Donderdag 15 juli

De donderdag is een alleszins rustige dag. Mischa neemt zich nogmaals voor op tijd te gaan vissen, maar als ik tegen negen uur wakker wordt, zie ik Mischa nog rond lopen. Uiteindelijk gaat Pim ook mee (het is dan al tegen half elf), om te zoeken naar zijn fotocamera. Rond elf uur sta ik ook op. Na het ontbijt wordt er gebruik gemaakt van het voetbalveld. Iets later trek ik mij terug met een boek (Onder Professoren), wanneer ook Mischa en Pim weer thuiskomen. De camera van Pim is niet gevonden.

Wel krijgen we bezoek. Een kater (of wellicht was het een poes), die luisterde naar de naam Otte, komt op bezoek. Overigens luisterde deze poes naar elke naam: hij komt duidelijk aandacht te kort. Zodra we ook maar aanstalten maken om op hem af te komen, draait het beestje zich om en rekt hij zich uit. Graag wil hij geaaid worden, dat blijkt. We besluiten dat het wel beter is om hem geen eten te geven. Een bakje water blijkt hij niet nodig te hebben (dat gunnen we hem wel in deze hitte. De jonge kater is zo ondeugend dat hij op een gegeven moment zelfs het huis binnendringt, iets wat Pim en Mischa minder kunnen waarderen (in verband met allergie).

Er moeten wel nog boodschappen voor het avondeten en het laatste ontbijt. Dus vertrekken Mischa en ik naar de supermarkt. Eigenlijk willen we naar een supermarkt in een stadje waar we nog niet zijn geweest, maar we zijn na een week wel zo’n beetje door de nabijgelegen steden heen. Dus gaan we, via het plaatsje Konga, naar Tingsryd. Daar zijn we al een keer geweest, maar toen zijn we naar de andere supermarkt geweest daar, niet naar de ICA. Dus toch nog iets nieuws, zullen we maar zeggen. Dit is onze derde roadtrip met zijn tweeën. De vorige twee keer vonden plaats op mooie avonden, waar we de nabijgelegen dorpen inspecteerden en onze ogen open hielden voor eventueel wild. Zo zagen we onder andere een klein vosje, kikkers, een aantal konijnen, een lynx (lees: kat) en een ree. Overdag zijn er aanzienlijk minder dieren op en nabij de weg te vinden.

We slaan flink boodschappen in voor het laatste avondeten (er was nog pasta, maar verder begon nogal veel op te raken). We belonen ons dan ook met een ijsje en een toeristische route naar huis. Daar komen we langs een watermolen, waar we snel wat foto’s nemen. Bij de watermolen spotten we ook de eerste bikinibabes op minder dan een kwartier rijden van ons huisje, zij gaan kanoën, wij rijden terug naar het huisje.

Daar blijken Pim, Erwan en Gnoert de plastic voetbal te hebben vernield. Het grasveldje voldoet namelijk niet aan de eisen van de FIFA: er liggen behoorlijk wat stenen (met name achter het doel). De door ons gekochte bal begon na dag 1 al licht te scheuren, maar gelukkig vonden we nog een zachte plastic voetbal in een opberghok. Deze deed goed dienst, maar begaf het dus op de eennalaaste dag. We zien de bal al voor het huisje liggen als we de oprit oprijden. “Hee, ze hebben de voetbal gemold,” zeg ik tegen Mischa.

De andere reizigers helpen met het uitladen van de boodschappen. Ineens schopt Erwan echter de kapotte voetbal onze kant op: ze hebben de bal gevuld met water en Mischa krijgt het volle pond. Ik ben zelf ook nog behoorlijk nat, maar mag vergeleken met Mischa niet klagen. Nadat we zijn omgekleed worden er spelletjes gespeeld en gevoetbald (met de harde, stomme voetbal). De avond verloopt op een vergelijkbare manier. We proberen nog fotografische trucjes uit met de twee fotocamera’s die mee zijn.

Het is nog steeds erg warm en als we besluiten te gaan slapen, komen Bloert en ik op het briljante idee om de kamer even te laten doorwaaien. Alle lampen uit, alle ramen tegen elkaar open en hopen op geen extra muggen. We wagen de gok en zowaar: de temperatuur begint spontaan te dalen. Ik voel het gewoon kouder worden in de kamer en als we na het sluiten van de ramen de lichten weer aan doen, blijken de muggen niet massaal op bezoek te zijn gekomen. Meevaller. De laatste nacht slaap ik dan ook nog beter dan de voorgaande nachten. Wat een paar graden temperatuurverschil al niet kan doen.

