genieten als ik niet helemaal achteraan naast een paar Wijchenaren had gestaan die over hun werk aan het kleppen waren – ik ga nu een experimenteel theaterstuk opzetten waarbij ik een headliner laat spelen en tegelijkertijd een groep mensen met luide stem er overheen laat kletsen), Fleet Foxes (niet echt een zaterdagavondband helaas), The Avalanches (haha), Spoon (duizend hartjes voor Spoon), Xavier Rudd (iets te veel clichés met zijn tuinbroek enzo, maar wel een gave didgeridoo), War Paint (matig geluid daar, net als bij veel andere acts trouwens) en Father John Misty (zo gaaf!). Het was vet, muzikaal was het mooi en het was gezellig. En als ik weg wilde, kon ik weg.

Ik heb dit weekend geleerd dat je festivals vooral op je eigen manier moet doen, want dat doet iedereen. En mijn manier is dus niet all-in de camping op met kutweer. Mijn manier is met enig comfort, een introvertveilige zone en vooral genieten van de muziek. Want dat heeft Down The Rabbit Hole dus wel gedaan: ik realiseerde me weer hoe tof ik bandjes, singer-songwriters en zelfs elektronische acts vind. En hoe weinig ik er eigenlijk ken.

Dus misschien doe ik in de toekomst nog wel eens een festivalweekend. En wellicht ook wel Down The Rabbit Hole. Maar dan doe ik het wel op mijn manier. En ik zeg niet dat die beter is, maar ik word er in ieder geval gelukkiger van. En ik geniet er niet minder om.

N.b. overigens heb ik dus op de organisatie van Down The Rabbit Hole niet veel aan te merken, behalve dat het festivalterrein dus duidelijk niet in Beuningen is én dat de pendelbus vanaf Nijmegen relaxter zou zijn geweest voor vrijwel iedereen, dat het geluid soms tegenviel en dat de omleidingsroute wel extreem was… Maar ja, verder dus wel props. 😉