Hoe langer ik leef, hoe meer ik mij erger aan de tendensen van de muziekindustrie. Dat er iets goed mis is met de muziekindustrie is geen geheim, maar het is moeilijk om te bepalen wat precies. Het is commercie, verkoop, maar wel onder het motto dat een band iets niet-commercieels is. Want een plaat hoeft niet alleen goud of platina status te halen, maar ook – meer dan in welke industrie dan ook – de loftrompet doen schallen. De mainstream filmindustrie is zo groot dat ik me daar nog wel kan voorstellen dat filmstudio’s hun best doen om de investeringen ruimschoots terug te verdienen, maar hoeveel kost het om een plaat te maken? Niet zo heel veel.

Niet gehinderd door enige praktijkervaring komt de industrie op mij over als een stelletje geldwolven. In theorie zou door het internet het speelveld gelijker moeten worden, maar de grote labels maken de dienst uit en dat is best wel treurig. Als zo’n dienst als Spotify heel veel geld betaalt, om überhaupt de muziek van die grote maatschappijen aan te kunnen bieden, hoe is dat dan eerlijk voor alternatieve artiesten en kleinere labels. 

Zo ergerde ik mij de afgelopen tijd behoorlijk aan de release van HAIM. Steevast omschreven als ‘indieband’, maar het label dat hun debuut Days Are Gone uitbracht, is gewoon eigendom van Universal. Niet echt indie dus… Ik vind het liedje The Wire van de drie dames best leuk, maar ik ergerde me vooral aan het feit dat ze overal waren. Als zo’n groot label eenmaal besluit zo’n een flinke duw te geven, dan worden er paginagrote artikelen aan gewijd, krantenkolommen volgeschreven en tv-programma’s mee gevuld. Hartstikke leuk voor hen en hartstikke leuk voor het platenlabel als het album vervolgens op 1 binnenkomt in Engeland (in een verhitte strijd met het nieuwe album van Justin Timberlake), maar dit is nu precies wat er mis is met de platenindustrie.

Er wordt superveel geld geïnvesteerd in een band, die wordt kapot gehypet.  Natuurlijk, af en toe zit er een Coldplay of een Daft Punk bij, maar nog veel vaker maakt de band een matig vervolgalbum en verzakt de band in vergetelheid. Of neemt noodgedwongen een pauze na twee albums (Mumford & Sons). De band krijgt er talloze fans bij die het album kopen de shows af gaan en een paar maanden of in het beste geval jaar later weer afhaken voor de volgende hype.

En nu lopen al maanden artiesten en labels – ook artiesten die ik heel erg waardeer – te zeiken dat ze te weinig geld krijgen van streamingdiensten als Spotify en dat ze daarom hun muziek eraf halen. Ze zullen best minder krijgen dan toen er nog honderdduizenden cd’s à 22 euro werden verkocht. Het verschil tussen een nieuwe cd-album voor 16 tot 20 euro en onbeperkt muziek streamen voor een tientje is nogal een verschil ja – ook voor consumenten. Misschien had jullie label niet zo teringveel geld in de promotie moeten steken en de muziek zelf het werk laten doen. Spotify is een gevolg van de tijd, de behoefte van de consument en de mogelijkheden van technologie… Platenlabels zijn vast heel druk bezig met het afnemen van paginagrote advertenties in muziekbladen zodat er ook grote interviews worden gedaan met hun artiesten.  Zo hou je het systeem natuurlijk in stand.

