Het internet moet leuk zijn

Het is mijn eigen schuld, dat weet ik. Ik heb een baan gezocht onder het motto “iets met online en/of social media.” En als het internet zo’n belangrijk onderdeel van je werk is, dan wordt het op een gegeven moment lastig om er onbevangen mee om te gaan. Vroeger schreef ik alinea’s vol met flauwe grappen of bespiegelingen, maar toen kreeg ik ze de volgende dag niet meteen terug IRL (in real life, dus). Hoewel ik toen veel meer lezers had dan nu.

Het is ook niet erg dat mensen me aanspreken op mijn blog. Het is zelfs leuk. Maar “iets schrijven op ditisstefan.nl” of op “turinbrakes.nl” betekent voor mij bijdragen aan de historie van “mijn” internet. Voldoen aan een beeld of daarvan afwijken. De formule van ditisstefan.nl is dat er geen formule is. Behalve dat die er natuurlijk wel is. Ik plaats hier nooit dingen die niet door de beugel kunnen, omdat ik veel te bang ben dat ik mensen diep beledig. In die zin komt de formule van ditisstefan.nl best dicht bij de formule van de auteur.

En dat terwijl het internet toch DE plek is om eens lekker te stoken of te provoceren. HenkenIngrid.orgIshetaldonderdag.nl… Het internet is een creatieve broedplaats. Viral filmpjes, flauwe grappen, netwelnetnietkunnen… De grenzen kunnen worden opgezocht. Dat is het mooie eraan. Maar zelf doe ik er niks mee.

Of ja, niks… Ik heb wel eens een Tumblr bijgehouden. Samen met mijn oude collega’s was er ‘T Kopt Niet. En recentelijk – als experiment – een hoop foto’s geplaatst op Phil Collins Tilts His Head. Niet viral gegaan. Jammer.

Door Engelse vrienden werd ik enkele jaren geleden gewezen op David Thorne. Satirist, comedian en irritante persoonlijkheid. Hij gaat de zinloosheid van het bestaan te lijf op www.27bslash6.com. De site wordt niet zo vaak meer bijgewerkt als enkele jaren geleden, maar heeft ook vandaag nog behoorlijk wat entertainment value. Hoogtepunt zijn over het algemeen de e-mailcorrespondenties waarin Thorne het bloed onder de nagels vandaan haalt. Zo probeert Thorne achterstallige rekeningen te betalen met een tekening van een spin (met zeven poten), zoveel mogelijk formele klachten van collega’s te verzamelen door zich voor te doen als iemand anders en het probleem van de vuile koffiekopjes aan te pakken.

Het is flauw, het is kinderachtig, maar iedereen heeft een stukje Thorne in zich. Een beetje rebels zijn tegen kleinzerige mensen hoeft niet altijd slecht te zijn, al zou ik het zelf niet zo gauw op die manier doen. Inmiddels zijn de werken van Thorne verzameld in de boeken  I’ll Go Home Then; It’s Warm and Has Chairs (2012) en de voor deze blogpost perfect getitelde The Internet Is My Playground (2011).

Want daar gaat het me uiteindelijk om. Het internet is de ideale “speelplaats” om nieuwe dingen te proberen, creatief te zien, andere kanten op te gaan. Het internet moet leuk zijn. Dankzij het internet ben ik zoveel leuke nieuwe mensen tegengekomen en ben ik op plaatsen geweest waar ik anders misschien nooit zou zijn gekomen. Dus vanavond wil ik alleen maar zeggen: zorg dat het internet niet alleen een bibliotheek is, of een encyclopedie, of een hulpmiddel om te netwerken: zorg dat het internet vooral ook je speeltuin is. Dat maakt het veel leuker!

Geef een antwoord