Jawel, ik heb gewoon nóg een week vakantie. Ondanks dat ik de afgelopen week verrassend weinig heb uitgevoerd (ik heb wat achterstallig onderhoud verricht, maar ik ben nog niet helemaal bijgewerkt qua opdrachten, websites en werkzaamheden), was ik afgelopen weekend nog steeds heel erg moe. Maar ik heb nog een week. Het voelt ook erg raar om niks te doen. Ik zou niet willen spreken van schuldgevoelens, maar ik twijfel continu of ik niet tóch iets moet doen. Dat gevoel moet er denk ik uitgeslagen worden.

Ik heb een lijstje gemaakt van de dingen die ik deze week zeker nog moet doen. Voor school, universiteit, werk en vrije tijd. Het is nog een aardig lijstje met dingen, maar ik heb als voordeel dat ik verder niet zoveel hoef te doen deze week. Ik heb alleen ‘s avonds activiteiten staan, overdag bestaat dus vooral uit uitrusten en rustig werken. Kijk, dat is twee keer ‘rustig’ in één zin… Dat staat me wel aan.

Heb ik dan geen spannende activiteiten op de planning staan? Nee, deze week niet. Volgende week daarentegen gaan we helemaal los. Dinsdagavond geeft Richard Swift een concert in Utrecht en daar gaan we naar toe. Vrijdagavond, aan het einde van de week, neem ik dan het vliegtuig naar Engeland, alwaar ik op zaterdagavond Turin Brakes in Canterbury zie. Het is ten slotte alweer negen maanden geleden dat ik de band voor het laatst zag. En toen de band vorige maand aankondigde dat ze in mei met een intieme akoestische show terug zouden keren naar de livepodia, dacht ik “daar moet ik bij zijn.” Al is het maar omdat de band misschien nieuwe liedjes speelt. En omdat ik wel toe ben aan een kleine reis naar het buitenland. Hopelijk zit het weer mee. Dat zou helemaal mooi zijn. Verder zal ik de komende weken vast heel druk bezig zijn met lesgeven en stage lopen. Hopelijk bruis ik aan het eind van deze week van de energie, zodat ik kan doorstomen tot de zomer.

Dan moet ik nu nog iets kwijt over Twitter. Een tijdje terug heb ik Twitter afgedaan als een stom fenomeen. Afgelopen weekend zag ik het licht. Ik ben nog steeds geen enorme fan, maar als je genoeg vrienden hebt, gaat er wel degelijk een soort verslavende werking van uit. Ik heb de afgelopen tijd een soort mix opgebouwd van mensen die ik daadwerkelijk ken en celebrities als Sia, Tom McRae en een bandlid van Athlete. Sia tourt op dit moment door Europa en haar berichtjes zijn al net zo gek als haar videoclips. Tom McRae en Athlete werken aan  nieuwe albums. Tom McRae update ongeveer net zo vaak als ikzelf (lees: niet vaak), maar Carey (bassist van Athlete) is een fanatieke twitteraar. De band plant momenteel een tour door Engeland, maar afgelopen weekend kwam Steve erachter dat ‘ie op de eerste avond van de tour een knieoperatie heeft. Als ware het een soap, konden wij, followers van careyathlete, volgen hoe hij eerst probeerde zijn operatie te verplaatsen en vervolgens probeerde te regelen dat hij toch bij de tour kon zijn. Dit soort interessante verhalen, afgewisseld met de kleine berichtjes van mensen uit je directe opgeving, zijn de kracht van Twitter. Ik zie nog steeds niet het nut om zelf ieder uur te updaten, maar het kan wel degelijk leuk zijn.

Ten slotte nog dit: in mijn vorige post klaagde ik over ‘mijn’ Senseo. Ik kan bij dezen kwijt dat het niet ligt aan mijn koffiemerk en dat ons apparaat ook niet kan ontploffen (hij hoeft niet terug naar de fabriek). Bij ons op zolder staat echter een reserveapparaat en die mag ik nu in gebruik nemen. Hopelijk krijg ik dan weer koffie mét schuimlaagje.

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

N.