HAIM heeft heel wat dingen voor zich spreken: ze maken catchy muziek, ze hebben een gimmick (zussen) en zetten een best aardige live performance neer, heb ik gehoord. Gehoord. Van andere muziekliefhebbers. Word of Mouth, gunfactor, lekker veel touren: het had ze een heel eind gebracht. Misschien niet op nummer 1 in Engeland en misschien niet in de week dat het album uitkwam, maar je kunt je afvragen of het überhaupt normaal is dat het debuutalbum van een artiest op 1 binnenkomt…

Een muziekbibliotheek als Spotify is ideaal voor muziekliefhebbers. Ik hoor van HAIM, zoek ze op op Spotify en luister het. Vervolgens krijgen label en artiest 0,00000000005 cent ofzo, maar toch… Als ik van hetzelfde liedje een MP3 zoek, krijgen ze helemaal niks. En ik neem dan nog de moeite om het op Spotify op te zoeken. Er zijn genoeg muziekluisteraars die gewoon googelen en op de eerste link klikken die ze tegenkomen. Spotify is hier volgens mij niet de boosdoener en dat staat me nog het meest tegen in alle tirades tegen streamingdiensten. Als David Byrne loopt te zeiken over dat hij zo weinig geld krijgt van Spotify via zijn label dan is dat de schuld van zijn label. En als er miljoenen fans je album niet meer kopen, dan is het misschien tijd om te accepteren dat je die fans überhaupt nooit hebt gehad.

De grootste misvatting die artiesten en labels vandaag de dag hebben is dat luisteraars DANKZIJ Spotify geen platen meer kopen. Uiteraard heb ik geen cijfers om het te ondersteunen, maar die trend – van het niet meer kopen van platen – was allang ingezet voordat Spotify werd gelanceerd. Door je muziek van Spotify te halen, horen die mensen je muziek amper nog en loop je streams mis. Er zijn genoeg mensen die nog steeds platen kopen én een Spotify-abonnement hebben. En die mensen moet je overtuigen van de kwaliteit van je plaat. Dat kan dus onder andere via Spotify.

Waarom bestaan labels eigenlijk nog? Als de moderne tijd één ding laat zien, dan is het dat artiesten tegenwoordig prima op eigen houtje platen kunnen opnemen. Goed, het is niet echt efficiënt als alle artiesten zelf hun platen gaan distribueren en de zaken gaan regelen, ik snap wel dat het handig is als daar iemand anders voor verantwoordelijk is, maar aan de andere kant… Er zijn best wel wat bands die op slimme manieren de ‘echte’ fans (de enige groep fans waarvan je volgens mij nog mag verwachten dat ze je plaat kopen) met pre-order bundels en fantastische optreden weten te overtuigen. Dan bereik je niet dezelfde groep mensen als twintig jaar geleden, voor de komst van internet, maar daar vinden we wel iets op… Als memes en video’s viral kunnen gaan, waarom zou een supergoed nummer dat niet kunnen gaan… Sterker nog, kijk naar artiesten als – ja ik noem hem echt – Psy en OK Go: zij vielen op op internet en bereikten een veel groter publiek dan ze ooit hadden gehoopt. OK Go lanceerde recent zelfs een mobiele app met een woordraadspelletje: dan doe je je best om je fans te vermaken en je naamsbekendheid te vergroten.

Misschien zijn zij niet de beste voorbeelden van ‘indie bands’ die het op eigen kracht doen, maar dat komt ook omdat we nog in het huidige systeem zitten. Er zijn miljoenen mensen op de wereld die heel veel van muziek houden en die er best voor willen betalen. Die zelfs naast een Spotify-abonnement nog cd’s kopen. Die artiesten van harte willen steunen. Dan gaat het inderdaad niet meer om miljoenenverkoop voor een artiest, maar ik geloof oprecht dat een grote groep artiesten door touren en wat meer vlijt op internet een veel groter publiek bereiken dan ze nu doen. Als platenlabels allemaal zouden stoppen met het hypen van artiesten en de artiesten en fans het werk laten doen en slechts een voorzienende rol zouden vervullen, dan zou het weer eerlijk worden. Waarom is de muziek zelf  niet genoeg om fans en luisteraars te overtuigen? Waarom bepalen radio dj’s niet zelf welke liedjes ze draaien? Waarom zie je maar zelden de grote muziekbladen eens een onbekende band op de cover zetten… De muziekindustrie blijft maar in crisishouding. En het is mijn overtuiging dat dat zo blijft zolang ze op deze manier doorgaan.

