dscf1313Woensdag publiceerde ik al mijn alternatieve afstudeerspeech. Voor degenen die er niet bij waren, staat hieronder mijn echte afstudeerspeech. De ceremonie was erg geslaagd. Ik werd meteen voor het blok gezet (“als eerste wil ik graag het woord geven aan… Stefan”). Oh, heel fijn. Maar toen ik er eenmaal stond ging het prima. Het praatje van mijn scriptiebegeleider was ook leuk. Met verwijzingen naar deze website (jawel, welkom bezoekers!) en niemand minder dan Turin Brakes (zie hier, hier en hier). Na de ceremonie heb ik met familie door de stad gewandeld. Na een drankje bij Lux eindigde deze trektocht in Pasta e Fagioli. Lees verder voor de foto’s en mijn echte afstudeerpraatje…

Speech

Nadat ik in juni 2004 opgelucht had geconstateerd dat ik Wiskunde A1 met een ruime voldoende had afgesloten, stopte ik mijn geodriehoek in de onderste la van mijn bureau en verkocht ik mijn grafische rekenmachine aan een kennis. Ik had namelijk mijn studie zo uitgezocht dat ik die twee hulpmiddelen in ieder geval nooit meer nodig zou hebben.

Mijn masterscriptie Literair Maatwerk betreft een analyse van de uitgeverijen in boekenbijlage Cicero van de Volkskrant in 2006. De belangrijkste vraag is Hoe is de aandacht in de boekenbijlage verdeeld over de verschillende uitgeverijen?

Nu is aandacht een vrij moeilijk begrip. Het is namelijk niet iets wat je direct kan zien of meten. Toch? Aan de andere kant, als de redactie van Cicero een boek bespreekt in een groot artikel op de voorpagina, dan is de aandacht die zij aan dit boek schenken duidelijk groter dan een kleine vermelding in lijstjesrubriek ISBN op pagina 5. Ook de lengte van het artikel, de grootte van een eventuele illustratie, de plek op de pagina, de grootte van de kop en eventuele verwijzingen op de voorpagina van de bijlage zijn van belang. Mijn onderzoek bestond uit het bepalen van al deze factoren voor alle artikelen in Cicero in 2006. Dat betekende dat ik mijn geodriehoek uit de la moest halen, en mijn rekenmachine terug moest vorderen. Want voor bijna 2000 boekvermeldingen moest een aandachtsscore worden vastgesteld.

dscf1319Zodoende kon ik uiteindelijk bepalen welke uitgeverijen de meeste aandacht krijgen over alle bijlagen die in 2006 verschenen. Door het vermeldingspercentage te berekenen, het aantal boekvermeldingen per uitgeverij gekoppeld aan het aantal uitgegeven boeken van die uitgeverij, kon ik zien in hoeverre het uitgeverijen lukte al hun uitgegeven boeken besproken te krijgen?

Uit de resultaten wordt duidelijk dat de boekenbijlage voor het grootste deel boeken van Nederlandse uitgeverijen bespreekt. Meer dan de helft van de vermeldingen is voor Nederlandstalig werk. Maar het aantal vermeldingen voor buitenlandse uitgeverijen is allesbehalve klein. Wanneer er een belangrijk geachte uitgave in het buitenland verschijnt, dan wordt er wel degelijk ruim aandacht aan besteed. Gemiddeld worden er zelfs grotere artikelen geschreven over buitenlandse werken. Over het algemeen gaat het dan om non-fictie vermeldingen.

Van de grote Nederlandse uitgeverijen scoren Van Oorschot, De Arbeiderspers, Wereldbibliotheek en Nijgh & Van Ditmar het hoogste vermeldingspercentage. Allemaal scoren zij boven de 80%. Enkele grote uitgeverijen doen het echter minder goed. Voorbeelden hiervan zijn Gopher Publishers en SDU Uitgevers. SDU richt zich met name op juridische en fiscale boeken: niet bepaald een hot topic in de boekenbijlage. Gopher Publishers, een toevluchtsoord voor afgewezen auteurs, gaf 470 boeken uit, waarvan er maar liefst één in Cicero werd vermeld. En de lengte van die vermelding was korter dan deze zin.

Wellicht vindt de redactie van Cicero deze boeken niet interessant genoeg om te bespreken, vanwege een gebrek aan literaire kwaliteit of nieuwswaarde. Het ligt voor de hand dat er bij de redactie van Cicero een bepaald beeld bestaat van een uitgeverij en dat het om die reden moeilijker of juist makkelijker wordt om in de wekelijkse bijlage opgenomen te worden.

Het is dan ook een kleine groep van uitgeverijen die erin slaagt om de meeste boeken die ze uitgeven besproken te krijgen. Zonder directe invloed te kunnen uitoefenen op de redactie van Cicero, moet de uitgeverij alle middelen aanwenden om het boek tot een succes te maken. Een recensie in de boekenbijlage is niet de heilige graal, maar het betekent wel gratis aandacht. In een enquête die ik voor mijn daadwerkelijke meetonderzoek hield onder Nederlandse en Vlaamse uitgevers, blijkt dat alle uitgeverijen waarde hechten aan bespreking in de bijlage. Eén uitgever antwoordde:

Recensies hebben in de afgelopen tien jaar steeds minder effect op de verkoop gehad – maar niettemin is het altijd beter om wel gerecenseerd te worden dan niet. Anders rest de uitgeverij alleen reclame om de consument erop attent te maken dat het boek überhaupt bestáát! Bij één optreden bij Pauw en Witteman of De Wereld Draait Door is het effect groter en duidelijker. Het is de dag erna meteen terug te zien, in de verkoopcijfers. Toch vindt iedere schrijver het belangrijk om in de boekenbijlage gerecenseerd te worden. Dat is een kwestie van reputatie en belang.

