Tot op heden genoot ik altijd van maanden, of in ieder geval van een groot aantal weken, vakantie. Dit jaar, met een fulltime aanstelling als redacteur, ben ik aanzienlijk gekort op mijn vakantiedagen (geen zeven weken zomervakantie meer – het studentenleven lijkt nu al lang geleden). Vorig jaar bleef ik vrijwel de hele vakantie in Nederland, dit jaar wilde ik weer gewoon weg. Om tijd, discussie en moeite te besparen hadden we, Pimfandischasjo, in de Ardennen (afgelopen september) besloten dat één van ons de vakantie zou regelen (in de hoop dat daarna om de beurt iemand anders de rol van reisleider op zich zou nemen). Mischa nam het heft in handen en het was dan ook niet verrassend dat ik op de avond van 9 juli in een vliegtuig naar Zweden zat.

Vrijdag 9 juli

Zweden dus. Eén keer eerder was ik naar Zweden geweest, met Pim, om Mischa te bezoeken die daar een jaar studeerde. Dat was echter in “de grote stad” en dat is een nogal ander Zweden dan het Zweedse platteland. Al mogen we niet echt van platteland spreken aangezien het aantal akkers op één hand te tellen is. In plaats daarvan zijn er bomen, veel bomen en af en toe een huis, soms bewoond door Zweedse gepensioneerden, soms door toeristen. In die zin is het dan ook niet helemaal terecht om Trällebo een dorp te noemen, en ook gehucht dekt de lading niet helemaal. Bij elkaar geraapte huizen, dat is misschien de beste noemer. Supermarkt? Minstens een kwartier rijden. Kerk? Twintig minuten lopen. Denk je in Nederland wel eens in de middle of nowhere te zijn, in het zuiden van Zweden ben je pas écht afgezonderd.

Daar moet je dan wel eerst komen. Na te zijn geland in Växjö nemen we de huurauto naar Trällebo. Ons vervoermiddel deze week is een Volvo V70, dat rijdt op het milieuvriendelijke en (voor benzine) goedkope “Etanol E85.” Afzonderlijke temperatuurregeling voor de linker- en rechterkant van de auto, stoelverwarming voor én achter en meer dan genoeg ruimte voor onze tassen, regensensor, cruisecontrol, leren bekleding: dat soort werk. Mischa is onze designated driver deze week, een rol die hij met deze auto maar al te graag op zich neemt (en anders waarschijnlijk ook).

Eerste stop is een stukje puur Zweedse cultuur. De IKEA. Nee, grapje… De McDonald’s. We hebben allemaal honger. Sjoerd is verguld met zijn verrassend pittige McVeggie, wij zijn verguld met McEmmy, een van de meisjes die deze avond de bestellingen opneemt. Geen McFlurry als toetje, in plaats daarvan rijden we naar de ICA (onderdeel van het Ahold-concern) om daar boodschappen te doen. We kopen ontbijt, thee, watermeloen, chips en laden de boodschappen in de auto. Nu kunnen we de bewoonde wereld van Växjö achter ons laten en ons huisje gaan zoeken. Onze “huisbaas” heet Ronnie en Mischa heeft een uitvoerige correspondentie met de man gevoerd. Als het goed is, steekt de sleutel in het slot van de voordeur van ons gele huis, maar zeker weten doen we dat eigenlijk niet. Langzaam treedt de schermering in en uiteindelijk verlaten we de kaarsrechte snelweg voor de aanmerkelijk meer slingerende weg die naar ons groepje huizen moet leiden.

Helaas is een geel huis geen unicum in Zweden. In tegendeel. Er zijn er best veel. Wanneer we in de buurt van Trällebo een paar gele huizen zien, stap ik uit om te kijken of ik een sleutel kan vinden. Neen. Dus rijden we door. Uiteindelijk zien we een auto met twee mensen ernaast. Mischa besluit de weg te vragen. Dit echtpaar op leeftijd blijkt echter Ronnie en zijn vrouw Marjan te zijn. Onze huisbazen. We weten niet zeker hoe lang ze er al staan, maar vermoedelijk stonden ze er al toen wij nog bij de McDonald’s zaten. Oeps.