En dat is best wel treurig. Want het is best eenvoudig om de aandacht te trekken op internet, om relevant te worden. En dan gaan die radio dj’s, tijdschriften en zelfs tv-programma’s overstag. En zo zou de muziekindustrie vandaag de dag eigenlijk moeten werken. Want zo werkt internet op dit moment. Maar zolang labels en artiesten blijven vasthouden aan het feit dat hun plaat pas een succes is als ie op 1 is binnengekomen in de charts, blijft de muzikale crisis voortduren.

Dit alles niet om te beweren dat ik ook maar enig verstand heb van het bovenstaande – hoewel ik het internet volgens mij redelijk door heb – maar wel om te zeggen dat Turin Brakes een nieuw album heeft uitgebracht op een onafhankelijk label, genaamd We Were Here. Er zijn wat recensies verschenen (79 uit 100 op Metacritic, waarbij Q het omschreef als het beste album tot nu toe), maar daar bleef het qua aandacht van de media bij. Desondanks lukte het de fans om het album in de charts te krijgen (46 in Engeland, en top 10 in de indie albums lijst). Met als titel We Were Here is het een statement, een signaal aan de wereld, een teken van leven zoals we dat allemaal soms willen maken. Maar in deze muziekindustrie is een teken geen teken als er geen enorme push van een label achter zit.

Het album staat op Spotify.

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

E.

Emigreren naar Cambridge

Enigszins verbaasd grapte één van de bandleden van mijn favoriete band: over het feit dat ik dit concert had bezocht: “En toen besloot je maar naar Cambridge te komen?”

Natuurlijk is Cambridge geen Londen, of andere wereldstad, maar ik heb letterlijk Engelse gehuchten bezocht onder de rook van Londen om mijn favoriete band te zien. Van die gehuchten met een supermarkt, een pub en een pinautomaat en verder niks behalve het desbetreffende poppodium. Zit ik daar dan een dag of twee met verder niet veel op het programma. Nee, dan Cambridge, dat is in ieder geval nog een toffe studentenstad met een bak historische monumenten waar je van gaat watertanden.

Plus het was een verademing na een hectische paar maanden met een nieuwe baan, veel persoonlijke plannen en ontwikkelingen – leuk en minder leuk. Ik was wel toe aan een vakantie en dus kwam een trip naar mijn favoriete wereldstad – Londen dus – als geroepen.

In het kader van “Stefan gaat groen” gingen we bovendien voor het eerst naar Londen met de trein. Alvast wat tips voor reizen met de Eurostar:

  • Het is op veel manieren ideaal, alleen als je daarvoor en daarna nog met andere treinen moet reizen, kost het wel veel tijd (je moet immers minimaal een half uur van tevoren door de poortjes zijn in Brussel/Amsterdam/Londen etc.
  • Boek op tijd, anders is het heel duur.
  • Als je moet wachten op de trein in Londen en je hebt genoeg tijd, ga dan even langs bij de British Library in Londen. Is awesome, en om de hoek bij station St. Pancras International. Gratis tip.

Ik vond het reizen zeker niet vervelender dan vliegen, maar met name met de terugreis zijn we een dag bezig geweest (van 10 uur ‘s morgens tot 8 uur ‘s avonds). Dat voelt dan toch zonde van de tijd. Maar met vliegen kun je zomaar ook zes, zeven uur kwijt zijn. Zeker als je nog wat vertraging oploopt tussen Londen Gatwick en Amsterdam, wat me meer dan eens is gebeurd.

Londen was weer Londen: druk, hectisch, maar ook levendig en altijd bijzonder. Dit keer struinden we door het Natural History Museum (heel vet) en een stukje Tate Modern (heel verantwoord) en bezochten we Camden. Het Natural History-museum had ik al eens bezocht, op de middelbare school, maar een terugkeer zat er daarna steeds net niet in. Dus nu zijn we er de trip maar mee begonnen. En leuk was het. Naast de indrukwekkende vaste collectie was er ook een toffe installatie genaamd ‘Museum of the Moon’, waar NASA-foto’s van de maan werden getoond op een gigantische bol in een donkere kamer met een surround sound ervaring (en gillende kinderen). Je schijnt er ook aan yoga te kunnen doen (als die kinderen er niet zijn).