Ondanks dat de boekenbijlage – en kranten in het algemeen – worden bedreigd door nieuwe alternatieven op internet, heeft de boekenbijlage zijn bestaansrecht dus nog niet helemaal verloren. Een recensie in de boekenbijlage betekent erkenning voor de auteur en is zijn eerste stap op weg naar talloze interviews, bestsellers en een uitnodiging voor het boekenbal. Het alternatief is de vergetelheid, als ware hij een geodriehoek in de onderste la van een neerlandicus.

Klik op de foto’s om ze te vergroten.

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

This post has 3 Comments

3
  1. Gefeliciteerd Stefan! Ik vind het echt heel jammer dat ik er niet bij kon zijn. Je speech ziet er goed uit. Leuke touch met die geodriehoek!

  2. Van harte gefeliciteerd, Stefan! Professionele speech, maar dat past ook wel bij je pak ;). Volgens mij gaat het er bij ons wat informeler aan toe. Ik hoop dat je in ieder geval hebt geleerd de afgelopen jaren, dat het nooit te laat is om je geo weer in ere te herstellen!

    Tot vrijdag, dan is natuurlijk pas de echte ceremonie.

N.

Nieuw jaar, nieuwe Mac

Kun je vrienden zijn met je computer? Niet iedereen zal warme gevoelens koesteren jegens zijn digitale werkpaard, maar ik wel. Net vóór ik begon bij mijn eerste baan, kocht ik – toen ik nog net recht had op onderwijskorting – een iMac. Het was een hele grote, wel 27”, die ook meteen de tv zou zijn in mijn studentenkamer en later in mijn studio. Ik heb er de nodige films en series op gekeken, ja, maar er ook heel veel opgewerkt: teksten geschreven, websites gemaakt, software gereviewed, van alles. Jarenlang deed hij alles wat er op wilde, zelfs af en toe een spelletje. 

Een paar jaar geleden kreeg hij kuren. De grafische kaart deed het niet meer. Via YouTube-video’s kwam ik erachter dat dit euvel te verhelpen was door de kaart uit de iMac te halen en kort in de oven te bakken. Zo gezegd, zo gedaan. Dik twee jaar lang kon ik mijn iMac nog blijven gebruiken. Tot deze zomer, dan. Net voor ik een livestreamsessie voor Ether Site zou doen met een Duitse vriend, gaf de grafische kaart wederom de geest. Paniek! Snel alles op een andere geleende laptop geïnstalleerd… Sindsdien had ik, op mijn iPad na, geen echte computer meer. En dat was best jammer. Je kunt best veel op een iPad tegenwoordig, maar niet alles…

Eerlijk gezegd vertoonde de relatie met mijn iMac al een aantal jaar scheurtjes. In mijn appartement, waar ik in 2015 (volgens mij) naar toe verhuisde, had ik eigenlijk geen goede plek voor de iMac. Het apparaat stond op de slaapkamer, met het idee “dan kunnen we er soms film op kijken” – maar dat deden we eigenlijk nooit. En als ik de iMac nodig had voor ‘werk’, moest ik ‘m verhuizen naar de woonkamer. Als ik eerlijk ben, stond die gigagrote iMac nu vooral in de weg. 

En dus scheidden onze wegen eind 2020. Ja, ik deed in de herfst nog een poging om de videokaart nogmaals te redden, maar er brak een kabeltje bij het repareren en dat was de druppel: hier was geen redden meer aan. Daarom besloot ik een nieuwe te bestellen. 

Het is een Mac mini geworden. Een redelijk klein apparaat wat ik overal in huis kan neerzetten, net waar ik wil. Waar ik op kan inloggen met mijn iPad, maar die ik ook kan aansluiten op een beeldscherm of op de tv. En die ik kan verstoppen als ik ‘m niet nodig heb. Het is een hopelijk veelzijdig beestje, dat zich zal aanpassen naar gelang mijn gebruik door de jaren zal veranderen.

Afgelopen maandag kwam hij binnen. De eerste software heb ik geïnstalleerd en de eerste klusjes heb ik er zelfs al op gedaan. Ik heb er voor het eerst dit stukje op geschreven en ik heb getest of ik weer mee kan doen met een spelletje Age of Empires II, wat mijn vrienden online af en toe spelen. Het antwoord lijkt: ja!

Ik weet niet of deze Mac mini het ook tien jaar volhoudt. Het is een (iets) goedkoper apparaat dan de vorige iMac uit 2009, maar ik hoop er weer jaren mee vooruit te kunnen. We gaan het zien. 

Ondertussen staat mijn oude iMac nog in een hoek in de slaapkamer. Nadat de bestanden die ik nodig heb, zijn overgezet, gaat ‘ie waarschijnlijk op Marktplaats. De onderdelen zijn vast nog wat waard. Het voelt een beetje als een onwaardig afscheid. Straks staat ‘ie waarschijnlijk onder “available for parts” op Marktplaats. Terwijl we tien jaar samen hebben kunnen nerden, bijna elf jaar zelfs. Samen hebben we de eerste tien jaar van mijn werkende leven doorgemaakt. Maar het eind is gekomen. Hij weet er, zodra ik de harde schijf heb gewist, niet veel meer van. Maar ik zal ‘m niet gauw vergeten.