Ronnie vertelt Mischa (die met een bachelor Scandinavistiek op zak een aardig woordje Zweeds verstaat en spreekt) het een en ander over het huisje en de omgeving. Wij knikken niet begrijpend, maar bemoedigend mee. Vooral Sjoerd blijkt hier goed in. Eigenlijk lijkt het Zweeds wel wat op het Nederlands, een aantal woorden is in ieder geval vrijwel hetzelfde. Niet lang na de uitleg spreken we af dat we het geld voor het huisje later in de week komen brengen. Nadat Ronnie en zijn vrouw zijn vertrokken, lijken we het er unaniem over eens dat we daar misschien ook maar een cadeautje bij moeten doen. Ze hebben immers de hele avond staan wachten.

De benedenverdieping bestaat uit een grote woonkamer met een tafel, zithoek met twee banken, een bijna traditionele ligstoel en twee bedden (voor Sjoerd en ondergetekende). De inrichting en het meubilair zijn op zijn zachtst gezegd “traditioneel.” Boze tongen zouden wellicht van “oubollig” spreken. Tegenover de woonkamer, aan de andere kant van het halletje met de voordeur, ligt de slaapkamer waar Pim en Mischa slapen. Tegenover de voordeur ligt de keuken, met een ouderwets fornuis dat op hout werkt, maar wat vanwege de extreme hitte en droogte niet mag worden gebruikt. Gelukkig staat er ook een moderner fornuis (al ben ik zelf geen groot fan van elektrisch koken). Verder staat er een verrassend nieuwe koelkast (nog geen dag oud, blijkt later) en een waterkoker. De bijkeuken herbergt naast de berging en de achterdeur ook de badkamer. Het ziet er allemaal wat gedateerd uit, maar de waterdruk van de bad-met-douche blijkt prettig hoog. De overloop op de eerste verdieping blijkt verrassend genoeg ook plaats te bieden aan een bed (waar Erwan zal slapen). Daarnaast zijn er twee mysterieuze kamers die op slot zijn en een kamer met nog twee bedden. In eerste instantie willen we (Erwan, Sjoerd en ik) alledrie boven gaan liggen, maar de bedden in deze kamer zijn niet van bijzonder goede kwaliteit. Toch maar beneden dus, voor twee van ons.

Geen televisie, geen internet, vier mobiele netwerken die allemaal één streepje bereik bieden: dag beschaving. Voordat we gaan slapen evalueren de indrukken en bespreken we het interieur en de inrichting. Ook openen we de fles whiskey die we voor vertrek hadden gekocht op vliegveld Weeze. We proosten op een mooie vakantie. Bij het uitdelen van de t-shirts kom ik voor twee nare verrassingen te staan (het ontwerp had ik gemaakt, daar lag het dus uiteraard niet aan, maar Sjoerd had de productie op zich genomen). Ten eerste waren de shirts niet oranje (stukje miscommunicatie van mijn kant: ik zou zweren dat Sjoerd aan de telefoon had gezegd dat ze wel oranje waren in verband met het WK, maar de oranje t-shirts bleken “op”). Daarnaast waren de slim fits inderdaad erg strak uitgevallen. Ik zag er niet al te flatteus uit, ondanks mijn sixpack*. Van ellende zijn we toen maar gaan slapen.

(* = mijn non-existing sixpack).

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

This post has 1 Comment

1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

N.