We zaten in het ietwat ruige Harlesden, in een appartement wat kleiner leek dan mijn eerste studentenkamer. Daar vonden we een winkel met goedkope kruiden – dus die hebben we massaal geïmporteerd naar Nederland. Verder zijn we weinig in Harlesden geweest, behalve ‘s avonds laat en ‘s morgens vroeg. Dat was ook genoeg. Toen we aankwamen de eerste avond bleken we niet de goede code van het kluisje met de sleutel te hebben gekregen. Na anderhalf uur bellen – en te zijn vertrokken naar een ander hotel in de buurt in de hoop daar een kamer te kunnen krijgen – lukte het uiteindelijk toch nog om binnen te komen. Eindelijk belde iemand van de klantenservice me terug en na enkele pogingen “is het dan niet 8 1 3 1?” kregen we eindelijk de juiste code.

Ondanks de ruige wijk beleefde ik mijn spannendste momenten in Regent Park. Want dat je er aan de ene kant, die van London Zoo, in kan wandelen ‘s avonds, betekent nog niet dat je er aan de andere kant (Baker Street) uit kan zonder over een hek te moeten klimmen. Het kostte een paar pogingen en geestelijke en lichamelijke ondersteuning, maar ik overwon mijn hoogtevrees en bespaarde aardig wat tijd – dat park is best groot ineens als je in het donker op weg bent naar een metrostation.

Maar Cambridge, daar ben ik dus een beetje verliefd op geworden. Het centrum is zo opgebouwd dat je (onbewust) de hele tijd rondjes loopt. En ja, er komen aardig wat toeristen op al die oude universiteitsgebouwen en kerken af. En ja, er fietsen bijna net zo veel studenten als in de gemiddelde Nederlandse studentenstad, maar dan met helm op hipsterfietsen en in van die dure Engelse Peaky Blinders-jassen. Maar er zijn meer winkels om jezelf uren in te verliezen – om te beginnen een ontzettend grote Waterstones boekhandel die zich kan meten met die in Londen, en een verrassend groot geologisch museum met dinosaurussen, oude stenen en fossielen en soms gratis rondleidingen. Cambridge is ruimtelijk opgezet, met mooie grasparken en een rivier om aan te liggen in de zomer, of te sporten als je dat graag wil.

Het helpt als je met leuke vrienden bent, natuurlijk, en als het weer een beetje meezit. Tussen de stevige buien door, waren de grasvelden groen en de Botanische tuinen uitermate gezellig. In de regen kun je gewoon de kassen in daar, wat we dan ook hebben gedaan. Het was er al met al zo fijn, dat we spontaan gingen dromen over emigreren naar zo’n fijne Engelse stad. Dromen mag altijd toch?

En laten we het concert niet vergeten, ook dat was weer fijn. Mijn favoriete band speelde een akoestische set, voor het eerst in een jaartje of veertien, en een paar pareltjes uit het archief die ze al heel lang niet meer hebben gespeeld. Het was zo mooi dat het onmogelijk werd om je blijvend te ergeren aan het stelletje dat vooral bezig was met het maken van selfies met flits en kleffen. Na mijn moordneigingen te hebben onderdrukt, werd het toen toch weer een epische avond.

We sloten de vakantie af in een Britse pub, met Britse pub food en lager. Sinds een paar maanden ben ik vegetariër, en ik heb goed gegeten deze vakantie, maar nog niet in een Britse pub. Dus was het heel erg fijn om de vakantie af te sluiten in The Cambridge Brew House, waar de vega sharing platter een aanrader is. Dat was wat deze herfstvakantie nog miste: een avondje in de kroeg.

Het leven was goed daar. Dat dat duidelijk is. En we kunnen weer verder hier, wetende waar we het allemaal voor doen. En dromend van zo’n oud Engels huisje in Cambridge en nog veel meer avonden in de kroeg.

Aanraders in Londen (lekker toeristisch)

Aanraders in Cambridge (oud en goud)