Waarom ik een betere voetbalcommentator zou zijn dan Frank Snoeks

Het is natuurlijk ook geen dankbaar beroep. Voetbalcommentator. Je zit – zo stel ik mij voor – achter een tafeltje met een microfoon, een tv’tje voor de beelden die de kijker ziet, een A4’tje met aantekeningen en je loopt ongeveer te roepen wat je ziet. Naast het voetballen zelf ben je het enige wat aandacht trekt. En dus ergeren mensen zich aan je. Ik ook.

In Bureau Sport sprak Frank Snoeks voor het EK zo’n beetje de woorden (vergeef me als ik ze niet meer exact weet) “Als je wint, hoor je niemand, als je verliest ben je de gebeten hond.”

En ik kan me diverse situaties voorstellen waarin dat inderdaad zo is… Je bent bijvoorbeeld het Nederlands elftal en je komt de poulefase niet eens door – dan komt er ineens allemaal gezeik uit het kamp naar buiten en ben je “de gebeten hond”. Of je vecht samen met een andere hond om één been. En je wordt gebeten en dan gaat er zelfs een derde hond met je bot vandoor. Dan ben je “de gebeten hond.”

MAAR JE GAAT MIJ NIET VERTELLEN DAT NIEMAND ZICH AAN DE COMMENTATOR ERGERT WANNEER ZIJN BOODSCHAP POSITIEF IS.

Want dat is niet zo, kan ik u vertellen.

Ik erger me er namelijk ook aan als Oranje – of mijn in die wedstrijd favoriete ploeg – wel wint.

Frank Snoeks gaf – in hetzelfde interview met Bureau Sport – aan dat hij zijn feitjes als relevant beschouwt – ook de informatie in welk restaurant bepaalde spelers hebben gegeten bijvoorbeeld. Dat mag hij natuurlijk zo beschouwen – we leven in een vrij land – maar het probleem is wat mij betreft niet zo zeer dat hij dergelijke feitjes uitvogelt, maar meer dat hij ze vertelt.

Tijdens de wedstrijd.

Een commentator moet – vind ik – stiltes laten vallen. Waarom moet iedere wedstrijd helemaal vol geleuterd worden met commentaar? Het is niet zo dat de wedstrijd daar leuker van wordt. Sterker nog: als kijker word je uit de wedstrijd getrokken door randverhalen. Wat telt tijdens de wedstrijd IS de wedstrijd. Niet wat ervoor is gebeurd of wat morgen gebeurt. Als kijker wil je IN DE WEDSTRIJD zitten. Niet in het restaurant van de clubleiding. De spelers moeten shinen, niet de hersenen van de commentator. Voor de gemiddelde (niet-hardcore voetballiefhebber) kijker is het al moeilijk genoeg met alle afleiding vandaag de dag om geboeid naar de wedstrijd te kijken. Als een commentator dan ook nog de aandacht van de kijker probeert over te nemen van de wedstrijd, wordt dat alleen maar moeilijker.

Daar komt bij dat veel commentators de kijker voor dom houden. Met name bij Snoeks ervaar ik dit. Er gebeurt van alles op het veld en niet alles is wat het lijkt. Een overtreding kan acteerwerk blijken, een buitenspelbeslissing discutabel… Als kijker wil je op zulke momenten meeleven en het onrecht veroordelen “ROTSCHEIDS!” of toelachen “HAHA!”. Maar vooral Snoeks lijkt die ruimte niet te bieden. Natuurlijk moet hij constateren of een beslissing juist is, maar in de wedstrijd Portugal – Spanje heeft hij in de eerste helft (de tweede helft moet nog gespeeld worden op het moment dat ik dit schrijf) altijd al zijn oordeel geveld, voordat de kijker zelf iets heeft kunnen inschatten. Daar komt bij dat Snoeks iets belerends in zijn stem heeft, wat de sfeer in de huiskamer op zulke momenten niet ten goede komt. Ik heb nog liever dat hij enthousiast overkomt dan belerend. Vooral als hij er zogenaamde intenties van spelers bij gaat halen in de trant van “hij wilde een slim balletje tussendoor naar…. spelen, maar dat kon niet – DAT ZAG IK METEEN DUHHHH”. Oké, dat laatste zegt Snoeks niet, maar hij DENKT het. Dat hoor je. Sowieso denkt Snoeks vaak wat de spelers denken “Hij gebaart zijn handen op zo’n manier dat hij denkt ‘aan mij lag het niet.’ – WANT IK KAN GEDACHTEN LEZEN ENZO.” Oké, dat laatste zegt Snoeks niet, maar hij doet het zo vaak dat hij dat wel moet geloven.

Parafraserend:

  • Versla de wedstrijd en alleen de wedstrijd. Dat is het enige wat telt.
  • Vertel de feiten, plaats ze in context, maar niet op een belerende manier.
  • Help de kijker met oordelen, maar oordeel niet VOOR de kijker totdat deze dat zelf heeft kunnen doen.
  • Hou af en toe eens een paar seconden je bek.
  • Niet belerend, maar enthousiast.
  • Denken doe je in jezelf.

En ik snap ook wel dat Snoeks een kind van zijn tijd is. De tijd dat het vocabulaire van de commentaren slechts kon bestaan uit voetbaltermen en de namen van de spelers is natuurlijk voorbij. Maar iedereen die zich aan bovenstaande richtlijnen kan houden, kan een betere voetbalcommentator zijn dan Frank Snoeks.

Zelfs ik.

En ik weet bijna nooit wie er aan de bal is op mijn kleine tv-scherm.

De tweede helft begint, dus vindt u het goed dat ik het hierbij laat voor nu?

Geef een antwoord