Open deuren

Het dragen van een gouden sleutel is niet zo eenvoudig als het lijkt. Sinds 1 januari hangt de sleutel om mijn nek, als motivatie om mijn goede voornemens uit te voeren. Naast verhuizen (check), rijbewijs halen (de lessen zijn in volle gang) wil ik bijvoorbeeld een fatsoenlijk, langer verhaal opschrijven, betere artikelen schrijven en een (nog) boeiender leven leiden. Dus de gouden sleutel blijft voorlopig nog even om, want ik ben er nog lang niet. Ik sluit niet uit dat ik na het halen van mijn rijbewijs (wat nog wel een paar maanden gaat duren, verwacht ik) een evaluatiemoment inplan om te beoordelen of ik genoeg aan de andere voornemens heb gedaan.

Tot die tijd blijft de sleutel gewoon om, iedere dag weer (al verstop ik hem soms onder mijn t-shirt/hemd/trui). Aan de ene kant ben ik niet verrast over de hoeveelheid respons die ik krijg (waaruit ook maar weer blijkt dat niet iedereen op dit weblog kijkt), aan de andere kant verbaas ik me er toch regelmatig over.

Blijkbaar weten mensen niet zo goed wat ze ermee moeten. Als ik een kruisje zou dragen, of gewoon een ketting, dan zou dat toch minder respons opleveren. Misschien omdat mensen in ieder geval weten wat ze daarmee moeten. Een kruis draag je vanwege je geloof, een ketting voor de mooi. Maar een sleutel?

Verreweg de meest gestelde vraag is: “is dat de sleutel tot je hart?” Ik gok dat ik die zo’n twintig tot dertig keer heb gehoord, de afgelopen maanden. Ook favoriet is: “ben je burgemeester?” Maar dat is allebei niet het geval. Recent bedacht ik mij dat mijn gouden sleutel in ieder geval een hoop open deuren opent (sleutel, deuren openen, open deur, haha).

Ik klaag echter niet, de sleutel is in ieder geval een gespreksopener (al is de sleutel dat ook op momenten dat het me niet goed uitkomt, maar dat neem ik dan maar voor lief). Bovendien is het goed dat mensen me erop aanspreken, want terwijl ik zelf inmiddels gewend bent aan de sleutel, is een deel van mijn omgeving dat nog steeds niet. Zo krijg ik ook niet de kans om mijn goede voornemens achter me te laten of te vergeten. Dus het is vooral een zegen dat ik er nog steeds op wordt aangesproken. Al zou ik een minder voor de hand liggende grap/vraag op zijn tijd niet erg vinden.

Geef een antwoord