Nieuw jaar, nieuwe Mac

Kun je vrienden zijn met je computer? Niet iedereen zal warme gevoelens koesteren jegens zijn digitale werkpaard, maar ik wel. Net vóór ik begon bij mijn eerste baan, kocht ik – toen ik nog net recht had op onderwijskorting – een iMac. Het was een hele grote, wel 27”, die ook meteen de tv zou zijn in mijn studentenkamer en later in mijn studio. Ik heb er de nodige films en series op gekeken, ja, maar er ook heel veel opgewerkt: teksten geschreven, websites gemaakt, software gereviewed, van alles. Jarenlang deed hij alles wat er op wilde, zelfs af en toe een spelletje. 

Een paar jaar geleden kreeg hij kuren. De grafische kaart deed het niet meer. Via YouTube-video’s kwam ik erachter dat dit euvel te verhelpen was door de kaart uit de iMac te halen en kort in de oven te bakken. Zo gezegd, zo gedaan. Dik twee jaar lang kon ik mijn iMac nog blijven gebruiken. Tot deze zomer, dan. Net voor ik een livestreamsessie voor Ether Site zou doen met een Duitse vriend, gaf de grafische kaart wederom de geest. Paniek! Snel alles op een andere geleende laptop geïnstalleerd… Sindsdien had ik, op mijn iPad na, geen echte computer meer. En dat was best jammer. Je kunt best veel op een iPad tegenwoordig, maar niet alles…

Eerlijk gezegd vertoonde de relatie met mijn iMac al een aantal jaar scheurtjes. In mijn appartement, waar ik in 2015 (volgens mij) naar toe verhuisde, had ik eigenlijk geen goede plek voor de iMac. Het apparaat stond op de slaapkamer, met het idee “dan kunnen we er soms film op kijken” – maar dat deden we eigenlijk nooit. En als ik de iMac nodig had voor ‘werk’, moest ik ‘m verhuizen naar de woonkamer. Als ik eerlijk ben, stond die gigagrote iMac nu vooral in de weg. 

En dus scheidden onze wegen eind 2020. Ja, ik deed in de herfst nog een poging om de videokaart nogmaals te redden, maar er brak een kabeltje bij het repareren en dat was de druppel: hier was geen redden meer aan. Daarom besloot ik een nieuwe te bestellen. 

Het is een Mac mini geworden. Een redelijk klein apparaat wat ik overal in huis kan neerzetten, net waar ik wil. Waar ik op kan inloggen met mijn iPad, maar die ik ook kan aansluiten op een beeldscherm of op de tv. En die ik kan verstoppen als ik ‘m niet nodig heb. Het is een hopelijk veelzijdig beestje, dat zich zal aanpassen naar gelang mijn gebruik door de jaren zal veranderen.

Afgelopen maandag kwam hij binnen. De eerste software heb ik geïnstalleerd en de eerste klusjes heb ik er zelfs al op gedaan. Ik heb er voor het eerst dit stukje op geschreven en ik heb getest of ik weer mee kan doen met een spelletje Age of Empires II, wat mijn vrienden online af en toe spelen. Het antwoord lijkt: ja!

Ik weet niet of deze Mac mini het ook tien jaar volhoudt. Het is een (iets) goedkoper apparaat dan de vorige iMac uit 2009, maar ik hoop er weer jaren mee vooruit te kunnen. We gaan het zien. 

Ondertussen staat mijn oude iMac nog in een hoek in de slaapkamer. Nadat de bestanden die ik nodig heb, zijn overgezet, gaat ‘ie waarschijnlijk op Marktplaats. De onderdelen zijn vast nog wat waard. Het voelt een beetje als een onwaardig afscheid. Straks staat ‘ie waarschijnlijk onder “available for parts” op Marktplaats. Terwijl we tien jaar samen hebben kunnen nerden, bijna elf jaar zelfs. Samen hebben we de eerste tien jaar van mijn werkende leven doorgemaakt. Maar het eind is gekomen. Hij weet er, zodra ik de harde schijf heb gewist, niet veel meer van. Maar ik zal ‘m niet gauw vergeten.