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

This post has 2 Comments

2
  1. In dit tempo ben ik bang dat de verslagen voor Zweden en Schotland elkaar wel bijna gaan overlappen… Ik vind het trouwens maar stom dat jullie geen foto’s hebben van de bikinibabes. Overigens was ik het niet die jullie nat maakte. Sterker nog, ik kreeg zelf ook wat spetters. Dat was niet de afspraak, Pim/Snoert! (ik weet ook niet meer wie)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

N.

Nieuw jaar, nieuwe Mac

Kun je vrienden zijn met je computer? Niet iedereen zal warme gevoelens koesteren jegens zijn digitale werkpaard, maar ik wel. Net vóór ik begon bij mijn eerste baan, kocht ik – toen ik nog net recht had op onderwijskorting – een iMac. Het was een hele grote, wel 27”, die ook meteen de tv zou zijn in mijn studentenkamer en later in mijn studio. Ik heb er de nodige films en series op gekeken, ja, maar er ook heel veel opgewerkt: teksten geschreven, websites gemaakt, software gereviewed, van alles. Jarenlang deed hij alles wat er op wilde, zelfs af en toe een spelletje. 

Een paar jaar geleden kreeg hij kuren. De grafische kaart deed het niet meer. Via YouTube-video’s kwam ik erachter dat dit euvel te verhelpen was door de kaart uit de iMac te halen en kort in de oven te bakken. Zo gezegd, zo gedaan. Dik twee jaar lang kon ik mijn iMac nog blijven gebruiken. Tot deze zomer, dan. Net voor ik een livestreamsessie voor Ether Site zou doen met een Duitse vriend, gaf de grafische kaart wederom de geest. Paniek! Snel alles op een andere geleende laptop geïnstalleerd… Sindsdien had ik, op mijn iPad na, geen echte computer meer. En dat was best jammer. Je kunt best veel op een iPad tegenwoordig, maar niet alles…

Eerlijk gezegd vertoonde de relatie met mijn iMac al een aantal jaar scheurtjes. In mijn appartement, waar ik in 2015 (volgens mij) naar toe verhuisde, had ik eigenlijk geen goede plek voor de iMac. Het apparaat stond op de slaapkamer, met het idee “dan kunnen we er soms film op kijken” – maar dat deden we eigenlijk nooit. En als ik de iMac nodig had voor ‘werk’, moest ik ‘m verhuizen naar de woonkamer. Als ik eerlijk ben, stond die gigagrote iMac nu vooral in de weg. 

En dus scheidden onze wegen eind 2020. Ja, ik deed in de herfst nog een poging om de videokaart nogmaals te redden, maar er brak een kabeltje bij het repareren en dat was de druppel: hier was geen redden meer aan. Daarom besloot ik een nieuwe te bestellen. 

Het is een Mac mini geworden. Een redelijk klein apparaat wat ik overal in huis kan neerzetten, net waar ik wil. Waar ik op kan inloggen met mijn iPad, maar die ik ook kan aansluiten op een beeldscherm of op de tv. En die ik kan verstoppen als ik ‘m niet nodig heb. Het is een hopelijk veelzijdig beestje, dat zich zal aanpassen naar gelang mijn gebruik door de jaren zal veranderen.

Afgelopen maandag kwam hij binnen. De eerste software heb ik geïnstalleerd en de eerste klusjes heb ik er zelfs al op gedaan. Ik heb er voor het eerst dit stukje op geschreven en ik heb getest of ik weer mee kan doen met een spelletje Age of Empires II, wat mijn vrienden online af en toe spelen. Het antwoord lijkt: ja!

Ik weet niet of deze Mac mini het ook tien jaar volhoudt. Het is een (iets) goedkoper apparaat dan de vorige iMac uit 2009, maar ik hoop er weer jaren mee vooruit te kunnen. We gaan het zien. 

Ondertussen staat mijn oude iMac nog in een hoek in de slaapkamer. Nadat de bestanden die ik nodig heb, zijn overgezet, gaat ‘ie waarschijnlijk op Marktplaats. De onderdelen zijn vast nog wat waard. Het voelt een beetje als een onwaardig afscheid. Straks staat ‘ie waarschijnlijk onder “available for parts” op Marktplaats. Terwijl we tien jaar samen hebben kunnen nerden, bijna elf jaar zelfs. Samen hebben we de eerste tien jaar van mijn werkende leven doorgemaakt. Maar het eind is gekomen. Hij weet er, zodra ik de harde schijf heb gewist, niet veel meer van. Maar ik zal ‘m niet gauw vergeten.