Nieuw jaar, nieuwe Mac

Kun je vrienden zijn met je computer? Niet iedereen zal warme gevoelens koesteren jegens zijn digitale werkpaard, maar ik wel. Net vóór ik begon bij mijn eerste baan, kocht ik – toen ik nog net recht had op onderwijskorting – een iMac. Het was een hele grote, wel 27”, die ook meteen de tv zou zijn in mijn studentenkamer en later in mijn studio. Ik heb er de nodige films en series op gekeken, ja, maar er ook heel veel opgewerkt: teksten geschreven, websites gemaakt, software gereviewed, van alles. Jarenlang deed hij alles wat er op wilde, zelfs af en toe een spelletje. 

Een paar jaar geleden kreeg hij kuren. De grafische kaart deed het niet meer. Via YouTube-video’s kwam ik erachter dat dit euvel te verhelpen was door de kaart uit de iMac te halen en kort in de oven te bakken. Zo gezegd, zo gedaan. Dik twee jaar lang kon ik mijn iMac nog blijven gebruiken. Tot deze zomer, dan. Net voor ik een livestreamsessie voor Ether Site zou doen met een Duitse vriend, gaf de grafische kaart wederom de geest. Paniek! Snel alles op een andere geleende laptop geïnstalleerd… Sindsdien had ik, op mijn iPad na, geen echte computer meer. En dat was best jammer. Je kunt best veel op een iPad tegenwoordig, maar niet alles…

Eerlijk gezegd vertoonde de relatie met mijn iMac al een aantal jaar scheurtjes. In mijn appartement, waar ik in 2015 (volgens mij) naar toe verhuisde, had ik eigenlijk geen goede plek voor de iMac. Het apparaat stond op de slaapkamer, met het idee “dan kunnen we er soms film op kijken” – maar dat deden we eigenlijk nooit. En als ik de iMac nodig had voor ‘werk’, moest ik ‘m verhuizen naar de woonkamer. Als ik eerlijk ben, stond die gigagrote iMac nu vooral in de weg. 

En dus scheidden onze wegen eind 2020. Ja, ik deed in de herfst nog een poging om de videokaart nogmaals te redden, maar er brak een kabeltje bij het repareren en dat was de druppel: hier was geen redden meer aan. Daarom besloot ik een nieuwe te bestellen. 

Het is een Mac mini geworden. Een redelijk klein apparaat wat ik overal in huis kan neerzetten, net waar ik wil. Waar ik op kan inloggen met mijn iPad, maar die ik ook kan aansluiten op een beeldscherm of op de tv. En die ik kan verstoppen als ik ‘m niet nodig heb. Het is een hopelijk veelzijdig beestje, dat zich zal aanpassen naar gelang mijn gebruik door de jaren zal veranderen.

Afgelopen maandag kwam hij binnen. De eerste software heb ik geïnstalleerd en de eerste klusjes heb ik er zelfs al op gedaan. Ik heb er voor het eerst dit stukje op geschreven en ik heb getest of ik weer mee kan doen met een spelletje Age of Empires II, wat mijn vrienden online af en toe spelen. Het antwoord lijkt: ja!

Ik weet niet of deze Mac mini het ook tien jaar volhoudt. Het is een (iets) goedkoper apparaat dan de vorige iMac uit 2009, maar ik hoop er weer jaren mee vooruit te kunnen. We gaan het zien. 

Ondertussen staat mijn oude iMac nog in een hoek in de slaapkamer. Nadat de bestanden die ik nodig heb, zijn overgezet, gaat ‘ie waarschijnlijk op Marktplaats. De onderdelen zijn vast nog wat waard. Het voelt een beetje als een onwaardig afscheid. Straks staat ‘ie waarschijnlijk onder “available for parts” op Marktplaats. Terwijl we tien jaar samen hebben kunnen nerden, bijna elf jaar zelfs. Samen hebben we de eerste tien jaar van mijn werkende leven doorgemaakt. Maar het eind is gekomen. Hij weet er, zodra ik de harde schijf heb gewist, niet veel meer van. Maar ik zal ‘m niet gauw vergeten.